Dalai Lama

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 5e klas vwo | 5604 woorden
  • 19 januari 2002
  • 65 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 65 keer beoordeeld

Persoon
Taal
Nederlands
Vak
De Dalai Lama en zijn relatie tot de Boeddha
De Dalai Lama
Dalai Lama’s zijn de manifestaties van de Bodhisattva, ‘zij die voor reincarnatie kiezen om de mensen te dienen’. Dalai is Mongools voor ‘oceaan’, Lama is Tibetaans voor ‘spirituele leider’. Vandaar de vertaling ‘Oceaan van Wijsheid’. Tenzin Gyatso, de veertiende Dalai Lama van Tibet, werd geboren als Lhamo Thondub op 6 juli 1935, in Takster, een klein dorpje in het noordoosten van Tibet, om precies te zijn in de provincie Amdo. De naam, Lhamo Thondup, betekent letterlijk ‘wensvervullende godheid’. Takster betekent letterlijk ‘brullende tijger’. Lhamo groeide vrij normaal op in een arm boerengezin. Toen Lhamo amper 3 jaar oud was, vond er een zoekactie plaats in Amdo, georganiseerd door de Tibetaanse regering om de nieuwe Dalai Lama te vinden. De 13e Dalai Lama was namelijk gestorven (†1933) en de Tibetaanse boeddhisten zagen het als hun plicht hun ware leider, in een nieuw lichaam, terug te vinden. Een oudere lama had een visioen waarin hij de letters ‘Ah, Ka en Ma’ had gezien. ‘Ka’ verwees waarschijnlijk naar het nabij gelegen Kambum klooster en ‘Ah’ verwees naar Amdo, dat was genoeg Lhamo Thondup te vinden. De nieuwe Dalai Lama wordt beschouwd als de reïncarnatie van de als god vereerde bodhisattva Avalokitesvara..
Toen hij eenmaal gevonden was, brak er voor hem een, volgens eigen zeggen, erg ongelukkige periode aan. Lhamo moest naar het Kumbum klooster en was daar erg verdrietig. Hij was immers gescheiden van zijn ouders en kwam terecht in een totaal nieuwe en onbekende wereld. Uiteindelijk werden ouders en zoon weer herenigd om naar Lhasa te reizen. In 1940 werd hij daar officieel aangewezen als de nieuwe leider van Tibet. Op ceremonieuze wijze werd zijn hoofd kaal geschoren, net zoals dat van alle andere monniken. Van nu af aan werd hij op een hoog niveau onderwezen op allerlei gebieden, van Sanskriet tot boeddhistische filosofie, van medicijnen tot Tibetaanse kunst. Op 15-jarige leeftijd kreeg hij al te maken met belangrijke politieke zaken. Hij benoemde zijn ministers en hij moest het dreigende China van Tibet weg weten te houden. In die tijd begon hij zich ook in te zetten voor de vrede. Zijn strijd voor vrede in Tibet verliep zonder geweld. Hij schreef boeken en hield toespraken over zijn visie op het leven en over hoe het zou moeten zijn. In 1989 ontving de Dalai Lama zelfs een Nobelprijs voor de vrede: “the spiritual and political leader of Tibet, this man of peace received the Nobel Peace Prize in 1989 for consistently championing policies of nonviolence and human rights in his own beleaguered country, as well as in other strife-torn areas of the world.” (de geestelijke en politieke leider van Tibet, deze man van vrede, ontving in 1989 de Nobelprijs voor de vrede, voor het voortdurend verdedigen van gedragslijnen van geweldloosheid en mensenrechten, zowel in zijn eigen belegerde land als in andere, door strijd verscheurde, gebieden in de wereld)

Kortom: de Dalai Lama is zowel religieus als politiek leider van het Tibetaanse volk. Sinds zijn vlucht in 1959 woont de Veertiende Dalai Lama in ballingschap in India van waaruit hij strijdt voor autonomie voor Tibet. Hierbij staat het principe van geweldloosheid voorop. Mede daardoor ontving hij in 1989 de Nobelprijs voor de Vrede. Ook is hij de beschermheilige van het ‘Westerse Netwerk van boeddhistische leraren’ en hij houdt de conferenties van deze leraren in zijn hoofdkwartier

