Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

boeddhisme

Beoordeling 3.3
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas havo | 4700 woorden
  • 11 januari 2016
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 3.3
  • 4 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak





Werkstuk Levensbeschouwing Boeddhisme



1. Ontstaan

De grondlegger van het boeddhisme is Siddharta Gautama. Hij werd geboren in het noorden van India, omstreeks 563 voor Christus, als zoon van koning Sjoeddhonana en zijn echtgenote Maja. Siddharta groeide op in een paleis als een bevoorrechte vorstenzoon en leefde aanvankelijk totaal afgeschermd van het harde leven van alledag. Hij huwde met Yasjodhara en kreeg een zoon, die Rahula werd genoemd. Hij leidde tot zijn 29 jaar een gelukkig leven aan het hof. Volgens een legende veranderde zijn leven na vier uitstapjes. Op de eerste drie werd hij geconfronteerd met achtereenvolgens een gebrekkige oude man, een ernstig zieke, een lijk en een bedelmonnik. Na het zien van al deze pijn en ellende zette Siddharta een punt achter zijn leven van weelde en zekerheid. Hij besloot heimelijk het paleis te verlaten en op deze vierde reis leerde een monnik hem hoe hij in afzondering moest leven. Jarenlang leefde hij in een bos en hield zich slechts bezig met meditatie. Na zes jaar bereikte hij de Verlichting en als Boeddha besteedde hij de rest van zijn leven aan het verkondigen van zijn inzichten en het opleiden van monniken.







׷ Het Boeddhisme wordt vaak onderverdeeld in drie categorien, voertuigen?? genaamd: stromingen die zich na Boeddhas dood hebben ontwikkeld en die verschillende aspecten van het boeddhisme benadrukken.



Het Hiniyana, het ғKleine Voertuig, kwam als eerste op in ZO-Aziԫ en wordt nog steeds beoefend in de therevada-scholen. Het Hiniyana behelst de fundamentele leringen van de historische Boeddha.







Uit het Hiniyana kwam het Mahayana voort, dat vooral vorm geeft aan de ethische en filosofische ontwikkelingen die zich in India voordeden. Uit het Mahayana kwamen ook nog verschillende stromingen voort zoals:



* Zen is in China ontstaan als mengeling tussen boeddhisme en taosme. Het kende in dat land een bloeitijd van meer dan vijf eeuwen, waarna het de oversteek maakte naar Japan.



* Het Tibetaans Boeddhisme is rond de zevende eeuw ontstaan in Tibet en omvat zowel mahayana als tantra (de derde categorie) en kent vier hoofdstromingen:



1. De Nyingma-school is de oudste van de vier tradities. De oorsprong ervan gaat terug tot de eerste unificatie van de boeddhistische traditie in Tibet, ongeveer laat zesde eeuw, begin zevende eeuw. Padmasambhava, een legendarische figuur uit die periode, zou de leer hebben gentroduceerd.



2. De Sakya-school beleefde zijn hoogtijdagen in de dertiende eeuw, toen de Mongoolse veldheer Godan Khan, de kleinzoon van Genghis Khan, Sayka Pandita uitnodigde, zijn volk het boeddhisme te komen onderrichten.



3. De Kangyu-school kwam in de elfde eeuw op en haar eerste belangrijke vertolker was Tilopa. Deze verkoos op lijkverbranding-gronden te gaan wonen, gekleed in lompen en bedelend om voedsel, om op die manier vrij te zijn en zijn leven te wijden aan meditatie.



4. De Geluk-school werd in de veertiende eeuw opgericht door Je Tsong Khapa, een zeer intelligente en vrome monnik die het Tibetaans boeddhisme in zijn oorspronkelijke zuiverheid wou herstellen.



* Het Chin is ook een vorm van het Mahayana en is ontstaan in China. Op welk tijdstip het boeddhisme voor het eerst naar China is gekomen, staat niet vast, maar de eerste contacten schijnen terug te gaan tot in de derde of tweede eeuw voor Christus.







Het Vajrayana of tantra werd overgenomen van en beﯯnvloed door Indiase hindoe-tantrapraktijken. Het staat ook bekend als het voertuig van de Vajra (bliksemschicht).







