ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!
Inhoud
1. Inleiding.
2. De landing in Normandië.
3. D-day in de lage landen.
4. De operaties na Normandië.
5. Van de Seine tot de grenzen van Duitsland en Nederland.
6. Rommel en de Atlantikwall.
7. Het Nederlandse aandeel in de strijd.
8. Operatie Market Garden: het besluit.
9. Zondag 17 september 1944.
10. De Duitse tegenmaatregelen.
11. Waarom is Market Garden mislukt?
12. De slag om de Westerschelde. Het geallieerde operatieplan en de Duitse verdediging.
13. Operatie Switchback.
14. Opmars naar de Maas.
15. Tussen de strijd in de Ardennen en het Rijnland, Een kansloze onderneming.
16. Snelle opmars naar het noorden.
17. Voedsel en vrijheid.
18. Verantwoording.
De inleiding
Van half september 1944 tot 5 mei 1945 was Nederland een verdeeld land. Een frontlijn, die soms snel verschoof, maar ook lange tijd hardnekkig onbeweeglijk bleef, scheidde Nederland in bezet en bevrijd gebied. Deze acht maanden durende strijd op Nederlands grondgebied werd, als onderdeel van een veel groter conflict, door buitenlandse legers uitgevochten. Duitsers stonden tegenover een geallieerde strijdmacht die hoofdzakelijk uit Amerikanen, Britten, Canadezen en Polen bestond. Nog nooit eerder in de geschiedenis stonden binnen onze landsgrenzen zulke grote strijdmachten tegenover elkaar. Hoewel verhoudingsgewijs slechts een klein aantal Nederlanders actief aan de strijd deelnam, waren bijna allen er zeer dicht bij betrokken. Tienduizenden Nederlandse burgers werden ernstig door oorlogsgeweld getroffen. Bovendien was Nederland in dit conflict "partij". Het was sinds de meidagen van 1940 de vijand van Duitsland en maakte deel uit van de Geallieerde strijdmacht. De diepe betrokkenheid bij de strijd van de bondgenoten kwam mede voort uit het besef dat hun hulp noodzakelijk was om de vrijheid te herwinnen en de Duitsers te verdrijven.
De landing in Normandië
Toen in de ochtenduren van 6 juni 1944 honderden geallieerde schepen voor de Normandische kust opdoemden en de operatie Overlord begon, was een van de grootste verrassingsacties uit de krijgsgeschiedenis geslaagd. Generalfeldmarschalk Gerd von Rundstedt vroeg zich af hoe zo'n gigantische operatie, 6000 schepen, 11600 vliegtuigen en 38 divisies, voor de Duisters verborgen had kunnen blijven. De Geallieerden hadden het voordeel dat zij alle invasievoorbereidingen op hun eigen of bondgenootschappelijk grondgebied konden treffen. Uit het oogpunt van geheimhouding was het handig dat Engeland een eiland is. De Duitsers moesten al hun verdediging opstelling onder de ogen van allemaal vijandige bevolking in dat gebied. Ook de oorlogsproductie in Duitsland verkeerde in een slechte toestand. Men kon niet meer genoeg materieel produceren. De geallieerde productie-aantallen waren veel hoger dan die van de Duitsers. Bovendien werden de Duitse fabrieken voortdurend gebombardeerd door Geallieerde vliegtuigen. Ondanks alles slaagden de Duitsers erin om begin juni 1944 ongeveer 60 divisies te maken. Aan de andere kant van het kanaal stonden 38 gemotoriseerde eenheden klaar met een heleboel pantsereenheden (tanks en dergelijke), in het totaal stonden daar 707.000 mannen. Aan de kant van de Geallieerden waren de beschikbare middelen vrij gelijk verdeeld, over land-, lucht- en zeetroepen. Bij de planning van operatie Overlord was gebleken dat de Geallieerden ondanks alle meningsverschillen goed in staat waren hun vijandelijke doelen te vernietigen. Overlord kreeg van iedereen de hoogste prioriteit. Alle plannen waren zeer gedetailleerd opgesteld om alle misverstanden te voorkomen en zo weinig mogelijk slachtoffers te laten vallen.