De Boeddha
Volgens de traditie zou de levensloop van Siddhartha (de Boeddha) van het begin tot het eind door wonderbaarlijke verschijnselen begeleid zijn, bijv. de droom van moeder Maya; hierin zag zij iemand, gezeten op een witte olifant, afdalen uit de hemel en haar zijde binnendringen. Op dat moment werd zij zwanger van haar zoon. Bijna direct na Siddhartha’s geboorte stierf zij. Twee zieners, waarvan Asita de bekendste is, voorspelden dat het kind in elk geval een wereldhistorische rol zou vervullen, hetzij als groot koning en veroveraar van de wereld, hetzij als leraar van de mensheid. Siddhartha werd door Soeddhodana, zijn vader, binnen de muren van het paleis te Kapilavastoe gehouden, opdat hij geen kennis zou maken met het lijden in de wereld. Toch maakte Siddhartha 4 tochten buiten het paleis en ontmoette achtereenvolgens een oude man, een zwaar zieke, een dode en een monnik. De vraag rees bij hem op: hoe kan een mens gelukkig worden als hij weet dat zijn leven onherroepelijk uitloopt op ouderdom, ziekte en dood? Siddhartha verliet zijn gezin (zijn vrouw Yashodhara en zijn zoon Rahoela) en ging op zoek naar een leermeester => HET GROTE VERTREK. Zijn eerste leermeester, een brahmaan, onderrichtte hem in vedische geschriften en yoga. Hij stelde Siddhartha teleur. De tweede was een asceet, iemand die zijn hoop stelt op zijn eigen inspanning. Nadat Siddhartha ook hem verlaten had, beoefende hij jaren lang de strenge ascese, die bijna zijn dood werd. Op het moment dat Siddhartha inzag dat dit ook geen oplossing kon zijn voor het probleem met het lijden, omdat het zelf een vorm van lijden was, brak hij deze weg af. Toen Siddhartha probeerde de Verlichting te bereiken, werd hij aangevallen door Mara, de vorst der duisternis, en zijn leger. Hij wilde met behulp van zijn 3 dochters verhinderen dat Siddhartha de Verlichting zou bereiken. Siddhartha overwon Mara en de meditatie volgde, waarin hij de ware aard van het lijden doorzag. Op 35-jarige leeftijd werd Siddhartha de Boeddha. De boom waar hij onder zat toen hij de Verlichting bereikte, zou de bodhi-boom (de verlichtingsboom) heten. Eerst wilde de Boeddha zijn gevonden wijsheid voor zichzelf houden. De gevonden wijsheid was immers sober, had weinig zeggingskracht en er waren maar weinig woorden voor nodig om ze samen te vatten. Het zou de mensen, die gewend waren aan de uitvoerige vedische rituelen en het spectaculaire optreden van de ascetische sramanen maar afstoten. Toch besloot de Boeddha zijn wijsheid niet voor zichzelf te houden. Hij verkondigde de leer aan zijn 5 leerlingen van vóór de Verlichting en deze 5 werden opnieuw zijn leerlingen. Bij de eerste preek noemde de Boeddha zijn leer ook een middenweg; hij wilde deze 2 uitersten vermijden: het ritualisme van de orthodoxe brahmanen & de strenge ascese van de sramanen. Boeddha schijnt meer dan 40 jaar rondgetrokken te hebben in de Ganges-vlakte en hij kreeg veel volgelingen (bhikkoes). Zijn 4 belangrijkste leerlingen waren Ananda, Kasyapa, Maudgalyayana & Sharipoetra. De Boeddha stierf op 80-jarige leeftijd aan voedselvergiftiging, maar vóór zijn dood had hij zijn leerlingen vermaand geen nieuwe leider te kiezen en uitsluitend zijn pad naar de Verlichting als richtlijn te laten gelden. Na zijn dood zijn er 10 herinneringsmonumenten (stoepa’s) opgericht. Tijdens Boeddha’s leven was hij het met een groot aantal verschijnselen binnen het toenmalige religieuze leven in India niet eens. Zo verwierp hij:
- het gezag van de heilige boeken van het hindoeïsme;
- het geloof in god(en);
- de bijzondere positie van de brahmaanse priesters in de samenleving;
- de zinloze offers, waarbij onschuldige dieren wreed werden afgemaakt;
- de hebzucht van de brahmanen, die soms grote bedragen ontvingen voor het
brengen van de vedische offers;
- de uitwassen van het hindoe-geloof.

De overeenkomsten tussen de Boeddha en de Dalai Lama
De grootste overeenkomst tussen de Boeddha en de Dalai Lama is heel gemakkelijk te vinden: het zijn namelijk op de eerste plaats allebei boeddhisten. Dit gegeven kunnen we zelfs nog versterken: het zijn allebei boeddhisten die een belangrijke betekenis hebben gehad voor alle boeddhisten in de hele wereld en die ook nu nog een grote betekenis hebben. Beiden willen de mensen iets leren en zullen tot het uiterste gaan om hun kennis over te brengen en de dingen te bereiken waar ze voor staan. In Tibet ‘vecht’ de Dalai Lama om de vrede in zijn land te verwezenlijken en te behouden. De Boeddha vocht voor het verkrijgen van kennis (de Verlichting) en daarna voor het verkondigen van die kennis.
Wat de Dalai Lama en de Boeddha ook gemeen hebben is dat zij waarschijnlijk beiden van het platteland kwamen, hoewel het verhaal van de verkondigde Boeddha dat tegenspreekt.

