Roy Liechtenstein

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 6e klas vwo | 2511 woorden
  • 20 juni 2003
  • 122 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 122 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Roy Lichtenstein.
Hij is geboren in 1923 in New York en in 1997 overleden, ook in New York.
In 1962 had Lichtenstein een leidinggevende rol verkregen in de Amerikaanse kunstwereld, toen was hij al een tijd bezig.
Hij heeft een normale jeugd gehad. In 1939 kwam hij voor het eerst in aanraking met tekenen en schilderen. Hij volgde in 1939 een zomercursus bij Reginald Marsh, hij is de eerste leraar van Lichtenstein. Marsh hoorde bij een groep Amerikaanse kunstenaar die een nationale kunst propagandeerden. De thema’s hielden ze uit het alledaagse leven van de Amerikaan, dit gaven ze op een toegankelijke en karikaturale manier weer. Europese stromingen als kubisme en futurisme wees hij af. Lichtenstein vond dat meteen jammer, hij had via reproducties het werk van Picasso leren kennen, en werd daar ook door beïnvloed. De alledaagse, regionale onderwerpen waren voor de pop-art natuurlijk ook belangrijk.
Na de highschool ging hij naar de Ohio State University, een van zijn leraren was Hoyt L. Sherman, hij zou van grote invloed zijn op Lichtenstein. Het meest beïnvloedde Lichtenstein Sherman’s theorie dat de waarneming niet zozeer een verhalende of emotionele ervaring, maar een ziensproces was. Sherman beschouwt een schilderij als een plat vlak, als een tweedimensionaal oppervlak dat het uitgangspunt vormt voor de tekens die een kunstenaar erop zet. Op de Ohio State University hield Lichtenstein zijn graad. In Lichtensteins loopbaan speelt de academische context een belangrijke rol.

In 1951 verhuisde hij naar Cleveland, Lichtenstein had verschillende baantjes, o.a. technisch tekenen, etalagedecorateur en ontwerper voor blikproducten. Lichtenstein had in zijn schilderijen in deze tijd helemaal geen interesse voor levende modellen, realistische straatbeelden of stillevenmotieven. Hij schilderde ook niet puur abstract. Hij begon met het vervreemden van typisch Amerikaanse schilderijen van Frederic Remington en Charles Wilson Peale met westerthema’s, op een kubistische manier. Een Amerikaanse thematiek en Europese schilderstijl werden hier met elkaar gecombineerd.
Afbeelding Tiendollarbiljet blz. 9
In 1956 maakte hij een litho van een Tiendollarbiljet. Het formaat is bijna hetzelfde als een echt tiendollarbiljet, maar het portret van Alexander Hamilton ziet er vreemd uit, heeft bv. het haar van een Picasso-figuur. Het ingewikkelde randpatroon is sterk vereenvoudigd. Ten tijde van het tiendollarbiljet kwam het voor het eerst in Lichtenstein op om eenvoudige schilderen te maken. De grap is dat de toeschouwer de aangebrachte veranderingen herkent en ze leuk vind, als er teveel uitgelegd word, is de humor weg.
In 1957 ging Lichtenstein weer les geven in Oswego. Hier stopte hij met historische thema’s en begon abstract expressionistisch te schilderen. Hij probeerde zich duidelijk bij de hoofdstroom in de kunstmarkt aan te sluiten. Hij was niet echt een aanhanger van het abstract expressionisme, want hij ging als snel wat anders doen. Hij begon met het schilderen van stripfiguurtjes als Donald Duck en Mickey Mouse. Dit betekende geen breuk met het verleden, want hij was altijd al geïnteresseerd door de Amerikaanse mythologie.
Aan het eind van de jaren 50 begon Lichtenstein met het tekenen van kauwgumverpakkingen, hij vond cartoonfiguren de uitdrukking van de Amerikaanse cultuur.
In 1960 toen Lichtenstein bij het Douglas College docent werd zijn er veel nieuwe invloeden te bespeuren. Er werkten veel jonge, vernieuwende kunstenaars daar en Lichtenstein sloot aan bij hun ideeën.
