DE MOORD OP JOHN F. KENNEDY
Eind november 1963 bezocht John Fitzgerald Kennedy de staat Texas met als doel er twee groepen binnen de Democratische Partij te verzoenen. Hij probeerde er ook zijn populariteit te vergroten omdat hij bij de verkiezingen van 1960 relatief weinig stemmen had behaald in Texas. Na een succesvol bezoek aan de steden Houston en San Antonio zou hij op 22 november 1963 Dallas bezoeken. Hoewel John F. Kennedy van tevoren nog gewaarschuwd was voor mogelijk gevaar in Dallas, belette dit hem niet de stad toch te bezoeken. Zoals gepland arriveerden J. F. Kennedy en z’n vrouw Jacqueline aan het eind van de morgen op 22 november 1963 per vliegtuig in Dallas. Kennedy zou met een open limousine naar het handelscentrum gaan om daar een toespraak te houden. Tijdens de tocht in de limousine door de straten van Dallas werd de president enthousiast toegejuicht door toeschouwers. Bovendien vergezelden de gouverneur van Texas en z’n vrouw de Kennedy’s tijdens de tocht naar het handelscentrum. Ze reden richting Dealey Plaza, een open plek in een buitenwijk van de stad, en sloegen vervolgens rechtsaf naar Houston Street. Daarna vervolgde de limousine zijn route door Elm Street in te rijden. Rond 12.30 uur plaatselijke tijd passeerde de auto het boekendepot van Texas. Enkele ogenblikken later vielen er enkele schoten en er ontstond verwarring onder de menigte. Toen de chauffeur vernam dat de president en de gouverneur levensgevaarlijk gewond waren, reed hij zo hard mogelijk naar het Parkland Ziekenhuis. Gouverneur John Connally zou later volledig herstellen, maar bij Kennedy mocht de hulp niet baten. Om ongeveer 13.00 uur werd bekend gemaakt dat de president was overleden. Zo’n half uur later werd bekend dat de moord moest zijn gepleegd vanuit de zesde verdieping van het schoolboekenmagazijn aan Elm Street. Lee Harvey Oswald, een werknemer van het boekendepot, was sinds de aanslag verdwenen terwijl hij op het moment van de moord nog in het magazijn aanwezig was. Rond 13.15 uur werd politieagent J.D. Tippit vermoord in de buitenwijk Oak Cliff. Een half uur na de moord werd Oswald opgepakt in een bioscoop niet ver van de plaats waar Tippit vermoord werd. Hij werd niet alleen beschuldigd van de moord op Tippit, maar ook van de moord op Kennedy. Twee dagen lang bleef Oswald ontkennen dat hij iets met de moorden te maken had. Toen de politie hem op 24 november 1963 vanuit het politiebureau van Dallas wilde overplaatsen naar een staatsgevangenis werd Oswald doodgeschoten. Jack Ruby, de moordenaar van Oswald en eigenaar van een nachtclub, kreeg de doodstraf. Het vonnis zou echter nooit voltrokken worden omdat Ruby al snel overleed aan longkanker. Oswald wordt vermoord door Jack Ruby

HET RAPPORT VAN DE COMMISSIE-WARREN
Omdat de hoofdverdachte van de Kennedy-moord zélf was vermoord, zou er nooit een proces komen die de waarheid boven tafel zou brengen. Daarom stelde Lyndon B. Johnson, voormalig vice-president en opvolger van Kennedy, een commissie samen die de moord moest onderzoeken. Deze commissie stond onder leiding van opperrechter Earl Warren en heeft ruim een half jaar onderzoek gedaan naar de moord. Op 24 september 1964 werd het rapport overhandigd aan president Johnson. Volgens de commissie-Warren handelde Oswald alleen en was er geen enkele sprake van een samenzwering. In eerste instantie werd het rapport enthousiast ontvangen en bewonderde men de inzet van de commissie. Enkele jaren later echter werden het rapport en de werkwijze van de commissie met de grond gelijk gemaakt.

