Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Nixon

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 3e klas vwo | 5932 woorden
  • 18 oktober 2002
  • 125 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 125 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Inhoudsopgave

Hoofdstuk:
Inhoud
Inleiding
1. Hoe was zijn binnenlandse politiek?
1.1 Hoe ging hij te werk om stemmen te winnen?
1.2 Watergate-schandaal
1.3 Wat deed hij verder aan de binnenlandse politiek?
Conclusie hoofdstuk 1
2. Hoe was zijn buitenlandse politiek?
2.1 De Vietnam-Oorlog
2.2 De Sovjet-Unie
2.3 Het Midden-Oosten
Conclusie hoofdstuk 2
Eindconclusie
Slotwoord
Bronvermelding

Inleiding

Ons werkstuk gaat over de binnenlandse en buitenlandse politiek van president Nixon (1963-1974) en of hij uiteindelijk een goede president was of niet.

De hoofdvraag is:
Was Nixon een goede president of niet?

De deelvragen zijn:
- Hoe was zijn binnenlandse politiek?
- Hoe was zijn buitenlandse politiek?

We hebben voor dit onderwerp gekozen omdat we al een hoofdstuk in het lesboek hebben gehad over de Amerikaanse presidenten en toen zijn we het Watergate-schandaal tegen gekomen. Dat leek ons wel interessant.

Hypothese:
We denken dat hij geen goede president is geweest, want we kennen hem alleen van het Watergate-schandaal en daardoor moest hij voortijdig aftreden.

Een kort stukje over Nixon ter inleiding:

Richard Milhous Nixon werd geboren op 9 januari 1913, in Yorba Linda, Californië, geboren. Zijn ouders waren tamelijk arm en waren lid van de Society of Friends. Nixon ging na de lagere school naar het Wittier College waar hij als hoofdvak geschiedenis studeerde. Daar kreeg hij een studiebeurs voor de rechtsschool. Nadat hij zijn studie had afgerond ging hij bij een advocatenbureau in Whittier werken. In het begin van de tweede wereldoorlog werkte hij bij Emergency Management. Daarna sloot hij zich aan bij de Amerikaanse marine bij het Naval Air Transport Command, daar zorgde hij voor luchttransport bij de marine. In 1946 streed Nixon bij de Californische republikeinen voor een plaats in het Huis van Afgevaardigden. Hij won met 16.000 stemmen van zijn tegenstander van de democraten. In 1950 werd Nixon senator. Hij viel vooral op door zijn aandacht voor binnenlandse veiligheid. In 1952 werd Nixon gekozen als vice-president achter Eisenhower. Hij kwam over als een sterke Republikein en woordvoerder. Hij ontwikkelde ook in het buitenland geloofwaardigheid door een heleboel andere staten en landen te bezoeken. In 1960 won Nixon de nominatie voor het presidentschap maar hij verloor van John F. Kennedy bij de presidentsverkiezingen met een klein verschil van 113.000 stemmen. In 1962 verloor Nixon van gouverneur Edmund G. Brown in de “gubernatorial race”, maar hij verloor. Daarom kondigde hij aan zich voorgoed terug te trekken uit de politiek en vestigde zich in New York als jurist. In 1968 kwam hij weer terug in de politiek als presidentskandidaat voor zijn conservatieve partij met Spiro T. Agnew als tweede man. In 1969 versloeg hij de democraat Humphrey en werd als president beëdigd.


1. Hoe was Nixons binnenlandse politiek?

1.1 Nixons eerste termijn, hoe ging hij te werk om stemmen te winnen?

Tijdens Nixons eerste twee jaar van zijn eerste termijn voerde Nixon een polariserende politiek. Dat wil zeggen dat hij een politiek voerde waarin hij de verschillen in de samenleving sterk aanscherpte. Na de verkiezingen van 1970 ging Nixon hier nog in het geheim mee door, hij speelde “alsof”hij dé grote staatsman was, de man die boven alle partijen stond. De polarisatie had geen ander doel dan de verkiezingen te winnen. In 1969 verscheen aan de hand van Kevin Philips een medewerker van Nixons regering The Emerging Republican Majority. In Philips boek trok hij conclusies uit het verloop van de campagne van 1968. Hij redeneerde dat je voor een meerderheid bij de presidentsverkiezingen, de liberals, de jeugd en de minderheden helemaal niet nodig had. Hij zei dat de meerderheid gevormd werd door ‘Middle America’, die ook wel de Silent Majority wordt genoemd. Deze ‘Middle America’ bestaat uit middelste en onderste laag van de middenklasse en de bovenste laag van de arbeidersklasse. Niemand had in de jaren zestig gelet op de zwijgende meerderheid. Nixon maakte hier gebruik van om de Republikeinse minderheidspartij te veranderen in een meerderheidspartij: Zo wilde hij de ontevreden Democraten naar de Republikeinse partij te lokken. De zuidelijke Democraten hadden hier al moeite mee en deze partij had meteen uitgerekend of ze hiermee wel stemmen konden krijgen. Daarom ontwierpen Nixon en zijn medewerkers de ‘Southern Strategy’. Dit zou de Republikeinen aan een politieke doorbraak helpen. De regering diende met deze manier indruk te wekken geen voorstander te zijn van verdere integratie van blank en zwart. Om de stemmen van de aanhangers van Wallace in het noorden te winnen en de zwijgende meerderheid achter zich te krijgen, moest er vooral gereageerd worden tegen de critici van de Amerikaanse samenleving. Deze hadden namelijk in de jaren zestig veel publiciteit gehad. Ook moest er gereageerd worden om de liberals, de aanhangers van de counterculture en de radicale zwarte activisten. Want de zwijgende meerderheid had zich geërgerd aan die groepen. Door de hele zwijgende meerderheid een beetje hun zin te geven kon Nixon meer mensen achter zich krijgen.

