De Kristalnacht



9-10 november 1938

1938 was in vele opzichten een scharnierjaar voor Adolf Hitler en zijn Derde Rijk. Hitler maakte werk van zijn geplande uitbreiding van het Groot-Germaanse Rijk. Op 12 maart 1938 marcheerden de Duitsers Oostenrijk binnen zonder dat er een schot moest gelost worden (de zogenaamde Bloemenoorlog) en was de Anschluss van zijn geboorteland een feit. Duitsland en Oostenrijk vormden vanaf dan Gross Deutschland.

De volgende gebiedsuitbreiding kwam er spoedig aanzetten: het Sudetengebied van Tsjecho-Slowakije, dat op 1 oktober 38 in bezit werd genomen. Nog geen half jaar later, 15 maart 1939, zal Hitler triomfantelijk Praag binnenmarcheren en Tsjechië aanhechten en eveneens op 22 maart '39 hetzelfde met het Memelgebied. Vanaf dan bereidde Hitler de oorlog met Polen en de rest van de wereld voor.



Begin jaren '30 was de SS (Schutzstaffel) van Heinrich Himmler en zijn trouwe paladijn Reinhard Heydrich op enkele jaren tijd tot een macht binnen de staat uitgegroeid. Na de Nacht van de Lange Messen waarbij de SS haar trouw aan de Führer had bewezen door Ernst Röhm, de leider van de SA om te brengen in 1934, had de SS nagenoeg carte blanche gekregen. Vanaf 1938 kreeg de SS ook de toelating van de Führer om een gewapende macht op te richten, de Waffen-SS genaamd. De SS zal spoedig het laken over de jodenvervolging en onderdrukking van de andere minderheden, helemaal naar zich toe trekken en een beslissende rol spelen in de Kristalnacht van 1938.

Sinds 1934 draaide het sterilisatieprogramma op volle toeren waarbij op grote schaal sterilisaties werd uitgevoerd op Joden en andere ongewenste zoals homoseksuelen, zigeuners, geestelijk- en fysiek gehandicapten. In 1934 werden 62.463 sterilisaties verricht, in 1935 waren het er 71.760 en in 1936 nog eens 64.646. Naar schatting werden gerekend tot aan het einde van de oorlog tussen de 350.000 en de 450.000 personen gedwongen gesteriliseerd. Eind 1939 zal ook het T4-Euthanasieprogramma van start gaan, dat als testbank diende voor de massale genocide die tijdens de oorlogsjaren zal worden uitgevoerd.

Na de eerste pogroms op joden, die kort na de machtsovername van 1933 hadden plaatsgevonden en vooral na de Nürenbergwetten van 15 september 1935 en de toepassing ervan, waren de joden even uit de publieke belangstelling verdwenen. Nieuwe wetten maakten het de joden bijzonder moeilijk om nog een baan te vinden zo onder meer het beroepsverbod waardoor o.m. joodse dokters en advocaten werkloos werden. Daarnaast werden vele handelszaken gedwongen gesloten over voor een habbekrats overgenomen door Ariërs. Als er in 1933 nog een 50.000 joodse handelszaken waren geweest in Duitsland, was dat in juli 1938 al teruggelopen tot slechts 9.000.

De propaganda die het Duitse Volk moest klaar stomen voor de op til staande genocide, draaide op volle toeren. In april 1938 vond de lang verwachte première plaats van de film Olympia, dat een protserig en bombastisch tijdsdocument is geworden over de Olympische Spelen die in augustus 1936 in Berlijn werden gehouden. De maakster ervan, Leni Riefenstahl, speelde met deze voor die tijd een technisch knap gemaakte film, opvallend volgzaam in op de rassentheorieën van de Führer en Himmler van de SS die de zuiverheid en idealisering van het Arische ras actief beleden. De film had een onwaarschijnlijk groot succes en trok het hele jaar door bomvolle zalen.

