Prinsjesdag

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 1991 woorden
  • 14 mei 2001
  • 167 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 167 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Historische uitleg
De naam Prinsjesdag is van oudere datum en duidt op de verjaardag ( 8 maart) van de laatste stadhouder Willem V. Ten tijde van de patriotten werd deze verjaardag dor de Oranjegezinde aangegrepen om hun aanhankelijkheid aan het vorstenhuis te tonen. De naam Prinsjesdag is na de Franse tijd overgegaan op de jaarlijkse opening van de Staten Generaal, warbij de Koning en de prinsen van het Huis Oranje Nassau konden worden toegejuicht. Tegenwoordig wordt niet meer gesproken over de opening van de Staten- Generaal.. Bij de Grondwetsherziening van 19338 is de zittingsduur van de Eerste en Tweede Kamer namelijk bepaald op vier jaar. Hierdoor is de jaarlijkse opening van de Staten- Generaal komen te vervallen.

Artikel 65 van de huidige grondwet luidt:

“Jaarlijks op de derde dinsdag van september of op een bij de wet te bepalen ander tijdstip wordt door of namens de koningin in de verenigde vergadering van de Staten-Generaal een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid gegeven.De naam prinsjesdag is ontstaan uit de benaming voor de verjaardag van stadhouder Prins Willem V. In de patriottische tijd (laatste kwart 18e eeuw) werd Prinsjesdag aangegrepen om demonstraties van Oranjegezindheid te houden. Waarschijnlijk heeft men op grond hiervan in de negentiende eeuw de dag van de plechtige opening van de Staten-Generaal ook Prinsjesdag genoemd. De oorsprong van het woord Prinsjesdag heeft men wel aan die omstandigheid toegeschreven. “

Bij het ontstaan van het koninkrijk in het begin van de negentiende eeuw vond de opening van de Staten-Generaal op de eerste maandag in november plaats. Later werd dit vervroegd naar de derde dinsdag in september. De achtergrond van deze maatregel was, dat de Kamer meer tijd wilde om de begrotingsbehandeling voor het einde van het jaar te kunnen afronden. Als dag bleek de maandag uiteindelijk niet ideaal, aangezien dit met de toen nog primitieve verbindingen betekende dat afgevaardigden uit verafgelegen provincies al op zondag hun reis moesten aanvangen. Met name voor de vertegenwoordigers van christelijke partijen bleek dit bezwaarlijk. Bij de grondwetsherziening in 1887 werd dan ook de derde maandag in september vervangen door de derde dinsdag

Ook al is Prinsjesdag sinds 1983 niet meer de officiële opening van het parlementaire jaar, toch bleef de derde dinsdag van september in de Grondwet gehandhaafd als de dag waarop de Troonrede wordt uitgesproken.

Gang van zaken
De Koninklijke stoet begeeft zich omstreeks 13:00 uur van het paleis Noordeinde via het Lange Voorhout en de Korte Vijverberg naar het Binnenhof (Ridderzaal). De Koningin leest om 13:30 uur in de verenigde vergadering (de vergadering van Eerste- en Tweede- Kamerleden) de troonrede voor waarin de plannen van de regering staan voor het komende jaar. In de zaal zitten de ministers en staatssecretarissen en vele hoogwaardigheidsbekleders, zoals leden van de Raad van State en de Rekenkamer. Er zijn ook enkele plaatsen beschikbaar voor pers en 'gewone' burgers. Nadat de Koningin de troonrede voorgelezen heeft, heft de voorzitter het 'Leve de Koningin' aan. Rond 14:00 uur keert de koninklijke stoet terug naar het paleis Noordeinde en vervolgens verschijnt de Koninklijke familie op het balkon. Om 15:00 uur biedt de minister van financiën de miljoenennota en de Rijksbegroting voor het komende jaar aan de Tweede Kamer aan.

Hoe prinsjesdag past binnen onze constitutionele parlementaire democratische monarchie.
Prinsjesdag bevat alle aspecten van de huidige Nederlandse regeringsvorm. De constitutionele kant kan op twee manieren worden benaderd. Ten eerste de directe: het is wettelijk vastgelegd ( zie vorige blz.) in onze grondwet, dat Prinsjesdag ieder jaar moet worden gehouden. Ten tweede is er ook het idee te bespeuren van de ministeriële verantwoordelijkheid die weer past in de constitutionele monarchie.. De totstandkoming van de troonrede is een taak van de minister president. De koningin kan hooguit een paar wijzigingen aanbrengen in de zinsconstructie, maar niet in het beleid.


Het parlementaire aspect is overduidelijk aanwezig. Prinsjesdag heeft namelijk als staatsrechtelijke betekenis het openen van een nieuw parlementair jaar. Ook wordt de troonrede uitgesproken te opzichte van de Eerste en de Tweede kamer. Dit speelt op zich weer een rol in onze democratie, het parlement is de volksvertegenwoordiging die namens het volk daar het te voeren beleid waarneemt.