Beide mannen hebben bovendien de Verlichting bereikt, maar zij hebben degenen die dat nog niet hebben bereikt niet in de steek gelaten. De Dalai Lama komt immers steeds weer terug, ook al is dat in verschillende verschijningsvormen, en de leer van Boeddha leeft nog steeds, zelfs na al die jaren. Er is misschien een minder significant verschil te vinden in het uiterlijk. De Dalai Lama heeft zich, net als de Boeddha en elke andere boeddhistische monnik, ontdaan van zijn haren. Omdat de Dalai Lama een volgeling is van de Boeddha heeft hij natuurlijk veel rituelen van hem overgenomen.
Het is nog niet zo gemakkelijk om de overeenkomsten tussen de Dalai Lama en de Boeddha te beschrijven, want het zijn twee totaal verschillende personen, ook al hebben ze dezelfde levensbeschouwing. Wat zeker is, is dat de Boeddha de stichter is van het Boeddhisme, dat de Dalai Lama een boeddhist is, een volgeling, en dat ze beide zeer sterke persoonlijkheden hebben.

De Dalai Lama en zijn relatie tot de dharma

De Dalai Lama over de 4 Waarheden
In het boeddhisme staan drie kernpunten centraal (‘triratna’, lett: 3 juwelen): de Boeddha, de dharma en de sangha. De dharma is de boeddhistische leer. Het begrijpen van deze leer lijkt, volgens de boeddhisten, op het vangen van een slang. Als je een slang zomaar beetpakt, kan hij zijn kop naar je toe draaien en je bijten. Het verkeerd begrijpen van de leer zou even gevaarlijk kunnen zijn, maar als je weet hoe je een slang moet vangen, namelijk door hem net achter zijn kop met een gevorkte stok tegen de grond te drukken, kan hij niemand kwaad doen. Bij de bestudering van de boeddhistische leer moet je dus voorzichtig te werk gaan en goed opletten. Dit wil op de eerste plaats zeggen dat je zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke teksten over de dharma moet blijven. Ook wordt de dharma wel vergeleken met een vlot waarmee je de rivier oversteekt om op de andere oever te komen. Als je eenmaal overgestoken bent, zou het dwaas zijn het vlot op onze rug te nemen en het verder mee te sjouwen. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat de dharma geen absolute uitspraken doet over hoe de werkelijkheid in elkaar zit, maar dat het slechts een hulpmiddel is om te ontsnappen aan de kringloop van het lijden. Om toegang te krijgen tot de boeddhistisch leer zijn er drie dharma-zegels die je moet doorbreken of doorzien: ‘anitya’(vergankelijkheid), ‘anatman’ (niet-zelf) en nirvana (loslaten), maar ook de dharma-zegels hebben hun beperkingen en daarom moet je goed je verstand blijven gebruiken als je de leer in de praktijk brengt. De dharma is gebaseerd op de vier edele Waarheden. Dit is de structuur van de 4 Waarheden:
Arts De Boeddha
Waarheid 1 Klacht Het leven is vol lijden
Waarheid 2 Diagnose Lijden ontstaat door vastklampen
Waarheid 3 Therapie Lijden verdwijnt door loslaten
Waarheid 4 Medicijn Het achtvoudige pad

De eerste twee Waarheden gaan over het ontstaan van het lijden, de laatste twee gaan over de weg uit het lijden. Het boeddhistische woord voor lijden is ‘doekkha’. (er is altijd lijden)
Waarheid 1&2:
HET LEVEN IS LIJDEN,
het trauma van de geboorte,
ziekte, ouderdom,
de angst gescheiden te zijn van wat men liefheeft,
verbonden te worden met wat men haat,
dit lijden heeft een oorzaak namelijk begeerte,
deze oorzaak kan weggenomen worden,
hiervoor moeten wij ons toeleggen op het achtvoudige pad
(woorden van de Boeddha: http://home.tiscalinet.be/zendojo-turnhout/)

Volgens de Boeddha is de mens opgebouwd uit 5 ‘strengen’, 5 ‘skandha’s’. Hij zegt dat al het streven naar de 5 skandha’s lijden inhoudt. Deze 5 skandha’s zijn lichaam, gevoelens, waarnemingen, wil/verlangen en bewustzijn. Omdat de skandha’s door elkaar heen gevlochten zijn, zoals in een koord, krijgt de mens het idee dat er nog een 6e skandha is: ik, zelf, ego, atman. Dit idee van een eigen identiteit is onjuist => anatman/niet-zelf.
Waarheid 3&4:
Je kunt het lijden opheffen wanneer je de 5 skandha’s los van elkaar probeert te zien. Dan wordt het idee van een eigen identiteit opgeheven. Om bij het opheffen van het lijden te komen, moet je het achtvoudige pad (‘astangamarga’) volgen: (Pad 1+2 = fase I, pad 3 t/m 5 = fase II, pad 6 t/m 8 = fase III)
HET ACHTVOUDIGE PAD
*juiste kennis*
de vier edel waarheden begrijpen
*juist denken*
beslissen je leven te volgen op het juiste pad
*juist spreken*
niet liegen,
anderen niet onterecht bekritiseren,
geen scherpe, grove taal gebruiken,
niet roddelen en kwaadspreken
*juist handelen*
de vijf voorschriften volgen (pancha sila)
*juiste levenshouding*
volg een leven dat geen andere levende wezens nadeel berokkend
*juiste inspanning*
alle slechte gedachten overwinnen,
ernaar streven goede gedachten te onderhouden
*juiste geestesgestelheid*
wees instens bewust van alle toestanden in lichaam, gevoel en geest
*juiste concentratie*
diepe meditatie die leidt tot een hogere staat van bewustzijn (verlichting)