2. Verspreiding







Pas eeuwen na de dood van Boeddha begon het boeddhisme zich buiten Noord-India te verspreiden. Dit gebeurde vooral dankzij Asoka, leider van de Magadha, een van de oudste koninkrijken in het zuiden van Azi. Op het hoogtepunt van de Magadha, omstreeks 257 voor Christus, werd Asoka praktiserend boeddhist. Asoka nam de verspreiding van het boeddhisme voortvarend ter hand. Missionarissen werden naar naburige gebieden gezonden, zoals de Kashmir, de Himalaya, Myanmar (voorheen Birma) en elders in India. Asoka's zoon leidde een missie naar Sri Lanka (voorheen Ceylon) en bekeerde de koning aldaar tot het boeddhisme. Als gevolg hiervan heeft Sri Lanka waarschijnlijk de langste aaneengesloten boeddhistische traditie.



In de eerste eeuw na Christus verspreidde het boeddhisme zich verder via handelsroutes van Noord-India naar China. Daar ontwikkelde het boeddhisme zich in enkele eeuwen tot een belangrijke religie: boeddhistische teksten werden vertaald in Chinese dialecten en uiteindelijk mochten Chinezen ook boeddhistische monnik worden. Ook in Korea (vierde eeuw) en Japan (zesde eeuw) kreeg het boeddhisme invloed, maar het verdween tegelijkertijd weer uit India, het geboorteland van Boeddha.



Binnen het Hinayana onderscheidt men achttien sekten of scholen. Daarvan bestaat er nu nog maar
??n: het Theravada. De andere sekten verdwenen omstreeks 1200 na Christus, toen de moslims binnenvielen en zich over Noord-India verspreidden. Nu komt het Theravada vooral nog voor in de landen Cambodja, Zuid-Korea, Myanmar, Laos, Sri Lanka en Thailand.



Het Mahayana-boeddhisme komt voor in Tibet, Mongoli, China, Japan en Vietnam.



* Het Zenboeddhisme komt nu nog voor in Japan en Zuid-Korea



* Het Tibetaans boeddhisme komt vooral voor in Tibet



* Het Chinees boeddhisme vindt men nog in China, Zuid-Korea en Singapore.







3. Leer

Voor de boeddhist is de ware aard van het onverlichte menselijke bestaan teleurstellend. Toch kent het boeddhisme geen pessimistische levensinstelling. De mens kan immers aan de "pijn" van het lijden ontkomen, wanneer hij de oorzaken van het lijden kent en die doet verdwijnen. De oorzaken zijn geheel in de mens zelf gelegen. Boeddhisten zeggen dat het lijden een kwestie van "onwetendheid" over de oorzaken daarvan is. Zolang de mens niet tot inzicht komt, blijft zijn ellende zonder begin en zonder einde bestaan. Twee oorzaken worden afwisselend genoemd: onwetendheid en begeerte.



Niet alle boeddhisten leggen hierin dezelfde accenten. In het Theravada wordt vooral begeerte als bron voor het lijden gezien. In het Mahayana wordt onwetendheid in de vorm van het discursieve denken als oorzaak gezien: de mens houdt de werkelijkheid gevangen in het net van begrippen dat over die werkelijkheid wordt heen geworpen, hetgeen leidt tot onwetendheid (avidya). Voor de boeddhisten kan er dus een redelijke verklaring worden gegeven voor het lijden.



De meest fundamentele leer van de Boeddha is die over de Vier Edele Waarheden, die zuiver de transformatie van ??samsara naar ґnirvana weergeven. Het doel van deze waarheden is niet zozeer te komen tot bepaalde metafysische inzichten, maar veeleer om een antwoord te geven op een concreet menselijk probleem: het lijden. Het leven bestaat immers uit allerlei vormen van lijden: pijn, verdriet, afgunst, haat, noem maar op. Dit lijden wordt niet gedirigeerd door een hogere macht, maar de oorzaken liggen vooral in de mens zelf. Dat betekent ook dat de mens zich ervan kan bevrijden. De vier waarheden geven dit inzicht stapsgewijs weer:



1. Het leven is lijden



Dit is de Eerste Edele Waarheid en is erkenning van het feit dat de aard zelf van het leven onbevredigend is. We ervaren pijn en dood. Mensen en omstandigheden waaraan we zijn gehecht ontvallen ons en die welke we liever buiten ons leven willen sluiten komen er juist in. En nooit hebben we over dit onophoudende veranderingsproces enige controle.