Afbeelding Kijk, Mickey blz. 11
Afbeelding Meesterwerk 37
In 1961 besloot Lichtenstein met zijn expressieve stijl te breken, hij stelde vast dat het holwit van de industriële druktechnieken en tekst in een ballonnetje het schilderij veel sterker maakten. Het eerste grootschalige olieverfschilderij, waarin hij met scherp omlijnde figuren, drukverf en rasters werkte, was Kijk, Mickey. Dit schilderij bracht alles aan het rollen. De industriële stijl van de gedrukte comic werd de stijl van Lichtenstein. In 1961 maakte hij nog 6 schilderijen waarin hij herkenbare karakters van kauwgumverpakkingen of stripboeken gebruikte. Hij tekende ze met potlood direct op het doek en werkte ze vervolgens mij olieverf uit. Hij week niet zo veel af van het origineel. In veel van Lichtensteins vroege comics lijkt het alsof het tekstballontje een ironische lading heeft. Lichtenstein heeft hier zijn artistieke terrein gevonden, de Disneyfiguurtjes verdwenen als snel uit het repertoire, omdat ze niet anoniem genoeg waren, i.p.v. de Disneyfiguren nam hij in het vervolg banale en onnozele tekeningetjes als voorbeeld, bijvoorbeeld kleine advertenties uit de gouden gids, illustraties uit postordercatalogi of liefdes- en oorlogsstripverhalen. In 1962 had hij zijn eerste belangrijke solotentoonstelling bij Castelli, nog voordat de tentoonstelling geopend was, waren alle schilderijen verkocht. In Meesterwerk lijkt Lichtenstein zijn eigen succes met ironie te bekijken. Hij hoefde nu geen les meer te geven en wijdde zich alleen aan schilderen.

Afbeelding Meisje met Bal blz 24
Lichtenstein wilde dat zijn schilderijen eruit zagen alsof ze door een machine gemaakt waren, hij gebruikte als voorbeeld nooit foto’s, maar gaf de voorkeur aan onpersoonlijke, handgetekende figuren. In enkele gevallen is het origineel bewaard gebleven, bijvoorbeeld bij Meisje met bal, hierop is ook te zien dat de afbeelding wel degelijk is veranderd.
Afbeelding Friteuse 10,2
In de jaren 60 ontstond de consumptiemaatschappij in de Verenigde Staten, Lichtenstein speelde hierop in, door het tekenen en schilderen van verschillende consumptieartikelen. De manier waarop de reclame aan de werkelijkheid voorbijgaat, trok hem aan. Zo maakte hij bijvoorbeeld een Friteuse, Sok en Wasmachine. Het is duidelijk dat de artikelen uit een postordercatalogi of reclame komen, ze staan tegen een witte achtergrond, er is geen begeleidende tekst en ze hebben geen verborgen boodschap. Ook stak Lichtenstein de draak met dat vrouwen het verlengstuk zijn van huishoudelijke apparaten.
Het gaat Lichtenstein er niet om om de consumptiemaatschappij te bekritiseren, hij laat de consumptiemaatschappij gewoon zien zoals zij is, dan maakt de consumptiemaatschappij zichzelf wel belachelijk.
Lichtenstein wilde commerciële kunst maken, omdat hij het directe en efficiënte waardeerde die daar zo belangrijk is. Lichtenstein merkte als eerste dat commerciële kunst kwaliteit bezat, hij nam niet alleen de thema’s over, ook gebruikte hij dezelfde weergave.
Afbeelding Meisje met bal 24
Afbeelding de Kus 11
Afbeelding Meesterwerk 37
Afbeelding Eddie-tweeluik 36
Het prototype mooie vrouw, zoals in Meisje met bal, duikt steeds weer op in het werk van Lichtenstein, in de latere schilderijen komt zij gladder over en krijgt ze soms ook tekst. Ze doet altijd precies wat van een vrouw verwacht wordt, bijvoorbeeld in de Kus, Meesterwerk en Eddie-tweeluik. De meisjes zijn alleen aan het uiterlijk te beoordelen, een knap meisje is een goed meisje een lelijk meisje een slecht meisje.
Afbeelding Verdrinkend Meisje 52
Zoals de meeste mensen nemen de figuren zichzelf heel serieus, ze zijn ongewild grappig.Bijvoorbeeld Verdrinkend Meisje.
Afbeelding Takka Takka blz 22, nr.22
Gevoelens werden bij Lichtenstein of sterk overdreven, zodat de emotie onecht lijkt, bijvoorbeeld in Verdrinkend meisje, of gevoelens werden juist gematigd. In de schilderijen met de oorlogsthema’s komt dit het meest naar voren. Er wordt geen stelling genomen voor of tegen een partij, bijvoorbeeld in Takka Takka (1962), het is hier niet duidelijk wie de partijen zijn, terwijl dat in het origineel wel zo is. Zijn schilderijen werden weleens als pacifistisch gezien, maar Lichtenstein had niet te bedoeling om te wereld te verbeteren. Hij wilde alleen de ironie laten zien.
Lichtenstein had met zijn kunst niet de pretentie een oordeel te vellen over de maatschappij, ook als had hij er natuurlijk wel opvattingen over. Hij wilde onderzoeken wat precies kunst was.
