Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

De Romeinen

Beoordeling 5.6
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 5342 woorden
  • 23 april 2002
  • 364 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.6
  • 364 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Algemeen

Wegen, geld, sieraden, lezen en schrijven, stenen huizen en een leger. Deze dingen hebben wij allemaal geleerd van de Romeinen. Dit volkje kwam uit Italië, met als hoofdstad Rome. Het Romeinse Rijk zou in de geschiedenis het grootste rijk worden in Europa. Het begon met de stad Rome (met een paar honderd inwoners) en eindigde met 60 miljoen inwoners

In 600 voor Christus was Italië bewoond door verschillende volken. De Grieken hadden een plekje in het zuiden van Italië en de Carthagers op het eiland Sicilië. Op het kaartje staat al de stad Rome. Het was van de Latijnen. Vele volken vochten tegen elkaar. Na lange strijd wonnen uiteindelijk de Latijnen. Zij werden steeds machtiger. In 590 v. Chr. wonnen de Latijnen van de Etrusken.

800 jaar later hadden de Romeinen bijna heel Europa veroverd! Op het kaartje zie je dat ook Nederland veroverd werd door de Romeinen. Maar niet heel Nederland. De Romeinen hadden de rivier de Rijn als grens genomen. Dat betekende dus dat het zuiden van Nederland bezet was.

Nederland was toen nog geen echt land. Ons land bestond uit verschillende Germaanse stammen. In het noorden woonden de Friezen, in het westen de Kanninefaten, in het oosten de Tubanten en net boven de Rijn de Bataven. Ongeveer 50 voor Christus drongen de Romeinen ons land binnen.

Volgens een oud (verzonnen) verhaal werd de stad Rome gesticht door Romulus. Romulus had een broer, die Remus heette. Zij waren tweelingzonen van de god Mars, de god van de oorlog. Ze waren bij hun geboorte in de steek gelaten. Een wolvin bracht de tweeling groot. In een gevecht doodde Romulus zijn broer en werd de eerste koning van Rome en de stad kreeg zijn naam. Rome werd bestuurd door een koning, maar in 509 voor Christus werd de laatste Etruskische koning van Rome weggejaagd. Rome werd nu een republiek.
De Republiek werd bestuurd door de Senaat. De senaat telde in het begin 300 mannen. Het waren allemaal rijke mannen, die we Patriciërs noemen. De senaat werd geleid door 2 mannen, de consuls. Die 2 mannen waren in oorlogstijd de baas van het leger, minister van justitie en minister-president. De 2 consuls werden ieder jaar gekozen door de mannelijke burgers in Rome.

Buitenlanders, slaven en vrouwen mochten niet stemmen. Zij hadden geen enkele politieke rechten.
Hiernaast zie je een soort reclame. Het is verkiezingstijd en sommige mensen proberen op deze manier gekozen te worden.
De burgers die mochten stemmen kozen niet alleen consuls (leiders), maar ook praetors (rechters), quaestors (beheerders van het geld), aediles (verantwoordelijk voor openbare werken) en censors

Op deze munt staat een burger afgebeeld die zijn stem uitbrengt. De munt is afkomstig uit de tijd van de Romeinse republiek.
De Patriciërs hadden dus de macht. Maar er was nog een andere groep die helemaal niets te vertellen had. Die groep mensen noemen we de plebejers. Na een felle strijd tegen de patriciërs kregen ook zij meer rechten. Er kwamen geschreven wetten die ervoor zorgden dat de patriciërs niet meer alleen de baas konden spelen.

Ondertussen hadden de Romeinen al veel gebied veroverd. De Romeinen hadden sterke legers en goede wapens. De soldaten moesten gehoorzamen aan de legeraanvoerder. Deze legeraanvoerders hadden dus veel macht, want alle soldaten gehoorzaamden aan hem. De bekendste legeraanvoerder was Julius Caesar. Hij veroverde veel gebieden, zoals Frankrijk (Gallië) en delen van wat nu Italië heet.