(http://home.tiscalinet.be/zendojo-turnhout/)

De 5 voorschriften waar in fase II over gesproken wordt zijn de volgende:
*niet doden*
*niet stelen*
*niet liegen*
*geen onkuis gedrag*
*geen drugs of sterke dranken tot zich nemen*

De vier edele Waarheden spelen een grote rol in het leven van elke boeddhist, dus ook in het leven van de Dalai Lama. De Dalai Lama is zowel religieus als politiek leider van het Tibetaanse volk. Sinds zijn vlucht in 1959 woont de Veertiende Dalai Lama in ballingschap in India van waaruit hij strijdt voor autonomie voor Tibet. Hierbij staat het principe van geweldloosheid voorop. Mede daardoor ontving hij in 1989 de Nobelprijs voor de Vrede. Hij wordt beschouwd als de meest vooraanstaande boeddhistische leider.

In 1979 en in 1981 heeft de Dalai Lama de VS bezocht. Op de universiteit van Washington hield hij toen een toespraak over de vier edele waarheden:

‘Alle religies hebben, over het algemeen gesproken, dezelfde motivatie van liefde en mededogen. Hoewel er vaak erg grote verschillen zijn op filosofisch gebied, is het fundamentele doel van verbetering min of meer hetzelfde. Toch heeft elk geloof bepaalde methoden. Hoewel onze structuren van nature verschillend zijn, komen onze systemen dichter bij elkaar omdat de wereld steeds kleiner wordt door betere communicatie, wat ons goede mogelijkheden geeft om van elkaar te leren. Dat, vind ik, is erg nuttig.

Het christendom bijvoorbeeld heeft vele erg praktische methoden die zeer nuttig zijn bij het dienen van de mensheid, vooral op gebied van onderwijs en gezondheid. Tegelijkertijd zijn er boeddhistische onderwijzingen over diepgaande meditatie en filosofische beredenering waar de christenen bruikbare technieken van kunnen leren. In het oude India hebben de boeddhisten en hindoes op veel punten van elkaar geleerd.

Omdat deze systemen in beginsel hetzelfde doel voor het welzijn van de mensheid nastreven, is er aan de negatieve kant niets fout aan het leren van elkaar, en aan de positieve kant helpt het respect voor elkaar te ontwikkelen. Het helpt om harmonie en eenheid te bevorderen.

Om die reden wilde ik iets vertellen over de boeddhistische ideeën. De wortel van de boeddhistische leer wordt gevormd door de vier edele waarheden: het ware lijden, de bron, de opheffing en het pad. De vier waarheden zijn twee groepen van gevolg en oorzaak: vormen van lijden en de oorzaak ervan, en de opheffing van het lijden en de paden voor het verwezenlijken van die opheffingen. Lijden is als een ziekte, de uiterlijke en de innerlijke omstandigheden die de ziekte doen ontstaan, zijn de bronnen van het lijden. Het genezingsproces van de ziekte is de opheffing van het lijden en de oorzaken ervan. Het medicijn dat de ziekte geneest is het ware pad.

De reden voor deze volgorden van gevolgen – lijden en opheffing – voor de oorzaken – de bronnen van het lijden en het pad – is deze: eerst moet je de diagnose stellen van een ziekte, het ware lijden, de eerste edele waarheid. Dan is het niet voldoende de ziekte alleen maar te herkennen; om te weten welk medicijn toegediend moet worden, is het nodig de oorzaken van de ziekte te herkennen, je moet vaststellen of het mogelijk is de ziekte te genezen. De wetenschap dat de ziekte te genezen kan worden komt overeen met het derde niveau, dat van het werkelijk opheffen van het lijden en de oorzaken er van.

Nu het ongewenste lijden is herkend, de oorzaken ervan vastgesteld zijn en vastgesteld is dat de ziekte genezen kan worden, neem je de medicijnen die middelen zijn om de ziekte op te heffen. Op dezelfde manier is het nodig te vertrouwen op de paden die de staat van vrijheid van lijden veroorzaken.

Het wordt als zeer belangrijk beschouwd allereerst het lijden vast te stellen. Er bestaan over het algemeen drie soorten lijden: het lijden van pijn, het lijden door verandering en het allesdoordringende samengestelde lijden. We beschouwen het lijden van pijn gewoonlijk als lichamelijk of geestelijk lijden, zoals bijvoorbeeld hoofdpijn. De wens bevrijd te zijn van dit lijden komt niet alleen voor bij mensen, maar ook bij dieren. Er zijn manieren om bepaalde vormen van dit lijden te voorkomen, zoals het nemen van medicijnen, het aantrekken van warme kleding en het je verwijderen van de bron.