Op 24 mei 1938 werd de tentoonstelling Entartete Kunst (Ontaarde Kunst) geopend, om het publiek te tonen welke werken de voorbije 5 jaren werden weggezuiverd. In deze opgeklopte sfeer van lichaamsverheerlijking, zuiverheid van Bloed en Ras, richtte de haat en frustratie zich direct naar de joden toe.

In de loop van 1938 werd de tang rond de Duitse en Oostenrijkse joden verder toegeknepen en werden een hele reeks nieuwe discriminatiemaatregelen van kracht. Zo kregen de joden op 26 april 1938 het bevel om alle hun vermogens boven de 5.000 RM (Reichsmarken) aan te geven.

Een beschamend feit dat de radicalisering van de jodenvervolging in Duitsland en Oostenrijk ongetwijfeld in de hand heeft gewerkt, is de onverschilligheid van het Westen. Tussen 6 en 14 juli 1938 vond in Frankrijk de Conferentie van Evian plaats waar 32 landen op initiatief van de Amerikaanse President Franklin D. Roosevelt samen waren gekomen om over het lot van de Europese joden te vergaderen. Die Conferentie leidde tot het teleurstellende resultaat dat de internationale gemeenschap de immigratiequote voor joden niet wenste te verhogen. Geen enkel land wenste nog joden op te nemen wat maakte dat de joden geen kant meer op konden in het Groot-Duitse Rijk.





Op 17 augustus 38 werden joden, ter uitvoering van de Wet op de Verandering van Voor- en Achternamen, de joodse mannen verplicht om de voornaam 'Israël' aan hun officiële documenten toe te voegen en voor de joodse vrouwen werd dat 'Sara'. Op 5 oktober '38 werden de joden gedwongen om een 'J' in hun paspoort te laten stempelen.

Onvermijdelijk werkte deze maatregelen het geweld in de hand. Heel de zomer van 1938 werden joden en hun eigendommen aangevallen. Synagogen en joodse begraafplaatsen waren het doelwit. Die aanslagen werden meestal uitgevoerd door de partijmilities zoals de leden van de SA. Maar ook de overheid deed haar duit in het zakje als aanloop naar de Kristalnacht. Zo werd op 9 juni op last van de nazi's de belangrijkste synagoge van München vernietigd, zogenaamd omdat Hitler bezwaar had gemaakt dat die synagoge te dicht bij het Deutsches Künstlerhaus bevond en tevens het verkeer zou hinderen. Op 10 augustus beval jodenhater Julius Streicher het bevel om de synagoog van Nürenberg te slopen "omdat die het Duitse stadsbeeld ontsierde".

Al in de zomer van 1938 was Goebbels, als gouwleider van Berlijn, begonnen met de rassenzuivering van de hoofdstad. Goebbels was door zijn liefdesaffaire met Lida Baarova, die in 1938 tot een publiek schandaal was uitgegroeid en door Adolf Hitler in augustus 1938 eigenhandig werd afgebroken, uit de gunst van de Führer geraakt. Sindsdien was Goebbels naarstig op zoek om opnieuw in de gunst van de Führer te komen. Die kans werd hem 'onverwacht' (?) aangereikt door de zeventienjarige Poolse jood Herschel Grynszpan, die in de ochtend van 7 november 1938 de derde Duitse attaché Ernst vom Rath in Parijs doodschoot.

Op 28 oktober 1938 worden op bevel van Reinhard Heydrich 15.000 Poolse joden uitgewezen naar Polen. Polen weigerde hen echter de toegang tot het grondgebied en de groep joden werden samengedreven op een smalle landstrook langs de Duits-Poolse grens. Daar verkommerden ze in erbarmelijke omstandigheden in kampementen die ze inderhaast opgetrokken hadden met materialen die zij in het woeste grensgebied hadden gerecupereerd. Daar ze zelf in hun voedsel moesten voorzien brak er bij het begin van de winter grote hongersnood uit. Eén van de families die het slachtoffer werden van deze deportatiemaatregelen was de familie Grynszpan.