In 1969 werd er een begin gemaakt aan de ‘Southern Strategy’. De Voting Right Acts van 1965 moest verlengd worden. Dit had veel effect gehad in de zuidelijke staten. John Mitchell, Nixons minister van justitie, liet het Congres weten dat hij hier niks voor voelde. Volgens hem zou er een nieuwe slappere wet moeten komen. Dit gebeurde niet. De Voting Right Acts werd verlengd. Ook de Civil Right-wetten kwamen van pas. Tijdens het bewind van Kennedy en Johnson keek men ijverig toe op de naleving van deze wetten, maar Mitchell liet weten dat men hierover kalm aan moest doen. De regering Nixon had dus geen enkele interesse in de naleving van de burgerrechtwetgeving. Alleen in de eerste jaren van Nixons presidentsschap maakte de integratie vorderingen, dat had hij te danken aan het Congres en de gerechtshoven. Nixon had beloofd als president meer voor de zwarten te doen dan zijn voorgangers, maar hij kwam zijn belofte niet na en werkte hiermee de zaak van de burgerrechten tegen.

In Nixons tweede ambtstermijn nam in de VS het verzet tegen hem enorm toe. Hij werd ook uiteindelijk gedwongen om af te treden als president. Nixon was dan ook de eerste president die moest aftreden. De belangrijkste oorzaak van de val van Nixon was de corruptie in zijn regering en zijn eigen onbetrouwbaarheid:

- Nixon moest zijn minister van justitie ontslaan, deze had namelijk als voorzitter van het comité voor Nixons herverkiezing grote sommen geld aangenomen van het bedrijfsleven. In ruil daarvoor zou de regering deze bedrijven allerlei gunsten verlenen.
Zijn vice-president Agnew moest aftreden: Deze had zich altijd als een voorvechter getoond voor recht, orde en fatsoen in het land. Maar, na zijn verkiezing, bleek dat hij toch niet zo’n voorvechter was. Het bleek dat hij vóór zijn vice-presidentschap de belastingen had ontdoken en zich had laten omkopen.

We beginnen hier met het Watergateschandaal omdat dit een zeer bekend en belangrijk punt is over Nixon: Het Watergate-complex