DE ÉÉN-KOGEL-THEORIE
Eén van de omstreden theorieën van het rapport is de één-kogel-theorië. Volgens de commissie-Warren waren er drie schoten afgevuurd vanuit de zesde verdieping van het boekendepot. Eén doorboorde Kennedy’s nek en hals, een andere zorgde voor de wonden van gouverneur Connally en nóg een andere de fatale hoofdwond van Kennedy. De commissie had echter helemaal geen rekening gehouden met de kogel die z’n doel gemist had. Deze kogel raakte een stoeprand, waardoor het opspringende cement de burger James Tague verwondde. Uit onderzoek van de Zapruder-film, amateuropnamen van de moord op Kennedy door de burger Abraham Zapruder, wist men bij welke beelden Kennedy en Connally getroffen werden. Men kon niet precies vaststellen wanneer Kennedy voor het eerst geraakt werd, omdat zijn hoofd tijdelijk achter een verkeersbord verdween. In beeld 225 lijkt het of Kennedy voor het eerst wordt geraakt, omdat hij plotseling naar zijn keel grijpt. Connally wordt waarschijnlijk pas in de beelden 237 en 238 geraakt. Het tijdsverschil tussen de momenten waarop Kennedy en Connally worden getroffen bedraagt volgens de film zo’n 1,6 seconden. Lee Harvey Oswald moet dus in die tijd twee keer hebben geschoten, terwijl dit vrijwel onmogelijk was. Zelfs de beste schutters van de FBI hadden met hetzelfde type geweer ongeveer 2,3 seconden nodig bij de reconstructie om twee maal te schieten. Bovendien was het vanuit de zesde verdieping van het boekendepot erg moeilijk in korte tijd twee maal doel te treffen. Ook stond Oswald, hoofdverdachte van de moord op Kennedy en ex-marinier, bekend als een matige schutter. Uit de reconstructie kon men dus concluderen dat er twee mogelijkheden waren:
- Kennedy en Connally werden beide door dezelfde kogel getroffen
- Er waren twee schutters

Omdat het rapport anders waardeloos was, koos de commissie-Warren voor de eerste mogelijkheid die beter bekend staat als de één-kogel-theorie. Bij deze mogelijkheid kwam de commissie weer in de problemen, want één van de drie kogels had zijn doel gemist. Daardoor bleven er nog twee kogels over waarvan er één zorgde voor de fatale hoofdwond van Kennedy. De andere kogel zou dan voor de mogelijk niet-fatale verwondingen van Kennedy hebben gezorgd én voor de verwondingen van Connally. Volgens de commissie was dus één kogel verantwoordelijk voor vier wonden:
- Eerst Kennedy’s rugwond en halswond
- Daarna Connally’s rugwond in de buurt van z’n rechteroksel waarbij de vijfde rib werd gebroken
- Vervolgens de wond van Connally’s rechterpols waarbij het spaakbeen werd doorboord
- Tenslotte de oppervlakkige verwonding aan het linkerdijbeen van Connally Deze magische-kogel-theorie riep weer veel kritiek op, omdat de kogel dan meerdere malen van richting zou veranderen in plaats van gewoon rechtdoor te vliegen. Bovendien zat Connally niet in het verlengde van Kennedy, maar voor hem. Als er dan vanuit de zesde verdieping van het boekenmagazijn werd geschoten, dan zou de kogel Kennedy’s keel doorboren en vervolgens aan de linkerkant van Connally passeren in plaats van hem te treffen in de buurt van z’n rechteroksel. De Zapruder-film speelde ook een zeer belangrijke rol bij de magische-kogel-theorie. Omdat volgens de commissie zowel Kennedy als Connally door dezelfde kogel werden geraakt, moest men het eerdergenoemde tijdsverschil van 1,6 seconden verklaren tussen de momenten waarop beide personen geraakt werden. De commissie gaf hier voor als argument dat Connally een late reactie vertoonde op zijn verwondingen. Als men de Zapruder-film bekijkt, wordt daar uit duidelijk dat Connally een cowboyhoed vasthoudt in zijn rechterhand. Het is volgens onderzoekers onmogelijk dat Connally de hoed vast kon blijven houden, omdat zijn zenuw zwaar beschadigd werd toen de kogel zijn rechterpols doorboorde. Ook Nelly, de vrouw van gouverneur Connally, verklaarde dat haar man zelfs al reageerde voor zij het schot hoorde. Hieruit blijkt wel dat de ‘late reactie’ die de commissie-Warren als argument gaf volstrekte onzin was. Ook nu wist de commissie zich er weer uit te ‘redden’. Men besloot gewoon de Zapruder-film en de getuigenis van Nelly Connally als bewijsmateriaal te negeren. Zo hoefde men het tijdsverschil tussen het momenten waarop Kennedy en de gouverneur worden getroffen niet te verklaren. Bovendien hoeft de zeer bijzondere baan die de kogel zou maken dan ook niet uitgelegd te worden; als men immers de film negeert, dan blijkt verder nergens uit dat Connally níet op één lijn zat met Kennedy. Ook de getuigenis van de gouverneur zélf heeft men niet gebruikt in het Warren-rapport. Hij vertelde tijdens zijn verklaring dat hij er absoluut zeker van was dat hij niet door het eerste schot werd getroffen. Pas bij het tweede schot voelde hij dat hij geraakt was. Door het bovengenoemde niet als bewijsmateriaal te gebruiken was het voor de Warren-commissie mogelijk om de theorie van ‘één kogel twee slachtoffers’ te behouden. Door de één-kogel-theorie hoefde men de conclusies van het rapport niet te wijzigen: namelijk dat Oswald alleen handelde en dat er geen sprake was van een complot.