Het tweede niveau, het lijden door verandering, is wat we oppervlakkig gezien als plezier beschouwen, maar dat als we het nader bekijken eigenlijk lijden is. Als voorbeeld nemen we iets wat gewoonlijk als plezierig wordt beschouwd, zoals het kopen van een nieuwe auto. Als je hem net gekregen hebt, ben je erg blij, ingenomen en tevreden, maar als je hem gaat gebruiken komen de problemen. Als het wezenlijk plezierig zou zijn, dan zou, ongeacht hoeveel gebruik je maakt van deze bron van genoegen, je plezier evenredig moeten toenemen, maar dat gebeurt niet. Naarmate je hem meer gebruikt, gaat hij problemen veroorzaken. Daarom worden zulke dingen lijden door verandering genoemd. Het is door verandering dat hun aard van lijden aan de dag treedt.

Het derde niveau van lijden dient als basis voor de eerste twee, en maakt onze eigen bezoedelde mentale en lichamelijke aggregaten aantoonbaar. Het wordt het allesdoordringende samengestelde lijden genoemd, omdat het alle soorten transmigrerende wezens doordringt en daarop van toepassing is, en het is samengesteld omdat het de basis is van het huidige lijden en aanleiding geeft tot het toekomstige lijden. Er bestaat geen manier om te ontkomen aan deze vorm van lijden, behalve door het beëindigen van de voortdurende wedergeboorten.

Dit zijn de drie soorten lijden die in het begin herkend moeten worden. Dus, niet alleen gevoelens worden herkend als lijden, maar ook de uiterlijke en innerlijke verschijnselen afhankelijk waarvan dergelijke gevoelens ontstaan en de bewustzijntoestanden en mentale factoren die de gevoelens begeleiden worden ook als lijden aangeduid.

Wat zijn de oorzaken voor deze vormen van lijden? Afhankelijk waarvan ontstaat lijden? Er zijn karmische oorzaken en oorzaken door verstorende geesteshoudingen. Dit hoort tot de tweede van de vier edele waarheden, de ware oorzaken van het lijden. Karma of activiteit, heeft betrekking op onzuivere lichamelijke, verbale en mentale activiteiten. Uit het standpunt van aard of entiteit gezien zijn er drie soorten activiteiten: deugdzame, ondeugdzame en neutrale. Deugdzame activiteiten hebben plezierige of goede gevolgen. Ondeugdzame activiteiten brengen pijnlijke of slechte gevolgen voort.

De drie belangrijkste geesteshoudingen zijn een verkeerde zienswijze, gehechtheid en afkeer. Deze geven aanleiding tot vele andere soorten verstorende houdingen zoals jaloezie en vijandschap. Om de karma’s of activiteiten te stoppen die een bron van lijden zijn, is het nodig de verstorende houdingen die eraan ten grondslag liggen te stoppen. Daarom zijn van karma en verstorende houdingen de laatste, de verstorende houdingen, de belangrijkste bron van lijden.

Als je je afvraagt of je verstorende houdingen kwijt kunt raken, dan houd je je bezig met de derde edele waarheid, de werkelijke opheffing. Als verstorende houdingen deel uitmaakten van de werkelijke aard van de geest, was het onmogelijk ze te verwijderen. Als haat bijvoorbeeld in de geest zat, dan zouden we zolang we bewust zijn haatdragend moeten zijn, maar dit is duidelijk niet het geval. Hetzelfde geldt voor gehechtheid. Daarom wordt aangenomen dat de aard van de geest, van het bewustzijn, niet verontreinigd is door tekortkomingen. De verontreinigingen kunnen verwijderd worden, ze kunnen gescheiden worden van de fundamentele geest.

Het is duidelijk dat goede houdingen in tegenspraak zijn met slechte houdingen. Liefde en boosheid bijvoorbeeld kunnen niet tegelijkertijd ontwikkeld worden door dezelfde persoon. Terwijl je boosheid voelt ten opzichte van een bepaald object, kun je er niet tegelijkertijd liefde voor voelen. Op dezelfde manier kun je als je liefde voelt, niet tegelijkertijd boosheid voelen. Dit geeft aan dat deze twee vormen van bewustzijn elkaar uitsluiten, tegenstrijdig zijn.

Dus als je eenmaal meer gewend bent geraakt aan de ene soort van geesteshoudingen, zal de andere soort vanzelfsprekend zwakker en zwakker worden. Dit is de reden waarom door het oefenen en het vergroten van mededogen en liefde, de goede kant van de gedachten, de andere kant automatisch zal afnemen.