1.2 Het Watergate-schandaal

Dit wereldberoemde schandaal was een schok voor de Amerikanen. Dit schandaal gebeurde in de van 16 op 17 juni 1972: Vijf van Liddy’s medewerkers kregen opdracht om in het Watergatehotel in te breken. In dit hotel was namelijk het hoofdkwartier van de Democratische partij gevestigd. In de vroege ochtenduren van zaterdag 17 juni liep de 25-jarige bewaker Frank Willis één van zijn voorgeschreven rondes. Op de benedenverdieping stond een deur open die hij tijdens een vorige ronde zelf had gesloten. Hij ontdekte dat er inbrekers moesten zijn. Frank Willis nam geen risico en waarschuwde meteen de politie. De politie was als snel ter plekke en doorzocht het gebouw. Ze vonden en arresteerden vijf mannen in het nationale hoofdkwartier van de Democratische partij. De arrestanten hadden verschillende instrumenten bij zich: camera’s om documenten te fotograferen en allerlei soorten zeer professionele afluisterapparatuur. Het was dus de bedoeling afluisterapparatuur te plaatsen. Toen McGovern verklaarde dat Nixons bewind het meest corrupte uit de Amerikaanse geschiedenis was, werd hij beschouwd als een slechte verliezer. Hierdoor won Nixon helemaal. Vermoedelijk had Nixon gewonnen omdat de meeste mensen anti-McGovern waren. Na Nixons overwinning eiste hij ontslagaanvraag van alle topfunctionarissen van zijn regering. Hij kondigde nieuwe, grote reorganisaties aan. Iedereen die hem in zijn eerste termijn tegensprak werd nu ontslagen. Er kwam een ‘superkabinet’ dat zich gevestigd zou hebben in het Witte Huis. Nixon grootste doel was uitbreiding van presidentiële macht. Zonder overleg met het Congres brak hij af wat nog restte van de Great Society. Nixon weigerde de door het Congres gestemde sociale programma’s uit te geven. In deze tijd was Nixon erg populair. Maar op 8 januari was het proces tegen de inbrekers van het Watergatehotel begonnen onder leiding van de rechter John Sirica. De meeste van hen waren in het diepste geheim omgekocht snel te bekennen om zodat de kans klein was dat het proces uit de hand zou lopen. Twee leden van de inbrekers weigerden dit. Eind maart deed Sirica uitspraak. Sirica kreeg op de dag van de uitspraak een brief van McCord waarin stond dat vertegenwoordigers van het openbaar ministerie niet te vertrouwen waren. McCord zweerde dat er veel meer achter de inbraak zat, dat er hooggeplaatste personen bij de zaak betrokken waren geweest en bijna iedereen meineed gepleegd had. Ruim twee weken later gaf Nixon toe dat zijn medewerkers inderdaad bij de zaak betrokken waren geweest. Nu vroegen velen zich af of Nixon van deze affaire wist. John Dean, de belangrijkste getuige van de commisie verklaarde dat Nixon van alles op de hoogte was geweest. Zijn uitspraak was dus tegen het woord van de president. Op 16 juli verklaarde een andere medewerker van Nixon dat alle gesprekken van Nixon op band waren opgenomen. Dit punt was erg belangrijk voor de affaire. Hierdoor zou (bijna) alles duidelijk worden gemaakt. Rechter John Sirica, de aanklagers van de Watergate-affaire en senator Ervin vroegen om deze banden. Nixon weigerde deze banden af te staan. Het werd duideik dat Nixon een leugenaar bleek te zijn. Hierna volgde een juridisch gevecht dat maanden duurde en tenslotte ook werd verloren door Nixon. Nixon bleef beweren dat men geen moeite moest doen voor de banden. Later kwam een nieuwe speciale aanklager en Nixon beloofde een deel van de bandjes af te staan. Maar nu werd ontdekt dat gedeelten van de bandjes gewist waren. Bandjesdeskundigen verklaarden dat er geen twijfel kon bestaan over dat dit met opzet was gedaan. Er kwamen steeds meer nieuwe aanklagers. In totaal waren er vier aanklagers. De aanklagers en onderzoekers vroegen voortdurend om meer banden. Nixon gaf later toestemming voor de publicatie van de inhoud van een gedeelte van de bandjes. In 1973 was het House Judiciary Committee bezig te onderzoeken of er een reden was tegen de president een ‘impeachment’- procedure te beginnen. Dat wil zeggen: of er een reden was de president in staat van beschuldiging te stellen. Alleen op deze manier is het mogelijk een president af te zetten. Samengevat loopt deze procedure als volgt: het Huis besluit met een meerderheid of de president wel echt in staat van beschuldiging gesteld kan worden en -als dit inderdaad zo is- op welke gronden. De Senaat en Chief Justice treden vervolgens op als rechters. De Senaat moet uiteindelijk met tweederde meerderheid beslissen of de president schuldig is. Een half jaar later begon het House Judiciary Committee met openbare hoorzittingen. Drie dagen later besloot en ruime meerderheid van de commissie het eerste impeachmentartikel te aanvaarden presenteren. Hierin wordt Nixon beschuldigd van het opzettelijk hinderen van de rechtsgang. Begin augustus werd het voor Nixon duidelijk dat hij in de Senaat onvoldoende steun had om eventueel een proces te doorstaan.

1.3 Wat deed Nixon verder aan de binnenlandse politiek ?

Wetenschappers vonden op zich dat Nixon zich goed bezig hield met de bevolking van de VS. Nixon zette zich in voor de volgende zaken:
- Hij verhoogde de uitkeringen onder de sociale voorzieningen;
- Hij zette het subsidiëren van woningen voor families met een laag- en middelinkomen voort;
- Hij verhoogde de steun voor onderwijs door de overheid van de desbetreffende staat.

Nixon zette zich niet overal voor in. Hij was tegen verschillende wetsvoorstellen. Hij verzette zich tegen de volgende wetsvoorstellen:
- vervuilde waterwegen laten zuiveren,
- het vestigen van kinderverblijven voor kinderen waar de moeders van moesten werken. Deze kinderen gingen immers nog niet naar school;
- waterbronnen aanleggen;
- constructie van publieke banen.

In 1969 en 1970 liep in het diepste geheim een uitgebreide campagne om de tegenstanders van het ‘Nixon-regime’ met middelen die volgens de wet niet zijn toegestaan, te dwarsbomen. Nixon beschouwde bijna iedereen als tegenstander. Dit gaf dus veel werk. Nixon zag zichzelf als een buitenstaander, hij voelde zich bedreigd door het establishment. Dat waren de media, de liberals, alle Democraten en de hele overheidsbureaucratie. Hij zag het establishment als zijn grote tegenstander in een strijd. Nixon karakteriseerde het establishment als een oorlog. Nixon was voortdurend bezig met het maken van wraakacties en politieke offensieven tegen ‘de vijand’. Zijn medewerkers kregen telkens kleine memo’s over personen die ‘gepakt’of verdacht gemaakt moesten worden. Er waren in Washington nauwelijks personen en instellingen die niet door Nixon werden gehaat of geminacht. Een uitspraak van Nixon over zijn wantrouwigheid: ‘There’s a lot of dirty work to be done here’. Nixon wilde dus veel mensen ‘opruimen’die volgens hem verdacht waren. Dit deed hij ook bij overheidsdiensten. Deze overheidsdiensten waren ondergeschikt gemaakt door de benoeming van Nixons personeel op hoge posten.
Uiteindelijk besloot Nixon dat alle binnenlandse afluisterpraktijken gecoördineerd moesten worden. Dat betekende dat de FBI, de CIA, de National Security Agency gezamenlijk moesten opereren. Zo zou Nixon een heel groot overzicht en macht hebben.