Herschel Grynszpan had het geluk om niet gedeporteerd te worden omdat hij op dat ogenblik bij zijn oom in Parijs verbleef. Op 3 november ontvangt Herschel een ansichtkaart van zijn zuster die samen met 15.000 andere joden, Duitsland uitgezet werd en onder erbarmelijke omstandigheden bivakkeert in het niemandsland tussen Polen en Duitsland. Het enige wat ze mee heeft kunnen nemen, is een koffertje met wat kleding.

Toen het nieuws over het trieste lot van zijn familie de 17-jarige Herschel bereikte besloot hij tot wraak. Het eerste doel wat hem te binnenschoot was om de Duitse ambassadeur in Parijs, graaf Johannes von Welczek te vermoorden. Geheel onvoorbereid toog hij gewapend met een pistool naar de Duitse ambassade in Parijs en vroeg aan de receptionist om de ambassadeur te mogen spreken.

De receptionist vertrouwt het zaakje niet en contacteert ipv de ambassadeur diens assistent de 3de secretaris Ernst vom Rath. Grynszpan ziet vom Rath de inkomhal binnenkomen en dacht klaarblijkelijk de ambassadeur voor zich te hebben. Hij schiet onmiddellijk zijn pistool leeg op de secretaris. Drie kogels misten hun doel, de andere kogels raakten vom Rath in de voet, de schouder en zijn maag. Vom Rath overleed twee dagen later aan zijn verwondingen in het hospitaal.

Na de schietpartij rende Grynszpan de ambassade uit maar werd vrijwel onmiddellijk door de Franse politie ingerekend. De Duitsers vragen om uitlevering maar de Fransen weigeren dit. Het is pas wanneer de nazi's enkele jaren later Frankrijk bezetten, dat in juli 1940 de collaborerende Vichy-regering Grynszpan uitlevert die prompt voor enkele jaren verdwijnt in het KZ Sachsenhausen. Van zijn lot is verder niets meer met zekerheid bekend. Zijn proces werd steeds maar uitgesteld en vermoed wordt dat hij na de bevrijding terug naar Frankrijk keerde en daar onder een valse naam in Parijs verder leefde.

Op 8 november 1938 wordt de Minister van Propaganda Dr. J. Goebbels op de hoogte gesteld van de moord op vom Rath. Goebbels heeft door deze aanslag van de joodse Grynszpan, zijn ultieme excuus voor een nieuwe pogrom op de joden gevonden en zet direct de propagandamachine in werking: niet Herschel Grynszpan, maar het hele jodendom is verantwoordelijk voor de dood van de Duitse diplomaat! Goebbels zorgde ervoor dat na die fatale schietpartij in Parijs in de nazi-pers felle aanvallen verschenen die gegarandeerd geweld zouden uitlokken. Ook geeft hij de Nationaal-Socialistische stormtroepen (S.A.) de opdracht zich gereed te houden voor een pogrom die zijn weerga niet zal kennen. 's Avonds hield Goebbels een korte maar krachtige toespraak voor de 'oude garde' en verstrekte hen gedetailleerde instructies van wat er wel en niet gedaan moest worden, maar dat het moest lijken alsof het spontane uitbarstingen waren van volkswoede tegen de joden.

