ADVERTENTIE
Ben jij op zoek naar een studie die je meer biedt dan standaard hoorcolleges en werkgroepen?

Verdiep je dan eens in een universitaire studie bij Defensie! Een studie waar je meer leert dan studeert. Samen met Defensie beantwoorden we de meestgestelde vragen over studeren bij Defensie. 

Check het artikel!

Fonteinen van Rome



Inhoudsopgave

Inleiding

Oude fonteinen

De oorsprong

De middeleeuwen

Moderne fonteinen

Kleine fonteinen 16e tot 19e eeuw

Kleine fonteinen 19e en 20e eeuw

Enkele grote fonteinen

Bronvermelding



Inleiding

Een paar jaar geleden heb ik samen met mijn ouders de stad Rome bezocht. Ik was enorm onder de indruk van alle imposante gebouwen die ik daar heb gezien. Daarna ben ik mij gaan interesseren voor de architectuur van de Romeinen en de Grieken. Ik heb gemerkt dat de klassieke architectuur zeer omvangrijk is, te omvangrijk voor een werkstuk.

Wie net als ik eens in Rome is geweest zal hebben gemerkt dat het daar zeer warm kan zijn. De vele mooi fonteinen zorgen voor wat verkoeling. Maar wat aan de buitenkant niet te zien is, is hoe een fontein werkt. En daar werd ik steeds nieuwsgieriger naar. In dit werkstuk probeer ik uit te leggen hoe de Romeinse fonteinen werkten.






Verder besteed ik aandacht aan de vormgeving van de fonteinen: sommige fonteinen zijn eenvoudig vormgegeven maar met sommige fonteinen wilden de opdrachtgevers flink imponeren. Bovendien vind ik fonteinen voor sfeer zorgen, kille steden en pleinen verlevendigen helemaal door het sprankelende water van een fontein. Aan de hand van een paar mooie foto’s geef ik een kleine impressie van de fonteinen en het verhaal erachter.



OUDE FONTEINEN



De oorsprong



Fonteinen gebruiken wij nu voor de sier, vroeger was dat wel anders. Ze waren hard nodig voor drinkwater. De vroege inwoners van Rome, stammen die op de Zeven Heuvels woonden haalden hun water direct uit de Tiber. Waarschijnlijk maakten ze ook gebruik van kleine putten en bassins waar regenwater in opgevangen werd. Onlangs is voor deze theorie bewijs gevonden. Rond het forum van Caesar zijn zulke putten gevonden. Deze dateren van voor de 6e eeuw voor Christus. In deze periode zijn ook de eerste fonteinen gebouwd. Eigenlijk zijn het meer de voorlopers van de echte fonteinen omdat er waarschijnlijk gebruik werd gemaakt van opgevangen regenwater of een kleine bron.

Een van deze fonteinen moet de fontein van Lacus Iuturnae, genoemd naar de godin Iuturna, geweest zijn. Zij was de beschermer van de arbeiders maar had ook een relatie met water. De fontein stond in de buurt van het Forum Romanum, bij de tempel voor Pollux en een put 6e eeuw v. Chr. Castor. Volgens de overlevering werd hier in 499 v. Chr. na een gevecht gestopt om hun paarden te laten drinken.