Tijdens de verkiezingen van 1970 liet Nixon zelfs zoveel mogelijk commentaren uitspreken die voor hem erg aangenaam waren. Dit was gewoon in opdracht van zichzelf. Maar na 1968 hadden veel mensen het gevoel dat de opwinding in de VS langzaam vervaagde. Men was niet tevreden. Want Nixon had in tegenstelling tot zijn verkiezingsbeloften geen enkele moeite gedaan voor de tegenstellingen in de VS en de politieke rumoerigheid te verlagen. De jaren tussen 1963 en 1968 waren voor de mensen ook teveel gevraagd. Men had genoeg van de politiek en richtte zich op andere zaken zoals de getto-opstanden. Er was namelijk niets veranderd aan de situatie in de getto’s. Dit leidde tot grote ergernis tegen de regering.

Het Witte Huis vond dat Nixons wetgevende programma niets voorstelde. Hij had wel veel publiciteit. Het Witte Huis vond dat al het werk gedaan was van de Democraten in het Congres. Dit baseerde het Witte Huis op de volgende punten waar de Democraten in het Congres voor zorgden:
- uitbreiding van de sociale zekerheid en voor
- belangrijke nieuwe wetgeving op het gebied van milieubescherming.

De wetgeving die Nixon met groot enthousiasme aankondigde liep al gauw vast in het Congres. Nixon was zo weinig geïnteresseerd in de binnenlandse politiek dat hij al gauw zijn interesse in zijn eigen wetsvoorstellen verloor. Het ging Nixon ook vooral om de publiciteit.

In 1969 kondigde Nixon aan dat hij bezig was met het gehele sociale zekerheidsysteem te herzien. Er kwam een Family Assistance Plan waarin elke Amerikaanse familie een minimuminkomen had. Dat zou het jaarinkomen zijn van 2500 dollar. Nixon kondigde aan dat families alleen wat kregen als het gezinshoofd bereid was te werken of als het nodig was zich te laten omscholen. De conservatieven voelden hier niets voor en de liberals vonden het principe van het minimuminkomen wel aantrekkelijk, maar waren tegen de werkverplichting. Nixon had nadat het plan was aangekondigd en de wetgeving was ingediend hier weinig meer aan gedaan. Van dit plan is tenslotte niets terecht gekomen.

In 1970 kwam er nog een initiatief dat belangrijk leek: de Environmental Protection Agency. want toen de Agency er was, had Nixon geen interesse meer in de milieuwetgeving. Later werkte hij zelfs de milieuwetgeving tegen.

In 1971 was de aandacht van Nixon helemaal gericht op het winnen van de verkiezingen in 1972. Als hij die overwinning wilde behalen, dan moest er eerst iets gedaan worden aan de economie. Nixon had niet echt een welvarende samenleving geërfd van zijn voorganger Johnson. De economische groei nam namelijk af en de inflatie nam onaangenaam toe. Nixons gaf voorrang aan het verminderen van de inflatie. Nixon koos voor beperking van de geldhoeveelheid door middel van monetaire manipulatie. De resultaten hiervan waren negatief. In 1970 daalde het nationaal inkomen, terwijl de prijzen maar bleven stijgen en de werkloosheid behoorlijk toenam. Doordat belastinginkomsten sterk verminderd waren had de overheid een tekort. In 1971 kwam 1971 kwam Nixon met een noodpakket: er kwam een loon- en prijsstop, de belastingen werden verminderd en de invoerrechten tijdelijk enorm verhoogd. Dat de invoerrechten moesten worden verhoogd had te maken met de handelsbalans die negatief was. Toen werd de dollar gedevalueerd (werd minder waard). Deze maatregelen werden later weer versoepeld. In 1972 was er weer sprake van een economische groei.

Conclusie hoofdstuk 1

Zo te zien was Nixon niet echt geïnteresseerd in zijn binnenlandse politiek. Welke pluspunten ik heb gevonden zijn:
- Nixon heeft zich op bepaalde punten ingezet die in dit werkstuk staan opgesomd;
- Hij wilde de VS van de economische ondergang helpen. Hij zorgde opnieuw voor een economische groei.
Wat mij opviel is dat ik veel meer minpunten heb kunnen vinden dan pluspunten. De volgende minpunten heb ik gevonden:
- Allereerst het Watergateschandaal: ik vind dit een slechte zaak.
- Nixon was erg wantrouwend. Dit komt wel eens vaker voor, dat iemand wantrouwend is. Alleen dat hij zoveel mensen verdachte vond ik minder.
- Nixon kwam zijn beloftes niet na
- Om stemmen te winnen gaf hij bepaalde groepen mensen hun zin. Hij ging niet in op verdere integratie tussen blank en zwart. Nixon had beloofd meer voor de zwarten te doen.
- Hij bedacht plannen en zodra die uitgevoerd waren interesseerde hij zich er niet meer in. Veel van zijn plannen kwamen ook niet uit. Hij interesseerde zich ook weinig in zijn eigen wetsvoorstellen.

Het valt mij dan ook op dat hij zijn buitenlandse politiek belangrijker vond dan de binnenlandse politiek.