Julius Caesar werd geboren in 100 v. Chr. Eerst was hij advocaat, later werd hij staatsman, veldheer en schrijver. Hij veroverde met zijn leger in 50 v. Christus Gallië. Dat land heet nu Frankrijk. Ook andere gebieden wist hij te veroveren. Hij keerde terug naar Rome en wilde alleen de baas zijn. Hij vond zichzelf een keizer en probeerde alleen te regeren.
Julius wilde alleen regeren, hij was dus een dictator.Van zijn achternaam (Caesar) komt het woordje "keizer". Julius Caesar probeerde de macht van de senaat kleiner te maken. Daardoor kreeg hij veel vijanden. Op een dag in 44 v. Chr. werd hij dan ook vermoord in de senaat door een van zijn vijanden.
Julius Caesar was nu wel dood, maar het Romeinse volk wilde toch wel graag 1 baas houden. Vanaf nu was de tijd van de Republiek ten einde. Er kwamen nu voor het eerst keizers die alleen de macht in handen hadden. De beroemdste keizer in de Romeinse geschiedenis was de keizer die na Julius Caesar kwam. Het was zijn pleegzoon Octavianus. Hij was keizer van 27 v. Chr. tot 14 na Christus. Octavianus zorgde voor vrede in zijn eigen land. De provincies werden nu ook beter bestuurd. Vanaf nu af aan zou er een lange periode van vrede in West-Europa zijn. Die periode in de Romeinse geschiedenis wordt de "Pax Romana" genoemd. Julius Caesar voerde ook een nieuwe kalender in. Het jaar kreeg nu 365 dagen en om de vier jaar kwam er een schrikkeljaar. (1 dag extra) De laatste dag van het jaar was dus 28 februari (of 29 februari bij een schrikkeljaar) december was dus niet de laatste maand, maar de tiende maand. (december = deci = 10) De maand waarin Caesar geboren was, werd ter ere van hem "juli" genoemd.

Octavianus kreeg later een andere naam. Hij werd nu "Augustus" genoemd. Dat woord betekent "de verhevene". De keizer stond dus boven alle andere mensen. Keizer Augustus is dus dezelfde keizer als keizer Octavianus.
Nog een beeld van keizer Augustus. Hij liet zich vredevorst noemen. Na zijn dood zouden er wel 50 keizers uit zijn familie komen.

De Romeinen hadden een schrift dat erg leek op dat van de Grieken. Er werd geschreven met een stylus. Het is een soort houten pen met een scherpe kant en een stompe kant. Met de scherpe kant schreef men in een waslaagje, met de stompe kant kon men het weer uitvegen.
Wetten en belangrijke dingen schreef men op papyrus. Papyrus was erg duur. Als je het schrijven oefende, moest je oefenen op een houten plankje. Daar zat een zacht laagje overheen. (Dat was een waslaagje)

Hiernaast staat het Romeinse alfabet. Veel woorden die we nu gebruiken, komen ook uit het Latijn. Latijn was de taal die de Romeinen spraken.
Het Latijn kent geen verschil tussen de letter "i" en de "j" en er was ook geen verschil tussen de "u" en de "v". De meeste Romeinen konden trouwens niet lezen of schrijven. Zij waren dus analfabeet. In het hele Romeinse Rijk werden tientallen verschillende talen gesproken, maar bijna alle talen hebben het alfabet later overgenomen van het Latijn. In Italië, Frankrijk, Spanje, België, Nederland en in een deel van Zwitserland lijken veel geschreven woorden op

Bouwwerken

De Romeinen behoren tot de beste bouwers uit de geschiedenis. Ze bouwden bruggen, riolen, havens, wegen, kanalen, huizen, tempels en aquaducten. Meestal gebeurde het vervoeren van water onder de grond, maar op sommige plekken kon dat niet. Dan bouwden de Romeinen bogen van beton en steen. Het waterkanaal moest over de hele lengte precies even schuin aflopen. Want dan bleef het water even hard stromen. Behalve een aquaduct was ook beton een uitvinding van de Romeinen. Het was sterk, goedkoop en gemakkelijker dan steenblokken.

Aquaduct betekent waterleiding.
Dit is de Pont du Gard, een aquaduct in Zuid-Frankrijk. Het water stroomde op 50 meter hoogte boven de rivier de Gard naar Nîmes. Het aquaduct was 50 km lang. Het werd gebouwd tijdens de regering van keizer Augustus. (27 v. Chr. tot 14 na Chr.)
Iedere grote Romeinse stad had midden in de stad een plein. Dat werd het forum genoemd. Het was een soort marktplaats, waar iedereen samen kwam. In Rome is nog een deel over van het forum. Het heet "Forum Romanum" (het plein van Rome) Hieronder zie je de overblijfselen van dat plein.

Het Forum Romanum was het centrum van de stad. Alle belangrijke gebouwen stonden er in de buurt. Het Colosseum en het Circus Maximus stonden er ook vlakbij.

Een foto van het Forum Romanum. Rechts zie je de curia. Het was het huis waar de senaat regeerde. Het keizerlijke paleis stond er ook vlakbij. De tempel van Jupiter stond er ook.