2. Het lijden wordt veroorzaakt door hunkering



De Tweede Edele Waarheid legt uit, dat de oorzaak van deze frustratie niet inherent is aan de onbevredigende aard van onze wereld, maar een gevolg is van onze reactie daarop. Ons lijden komt eigenlijk meer voort uit het feit dat we hunkeren naar dat wat we niet hebben en ontevreden zijn met wat we wel hebben, dan uit de omstandigheden zelf.



De hunkering kent drie vormen: de hunkering naar zintuiglijke ervaringen



de hunkering om ons leven voort te zetten



de hunkering naar de opheffing van ons leven



Al deze vormen leiden tot daden die op hun beurt tot een eeuwigdurende kring van wedergeboorten leiden (samsara).



3. Verlossing van de hunkering betekent verlossing van het lijden



De troost te weten dat er een weg naar buiten is uit deze onvolmaakte wijze van leven is de Derde Edele Waarheid. Verlossing van het lijden leidt tot het nirvana. Het nirvana is moeilijk te vatten in concepten en termen, eerder door middel van yogaoefeningen en meditatie. In ieder geval is het een toestand waarin al het lijden is uitgedoofd, een toestand van absolute en eeuwigdurende vrede. Het betekent de definitieve be
ҫindiging van samsara, de kring van wedergeboorten (en dus van het lijden). Deze toestand is bereikbaar voor iedereen die leeft zoals in de vierde waarheid wordt omschreven.



4. Het Achtvoudige Pad leidt tot verlossing



Deze Vierde Waarheid biedt een pad om de weg uit deze onvolmaakte wereld te bereiken. Het is gebaseerd op de verandering van onze houding en gedrag, door beide te onderzoeken en in te zien dat ze steunen op verwarring en onjuiste waarneming.



Het Achtvoudig Pad omvat een breed scala van raadgevingen en oefeningen:



1. de juiste inzichten (overeenkomstig de vier waarheden)



2. de juiste bedoelingen (geen bezitsdrang, wreedheid of boosheid)



3. de juiste woorden (geen leugens, roddels, laster of ruwe taal)



4. de juiste handelingen (geen geweld jegens mensen of dieren, niet stelen, niet genieten ten koste van anderen)



5. de juiste levenswijze (een eerlijk en heilzaam beroep)



6. de juiste inspanning (inzet om het heilzame te bevorderen)



7. de juiste aandacht (alert voor het hier en nu)



8. de juiste concentratie (op het hier en nu, of op een heilzaam object)



De tweede belangrijke leer van het boeddhisme is die van de vergankelijkheid of tijdelijkheid (anityata).



Alle dingen in deze wereld bestaan slechts een moment en veranderen voortdurend, zonder dat er een onvergankelijke basis hieraan ten grondslag ligt. Verandering is geen transformatie van een onvergankelijke substantie, maar het volledig verdwijnen en opnieuw ontstaan van een dharma. Er is slechts een proces van verdwijnen en ontstaan, dat zich zo naadloos voltrekt dat het op ons de indruk maakt alsof de dingen continu bestaan.



Dit veranderingsproces heeft geen externe oorzaak, maar komt voort uit de dharma's zelf. Vergankelijkheid is dus een essentieel onderdeel van dharma's. Alle nieuwe dingen dragen vanaf het moment van hun ontstaan de oorzaak van hun vernietiging in zich en verdwijnen dus weer onmiddellijk.




׷ De derde leer is een vorm van het begrip causaliteit, namelijk de 'leer van het voorwaardelijk (of afhankelijk) ontstaan'. Voor de boeddhisten is het niet zo dat een aantal voorafgaande oorzaken een gevolg produceert. Iedere gebeurtenis en ieder ding is daarentegen het resultaat van een veelheid van voorwaarden. Als alle voorwaarden die nodig zijn voor het ontstaan van een bepaalde gebeurtenis aanwezig zijn, dan zal die gebeurtenis onvermijdelijk plaatsvinden. Met andere woorden: er is geen werkelijke oorzaak; het gevolg is niets anders dan de aanwezigheid van het totaal van voorwaarden die nodig zijn voor het ontstaan ervan.



