ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis

Wij hebben gekozen voor het onderwerp ‘De Romeinse Jeugd’. Dit hebben wij gekozen omdat het ons interessant leek om te onderzoeken hoe de Romeinse jeugd leefde. Dit sprak ons aan omdat we nieuwsgierig waren naar de verschillen tussen de Romeinse jeugd en de Nederlandse jeugd van tegenwoordig.
Inleiding met onderzoeksvraag

We gaan het leven van de Romeinse jeugd vanuit verschillende perspectieven bestuderen.  We hebben het verslag verdeeld in vier verschillende deelvragen. De eerste vraag gaat over het onderwijs. We gaan vertellen over hoe het onderwijssysteem door de jaren heen veranderde. Daarna vertellen over wat ze deden als ze niet naar school hoefden, hun vrije tijd dus. De volgende deelvraag gaat over de plaats van de Romeinse jeugd in de maatschappij. Er wordt hier bijvoorbeeld vertelt over kinderarbeid, en de verschillen tussen rijke en arme Romeinse kinderen. Als laatste hebben we gekozen om een nogal controversieel onderwerp te nemen, namelijk pedofilie en pederastie. We hadden hier een stukje over gelezen, de tekst wekte de indruk dat pedofilie en pederastie in die tijd veel gebeurde, waardoor wij er meer over wouden weten.

Onderwerp: De Romeinse Jeugd

Hoofdvraag:

Hoe zag het leven van de Romeinse jeugd eruit?

Deelvragen:

  • Hoe zat het Romeinse onderwijssysteem in elkaar?
  • Wat deed de Romeinse jeugd in hun vrije tijd?
  • Hoe werd er in die tijd omgegaan met pedofilie en pederastie?
  • Wat was de plaats van de Romeinse jeugd in de maatschappij?

Hoe zat het Romeinse onderwijssysteem in elkaar?

Tegenwoordig hebben wij in Nederland de leerplicht die ons verplicht om tot minimaal 18 jaar op school te blijven zitten. Wij vroegen ons af hoe het Romeinse onderwijs vroeger in elkaar zat.

Onderwijs in het begin van de Romeinse tijd

In het begin van het Romeinse rijk was er weinig onderwijs. In die tijd was het enige onderwijs dat werd gegeven, privé-onderwijs. Als je ouders rijk waren dan huurden ze een privé-leraar in om te onderwijzen. Door dit onderwijs zijn vele belangrijke personen uit die tijd zo groot geworden. Er werden vooral de basis dingen geleerd, met de nadruk op rekenen. De meeste mensen konden natuurlijk geen privé-leraar betalen. Zij werden opgevoed door hun vader of moeder. De jongens werden opgevoed door de vader, de meisjes door de moeders. Wat de ouders hun kinderen leerden was erg afhankelijk van het beroep wat de ouders deden. Als je bijvoorbeeld op het platteland woonde, dan werd je vooral geleerd om op het land te werken. Het was dus heel verschillend wat men thuis leerden. Wel leerde men over het algemeen de morele waarden en maatschappelijke verantwoordelijkheden die er in die tijd waren. Echt onderwijs zoals we dat nu kennen kan je dat noemen.

Ludi

Het Romeinse rijk groeide, en in de derde eeuw voor Christus ontstonden er de eerste scholen. Rijke ouders stuurden hun kinderen naar een ‘school’, waar ze les kregen een Griekse slaaf. Deze scholen werden ‘Ludi’ genoemd. De griekse slaaf werd ook wel een Magister genoemd. De kinderen die erheen gingen waren minimaal zeven jaar oud. Elke school had maar een leraar. De klassen bestonden ongeveer uit twintig tot dertig leerlingen per klas. Een dag begon, net als tegenwoordig, vroeg in de ochtend en eindigde ongeveer halverwege de middag. Tussendoor hadden ze een pauze om wat te eten. De belangrijkste dingen die werden geleerd waren lezen, rekenen en schrijven. Het onderwijs werd zowel aan meisjes als jongens gegeven. Als de kinderen ongeveer twaalf jaar oud waren, gingen ze van de school af.