Overblijfselen (ruïnes) op het Forum Romanum.Op het plein liep de Via Sacra (heilige weg). Dit was de weg waar Romeinse generaals na hun overwinning liepen.
Op het Forum Romanum stond ook de belangrijkste tempel. De tempel was voor de goden Jupiter, Juno en Minerva.
Er was ook een tempel gebouwd voor alle goden. Deze tempel heet het "Pantheon". Deze tempel werd gebouwd tussen 118 en 125 n. Chr. en is het mooiste bouwwerk dat bewaard is gebleven. Het pantheon komt uit de tijd van keizer Hadrianus.


Veel keizers lieten voor zichzelf een triomfboog bouwen. Deze triomfboog is gebouwd ter ere van keizer Constantijn. Hij is gebouwd in 315 n. Chr. en staat in Rome. Keizer Constantijn regeerde van 213 tot 337 n.Chr. en stichtte de beroemde stad Constantinopel. Keizer Constantijn was de eerste christelijke keizer.

Romeinse steden werden vaak aangelegd in de vorm van een ruitjespatroon. Er waren huizenblokken die gescheiden werden door rechte straten. Zo'n huizenblok stond vol huizen en winkels. Vaak waren de huizen dicht op elkaar gebouwd. Deze luchtfoto is van de Romeinse stad Timgad in Algerije. Je kunt duidelijk het ruitjespatroon zien.

Huizenblokken werden insulae genoemd. De meeste Romeinen leefden in deze appartementen. De onderste verdieping waren meestal winkels. De mensen leefden op de tweede en derde etage. De huizen waren klein, benauwd en donker. Glas voor ramen was er pas 100 n Chr.

De meeste huizen hadden geen w.c. De mensen gingen naar een open toilet. Hiernaast zie je dat. De Romeinen zijn ook een tijdje de baas geweest in Engeland. In het noorden van Engeland staat nog een bekende muur van de Romeinen. Deze muur wordt "de muur van Hadrianus" genoemd. Hadrianus was een keizer die de opdracht gaf deze muur te bouwen. De muur werd gebouwd tussen 122 en 128 na Christus. De muur is 117 kilometer lang. De muur werd gebouwd omdat het de grens van het Romeinse rijk was. Bovendien kon de muur andere volken en stammen buiten houden als dat moest. Als andere volken (barbaren) geen wapens bij zich hadden, mochten ze wel langs de muur en mochten ze handel drijven in het Romeinse Rijk.

De rode lijn op het kaartje geeft aan waar de muur van Hadrianus gebouwd is. Deze 117 km lange muur was dus een grenspost van de Romeinen. De muur werd gebouwd door legionairs (Romeinse soldaten) 11.500 soldaten moesten de wacht houden bij de muur. Maar dit werkje mochten de hulptroepen doen. (Niet-Romeinse soldaten)

De muur van Hadrianus was ook voor de veiligheid gebouwd. Er lag een gracht voor de muur. Achter de muur lag een Romeinse weg. Er waren 2 wallen, waardoor de schildwachten een goed zicht hadden. Tussen deze wallen lag nog een vallum, een bredere gracht.

Maatschappij

Kinderen en vrouwen in de Romeinse tijd

Veel kinderen werden als slaaf geboren. Als ze 6 of 7 jaar zijn, moesten ze al werken. Bijna niemand ging naar school. Ook de kinderen die niet al te arm waren, moesten hun ouders helpen bij hun werk. Toch kregen een paar (rijke) kinderen les. Ze kregen les van hun vader, of van een huisleraar. Meestal was die leraar een Griekse slaaf. Ze kregen les in rekenen, lezen en schrijven in het Latijn en het Grieks. Als dat lukte, moesten de kinderen stukken uit boeken uit hun hoofd leren, zoals van de Griekse dichter Homerus. Fouten maken of niet opletten betekende flinke straf!

Een Griekse slaaf geeft hier les aan 5 kinderen. De kinderen schreven op een houten plankje met een dun laagje was erop. De leraar heeft een papyrusrol in zijn handen en dicteert.
De Romeinse kinderen speelden bekende spelletjes, zoals verstoppertje, tikkertje, hinkelen, haasje-over, met poppen spelen, vliegeren, schommelen en blokken bouwen. Als een kind geboren werd, kreeg een meisje na 8 dagen een naam en de jongens pas na 9 dagen. Een meisje werd meestal naar haar vader genoemd. Dan veranderde de laatste letters vaak in een "a". Bijvoorbeeld: De dochter van Julius heette dus Julia, de dochter van Claudius dus Claudia
Sommige rijke jongens en meisjes gingen vanaf hun zevende jaar naar school. Als ze 12 jaar waren, mochten alleen de jongens nog verder leren. Meisjes trouwden rond hun 14e jaar. En zij mochten zelf niet kiezen met wie ze gingen trouwen. Hun vader koos een geschikte man voor hen uit. De vader was in veel zaken de baas. Hij werd de Pater Familias genoemd (Vader van de familie) Je moest altijd naar hem luisteren. Ook de vrouw had weinig te zeggen. De vader had zelfs het recht om zijn eigen kind te verkopen als slaaf als hij dat nodig vond en in sommige gevallen had hij het recht om zijn kind te doden...