Tijdens de periode van de republiek konden de putten, kuilen en de Tiber de waterbehoefte van de snel groeiende bevolking niet meer aan. Er werd uitgeweken naar natuurlijke waterbronnen, door gesmolten sneeuw en regenwater, in de bergen bij Rome. Om het water over deze afstanden, ongeveer 11 kilometer werden naar Grieks (eigenlijk al Mesopotamisch) voorbeeld aquaducten gebruikt. Het oudste aquaduct werd in 312 v. Chr. door censor (een belangrijke magistraat), Appius Claudius Caecus naar Rome geleid. De water capaciteit van deze aquaduct, de Aqua Appia, bedroeg 73.000.000 liter water per dag. In de stad werd dit water verdeeld. Eerst kwam het water aan een watertoren, het castellum aquae. Het gebouw, een kubus met bakstenen muren, waarin een groot bekken voorzien is voor het bezinken van onzuiverheden verhoogde de druk in de loden leidingen. Het grootste deel ging naar de algemene badhuizen, de thermen. Wie genoeg betaalde kon een waterleiding tot in zijn huis krijgen en de rest van dit water ging naar fonteintjes. Voorbijgangers gebruikten het water door om te drinken en om een beetje af te koelen. Slaven en huisvrouwen namen water in amfora’s mee naar hun huizen. Gewoonlijk waren deze fonteinen gemaakt van vier basaltplaten, die met metalen klemmen aan simpele fontein van vier basaltplaten uit elkaar waren gehecht. De waterstraal ontsprong uit de mond van een figuur, de bek van een dier of uit een wijnzak. In schriftelijke werken staan namen van deze fonteintjes geregistreerd, zoals Fons Lupercalis, Fons Apollinaris, Fons Pici, Fons Mercurii en anderen. Sommige van deze waren enorm, bijvoorbeeld de Piscina Publica (het openbare zwembad), deze leek meer op een reservoir dan op een fontein. Van sommige van deze fonteintjes is zelfs de exacte plaats bekend al zijn er vaak geen sporen meer van terug te vinden.

Maar het aantal fonteinen bleef nog ontoereikend om te voldoen aan de behoefte van de bevolking, vooral voor hen die rond het gebied van het Forum woonden. Bovendien moesten veel Romeinen water blijven halen uit de Tiber. Om deze reden volgden in de 1e eeuw v. Chr. tot de 3e eeuw na Chr. maar liefst 10 andere aquaducten om voor extra water te zorgen.












Er bestonden ook meer bijzondere fonteinen dan de fonteinen die opgebouwd waren uit vier basaltplaten. Een van de beroemdste fonteinen uit die tijd was de Meta Sudans (de Zwetende Meta), vlak bij het Colosseum. Het was een ronde kegel, gelijk aan een van de kegels die in circussen werden gebruikt om het aantal rondjes te tellen, de metae. Zijn beroemdheid had deze fontein te danken aan het feit dat het water niet uit een buisje gestroomd kwam maar dat het sijpelde door de poreuze steen. Dit liet de kegel glimmen en bovendien werd het de Meta Sudans in 1900 water hierdoor ook gefilterd. Gedurende de Middel Eeuwen had deze fontein veel te verduren. In 1936 moest deze fontein helaas plaatsmaken voor het autoverkeer.



Aan de andere kant van het Colosseum zijn nog de resten van een klein, driehoekig fonteintje te vinden. Deze maakte onderdeel uit van een serie van vier die om de barakken van de gladiatoren, de Ludus Magnus heen stonden.

Hier konden de gladiatoren die hier woonden en trainden gebruik van maken.



Vlakbij is het nymphaeum van de Licinii, dat dateert uit de 4e eeuw na Chr. Wat er nu nog staat maakte deel uit van een ronde koepel hal met rijk gedecoreerde muren. In het midden stonden een of meerdere beelden, omringd door planten, die water spoten. Dit gebouw stond in de tuinen van de villa van de familie Licinii. Tegenwoordig staat het bekend als de tempel van de Medische Minerva omdat een beeld van deze godin wat vlakbij stond de ontdekkers van deze hal misleide over de functie van deze de tempel van de Medische Minerva hal.



Een ander interessant verhaal is het verhaal over het beeld met de naam Marforio. Een groot beeld van een liggende man met een baard. Vermoedelijk was het een deel van de decoratie van een oude fontein bij het Forum Romanum. In 1588 heeft men het verplaatst naar de Capitolijnse Heuvel, nu staat het beeld nog steeds in het Capitolijnse Museum.