Zo'n voorwaarde wordt ook wel dharma genoemd. Louter door zijn ontstaan werkt het (in combinatie met andere voorwaarden) mee aan het ontstaan van een ander dharma, dat op zijn beurt ook weer als voorwaarde dient. Aan de hand van dharma's worden het ontstaan, het tijdelijke bestaan en het verdwijnen van de realiteiten van onze ervaring verklaard. De dingen van de alledaagse wereld worden aldus teruggebracht tot hun ultieme elementen, of dharma's. Alle gebeurtenissen zijn het resultaat van een proces van onophoudelijk opeenvolgende conjuncties en disjuncties van dharma's, een proces dat doorgaat tot het eind van elke eeuwigheid, als alles ontbindt om daarna, in de volgende eeuwigheid, op dezelfde manier opnieuw te beginnen.



De theorie van de dharma's beslaat overigens niet alleen de materile dingen van onze ervaring, maar ook alle psychische processen en gebeurtenissen en zelfs de ziel. In feite berust geen enkel psychisch proces op een substantile realiteit. Alle psychische fenomenen worden verklaard in termen van het proces van het voortdurend ontstaan en verdwijnen van psychische gebeurtenissen of dharma's.



Het aantal dharma
??s is verschillend in elke boeddhistische school. De aantallen variren van 75 tot 174. Daarvan zijn de meeste dharma's voorwaardelijk (samskrta), maar niet allemaal. Het nirvana is een onvoorwaardelijk dharma (asamskrta); sommige boeddhisten voegen daar de ruimte aan toe, terwijl er weer anderen zijn die nog meer onvoorwaardelijke dharma's kennen.



Wat wij onder een 'auto' verstaan, is welbeschouwd een samenstel van verschillende onderdelen: carrosserie, stoelen, stuur, motor, wielen, enzovoorts. Voor boeddhisten is het begrip 'auto' daarom niet meer dan een woord, een naam, een predikaat zonder dat er een realiteit is die ermee overeenkomt.



Volgens de 'leer van de zelfloosheid' gaat deze vergelijking ook op met de mens. Een persoon is opgebouwd uit vijf afzonderlijke delen:



1. vorm: het menselijk lichaam,



2. gevoel: lichamelijke of mentale gevoelens, die plezierig, onplezierig of neutraal kunnen zijn en veroorzaakt worden door contact van de zintuigen met andere objecten,



3. de waarnemingen van de zes zintuigen (vijf externe en het interne, dat manas wordt genoemd),



4. impulsen, zoals hebzucht, haat, neigingen, wilsuitingen,



5. het bewustzijn, als resultaat van waarnemingen van de zintuigen.



Behalve deze vijf onderdelen is er een entiteit die men met 'persoon' zou kunnen aanduiden. Wat we gewoonlijk een 'persoon' noemen, is volgens de leer van het voorwaardelijk ontstaan niet meer dan een proces van continu ontstaan en verdwijnen, zonder dat er een onvergankelijk en substantieel zelf of ziel achter zit. Ons ego is niet meer dan een illusie. Er bestaan slechts dharma's die elkaar opvolgen. Er zijn fysieke en mentale processen of gebeurtenissen, er zijn daden en ervaringen, maar er is geen onvergankelijke dader van de daden of een subject dat de vruchten van die daden ervaart.



?e De ene mens is ziek en zwak, de andere sterk en gezond. De ene groeit op in welvaart, de andere in volstrekte armoede en ellende. De ene is geniaal, de andere dwaas. De ene wordt geboren als miljonair, de andere als armoedzaaier. Er zijn fundamentele verschillen tussen mensen, maar waar komen ze vandaan? De meeste religies zien hierin de hand van een onberekenbare schepper, maar het boeddhisme zoekt de oorzaak van deze verschillen daarentegen vooral in onszelf: karma.