Vrouwen moesten voor de kinderen zorgen en een goede echtgenote zijn. Ze gebruikten make-up en droegen een tuniek. Er waren maar weinig beroepen voor de vrouw. Je kon priesteres, kapster, of arts worden, maar de meeste vrouwen bleven thuis

Ontspanning en vermaak

Iedere grote Romeinse stad kende vele zwembaden. Deze badhuizen werden thermen genoemd. Rijke mensen hadden thuis ook een bad, maar je ging voor de gezelligheid naar een badhuis. Zo'n badhuis zag er veel anders uit dan de zwembaden nu. Behalve verschillende warme en koude baden was er ook een apart sportterrein. Daar werden balspelen gehouden en werd met gewichten getraind. Mannen en vrouwen gingen niet in hetzelfde zwembad. Er waren aparte ruimten voor mannen en vrouwen.

Om warm water te krijgen in een bad, stookten slaven buiten het bad een vuur. De warme lucht werd onder de vloer via buizen naar het zwembad vervoerd. De vloeren en de muren werden soms zo heet, dat de mensen binnen klompen moesten dragen tegen de warmte.
In Romeinse steden stonden speciale bouwwerken die gemaakt waren voor feesten, wedstrijden, toneelstukken en grote shows. Vooral het theater, de wagenrennen en het gladiatorengevecht was voor de Romeinen een leuk dagje uit. In Rome staat nog een mooi overblijfsel van zo'n enorm theater. Het is het Colosseum.

Een foto van binnenkant van Colosseum nu. Het werd in 80 na Chr. door keizer Titus geopend. Er konden 50.000 mensen in. Er waren 80 ingangen, dus iedereen kon er in een paar minuten in. Waarschijnlijk konden ze met een groot zeil de bovenkant dicht maken. In dit Colosseum vochten gladiatoren met elkaar op leven en dood.

Een zeeslag in het Colosseum nagevochten. Binnen een paar minuten kon de zandpiste met water gevuld worden. Het Colosseum wordt ook wel een amfitheater genoemd.

Wagenmenners waren jonge mannen die in wagens door 4 paarden getrokken werden. Ze droegen de kleur van hun team. De teams moesten 7 rondjes maken.
De Romeinen hielden van het wedden op paarden en wagenmenners daardoor konden ze miljonair worden. De wagenmenners bonden de teugels van de paarden om hun middel, zodat ze niet uit zijn handen konden glippen. Maar de strijdwagens waren erg licht en als de wagenmenners er vanaf vielen, werden ze op de grond verder gesleept. Er stierven er dan ook veel.

Hiernaast een afbeelding van een gladiatorengevecht. Gladiatoren waren meestal slaven of gevangenen. Ze kregen eerst een training om goed te leren vechten. Als ze geluk hadden, bleven ze in leven en waren ze vrij. Maar bijna allemaal stierven ze tijdens de opleiding of in het gevecht. Veel mensen kwamen kijken naar het echte gevecht op leven en dood. Er waren verschillende soorten gladiatoren. Hiernaast zie je een zwaarbewapende gladiator tegenover een Retarius. Er is ooit een gladiator geweest, die 88 overwinningen behaalde. 's Ochtends kon je in de arena kijken naar dierengevechten.

Als een gladiator verloor of gewond raakte, kon hij aan het publiek om genade vragen. Als hij goed had gevochten, werd dat ook vaak gedaan. Maar als het publiek met hun duim naar beneden wees en iugula (afmaken) riep, dan werd hij vermoord.

De grootste renbaan voor wagenmenners was het Circus Maximus in Rome. Er konden 250.000 mensen kijken. Hiernaast zie je een plaatje van het circus maximus.

De Romeinen gingen ook graag naar het theater. Er werden veel Griekse voorstellingen gegeven. De acteurs waren bijna altijd mannen.
De acteurs (meestal Grieken) droegen maskers met een grote mond. Ze moesten hard roepen, zodat iedereen het horen kon. Ze moesten vaak meerdere rollen spelen. De beroemdste toneelschrijvers waren Plautus en Terentius. Zij schreven komedies over mensen waar je om kon lachen of waar je medelijden mee had.