Een document uit dat zelfde jaar vermeld dat het beeld de inscriptie ‘Mare in foro’ (zee in het forum) droeg. De mensen namen aan dat het om een zeegod ging. Tegenwoordig denken experts dat het verwijst naar een rivier, waarschijnlijk de Tiber. Maar deze gedachte verklaard waarom de ontbrekende hand van dit beeld werd vervangen door een met een schelp.

Vele eeuwen had het beeld vlakbij het Forum Romanum gestaan. Volgens tekeningen en kaarten vlakbij de ark van Septimius Severus. Toen paus Sictus V het had laten verplaatsen naar de Capitolium werd ook het grote De Marforio bassin gevonden. Deze deed dienst als drinkbak voor paarden en vee. Later kreeg deze bak een nieuwe water output gemaakt door Giacomo delle Porta. In 1816 werd ook dit bassin verplaatst naar een betere plaats, tussen de beelden van de Dioscuri voor het Quirinaal Paleis. De 16e eeuwse water output, in de vorm van een gezicht, werd gebruikt voor een kleine fontein bij de rivieroever.



De middeleeuwen



In de 6e eeuw na Chr. was Rome belegerd door de Goten. De aquaducten die tot dan toen nog steeds werkten werden afgesneden door de Gotische generaal Witigis. De meeste fonteinen droogden op en bleven tijden lang ongebruikt. Tijdens de middeleeuwen moesten de inwoners water uit de rivier halen, net als hun voorouders 1000 jaar daarvoor deden. De bevolking van 1,5 miljoen mensen daalde naar slecht een paar honderd mensen, mede door het gevolg van een tekort aan water. Je kunt je voorstellen dan het gebrek aan water ontzettend onhygiënische omstandigheden veroorzaakte die uitmonden in epidemieën.

In deze sombere eeuwen werd ook weer gebruik gemaakt van putten en opvangbassins. Vaak werden hiervoor de bassins van oude fonteinen gebruikt.

Onder paus Damasus werd een stelsel van leidingen gegraven onder de Vaticaanse Heuvel. Deze verzamelden water van een aantal kleine bronnen. Het water wat hierbij vrij kwam werd vooral gebruikt voor de St. Pieter basiliek.



Ongeveer 400 jaar later, onder paus Hadrianus I, werden er herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan het aquaduct Aqua Traiana. Dit zorgde eindelijk voor genoeg water voor het Vaticaan. Gelijktijdig werd ook een bronzen fontein, in de vorm van een dennenappel, van de Baden van Aggripina gehaald en gebruikt bij de St. Pieter basiliek. Uit deze fontein heeft twee eeuwen water gestroomd, totdat het aquaduct opnieuw stopte met werken.

In de tijden dat de Aqua Traiana niet werkte werd het oude leidingstelsel weer gebruikt. En bij speciale gelegenheden, zoals religieuze feesten, werd er extra water met de hand uit de Tiber gehaald.



MODERNE FONTEINEN



Kleine fonteintjes 16e tot 19e eeuw



Wat in Rome fontanelle of fontanine genoemd worden zijn de kleine, gezellige fonteintjes. Elk fonteintje is uniek omdat ze gemaakt zijn door een periode van vijf eeuwen heen.

Het grote aantal is ook bijzonder. Volgens een onderzoek halverwege de 19e eeuw waren er bijna 100 werkende fonteinen in de stad. Als we nu alle fonteinen tellen, ook de moderne, komen we aan een aantal van 1000 fonteinen. Dat is meer dan welke stad in de wereld ook.



Hoewel een belangrijke restauratie van het belangrijkste aquaduct van de stad, de Aqua Virgo al in 1450 door paus Nicolaas V had plaatsgevonden duurde het nog tot halverwege de 16e eeuw voor de stad uit de donkerste periode was gestapt. Nu bereikte de stad weer zijn oorspronkelijke inwonertal en het locale bestuur begon met Niet alleen mensen hebben de eerste projecten voor nieuwe fonteinen in een plezier van de fonteintjes aantal stadswijken. Voor gebruiksdoeleinden en net als 1000 jaar eerder door de Renaissance voor artistieke doeleinden.



