Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Indianen

Beoordeling 4.2
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 5e klas havo | 1077 woorden
  • 8 april 2005
  • 75 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.2
  • 75 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Experts hebben alle Indianenstammen die op dezelfde manier leefden ingedeeld in groepen. Deze groepen worden ‘cultuurgebieden’ genoemd. In de Noord-Amerika bestaan er tien van zulke cultuurgebieden, waarvan zeven in de Verenigde Staten. Dit is het Oostelijke bosland, de Plains (vlakten), het Zuidwesten, de Noordwestelijke kust en als laatste Californie en de plateaus. Er werden meer dan dertig verschillende talen gesproken door deze groepen en ongeveer 600 dialecten.
De namen van Indianenstammen zijn meestal oorspronkelijke namen die zijn verknoeid door de Spanjaarden, Fransen of Amerikanen. Het kunnen ook bijnamen van de ene stam voor de andere zijn en soms zijn het onjuiste vertalingen van oorspronkelijke (bij)namen zijn. De naam die Indianen voor zichzelf hebben is normaal gesproken ‘mens’ in hun eigen taal.

Een voorbeeld van een niet oorspronkelijke stamnaam is Chippewa. Lang geleden werd aangenomen dat het afgeleid was van het woord ‘O-jib-ub-way’ dat bij de Chippewa ‘braden tot het kreukelig wordt’ betekent. Dit zou dan komen omdat hun kleding vaak allerlei gekreukelde naden had. Na nieuw onderzoeken wordt nu aangenomen dat Chippewa is afgeleid van het woord ‘O-jib-i-weg’, wat ‘zij die tekeningen maken’ betekent.
Een ander voorbeeld is het woord ‘Sioux’. Een andere Indianenstam, de Ojibwa, noemden deze stam ‘na-do-wes-si-weg’ wat ‘slang’ of ‘vijand’ betekent. De Fransen verdraaiden dit woord tot ‘na-do-wes-si-oux’. In het begin van de 19e eeuw verkortten de Amerikanen dit woord tot ‘si-oux’ en spraken het uit als ‘soe’.

De Pueblo-Indianen woonden in rotswoningen in het Zuidwesten van de VS, in de staten Nieuw Mexico en Arizona. Er is daar veel woestijn en het klimaat is warm en droog. Het Rotsgebergte komt van het noorden en wordt geleidelijk minder bergachtig. Eeuwen geleden, voordat dit land een woestijn was, slepen grote rivieren canyons uit. De meeste rivieren zijn nu opgedroogd, maar niet allemaal. Het land tussen de oude rivierbeddingen staat nu boven de canyonbodems als reusachtige tafels. Sommigen zijn zo groot als een huis, anderen zo groot als een hele provincie. In dit woestijnland leven veel dieren, zoals slangen, hagedissen, padden, woestijnvogels, haviken, uilen, wilde kalkoenen, zangvogels, arenden, gieren, antilopen, herten, konijnen, coyotes, wolven en vossen. De woestijn is lang zo verlaten niet als het soms lijkt. In het begin groeven de Indianen ondiepe kuilen en overdekten deze met bast van ceders en dennen. Als er vijanden kwamen konden ze naar hun holen klimmen en daar wonen. Toen ze er wat langer woonden begonnen ze vierkante huizen te bouwen van palen met wilgentwijgen ertussen gevlochten en bepleisterd met woestijnleem. Deze dorpen lagen altijd in de buurt van water. Sommige Pueblo-Indianen wonen er nog steeds en leven net zoals ze vroeger deden. Ze maken potten en manden, weven kleding en tapijten en zorgen voor hun tuinen. Hun kleding is veranderd maar hun dansen zijn hetzelfde gebleven. Vroeger droegen ze slechts een katoenen lendendoek en gevlochten sandalen. Het haar van de mannen word kort en recht afgesneden. De vrouwen droegen kleden van gelooide huiden. Ook maakten ze kleden van kalkoenenveren in combinatie van yuccavezels. Deze kleden waren heel licht en toch warm. Het was moeilijk om je tuin goed te verzorgen. De voorouders van de Pueblo-Indianen plantten hun gewassen alleen maar in de buurt van een rivier en hoopten dat er daar wel genoeg vocht was voor het plantje. Maar de Pueblo-Indianen hadden een nieuwe manier bedacht; bevloeiing. Het water werd naar het land geleid met behulp van allerlei kleine kanaaltjes, van soms wel kilometers lang. De Indianen bepleisterden ze met klei en maakten dan een vuur vanbinnen. Hierdoor werden de wanden zo hard als de binnenkant van een pot en kon er geen water doorheen.