Op deze manier wordt vastgesteld dat de bronnen van lijden geleidelijk aan weggenomen kunnen worden. Met de totale uitroeiing van de oorzaken van lijden, is er werkelijke opheffing. Dat is de uiteindelijke bevrijding, werkelijke, duurzame vrede, redding. Dat is de derde van de vier edele waarheden.

Welk pad moet je beoefenen om deze opheffing te bereiken? Aangezien fouten voornamelijk voortkomen uit de geest, moet de tegenwerkende kracht mentaal ontwikkeld worden. Inderdaad moet je de uiteindelijke manier van bestaan van alle verschijnselen kennen, maar het is van het allergrootste belang de uiteindelijke staat van de geest te kennen.

Allereerst moet je je steeds opnieuw direct en op een volkomen non-dualistische manier de uiteindelijke aard van de geest, precies zoals hij is, realiseren. Dat wordt het pad van zien genoemd. Het volgende niveau is dan dat je gewend raakt aan die waarneming. Dat wordt het pad van meditatie genoemd. Voorafgaand aan die twee niveaus is het noodzakelijk een dualistisch meditatief evenwicht te bereiken dat een eenwording is van eenpuntige concentratie en diep inzicht. Daaraan voorafgaand is het, over het algemeen gesproken, om een krachtig wijsheidsbewustzijn te krijgen, nodig allereerst een standvastige geest te ontwikkelen, die eenpuntige concentratie wordt genoemd.

Dit zijn de stadia van het pad, de vierde edele waarheid, die nodig zijn voor het verwezenlijken van de derde edele waarheid, opheffingen die stadia zijn van het doen ophouden van de eerste twee edele waarheden, lijden en de oorzaken van lijden. De vier waarheden vormen de basisstructuur van de boeddhistische gedachtegang en beoefening.’

De vier waarheden voor de Dalai Lama
Uit deze toespraak blijkt wel dat de vier edele waarheden een belangrijke rol spelen in het leven van de Dalai Lama. Wij halen hier nog even een aantal citaten aan waarin direct verwezen wordt naar de 4 edele Waarheden:
- ‘De wortel van de boeddhistische leer wordt gevormd door de vier edele waarheden: het ware lijden, de bron, de opheffing en het pad.’
- ‘De vier waarheden zijn twee groepen van gevolg en oorzaak: vormen van lijden en de oorzaak ervan, en de opheffing van het lijden en de paden voor het verwezenlijken van die opheffingen.’
- ‘…eerst moet je de diagnose stellen van een ziekte, het ware lijden, de eerste edele waarheid.’
- ‘Wat zijn de oorzaken voor deze vormen van lijden? Afhankelijk waarvan ontstaat lijden? Er zijn karmische oorzaken en oorzaken door verstorende geesteshoudingen. Dit hoort tot de tweede van de vier edele waarheden, de ware oorzaken van het lijden.’
- ‘Als je je afvraagt of je verstorende houdingen kwijt kunt raken, dan houd je je bezig met de derde edele waarheid, de werkelijke opheffing.’
- ‘Dit zijn de stadia van het pad, de vierde edele waarheid, die nodig zijn voor het verwezenlijken van de derde edele waarheid, opheffingen die stadia zijn van het doen ophouden van de eerste twee edele waarheden, lijden en de oorzaken van lijden.’

Het uiteindelijke ‘doel’ van het boeddhisme is Verlichting te bereiken. En zoals de Dalai Lama zelf uitlegt, is dit alleen mogelijk via de vier edele waarheden. Allereerst is het lijden, waarvan je verlost wil worden. Vervolgens constateer je waar dit lijden vandaan komt, namelijk vastklampen. De derde edele waarheid is er op gericht dit lijden ‘uit te bannen’, ‘op te heffen’. Dit gebeurt met behulp van de vierde edele waarheid, het pad dat tot de uiteindelijke Verlichting moet leiden, het achtvoudige pad, ‘astangamarga’.
De Dalai Lama is boeddhist in hart en nieren. Dit blijkt uit het feit dat hij zijn toespraak besluit met de zin: ‘De vier waarheden vormen de basisstructuur van de boeddhistische gedachtegang en beoefening.’

De Dalai Lama en zijn relatie tot de sangha
De Sangha
Dit hoofdstuk gaat over de Dalai Lama en de sangha. Het woord sangha betekent letterlijk:’Raad van oudsten’ en stamt nog uit de tijd van de stamrepublieken ten tijde van de Boeddha. De Boeddha gebruikte deze benaming voor zijn ideale boeddhistische gemeenschap, omdat hij deze wil vergelijken met deze groep van bestuurders. Deze bestuurders zijn bijzonder door hun levenservaring; wat de leden van de sangha bijzonder maakt is hun meditatie-ervaring. De sangha wordt gezien als een familie bestaande uit monniken en nonnen enerzijds en leken anderzijds.
Omdat wij in dit werkstuk uitgaan van leerroute 2 en dus het boeddhisme als een persoonlijke levensstijl, het leven als boeddhist bestuderen en we dit betrekken op de Dalai Lama, is de eigenlijke hoofdvraag van dit hoofdstuk:
“Hoe is de levensstijl van de Dalai Lama en in hoeverre is dit de levensstijl van een monnik en in hoeverre is dit de levensstijl van een leek?”
Om op deze vraag het juiste antwoord te vinden brengen we o.a. de volgende punten in verband met de Dalai Lama:
- de drie uitgangspunten van het monnikleven
- de dagindeling van de monnik
- de gedragsregels voor de leken
Na dit onderzocht te hebben moeten we een goed antwoord kunnen geven op de vraag of de Dalai Lama meer de levensstijl van een monnik of van een leek heeft.