Deze kleine publieke faciliteiten werden voor verschillende doeleinden gebruikt. Het zorgde voor drinkwater en water voor andere huishoudelijke doeleinden (stromend water in de huizen liet nog lang op zich wachten) en het leste de dorst van paarden, die in die dagen het grootse deel van het verkeer uitmaakten. In deze periode was een veel gebruikte fontein de zogehete beveratore, een oud woord voor drinkbak. Deze bakken hingen gewoonlijk aan de muur en hadden een of meerdere leidingen. Vaal waren ze versierd met groteske gezichten, dierenkoppen of andere versiersels die water een beveratore in de bak spuugden.



Soms werden deze drinkbakken gemaakt van sarcofagen. Deze werden gekocht van kerken of gevonden tijdens onderhoudswerkzaamheden. Als er nieuwe bakken werden gemaakt hadden die meestal de vorm van een bad.



Een sarcofaag die dienst doet als drinkbak



Behalve deze drinkbakken was een groot aantal van de fonteinen speciaal ontworpen voor mensen. Deze hadden meestal een kleiner bassin en het kraantje stond wat hoger dan bij de drinkbakken. De hoeveelheid decoratie kon erg verschillen. Hoe belangrijk de fonteintjes waren bleek wel uit het feit dat veel straten zijn vernoemd naar de fonteintjes die erin te vinden waren, ongeacht zijn grootte of artistieke waarde.

Omgekeerd kan het ook. Een mooi voorbeeld hiervan is dat van Fontanella Borghese. Dit is een piepklein kraantje vlak voor het Palazza Borghese. Hoewel er vlakbij een fontein staat die veel mooier en wel 20 keer zo groot is kreeg dit kleine fonteintje de naam van de familie Borghese.



Fontanelle Borghese



Veel fonteinen hebben versieringen waaraan je kunt zien wie opdracht had gegeven de fontein te laten bouwen. Veel rijke Romeinse families gaven fonteinen aan het Romeinse volk. Zo verwijst een draak of een adelaar vaak naar de familie Borghese die deze dieren in hun wapen hadden. In sommige fonteinen staan de letters SPA, Salus Per Aqua (gezondheid door water).

En een beeltenis van een lelie verwijst naar de familie Farnese.



In de 14e tot de 17e eeuw bleef het aantal kleine fonteintjes sterk groeien. Er ontstonden twee soorten: openbare fonteinen en halfopenbare fonteinen. De eerstgenoemde werden betaald door de gemeente en waren voor iedereen gratis te gebruiken. De halfopenbare fonteinen werden aangelegd door rijken. Ze lieten het volk er gebruik van maken en betaalden het onderhoud maar water wat overbleef gebruikten ze voor privé doeleinden zoals het besproeien van hun tuinen. Een voorbeeld hiervan is Bernini’s bijen fontein in de vorm van een grote witte schelp, betaald door de familie Barberini. Rechts te zien op het plaatje



Toen het verkeer in de 19e eeuw sterk toenam had dat ook gevolgen voor de vorm van de fonteintjes. De oude straten van Rome zijn erg smal en hebben meestal geen voetpad. Dat zorgde ervoor dat sommige fonteinen verplaatst werden en dat nieuw aan te leggen fonteinen in de muur uitgehakt werden en erg klein waren.