Eten en drinken in de Romeinse tijd

Vooral in de winter was het moeilijk om verse groente en vers fruit te eten, want het was er gewoon niet. Je kon het voedsel niet lang bewaren. Er waren natuurlijk geen vriezers of koelkasten.Er waren wel manieren om het voedsel wat langer te kunnen bewaren, zoals drogen, roken, inzouten of inmaken. Toch aten veel Romeinen vaak bijna bedorven voedsel. Vandaar dat de Romeinen van sausjes hielden. Deze sausjes zorgden nog voor een aangename smaak. De Romeinen kenden geen aardappelen, sinaasappels, tomaten, citroenen, thee of koffie. In de morgen aten de Romeinen water en brood. Het middageten bestond uit vlees, vis, fruit en wijn. De Rijke Romein ging al om 2 of 3 uur 's middags naar huis. Dan begon het diner, de hoofdmaaltijd. Het diner duurde vaak meerdere uren. Soms waren er vrienden uitgenodigd die mee aten. Men kleedde zich om voor het diner en men at liggend op een bank. De Romeinen gebruikten geen vorken, dus moesten de handen regelmatig gewassen worden.

Rijke Romeinen eten hier hun hoofdmaaltijd. Slaven kookten voor hen en vermaakten de gasten met muziek, dans of andere voorstellingen.

Een kijkje in de Romeinse keuken. Slaven kookten in ovens of op een fornuis. Groenten en kruiden werden opgehangen om te drogen. Er stonden altijd wel een paar heel grote vaten van aardewerk waarin meel, wijn, vlees of gedroogde groenten bewaard werden. Arme Romeinen hadden geen keuken en kochten alles op straat. Er was veel brandgevaar tijdens het koken.

Dit apparaat werd gebruikt om kruiden of andere producten fijn te malen. Met de stamper (wrijfsteen) drukte men de producten in de kom fijn.

Hoe kwamen de Romeinen aan al die producten? In de tijd van de Romeinen werd er veel gehandeld. Hierboven staan de belangrijkste handelsproducten uit die tijd. Dankzij de handel in die producten kwam er geld in omloop en kwamen er goede wegen.

Hierboven en hiernaast zijn producten afgebeeld, die door Romeinse boeren verbouwd werden. Een groot boerenbedrijf werd een villa genoemd. Rijke Romeinen bezaten meerdere boerderijen en lieten het werk over aan opzichters en slaven.

In het Romeinse Rijk was een derde deel van alle mensen een slaaf. Je kon geboren worden als slaaf, of je werd slaaf omdat je gevochten had tegen de Romeinen. Sommige slaven moesten hard werken, maar je kreeg als slaaf wel een beetje salaris. Als je geluk had, kon je je misschien wel vrijkopen als je genoeg gespaard had. En slaven van de keizer hadden een goed baantje en een goed salaris!
Hier worden slaven vrijgemaakt. De slaven dragen de kap van de vrijheid op hun hoofd. De Romein heeft een staf vast, die de vindicta heette. Als je werd aangeraakt door deze staf, was je geen slaaf meer.

Sommige slaven droegen een naamplaatje om hun hals. Zo kon iedereen (die kon lezen) zien van wie deze slaaf was.

Oorlog

De Romeinen hadden een enorm goed leger. Het bestond uit 3 onderdelen:

* de legioenen (Een leger met Romeinse soldaten)
* hulptroepen (Een leger met niet-Romeinse soldaten)
* zeeschepen

De Legionairs waren goed getrainde Romeinse soldaten met veel wapens en mooie kleding. Elk legioen bestond uit ongeveer 5.000 man en het leger had tussen de 25 en 35 legioenen. Een legioen van 5.000 man was onderverdeeld in kleinere groepen. Die kleinere groepen heetten de centuriën. De leider van zo'n groep heette de Centurio(n) (Zie ook plaatje) 6 Centuriën bij elkaar noemde men een cohort. 10 cohorten samen vormden een legioen. 1 Cohort is dus 5.000 : 10 = 500 man. De legioenen waren meestal te vinden bij de grens van het Romeinse Rijk. De grens moest goed verdedigd worden. De Romeinse burgers waren niet verplicht om in het legioen te gaan. Veel Romeinse mannen gingen toch vrijwillig zo'n 20 tot 25 jaar als legionair op pad. De Romeinse keizer zorgde natuurlijk goed voor zijn vrijwillige soldaten. Als legionairs niet vochten of trainden, bouwden ze Romeinse villa's of wegen. Vooral arme Romeinse burgers gingen het leger in, want daardoor wisten ze zeker dat ze een goed loon kregen. In sommige gevallen kon je zelfs bevorderd worden tot Centurio.

Behalve een helm droeg een legionair ook een pantser, gemaakt van metalen platen met scharnieren. Hij had een schild van 6 kilo bij zich en wapens: 2 lansen, een ijzeren zwaard en dolken. Alles bij elkaar wogen de dingen ongeveer 30 kilo.