Samenvatting van de troonrede
In ons land anno 2000 heerst er economische voorspoed waardoor men zich meer op de toekomst gaat richten.

- Een aantal punten die hierop duiden zijn bijvoorbeeld het beleid van alternatieve bronnen voor energie en duurzame ontwikkeling.

- In 2001 wordt ons fiscale stelsel vernieuwd waardoor arbeid meer lonend wordt, de concurrentiekracht vergroot en wederom een stimulans is voor duurzame ontwikkeling

- In de publieke sector moeten knelpunten worden aangepakt. Er moet meer personeel komen voor zorg en onderwijs. Vooral in de zorg met de aankomende vergrijzing

- Er is een AOW fonds opgericht, ook wegens de aanstormende vergrijzing

- Men gaat proberen het aantal WAO uitkering terug te brengen, door preventie en reïntegratie in de maatschappij.

- Het vluchtelingenbeleid moet leiden tot het verkorten van de asielprocedure en inburgering. Hier wordt ook een solidaire mening gevraagd aan de kant van de Nederlanders ten opzichten van Minderheden.

- De maatschappij moet voldoende worden aangesloten op de nieuwe informatie en communicatie technologie.

- Onder het motto van keuzevrijheid en toegankelijkheid komt er ene nieuw stelsel van zorgverzekeraars.

- Het strafrecht wordt meer aangepast op het gebied van Europese samenwerking. Er volgt ook een modernisering van de rechtspraak met de mogelijkheid tot DNA onderzoek.

- De Europese Unie streef wederom naar duurzame economische groei, en een hechte sociale samenhang ( solidariteit) Ook een verankering van de democratie.

- Als buitenlands beleid zal men nauwer gaan samenwerken met de VN. Ook zal Nederland zich inspannen voor de economische problemen in Suriname.

Door mij verwacht beleid
Nu het eenmaal zo goed met Nederland gaat, en er voor het eerst een begrotingsoverschot is, proberen alle partijen weer een deel van de buit te kunnen bemachtigen. Allemaal wel en aardig, maar het is niet altijd zo goed met Nederland gegaan. Nu er economische voorspoed is, wil de regering dat nog wel eens vergeten.

Het eerste wat me opvalt aan de troonrede, is dat veel ministeries zich richten op “de toekomst”. In plaats van klakkeloos geld uit te geven, denken ze nu meer na over de gevolgen op lange termijn. Het woord dat ook herhaaldelijk naar voren word gebracht is “duurzame ontwikkeling” Dit vinden we onder andere terug bij economische zaken, en milieu. Mijn verwachtingen daarvan zijn, dat de regering meer geld gaat steken in het ontwikkelen van alternatieve energiebronnen, aangezien zij eveneens de CO2 uitstoot willen beperken.

Ook bij justitie heeft men een visie voor de toekomst. Men wil ook daar geld hebben voor nieuwe ontwikkelingen zoals DNA-onderzoek. Mij lijkt, als ze dit willen doorvoeren, dat er wel wat wetsveranderingen moeten komen. Het gevaar kan bestaan dat door intensief onderzoek naar het DNA, er enige privacy verloren gaat. Er moeten dus duidelijke grenzen gesteld worden.

Het beleid op sociale zaken zet eigenlijk de toon voor de andere ministeries zoals onderwijs, gezondheidszorg, en economische zaken. Nu wil met, men goede maatregelen, de werkgelegenheid verbeteren. Naar mijn mening kunnen ze dit op verschillende vlakken aanpakken. Ten eerste: de WAO uitkeringen. Een veel omstreden onderwerp, maar toch het grootste probleem. Men zou streng moeten controleren, en eventueel herkeuren ( alhoewel ze dat voorgaande jaren ook al hebben geprobeerd, en dat liep behoorlijk verkeerd af).

Niet alleen de WAO uitkeringen kunnen ze aanpakken, maar ook de werkeloosheidsuitkeringen. Als ze willen bewerkstellen dat het aantal langdurige werklozen afneemt, is er maar een oplossing: korten op de uitkering. Dat lijkt mij de beste manier, om mensen weer te stimuleren aan het werk te gaan, omdat geld een universele taal is.

Nog een zeer belangrijke bevolkingsgroep die langzaam zijn plaats op de arbeidsmarkt begint te veroveren is de vrouw. Helaas zijn de omstandigheden er naar, dat werken voor de vrouw niet aantrekkelijk is. Daarom proberen de ministeries sociale zaken en economische zaken betere voorzieningen te regelen voor bijvoorbeeld kinderdagverblijf. Omdat niet alle bedrijven dit even financieel aantrekkelijk vinden, kunnen er subsidies worden gegeven, die uiteindelijk leiden tot een schappelijk treffen in de secundaire arbeidsvoorwaarden.