Een belangrijk stijlkenmerk van Lichtenstein zijn de rasters die in een schilderij verwerkt zijn. Hij imiteerde hiermee het drukproces en benadrukte daarmee het belang van het gedrukte beeld. Lichtenstein gebruikte geen rasters in zijn vroege werk, maar het werd toch zijn handelsmerk. Tot in zijn laatste schilderijen heeft hij de rasters gebruikt. Er zijn overeenkomsten tussen George Seurats ‘pointillisme’ en Lichtensteins puntrasters, beiden gebruiken verschillende takken van een puntrasters die elkaar niet snijden. Lichtenstein zelf heeft in 1966 gezegd dat, zodra hij begint met een schilderij, het een abstractie voor hem word, de helft van de tijd staat het schilderij ook op zijn kop.
Afbeelding de Kus blz. 35
De rasters maakt hij op de volgende manier. In 1961 maakte hij een regelmatig reliefpatroon door middel van een hondeborstel en een aluminiumplaat, waarin hij gaten geboord had. De plaat legde hij op de schets, waarna hij er met een borstel overheen verfde. Zo ontstond ontstond een regelmatig patroon. Maar naar Lichtensteins zin was het nog te onregelmatig, hij ging over op de frottagetechniek, Lichtenstein maakte een tekening, legde het papier op het rastervlak(een fijn gaas) en wreef er met potlood over. Je kreeg dan dus kleine rasters. De rasters werden zo onregelmatig qua kleur, dit wilde Lichtenstein niet, daarom experimenteerde hij met allerlei soorten gaas en platen. Later gebruikte hij sjablonen, dit was de manier om een mechanisch ogende regelmatig raster te creeren. Toen hij eenmaal sjablonen gebruikte is hij daar bij gebleven.
Sinds 1963 gebruikt Lichtenstein naast de sjablonen een overheadprojector, om de voorbeelden op een doek te projecteren. Vaak had hij een assistent in dienst die de rasters maakt, om tijd te besparen en ergens anders aan te werken. Niemand weet waarom Lichtenstein de rasters precies gebruikte, zelfs hij zelf niet. Hij heeft er verschillende verklaring voor, de rasterpunten kunnen een decoratieve betekenis hebben, of ze kunnen het industriële proces nabootsten, of het kan erop wijzen dat het schilderij een vervalsing is, bijvoorbeeld een beroemd schilderij in puntrasters is duidelijk niet het origineel.
Afbeelding Golfbal blz 26)
Lichtenstein vond het belangrijk om de kunst in aspecten te verdelen, wie maakt het, wanneer en met welk doel? Hij werkte met toespelingen naar andere kunstenaars (Golfbal naar Mondriaan) of hij verdiepte zich direct in het werk van een andere kunstenaar. Hij had geen respect voor kunst op zich, hij vond dat kunst het contact met de buitenwereld had verloren en dat dit weer hersteld moest worden, in de vorm van de pop-cultuur. Lichtenstein kon zowel een beroemd schilderij als een kauwgumpapiertje als inspiratie hebben. Hij hield zowel zijn inspiratie uit reproducties van bijvoorbeeld Picasso als van een kauwgumpapiertje, voor hem was dit hetzelfde, een druksel.
Afbeelding Meesters der schilderkunst blz 40/41
Een grote inspiratiebron was Picasso voor Lichtenstein, hij gebruikte dezelfde zwarte omlijning en bracht zijn figuren ook terug tot vlakken. In 1962 maakt hij Femme au Chapeau, en Femme d’Algiers.naar Picasso De vrouw staat voor een gerasterde achtergrond, haar borsten lijken uit een tienerstrip te komen. Het schilderij lijkt op een karikatuur van Picasso’s schilderij, maar dat is het niet. De kleuren in Lichtensteins schilderij zijn verminderd, naar alleen geel en blauw en helderder geworden. De vormen zijn vereenvoudigd en lijken in evenwicht. Lichtenstein heeft zijn eigen zijn eigen stijl vermengt met de stijl van Picasso en er is iets nieuws uit ontstaan.
In de jaren 1966 tot 1970 liet Lichtenstein zich inspireren door Art Deco, dit is een kunstvorm die niet tegen massaproductie was. Het is niet zo dat het puur functionele kunst betrof, nutteloze versieringen werden juist als positief gezien. Lichtenstein accepteerde dat de Amerikaanse cultuur geen oude westerse traditie kende en vond dat geen probleem.
In de Art Deco schilderijen die hij maakte valt op het platte vlak plat blijft, er wordt nergens geprobeerd ruimte of diepte te creëren.
Het lijkt misschien vreemd dat Lichtenstein naast de stripfiguren ook Art Deco maakte, maar het kan verklaard worden doordat de Art Deco pretendeerde het modernisme te behandelen, maar zelf niet serieus genomen kon worden. Zowel de Art Deco, met zijn overdreven en bombastische vormen, als de strips, maakten zichzelf belachelijk.