2. Buitenlandse politiek

Nixon had vooral ervaring en interesse voor buitenlandse politiek. Daarom wilde hij dit zoveel mogelijk zelf doen. Hij versterkte de positie van de National Security Council (NSC) sterk. Hoofd van de NSC werd Henry Kissinger. Kissinger concentreerde de macht op het gebied van buitenlandse zaken zoveel mogelijk bij de NSC. Het ministerie van Buitenlandse zaken werd zoveel mogelijk buiten gesloten. Dit veranderde later toen Kissinger zelf minister van buitenlandse zaken was geworden. Maar de uiteindelijke beslissingen werden toch nog steeds door Kissinger gemaakt.

2.1 De Vietnamoorlog

Door de dekolonisatie van Frans Indo-China in de jaren 50 was Vietnam in tweeën gedeeld. Eigenlijk was deze deling tijdelijk bedoeld maar het duurde nog een stuk langer dan de bedoeling was door de rivaliteit tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Zuid-Vietnam steunde heel erg op de Verenigde Staten. Het land begon zich bedreigd te voelen door de guerrillastrijders die werden gesteund door het communistische Noord-Vietnam. De Verenigde Staten probeerde met economische steun en militaire adviezen Zuid-Vietnam uit communistische handen te houden. Maar al snel bleek dat adviezen en geld niet genoeg waren. Daarom besloot Johnson dat Amerika direct met de oorlog betrokken moest worden. In januari 1965 begon Amerika met het bombarderen van Noord-Vietnam zodat het land geen verdere steun zou geven aan de Vietcong. Die zomer kwamen ook de eerste gevechtseenheden aan. Daarna raakte Amerika steeds dieper betrokken in de oorlog, want het bleef maar bombarderen, in 1968 waren er al 500.000 Amerikanen in Vietnam, het lukte ze niet de Vietcong te verslaan. Door de stijgende doden en gewonden die er vielen en door de grote financiële steun die er werd gegeven groeide het anti-Amerikanisme snel en in westelijke landen werd geprotesteerd tegen het beleid van Johnson. In 1968 besloot Johnson door zijn falen zich niet meer herkiesbaar te stellen.

Het beleid van Nixon rondom de Vietnam-oorlog

Nixon wilde proberen een eervol einde te maken aan de oorlog te maken, maar Nixon en Kissinger wilden niet de indruk wekken dat de Verenigde Staten verloren hadden. Om dat te bereiken moesten ze ervoor zorgen dat het Zuid-Vietnamese regime nog een tijd op de been bleef, ook nog enige jaren nadat de Amerikanen vertrokken waren. Hij wilde dit doen door te vietnamiseren: de directe Amerikaanse betrokkenheid te verminderen maar meer geld, luchtsteun en wapens te geven aan Zuid-Vietnam zodat ze zonder Amerika de strijd konden voortzetten.

De luchtsteun die de VS aan Zuid-Vietnam gaf

Hierdoor werd jarenlang bombardementen op Laos en Cambodja uitgevoerd om de aanvoer van de Vietcong te stoppen. De toestand in Zuid-Vietnam stabiliseerde zich, zodat een overwinning van de Vietcong voorlopig nog niet mogelijk was. In juni 1969 konden de eerste Amerikaanse troepen worden teruggetrokken en de dienstplicht werd afgeschaft. Hiermee verdween bijna alle tegenstand tegen de oorlog want de oppositie moest het vooral hebben van studenten die niet in Vietnam wilden vechten. Met de onderhandelingen die in 1968 in Parijs moeizaam begonnen waren ging het de komende jaren nog niet veel beter. Om dit wat te versnellen was Kissinger in 1969 geheime onderhandelingen begonnen met een lid van het Noord-Vietnamese politburo. Om de Amerikaanse geloofwaardigheid hoog te houden, begon Nixon in 1970 met een invasie in Cambodja met de bedoeling het hoofdkwartier van de Vietcong te vernietigen. Dit hoofdkwartier bleek niet te bestaan en de Amerikaanse troepen trokken zich terug. Om de Noord-Vietnamese onderhandelaars onder druk te zetten liet Nixon in 1972 zware bombardementen uitvoeren op Noord-Vietnam. Kort daarna in januari 1973 werd een wapenstilstandovereenkomst getekend waardoor de Verenigde Staten zich volledig konden terugtrekken.
De overeenkomst hield in:
- De onafhankelijkheid van het zuiden wordt erkend.
- De buitenlandse troepen moeten zich terugtrekken uit Laos en Cambodja.
- De Verenigde Staten beloven economische steun aan de landen van het
Indochinese schiereiland.
Twee jaar later, in 1975, maakten de guerilla’s en Noord-Vietnam een einde aan hun bewind. Uiteindelijk werd Noord en Zuid-Vietnam weer herenigd in een land met een communistisch bestuur. Daarmee had de Amerikaanse politiek compleet gefaald. De honderdduizenden doden en gewonden en al het geld dat Amerika aan de oorlog had besteed was voor niets geweest.