Eigenlijk kan het begrip karma in n zin worden samengevat: ons heden wordt bepaald door ons verleden. De grote verscheidenheid in mensen is niet alleen maar toe te schrijven aan erfelijkheid, aan omgeving, of 'karakter' en opvoeding, maar vooral aan ons eigen karma. Wij zijn zelf verantwoordelijk voor onze eigen daden, ons geluk en onze ellende. Wij scheppen onze eigen hemel en onze eigen hel. Wij zijn de bouwmeesters van ons lot. Karma betekent letterlijk: handeling. Het omvat zowel het goede als het slechte. Naar welke van de twee de balans doorslaat hangt van onszelf af. We oogsten wat we zaaien. Nu zijn we het resultaat van wat we eens waren en in de toekomst zullen we het resultaat zijn van wat we nu zijn.



Karma is geen goddelijke beschikking, maar een gevolg van voorgaande handelingen van onszelf. Ieder schept zijn eigen omstandigheden. Karma is daarom geen wet van straffen en belonen, maar alleen van acties en reacties. We kunnen dan ook nooit een ander de schuld geven van onze slechte omstandigheden; een ander draagt er hooguit toe bij. De obsessie met schuld, boete, zonde en moraal kent het boeddhisme niet. De mens is niet zo zeer moreel, maar spiritueel verdorven. De boeddhist bekent zijn overtredingen, maar niet zijn zonden. Mensen zijn niet moreel, maar geestelijk slecht. Ze zijn niet schuldig, maar blind en onwetend; ze brengen zichzelf leed toe door eigen toedoen.



De toekomst van onze karma ligt niet helemaal vast. Onze karma bepaalt een deel van onze toekomst, maar zeker niet helemaal. Als dat zo was, dan zouden mensen altijd slecht blijven als ze een slecht karma hadden. Ze zouden altijd gevangen blijven in samsara, de eeuwige cyclus van wedergeboorten. Er bestaat een uitweg uit een slecht karma, maar voor verlossing zijn we weer van onszelf afhankelijk. Een boeddhist bidt niet tot een ander om verlost te worden, maar verlaat zich vol vertrouwen op zichzelf. Persoonlijke verantwoordelijkheid is de basis van het boeddhisme



?? Alle dingen in het leven hebben hun eigen cyclus. Het menselijk bewustzijn is niet zomaar uit het niets ontstaan, noch verdwijnt het simpelweg op het ogenblik van de dood. Het bestaan is verbonden met oorzaken en onderworpen aan voorwaarden. Mentale continuteit is het basisbegrip van de wedergeboorte. Het bewustzijn kent geen oorsprong of einde, maar verloopt van het ene bestaan naar het andere, van de ene lichamelijke ondersteuning naar de andere. Dit proces van wedergeboortes en opeenvolging van bestaansvormen noemt men samsara.



Samsara bestaat uit een aantal hogere en lagere bestaansniveaus. Overeenkomstig onze daden zal de levensstroom die nu ons bestaan vormt, na de dood een nieuwe identiteit zoeken Zo vindt er steeds een nieuwe geboorte plaats. Bij elke wedergeboorte komen we, afhankelijk van onze karma, terecht in een hoger of lager bestaansniveau. Zo dolen we door deze bestaansniveaus in een maalstroom van hebzucht, haat en begoocheling, en zijn we overgeleverd aan de eindeloze cyclus van geboren worden en sterven.



Aan deze cyclus kunnen we ontsnappen. De uitgang uit het samsara heet: nirvana. Met behulp van meditatie en door het beoefenen van het Achtvoudige Pad kunnen we onze karma ontstijgen. Zodra onze onwetendheid en dorst naar bestaan zijn vernietigd, zal er geen wedergeboorte meer zijn.



Nirvana is het hoogste goed in het boeddhisme. Het is de bevrijding uit samsara, de eeuwige cyclus van wedergeboorten, en de ervaring van een radicale verandering in het bestaan. Nirvana is een staat waarin de vlam van de levensdorst geheel gedoofd is. Door het ego los te laten wordt de werkelijkheid in haar onverhulde volheid gezien. Het is een verzoening met het bestaan zoals het in werkelijkheid is, voorbij onze eigen beperkte en vooringenomen beleving ervan.