De Dalai Lama en de sangha
Paragraaf 3.1: de drie uitgangspunten van het monnikleven en de Dalai Lama
De drie uitgangspunten van het monnikleven zijn de basis van het strikt omlijnde leven dat de monniken van oudsher leiden. In de Vinaya, de kloosterregel, is in 227 regels hun leven van alledag vastgelegd, armoede, ongehuwd zijn (celibaat) en geweldloosheid zijn kernwoorden daarin. Deze kernwoorden brengen ons meteen bij de drie uitgangspunten van het monnikleven.

In hoeverre zijn deze kernwoorden nou belangrijk in het leven van de Dalai Lama?
De Dalai Lama leidt een heel sober leven; hij
woont in een klein huisje in Dharamsala; armoede is dus een belangrijk kernwoord in zijn leven.
De Dalai Lama is ongehuwd en dus celibaat. Dit is weer een aanwijzing dat zijn leven in de richting van de levensstijl van een monnik wijst.
Als laatste het punt geweldloosheid; de Dalai Lama zou heb liefst de hele wereld geweldloos zien. Een voorbeeld is het volgende wat hij op 9 oktober 1991 op de Yale University in de USA zei:

He said, "I am extremely anxious that, in this explosive situation, violence may break out. I want to do what I can to prevent this.... My visit would be a new opportunity to promote understanding and create a basis for a negotiated solution."

Paragraaf 3.2: de dagindeling van de monnik en de Dalai Lama

De dagindeling van een monnik is afhankelijk van waar hij verblijft. Zo is er een groot verschil tussen de dagindeling in een klooster in Thailand of in Japan. Aangezien de Dalai Lama in India woont, kun je deze dagindelingen niet over één kam scheren, maar we doen dit toch; je krijgt namelijk geen slechte indicatie.
Wat het belangrijkst is in de dagindeling van een boeddhistische monnik en wat dus ook de meeste tijd in beslag neemt is meditatie. Monniken beginnen daar soms al om 02:00 of 04:00 uur ’s nachts mee.
De Dalai Lama staat ’s ochtends om 04:00 uur op om te mediteren, daarna volgt hij een voortdurend schema van administratieve ontmoetingen, religieuze onderrichten en ceremoniën. Hij besluit iedere dag met een gebed voor hij naar bed gaat.
De administratieve ontmoetingen en de religieuze onderrichten passen goed in de dagindeling van een monnik. Thaise monniken besteden +/- 4 uur per dag aan studie en bijzondere taken. Dit benadrukt dus ook hoe dicht de Dalai Lama bij het monniksleven staat.

Paragraaf 3.3: de gedragsregels voor de leken en de Dalai Lama

De levenspraktijk van een boeddhistische leek komt het best tot uitdrukking in de rite van het opzeggen van de vijf gedragsregels; de ‘pancha sila’. De tekst daarvan wordt nu nog precies zo uitgesproken als meer dan tweeduizend jaar geleden.
De tekst luidt:
‘Ik neem me voor: het leven van alle wezens te ontzien.
Ik neem me voor: me niet te vergrijpen aan datgene wat
mij niet toebehoort.
Ik neem me voor: me correct te gedragen in seksuele
zaken.
Ik neem me voor: geen onwaarheid te vertellen.
Ik neem me voor: geen bedwelmende middelen te gebruiken.’
Het initiatief voor het opzeggen van de vijf regels komt altijd van de leken; zij vragen de monniken deze teksten te reciteren en aansluitend
enige uitleg te geven. Dit ritueel is de gebruikelijke aanvang van een plechtige
ceremonie en er zijn mensen die het verscheidene malen per week opnieuw meemaken. Iedere aanwezige bij de ceremonie neemt zich voor om tenminste voor 24 uur zich strikt te houden aan deze regels.
In het onderwijs in boeddhistische landen wordt veel aandacht besteed aan de verheldering van deze vijf gedragsregels.
In de vorige paragrafen staat beschreven dat een deel van de dagindeling van de Dalai Lama bestaat uit ceremoniën en religieuze onderrichten. Bij die ceremoniën is hij de monnik en is hij dus degene die de vijf regels opzegt. Dat maakt hem dus geen leek.
Ook is hij degene die religieuze onderrichten geeft en geeft hij dus verheldering van de vijf gedragsregels. Dat maakt hem dus ook eerder een monnik dan een leek.