Nog een probleem is de snel groeiende groep ouderen. Wegens de vergrijzing, zullen er in een kort tijdsbestek veel banen vrijkomen. Om een overvloed aan aanbod te beperken, kan de regering de pensioenregelingen flexibeler maken. Wat eventueel ook kan, is de VUT afschaffen.

Dan kom ik meteen op een ander punt: onderwijs. Een van de minst aantrekkelijke overheidsinstellingen om in te werken, althans, dat blijkt uit de cijfers…. Wegens het tekort aan leraren, moet de overheid veel geld uitgeven in het werven van nieuwe gegadigden. Maar waar ligt nu het probleem? Waarom is het beroep van leraar bijna niet in trek? Volgens mij komt het door de lage sociale status die leraren verkrijgen. Ondanks hun redelijk goede salaris, zijn er toch nog aspecten die in de samenleving minder worden gevonden. Daarom vind ik niet dat ze zomaar de salarissen moeten verhogen, want daar ligt niet echt het probleem. Misschien kunnen ze meer een systeem van “promotie” toepassen. Door de onderwijskrachten meer ruimte te geven om zichzelf te ontwikkelen, maar je het beroep al aantrekkelijker. Het invoeren van prestatieloon kan volgens mij ook een steentje bijdragen. Als mensen nu zelf kunnen bepalen wat ze kunnen gaan verdienen, door bijscholing, extra activiteiten, dan is het oude idee uit de wereld dan wanneer je eenmaal een loonsovereenkomst hebt, je maar zeer geleidelijk kun stijgen. Als ze dit beleid doorvoeren, kunnen ze ook de hierboven genoemde pensioenregeling flexibeler maken, totdat er weer genoeg onderwijskrachten zijn.

Ook de gezondheidszorg heeft te maken met een tekort aan personeel. Ze kunnen dit aanpakken net zoals bij onderwijs, en de sociale status proberen te verbeteren. Een ander probleem bij volksgezondheid zijn, hoe kan het ook anders, de wachtlijsten. In de troonrede kwamen de woorden keuzevrijheid en toegankelijkheid naar voren. Er was al het idee om bij de zorgverzekeraars een nieuw stelsel in te voeren, maar ik denk dat ze eerde kiezen voor behandeling in het buitenland, dat is een bevordering voor de keuzevrijheid. Voor toegankelijkheid binnen de collectieve sector kunnen de zorgverzekeraars worden aangepakt, of de medische voorzieningen subsidiëren.

Het asielbeleid word ook op de bovenstaande zaken afgestemd. Ze zijn voor integratie binnen de samenleving en vinden dat daar aanpassingen bij nodig zijn. Hier denk ik bijvoorbeeld aan het beleid van Cultuur en economische zaken. Economische zaken zou het aantrekkelijker kunnen maken voor allochtonen om zich verder te ontwikkelen in hun baan, en eventueel ook zelf een onderneming te starten. Dit kan worden gedaan met subsidies en betere scholing. Op het gebied van cultuur hebben ze wederom de term toegankelijkheid toegepast. Voorop staat dat het algemeen bekend is dat Nederland veel culturele minderheden heeft. Ook voor deze mensen moet cultuur toegankelijk zijn, dat is juist een bevordering voor de integratie. Dit betekent wel dat men keuzes moet gaan maken. Wat past nu wel, en wat niet, in het beleid. Daar zijn zullen, en zijn er trouwens ook al geweest, nog felle discussies over gevoerd gaan worden.

Op het gebied van buitenlandse samenwerking staat de Europese unie natuurlijk voorop. Met de komst van de euro is het noodzakelijk dat de regering zich vooral richt op de invoering van deze. Wat ook nog eens niet zo slecht kan zijn, is mensen beter inlichten, en ze ook laten voelen dat we in één Europa leven. De meeste zijn nu redelijk pessimistisch over de euro. Er bestaat ook geen hechte sociale samenhang, misschien kunnen ze dat verbeteren zodat de euro ook wat beter valt. Internationale samenwerking kan nodig zijn, maar ik denk niet dat Nederland zich al teveel in zal gaan zetten. Vooral nu met de crisis in Suriname, waar Nederland nog het idee heeft dat ze verantwoordelijk is, zal dit niet een prioriteit zijn.

En als afsluiting nog even een korte nabeschouwing. De termen die naar voren komen zijn: duurzame ontwikkeling, keuzevrijheid, toegankelijkheid (re-) integratie. Daar draait het eigenlijk allemaal om. Ze hopen dat deze elementen ervoor zorgen dat onze huidige samenleving de fundamenten voor de toekomst stevig versterkt.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.