Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

A) Inhoudstafel



Ø Inleiding

Ø Nationalisme in Afghanistan

§ Geschiedenis

§ De Taliban

§ Osama Bin Laden

§ 11 september 2001

o De feiten

o Chronologische volgorde

o De Amerikaanse reactie

o De gevolgen

- Economisch

- Politiek

- Sociaal

- Gevolgen voor Afghanistan

§ De huidige situatie

Ø Besluit

Ø Bronnen

Ø Bijlage



B) Inleiding



Nationalisme is een gevoel dat bij een volk leeft doordat men zich met elkaar verbonden voelt door taal, godsdienst, landsgrenzen of gemeenschappelijke voorouders.

Het komt zowel voor bij democratische staten, als bij dictaturen en andere autoritaire staten.



Het verschijnsel nationalisme kwam op met de opkomst van de natie. Vaak wordt dit ook gebruikt door een kleinere groep om zelfstandigheid te vragen en zich af te scheiden van een grotere natie.



Nationalisme is geen onbekend begrip, in elk land zijn er groepen die ernaar streven. Ook in Afghanistan, waar mensen strijden met een religieus doel.



Ook al is Afghanistan zo ver verwijderd van België, het is geen ‘ver-van-ons-bed-show’, kleine dingen kunnen leiden tot grootse...



C) Nationalisme in Afghanistan



C.1) Geschiedenis



Afghanistan (1), gelegen in Azië, is een land dat iets groter is dan Frankrijk met 26 miljoen inwoners. De hoofdstad is Kabul (2). Eens was het een plaats waar je als toerist prima terechtkon. Een mooi landschap en zeer gastvrije mensen. Alles veranderde toen de Sovjet Unie Afghanistan de oorlog verklaarde in 1979.



Afghanistan had in het jaar 1991 ± 18 miljoen inwoners. Ongeveer 85% van de bevolking is werkzaam in de landbouw. Zowat de gehele bevolking (meer dan 98%) is Moslim. Van die 98% is de meerderheid (ongeveer 75%) Soenniet (3); de rest is grotendeels Sjiiet (4).

Afghanistan kent een islamitische jaartelling; op 21 maart 1997 is het jaar 1376 begonnen.



In Afghanistan zijn er verschillende Etnische groeperingen, zoals de Pashtoens (50%) en de Tadzjieken (35%). De Oezbeken en Turkmenen zijn de grootste Turkstalige bevolkingsgroepen in Afghanistan. Een andere etnische groepering, de Hazaras (7%) woont hoofdzakelijk in het ontoegankelijke binnenland.

Er zijn twee officiële talen: Pashtu en Dari (Afghaanse Farsi).



De geschiedenis van Afghanistan (5) wordt gekenmerkt door buitenlandse bezettingen en burgeroorlogen. Afghanistan is nooit echt een kolonie geweest, maar is wel gebruikt door Engeland tegen Rusland als bufferstaat. In de negentiende eeuw had Engeland twee invasies nodig om de Afghaanse machthebbers tot medewerking te dwingen. In 1919 werd Afghanistan onafhankelijk, na de derde Brits-Afghaanse oorlog. In 1931 werd de constitutionele monarchie ingevoerd die zou gaan duren tot 1973. In juli van 1973 kwam Mohammed Daud aan de macht en vormde het land om tot een republiek. In april 1978 pleegden communisten een staatsgreep en werd de Democratische republiek van Afghanistan uitgeroepen. Er werden landhervormingen en nationalisaties tot stand gebracht. De banden met communistische landen werden aangehaald, die met de westerse landen afgezwakt of helemaal afgebroken. Er kwam echter verzet. Moslim rebellen kwamen in maart 1979 in opstand. Dit leidde tot een invasie van de Sovjet-Unie in december van 1979.



Sinds 1978/1979 verkeert Afghanistan in een voortdurende oorlogssituatie. Na de gebeurtenissen in 1978 vluchtte een grote groep Afghanen het land uit. Ze werden vooral in Iran en Pakistan opgevangen. In februari 1989, na bijna tien jaar, trok het leger van de Sovjet-Unie zich terug, Afghanistan achterlatend als miserabel en armoedig land. Tien jaar bezetting heeft geleid tot 6,5 miljoen vluchtelingen en een aantal miljoen doden. De burgeroorlog zette zich daarna voort tussen het door de Sovjet-Unie gesteunde regime van Najibullah en de Mudjahedin. De rebellen veroverden grote delen van Afghanistan, terwijl de regering nog drie jaar stand wist te houden in Kabul. In april 1992 stortte het bewind van Najibullah in elkaar. De islamitische regering riep de Islamitische Staat van Afghanistan uit. Deze regering slaagde er net zo min in de controle te verkrijgen over het hele land; de coalitie van de partijen bleek broos te zijn. Er vormde zich een nieuwe strijd tussen de gematigde moslims (onder leiding van de Tadzjiek Massoud) en de fundamentalistische moslims (onder leiding van Hekmatyar). President Rabbani steunde Massoud en de Oezbeekse generaal Dostum steunde Hekmatyar. Afghanistan vormde alweer een strijdtoneel, waar meerdere partijen in wisselende coalities streden om de macht.



Eind 1994 verscheen de Taliban op het politieke toneel. De Taliban (leerlingen van de koranschool) behoren tot de soennitische moslims en staan voor een fundamentalistisch-islamitische ideologie. Hun opkomst vanuit het zuiden verliep succesvol. In het voorjaar van 1997 viel Kabul in handen van de Taliban en bleef er nog één gebied (ten noorden en noordwesten van Kabul) achter, dat niet in handen was van de Taliban. Maar de strijd om de macht in Afghanistan gaat tot op heden onverminderd door. De al bijna twintig jaar durende staat van oorlog heeft het land in puin gelegd. Na de luchtaanvallen van Amerika en de sterke opmars van de Noordelijke Alliantie is er nog amper iets over van het land waar, lang geleden, mensen rondliepen zonder angst om doodgeschoten te worden.



C.2) De Taliban



De Talibanbeweging (6) is opgericht door een groep studenten onder aanvoering van Mullah Mohammed Omar (7), in Afghanistan. Die oprichting was in de oorlog met de Sovjet Unie van 1979 tot 1988.



De Taliban ontstond oorspronkelijk uit jonge mannen die door de vele oorlogen gevlucht waren naar buurland Pakistan. Daar gingen ze naar speciale Islamscholen waar ze leerden hoe te strijden en hun land over te nemen. Of, zoals ze dat zelf zagen: hun land te bevrijden.