De Irokezen woonden in het Oostelijke bosland. Er zijn daar heel veel rivieren en meren. Ze reisden rond in kano’s. In het noorden maakten ze hun kano’s van berkenbast, want daar groeiden veel berken. In het zuiden holden ze boomstammen uit. Hun ronde huizen maakten ze van palen met boombast erover. Zulke woudhuizen werden “wickiups” genoemd. Toen de blanken kwamen hoorden ze een keer het woord “wig-was-i-ga-mig” wat ‘basthuizen’ betekent. Dit woord verkortten ze tot “wig-was” en later werd dit “wig-wam”. Zo noemden ze ieder soort Indiaans huis, hut of tipi. De Irokezen visten en jaagden en legden kleine tuinen aan. Ze versierden hun huizen, schilderden op hun hertenvellen, weefden vrolijke patronen in hun manden en borduurden plaatjes op hun kleding met behulp van stekelvarkenpennen. Ze gebruikten het liefst blad- rank- en bloemmotieven. Overal in hun dorp stonden een soort vloertjes op palen met huiden en vlees om te drogen. De Indianen leefden meer buiten dan binnen en gebruikten hun wickiup voornamelijk om in te slapen en om hun voedsel en andere bezittingen in te bewaren. Buiten aan de wickiup was vlakbij de deur een verhoging tegen de muur aangebouwd met een afdak erboven dat voor schaduw en beschutting zorgde. Hier zaten de vrouwen en meisjes het grootste deel van de dag terwijl ze bezig waren met huiden looien, naaien, eten klaarmaken en natuurlijk kletsen. Lang haar was onhandig tussen dorens en struikgewassen, daarom schoren de Irokezen hun hoofd kaal, op één plukje na. Jagen was niet alleen een sport voor de Indianen, het was noodzakelijk. Ze doodden alleen wat ze nodig hadden en gebruikten bijna het hele lichaam van het dier. Voordat ze een dier doodden vroegen de Indianen eerst toestemming aan de geest van het dier en vertelden dat ze het lichaam nodig hadden voor hun stam. Baby’s werden vastgebonden op een zogenaamde ‘wiegeplank’ en groeiden op met rechte ruggen en benen. Ook hun armen werden vastgebonden met banden van zacht geitenvel, duimen was iets ongekends. Baby’s die op de Indiaanse manier werden opgevoed waren nooit lastig en huilden zelden.

Ten slotte wil ik het nog hebben over de Indianen van de vlakten, dit zijn de meest bekende Indianen. Hier woonden bijvoorbeeld de Cheyenne. In het gebied waar zij woonden waren geen bossen. Overal waren licht golvende heuvels, bedekt met gras. Het midden van het dorp was een grote ronde open plek waar de dansplechtigheden gehouden werden. De huizen waren gemaakt van aarde en aan de rand van het dorp stond een hoge dichte wal van palen die in de grond geslagen waren. Er waren schietgaten voor pijlen en kleine verhogingen om speren naar beneden te gooien. De huizen waren in de zomer begroeid met gras en in de winter bedekt met sneeuw. Om naar binnen te gaan moest je door een kort hellende, met aarde bedekte tunnel en dan kwam je in de kamer.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.