In de muur uitgehakt fonteintje



Kleine fonteintjes 19e en 20e eeuw



Halverwege de 19e eeuw toen de stad Rome werd ingenomen door Italiaanse troepen (1870) begon de locale populatie weer flink te groeien. Mede door het grote aantal immigranten uit andere delen van Italië. Hierdoor werden ook de voorsteden van Rome druk bewoond wat vroeg om de aanleg van nieuwe fonteinen. Eerst werden er fonteintjes gemaakt met een traditionele vorm. De verandering kwam in 1874 toen er begonnen werd met een massa productie van ijzeren fonteinen. Het gebruik van ijzer was veel voordeliger dan het gebruik van steen en marmer omdat het gemakkelijker te verwerken is, bovendien is het praktisch en stevig. Deze fonteinen werden gevormd tot een cilinder van ongeveer 120 cm hoog. Vaak hadden ze een kraantje in de vorm van een drakenkop. In tegenstelling tot de vroegere fonteinen hadden deze fonteintjes geen bassin.

Toen er meer en meer van deze fonteintjes werden gemaakt werd het design van de fonteintjes versimpeld. De drakenkop verdween en maakte plaats voor een stalen buis. Deze werden in de volksmond nasoni, grote neuzen, genoemd.

Een originele ijzeren fontein



In de jaren ’80 vond het bestuur van Rome de verspilling van water door deze fonteintjes, die onophoudelijk sproeiden, onacceptabel. Om deze reden werden de fonteintjes voorzien van een drukknop. Dit zorgde inderdaad voor een grote reductie van het waterverbruik maar leidde ook tot veel protest. Mensen vonden het ongezellig en ook niet fris dat het water stil stond in de fontein. Vooral tijdens de hete zomerdagen maakte het warme ijzer het water bijna kokend. Binnen een paar jaar later stroomde het water, mede door vandalen, weer vrij door. Als je goed kijkt zie je vaak het lege gat nog zitten.



Grote fonteinen



Wat deze fonteinen anders maakt dan de voorgaande is niet alleen de grote maar ook dat de artistieke kant minstens zo belangrijk werd gevonden als de praktische kant van de fontein. Maar voor het volk ging het toch vooral om het gebruik. Dat blijkt wel uit het feit dat de fonteinen vernoemd werden naar de plaats waar ze stonden ‘de fontein van …..’ en niet naar de ontwerper of de beelden die de fontein versierden. Maar tegenwoordig is het gebruik van een fontein niet meer nodig en is de esthetische waarde veel belangrijker geworden. Zelfs als staan de fonteinen droog dan nog trekken ze dagelijks vele bezoekers.



Deze grote fonteinen hadden zoveel water nodig dat ze alleen konden werken nadat de oude aquaducten waren gerestaureerd en een ondergronds water systeem werd aangelegd. Hiermee werd begonnen in 1570. Toen in de periode van 1562 tot 1570 onder de pausen Pius

IV en Pius Vde originele Aqua Virgo was gerestaureerd werd begonnen met de bouw van de eerste grote fonteinen.

16e eeuwse kaart met overgebleven delen van de Aqua Virgo De eerste grote nieuwe fonteinen (1572) waren die op het Piazza del Popolo (het plein van het volk). Hoewel andere delen van de stad waren opgeknapt en versierd, mede door de Renaissance bleef dit plein er wat onverzorgd uitzien. Onder de puazen Pius V en Gregorius XIII kreeg het plein een symmetrischere vorm. Tegelijkertijd werd Giacomo delle Porta de opdracht gegeven een fontein te ontwerpen voor het midden van het plein.



De eerste fontein



Voorbeelden van enkele grote fonteinen en hun geschiedenis



De rivierenfontein



In het jaar 1650, een jubileum jaar van de katholieke kerk, gaf paus Innocent X opdracht voor de derde fontein van het piazza Navona. De gevraagde architect was de beroemde Gianlorenzo Bernini. De fontein bestaat uit een grote obelisk met bovenop een duif. Om de obelisk zitten vier mannen die elk een rivier voorstellen, te weten de Nijl, de Ganges, de Donau en de Rio de la Plata. De fontein staat tegenover de kerk die Borromini, Bernini’s grote rivaal een paar jaar eerder bouwde. Volgens het verhaal had Bernini zo’n lage dunk van zijn talent dat hij een van zijn figuren zijn arm op laat tillen als afweer tegen de onvermijdelijke instorting van de kerk. Een ander figuur, namelijk diegene die de Nijl voorstelt heeft een doek over zijn hoofd. Dat verwijst naar de nog onbekende oorsprong van de rivier, die zou namelijk pas in de 19e eeuw ontdekt worden.