DE AUTOPSIE VAN JOHN F. KENNEDY
Na de schietpartij reed de chauffeur van de limousine met de president en gouverneur Connally zo snel mogelijk naar het Parkland Ziekenhuis in Dallas. Nadat was vastgesteld dat Kennedy het niet had overleefd, wilden de artsen een autopsie uitvoeren, maar ze werden tegengehouden door gewapende mannen van de FBI. De stoffelijk resten van de president werden vervolgens naar het Bethesda Marine Ziekenhuis in Washington overgevlogen om daar de autopsie uit te voeren. De artsen stelden daar in eerste instantie slechts twee wonden vast; de hoofdwond en de rugwond. De derde wond, de verwonding aan de hals, werd volkomen over het hoofd gezien. Op die plaats was een luchtpijpsnede gemaakt om de president gemakkelijker te laten ademen. In het Parkland Ziekenhuis had men deze wond wél vastgesteld. De artsen van het Bethesda Ziekenhuis schreven in het autopsierapport dat dit ‘de waarschijnlijke uitgangswond was’ en dat de rugwond ‘de waarschijnlijke ingangswond was’. De artsen van het Parkland Ziekenhuis hadden ervoor op een persconferentie juist het tegenovergestelde beweerd. Zij waren ervan overtuigd dat de halswond de ingangswond was en de rugwond de uitgangswond. De halswond was in het Parkland Ziekenhuis opgemeten en bleek zo’n 3 bij 5 millimeter te zijn, kleiner dan de diameter van de kogel zelf. Bij de autopsie van Kennedy in het Bethesda Ziekenhuis werd de rugwond opgemeten en die bleek ongeveer twee keer zo groot te zijn. Het is altijd zo dat een uitgangswond groter is dan een ingangswond en het is dan ook niet te verklaren hoe de pathologen van het Bethesda Ziekenhuis bij hun veronderstelling kwamen. Achteraf bleek dan ook dat deze pathologen helemaal geen ervaring hadden met het uitvoeren van autopsies en het is dan ook de vraag waarom men geen vakkundige en ervaren medici heeft gekozen voor deze belangrijke taak, terwijl die wél beschikbaar waren. Bij de getuigenis van de medici van het Parkland Ziekenhuis voor de Warren-commissie gebeurde er weer iets zeer merkwaardigs. Nadat de Geheime Dienst en de FBI met hen hadden gepraat waren ze ‘plotseling’ van mening veranderd over hun theorie van de ingangwond en uitgangswond en verklaarden dat ze ‘een vergissing hadden gemaakt’. Ze waren het nu eens met de medici van het Bethesda Ziekenhuis, terwijl ze voorheen toch hadden verklaard dat ze absoluut zeker waren van hun zaak.
Wat heeft dit nu te maken met het onderzoek naar de moord op Kennedy? De ingangswond en uitgangswond spelen hierbij een zeer belangrijke rol; men kan zo namelijk bepalen vanuit welke richting de moordenaar schoot. De artsen van het Parkland Ziekenhuis hadden vastgesteld dat de verwonding bij de hals de ingangswond was en de verwonding aan de rug de uitgangswond. Als er vanuit het boekendepot zou zijn geschoten dan zou de halswond juist de uitgangswond moeten zijn. Als men ervan uitgaat dat de artsen van het Parkland Ziekenhuis gelijk hadden dan zou er dus nog een schutter moeten zijn die zich ergens voor Kennedy bevond. Die schutter bevond zich waarschijnlijk op de parkeerplaats; veel getuigen die in de grasberm stonden meenden schoten te horen uit die richting en enkele zagen zelfs rookwolkjes opstijgen. Wederom heeft de commissie-Warren deze getuigen genegeerd; zij konden immers bevestigen dat er nog een schutter was. Daardoor zou de één-kogel-theorie, waarop het hele Warren-rapport gebaseerd is, waardeloos zijn. Er was nu nog één obstakel: de dokters van het Parkland Ziekenhuis. Zij zijn naar alle waarschijnlijkheid bedreigd door de FBI en de Geheime Dienst en werden gedwongen hun theorie aan te passen en met het autopsierapport in te stemmen. Opperrechter Earl Warren heeft deze instanties vermoedelijk de opdracht daarvoor gegeven, gezien zijn hoge functie binnen justitie en zijn belang om de één-kogel-theorie te verdedigen.
Ook de plaats van de rugwond van Kennedy was van groot belang voor de commissie-Warren in verband met de één-kogel-theorie. Als Oswald zou hebben geschoten vanuit het boekendepot dan zou de rugwond hoger moeten liggen dan de keelwond, anders kon de kogel Connally niet in de buurt van z’n rechteroksel treffen. In de overlijdensakte stond dat deze verwonding zich bevond ter hoogte van de derde rugwervel. De tekeningen van de autopsie bevestigden deze plaats. De keelwond bevond zich ter hoogte van de adamsappel dus hoger dan de rugwond; deze wond werd dus niet veroorzaakt door een schot uit de zesde verdieping van het schoolboekendepot. Dat was niet in overeenstemming met de één-kogel-theorie van de commissie-Warren. Daardoor moesten de medici ervoor zorgen dat de rugwond 15 cm hoger kwam te liggen zodat de theorie van de commissie klopte. Later bleek dat een medicus die belast was met de lijkschouwing de eerste versie van het autopsierapport verbrand heeft en dat hij vervolgens een nieuw rapport heeft geschreven. Nadat de kogelgaten in Kennedy’s kleding onderzocht waren, bleek dat de rugwond zich zo’n 15 cm lager moest bevinden dan in het rapport van de commissie-Warren vermeld stond. De commissie had het volk wederom bedonderd om de één-kogel-theorie te behouden.