2.2 De Sovjet-Unie

Nixon en Kissinger meenden dat het falen in Vietnam kwam doordat er geen goed onderscheid gemaakt werd tussen wat wel en niet van belang was voor de Amerikaanse veiligheid. Niet elk links regime vormde een bedreiging voor de Verenigde Staten. Het enige wat volgens Kissinger van belang was voor de veiligheid van de Verenigde Staten was het gedrag van de Sovjet-Unie, want als de Sovjet-Unie haar macht zou vergroten, dan was dat bedreigend voor de Verenigde Staten. Voor Nixon werd er door de presidenten in de Verenigde Staten containmentpolitiek gevoerd en in de jaren veertig, vijftig en zestig werd dit vooral met veel geweld gedaan. Kissinger en Nixon wilden de containmentpolitiek helemaal veranderen. Ze wilden dat de Sovjet-Unie deel uit zou maken van een stabiele wereldorde. Dan zou de Sovjet-Unie medeverantwoordelijk voor de stabiliteit van de wereld en zou dus vanzelf moeten stoppen met verdere agressie. De Sovjet-Unie werd partner van de Verenigde Staten en in ruil daarvoor moest Sovjet-Unie besluiten tot self-containment. Dat was het idee van de détentepolitiek, de nieuwe vorm van containment waarbij gebruik werd gemaakt van diplomatieke contacten in plaats van militaire afschrikking. Kissinger introduceerde nog een nieuw begrip dat direct met détente samenhing, linkage.
Alles hing samen in de wereld dus als de Sovjet-Unie medeverantwoordelijk voor de wereldorde was moest de Sovjet-Unie er ook voor zorgen dat naties waar zij invloed op kon uitoefenen rustig bleven. Als dat niet gebeurde zou de wereldorde verstoord worden en dan verslechterde de relatie van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie weer. Maar de Sovjet-Unie kon steeds minder invloed uitoefenen op andere communistische landen een voorbeeld daarvan is Noord-Vietnam. Kissinger hoopte dat de Sovjet-Unie Noord-Vietnam zo ver zou krijgen dat ze wat meer op de Verenigde Staten zou toegeven, maar dat is er nooit van gekomen want de Noord-Vietnamezen bepaalden hun eigen beleid.
De détentepolitiek was dus vooral gebaseerd op de verbeterde relatie met de Sovjet-Unie. Maar dat betekende nog niet dat de Verenigde Staten nu ineens zouden stoppen met hun militaire afschrikking. Het betekende wel dat Kissinger de Amerikaanse nucleaire wapens nauwelijks uitbreidde, zodat de Sovjet-Unie gelijk kon komen met de Verenigde Staten. Door die gelijkwaardigheid wilden beide partijen onderhandelen over wapenbeperking, de Strategic Arms Limitation Talks (SALT). In 1972 bereikten de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten een overeenkomst. De belangrijkste bepaling in het SALT-verdrag was dat het aantal intercontinentale raketten niet verder zou groeien. Ze kwamen ook overeen niet een heleboel anti-raketraketten (ABM’s) te bouwen.
Door de sterk verbeterde relatie tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten kon in het begin van de jaren zeventig de tweedeling van Europa worden afgerond. In 1971 werd er een akkoord gesloten zodat het verkeer tussen de beide helften van Berlijn gemakkelijker werd. In juni 1972 werd er een uitgebreider akkoord bereikt waarbij de Verenigde Staten officieel Oost-Duitsland als een zelfstandige natie erkenden. Eind november 1972 begonnen de Europese naties, Canada, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie in Helsinki vooroverleg over een conferentie voor Europese samenwerking en veiligheid. Het hoogtepunt van de détente werd bijna drie jaar later, op 1 augustus 1975, in Helsinki bereikt. Toen werd het slotakkoord van de overeenkomst getekend, de grenzen in Oost-Europa, die al dertig jaar vast lagen werden nu rechtens erkend. In ruil hiervoor beloofde de Sovjet-Unie ernst te maken met de mensenrechten in de landen waar zij invloed had.

2.3 Het Midden Oosten

William Rogers was voor Kissinger minister van buitenlandse zaken, maar zijn kennis en ervaring lagen vooral op juridisch gebied. Daardoor verloor Rogers veel invloed aan Kissinger bijvoorbeeld bij de Strategic Arms Limitations Talks, de relaties met de Sovjet Unie en China. Alleen het Midden-Oosten bleef bij Buitenlandse Zaken. Nixon en Kissinger hadden alleen andere richtlijnen dan Rogers.
Nixon en Kissinger vonden het belangrijk dat de machtsbalans in het Midden Oosten hetzelfde bleef want de SU mocht geen overwicht krijgen. Ook dachten er in het Midden Oosten een confrontatie van supermachten zou komen, en dat wilden ze voorkomen.
Rogers keek vooral naar Amerikaanse belangen in het Midden Oosten: De Amerikaanse oliebelangen in het Midden Oosten dreigden in gevaar te komen en de relaties met de Arabieren waren slecht. De Amerikaanse invloed was sinds 1967 steeds verder afgenomen. Rogers wilde ook een regeling met de Sovjet Unie treffen en die aan Israël en de arabieren opleggen.
Door deze twee verschillende richtlijnen kwamen ze al gauw met elkaar in conflict. Dit conflict werd uiteindelijk opgelost in het voordeel van Nixon en Kissinger.