Afbeelding landschap 105
Afbeelding Kathedraal 166/167/168
Afbeelding Rode Ruiter blz 68/70
In de loop der jaren heeft Lichtenstein bijna alle moderne stromingen gebruikt, impressionisme, kubisme, fauvisme, futurisme, expressionisme.
Impressionisme is van het rijtje de populairste en daarom uitermate geschikt voor Lichtenstein. Hij maakte talloze landschappen. Ook maakte hij Kathedraal van Rouen (Gezien op drie verschillende tijdstippen van de dag)serie 2. In zijn schilderijen is het onduidelijk of het licht ook daadwerkelijk anders valt, door de rasters, het ging Lichtenstein er ook niet per sé om dat het drie verschillende tijdstippen waren, het ging hem er meer om dat dat bij Monet zo was.
Een voorbeeld van een door futurisme geïnspireerd schilderij is Rode ruiter. Lichtenstein beeld het paard en ruiter zo af, dat er van beweging geen sprake meer lijkt te zijn, dit was natuurlijk wel de bedoeling van de futuristische schilder Carlo Carra.
Het lukt Lichtenstein steeds om de elitaire kunst naar een lager kunstniveau te plaatsen. De pop-art kunstenaars in het algemeen, probeerden door het gebruik van alledaagse voorwerpen en onderwerpen de realiteit in hun werk over te kunnen brengen, maar het bleek zeer moeilijk de grenzen van de kunstwereld te overschrijden.
Lichtenstein heeft zich zijn hele leven met dezelfde onderwerpen beziggehouden. Tijden de jaren 70 gebruikte hij wel nieuwe onderwerpen, ten opzichte van de jaren 60, maar tegelijkertijd gebruikte hij ook nog dezelfde onderwerpen. Ironie en humor zijn belangrijk in Lichtensteins werken. Er zijn echter twee series schilderijen en tekeningen uit de jaren 70 die serieuzer zijn en minder ironisch, dat zijn de spiegels en de architectuurfriezen. Vooral de spiegelserie is heel abstract, als je de titel niet zo weten, zou je er waarschijnlijk geen spiegel uithalen. Het schilderij lijkt het voorwerp zelf.
Terwijl Lichtenstein aan de architectuurfriezen en de spiegels werkte, werkte hij ondertussen ook nog altijd aan schilderijen van een stripachtigkarakter. Hij maakt verschillende series naast elkaar. In de jaren 70 en 80 werd de vormentaal in de schilderijen losser en uitgebreider. Als hij elementen uit andere schilderijen gebruikte, waren dat alleen nog elementen uit schilderijen van hemzelf. In andere schilderijen begon hij onderwerpen en stijlen van verschillende kunstenaars met elkaar te mengen, waarbij hij zo ook naar eigen inzicht veranderde. Hoe langer hij dit deed, hoe meer stijlen hij mengde. Ook begon hij zich bezig te houden met het stilleven. Hij tekende dan details uit vroegere werken uitgebreider.
Afbeelding Atelier blz 63/64/65
Lichtenstein schilderde ook ateliers. De ateliers lijken meer musea als atelier, maar er komen allerlei details uit verschillende van schilderijen in voor, niet alleen uit zijn eigen schilderijen, ook uit schilderijen van anderen. In sommige ateliers zijn elementen gebruikt uit wel tien andere schilderijen van Lichtenstein. De aangehaalde elementen gebruikt Lichtenstein niet om andere kunstenaars te ‘eren’, maar meer om zijn eigen stijl van het aanhalen van andermans elementen te laten zijn.
In de jaren 70 en 80 maakte Lichtenstein geen schilderij meer na, bijvoorbeeld naar voorbeeld van een plaatje uit een advertentie, hij maakte slechts nog zijn eigen composities.
In deze periode was hij ook bezig met een serie trompe-l’oeilschilderijen, dit zijn stillevens, waarin word geprobeerd de kenmerken van een schilderij te omzeilen, door, meestal kleine, voorwerpen op een realistische manier weer te geven.
Eind jaren 70 hadden kunstcritici Lichtensteins werk als surrealistisch betiteld, Lichtenstein nam dit misverstand over met zijn surrealistische serie, details, bijvoorbeeld de lippen van een vrouw, zweefden in deze serie los over het doek. Er komen weer details uit eerdere werken terug. Het verschil met de surrealisten is dat het geschilderde duidelijk en goed te herkennen blijft.
Lichtensteins ontdekkingsreizen hebben hem niet uit het doolhof van de moderne kunst gehaald, maar bij zijn expedities heeft hij nieuwe en ontdekte paden betreden. Het belangrijkste in Lichtensteins oeuvre zijn de irriterende tegenstrijdigheden en de terughoudende humor. Na Lichtensteins uitbuiting van de bekende beeldenwereld, kan je je afvragen wat kunst in nu nog kan zijn.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

mooi

6 jaar geleden