BEWIJSSTUK 399: DE KOGEL OP DE BRANCARD
Het enige bewijsstuk dat Oswald direct in verband bracht met de moord op Kennedy was een kogel die gevonden werd op een brancard in het ziekenhuis. Het was niet de kogel die zijn doel gemist had of de kogel die de hoofdwond van Kennedy had veroorzaak. De Warren-commissie ging er daarom vanuit dat dit de kogel was die de verwondingen van gouverneur Connally en de overige wonden van Kennedy had veroorzaakt. De kogel werd naar de FBI gestuurd om hem daar in een laboratorium te laten onderzoeken. De onderzoekers verklaarden dat dit niet de kogel kon zijn die president Kennedy en gouverneur Connally had getroffen. Normaal is het zo dat een kogel kleine deeltjes bevat die van de kleding en van het lichaam afkomstig zijn, maar dat was hier niet het geval. Bovendien kon de kogel nooit in zo’n goede staat verkeren als het zoveel verwondingen had veroorzaakt. De kogel zou juist erg vervormd moeten zijn omdat er meerdere beenderen waren doorboord. Ballistische experts hadden van de Warren-commissie de opdracht gekregen om uit te zoeken of het mogelijk was dat de kogel intact bleef, terwijl er zoveel verwondingen waren veroorzaakt. De ballistische experts maakten daarbij gebruik van hetzelfde type kogels als bewijsstuk 399 en het Mannlicher-Carcano geweer waarmee Oswald zou hebben geschoten. Bij het onderzoek werd geschoten op kadavers van geiten om de polswond van gouverneur Connally na te bootsen. De kogels die een rib raakten waren allen ernstig vervormd en geen bleef in dezelfde staat als de kogel die op de brancard gevonden werd. Bewijsstuk 399 kon dus nooit de verwondingen van Kennedy en Connally veroorzaakt hebben gezien zijn goede staat. Toch beweerde de commissie-Warren in het rapport dat deze kogel wél de wonden van de president en gouverneur Connally had veroorzaakt. Ook uit het gewicht van bewijsstuk 399 kon worden opgemaakt dat de theorie van de Warren-commissie niet klopte. Het gewicht van de lichtbeschadigde kogel die op de brancard in het ziekenhuis gevonden werd bedroeg 1,027 gram. Het gewicht van hetzelfde type kogel die in perfecte staat verkeert, bedraagt zeker niet meer dan 1,043 gram. Bewijsstuk 399 heeft dus maximaal 1,5% van zijn gewicht verloren. Röntgenscans die van Kennedy en Connally zijn gemaakt, toonden aan dat er metaalresten zijn gevonden in beide lichamen die zelfs met het blote oog te onderscheiden waren. Alleen al in de polswond van de gouverneur werden meer metaalfragmenten gevonden dan er van 399 afkomstig kónden zijn, om maar niet te spreken van alle andere wonden. 399 had dus niet voor de verwondingen van president Kennedy en gouverneur Connally gezorgd, terwijl dit volgens de Warren-commissie wel zo was.

OORDEEL OVER HET WARREN-RAPPORT
De conclusies die de Warren-commissie heeft getrokken over de moord op president Kennedy zijn waardeloos. Het rapport stond vol leugens en de onderzoeksmethode van de commissie deugde niet. Veel getuigen zijn niet gehoord door de commissie omdat zij de één-kogel-theorie onderuit konden halen waarop het hele rapport gebaseerd is. De conclusie van het Warren-rapport werd al vastgesteld voor het onderzoek begon; Oswald was de dader en van een samenzwering was geen sprake. Het lijkt erop dat het de bedoeling was van de Amerikaanse regering om de zaak in de doofpot te stoppen. Critici van het rapport zijn ervan overtuigd dat er wel degelijk sprake was van een samenzwering en dat Oswald niet de enige dader was.