De naam Taliban komt van het Afghaanse ‘Talib’, studenten. Want leden studeren om Mullah, een soort priester, te worden. Mohammed Omar is de allerhoogste in de Talibanorganisatie.



De Taliban wil Afghanistan besturen volgens zeer strenge islamitische regels. Hun eigen regels, die uiteraard ook gelden, zijn zo streng dat ze eigenlijk niets meer met het geloof te maken hebben. De Taliban deed ondertussen al afschuwelijke dingen om te zorgen dat iedereen hen gehoorzaamt. Ze onderdrukken of vermoorden mensen die niet leven volgens hun wetten. Vooral vrouwen en meisjes hebben erg te lijden aangezien zij geen enkel recht hebben. In het verleden waren de Afghaanse vrouwen en vooral diegene die in de belangrijkste steden woonden, bij het openbare leven betrokken, hetzij als student, als ambtenaar of zelfs als Parlementslid. Nu is het hen verboden te werken of naar school te gaan, ook moeten ze in het openbaar alles verhullende mantels, burka’s (8), dragen. Kinderen mogen niet spelen op straat, mannen moeten een baard hebben, juichen en naar de radio luisteren is verboden.



Mensen die niet luisteren of een ander geloof hebben, zijn het leven niet waard. De Taliban maakt zich dan ook schuldig aan moorden, mishandeling van niet-gelovigen, slavenarbeid voor burgers en gevangenen, executies en de onderdrukking van vrouwen. Veel voormalige regeringsmensen zijn het land ontvlucht en journalisten die voor de internationale media werken, durven ‘hun’ gebieden amper te betreden.



De Afghaanse Talibanregering heeft volgens het Londense militaire onderzoeksinstituut een leger van ongeveer 45.000 man. Verder beschikt het bewind over tanks, vliegtuigen en andere zware wapens.



C.3) Osama Bin Laden



Osama Bin Laden (9) werd in 1957 in Saoedi-Arabië geboren, hij was de 17e zoon van de 51 kinderen van Mohammed Bin Laden. Zijn vader was van Jemenetische afkomst en zijn moeder was een Saoedische.



Mohammed verliet in 1931 Al-Ribat en stichtte met zijn broers een bouwbedrijf. De groep bouwde van alles, van heilige moskeeën in Mekka en Medina tot snelwegen en paleizen. Uit dit bedrijf vergaarde de familie een fortuin dat op miljarden dollars wordt geschat.

Tijdens het begin van het verzet van de Mudjahedin (heilige soldaat) reisde Osama Bin Laden naar Afghanistan en Pakistan om schriftgeleerden en leiders te ontmoeten die te gast waren geweest in zijn ouderlijk huis.



Na zijn afstuderen vertrok Osama Bin Laden uit Saoedi-Arabië en ging naar Afghanistan om zich aan te sluiten bij de Mudjahedin.



In 1979 viel Rusland Afghanistan binnen en meldde Osama zich aan bij het verzet. Met behulp van zijn familie-erfenis, circa 250 miljoen dollar, wist hij zo'n twintigduizend jonge Arabieren te mobiliseren voor de strijd tegen de Russen. Hij liet trainingskampen voor de rekruten opzetten en schafte bulldozers aan waarmee zijn strijders zich een weg door de woestenij konden banen.



Nadat de Russen in 1989 uit Afghanistan waren verdreven, werd Bin Laden als een held in Saoedi-Arabië ontvangen. Hij ging aan de slag in het familiebedrijf, maar kon het niet laten de koninklijke familie openlijk te kritiseren, vooral toen die in 1991 de stationering van Amerikaanse troepen toeliet nabij de heilige steden Mekka en Medina.



In 1984 bouwde hij een gastenverblijf in Peshawar, Pakistan, en dat zou de eerste post worden voor nieuwe soldaten. In dit gastenverblijf ontstond de MAK (mahktab al khidemat). Al-Qaeda (10) is rond 1989 ontstaan uit de MAK. Het fungeert als een internationaal terroristennetwerk dat ruimschoots wordt gefinancierd en geleid door Osama Bin Laden. Dit losse netwerk bestaat uit verschillende terroristenorganisaties zoals de Egyptische Al-Jihad en tientallen andere. Al-Qaeda dient als een informele organisatiestructuur voor extremistische Arabische Afghanen en duizenden nieuwe strijders en aanhangers in ongeveer 55 landen. Ze breidden hun Jihad (heilige oorlog) uit naar alle hoeken van de wereld.



Het Al-Qaeda netwerk is in verband gebracht met verschillende terroristische activiteiten, waaronder de bomaanslag op het WTC in New York in 1993, de bomaanslag op de Khobar Towers in Saoedi-Arabië in 1996 en de bomaanslagen op Amerikaanse Ambassades in Oost-Afrika in 1998.



Al-Qaeda is tegen alle naties en instituten die niet worden geleid op een manier die in overeenstemming is met de extremistische interpretatie van de islam, zoals dat bijvoorbeeld het geval is in Saoedi-Arabië. Ook zijn ze tegen de voortdurende aanwezigheid van het Amerikaanse leger in het Midden-Oosten, in het bijzonder de aanwezigheid op het Arabische schiereiland sinds de golfoorlog.



In augustus 1996 kondigde de stichter van Al-Qaeda, Osama Bin Laden dus, een Jihad aan tegen de Verenigde Staten en de regering van Saoedi-Arabië. In februari 1998 bekrachtigde hij, samen met zijn hoofdmedewerker Ayaman al-Zawahiri, een Fatwa (religieus vonnis) aan. In dit religieuze vonnis staat het volgende: “Amerika vertegenwoordigt het ergste kwaad in de wereld en het is de plicht van iedere goede moslim om waar ook ter wereld, als dit in zijn vermogen ligt, Amerikanen te doden”.

Met zijn geld koopt hij wapens en richt hij zoveel mogelijk scholen op in Afghanistan waar mensen worden getraind om Amerikanen te doden of aanslagen te plegen.

Daar hield hij zich ook schuil, wat tevens de reden is waarom de Verenigde Staten Afghanistan aanvallen.



Om het met de woorden van Bush te zeggen: "We willen Osama Bin Laden aanpakken, en het land dat deze moordenaar verstopt, laten boeten."



Om de bevolking aan zijn kant te krijgen, dropten groepen van het Amerikaans leger voedselpakketten met daarbij een groot aantal pamfletten waarin de situatie uitgelegd werd.



De beruchtste aanslag van de Taliban is deze van 11 september 2001.