De bedoeling van de nazi's en Goebbels om de schijn te verwekken dat het tot een spontane geweldsuitbarsting van het Duitse volk zou leiden. Nog dezelfde avond van 8 november barsten er overal in het land relletjes uit. Synagogen werden in brand gestoken, joodse eigendommen vernield, er werd geplunderd en joden op straat in elkaar geslagen of uit hun huizen gehaald en mishandeld. Goebbels schrijft die dag (8 nov.) in zijn dagboek: In Hessen grote antisemitische demonstraties. De synagogen worden tot de grond toe afgebrand. Als we nu de volkswoede eens de vrije loop konden laten! Heinrich Himmler wondt er op 8 november 1938 (de vooravond van de Kristalnacht) op een meeting met zijn SS-leiders (SS-Gruppenführers) helemaal geen doekjes meer om: "Wij moeten ons goed realiseren dat ons in de volgende tien jaar ongehoorde conflicten staan te wachten. Deze strijd is niet alleen een strijd van de naties die in dit geval aan de andere kant optreden als een front, het is tevens een 'wereldbeschouwelijke' (weltanschauliche) strijd van het gehele jodendom, de vrijmetselarij, het marxisme en de Kerken van de wereld. Het is duidelijk dat wanneer Duitsland en Italië niet vernietigd worden, deze krachten -en ik veronderstel dat de joden, de oorsprong van alle kwaad, de drijvende kracht daarachter zijn- vernietigd meten worden? Dat is een simpele conclusie. In Duitsland kunnen de joden niet blijven. Het is een kwestie van jaren, maar we zullen hen meer en meer uitdrijven, met een nooit eerder vertoonde meedogenloosheid. "

De volgende dag (9 nov.) gaan de vernielingen gewoon verder en 's middags bereikt Goebbels het nieuws dat Ernest vom Rath is bezweken aan zijn verwondingen. Nun aber ist es gar (Nu is de maat vol) schrijft Goebbels in zijn dagboek. Toevallig was 9 november ook de feestdag van de nazi's die op die dag de vijftiende verjaardag vierden van de mislukte militaire staatsgreep van Hitler in 1923.



Op 9 november werden overal SA-mannen opgeroepen met de opdracht de synagogen in brand te steken of zich te storten op andere joodse bezittingen. De ganse dag werden in heel Duitsland acties gevoerd en branden gesticht. In de nacht van 9 op 10 november waren ongeveer 100 synagogen afgebrand, 8.000 joodse winkels en appartementen geplunderd en verwoest. Overal waren de plaveien van de grote steden bezaaid met glasscherven van de ingegooide ruiten van joodse handelszaken; koopwaar en inboedel op straat gesmeten. Privé-woningen waren verwoest, meubelen kapotgeslagen, kledingstukken aan flarden gescheurd en geliefde voorwerpen moedwillig vernield. Ongeveer 100 joden werden ter plaatse vermoord.

Om het zoveel mogelijk op een spontane volkswoede te laten gelijken besloten Hitler en Himmler dat de SS zich officieel buien 'de actie' zou houden.Kort na middernacht van 9 op 10 november verzond Heydrich een telex met de order dat SS-mannen die deelnamen aan de 'demonstraties' dat enkel mochten doen in burgerkledij. Diezelfde nacht zond Heydrich een telex naar alle politiechefs van de Gestapo met de instructies:

1. Slechts die maatregelen mogen worden getroffen die geen Duits leven of eigendom in gevaar brengen. Bijvoorbeeld, synagogen mogen slechts in brand worden gestoken als er geen brandgevaar voor de onmiddellijke omgeving bestaat.

2. Zakenpanden en woningen van joden mogen worden vernield maar niet geplunderd.

3. De demonstraties die zullen plaatsvinden, mogen niet door de burgerpolitie worden belemmerd.

4. Er dienen zoveel Joden, vooral rijke, te worden gearresteerd als in de bestaande gevangenissen kunnen worden ondergebracht. Na hun arrestatie moet onmiddellijk contact worden opgenomen met de geëigende concentratiekampen om hen er zo spoedig mogelijk in op te sluiten.

De politie arresteert niet de daders, maar de slachtoffers. Op bevel van Heydrich worden ongeveer 30.000 merendeels rijke joden ingerekend en afgevoerd naar de concentratiekampen Dachau, Buchenwald en Sachsenhausen. Velen van hen zouden omkomen in de weken na de pogrom als gevolg van de brutale behandeling die ze daar kregen. Hun bezittingen werden geconfisqueerd. De brandweer doet geen poging de brandende synagogen te blussen, maar is wel zo vriendelijk ervoor te zorgen dat het vuur niet overslaat op de huizen die worden bewoond door niet-joden.