Conclusie
De conclusie van dit hoofdstuk is dat de Dalai Lama dichter bij een monnik staat dan bij een leek. Met behulp van de drie uitgangspunten van het monnikleven, de dagindeling van de monnik en de gedragsregels voor leken is dat wel duidelijk geworden. Bovendien, de Dalai Lama zegt zelf altijd: "I am just a simple Buddhist monk - no more, nor less."

Conclusie & Eigen Mening

Na dit kleine onderzoekje kunnen wij de volgende conclusies trekken uit de drie hoofdstukjes over de Dalai Lama en Boeddha, de dharma en de sangha:
- Over de relatie tussen de Dalai Lama en de Boeddha kun je maar moeilijk een samenvattende uitspraak doen. Want ondanks dat zij één en dezelfde levensbeschouwing hebben, zijn het twee heel verschillende personen. Maar natuurlijk hebben ze ook wel overeenkomsten, zowel in hun uiterlijk als in hun persoonlijkheid. Zo zijn ze allebei kaal en willen ze allebei iedereen helpen om de Verlichting te bereiken en zetten zij zich allebei in voor vrede. Ze hebben dus allebei dezelfde doelen in hun leven. Verder hebben ze dezelfde levensstijl; ze leven allebei een sober leven. Maar boven alles blijven ze onlosmakelijk verbonden door hun levensbeschouwing: het boeddhisme.
- De dharma is zeer belangrijk in het leven van de Dalai Lama. De dharma is immers noodzakelijk om de Verlichting te kunnen bereiken. En aangezien de Dalai Lama niet alleen zelf de Verlichting wil bereiken, maar ook alle anderen wil helpen om dit te verwezenlijken, is de dharma een belangrijke basis in het leven van de Dalai Lama
- Door het hoofdstuk over de sangha zijn wij erachter gekomen dat de Dalai Lama met zijn levensstijl dichter bij een monnik staat dan bij een leek. We zijn hier achter gekomen met behulp van de drie uitgangspunten van het monnikleven, de dagindeling van een monnik en de gedragsregels voor leken; deze hebben we vergeleken met de Dalai Lama en hier hebben we conclusies uit getrokken.

Emilie: omdat wij ons al interesseerden voor de persoonlijkheid van de Dalai Lama, was het leuk om wat meer over hem te weten te komen en ons te verdiepen in zijn levensbeschouwing; het boeddhisme. Al was het één van de vele praktische opdrachten die wij dit jaar moeten maken, toch hebben we de tijd en de motivatie weten te vinden om dit werkstuk tot een mooi eindresultaat te brengen. Informatie vinden kon soms een klein probleempje vormen, maar mede met behulp van het lesboek hebben wij toch voldoende informatie kunnen vinden.
Wij hebben met plezier dit werkstuk gemaakt en we vinden het een mooie afsluiting van de lessen levensbeschouwing die wij door de jaren heen gevolgd hebben.

Karin: zoals Emilie hierboven al gezegd heeft, vonden we de persoon van de Dalai Lama erg boeiend om te bestuderen. We wisten wel dat hij een belangrijke man was in het leven van alle boeddhisten, maar we hadden geen idee van alle achtergronden en verhalen die er nog aan verbonden zijn. Naast de boeiende, wijze staatsman en religieus leider die hij is, blijkt hij ook nog eens een ‘doodgewone’, vriendelijke monnik te zijn. Deze godsdienst sprak en spreekt ons ook het meeste aan van alle godsdiensten die we hebben leren kennen in de voorgaande jaren en dit schooljaar vonden we dus ook het meest interessante jaar en we vonden het fijn om veel zelfstandig te kunnen werken, bijvoorbeeld aan dit verslag. Het was nogal wat werk en heel wat gezoek naar informatie, maar uiteindelijk is dit het resultaat en we hopen echt dat u het mooi vindt, want er zijn flink wat uurtjes in gaan zitten.
Bedankt voor 4 jaar levensbeschouwing!

Bronvermelding

• http://www.webb-sight.co.uk/html/pics.html
• http://www.dalailama.com
• http://www.scholieren.com
• http://www.s2f.com/fistick/monks.html
• http://www.visit99.com/nl/zat16.html
• http://home.tiscalinet.be/zendojo-turnhout/
• http://www.saigon.com/%7eanson/ebud/ebdha062.htm
• http://www.friends-of-tibet.org.nz/dlama.html
• http://www.dalailamainfo.com
• ‘Boeddhisme, Essentie van een geloof’
Door Bernard Faure
Abcoude, Uniepers 1998
• ‘Licht op Boeddhisme’
Door Damien Keow
Utrecht: Servire 1997
• ‘Verlichting van hart en geest’
Door de Dalai Lama, onder redactie van Donald S. Lopez jr.
Jaar van uitgave: 1996
• ‘Serie Religieuze Levensbeschouwingen, Boek Boeddhisme’

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

goeie presentatie!!

10 jaar geleden

S.

S.

mooie presentatie

10 jaar geleden