C.4) 11 september 2001



C.4.1) De feiten



Op 11 september 2001 hebben terroristische aanvallen met gekaapte passagiersvliegtuigen op de Twin Towers van het World Trade Center, in het zuidelijke punt van Manhattan, in New York en in het Pentagon in Washington plaatsgevonden.



Hierbij zijn 6542 mensen uit 62 landen vermist geraakt, later werd dit cijfer bijgesteld tot ca. 4000. De Twin Towers en enkele andere gebouwen van het WTC complex zijn geheel vernietigd, en het Pentagon is zwaar beschadigd geraakt. Dit laatste gaf 240 vermisten op. 170 daarvan zijn overleden. In New York werden enkele honderden lichamen geborgen. Ook de inzittenden van alle vier de vliegtuigen hebben dit alles niet overleefd, inclusief de kapers. In de VS brak na de aanslagen nationale rouw uit, over de hele wereld maakten de aanslagen buitengewoon veel indruk. De pers speelde hierbij een grote rol: de aanslag met het vliegtuig dat de zuidelijke toren binnenvloog, was zelfs 'live’ op de televisie te zien.



De ochtend van 11 september vloog een gekaapt passagierstoestel van American Airlines tegen de noordelijke WTC toren, die onmiddellijk in brand vloog. Het vliegtuig zat nog boordevol kerosine vermits het kort tevoren opgestegen was in Boston met bestemming de oostkust van de VS.



Twintig minuten later boorde een tweede gekaapte toestel zich in de zuidelijke toren, die eveneens in brand vloog. Beide torens stortten ongeveer een uur later volledig in. Hierbij is vrijwel iedereen die zich op dat moment nog in de torens bevond overleden. Onder de slachtoffers waren minstens 200 brandweermannen en 150 politiemensen, die direct na de inslagen te hulp waren gekomen.



Een paar uur later begaven ook twee andere gebouwen van het complex het. Ongeveer een half uur na beide aanslagen boorde een derde vliegtuig zich in het gebouw van het Amerikaanse ministerie van Defensie, het Pentagon, in Washington, Pennsylvania. Een vierde toestel, eveneens gekaapt, stortte die ochtend neer in een veld even buiten Pittsburg. Aangenomen wordt dat een gevecht tussen kapers en andere inzittenden heeft verhinderd dat het beoogde doel, wellicht het Capitool of het Witte Huis, werd bereikt.



Tijdens dit alles waren enkele passagiers in staat contact op te nemen met de buitenwereld, waardoor er enkele gegevens bekend zijn geraakt. Maar onbekend blijft hoe de mensen door de veiligheidscontroles konden komen. In totaal deden 19 kapers aan de aanslagen mee. Naar alle waarschijnlijkheid was de kaper Mohammed Atta de leider van de operatie. (11)



C.4.2) Chronologische volgorde



08u45 (Amerikaanse tijd): Een verkeersvliegtuig boort zich in een van de torens van het World Trade Centre in New York.



09u03: Het tweede toestel boort zich in de andere toren van het WTC-complex.



09u24: Bush spreekt voor het eerst vanuit Saratoga (Florida). Hij noemt het een nationale tragedie en zegt dat het duidelijk gaat om terroristische aanslagen.



09u40: Het luchtruim in de hele Verenigde Staten wordt gesloten. Alle vliegvelden krijgen voor het eerst in de geschiedenisopdracht de deuren te sluiten.



09u43: Een passagiersvliegtuig komt neer vlak naast het Amerikaanse ministerie van Defensie, het Pentagon, even buiten de hoofdstad Washington D.C.



09u45: Het Witte Huis en het Capitool worden geëvacueerd.



09u53: Het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt geëvacueerd.



10u05: De zuidelijke toren van het World Trade Center stort in.



10u10: Een deel van het Pentagon stort in.



10u10: United Airlines vlucht 93 stort neer ten zuidoosten van Pittsburgh, Pennsylvania.



10u28: De noordelijke toren van het World Trade Center stort in.



10u45: Alle federale gebouwen in Washington worden geëvacueerd.



11u18: American Airlines bevestigt de vermissing van twee toestellen met in totaal 156 mensen aan boord.



11u26: United Airlines meldt eveneens dat het twee vliegtuigen heeft verloren.



13u04: President Bush zegt dat hij maatregelen heeft genomen om het functioneren van de Amerikaanse regering te verzekeren. Er zijn eveneens maatregelen genomen om alle Amerikanen te beschermen. De Amerikaanse militairen in de VS en in het buitenland zijn in de hoogste staat van paraatheid.



C.4.3) De Amerikaanse reactie



De Verenigde Staten beschouwde de aanvallen als een directe oorlogsverklaring aan de VS. De Verenigde Staten heeft daarop, met goedkeuring van president George W. Bush (12), minister van buitenlandse zaken Colin Powell en minister van Defensie Donald Rumsfeld, de oorlog verklaard aan het terrorisme.



De NAVO heeft zich hierbij aangesloten in het kader van artikel 5: ‘een aanval op één lid is een aanval op allen’. Het was voor het eerst in de geschiedenis van de NAVO dat dit artikel is aangesproken.



De VS verzekerde veelvuldig dat de aanvallen alleen gericht zouden zijn op de daders van de aanslagen en niet op onschuldige burgers. Het leger schoot vooral op plaatsen waar de terroristen zich misschien verschuilen. Bijvoorbeeld in de trainingskampen waar Osama Bin Laden zijn handlangers opleidt tot terrorist. Of op het hoofdkwartier van de Taliban. Toch hebben op verschillende plaatsen in de wereld vele mensen geprotesteerd tegen deze, in hun ogen, zinloze oorlog.



President Bush wil o.a het Taliban-regime uitschakelen. Ondertussen werden de Talibanstrijdkrachten op de oorlog voorbereid. Aan beide zijden van de Afghaans/Pakistaanse grens werden troepen samengetrokken. De VS kreeg toestemming vanaf Pakistaans grondgebied te opereren. Donderdag 19 september werden 100 F15/F16 jachtbommenwerpers naar diverse vliegbases in de regio gevlogen.



Talibanleiders riepen de Jihad uit tegen elk land dat hen aanviel of een aanval steunde. In de weken die volgden overlegde de VS druk met Westerse regeringsleiders en leiders van landen in het Midden-Oosten, Pakistan en aangrenzende landen. Amerikaanse en Britse strijdkrachten werden in de regio gestationeerd. Oezbekistan liet weten alleen humanitaire hulp vanaf zijn grondgebied toe te staan. Iran verbood gebruik van zijn luchtruim voor eventuele aanvallen. Pakistan sloot de grens met Afghanistan voor verdere instroom van vluchtelingen.