Nirvana is geen onveranderlijk metafysisch principe, maar in de eerste plaats een persoonlijke toestand, een staat van geest. Die toestand dient in dit leven te worden gerealiseerd en is niet een staat die men wel of niet verkrijgt na de dood. Nirvana en de wereld om ons heen zijn niet twee verschillende werkelijkheden of twee verschillende toestanden van de werkelijkheid. Nirvana is de werkelijkheid ontdaan van al onze denkbeelden, met inbegrip van deze.



In het westen wordt nogal eens aangenomen dat nirvana een soort 'niets' is, het uitdoven van de eigen existentie. Dit misverstand komt waarschijnlijk door een ongelukkige vertaling van het 'loslaten van het ego'. Volgens het boeddhisme moet de mens zijn wereldlijke 'ik' overwinnen om daarmee ruimte te maken voor een diepere, meer authentieke manier van bestaan. Dit is iets anders dan zelfontkenning of vernietiging van de persoonlijkheid.







4. Religieuze boeken

Boeddha heeft geen geschriften nagelaten. Alles wat we van hem en over hem weten, berust op mondelinge overlevering die pas eeuwen na zijn dood op schrift is gesteld. Deze omstandigheid verklaart waarom de teksten van de verschillende scholen nogal eens van elkaar afwijken. Van de heilige geschriften van de meeste oudere scholen zijn slechts stukken in het Prakriet en Sanskriet, alsook Chinese en Tibetaanse vertalingen tot ons gekomen, maar de in het Pali, de taal van Midden-India, overgeleverde canon van de therevada-school is volledig bewaard gebleven. Deze zogenaamde Tipitaka (driedubbele korf) wordt door de boeddhisten uit Ceylon, Birma, Thailand, Cambodja en Laos, beschouwd als het authentieke woord van Boeddha. De in de Pali-canon vervatte leer is later geworden tot de leer van het Hiniyana, dit in tegenstelling tot de sinds de eerste eeuw na Christus in India opgekomen leer van het Mahayana. De teksten van het Mahayana vormen tegenwoordig de maatstaf voor Nepal, China, Korea, Japan, Tibet en Mongoli .



Een aantal religieuze boeken van het boeddhisme zijn: de Tripitaka, Anguttara-Nikaya, Dhammapada, Sutta-Nipatta en Samyutta-Nikaya







5. Rituelen en religieuze feesten

Religieuze feesten



* 26 februari: Maa Kha Boechja Dag



Dit is שn van de heiligste boeddhistische feestdagen. Dit feest herdenkt de dag waarop 1250 volgelingen van Boeddha spontaan samen kwamen om zijn leer te aanhoren.



* 26 mei: Visakha Buchja Dag



Dit is
?On van de belangrijkste boeddhistische feestdagen. Op deze dag hebben de verschillende Boeddha de Verlichting bereikt en zijn zij het Nirvana binnen getreden.



* 24 juli: Asa Kha Boechja Dag



Op deze dag gaf Boeddha na zijn Verlichting zijn eerste preek aan zijn vijf eerste volgelingen.



* 25 juli: Khao Phansa Dag



Dit is de eerste dag van een drie maand durende periode van meditatie waarbij de monniken de Boeddhistische leer studeren en waarbij de rechtsdoctors hun belofte vernieuwen om de principes van het boeddhisme te volgen.







6. Religieuze symbolen en hun betekenis

Een symbool van het Boeddhisme is het achtvoudig padӔ, dit is een wiel met acht spaken. Elke spaak betekent een deel van de levenshouding die je nodig hebt om steeds meer het juiste midden te vinden. Niet te veel of te weinig, steeds zonder overgave, met afstand en onthechtӔ. Onthecht betekent dat je je niet meer hecht aan spullen en mensen en je niet meer laat meeslepen door gebeurtenissen.



De lotusbloem is een zeer belangrijk symbool. De lotus werd het symbool van de leer van het boeddhisme. Omdat de monnikengemeenschap of sangha voortkomt uit de leer, komt de voorstelling van een monnik die uit de lotus opstijgt, veel voor. De lotus heeft zijn wortels in de modder, maar bloeit open in de zuivere open lucht en symboliseert daarom de staat van verlichting en de leer van Boeddha.



Het symbool van twee vissen staat voor het geluk dat te vinden is in echtelijke staat.