School van de Grammaticus

De ouders die het nog konden betalen, konden er vervolgens voor kiezen om hun kind nog meer onderwijs te geven. De jongens hadden nog de mogelijkheid om door te leren, terwijl het onderwijs voor de meisje op hun twaalfde stopt.  Er volgde voor sommige jongens een vervolgopleiding waar ze meer specifiek onderwijs kregen. Ze lazen tot hun vijftiende vooral de schriften van belangrijke Romeinse geleerden. Behalve dat ze hierdoor de taal goed leerden, werd er op deze manier ook geschiedkundige en aardrijkkundige dingen geleerd.  Het onderwijs vooral gericht op de Griekse en Romeinse literatuur. Ze leerde dat bij de Grammaticus.

Vervolgonderwijs

Het onderwijs na hun vijftiende was specifieker. In die tijd kwam men daarna op een retorenschool terecht. Hier leerde men de basis om later carrière te kunnen gaan maken. Er werd bijvoorbeeld de basis gelegd zodat men later bijvoorbeeld een belangrijke politieke functie kon krijgen of dat men advocaat kon worden. Er werd hier vaak geleerd hoe je moet spreken in het openbaar, omdat dat voor veel hoge functies belangrijk was. Ook moesten er grote delen van belangrijke toespraken uit hun hoofd geleerd worden, zodat men het later kon citeren. Dit laaste gedeelte van Het onderwijs in die verschilde dus ontzettend met het begin van de Romeinse tijd.

Straffen en vakanties

In die tijd werd op school vaak strenge straffen gegeven als kinderen niet luisterden. Er werden vooral veel fysieke straffen uitgedeeld. Het nieuwe schooljaar begon in die tijd na Quinquatrus. Dat was een vijfdaags feest ter ere van de godin Minerva. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er in die tijd ook andere vakanties bestonden. Toch denken vele historici dat er vroeger wel een soort zomervakantie-achtige vakantie was. Ook waren er in die tijd veel religieuze feestdagen, waarop men toen ook niet naar school hoefde. Als laatste hoefde men ook niet naar school op de dag dat er markt was in de stad.  Al met al waren er dus best nog wel veel vrije dagen. Wat wel weer zo was, is dat er in die tijd nog geen weekend bestond. Men moest zeven dagen per week naar school.

Hoe zat het dus met onderwijs in de Romeinse tijd?

In het begin was er dus amper onderwijs en pas in de derde eeuw voor Christus ontstond er meer het onderwijs dat we nu kennen. Op het einde van de Romeinse tijd waren er net als tegenwoordig drie stappen in het onderwijssysteem. De Ludi kan je een beetje vergelijken met de basisschool van nu, de school van de Grammaticus met het voortgezet onderwijs, en het onderwijs dat daarna kwam als het hoger onderwijs. Wel blijft het belangrijk om te melden dat in die tijd alsnog weinig onderwijs was, omdat het grootste gedeelte alleen naar de Ludi zijn geweest, en daarna geen onderwijs meer hebben gevolgd. Ook was er nog een groot deel van kinderen die nooit onderwijs hebben gevolgd. Hierbij moet je denken aan bijvoorbeeld kinderen op het platteland. Voor hen was de Ludi te ver weg om heen te gaan. Slechts een heel klein percentage, de rijken, hadden echt goed onderwijs gevolgd.

Wat deed de Romeinse jeugd in hun vrije tijd?

De Romeinse jeugd ging natuurlijk niet alleen naar school. Behalve dat sommige kinderen ook werkten, bleef er ook vrije tijd over. Wat deed de Romeinse jeugd als ze niks te doen hadden? Er zijn heel veel dingen om op te noemen als het gaat over de vrijetijdsbesteding van de Romeinse jeugd. De belangrijkste activiteiten waren het bezoeken van het wagenrennen, gladiatorengevechten bekijken, naar het theater gaan, baden in badhuizen, atletiek, sporten en op jacht gaan. Hieronder worden de eerste vier vrijetijdsbestedingen besproken.

Gladiatorengevechten

In de amfitheaters speelden zich de gladiatorengevechten af. Behalve dat daar gladiatorengevechten plaatsvonden, kon men bijvoorbeeld ook kijken naar vechtende dieren, zeeslagen die werden nagespeeld en openbare executies. Om de zeeslagen na te spelen kon het amfitheater gedeelte onder water gezet worden.De amfitheaters waren zeer populair onder de bevolking, en men ging er dan ook vaak heen om te kijken. Je zou het kunnen vergelijken met een voetbalstadion, waar alleen in plaats van dat er gevoetbald wordt, er gevochten wordt tussen gladiatoren. De meeste gladiatoren waren slaven, criminelen of krijgsgevangenen. Slecht een enkeling werd betaald om te vechten. Er waren verschillende soorten gladiatoren. Zo had je de Thraciër, Samnite, Retiaritus en Murmillo. Het verschil zat hem in de wapenuitrusting die de gladiator had. Soms werden er tijdens gladiatorengevechten ook paarden gebruikt. De gevechten met dieren vonden meestal ’s ochtends plaats, de executies ’s middags en ’s avonds waren de gladiatoren aan de beurt.

Wagenrennen

Het wagenrennen was te zien in een circus. Het was niet een circus zoals we dat tegenwoordig kennen. In het circus kon men bijvoorbeeld ook kijken naar worstelwedstrijden en atletiekwedstrijden.  In een wagenrenwedstrijd waren er altijd vier teams. Je had het witte, rode, groene en blauw team. Het circus was gebouwd in de vorm van een u. Middenin bevond zich de arena waar de wagens reden, met daarom heen het publiek. De wedstrijd begon aan de open kant van de u-vorm. Ze moesten in totaal zeven rondjes rijden. Later in de Romeinse tijd werden er soms ook gladiatorengevechten gehouden in het circus.

Theater

Ook bestond er die tijd al het theater. In het theater werden er Griekse tragedies opgevoerd. Het waren bekende verhalen, die het publiek vaak al kenden, waardoor er weinig spanning in het verhaal zat. Het verschil was dat in ieder theater er een andere invulling aan het verhaal werd gegeven. De bedoeling van de tragedie was om het publiek een wijze les voor het leven te leren. Behalve tragedies had je in die tijd ook komedies. Dit waren toneelstukken waarin zaken uit het dagelijks leven werden bespot. Het moest ervoor zorgen dat de Romeinen hun dagelijkse leven even vergaten. De komedies waren alleen toegankelijk voor de jongens, en niet voor de meisjes. Dat was omdat men van mening was in die tijd dat meisjes daar niks te zoeken hadden. Een toneelstuk had één, twee of drie mannelijke acteurs. Dus ook de vrouwenrollen werden door mannen gespeeld. De acteurs droegen maskers zodat het voor het publiek duidelijker was wie ze uitbeelden. Om uit te beelden dat iemand oud was werd bijvoorbeeld een grijs masker gedragen. Als het om een slaaf ging, was het masker rood.

Baden in de badhuizen

Omdat je in de Romeinse tijd geen douche of bad had, ging de Romeinse jeugd naar het badhuis. Het was een soort zwembad. Men kwam er niet alleen om zich te wassen, maar ook om bij te praten. Het was dus ook een soort van vrije tijd. In het badhuis was er een grote hal die door vloerverwarming werd verwarmd. Dan had je twee hoofdbaden, een warme en een koude. Omdat de badhuizen echte verzamelplekken waren, ontstond er rondom heen vele sociale voorzieningen. Ook lagen er bij het badhuis grote tuinen. Daar kon men zich ook heerlijk ontspannen.

Wat deed de Romeinse jeugd in hun vrije tijd?

De belangrijkste activiteiten waren het bezoeken van het wagenrennen, gladiatorengevechten bekijken, naar het theater gaan, baden in badhuizen, atletiek, sporten en op jacht gaan.

Wat was de plaats van de Romeinse jeugd in de maatschappij?

Met deze deelvraag gaan wij vooral kijken hoe de kinderen in de maatschappij gezien werden, en wat ze zoal deden voor de maatschappij. Gingen ze alleen naar school? Of moesten ze aan het werk? Deze vragen worden vanzelf duidelijk in dit hoofdstuk. In de Romeinse oudheid, een tijd waarin de wereld van kinderen en die van volwassenen niet strikt gescheiden werd, moesten zelfs de kinderen ook een steentje bijdragen voor de economische overlevingskansen van het gezin. Werkende kinderen waren geen zeldzaam fenomeen. Een interessant onderzoek heeft versteende lichamen, die gevormd zijn door de uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79, onderzocht op fysieke letsels. Zulke letsels wijzen op vroege en intensieve professionele activiteit. Letsels die daarop konden wijzen waren vooral de zogenaamde costoclaviculaire syndesmosen, knellingen van de bloedvaten of zenuwen naar de arm tussen de eerste rib en het sleutelbeen. Deze syndesmosen werden bij 41,3% van de mannelijke skeletten aangetroffen, 6,5% van de vrouwen en toch wel opmerkelijk bij 11,5%  van de kinderen (of 24% van de personen tot 20 jaar).

Gezien de plaats waar Pompeji ligt, zal de arbeid vooral op de haven zijn geweest, bijvoorbeeld kisten en kratten laden en lossen van de schepen, of werken op de grote agrarische sector, die natuurlijk aanwezig was door de vruchtbare vulkaangrond.

Het skelet van een andere jongeman wijst op een andere activiteit. De jongen had een zeer goed ontwikkeld spierstelsel in zijn bovenlichaam, het onderlichaam is helaas verloren gegaan. Ook kon je aan zijn gebit zien dat dat voor ‘industriële doeleinden’ is gebruikt, wat je nu ook zou kunnen zien bij vissers die de draden met hun tanden afbreken of dingen vasthouden in hun mond. Deze jongeman was dus een visser, en hij heeft heel hard gewerkt om rond te komen, omdat hij ongelofelijk gespierd was. Hij heeft veel geroeid waardoor hij dus krachtige armspieren heeft ontwikkeld. Dat jongens al op jonge leeftijd werden ingewijd in roeien en vissen is overigens een gegeven dat in vele culturen is gevonden en aangetoond.

In verhouding tot de moderne maatstaven van comfort en materieel of lichamelijk welzijn was het leven in het Imperium Romanum beslist geen pretje. Ook blijkt dat vroege arbeid het lot was van een groot deel van de bevolking. Slavenkinderen werden er vanzelfsprekend mee geconfronteerd, maar zelfs voor vrije mensen was het een veelvoorkomende realiteit. Uitbuiting hoeft het niet geweest te zijn, maar het is lastig te ontkennen dat het een hard bestaan was, dat de jongeren van tegenwoordig in het welvarende Westen niet zouden kunnen volhouden.

Echter naast de arme, hardwerkende kinderen is er ook een hele andere kant van het verhaal. Er waren ook hooggeplaatste kinderen, die dus een hoge plaats hadden in de maatschappij. Jonge keizers, magistraten en raadsleden, het waren in die tijd hoge functies voor kinderen. Maar geen enkele welgestelde Romein zou het in zijn hoofd halen deze erefuncties die zijn zoontje vervulde als arbeid te benoemen. Dergelijke ereambten (honores) waren voor hen duidelijk anders dan het werk (labor).

Het leek alsof de eerste keizers in hun drang om hun macht te versterken de aanzet gaven tot het doorbreken van leeftijdscategorieën voor politieke functies. In de triomftocht na de overwinningen in Egypte van 29 v.C. liet Octavianus zijn troonopvolger Marcellus aan zijn rechterzijde rijden. De jongen was 13 jaar oud. Op 26 mei 17 n.C. hield Germanicus een triomftocht vergezeld door zijn zonen Nero (11 jaar oud), Drusus (9 jaar oud) en Gaius, de latere keizer Caligula, amper 5 jaar oud. De keizers lieten hiermee zien wie de mogelijke troonopvolgers waren volgens henzelf.

 

Ook hielden de jonge kinderen lijkredes voor hun overleden familie. Dat waren een soort speeches ter ere aan de overledene(n).  Octavianus hield een lijkrede voor zijn tante Iulia op 12 jarige leeftijd, Tiberius deed hetzelfde voor zijn vader toen hij slechts 9 jaar was. Ook Augustus’ kleinzoon Gaius, geboren in 20 v.C. leidde een leekspelen ter ere van zijn overleden vader Agrippa in 7 v.C. (Dus op 13 jarige leeftijd.) In enkele laat-antieke keizerbiografieën wordt verteld dat de jonge prinsen zo goed konden spreken. Numerianus, de laatste keizer van Historia Augusta, was als kind al een uitmuntende redenaar.

De laat-antieke keizerbiografieën van de Historia Augusta bevatten veel negatieve uitlatingen over kinderkeiezers. Soms stelt de schrijver duidelijk dat die kinderen eigenlijk niet zelf regeerden. Het meest uigewerkte kritiek op de jonge keizers vinden we in de ‘Nicomachusrede’ in de levensbeschrijving van de derde-eeuwse keizer Tacitus. Toen die het keizerschap weigerde omdat hij te oud was, sprak Nicomachus deze rede uit om hem tot andere gedachten te brengen. Hij vergeleek jonge keizers met de oude keizers, ten nadele van de jonge keizers. Hieronder enkele citaten:

“De goden mogen vermijden dat keizers kinderen worden genoemd en senatoren onvolwassenen. Om een document te ondertekenen moeten schoolmeesters hun hand vasthouden. Snoepjes, cirsusspelen en om het even welk ander kinderlijk genoegen zetten hen aan iemand het consulaat te verlenen.” (SHA, Tac. 6, 5)

Bovendien hadden de kinderen geen mensenkennis volgens hem.

“Zo iemand kan geen zorg dragen voor zijn eigen reputatie, beseft niet wat de staat eigenlijk is, vreest voor zijn opvoeder, kijkt op naar zijn voedster, is onderworpen aan de vrees voor slaag van de roede van zijn meesters, maakt mensen tot consul, aanvoerder of rechter van wij hij het leven, de verdiensten, de families en de prestaties niet kent.” (SHA, Tac. 6, 6)

Deze citaten (uit het boek “Kinderen bij de Romeinen” van Christian Laes) maken duidelijk dat er een zeer sterke afkeer was op jonge keizers volgens sommige mensen. Het was dus een rare situatie, waarin kinderen al op zeer vroege leeftijd enorm hoge functies toebedeeld kregen, die ze zelf niet (juist) konden uitvoeren. Daardoor werden ze geholpen door hun schoolmeesters, zoals je uit de citaat kon opmaken. Gelukkig gold dit niet voor heel veel kinderen, de meeste moesten werken op een haven of in de stad, of ze gingen naar school. Dit was een stuk minder zware last op hun schouders, hoewel de arbeid die ze moesten verrichten soms fysiek erg zwaar was.

De plaats van de jeugd was dus erg verdeeld. Sommige waren gewoon, zoals nu, scholieren. Anderen moesten aan het werk om hun gezin financieel te steunen. Vaak hadden ze geen keus of ze moesten werken of niet, als er geld nodig was werden ze gedwongen door hun ouders. En in sommige bijzondere gevallen hadden de kinderen dus een bizar hoge functie, keizer, of senator bijvoorbeeld. Deze kinderen konden geen normale jeugd leiden, ze werden begeleid door volwassenen en hadden geen vriendjes of vriendinnetjes om mee te spelen. Dit is dus het beeld waarin de jeugd uit die tijd zich bevonden.

Hoe werd er in die tijd omgegaan met pedofilie en pederastie?

Pedofilie en pederastie (een soort pedofilie, maar specifiek met jongens) zijn termen die tegenwoordig als medische begrippen naar voren komen. Pedofielen zijn ziek in hun hoofd, want ze vallen op jongere kinderen. In de Romeinse tijd dachten ze daar anders over. Het is een onwaar beeld als je denkt dat in de Romeinse tijd op seksueel gebied van alles was toegestaan, zij hadden zeker ook grenzen tot waar het goed was en wanneer het over de schreef ging. Echter lagen deze grenzen heel anders dan dat ze nu liggen. In deze deelvraag gaan wij dus onderzoeken of het een veel voorkomend fenomeen was, of dat het net zoals nu een gevoelig onderwerp was dat werd bestraft.

Sceptici beweren dat de pedofilie en pederastie slechts een elitair tijdverdrijf was voor een kleine groep rijke aristocraten met veel vrije tijd. Anderen denken dat het vele voorkomen van het motief in de Latijnse literatuur slechts een imitatie van hellenistische modellen was die helemaal niet aan de werkelijkheid zouden voldoen. Weer anderen beweren dat pederastie en pedofilie niet acceptabel waren in de agrarische milieus, maar aangezien de antieke samenleving voor het grootste deel een rurale (boerse) maatschappij was, was het fenomeen volgens hen dus sowieso zeldzaam.

Toch zijn er vele afbeeldingen en teksten gevonden waarop pederastie is afgebeeld. Een voorbeeld hiervan is de zogenaamde Warrencup. Het is een zilvere beker die circa 15-3- n.C. is gemaakt. Het bevind zich momenteel in The British Museum, Londen. Tot tien jaar terug bevond het zich echter in een klein Zwitsers museum. De afbeelding is opvallend gedetailleerd, aan de ene zijde is een man te zien die seks heeft met een jongere jongen, terwijl er een klein jongetje meekijkt die de deur opent. Aan de andere kant is een man te zien die een jonge slaaf wilt penetreren. Dat het een jonge slaaf is kun je zien aan de lange haarlok.

Warrencup, The British Museum, Londen.

De taferelen zijn dus gevonden op dure zilveren bekers, maar ook op goedkopere dingen als terracotta. Ook zijn er vele olielampjes gevonden met haast alle mogelijke pederastische taferelen afgebeeld.

Echter valt te betwisten of men het werkelijk zo normaal vonden. Stiekem gluren naar de voorwerpen was niet de hoofdbedoeling, al zal het kijken en het fantaseren wel genot hebben opgeleverd in sommige gevallen. Vaker speelt bij sommige van deze afbeeldingen de humor een belangrijke rol, de taferelen waren als knipoog bedoeld, omdat het afbeeldingen waren die volgens de normen van het ‘Algemeen Beschaafd Seksueel Gedrag’ over de grens gingen.

Tot nu toe gaat het bijna alleen maar over pedofilie met jongens. Dit is opmerkelijk, maar goed te verklaren. Meisjes werden op zeer jonge leeftijd uitgehuwelijkt. De aanstaande man werd geacht de nodige seksuele ervaring te hebben, echter was dit uitgesloten voor het meisje. Om de zuiverheid van het huwelijk te bewaren lieten ze de meisjes dus heel vroeg (op een gemiddelde leeftijd van 12 tot 15 jaar, er zijn zelfs uitzonderlijke opschriften gevonden waarin een huwelijksleeftijd van 6 tot 7 jaar wordt beschreven) trouwen, waarna seks legaal was en normaal. Voor die tijd werden meisjes nooit blootgesteld aan seksuele aspecten. Zelfs verhalen tijdens gesprekken van oudere mensen die een lichtelijk seksueel getinte context bevatte waren niet geschikt voor de jonge meisjes. Ze werden dus na hun huwelijk direct in het diepe gegooid, ze hadden werkelijk geen idee waar ze aan toe waren. Dit is dus een groot verschil met de jongens uit die tijd, want die moesten dus al wat ervaring hebben.

We nemen even een uitstapje naar een iets latere periode, het begin van het christendom. De vroege christenen zette zich radicaal af tegen homoseksualiteit en pedofilie, want ze beschouwde dat als het afbreken van een decadent Romeins Rijk, als een moreel verval, een zedeloosheid die volgens hen uiteindelijk tot de totale instorting van het Imperium zou leiden. Het is overigens merkwaardig dat ze zich met namen afzette tegen de knapenliefde, dus tussen jonge jongens en oude mannen, terwijl jonge uitgehuwelijkte meisjes geen probleem waren. Uitgaande van vele verbodsbepalingen in de teksten mogen we er van uitgaan dat christenen over het algemeen zeer negatief stonden tegenover bepaalde antieke seksuele praktijken.

Het vroege christendom was ook sterk beïnvloed door de joodse tradities. Joden waren ook sterk tegen homofilie, en andere zaken als pedofilie, pederastie e.d. Sterker nog, pederastie, overspel, verkrachting van een jongen of meisje en prostitutie zouden bij de joden met de doodstraf berecht worden. Dit geef dus aan hoe streng het verboden was in die tijd. Bij de Romeinen was dat dus duidelijk een veel minder groot probleem.

We zouden dus kunnen stellen dat er in de klassieke oudheid makkelijker werd omgegaan met pedofilie en pederastie. Pas in het begin van het christendom werd er negatief tegen gekeken. Uit sommige bronnen blijkt dat het vaak gebeurde, andere beweren dat het een zeldzaam fenomeen was.  We hebben nu wel een beeld over hoe het gegaan is ongeveer in die tijd. Kinderen moesten maar accepteren wat er gebeurde, de ouders beslisten het meest over ze. De meisjes werden uitgehuwelijkt en de jongens moesten seksuele ervaring opdoen zodat ze na een langere tijd een meisje kregen die voor hun werd gekozen.

Hoe zag het leven van de Romeinse jeugd eruit?

In het begin van het Romeinse rijk was er dus amper onderwijs en pas in de derde eeuw voor Christus ontstond er meer het onderwijs dat we nu kennen. Op het einde van de Roemeinse tijd waren er net als tegenwoordig drie stappen in het onderwijssysteem. Je had de Ludi kan je een beetje vergelijken met de basisschool van nu, de school van de Grammaticus met het voortgezet onderwijs, en het onderwijs dat daarna kwam als het hoger onderwijs. Het was in die tijd zo dat het grootste gedeelte van de jeugd zeer weinig onderwijs kreeg. Het normale volk had meestal alleen de Ludi afgemaakt. De armen konden de Ludi vaak ook niet eens betalen.

Behalve dat men naar school ging, hadden de scholieren ook vrije tijd. De belangrijkste activiteiten waar men heen ging in hun vrije tijd waren het bezoeken van het wagenrennen, gladiatorengevechten bekijken, naar het theater gaan, baden in badhuizen, atletiek, sporten en op jacht gaan.

De plek die de Romeinse jeugd in de maatschappij innam verschilde erg. De meeste moesten werken, of gingen naar school. Degene die naar school gingen hadden het het makkelijkst. De jongens en meisjes die moesten werken hadden het zwaar. Vaak kregen ze fysiek erg zware klussen, of saai en langdurig werk. Maar een van de zwaarste taken waren voor de jonge keizers, die een veel te hoge functie bekleedden terwijl ze daar niet aan toe waren. Je zou denken dat dat een leuke en interessante taak is, iedereen heeft aanzien voor je. Maar niets is minder waar, ze hadden een hoge last op hun schouders en waren hun hele jeugd bezig met voorbereidingen totdat ze volwassen waren. Ze hadden daardoor geen vriendjes en vriendinnetjes, dus hun jeugd ging alles behalve over rozen!

De plek die de Romeinse jeugd in de maatschappij innam verschilde erg. De meeste moesten werken, of gingen naar school. Degene die naar school gingen hadden het het makkelijkst. De jongens en meisjes die moesten werken hadden het zwaar. Vaak kregen ze fysiek erg zware klussen, of saai en langdurig werk. Maar een van de zwaarste taken waren voor de jonge keizers, die een veel te hoge functie bekleedden terwijl ze daar niet aan toe waren. Je zou denken dat dat een leuke en interessante taak is, iedereen heeft aanzien voor je. Maar niets is minder waar, ze hadden een hoge last op hun schouders en waren hun hele jeugd bezig met voorbereidingen totdat ze volwassen waren. Ze hadden daardoor geen vriendjes en vriendinnetjes, dus hun jeugd ging alles behalve over rozen!

In de klassieke oudheid werd er veel makkelijker omgegaan met pedofilie en pederastie. Pas in het begin van het christendom kwam daar verandering in. Sommige bronnen vertellen dat het erg vaak gebeurde, andere zeggen dat het een zeldzaam fenomeen was. Wat een feit is, is dat er makkelijker mee omgegaan werd als nu.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.