Deze fontein ziet er erg levendig uit door de vele beelden van dieren in het water.

Tegenwoordig vinden wij deze fontein erg mooi, maar toen de fontein gebouwd werd leverde dat veel protest op. Het volk had niets aan zo’n dure fontein, zij wilden liever brood.



Links de figuur die zijn hand afwendt, midden de fontein, rechts de figuur die de Nijl voorstelt.



De schildpaddenfontein



In 1580 bouwde Giacomo della Porta deze fontein die tot de allermooiste gerekend wordt. Aan deze fontein vallen een paar dingen op. Ten eerste de combinatie van brons met marmer. Dit was een groot succes.

Iets anders wat bijzonder aan deze fontein is, is de naam die deze heeft gehad. Eerst werd de fontein de Dolfijnen fontein genoemd, naar de vier dolfijnen die erop zitten. De bronzen schildpadden, die de fontein zijn naam verlenen waren eerst niet aanwezig. De mannen raakten eerst net het bassin niet met hun hand, vermoedelijk omdat er steeds wijzigingen werden gemaakt. Paus Alexander VII vond dat geen gezicht en heeft er vier schildpadden op laten plaatsen. Nu heet de fontein de Fontana delle Tartarughe, de schildpadden fontein. Iets anders wat opmerkelijk is is dat er acht dolfijnen waren gemaakt maar dat er uiteindelijk maar vier zijn gebruikt. Waarom dat is gedaan is niet duidelijk.



Een van de vier dolfijnen



De Trevi Fontein

De Fontana di Trevi is de grootste en bekendste fontein van Rome. De fontein is circa 26 meter hoog en ongeveer 22 meter breed. Hij ligt bij een pleintje, het Piazza di Trevi. De fontein is gebouwd door de architect Nicola Salvi en in de stijl van de late Barok. De fontein staat aan de voorkant van het Palazzo Poli. In het keizerrijk was het de gewoonte om een monument op te richten op plaatsen waar water vanuit nieuwe bronnen Rome binnen kwam. De fontein is gebouwd in opdracht van Paus Clement XII.

Het thema van het bouwwerk is de oceaan met majestueuze zeegod Neptunus op een schelpvormige strijdwagen die door gevleugelde paarden en jonge zeegoden (Tritons) naar de oceaan wordt getrokken. Het ene paard is rustig, het andere steigert. Dit symboliseert de twee gezichten van de zee. In twee nissen staan links en rechts de uitbeeldingen van Overvloed en Gezondheid. Rechts bovenaan zie je een afbeelding van een maagd die een soldaat de plek van een bron aangewezen zou hebben. Wanneer je met je rug naar de fontein staat en er over je linkerschouder twee muntjes in gooit, je ogen sluit, aan Rome denkt en uitroept: “Arrivederci Roma”, zul je ooit terugkeren naar Rome. Vroeger dronk men het water uit de fontein om dezelfde reden.



Bronvermelding



Boeken

Waterfalls and fountains auteur: Philip Swindells

Simple fountains for in and outdoors auteur: Dorcas Adkins

De Trevi Fountain auteur: John A. Pinto



Internetsites (bezocht in de maanden december 2004 en januari 2005)

www.highonadventure.com/Hoa97sep/Rome

www.comune.roma.it/pecrdav/fontana.html

mp_pollett.tripod.com/roma

www.aquaducten.tk

www.latijnengrieks.nl

www.digischool.nl/vaklokaal/kcv

www.historyofrome.nl



Tv programma’s

Zender: Discoverychannel Programma: Must see attractions in Rome Aflevering 18 december 2004


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.