7. Opvattingen omtrent lijden

Boeddha kwam tot volgende ontdekkingen: het leven is lijden en dat komt omdat we verlangen naar zaken die ons onmogelijk bevrediging kunnen geven en we willen aan alles vasthouden. Iedereen kan van moeilijkheden bevrijd worden door een mededogend leven te leiden dat gekenmerkt wordt door deugd, wijsheid en meditatie.



Het leven is lijden. Lijden, bijvoorbeeld omdat het leven moeilijk te dragen is, omdat we er geen bevrediging in vinden, omdat we het gevoel hebben geen doel te hebben of het doel te hebben gemist en soort frustrerende zaken meer.



Vanaf je geboorte word je geconfronteerd met allerlei vervelende dingen. Je geboorte zelf is zelfs al lijden: iedereen heeft wel een geboortetrauma: van de veilige buik van je moeder het leven in, tegenwoordig in fel licht vaak, met dokters om je heen. Maar zelfs als je thuis werd geboren is de schok van die veilige geborgenheid de wereld in, een schok die je je leven lang meedraagt. Vroeg of laat komt iedereen er achter dat het leven niet allemaal rozengeur en maneschijn is.



Het leven is van nature moeilijk: geboorte, ouderdom, verlies maar er doemen ook problemen op, omdat dingen veranderen en een mens nu eenmaal graag houdt van wat hij heeft, v
šk zelfs, als dat narigheid met zich meebrengt. En we worden allemaal geboren met onze vermogens maar helaas ook met allerlei beperkingen van lichamelijke en geestelijke aard.



We lijden omdat we zonder ophouden verlangen. Verlangen naar beter, naar nieuwe ervaringen, naar geld, liefde, materile zaken, om steeds opnieuw tot de ontdekking te komen dat als we hebben wat we hebben wilden, weer van voren af aan beginnen met verlangen naar m᫩r, naar beter, naar We lijden omdat we hechten aan van alles en nog wat en het moeilijk vinden veranderingen toe te laten. Innerlijke vrede bevrijdt van moeilijkheden: Als verlangen naar en gehecht zijn aan allerlei zaken ons leven bemoeilijken, dat is er ??n manier om die moeilijkheden te beindigen, namelijk niet meer verlangen, niet meer hechten aan zaken die ons toch niet bevredigen.



Het ??toverwoord is tevredenheid. Tevredenheid met het feit dat je bestaat, met jouw kern, die zich kan verheugen, kan liefhebben, kan genieten, maar ҳk kan znder verlangens en hunkeringen.







8. Opvatting omtrent dood en leven na de dood

Het boeddhisme leert een re
㳯ncarnatie in de verschillende wijzen van bestaan. Het verschijnen op aarde kan een bijzonder slecht karma onderbroken worden door het uitboeten van langdurige hellestraffen, terwijl goede daden met het verblijf in een godenwereld beloond worden. Deze hemelen zijn verdiepingsgewijs boven elkaar ingericht; hoe hoger ze liggen, des te groter zijn de volmaaktheden van zijn bewoners. Desondanks is het vreugdevolle verblijf in de werelden der goden geen begerenswaardig doel voor de wijzen, want ook het hemelse bestaan neemt eens een eind door de terugkeer naar het leed op aarde. De uiteindelijke bevrijding van leed en hartstocht wordt pas gegarandeerd door het bereiken van het nirvana.



Het nirvana is volgens de leer van het hiniyana de reeds in dit leven bereikbare bevrijding van de drie hoofdzonden: haat, begeerte en verblinding. Bij zijn dood bereikt de heilige een toestand, waarin alle groepen van zijnsfactoren die zijn persoonlijkheid vormden, vernietigd zijn terwijl de mogelijkheid niet bestaat dat er weer nieuwe kunnen ontstaan. Het nirvana is dus, gezien vanuit het standpunt van de mens in de wereld, een niets; daarom wordt het vaak vergeleken met een lege ruimte. Het is evenwel relatief, geen absoluut niets, omdat het door hen, die het bereikten, ervaren wordt als een onzegbare, bovenaardse vreugde.