Op 7 oktober begonnen de Amerikaanse bombardementen op strategische doelen in Afghanistan, zij werden het doelwit van Amerikaanse en Britse militaire acties. In november kregen verschillende landen, waaronder Nederland, Duitsland en Japan, het verzoek van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië om troepen en materiaal naar het oorlogsgebied te zenden. Half november werden doorslaggevende successen geboekt door de strijders van het Noordelijk Front en viel de hoofdstad Kabul in hun handen.



De Talibantroepen trokken zich terug rond Kandahar en in een gebied in het noordwesten van Afghanistan. Eind november viel ook deze stad in handen van de oppositie. Veel Talibanstrijders werden gedood of gevangen genomen.



Ondanks alle bombardementen (op o.a. het ondergrondse fort 'Tora Bora') en naspeuringen werd Osama Bin Laden niet gevonden.



Op diplomatiek niveau werd er ondertussen hard gewerkt aan de vorming van een overgangsregering. In de VS en Europa waren tal van initiatieven die actie voerden tegen de oorlog. Buiten de VS en Europa was er bijna uitsluitend weerstand tegen het militaire ingrijpen.



C.4.4) De gevolgen



Economisch



De beurskoersen zakten onmiddellijk met een onvoorstelbare snelheid. Vooral vliegmaatschappijen en verwante bedrijven leden enorme verliezen; Sabena en Swissair kwamen in grote problemen. Britse maatschappijen moesten fors inkrimpen. KLM, SAS, Alitalia en andere Europese maatschappijen kwamen economisch onder druk te staan en moesten hun personeelsbeleid aanpassen. Massaontslagen zijn het gevolg. We kijken even naar Amerika:

American Airlines: 20.000 ontslagen

United Airlines: 20.000 ontslagen

Delta: 13.000 ontslagen

Continental: 12.000 ontslagen

US Airways: 11.000 ontslagen

Northwest Airlines: 10.000 ontslagen

Niet alleen vliegtuigmaatschappijen, ook vliegtuigbouwers zitten met een behoorlijke strop. Daar werden op termijn 30 000 mensen ontslagen.



De VS had als bijkomend probleem dat het land meer aan haar leger spendeert dan de rest van de planeet samen en dat het dus de grootste werkgever is. Daarop kwam Bush met een verlaging van belastingen, die eerder uitgesteld was omwille van de 75 miljard dollar die nodig was voor de eerste 30 dagen van de oorlog. 700 miljoen dollar werd gebruikt bij het budget voor herstellingen van sociale woningen, 200 miljoen dollar bij opleidingsprogramma's voor ontslagen werknemers. De reële lonen in de VS waren 12% lager dan in 1973 en de helft van de werkende bevolking verloor een pensioenreserve. Tussen maart en oktober 2001 gingen 11,7 miljoen jobs in de VS verloren, 725.000 daarvan verloren ook hun gezondheidsverzekering. De arbeiders betaalden de prijs voor de economische problemen. De economische crisis en de oorlog zorgden ervoor dat minder gevlogen werd, waardoor de bazen meer "inspanningen" vroegen aan de vakbonden. De wereldeconomie kende een groeiende crisis, die nog versterkt werd door de enorme kosten van de bloedige oorlog in Irak.



De economische problemen waren echter niet enkel toe te schrijven aan de oorlog. De oorlog versnelde enkel het proces van de vertraging van de wereldeconomie. De Golfoorlog van 1991 werd uitgevochten op een ogenblik dat de wereldeconomie herstelde van een relatief korte recessie. De Europese economieën groeiden, vooral door de economische boom door de Duitse hereniging. Ook de economieën in Azië en Latijns-Amerika groeiden nog begin jaren '90. Tot voor kort was de VS de enige motor van het wereldkapitalisme. Om die rol vol te houden en een wereldwijd herstel te bewerkstelligen, moest de VS-economie jaarlijks met minstens 3% tot 3,5% groeien. Veel voorspellers verwachtten een groei van het Amerikaanse BNP met 1% tot 1,5% in de eerste helft van 2003. Intussen was ook de positieve houding tegenover het kapitalisme verdwenen, en had deze plaats gemaakt voor antikapitalistische houdingen. Ook waren er veel acties tegen de oorlog in Irak. Zelfs de "internationale gemeenschap" was enorm verdeeld, wat ongetwijfeld ook economische gevolgen zou hebben.



De drie grote handelsblokken - de VS, de EU en Japan - staan samen in voor 72% van de wereldproductie en alle drie werden ze geconfronteerd met ernstige economische problemen. De Britse economische groei stond plots op het laagste niveau ooit en de cijfers voor de handelsvoorwaarden en de particuliere consumptie hadden in de afgelopen 10 jaar nooit zo laag gestaan. Bovendien werd er minder geïnvesteerd. Volgens economen kwam dat door de stijging van de olie.

De economische situatie leidde tot grote ongerustheid. De crisis bracht immers grotere particuliere schulden en leningen met zich mee.

Veel mensen gingen minder kopen, waardoor ook hier minder winst werd gemaakt.

De VS-economie kende ook een sterke schuldenlast. De totale particuliere schuld bedroeg 10 jaar geleden 106% van het totale inkomen, in 2002 was dit reeds 131%.



Politiek



Vooral voor Afghanistan, Pakistan en het Midden-Oosten hadden de aanslagen grote gevolgen. Amerikaanse en Britse strijdkrachten begonnen, met instemming van ruim 40 landen, een oorlog tegen het terrorisme. De NAVO schaarde zich achter de VS-politiek inzake terrorisme. Landen in het Midden-Oosten kregen te maken met een belangenconflict. De Noordelijke alliantie in Afghanistan (oppositie) kreeg nieuwe militaire, financiële en morele steun. De Egyptische president Hosny Mubarak waarschuwde in een televisietoespraak voor polarisatie.



Door de toelating van Amerikaanse troepen op haar grondgebied voor de antiterroristische oorlog in Afghanistan kreeg Pakistan te maken met grote interne spanningen en onlusten. In december 2001 kwamen daarbij de gevolgen van een bloedige aanslag op het Indiase parlement, waarvan Pakistani werden beschuldigd. Beide landen wisselden onderling oorlogszuchtige verklaringen en waarschuwingen uit, waarop internationaal gereageerd werd met een diplomatiek offensief. Vooral de Britse premier Tony Blair stelde zich hierin actief op.