De Romeinse soldaten droegen sandalen. Die waren onmisbaar, want soms moesten de soldaten wel 30 km per dag lopen. Vandaar dat de sandalen ook voor een deel van ijzer zijn.
De hulptroepen van het leger waren geen Romeinse soldaten, maar andere mensen uit bijvoorbeeld overwonnen gebieden. Er waren bijvoorbeeld genoeg Germaanse jongens die wel in het Romeinse leger wilden gaan. Ze kregen wel salaris, maar minder dan de echte Romeinse soldaten. De niet-Romeinse soldaten moesten ook langer in dienst, maar kregen na afloop van hun lange soldaattijd een beloning: vanaf dan waren zij officieel een Romeinse burger. Ze hadden dan dezelfde rechten als een echte Romein. De hulptroepen werden trouwens steeds belangrijker, omdat het Romeinse Rijk erg groot was. Er waren gewoon veel soldaten nodig.

Romeinse soldaten (en slaven) leggen een weg aan. De wegen werden gemaakt om Romeinse legers snel te kunnen verplaatsen. Voor het eerst in de geschiedenis werden er wegen van steen gemaakt.

Langs de weg stonden mijlpalen. Hierop konden de Romeinen lezen hoe ver het nog was naar de volgende stad. Er stond ook op geschreven onder welke keizer deze mijlpaal was geplaatst. Nadat de Romeinen in West-Europa verdwenen (rond 500 na Christus), werden de verharde wegen steeds slechter en slechter.

In het Romeinse leger zaten niet alleen soldaten. Mensen die heel goed dingen konden bouwen, gingen ook mee. Zij hielpen de soldaten met het bouwen van bruggen, wegen, forten, legerkampen en oorlogsmateriaal. Hierboven zie je een beweegbare strijdtoren. De Romeinse legers hadden zeer goede wapens. Maar ze hadden ook slimme aanvalsplannen. De Romeinse legeraanvoerders wisten altijd wel de vijand te verrassen. Hieronder zie je een afbeelding van een schildendak. De soldaten hielden hun schild zo, dat niemand hen kon raken. De soldaten hadden een goede discipline. Als je niet gehoorzaamde, kreeg je erge straffen.

Goden

De volken in het Romeinse Rijk hadden hun eigen goden. De Romeinen probeerden hun eigen goden niet aan de andere volken op te dringen. De Romeinen hadden veel Goden, net zoals de Grieken die hadden. Eigenlijk leken de Griekse en de Romeinse goden op elkaar. De goden hadden allemaal hun eigen taak. Er was een god van de oorlog, een god van de landbouw enz. Tijdens de keizertijd werden keizers soms tijdens hun leven ook vereerd als god. Als ze dood gingen, werden ze ook als een god beschouwd. Hieronder een beeld van de belangrijkste Romeinse god. Hij heette Jupiter.
De koning van de Romeinse goden was Jupiter. Hij was een luchtgod met als symbolen de adelaar en de bliksemschicht. Jupiter leek erg veel op de Griekse god Zeus. Volgens de Romeinen woonde Zeus in de grote tempel op het Capitoleum in Rome. Romeinen bouwden tempels voor alle goden en geloofden dat de goden daar echt in leefden. Ze mochten vaak zelf niet in de tempel. In de tempel stond een beeld, maar de Romeinen geloofden dat de god in het namaakbeeld zat. Jupiter was de god van de donder, de bliksem en de Romeinse staat en van alle mensen. Bij belangrijke (politieke) beslissingen ging men eerst naar de tempel van Jupiter om raad te vragen.

De meeste keizers werden na hun dood tot god verklaard. Deze tempel is gebouwd voor keizer Augustus en zijn vrouw Livia. De tempel staat in Vienne in Frankrijk. Veel Romeinse tempels zagen er zo uit. Ze lijken erg op de Griekse tempels. Vaak werden er offers gebracht.
Hier nog eens 4 belangrijke goden. Links zien we Jupiter opnieuw. Hij werd ook wel "de grootste en de beste" genoemd. Zijn vrouw heette Juno en was de beschermgodin van vrouwen. Als tweede zien we Apollo. Apollo was een Griekse god, die door de Romeinen werd vereerd. Hij kon de toekomst voorspellen en de Romeinen brachten hem offers om achter zijn geheimen te komen. Als derde zien we Mithra(s). Deze god was eigenlijk de God van het licht van de Perzen. De god werd "meegenomen" door handelaren en soldaten naar Europa. Mithra besliste, of je na je dood in de hemel of in de hel terecht kwam. Als laatste zien we Neptunus. Hij was de god van het water en van de zee. Meestal wordt hij afgebeeld met zijn drietand.