Het mahayana heeft minstens in enkele van zijn teksten en scholen dit nirvana, dat gelijkt op het uitblussen van een lampӔ, slechts aangeduid als een lager soort nirvana. Het ware, het hoogste nirvana, dat de bodhisattwa nastreeft, is geen statische, maar een dynamische toestand van verheven zijn boven de wereld, waarin een heilige voor eeuwig, vrij van niet-weten, hartstocht, leed en karma, voortdurend werkt aan het welzijn van alle levende wezens.



Het boeddhisme leert dat een verlossing van individuen persoonlijk mogelijk is, maar een verlossing van de wereld niet, omdat het aantal wezens in de wereld oneindig groot is. Het individu kan echter het heil slechts in de loop van ontelbare existenties bereiken als hij zich langzamerhand vrij maakt van alle aandriften en van de illusie van de aanwezigheid van een onvergankelijk Ik en een uit eeuwige substanties bestaande wereld.







9. Vergelijking van de opvattingen over lijden en dood met hindoesme

Zowel mensen in het boeddhisme als hindoesme worden geboren in kasten (een soort standen). Deze kaste bepaald veel dingen in het leven, zoals welk beroep men mag uitoefenen of met wie men wel of niet mag trouwen. De kaste waarin men geboren is, kan men in dit leven niet verlaten. Als men sterft, komt de atman (je ziel die reﯯncarneert) in een andere kaste terecht, afhankelijk van je gedrag in een hogere of lagere kaste. Deze kaste drukt een hindoe en boeddhist uit in karma. Als men een goed leven geleid heeft, is dat karma positief en komt men in een hogere kaste en omgekeerd. Die kringloop wordt samsara genoemd en als men hieruit verlost wordt heet dat de moksja. Na deze verlossing verenigt je atman zich met de Brahman (de goddelijke bron waar alle levende wezens uit voortgekomen zijn). Brahman is de goddelijkheid. Bij boeddhisten is het opperste dat je kan bereiken het nirvana, de verlichting of verlossing. De volledige innerlijke rust. Het is niet een hemel of leven na de dood, maar het wordt in zichzelf bereikt, door alles volledig te leren loslaten. Dit is waar alle boeddhisten naar streven.



Het boeddhisme heeft ook geen eigenlijke goden. Boeddha wordt als een heilige beschouwd. Het hindoesme daarentegen kent een uitgebreide godenwereld en tussen de vele honderden goden die voorkomen bestaat er een bepaalde rangorde. Dit zijn de drie belangrijkste goden:



Brahma, de ware schepper



ﷷ Sjiva, god van tegenstellingen, de schepper, vernietiger en hersteller. Daarom is hij ook de god van de kringloop van wedergeboorten.



Visjnoe, de enige heer van de wereld. Hij kan in verschillende gedaantes, avatara
גs, op aarde verschijnen.



Daarnaast bestaan er nog tal van andere goden, zoals: Indra, de god van het onweer; Varoena, de god van het water en Angi, de god van het vuur.







10. Persoonlijke waardering en bedenkingen

Ik kan me meer vinden in het boeddhisme dan in het christendom. Het boeddhisme gelooft niet in goden, maar in de mens zelf. Het is immers de mens die zijn leven waar moet maken en doen wat hij denkt dat het beste is. Goden gaan het leven van de mens niet waarmaken, maar voor vele mensen zijn goden een houvast waar ze zich kunnen toe wenden. Boeddhisten zijn ook niet zo gestresseerd, zoals de westerse mens. Zij hebben middelen zoals yoga om zich te ontspannen en hun geest te verrijken.



Het negatieve aan de godsdienst is dat het eigenlijk een mannenwereld is. Je hoort alleen over monniken en de vrouw wordt ondergewaardeerd. Ook op vlak van bezit en het gehecht zijn aan personen of materiaal is tegen het boeddhisme. Maar ik denk dat het misschien toch belangrijk is om aan iets gehecht te zijn, dan heb je toch nog een houvast. Vooral als boeddhist, die niet in goden gelooft, zou dat een mooie houvast zijn. Ik ben ook gehecht aan sommige dingen, het zijn herinneringen. Ook aan mijn huisdieren ben ik gehecht en ik denk dat het zeer moeilijk zou zijn om me er niet aan te hechten.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.