De situatie in het Midden Oosten

Na de oorlog van 1967 gaf Israël het veroverde gebied niet terug zoals dat in 1956 was gebeurd, Israël besloot dat ze het gebied alleen terug zou geven in ruil voor vrede. Israël dacht dat dit voor de Arabieren wel aanleiding zou zijn voor onderhandelingen. Maar dat bleek niet waar te zijn, want de Arabieren voelden zich door de Israëlische overwinning vernederd. Tijdens onderhandelingen zou van de Arabieren worden verwacht dat ze wat op Israël zouden toegeven. Dat zou in combinatie met de vernedering van de oorlog te veel zijn. Na de oorlog nam de radicalisering van de situatie in het Midden Oosten dan ook toe. De posities verhardden zich, de houding van Israël werd extremer en de houding van de Arabieren ten opzicht van Israël werd vijandiger. Daardoor verminderde de bereidheid van Israël om bezet gebied op te geven. Daarnaast had de westoever een historische betekenis voor religieuze groeperingen. Eerst was Israël bereid geweest om bezet gebied terug te geven met een paar grenscorrecties, nu weigerde ze om over teruggave van de westoever te praten. In deze situatie van verharding moest Rogers proberen tot een oplossing te komen.

Het beleid van de Verenigde Staten

Tot 1970 bepaalde het ministerie van buitenlandse zaken onder leiding van Rogers de koers ten aanzien van het Midden Oosten. Rogers wilde een gelijkwaardige behandeling van arabieren en Israël en een vredesverdrag waaraan de VS had meegewerkt. Dat zou het beste zijn voor de invloed van de VS in het Midden Oosten. Hij kwam hiermee tot een voorstel: het Rogers plan. Maar het voorstel werd door beide partijen afgewezen. Onderhandelingen over een oplossing van het conflict werden vooral door de VS en de SU gevoerd. Rogers zette Israël onder druk door het vertragen van de wapenleveranties. Maar Kissinger en Nixon wilden dit niet, want hierdoor zou de balans in het Midden Oosten verstoord worden. De jordaanse crisis zorgde ervoor dat Kissinger steeds meer invloed kreeg in het Midden Oosten, want de crisis werd vooral behandeld door Kissinger. Kissinger wilde geen gelijkwaardige behandeling van de Arabieren en Israël, maar vond juist dat de VS moesten laten zine dat ze Israël bleven steunen. Want dan zouden de Arabieren zich rechtstreeks tot de VS wenden om concessies van Israël te krijgen, en niet via de SU, want alle concessies zouden dan worden opgevat als het resultaat van Russische invloed. Kissinger dacht ook dat de VS verantwoordelijk werd geacht als de Amerikaanse voorstellen faalden. Door de grote openbaarheid werd de onderhandelaar onder druk gezet.
In de Jordaanse crisis bleek dat steun aan Israël inderdaad gunstig was voor de VS. Israël was bereid geweest om de belangen van de VS in het Midden Oosten te verdedigen. Daarom had de VS veel baat bij een sterk Israël.
Kissinger eiste dat de Arabieren zich rechtstreeks tot de VS zouden wenden. Hij herkende niet de duidelijke signalen van Sadat, de president van Egypte. Daardoor groeide de frustratie van de Arbieren. Hierdoor besloot Sadat tot een oorlog. Door deze oorlog bleek dat een paar veronderstellingen waarvan Kissinger was uitgegaan niet klopten: een sterk Israël was niet genoeg om de belangen in het Midden Oosten te behartigen. Kissinger kon niet afwachten tot de Arabieren zich tot de VS wendden, want dat leidde tot een oorlog. Om de rust in het Midden Oosten te herstellen waren onderhandelingen en overeenkomsten nodig. Sinds 1967 was er het idee dat Israël ook alleen een oorlog kon beëindigen, maar nu bleek de afhankelijkheid van de VS duidelijk.
Kissinger paste zijn beleid onmiddellijk aan, Kissinger schepte een situatie waarin onderhandelingen mogelijk werden. Kissinger probeerde daarom de oorlog onbeslist te laten eindigen. Dit deed hij door Israël pas wapens te leveren op het moment dat de Arabieren dreigden te winnen. Daarna bereikte hij samen met de SU een staakt het vuren voordat Israël kon overwinnen. Toch wilde Kissinger zijn eis, dat de Arabieren zich eerst tot de VS moesten wenden niet opgeven. Daarom wilde hij onderhandelingen tot stand brengen waarin de VS een grote rol zou spelen. Dit werd vergemakkelijkt doordat Sadat had laten blijken dat hij wel wilde onderhandelen als de VS bemiddelde. Nu moest hij zorgen dat de Arabieren hem vertrouwden als een eerlijke bemiddelaar. Dit betekende niet dat hij geen steun meer zou geven aan Israël, want hij was bang dat een zwak Israël geen concessies durfde te doen. Maar hij probeerde het vertrouwen van de Arabieren te winnen door Israël tot het respecteren van het staakt het vuren te dwingen. De weg tot onderhandelen was nu vrij.
Kissinger wilde niet beginnen met voorstellen doen om niet beschuldigd te worden van partijdigheid. Pas als de beide partijen elkaar genaderd waren door wederzijdse voorstellen, wilde hij de kloof wel dichten met een eigen voorstel.
Om een akkoord te bereiken probeerde hij begrip op te wekken voor de andere partij. Daardoor werd een troepenscheiding tot stand gebracht. Daarna probeerden Kissinger en Nixon de betrekkingen met de Arabieren te versterken. Dit deden ze door economische steun te beloven, een kernreactor aan Egypte te leveren en hij liet blijken dat de politieke steun die hij aan Israël had gegeven afnam.
Nu probeerden ze Israël onder druk te zetten om in te stemmen met nieuwe onderhandelingen, allereerst met Jordanië. Maar dit werd onmogelijk gemaakt door de conferentie van Rabat. Ondanks sterke pressie van de VS op Israël, zoals dreigen met verlies van de Amerikaanse steun, werd er geen overeenkomst bereikt.
Kissinger greep terug op de methode van Rogers: het vertragen van wapenleveranties, maar daarna dreigde hij nu ook de politieke steun van de VS te stoppen. Israël besefte hoe afhankelijk ze was van de VS en eiste in ruil voor een overeenkomst verregaande toezeggingen. Ze kreeg vrijwel alle gevraagde garanties op politiek, militair en economisch terrein. Er werd dus een overeenkomst getekend, de VS gaf al deze garanties omdat ze het noodzakelijk vonden dat er een overeenkomst werd getekend.