Het was duidelijk dat, eens dat de oorlog startte, er een massale reactie op zou volgen. Het zou de start zijn van een enorme beweging. Essentieel was hoe de oorlog zou verlopen. Als de VS een snelle overwinning kon boeken, zou dit de positie van Bush versterken. Als het een langdurige oorlog werd en er grondtroepen ingezet moesten worden, dan zou de oorlog minder en minder populair worden.



Niet alleen in Amerika waren er grote politieke gevolgen op de oorlog. Ook in menig Europese landen werd er streng toegekeken op de aanvallen van Amerika. Maar er werd geen rekening gehouden met het volk dat in de gevraagde landen leefde. Dus een oorlog in Irak kan de politieke situatie in verschillende landen drastisch wijzigen. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

- In Italië was er geen stad of dorp zonder protest tegen de oorlog. Er waren 85 grote betogingen in 36 provincies. De stakingsoproep van de vakbonden werd massaal opgevolgd.

- In Duitsland betoogden maar liefst 150.000 scholieren en studenten, in de meeste gevallen op straat gebracht door Jongeren Tegen de Oorlog, een campagne van de zusterorganisatie van de LSP in Duitsland, SAV. Een Italiaanse journalist noemde de massale protesten een parallelle oorlog. Hij voegde eraan toe dat Bush deze oorlog wel eens zou kunnen verliezen.

- In Egypte werd op een betoging met 10.000-en aanwezigen de politie met stenen bekogeld. Men dreigde de Amerikaanse ambassade in brand te steken.

- Ook in andere landen uit het Midden-Oosten waren er woelige protesten.

- In Jemen werden 4 betogers door de politie doodgeschoten.

Bush en Blair bereiden met hun brutale veroveringsoorlog een volgende generatie terroristen voor, zolang er geen gezaghebbende kracht een socialistische vooruitgang aanbood.

Als deze oorlog langer bleef aanslepen dan verwacht, als de slachtoffers langs beide zijden zouden beginnen oplopen, dan zou dit de spanningen wereldwijd verder opdrijven. De beurzen, eerst opgetogen over het begin van de oorlog, zouden opnieuw klappen krijgen. Zelfs al slaagde Bush erin om een snelle val van Bin Laden te forceren, morgen zou hij zijn handen vol hebben met het, onder dwang, opleggen van stabiliteit aan de verarmde bevolking.



Sociaal



Sociaal gezien was er minst schade. Veel mensen kregen argwaan ten opzichte van de Amerikanen en president Bush was in gans Europa niet meer zo populair als voordien.



In Amerika zelf ontstonden rellen tussen voor- en tegenstanders van de oorlog. Hierdoor werd het eenheidsgevoel van het volk sterk beschadigd.



De stijgende armoede had gevolgen voor alle Amerikanen. Arme mensen werden nog armer, ze hebben dus nog minder geld om te besteden waardoor de rijken minder gaan verdienen.



Er werd gevreesd voor erge gevolgen op lange termijn...



Gevolgen voor Afghanistan



Voor Afghanistan waren de gevolgen veel groter dan men had verwacht. Hoewel Bush beloofde dat bij de oorlog geen onschuldige burgers betrokken zouden raken, was dit streven niet gewaarborgd want er zijn wel degelijk vele doden en gewonden gevallen. In Afghanistan zijn, tijdens twee maanden van Amerikaanse bombardementen op zoek naar Osama Bin Laden, veel meer onschuldige burgerslachtoffers gevallen dan bij de zelfmoordaanslagen op de WTC-torens, zo blijkt uit een grondig onderzoek van de Amerikaanse professor Marc Herold.



Hij rekende, op basis van verzamelde gegevens van hulporganisaties, de VN, ooggetuigen, kranten en nieuwsagentschappen, een veel hoger aantal uit: 3.767 burgerdoden tussen 7 oktober en 10 december. Dat zijn er minstens 500 meer dan het verzamelde aantal doden van de aanslagen in New York en Washington.



Veel mensen van de Afghaanse bevolking waren het land uitgevlucht om te ontsnappen aan de gruwelijke oorlogssituatie. De vluchtelingen hadden geen tijd om persoonlijke bezittingen mee te nemen, humanitaire organisaties (Dokters van de Wereld) zorgden voor tenten, eten, kleding en medische zorg. De VN zorgden voor enkele zendingen met noodhulp om kampen te bouwen in Pakistan. Ook in Afghanistan werd opvang voorzien. Vanuit Europa kwamen voedselpakketten en militairen.



De bevolking (13) was deels gechoqueerde en streed deels mee naar een overwinning op de Amerikanen.



C.5) De huidige situatie



Na de aanvallen van Amerika werd een nieuw regime ingesteld onder leiding van president Karzai (14). Sinds eind 2001 is er een veiligheidsmacht in Afghanistan aanwezig, de ISAF. Tot 11 augustus 2003 was de leiding in handen van Nederland en Duitsland, daarna nam, tegen de zin van Afghanistan zelf, de NAVO die taak over.



Aanhangers van het voormalige Taliban-regime blijven strijden met aanslagen en terreurdaden tegen de aanwezigheid van ongelovigen in Afghanistan, en ook tegen het bewind van Hamid Karzai, die zij als een marionet beschouwen. Ze opereren vanuit het Pakistaanse grensgebied. Diverse ISAF-soldaten zijn omgekomen, en zelfs medewerkers van het Rode Kruis en de Verenigde Naties.



Een ander probleem voor de regering is dat de regionale bestuurders zich opnieuw als onafhankelijke krijgsheren opstellen, en zich weinig aan het centrale gezag gelegen laten liggen. De gouverneurs verrijken zich, strijden met elkaar en onderdrukken de bevolking, terwijl de centrale regering vrijwel bankroet is. De Afghanen zouden het mandaat van de ISAF naar de provincies willen uitbreiden, maar de westelijke coalitie weigert dit voorlopig op financiële en logistieke gronden.



Een ander probleem zijn de vluchtelingen. De terugkeer van vluchtelingen naar Afghanistan is de grootste dergelijke actie in dertig jaar. In 2002 keerden 2,3 miljoen vluchtelingen terug naar huis (waarvan 1,8 miljoen uit het buitenland), voor 2003 2,5 miljoen. Door deze vluchtelingenstroom worden de problemen op het gebied van schaarste aan voedsel en drinkwater extra versterkt.



Anno 2004 is alles vrij rustig in Afghanistan. Amerika geeft de zoektocht naar Osama Bin Laden niet op maar houdt de wapens, voorlopig, achter slot. Afghanistan kent na lange tijd eindelijk een relatief rustige periode.