DE ROL VAN OSWALD BIJ DE MOORD
Lee Harvey Oswald is de geschiedenis ingegaan als de moordenaar van president Kennedy. Hij heeft echter nooit zijn onschuld kunnen bewijzen omdat hij door Jack Ruby werd vermoord. Was hij wel de werkelijke moordenaar of werd als zondebok gebruikt zoals Oswald zelf had beweerd? Uit het rapport van de commissie-Warren is al gebleken dat Oswald in ieder geval niet alleen heeft gehandeld. Sterker nog; er was helemaal geen bewijs dat hij de moordenaar was. Om na te gaan of hij erin werd geluisd, moet eerst zijn onschuld worden bewezen.
- Nadat Oswald werd opgepakt als verdachte van de moord op politieagent J.D. Tippit werd hij meteen beschuldigd van de moord op Kennedy. Men dacht dat er een verband was tussen de twee moorden. Het erg merkwaardig dat hij dan meteen van de moord op Kennedy werd beschuldigd, terwijl niet eens is aangetoond dat hij Tippit had vermoord.
- Vervolgens werd Oswald 12 uur lang achter elkaar verhoord door de FBI. Van dit verhoor zijn geen aantekeningen gemaakt, terwijl de FBI heel goed wist dat een verklaring niet telt als er niets schriftelijk wordt vastgelegd.
- Daarna moest Oswald een nitraattest ondergaan. Daarmee kon worden aangetoond of hij de laatste 24 uur een geweer had afgeschoten. Er werden geen nitraatresten gevonden in zijn gezicht; hij had de afgelopen 24 uur niet geschoten.
- Bij het onderzoek van de Mannlicher-Carcano waarmee Oswald zou hebben geschoten, werden geen vingerafdrukken van hem gevonden. Bovendien was het vizier voor een linkshandig iemand afgesteld, terwijl Oswald zelf rechtshandig was. Bovendien was het geweer in zo’n slechte conditie dat de FBI het niet eens durfde te testen; ze waren bang dat ze het zouden beschadigen.
- Oswald had niet genoeg tijd om van de zesde naar de tweede verdieping van het boekendepot te gaan, zodat hij tegen een agent opliep. Een collega zag dat hij een blikje cola haalde en dit rustig leegdronk. Bovendien had niemand hem de trap af zien of horen rennen, terwijl de lift kapot was.
- Er was een foto gemaakt van Oswald die in de deuropening stond van het boekenmagazijn van Texas terwijl Kennedy getroffen werd in z’n nek. Oswald kon nooit op twee plaatsen tegelijk zijn. Uit het bovengenoemde blijkt dat Oswald niet bij de aanslag op de president betrokken was. Het bewijs dat Oswald de zondebok was, kon men opmaken uit enkele foto’s. Op die foto’s staat Oswald met het scherpschuttergeweer in zijn handen waarmee hij zou hebben geschoten. Uit onderzoek is gebleken dat Oswald niet de persoon was op de afbeeldingen. Het is iemand anders die het geweer vasthoudt; het hoofd van Oswald is op het lichaam van die persoon geplakt. Dat kan men afleiden uit het volgende:
- De richting van de schaduwen verschilt (let op de schaduw van het lichaam en op de schaduw van de neus)
- De persoon maakt een hele vreemde hoek met de grond; het lijkt net of hij ‘hangt’ of ergens tegenaan leunt
- Er zijn verschillende versies gevonden waarbij de afmeting van het lichaam verschilt, terwijl het hoofd steeds dezelfde omvang heeft
- Op het politiebureau van Dallas zijn uitgeknipte foto’s gevonden om zo’n vervalsing te maken Hieruit blijkt dat men de indruk wilde wekken dat Oswald de moordenaar is. De vraag is natuurlijk welke personen of groeperingen dat geweest zijn. Het is voor de hand liggend dat het tegenstanders zijn van John F. Kennedy die een band hadden met Lee Harvey Oswald. Om erachter te komen wie Kennedy’s tegenstanders waren, zal er eerst meer duidelijk moeten worden over zijn politieke loopbaan.