Deze god heette Minerva en was de godin van de wijsheid, de ambachten, kunst, wetenschap, handel en industrie. Volgens de Romeinen had ze muziekinstrumenten uitgevonden. Ze wordt vaak met wapens afgebeeld, omdat ze soldaten in de oorlog zou begeleiden. Ieder jaar werd van 19 tot 23 maart het feest van Minerva gevierd. Leraren kregen dan hun jaarsalaris.

In veel Romeinse huizen stond een huisaltaar. De pater familias (vader van de familie) bracht regelmatig offers aan het altaar. Zo had ieder huis zijn eigen beschermgod(in)
Hieronder staan de 10 belangrijkste Romeinse en Griekse godennamen. Er staat ook bij welke functie de god vervulde:

Romeinse god
1. Amor
2. Aurora
3. Ceres
4. Diana
5. Mars
6. Neptunus
7. Pluto
8. Sol
9. Venus
10.Vulcanus

Griekse God
1. Eros
2. Eos
3. Demeter
4. Artemis
5. Ares
6. Poseidon
7. Hades
8. Helios
9. Aphrodite
10.Hephaistos

Functie van de God
1. God van de liefde
2. Godin van de dageraad
3. Godin van de landbouw
4. Godin van de jacht
5. God van de oorlog
6. God van de zee
7. God van de onderwereld
8. God van de zon
9. Godin van de liefde
10.God van het vuur

Er waren natuurlijk veel meer goden. Soms wisten de Romeinen zelf niet eens tot welke god ze moesten bidden. Veel buitenlandse goden werden trouwens overgenomen door de Romeinen, zoals de Perzische god Mithra(s) Meestal probeerden de Romeinen iets gedaan te krijgen bij hun goden. Zo vroeg men wel eens aan een god bij een altaar: "Als jij dat voor mij doet, dan bouw ik voor jou een altaar." Soms werden er mensen vervloekt. De god kreeg dan de opdracht van een Romein om iemand anders te laten sterven. Sommige vervloekingen werden achterstevoren geschreven. Dan werkte de vloek nog beter.

Hiernaast nog eens de god Mithras, die eigenlijk vanuit het huidige Iran door de Romeinse soldaten en handelaren is meegenomen naar Rome. Hier slacht de god Mithra(s) een stier. Volgens de Romeinen was het bloed van een stier de bron van al het leven zijn.
Hoewel de Romeinen andere godsdiensten met rust lieten, was er toch 1 godsdienst, die verboden was. Het was het christendom. Deze kleine godsdienstige groep had andere ideeën dan de Romeinen en de Christenen werden vaak gedwongen om hun godsdienst op te geven. Er zijn een aantal redenen waarom de (joods) christelijke mensen gedwongen werden:
1. Het christendom geloofde als enige godsdienst in 1 god. Alle andere godsdiensten geloofden in die tijd (in Europa) in meerdere goden.
2. De christelijke groep was klein en leefde apart. Daardoor waren ze een makkelijke "zondebok"
3. De Joods-christelijke leer verbood de verering van andere goden en van de keizers. De christenen weigerden dus de Romeinse goden te vereren.
4. De Christenen werden soms gedwongen om hun geloof op te geven. Maar veel Christenen geloofden dat je dat niet moest doen, want dan zou je niet in de hemel komen. Deze koppige houding van de Christenen betekende vaak, dat er mensen alsnog vermoord werden. Je stierf dan als "martelaar". In de Christelijke leer staat dat je dan (net zoals Jezus een martelaar was) in de hemel kwam. Je eigen leven geven voor het christendom was het "mooiste" wat je kon doen als Christen. Honderden jaren later werd het christendom steeds belangrijker. Het Romeinse rijk was inmiddels in 2 stukken verdeeld. Het Oost-Romeinse Rijk en het West-Romeinse Rijk.
Na de dood van keizer Diocletianus begon er een strijd om de macht over de Romeinse gebieden. Een van de 7 "vechters" was Constantijn. Op een dag in 312 kreeg Constantijn een visioen. Hij was net in oorlog tegen zijn tegenstander Maximinius en Constantijn droomde dat hij de schilden van zijn soldaten moest bekladden met Christelijke symbolen. Omdat Constantijn erg godsdienstig was, deed hij dit. En inderdaad won Constantijn deze belangrijke veldslag. Constantijn dacht dat hij gewonnen had met de steun van de Christelijke god. Als bedankje besloot hij in 313 dat de Christenen niet meer opgepakt mochten worden. Vanaf nu af mocht je dus Christen zijn. In 324 zou hij zelfs al zijn vijanden hebben overwonnen. Hij werd toen keizer over het hele Rijk.
Op zijn sterfbed besloot keizer Constantijn om zelf ook Christen te worden. Hij was dus de eerste Christelijke keizer.