In Amerika is er zoals gewoonlijk niets aan de hand. President Bush is herverkozen tot president en er is een nieuw WTC-complex in de maak. De hoogste van de nieuwe Twin Towers zal de Freedom Tower genoemd worden.



D) Besluit



Afghanistan wordt al jarenlang geteisterd door buitenlandse aanvallen en dat zal hoogstwaarschijnlijk niet snel veranderen.



Het ergste van dit alles is dat de inwoners moeten boeten voor de strijd tussen de extremisten die hun land bezetten, en Amerika.



Ik, persoonlijk, denk niet dat iemand hier iets uit geleerd heeft, het enige wat de mensen echt onthouden hebben, zijn de spectaculaire beelden van de aanslag zelf.



Iedereen heeft zijn eigen mening over deze oorlog. Was de reactie van Bush erg? Maar was de aanslag van Bin Laden niet even intriest? En wat met Michael Moore, die toch duidelijke bewijzen heeft over een samenwerking tussen de partijen? Waarom werd Bush dan opnieuw verkozen? Misschien opnieuw door een (zogezegde) vervalsing?



Laten we hopen dat Aristoteles gelijk had wanneer hij zei: “Het doel van een oorlog, is altijd vrede.”



E) Bronnen



Geraadpleegde bronnen:



- Internet:



http://nl.wikipedia.org

http://www.google.be

http://www.gva.be

http://www.parool.nl

http://www.nrc.nl

http://afghanistan.start.be

http://afghanistan.pagina.nl

http://afghanistan.boogolinks.nl

http://afghanistan.starttips.com

http://www.landenweb.com/geschiedenis.cfm?LandID=200&AFGHANISTAN

http://www.terrorismfiles.org/organisations/al_qaida.html

http://www.g-ackermann.de/september.htm

http://www.mediawereld.nl



- Literatuur:



Carew T., “Jihad!”, Rijswijk, 2001

Lambrecht J., “Hoe 11 september mogelijk werd”, Antwerpen, 2002

Lessing D., “The winds blows away our words”, London, 1987

Munneke R. en Versteeg J., “Afghanistan, een nieuw begin”, Leiden, 2000

Versteeg J., “Afghanistan, het Russische Viëtnam?”, Antwerpen, 2000

Vogelsang W., “Afghanistan, een geschiedenis”, Amsterdam, 2002

Weber O., “Le faucon Afghan”, Parijs, 2001



- Documentaires:



Fahrenheit 9/11; door Michael Moore

Telefacts; VTM

Koppen; TV1



F) Bijlage



(1) Kaart Afghanistan:

FOTO



(2) Hoofdstad Kabul:

FOTO



(3) Soennisme:

Het Soennisme is een hoofdstroming van de islam. Het woord soenna is Arabisch voor 'traditie'. Soennitische moslims volgen de traditie die gebaseerd is op het leven van de profeet van de Islam, Mohammed. De Hadith, een verzameling overleveringen van het spreken en handelen van de profeet, heeft naast het heilige boek van de moslims, de Koran, groot gezag voor soennieten.

Ten minste 90% van alle moslims, ook die in het westen leven, zijn soennitisch.

Het Soennisme is evenals het Sjiisme ontstaan vanuit de strijd om de rechtmatige opvolging van de Mohammed, die begon na zijn dood in het jaar 632. Die strijd ging tussen aanhangers van Mohammeds neef en schoonzoon Ali en die van de kaliefen. De soennieten zijn volgelingen van de laatste. De eerste kalief was Mohammeds schoonvader, vriend en trouwe volgeling Aboe Bakr.

Na de eerste vier gekozen kaliefen was het grote schisma binnen de islam een feit en kwam het kalifaat in handen van opeenvolgende soennitische dynastieën, de Omajjaden en de Abbassiden. Hun invloed strekte zich via veroveringsoorlogen binnen enkele generaties uit van Spanje (de Pyreneeën) tot aan de Punjab in oostelijk India.

Soenni theologie wijkt op bepaalde punten af van dat van de sjiieten: onder meer de 'al Mahdi' (islamitische Messiaanse figuur) en de rol van de imam, voor soenni's niet veel meer dan de leider van het vrijdagse gebed in de moskee.



(4) Sjiisme:

Sjiisme is qua aantal aanhangers de tweede stroming binnen de Islam. Het aantal aanhangers bedraagt ongeveer 10% van de aanhangers van het Soennisme.

Het Sjiisme komt vooral voor in Iran (waar het de staatsgodsdienst is) en het zuiden van Irak, maar ook in Pakistan, India, Libanon en diverse Golfstaten.

De stroming is ontstaan ten gevolge van de strijd om de opvolging van de profeet en stichter van de islam, Mohammed. Sjiieten zijn de volgelingen van Ali ibn Aboe Talib ook wel Kalief Ali of Imam Ali genoemd, de neef (zoon van zijn oom Aboe Talib) en tevens schoonzoon van Mohammed (hij was getrouwd met Mohammeds dochter Fatima). Aanvankelijk werden zijn aanhangers 'de partij van Ali' genoemd. De andere partij volgde de kaliefen, waarvan de eerste Aboe Bakr was.

Het lukte Ali om ondanks de tegenstand van Muawija, de stichter van de dynastie van de Oemajjaden, en Mohammeds weduwe Aisha in 656 de vierde kalief te worden, als opvolger van Othman. Het geruzie tussen de twee partijen mondde echter uit in de moord op Ali in 661 door een partij van ontevredenen, de Khawarijis. Zijn opvolger en oudste zoon Hassan trad al snel af. Ali's tweede zoon Hoessein werd later eveneens vermoord. Nog altijd worden Ali en Hoessein door de sjiieten vereerd als hun twee grote martelaren. De heiligdommen die gebouwd zijn rond hun graftombes in de Irakese steden Najaf en Kufa zijn voor de sjiieten twee zeer heilige plaatsen. Martelaarschap is een van de principes die binnen het Sjiisme een belangrijke plaats innemen. Deze gebeurtenissen markeren het grote schisma binnen de islam.

Een ander belangrijk kenmerk van deze stroming is de plaats van de imam. Deze islamitische geestelijke is binnen het Soennisme min of meer de voorganger van de vrijdagse gebedsdienst in de moskee, maar binnen het Sjiisme is zijn rol en zijn geestelijke gezag veel groter. Hij wordt geacht de gelovigen krachtig te leiden in hun strijd voor de islam en wordt gezien als spreekbuis van de wil van Allah zowel op godsdienstig als sociaal en politiek vlak.

