Nederland 1880-1920

Beoordeling 4.7
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas vmbo | 1147 woorden
  • 7 juli 2002
  • 73 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.7
  • 73 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
Nederland 1880 –1920

Nederland rond 1900

5 miljoen Inwoners ,de steden liggen ver van elkaar af weinig “openbaar” vervoer dus de mensen kwamen meestal niet uit hun stad. En in de stad was het meestal ook geen pretje ze leefden onder zware en Armoedige omstandigheden. Meer dan de helft van de mensen leven in kelders of in plaggenhutten. De meeste hadden ook geen riool. De warmte kwam af van hout en turf .

Bevolkings groei

Snelle bevolkingsgroei:

van 4 miljoen in 1880 naar 6,9 miljoen in 1919
Dat kwam door het voedsel dat steeds beter werd. De gezondheidszorg werd beter en de leef omstandig heden werden beter (waterleiding en riolering)
gemiddelde leeftijd van 38 jaar in 1880 naar 51 in 1909

Doordat de elektrische machines waren uitgevonden was er meer werk en meer productie toen kwam ook de chemische industrie. De werkomstandigheden veranderen zoals ze hadden mensen nodig die geschoold waren er was meer werk. We kregen ook te maken met massaproductie. En mensen met een opleiding voor werk op de bank of verzekering ook administratief enz.

Grote ondernemingen
Ontstaan massa-productie: Shell/Koninklijke Olie, Unilever (margarine), Philips (gloeilamp)
maakten vanaf ca. 1890 een enorme groei door.Zo ook het openbaar vervoer we kregen trams en treinen.

En ook het op “water vervoer” ging de goeie kant op steden werden met elkaar verbonden.Ook met het tel net ging het goed er kon gebeld worden lokaal en interlokaal.

Ook de overheid groeide mee
Groeiende overheidsinvloed

overheid zorgde voor verbetering onderwijs: 1900 gaat 90% van de kinderen naar school
begin sociale wetgeving.

“Het gezin”

Rond 1880 is huwelijk vrijwel onaantastbaar in de Nederlandse samenleving bijna 90 % trouwt en maar 3 % wordt buiten het huwelijk geboren.
de huwelijksleeftijd ligt hoog: tussen de 26 en 28 jaar.
De mensen wouden een echt gezin zoals de man en vrouw houden meer van elkaar het is gezellig thuis en er wordt goed voor de kindreen gezorgd. Maar vaak lukte dat niet Door het vele werk of als je in een krot woonde was de leefomstandigheid meestal ook slecht dus leefden de mensen niet echt lang. Vaak werkten de moeders en kinderen mee in de fabriek of iets dergelijk .

Rol overheid
overheid bevorderde gezinsleven niet met voorzieningen (geen kinderbijslag of regeling voor zwangerschapsverlof)
liefdadigheid van kerk of particuliere instanties
overheid verzorgde lager onderwijs maar veel verzuim en geen strakke leerplicht
Met de welvaart ging het wel beter er werden beter regelingen getroffen over de werk tijd met 3 uur in gekort. En de lonen werden soms met 100% verhoogd.

De vrouw en haar Rechten

Aletta Jacobs vraagt in 1883 toestemming haar stem uit te brengen bij de verkiezingen.
Alleen dat word afgewezen met het feit dat ze een vrouw is een vrouw is handelings ombekwaam en mag geen eigen grond en dergelijke hebben. Aletta is in 1870 eerste vrouwelijke HBS-leerlinge.
HBS staat voor Hogere Burger School, vooropleiding gericht op handel en industrie.Maar 5% die op de hogere school zit gaat verder de rest gaat werken in een winkel enz. die ander 5% gaan naar de MMS (Middelbare Meisjes School) Op de MMS leren ze talen, manieren, algemene ontwikkeling.
Geen vakopleidingen voor vrouwen. Uitzondering: kweekschool en vroedvrouw, naaister.

Wat de mannen van vrouwen vinden: vrouwen moeten kuis en ingetogen leven, maar mannen horen af en toe eens flink uit de band te springen.

Opkomend feminisme
Rond de eeuwwisseling wordt het feminisme sterker.
Deels door invloeden vanuit het buitenland
Ook doordat de mannen zich steeds meer ontwikkelen.
Vrouwen zien wat scholing en opleiding kan doen. Dat willen zij ook.
Dan komt er de
Vereniging voor Vrouwenkiesrecht (VvVK, 1894), opgericht in 1894 bij uitbreiding mannenkiesrecht en afwijzing vrouwen kiesrecht.

Vrouwenkiesrecht
1903: Aletta Jacobs leider van de VvVK. Snelle groei aantal leden.
Succesvolle vrouw in WOI.
Oorlog toonde aan dat vrouwen mannenwerk konden doen.
Ook idee dat ingrijpende veranderingen nodig waren.
Passief vrouwenkiesrecht (gekozen worden) in 1917, actief vrouwenkiesrecht (zelf kiezen) in 1919.

De emancipatie

percentage vrouwen op de werkende bevolking nam nauwelijks toe.
Percentage gehuwde werkende vrouwen nam af.
Idee van "huisman" en werkende vrouw is zelfs voor feministen ongehoord!
Verschillen in beloning en opleiding blijven. En voor de meeste mannen was het zo de vrouw is er om voor hem te zorgen en voor de kinderen.