Hoe treffend en schaamteloos Goebbels kon liegen bleek uit de persconferentie die Goebbels de dag na de Kristallnacht belegde op 10 november 1938 voor de buitenlandse correspondenten: "Alle verhalen die U heeft gehoord over zogenaamde plundering en vernieling van joodse eigendommen, zijn vuile leugens (sind erstunken und erlogen). De joden is geen haar gekrenkt (Den Juden ist kein Haar gekrümmt worden)." Waarop Goebbels alweer verdwenen was vooraleer de stomverbaasde journalisten van hun schok waren bekomen zich terug op straat bevonden waar ze op sommige plaatsen bijna tot aan hun kniëen doorheen het gebroken glas en kapotgeslagen huisraad zich weer naar hun logementen begaven.

Toch waren ook vele Duitsers geschokt door de verwoestingen die op nauwelijks 24 uur tijd werden aangericht. Niemand geloofde dat dit een 'spontane actie' was geweest van het volk. Zoveel vernielingen op hetzelfde tijdstip daar moest wel een organisatie achter zitten en de enige organisatie die zoiets kon uitvoeren was de NSDAP-partij. Velen Duitsers boden de dagen erop spontaan hulp aan sommige joodse slachtoffers in de vorm van materiële hulp, voeding, onderdak en vlucht. Een nazi schreef in een anonieme brief aan Goebbels: "Het is om te huilen, wij moeten ons schamen Duitsers te zijn, deel uit te maken van een Arisch Edelvolk, in een beschaafd land dat zich schuldig maakt aan een dergelijke culturele schande!"

Ook verschillende nazi's, zoals bv Walter Funk die Minister van Economische Zaken was, die verantwoordelijk waren voor de Duitse economie waren niet erg opgetogen over de Kristalnacht. Vooral Hermann Göring was woest over de grote vernielingen die waren aangericht. In september 1935 had Göring de registratie van alle joodse bezittingen bevolen. Wanneer hij op 10 november 1938 de grootste pogrom tav de Joden en woedend over de vernielingen van zoveel Joods bezit.

Enkele dagen later (12 november 1938) belegt Göring een inderhaast bijeen geroepen meeting waar hij tekeer gaat over de materiële schade die werd aangericht. "Om dol van te worden!", brieste Göring het uit, "Dit benadeelt de joden niet maar het schaadt de Duitse economie en de Duitse verzekeringsmaatschappijen Het zijn de Joden, waarvan wij ons willen ontdoen, niet hun eigendommen! (..) Ik wilde dat jullie tweehonderd joden hadden doodgeslagen en niet al die eigendommen hadden vernield!"

De schade moest op de joodse gemeenschap worden verhaald. De verzekeringsmaatschappijen kregen te horen dat zij maar beter de schade konden uitbetalen, wanneer zij in het buitenland hun goed naam wensten te behouden. Uiteraard moesten de bedragen worden uitbetaald aan het Derde Rijk en niet aan de joden.

Nadat de verzekeringsgelden zijn geconfisqueerd, krijgen de joden een 'verzoeningsboete' opgelegd. Göring legt de joden een gezamenlijke boete op van 1 miljard Reichsmark, de joden moeten verder uit de economie worden buitengesloten en en werden zij verantwoordelijk gesteld voor de schade die was aangericht aan hun eigen bezittingen! Daarnaast mogen de joodse winkels niet heropend worden tenzij er niet-joden aan het hoofd staan.

De Kristalnacht was de laatste openlijke gewelddadige pogrom tegen de joden in Duitsland. Vanaf dan zal alles veel geluidlozer, geheimzinniger plaats vinden, en zeker wanneer in september 1939 Polen wordt binnengevallen en in het Oosten en het Generalgouvernement in het diepste geheim de vernietigingskampen worden gebouwd. Deze nacht staat in de geschiedenis voor eeuwig geboekt als de Reichs-Kristallnacht. Die naam werd overigens bedacht door de Nazi´s, die zo wilden suggereren dat er alleen wat ruiten waren ingegooid...


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.