Sjiieten hebben de verwachting dat de ware, door God gezonden imam, al-Mahdi, eens zal verschijnen om de ware islamitische staat in de wereld te stichten. Binnen het Sjiisme bestaan er substromingen. Het grootste deel van de sjiieten behoren tot de Ithna ashri die ook wel de "twaalvers" worden genoemd omdat zij na Ali nog elf andere imams hebben gekend. Zij geloven dat de twaalfde imam, Mohammed al-Mahdi zit ondergedoken en op het einde der tijden terug zal keren.

Een ander substroming binnen het Sjiisme is het isma'ili'-isme. In aantallen zijn ze veel minder dan de Ithna ashri, maar ze hebben in de loop van de geschiedenis veel invloed gehad. Zo hadden zij een groot rijk gesticht dat in zijn hoogtijdagen strekte van de Atlantische Oceaan in Afrika, tot aan de heilige steden Jeruzalem, Mekka en Medina. Het fatimid rijk, zoals dit wordt genoemd, bestond van het jaar 909 tot 1171.

Na de ineenstorting van het fatimiden rijk, wisten de isma'ili's een aantal forten in Perzië te veroveren. Het fort van Alamout was zo'n fort. Het is in deze tijd dat de isma'ili's bekend werden onder de naam Hashashins of Assasins. Ze stonden er om bekend dat ze, als ze bedreigd werden, niet schuwden om de leiders van hun vijanden door middel van aanslagen om het leven te brengen. Tegenwoordig zijn de isma'il's verspreid over de hele wereld. Hum imam is Prins Shah Karim, Aga Khan IV, die ze erkennen als de 49ste imam na Ali.



(5) Tijdslijn Afghanistan:



- 1901: Habiboellah Khan wordt emir van Afghanistan. Hij voerde een gematigde, pro-Britse politiek.

- 1919-1929: Habiboellah Khan wordt vermoord door een rivaliserend familielid. Uiteindelijk weet prins Amanoellah Khan zich tot emir uit te roepen. In de zomer van 1919 vindt de Derde Anglo-Afghaanse oorlog plaats. Uiteindelijk erkent Groot-Brittannië de Afghaanse onafhankelijkheid. Amanoellah voert een pro-Sovjetkoers, maar gaat zich later meer op Turkije (Atatürk) en Iran (Reza Shah) oriënteren.

- 1926: Emir Amanoellah Khan wordt Koning Amanoellah Shah.

- 1928-1929: Begin van een Pasthun-opstand tegen het regime van Amanoellah. Zij keren zich tegen het moderniseringsbeleid van de koning. In januari 1929 treedt Amanoellah af ten gunste van zijn oudere broer Inayatoellah Shah, die moet echter al spoedig Kaboel verlaten als islamitische strijders de hoofdstad Kaboel innemen. Rebellenleider Habiboellah Ghazi (bijgenaamd De Zoon van de Waterdrager) wordt emir.

- 1929: Aan het einde van het jaar wordt Habiboellah Ghazi verslagen door de troepen van prins Nadir Khan. Nadir Khan wordt geïnstalleerd als koning Nadir Shah. Nadir Shah is overigens een familielid van Amanoellah Shah.

- 1933: Koning Nadir Shah wordt vermoord door aanhangers van Amanoellah. Hij wordt opgevolgd door koning Zahir Shah (geb. 1914), zijn zoon. De werkelijke macht ligt in handen van de ooms van Zahir Shah, die minister-president worden.

- 1939-1945: Afghanistan blijft buiten de Tweede Wereldoorlog.

- 1953-1963: Prins Muhammad Daoed Khan, de neef en zwager van koning Zahir Shah wordt premier. Hij voert een neutrale koers ten opzichte van de machtsblokken. Hij ontvangt zowel steun van de VS als van de Sovjet-Unie.

- 1963: Daoed Khan wordt na een conflict met de koning afgezet. Er komt voor het eerst een premier aan de macht die geen lid is van de koninklijke familie.

- 1965: Afghanistan krijgt een grondwet. Het land wordt een constitutionele monarchie. Op 1 januari 1965 wordt de (marxistische) Democratische Volkspartij van Afghanistan opgericht. Nur Muhammad Taraki wordt tot secretaris-generaal gekozen.

- 1967: De Democratische Volkspartij van Afghanistan (DVPA) wordt opgesplitst in twee facties: de radicale Khalq (Massa) factie van Taraki en de meer gematigde Parcham (Vlag) factie van Babrak Karmalen Mir Akbar Khaibar.

- 1973: Prins Muhammad Daoed Khan pleegt in samenwerking met linkse officieren (waarvan er enkele met de DVPA sympathiseren) een succesvolle staatsgreep. Daoed roept de republiek uit en wordt de eerste president. Hij neemt enkele linkse ministers op in zijn kabinet.

- 1975: Na het onderdrukken van de fundamentalistische oppositie, begint Daoed links te bestrijden. Hij ontslaat de linkse ministers uit zijn kabinet. De president richt de Nationale Revolutionaire Partij op.

- 1977: De Loya Djirga (Nationale Stamvergadering) keurt een grondwet goed. De sjaria (islamitische wet) wordt tot hoogste wet verklaard. De Nationaal Revolutionaire Partij wordt de enige toegestane partij. Onder druk van buitenlandse communistische partijen verenigen de Khalq en Parcham zich weer. De factieconflicten binnen de DVPA blijven.

- 1978: Op 27 april 1978 plegen linkse officieren een geslaagde coup. Op 30 april dragen ze de macht over aan de DVPA. Taraki wordt president en premier, Karmal vice-president, Hafizullah Amin vice-premier. De nieuwe regering voert grootscheepse hervormingen uit (landhervorming, vrouwenemancipatie, modernisering van de islam enz.) In juni worden de leden van de Parcham buitenspel gezet door de regering. Vooraanstaande Parcham-politici worden als ambassadeur naar het buitenland gezonden. In augustus worden de meeste in Afghanistan verblijvende Parcham-politici vastgezet; Parcham-ambassadeurs duiken onder in Oostbloklanden. Vanaf de herfst neemt het (islamitisch en maoïstisch) verzet tegen de regering toe. In december 1979 sluit Taraki een vriendschaps- en samenwerkingsverdrag met de Sovjet-Unie.

- 1979: Hafizullah Amin krijgt steeds meer macht. In september zet hij Taraki af en wordt president en partijleider. Hij voert een ongebonden buitenlandse politiek. Amin vraagt de Sovjet-Unie begin december om militaire hulp tegen de Mudjahedin (islamitische verzetsbeweging). De Sovjet-Unie stuurt een leger. Op 27 december 1979 wordt Amin door de KGB om het leven gebracht. De Sovjet-Unie installeert de meer pro-Russische Babrak Karmal (Parcham) als president en secretaris-generaal van de DVPA.