HET BELEID VAN KENNEDY
Eind 1960 werd Kennedy gekozen tot president van Amerika. Rond die tijd was er een Koude Oorlog tussen de twee supermogendheden Amerika en de Sowjetunie. Tijdens zijn campagne had Kennedy aangegeven dat hij het leger uit zou breiden en dat hij de derde wereld zou helpen. In 1959 kwam de communistische dictator Fidel Castro aan de macht in Cuba en voerde veel veranderingen door. De maffia werd verdreven uit de hoofdstad Havanna en de Amerikaanse strijdkrachten en inlichtingendiensten werden het land uitgezet. Veel Cubanen vluchtten weg naar Amerika waar ze asiel kregen. Het nam ernstigere vormen aan toen Fidel Castro toenadering zocht tot de Russen, Amerika’s grote vijand. Kennedy maakte zich ernstige zorgen dat Cuba zo pro-Russisch was en hij wilde proberen deze dreiging weg te nemen. Daarvoor liet hij van de Cubaanse vluchtelingen een klein leger samenstellen die hij wilde afzetten bij de kust van Cuba. Dit legertje zou dan beperkte steun ontvangen van het Amerikaanse leger; het mocht namelijk niet bekend worden dat de Amerikaanse regering hier achter zat. Hij hoopte dat de Cubaanse bevolking dan massaal in opstand zou komen tegen zijn communistische dictator. De hele operatie was in handen van de CIA (Central Intelligence Agency), de inlichtingendienst die zich bezighoud met buitenlandse zaken. In april 1961 werd het leger van vluchtelingen afgezet aan de kust van Cuba. Het liep heel anders dan men verwacht had; het legertje kwam niet ver en de Cubaanse bevolking was helemaal niet in opstand gekomen tegen hun dictator. Kennedy ontkende alle betrokkenheid en de Cubaanse ballingen werden aan hun lot overgelaten. Uiteindelijk werd toch bekend dat de Amerikaanse regering hier achter zat. Dit zorgde voor een deuk in het imago van de president; het eerste regeringsjaar was op een grote mislukking uitgelopen. Eén ding wist Kennedy zeker; hij zou nooit meer op de CIA vertrouwen. Dit zorgde voor grote verontwaardiging bij de CIA. In het najaar van 1962 was Amerika erachter gekomen dat de Sowjetunie lanceerinstallaties had op Cuba, waardoor men zich bedreigd voelde. De kernraketten vervoerden de Russen via zee naar Cuba. Kennedy gaf opdracht tot een vlootblokkade, waardoor de naderende schepen terugkeerden naar de Sowjetunie. Vervolgens sloot Kennedy een akkoord met Chroesjtsjov dat de Sowjetunie zijn kernraketten op Cuba zou terugtrekken. In de jaren daarna verdwenen de spanningen tussen de Verenigde Staten en de Sowjetunie. In de herfst van 1963 zocht Kennedy toenadering tot Castro met als doel de Russische invloed te beëindigen. Veel Amerikanen vonden dat Kennedy hier militair had moeten optreden om Castro op de knieën te krijgen in plaats van te onderhandelen. De Cubaanse vluchtelingen vonden Kennedy een communist omdat ze de indruk kregen dat hij hun operaties wilde verhinderen. Sommige ballingen zeiden dat ze hem zelfs wilden vermoorden. Doordat Kennedy zijn kritiek had geleverd op de CIA werd hij steeds minder geïnformeerd over de gang van zaken. De CIA vond hem maar een zwakkeling door hen niet te steunen bij de mislukte operatie. Bovendien was Kennedy veel te vredelievend ingesteld door nu ineens contact te zoeken tot Castro. Terwijl Kennedy toenadering zocht tot de Cubaanse dictator, beraamde de CIA een moordaanslag op Castro. De maffia was eveneens niet erg gecharmeerd van John F. Kennedy. De Minister van Justitie, Robert Kennedy (broer van president J.F. Kennedy), trad erg hard op tegen de maffioso. De maffiabaas van New Orleans was opgepakt en werd het land uitgezet. Deze Carlos Marcello kwam echter terug en wilde definitief een einde maken aan de harde strijd tegen de maffia. Als men de Minister van Justitie zou vermoorden dan zou zijn broer J. F. Kennedy de strijd voortzetten. Als de president echter zou verdwijnen dan was men ook meteen af van de Minister van Justitie. Ook de legertop hield niet van de vredelievende politiek van Kennedy. Vooral toen Kennedy had besloten dat hij geen zin meer had in de moeizame situatie in Vietnam die al jarenlang bestond. Kennedy was van plan om de Amerikaanse troepen terug te trekken uit Vietnam. Hij vond dat ze het daar zelf maar moesten uitzoeken. De legertop dacht dat dit ten koste ging van het defensiebudget en dat kon niet goed zijn. In zijn campagne had Kennedy juist beweerd dat hij meer aandacht zou besteden aan het leger, maar daar had hij niets van waargemaakt. De legertop vond hem daarom ook een waardeloze president. Kennedy was zeer populair bij kleurlingen in Amerika en was een voorstander van gelijke rechten. Ook de Amerikaanse bevolking was bekoord van zijn president die tenminste duidelijke idealen had in tegenstelling tot zijn voorganger Eisenhower. Kennedy had echter ook erg veel tegenstanders zoals de CIA, de maffia en fanatieke anti-communisten. Was het mogelijk dat een of meerdere van deze groeperingen Oswald kende en hem als zondebok gebruikten?