Conclusie hoofdstuk 2

De Vietnam-oorlog

Het beleid van Amerika met betrekking tot de Vietnam-oorlog had compleet gefaald, er was een heleboel geld aan de oorlog verspild en een heleboel Amerikanen zijn er gesneuveld. Hij beloofde wel dat hij de troepen snel uit Vietnam zou terugtrekken maar het gebeurde steeds niet.
Maar hij was niet degene die begonnen was met de bemoeienis van de VS in de Vietnam-oorlog, dat was zijn voorganger Johnson

De Sovjet-Unie

Nixon en Kissinger bedachten een nieuw soort van containment politiek: détentepolitiek. De détentepolitiek berustte vooral op een betere relatie met de Sovjet-Unie Doordat de relatie met de Sovjet-Unie sterk was verbeterd konden de VS en de Sovjet-Unie hun wapenafschrikking wat verminderen, de VS stopte even met het maken van nucleaire wapens zodat de Sovjet-Unie een beetje gelijk kon komen met de VS en er werd een SALT-verdrag gesloten. In 1972 werd in Helsinki een verdrag gesloten waardoor de tweedeling van Europa eindelijk afgerond kon worden.

Het Midden Oosten

Toen Rogers zich het meest met het Midden Oosten bemoeide werd er niet veel bereikt. Dat kwam vooral omdat hij geen steun kreeg van Nixon en Kissinger. Later deed Kissinger meer aan het Midden Oosten en gebruikte daarbij een aantal veronderstellingen. Maar niet al deze veronderstellingen klopten, daardoor duurde het heel lang voor er iets gebeurde. Later paste hij deze veronderstellingen aan. Uiteindelijk werd er een overeenkomst getekend maar daar heeft de VS een heleboel dingen moeten beloven aan Israël en de Arabieren.

Eindconclusie

Onderwerp Heeft hij het goed of slecht gedaan? --,-,+/-,+,++
Binnenlandse politiek Hij heeft meer plannen laten vallen dan hij uitvoerde. Hij kwam ook vaak beloftes niet na. Het Watergate-schandaal vonden wij een slechte zaak.
- -

Buitenlandsepolitiek
Vietnam-oorlog Wij vinden dat hij dit redelijk goed heeft gedaan, want er was niet een veel betere oplossing te bedenken. Hij had alleen wat meer vaart mogen zetten achter het terugtrekken van de troepen.
+
Sovjet-Unie Wij vinden dat de détentepolitiek goed gelukt is: de relatie met de Sovjet-Unie is verbeterd, er zijn verdragen gesloten over het uitbreiden van wapens en de tweedeling van Europa is eindelijk afgerond.
++
Het Midden Oosten Wij vinden dat hij dit probleem aardig goed heeft opgelost, er is uiteindelijk een verdrag gesloten maar hij heeft veel moeten beloven aan beide partijen.
+/-

Uit onze optelling blijkt dat we hem een goede president vonden in buitenlandse politiek, maar een zeer slechte in binnenlandse politiek. Dus in totaal is hij een redelijk goede president geweest:
+/-

Slotwoord

We hadden wat weinig tijd om het werkstuk te maken, omdat we nog met een ander werkstuk bezig waren en kort daarna moesten inleveren. Nadat we voldoende informatie hadden gezocht kwam de vakantie. In de vakantie ging Rosalie weg en we konden dus niet samenwerken. Dus moesten we de twee onderdelen verdelen en we hadden maar drie dagen om het in elkaar te zetten. We moesten ook nog samen het slotwoord en de eindconclusie schrijven en de plaatjes opzoeken en invoegen. Dit is uiteindelijk met moeite gelukt.
We hebben aan dit werkstuk ongeveer 25 uur besteed, dat is inclusief het zoeken van informatie.

Bronvermelding

- De Verenigde Staten in de twintigste eeuw, Maarten van Rossem
- An outline of American History, United States Information Agency
- Alleman van Nixons staf (All presidents men), Carl Bernstein & Bob Woodward
- Watergate, Arie Kuiper
- Sprekend Verleden deel III, samenstellers heel veel>?
- De Verenigde Staten in de twintigste eeuw, André Kaspi
- www.google.nl (plaatjes)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

hey roos
thnxs voor je verslag
heb er veel aan gehad!!!!!!
xxjuhsz kimberley

19 jaar geleden

G.

G.

ik vind u site een zeer goeie site en ik wil u daarmee bedanken omdat dankzij u ga ik mijn opdracht goed maken dus dank u wel

19 jaar geleden