Pompeï

Na Rome is de stad Pompeï de meest bekende Romeinse stad. Dat komt omdat deze stad in 79 na Christus door een uitbarsting van een vulkaan onder as bedolven werd. Zodoende is er veel bewaard gebleven van deze Romeinse stad, want later hebben archeologen de stad weer opgegraven. De Vesuvius staat er nog steeds

Hier zie je archeologen aan het werk. Ze zijn bezig een Romeinse nederzetting op te graven. De aarde wordt laagje voor laagje verwijderd. Als archeologen wat vinden, schrijven ze precies op wat ze gevonden hebben en waar ze het gevonden hebben.

Het rode gedeelte geeft aan waar in Italië de stad Pompeï lag en waar de Vesuvius ligt.
We hebben een ooggetuigenverslag van de verschrikkelijke uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Christus. Want de Romeinse schrijver Plinius logeerde toen juist bij zijn oom. Hij schreef op: "Op 24 augustus, rond 1 uur 's middags, maakte mijn moeder mijn oom op een rare wolk opmerkzaam. We begrepen eerst niet, maar later wel dat deze van de Vesuvius kwam. De wolk leek op een pijnboom, omdat hij eerst hoog opsteeg als een stam en daarna in takken uiteen waaierde." Al snel kwamen de mensen in de stad in gevaar. Veel mensen konden op tijd vluchten. Maar van de 20.000 inwoners stierven er toch nog 2.000. Ze stierven door verstikking, instortende huizen of lavasteen. Pas 3 dagen later trok de rook een beetje weg en was te zien dat de stad onleefbaar was geworden. De stad lag op een afstand van 8,5 kilometer van de Vesuvius en de stad lag nu onder een 4 meter dikke laag as en steen. 1800 Jaar later werd de stad langzaam beetje bij beetje opgegraven.

Zo ziet de opgegraven stad Pompeï er nu uit. Op de voorgrond zijn duidelijk de ruïnes (overblijfselen) te zien. Het heeft meer dan 150 jaar geduurd om de stad weer voorzichtig op te graven.

Hiernaast zie je een fresco. Deze fresco werd ontdekt op de muur van een huis in Pompeï. De jonge vrouw houdt een schrijftablet in de ene hand en een stylus in de andere. Men schilderde de fresco's op een pas gepleisterde muur die nog vochtig was. De kleurstof drong door in het pleister en bleef zitten terwijl alles droogde. Als de muur droog was, werd er een beschermlaag op de muur aangebracht.
Opnieuw een fresco uit Pompeï. Het werd ontdekt in een huis naast een bakkerswinkel.
Lange tijd dacht men dat de man Paquius Procolus heette, want die naam stond ook ergens op de muur. Maar dat klopte niet, want die naam hoorde bij een verkiezingsposter. Het was gewoon om een vrouw af te beelden met een stylus en een wastablet. Misschien studeerde de man wel, omdat hij een papyrusrol met een rode zegel vast heeft.

Een opgegraven villa in Pompeï. De kamer is bezaaid met fresco's.

Overblijfselen van de stad Pompeï. Hiernaast zie je een weg, maar er lopen stenen over. Deze stenen waren handig als het hard regende. Zo kon je over de stenen lopen en dus geen natte voeten oplopen.

Opnieuw een weg, maar nu kun je nog duidelijk de sporen van wagenwielen zien op de voorgrond. Langs de straten van Pompeï stonden allerlei winkels en bars. De weg liep schuin af, zodat het regenwater en het rioolwater in de goten liep.

Dit zijn 2 gipsen afgietsels van 2 slachtoffers. De mensen die door de ramp in 79 na Christus overleden, werden langzaam door de aslaag keihard, waardoor we nu heel makkelijk een gipsen afgietsel kunnen maken. Zo hebben de 2 slachtoffers gelegen toen ze dood gingen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

L.

L.

Dit werkstuk is letterlijk overgenomen van de site www.geschiednisvoorkinderen.nl/Romeinen.

16 jaar geleden

A.

A.

Je hebt der wat moois van gemaakt

Complimenten

Een Anoniem persoon

19 jaar geleden

R.

R.

Heel erg bedankt ik heb er heeeeel veel an gehad!!! xxx milou

18 jaar geleden

E.

E.

hij is echt super lelijk en hij klopt voor geen meter, echt waardeloos!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

18 jaar geleden

.

.

Wat boeit het :S

11 jaar geleden

J.

J.

goed werkstuk

10 jaar geleden

M.

M.

Zou je de volgende keren de bronnen er bij willen zetten?

6 jaar geleden