DE ONTLUIZING VAN OSWALD
Lee Harvey Oswald is altijd een mysterieuze figuur geweest. Zo leerde hij in z’n diensttijd bij de mariniers Russisch en was hij zeer gefascineerd door het marxisme en het communisme. Na een bezoek aan de Sowjetunie kwam Oswald weer terug in Amerika en was teleurgesteld in het communisme. Het is ook merkwaardig hoe Oswald zo gemakkelijk van Amerika naar de Sowjetunie kon en weer terug, het waren immers rivaliserende landen. Nadat Oswald weer was teruggekeerd naar de Verenigde Staten bevond hij zich aan lager wal. Hij kreeg een baantje in zijn woonplaats New Orleans bij Fair Play for Cuba, een solidariteitscomité voor Cuba, waarvoor hij (communistische) pamfletten moest uitdelen. Het zakelijk adres van deze pro-Castro organisatie was een kamer in het kantoor van de FBI (federale recherche van de Verenigde Staten) in New Orleans. Voorheen was deze kamer van gepensioneerd FBI-chef Guy Banister die nu activiteiten van anti-Cuba-groepen organiseerde. Volgens Banisters werknemers was Oswald goed bevriend met hun chef. Was het niet merkwaardig dat de communistische Oswald en de anti-communist Banister elkaar kenden? Eén ding was echter nóg opmerkelijker; Oswald had van Bannister de opdracht gekregen de communistische pamfletten uit te delen. Al vanaf januari 1961 zijn er verschillende personen geweest die zich voor Oswald hebben uitgegeven. Zo had iemand die zich voor Oswald uitgaf tien vrachtwagen besteld die voor de invasie op Cuba bestemd waren. Ook het bestelformulier van de Mannlicher Carcano is door iemand anders ingevuld. Oswald bleek namelijk een andere type Mannlicher Carcano in z’n bezit te hebben. Het is bijna zeker dat de CIA hier achter zat vanwege de vele documentatie die beschikbaar was. Het gaat over het bezoek van Oswald aan Mexico City om zijn reis naar Rusland te plannen. Er waren onder ander foto’s van een man die onmogelijk Oswald kon zijn en bandjes van telefoongesprekken van Oswald met de Russische ambassade waarvan de stem niet van Oswald was. Door deze overvloed aan informatie lijkt het of de CIA met opzet de indruk wil wekken dat Oswald contacten heeft met de Sowjetunie, zodat het lijkt of hij voor de KGB (de Russische geheime dienst) werkt. De opzet is duidelijk; Oswald moest de indruk wekken dat hij een vijand was van de staat en dat hij in staat was Kennedy te vermoorden. Binnen een inlichtingdienst wordt dan gesproken over ontluizen; een verkeerd beeld neerzetten van iemand.

DE DOOFPOT-OPERATIE
Nu de ‘dader’ van de aanslag bekend was, moesten er alleen voor worden gezorgd dat men er niet achter kwam wie de werkelijke schuldigen waren. Dat begon al voor de aanslag op president Kennedy. Zo kreeg de FBI een bericht binnen dat er een poging zou worden gedaan om de president te vermoorden. Dat bericht heeft de FBI niet bekend gemaakt maar stiekem achter gehouden. Ook werd er op de limousine geen beschermkoepel aangebracht, zoals normaal wel het geval was. Normaal gesproken zorgde de geheime dienst ervoor dat de ramen en daken van hoge gebouwen beveiligd waren zodat het niet mogelijk was om van daaruit te schieten. Dat was nu niet het geval geweest. Bovendien werd de route op het laatste moment gewijzigd; er zat nu een scherpe bocht in de nieuwe route waardoor de auto moest vertragen. Daardoor zou het voor schutters gemakkelijk zijn om Kennedy te raken. Na de aanslag werd ervoor gezorgd dat artsen in het Parkland Ziekenhuis niet de kans kregen om de autopsie uit te voeren. Zo werd er voorkomen dat er belangrijke details over de moord aan het licht kwamen. In plaats daarvan werd het lichaam overgevlogen naar het Bethesda Marine Ziekenuis. Toen het vliegtuig was opgestegen kon het officiële verhaal bekend worden gemaakt; de jonge communist Lee Harvey Oswald was de moordenaar van Kennedy. In het Bethesda Ziekenhuis werd de autopsie uitgevoerd door ‘een stel beginners’ die de bevelen moesten opvolgen van de FBI zodat er geen belangrijke informatie bekend werd. Veel bewijsmateriaal is ‘spoorloos verdwenen’, waaronder ook de hersenen van Kennedy. Aan de hand van de hersenen kon worden vastgesteld uit welke richting het fatale schot kwam. Daarna werd de kleding van gouverneur Connally schoongemaakt en zorgde men ervoor dat de limousine helemaal gereinigd werd zodat de sporen gewist werden. Vervolgens werden de vele getuigen geweerd of zelfs bedreigd. Verreweg het belangrijkste was de moord op Oswald door Jack Ruby. Deze man had zowel banden met de maffia, als met de FBI en CIA. Hij was naar alle waarschijnlijkheid ook in het complot verwikkeld. Het is onbegrijpelijk dat deze Ruby in de kelder kon komen van het politiebureau van Dallas om daar Oswald te vermoorden. Hij had geen perskaart en bovendien had men alles ‘goed beveiligd’. Het kan bijna niet anders dan dat hij door FBI en/of CIA naar binnen werd geholpen om daar Oswald het zwijgen op te leggen. Nu Oswald vermoord was, kon hij de werkelijk aanstichters niet meer aanwijzen. Wat was nu eigenlijk het doel van de moord op Kennedy? De moordenaars wilden dat het beleid nu drastisch gewijzigd werd. De Koude Oorlog moest weer hervat worden na de ontspanningspolitiek van Kennedy; Cuba en de Sowjetunie moesten hard worden aangepakt. De nieuwe president Lyndon Johnson vergrootte in tegenstelling tot Kennedy het defensiebudget en zorgde ervoor dat de situatie in Vietnam weer werd opgepakt. Dit resulteerde uiteindelijk in een lange en zinloze oorlog, waarbij veel Amerikanen stierven. Bovendien moest Amerika zich uiteindelijk terugtrekken, waardoor de superioriteit van de grootmacht werd aangetast. Achteraf kan men zeggen dat de moord op John F. Kennedy een zorgvuldig voorbereide staatsgreep is geweest door fanatieke anti-communisten.