- 1979-1989: Sovjetrussische bezetting.

- 1981: sultan Ali Keshtmand (Parcham) wordt premier. De Sovjetrussen irriteren zich aan Karmal omdat hij zich te weinig inzet voor vredesbesprekingen met de Mudjahedin. Karmal zoekt toenadering tot de geestelijkheid en steunt de reformistische islamieten.

- 1986: Karmal wordt door de Sovjet-Unie tot aftreden gedwongen, eerst als secretaris-generaal van de DVPA, later ook als president. Dr. Muhammad Najjbullah (Parcham) wordt secretaris-generaal van de DVPA; Chamkani (partijloos) president. Najjbullah voert besprekingen met Sovjetleider Gorbatsjov. Hij roept een eenzijdig bestand af. De Mudjahedin negeren het bestand; ze weigeren met Najjbullah te praten.

- 1987: Najjbullah wordt tevens president. Afghanistan krijgt een nieuwe grondwet waarin het islamitisch karakter van het regime wordt benadrukt. Ook krijgt het land een nieuwe vlag. De naam van het land Democratische republiek Afghanistan, wordt gewijzigd in Republiek Afghanistan.

- 1989: Complot van Khalqleden tegen de regering van Najjbullah ontdekt: tientallen arrestaties. In Pakistan richten de Mudjahedin een voorlopige regering op. President wordt Sibghatullah Mojadidi, een gematigde islamiet en leider van het in 1979 opgerichte Afghan National Liberation Front (ANLF). De laatste Russische militairen verlaten Afghanistan.

- 1990: Opnieuw een complot ontdekt. Deze keer pleegde generaal Tanai (Khalq) in samenwerking met de Hezb-i Khalq van Gulbuddin Hekmatyar een mislukte coup. Na de mislukte coup lopen de Khalqleden onder leiding van generaal Tanai massaal over naar de Mudjahedin (van Hekmatyar). In juni wordt de DVPA omgevormd in de Hezb-i Watan (Vaderlandpartij). Andere partijen worden toegestaan. Er komt tevens een nieuwe grondwet. Kaboel wordt omsingeld door de Mudjahedin.

- 1991-1992: Verdere terreinwinst voor de Mudjahedin. Op 15 april 1992 plegen aanhangers van de oud-president Karmal in samenwerking met de Hezb-i Islam een coup. Er wordt onderhandeld over een overgangsregering. De Hezb-i Watan wordt echter aan de kant geschoven. Op 28 april wordt Mojadidi president van een overgangsregering. In juni wordt Burhanuddin Rabbani, een voormalig hoogleraar theologie en islamitisch recht aan de Universiteit van Kaboel en Mudjahedinleider, president van de Islamitische Staat Afghanistan. Hekmatyar wordt premier en Ahmad Shah Massoud wordt minister van defensie. Na een ruzie treedt Hekmatyar af. Hij begint een gewapend verzet tegen de regering Rabbani. Later sluit ook de Uzbeekse generaal Dostum (voormalige communist) zich bij het verzet aan.

- 1994: Oprichting van de Taliban.

- 1995: De Taliban veroveren Kandahar en vestigen daar een Opperste Shura (Islamitische Raad).

- 1996: In april laat mullah Muhammad Omar, de Talibanleider, zich uitroepen tot Amir-ul Omineen (Emir van de Gelovigen). Hekmatyar sluit vrede met Rabbani en wordt weer premier. In september wordt Kaboel veroverd door de Taliban en de regering Rabbani ontvlucht Kaboel. In het noorden van Afghanistan - dat niet in handen van de Taliban is - wordt o.l.v. Rabbani en Massoud het Verenigd Islamitisch Front gevormd. Het Verenigd Islamitisch Front strijdt tegen de Taliban.

- 1996-2001: Het Talibanregime is bijzonder repressief, met name ten opzichte van de vrouwen, kinderen en minderheden. Vrouwen krijgen geen onderwijs meer en moeten buitenshuis een burka dragen. De Hazara, een sjiitische minderheidsgroep wordt onderdrukt. De Boeddhabeelden, die vele eeuwen geleden in de rotsen zijn uitgehakt, worden met explosieven opgeblazen. Hindoes moeten voortaan herkenbaar zijn door het dragen van een geel merkteken.

- 1998: In augustus, na de aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Oost-Afrika, bestoken de Amerikanen bases in Afghanistan van de militante Al-Qaeda. Amerika denkt dat de Al-Qaeda van de in Afghanistan verblijvende Saoediër Osama Bin Laden achter de aanslagen zit.

- 2001: In het voorjaar overlijdt de tweede man van de Taliban, mullah Muhammad Rabbani. Op 9 september komt Ahmad Shah Massoud, de bevelhebber van de troepen van de Noordelijke Alliantie (opvolger van het Verenigd Islamitisch Front) bij een zelfmoordaanslag om het leven. Na de aanslagen van 11 september in Washington, New York en Pennsylvania (VS) wijst veel erop dat Al-Qaeda van Osama Bin Laden achter de aanslagen zit. Amerika vraagt de Afghaanse regering om uitlevering van Osama, hetgeen de Afghaanse regering weigert. In oktober vallen de VS en het VK Afghanistan aan. Samen met de coalitietroepen van de Noordelijke Alliantie worden Kaboel (november) en Kandahar (december) veroverd. Omar en Bin Laden zijn echter onvindbaar. Vanuit de ondoordringbare gebieden blijven de Taliban en Al-Qaeda verzet plegen.

- 2001-2004: Na de verovering van Kaboel komt aanvankelijk de regering-Rabbani weer aan de macht, maar in december 2001 treedt zij terug ten gunste van de regering-Karzai (Hamid Karzai). Karzai wordt interim-president. In 2002 wordt hij tot president gekozen. In januari 2004 krijgt Afghanistan een nieuwe grondwet en wordt het land een Islamitische Staat. Karzai wint in oktober 2004 de verkiezingen.



(6) Talibanstrijders:

FOTO



(7) Mohammed Omar:

FOTO



(8) Vrouwen in burka:

FOTO



(9) Osama Bin Laden:

FOTO



(10) De door Al-Qaeda bezette gebieden:

FOTO



(11) De aanslagen van 11 september 2001:

FOTO



(12) George W. Bush:

FOTO



(13) De armoede bij de bevolking is groot:

FOTO



(14) President Karzai:

FOTO


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

Amerika is walgelijk

8 jaar geleden