De arbeiders en vakbonden

Rond 1880 was het erg slecht voor de arbeiders en weg wouden ze ook niet want er was niet veel werkgelegenheid. De meeste mensen zagen arbeid als een gunst dat zij mochten werken en veel mensen werkloos waren. Meestal gingen de werknemers weg met ziekte of ouderdom. Omdat het met het land steeds beter ging daalde de werkloosheid er kwam steeds meer werk. Alleen de mentaliteit daalde niet van de bazen het loon bleef erg laag en de arbeidsuren werden ook niet minder .

De eerste “echte” Vakbond

Dat was de Algemeen Nederlands Werklieden Verbond (ANWV).
Je had al vanaf 1860 “Vakbonden” het eerst bij typografen, diamantbewerkers, meubelmakers, timmerlieden. En de ANWV was een soort van overkoeppeling van al de kleinere vakbonden.
Waar de werkgevers echt nie blij eme waren was de wetten voor ongeschoolde dus werd het duurder voor de werkgevers omdat er geschoolde werknemers moesten zijn.

Een mislukte revolutiepoging
Troelstra laat zich in november 1918 toch overhalen tot een revolutiepoging.
Lijkt erop dat de revolutie (na Rusland en Duitsland) niet te stoppen is.
Troelstra eist de macht op in de Kamer.
Actie regering (leger op straat, burgerwachten, betogingen voor Wilhelmina) krijgt steun bevolking.
Troelstra zegt na al dat gedoe “sorry een vergissing".

De 7 Hoofdpunten van 1880 tot 1919

1 Toename macht van de vakbonden.
2 Algemeen kiesrecht.
3 Sociale zekerheid, betere volkshuisvesting en sociale wetgeving (8-urige werkdag
4 Toenemende welvaart
5 Lonen blijven relatief laag en in sommige sectoren gaat het slecht (textiel, haven, landbouw, energie).
6 8-urige werkdag niet algemeen door overwerkregelingen en ontduikingen.
7 Vakbonden vaak niet geaccepteerd als gesprekspartner; lidmaatschap omstreden in de ogen van werkgevers.

Godsdienst

Rond 1880 geloofd bijna iedereen wel in een god .Maar meetsal was dat alleen op papier zo bij de werkgevers zoals er waren
Protestant-christelijk: 63% ,Rooms-katholiek: 35% ,Joods: 1,5 %

Abraham Kuyper
Tussen 1886 en 1892 sluiten kritische orthodox-protestantse groepen zich aaneen in de Gereformeerde kerk.
Leider van deze Afscheiding of Doleantie is Abraham Kuyper (1837 - 1920).
Zijn "kleine luyden" zijn eenvoudige protestanten uit de lagere middenklassen.
"Abraham de geweldige" spreekt van "soevereiniteit in eigen kring":
In eigen kring (familie, school, vereniging) zijn de protestanten eigen baas; God is hun enige soeverein.
Kuyper is fel tegenstander van het idee van volkssoevereiniteit. Het hoogste gezag kan immers nooit bij de mens liggen.

Sociale wetgeving

Golf van wetgeving na 1895. Groei overheid (volkshuisvesting, onderwijs, nutsbedrijven).
1901: Woningwet, overheid kan krotwoningen onteigenen en wonigbouwverenigingen subsidieren, grond voor sociale woningbouw kan worden onteigend.
1889: Arbeidswet ter bescherming van kinderen en vrouwen. Instelling Arbeidsinspectie om naleving te controleren.
1895: Veligheidwet, voorschriften ivm verhoging veiligheid op het werk.
1901: Ongevallenwet, verplichte verzekering tegen ongevallen op het werk.
1911: Ziektewet en Invaliditeitswet.

De noodzaak van overheidsingrijpen
Alleen overheid kon problemen als gevolg van bevolkingsgroei, industrialisatie oplossen.
Investeringen voor spoorwegen, nutsbedrijven, woningbouw alleen door Overheid op te brengen.

De punten die de overheid is “Vergeten” maar wel had moeten doen

Geen minimuloon
Geen werkloosheiduitkering
Geen ouderdomspensioen
Geen bescherming bij ontslag

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

hey michael,
je hebt echt een goed werkstuk gemaakt, alleen zou ik de volgende vragen er ook in beantwoorden.

Hoe heeft de mechanisatie en automatisering in de landbouw zich ontwikkeld van 1880 tot nu?

Wat is de rol van de mechanisatie in de landbouw van 1880 tot nu?

Wat is de rol van de automatisering in de landbouw van 1880 tot nu?

Wat zijn de gevolgen van de mechanisatie in de landbouw van 1880 tot nu?

Wat zijn de gevolgen van de automatisering in de landbouw van 1880 tot nu?

Hoe heeft de arbeidsproductiviteit zich ontwikkeld van 1880 tot nu?

Welke kwantitatieve en kwalitatieve gevolgen hebben de automatisering en mechanisatie op de landbouwontwikkeling?

Hoe is de verhouding van de export en import van 1880 tot nu op de landbouwproducten?


xxxxx jen

18 jaar geleden