CONCLUSIE
De moord op John F. Kennedy was een groots opgezette staatsgreep die enkele jaren is voorbereid door fanatieke anti-communisten. De direct betrokkenen waren de FBI, CIA en de maffia die de onschuldige Oswald als zondebok gebruikten. Van tevoren moest Oswald al de indruk wekken tot een aanslag op de president in staat te zijn en gezien zijn communistische achtergrond was hij daar de perfecte persoon voor. Na de aanslag op Kennedy werd Oswald het zwijgen opgelegd zodat niet bekend zou worden dat het een complot was. Daarna werd de hele zaak in de doofpot gestopt, waarbij het ongeloofwaardige rapport van de commissie-Warren een hoofdrol speelde. Doordat de inlichtingdiensten alle belangrijke dossiers in handen hebben, kon bewijsmateriaal en belangrijke informatie over Oswald worden achtergehouden, zodat de Amerikaanse bevolking ‘dom’ kon worden gehouden. Doel van de moord was om het buitenlandse beleid drastisch te wijzigen; de Koude Oorlog moest weer worden hervat en Amerika moest zijn status als supermogendheid waarmaken.

BRONVERMELDING
Jim Garrison JFK : Op het spoor van de moordenaars van president John. F. Kennedy (incl. film JFK van Oliver Stone) Uigeverij Luitingh-Sijthoff 288 pagina’s
M. van de Berg-Bongaards Hoe gebeurde het werkelijk? : raadselachtige zaken uit de wereldgeschiedenis opnieuw toegelicht Uitgeverij Reader’s Digest 448 pagina’s
Videofilm express De moord op JFK : Wie vermoordde John F. Kennedy? Een CS films incorporated productie, 1988 geproduceerd, geregisseerd & bewerkt door Chip Selby Speelduur 51 minuten meerdere auteurs MeMo Malmberg Den Bosch 416 pagina’s
http://dir.altavista.com/Society/History/United_States/Presidents/186429/186437.shtml
(De bovengenoemde internetsite bevat links over de moord op Kennedy)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

Geweldig verhaal! +1 Like

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

C.

C.

Hoi!
ik ben dus christel albers en ik zit in havo 4 en moet deze week een p.o geschiedenis maken en ik kan geen internet pagina's in het nederlands vinden die (goeie) informtie bevatten over J.F Kennedy en ik wou dus vragen of jij goeie pagina's weet voor mij...
reageer aub eventjes.
groetjes christel

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

B.

B.

Ken het nog presieser wel bedankt

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

N.

N.

hey rene!!
ik weet je kent me niet maar ik email je vanwge je werkstuk over JfK .Ik vond hem zelf erg goed .Ik ga er zelf nu een scriptie over maken en ik wilde vragen of je weet waar ik krantenknipsels kan vinden of bronnen in een boek .
hopelijk stuur je me wat terug toch bedankt
DOEI!!!!!

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

Hoi rene.

Ik maak mijn profielwerkstuk over de dood van Kennedy en ik heb net jouw werkstuk gelezen. Onderaan stond een film die je had gebruikt voor je werkstuk, nl. 'Wie vermoordde John F. Kennedy?' van Chip Selby of zo. Ik zou graag willen weten hoe je precies aan die film moet komen, want hij lijkt mij wel interessant voor mijn profielwerkstuk. Zou je me even een keer daarover willen mailen

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast