Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Rusland voor, tijdens en na de burgeroorlog

Beoordeling 5.4
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 1983 woorden
  • 2 mei 1999
  • 79 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.4
  • 79 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Inleiding
De gevolgen van bepaalde revoluties en burgeroorlogen uit het verleden worden in ieder geschiedenisboek wel beschreven. Maar wat zijn de oorzaken van deze ingrijpende gebeurtenissen van een land? Dat verschilt natuurlijk per gebeurtenis. Voordat we aan dit werkstuk begonnen hebben we wat gerichte vraagstellingen opgeschreven:
  • Hoe is de Russische burgeroorlog ontstaan?
  • Wat was de rol van het buitenland daarbij?
  • Wat gebeurde er na de burgeroorlog?
  • Had de burgeroorlog voorkomen kunnen worden?
Zit zijn natuurlijk hele interessante vragen als je het over de Russische burgeroorlog hebt het word op deze manier ook uitdagender om het werkstuk te maken. Wij proberen een overzicht te geven van de situatie in Rusland voor tijdens en na de burgeroorlog. Vervolgens proberen we onze vraagstellingen op te lossen en conclusies te trekken aan de hand van onze bevindingen. Als extra item hebben we de Russische burgeroorlog vergeleken met een burgeroorlog die nog steeds bezig is namelijk de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië.


Rusland in de eerste helft van de 19e eeuw
De historische wortels van de Russische revolutie van 1917 liggen niet uitsluitend in het marxisme. Wil je ze zoeken, dan moet je daarbij ver teruggaan, naar het begin van de 19e eeuw. Rusland heeft een andere geschiedenis gekend dan West-Europa. Tot 1917 was het zowel politiek als economisch en sociaal achtergebleven. Bijna heel de bevolking was analfabeet en stond buiten elke intellectuele ontwikkeling. Er was slechts een kleine bovenlaag. Politiek was Rusland jarenlang een eigenmachtig geregeerd land. De tsaar stond, tot de Russische revolutie in 1917 uitbrak, aan het hoofd van Rusland. Hij had de absolute macht. Onder de tsaar stond een kleine groep aristocraten en grootgrondbezitters die eigenlijk veel meer macht hadden. Er heerste in Rusland in het begin van de 20e eeuw het feodalisme. Dat betekent dat het merendeel van de bevolking afhankelijk was van grootgrondbezitters.

Op 17 februari brak er een oproer uit, dit was het begin van de februari-revolutie. Op 1 februari werd een andere kalender ingevoerd, waardoor het opeens 14 februari werd. De Russische regering kon het oproer niet neerslaan, waardoor de legerleiding hun vertrouwen in de Russische tsaar verloor. Het gevolg was dat de tsaar genoodzaakt was om af te treden. De tsaar en de kleine groep aristocraten en grootgrondbezitters moesten toen hun macht afstaan aan de Kerenski-regering. Deze regering in februari 1917 opgericht. De laatste tsaar van Rusland was Nicolaas II. De Kerenski regering was een voorlopige regering, onder voorzitterschap van de liberaal Lvov, die veel kritiek had op het keizerlijke regime van de tsaar. Kerinski was de enige socialist in deze regering. De oprichters van de Kerenski-regering wilden het keizerlijk regime in oorlogstijd niet afschaffen, omdat er dan logischer wijs een chaos zou ontstaan.

Na een tijdje werd de macht van de Kerenski-regering steeds kleiner. In september werd er door de generaal Kornilov een machtsgreep gedaan. Hoewel de machtsgreep mislukte werd het gezag van de regering toch sterk aangetast. Hierdoor vond Kerenski het noodzakelijk om de hulp van de Bolsjewieken in te roepen. De Bolsjewieken waren communistische revolutionairen, die de opvattingen van Karl Marx volgden. Het Bolsjewisme is een richting van de Russische Sociaal Democratische Arbeiders Partij. Deze partij was in Rusland verboden, en deze partij werd in stand gehouden door Russen die naar het buitenland gevlucht waren.

Het werd een chaos in Rusland en de macht van de Kerenski-regering werd nog kleiner. In november deden de Bolsjewieken een machtsgreep, met het communisme invoeren als doel. Op 7 november 1917 vond er tenslotte een machtswisseling plaats tussen de Kerenski-regering en de Bolsjewieken.

De Bolsjewieken aan de macht
Nu de Bolsjewieken de macht hadden in sommige delen van Rusland, wilden ze die macht natuurlijk ook behouden en uitbreiden. Ze verboden daarom alle niet-Bolsjewistische partijen. Ook mochten aan verkiezingen alleen communistische partijen meedoen. In 1918 werden niet-Bolsjewistische partijen zelfs helemaal verboden! Er moest ook een politieke politie komen die tegenstanders moest arresteren en naar speciale werkkampen moest sturen of moest doden. Mensen met een hoge functie in de maatschappij werden uit hun functie ontslagen, hun bezittingen werden in beslag genomen en velen van hen werden gearresteerd door de politieke politie. Om de politieke politie te ontlopen vluchten veel mensen naar het buitenland. Ook de kerk werd bestreden door de Bolsjewieken. Heel veel geestelijken werden gedood of gevangen genomen. Kerkgebouwen werden staatsbezit. Ook door negatieve propaganda werd de kerk minder populair. De Bolsjewieken wilden ook wat doen tegen de analfabeten en ze wilden ook dat vrouwen dezelfde rechten krijgen als mannen. Verder wilden ze de leiding krijgen over de gehele economie, alle fabrieken transportbedrijven, banken, winkels etc. werden als staatsbezit verklaard. Dit noemt men ook wel oorlogscommunisme. Boeren mochten zelfstanding blijven maar ze moesten wel een deel van hun oogst bij de Bolsjewieken inleveren. Het gevolg was dat de boeren steeds minder gingen verbouwen. Hierdoor ontstond er een hongersnood. Omdat bijna alle mensen in Rusland het niet eens waren met de Bolsjewieken, brak er in mei 1918 uiteindelijk een burgeroorlog uit. De oorlog ging tussen de Roden en de Witten. De Roden zijn de Bolsjewieken en de Witten zijn hun politieke tegenstanders.

De Russische burgeroorlog. (1918-1921)
Afgevaardigden van de grondwetgevende vergadering vluchtten naar West-Siberië en vormden hun eigen geheel Russische regering. Deze regering was snel neergedrukt door een wit dictatorschap onder admiraal Aleksandr Kolchak.


Legerofficieren in het zuiden van Rusland organiseerden een vrijwilligersleger onder leiding van de generaals Kornilov en Denikin. Zij kregen steun van Frankrijk en Engeland. In het gebied van de Wolga en het oosten van de Oekraïne begonnen de boeren acties te voeren tegen de dienstplicht en de mobilisatie van het leger van de Bolsjewieken. Hieruit volgde dat de anarchisten, ook wel de Groenen genoemd, en de Witten tegen de Roden vochten. Het begon een beetje op een guerrillaoorlog te lijken. Op een gegeven moment keerden zelfs de linkse socialistische revolutionairen zich tegen de Bolsjewieken, omdat de ze vonden dat de Bolsjewieken de revolutionaire ideeën hadden verraden. De Bolsjewieken reageerden hierop door hun politieke politie op de tegenstanders los te laten en ze mobiliseerden hun Rode Leger met Trotski aan het hoofd. De troepen van Kolchak werden in 1919 verslagen door de Roden en de troepen van Denikin in 1920. Hierna trokken de buitenlandse troepen zich terug en het Rode Leger concentreerden zich op het onderdrukken van de boerenopstanden. De Bolsjewieken waren allerminst populair bij het volk, maar Lenin vertegenwoordigde wel wat de arbeiders en boeren graag wilden, namelijk een radicale sociale verandering. Desondanks braken er weer antibolsjewistische opstanden uit. Ook deze opstanden werden wreed neergeslagen.

In 1918 bedacht Lenin de N.E.P. (Nieuwe Economische Politiek), die in 1921 werd ingevoerd. Met de N.E.P wilde Lenin de agrarische en de industriële productie herstellen. De N.E.P hield in dat kleine bedrijfjes in de landbouw, handel en industrie waren toegestaan, maar dat het bankwezen, het transportwezen en de buitenlandse handel in handen van de staat bleven. Boeren mochten na het betalen van een bepaald bedrag de resten van hun oogsten zelf verkopen. Dit voorkwam echter niet de hongersnood in het Wolgagebied. In het Wolgagebied heerste tot 1921 een droogte. Door die droogte en de ingestorte economie ontstond er alsnog een hongernood.

Andere landen en de Russische burgeroorlog
Een burgeroorlog in een ander land gaat een land niet ongemerkt voorbij. Door de burgeroorlog in Rusland ontstonden er dus politieke conflicten en onrust in andere landen zoals: Groot-Brittannië, Frankrijk, de Verenigde Staten, Japan, Finland, Estland, Letland, Litouwen, Polen en de Oekraïne. Deze landen gingen zich ook met de Russische burgeroorlog bemoeien. Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten, de Entente uit de

Eerste Wereldoorlog, stuurden leger naar Rusland om de Witten te steunen en tegen de Roden te vechten, omdat deze landen bang waren voor het communisme. Franse en Britse beleggers dachten ook veel geld mis te lopen omdat de Russische communisten hadden geweigerd hun staatsschulden o.a. uit de Eerste Wereldoorlog, terug te betalen. Japan greep eveneens zijn kans, omdat Japan zijn invloed op het vasteland van Azië wilde vergroten. Het gevolg was dat de Verenigde Staten zich ook met de burgeroorlog gingen bemoeien omdat de ongerust waren over de toenemende invloed van de Japanners. Finland, Letland, Estland, Polen, Litouwen en de Oekraïne gingen zich ermee bemoeien om hun grondgebied uit te breiden of om zelfstandig te worden.

Het einde van de burgeroorlog
Na de Pools-Russische wapenstilstand op 12 oktober 1920 trokken de Bolsjewieken 133000 infanteristen en cavaleristen aan, waardoor de overmacht van de Roden overduidelijk was. Op 11 november 1920 is het Rode Leger in het voordeel, doordat de opperbevelhebber van het Witte Leger in een hevige dagenlange strijd velen van zijn soldaten had verloren.

De Historici zijn het nog steeds niet helemaal eens over wanneer de Russische burgeroorlog werkelijk was afgelopen. Sommige historici beweren dat de burgeroorlog op 16 november 1920 afgelopen was, nadat de opperbevelhebber van het Witte Leger veel soldaten verloren had en dus machteloos was. Andere historici beweren dat de burgeroorlog pas in 1921 is afgelopen, als er een nieuwe niet-democratische regering komt, die het oorlogscommunisme en de N.E.P. afdwingt. Deze nieuwe regering zorgde voor veranderingen op economisch gebied en voor verbeteringen op sociaal gebied, we kunnen als voorbeeld nemen de gratis gezondheidszorg of meer onderwijsvoorzieningen.

De Russische Burgeroorlog afgezet tegen de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië
Samenvatting Joegoslavische burgeroorlog
De spanningen in voormalig Joegoslavië zijn begonnen toen de leider van Joegoslavië, Tito, overleed. Hij had zelf maatregelen getroffen om een burgeroorlog te vermijden door te regelen dat er na zijn dood een "presidium" van acht man het land zou regeren. Maar Joegoslavië raakte in een diepe economische crisis en daarvoor zochten ze zondebokken. Oude nationale tegenstellingen kwamen weer boven en de Serviërs beschuldigden de Kroaten, de Slovenen de Albanezen etc. Eind jaren 80 nam de spanning toe: onderlinge pesterijtjes, rellen in de gemengde gebieden en schietpartijen werden gewoon. Zo kwam de oorlog langzaam binnengeslopen. Toen verklaarde Kroatië zich onafhankelijk en begon de daadwerkelijke oorlog. Die oorlog is momenteel nog steeds aan de gang.

De vergelijking
Bij de vergelijking kunnen we het beste eerst beginnen met de oorzaken van de oorlog. De spanningen worden in beiden gevallen veroorzaakt door een slecht bewind. Bij de Russen is dat de Tsaar die de bevolking onderdrukt, bij de Joegoslaven is dat het presidium dat voor een diepe economische crisis zorgt. In Rusland had het eventueel goed kunnen gaan als er, toen de macht werd overgenomen, een sterke regering had komen te staan. In Joegoslavië was het volgens ons niet echt mogelijk om het in de hand te houden. Zelfs al was Tito 500 geworden dan waren die nationalistische gevoelens er ook een keer uitgekomen. Een overeenkomst tussen beiden oorlogen is dat bij alletwee er ander landen zich mee bemoeien. Dan kijken we nu even naar de motieven voor beiden oorlogen. Het motief voor de Russische burgeroorlog is duidelijk: de bevolking wordt onderdrukt, de bevolking komt in opstand. Er komt een nieuwe regering en die doet het niet goed. Vervolgens nemen de Bolsjewieken de macht. Ook zij deden het niet erg goed maar toen de oorlog uitbrak hadden ze wel voldoende legers om te winnen. De Russen vechten dus tegen hun eigen regering.

Het motief van de Joegoslavische burgeroorlog is eveneens duidelijk: het gaat niet goed met het land alleen in plaats van iets tegen de regering te ondernemen geven ze elkaar de schuld. Dit is vrij logisch omdat er verschillende volken in Joegoslavië wonen. Hun nationalistische gedachten zijn onder het bewind van Tito keurig in de hand gehouden. En komen nu naar boven met het slechte bewind van het presidium. Toch is er een wezenlijk verschil met de Russen: de Joegoslaven vechten om land voor zichzelf en de Russen hebben dit land al en vechten dus tegen de regering. Het einde van de burgeroorlogen kunnen we nog niet vergelijken omdat de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië nog

Bibliografie
In de les verkregen stencils.

Encarta 98; Winkler Prins Editie; 1998

De Russische Revolutie; John Bradley; Atrium; 1989; Alphen aan de Rijn.

Kroniek van de 20e eeuw; Aart Aartsbergen, Richard Auwerda, Lambiek Berends en vele anderen; Elzevier; 1985; Amsterdam.

Diverse sites van Internet.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.