Aan de Duitse kant was het moeilijk te bepalen waar de Geallieerde invasie plaats zou vinden; bij slecht weer (regen en s'nachts) of overdag als de zon schijnt. Ze moesten overal langs de kust verdediging hebben. Daarvoor liet Hitler de Atlantikwall aanleggen; allemaal verdediging langs alle stranden zodat er geen mens levend doorheen zou komen. In de hele oorlog was ook de bevoorrading een belangrijk punt. Zonder dat kon je niet ver rijden met je tank. Dat leverde voor allebei de kanten nog wel eens problemen op. De invasie werd succesvol volbracht door de Geallieerden. Het verlies van land was voor de Duisters begonnen. Na de invasie trok het geallieerde leger op naar de Lage Landen.
Op naar de bevrijding van Nederland.
D-Day in de Lage Landen?
Aan de operatie Overlord was anderhalf jaar voorbereiding voorafgegaan.
Begin 1943 stelde de COSSAC (Chief to Staff of Supreme Allied Commander) de voor- en nadelen van alle mogelijke landingsgebieden vast. Elke meter Westeuropese kust, van de Noordkaap tot Gibraltar werd onderzocht en beoordeeld op geschiktheid voor een grote invasie. Ook Nederland werd onder de loep genomen. Al gauw constateerde het COSSAC dat ons land "unsuitable" was om daar het tweede front tegen Nazi-Duitsland te openen. De langere en dus meer kwetsbare operatielijnen over zee waren een 2e reden waarom ons land als invasiegebied afviel. Verder vond de COSSAC de Nederlandse stranden vaak te plat en te breed. De getijdewerking was gering en dat maakte het lastig om de zware landingsvoertuigen dicht genoeg bij de waterlijn te krijgen om uit te laden. Eenmaal aan land gekomen moesten de troepen te lang over het strand lopen om het over te steken. Al die tijd was de militair een heel makkelijk doelwit voor de Duitse verdediging. Het grootste obstakel zag de COSSAC in de drassige polderlanden achter de duinen. De geallieerden zouden met al hun zware voertuigen dit natte landschap via hoge dijkwegen moeten oversteken en dat was ook weer een voordeel voor de Duitsers met hun sterke infanterie en . De vraag was: Hoe serieus namen de Duitsers een invasie in Nederland? Er waren wel enige grote voordelen. Nederland was de kortste route naar het Ruhrgebied, waar veel oorlogsmaterieel werd geproduceerd. Bovendien lagen de wereldhavens Rotterdam, Amsterdam en Antwerpen goed binnen het bereik. Verder had Nederland om twee operationele redenen nog enig belang voor de verdediging van Nazi-Duitsland. Ons land maakte deel uit van de Kammhuberlinie, de eerste verdedigingslinie van de flak, (een luchtdoelafweergeschut), nachtjagers en radarposten. Die linie was opgezet om het geallieerde strategische luchoffensief tegen de Duitse steden en industrie te stoppen. Bovendien telden de kusten vele radiopeilstations. Deze argumenten waren de reden om uiteindelijke geen operatie in Nederland te beginnen.
De operaties na Normandië
Eigenlijk zou de oorlog voor de Duitsers al zo goed als verloren zijn als de invasie van de geallieerden zou slagen. Dit had Hitler gezegd, maar nadat de invasie was geluk wilde hij dit niet toegeven. Hij dacht er niet aan om op te geven. Hitler probeerde het tij te keren met vele tegenaanvallen. Na zo'n actie waren de verliezen aan de Duitse kant vaak groot. Steeds trokken de Duitse troepen heel wat kilometers terug. De Duitse verliezen (de zak van Falaise) bedroegen: 50.000 gevangenen, 10.000 doden, ruim 1200 tanks en ongeveer 3500 stuks geschut. Eind augustus waren het meer dan 334.000 man. De Duitse strategie was nu vooral gericht op het behouden van de frontlinies, de vijand verliezen toe te brengen en tijd te winnen. De zeer geavanceerde jachtvliegtuigen met straal- en raketaandrijving (de Messerschmitt) moest volgens Hitler een keerpunt in de oorlog opleveren. Ook het behoud van de gebieden waar de V-wapens werden geproduceerd en gelanceerd, was voor Hitler een belangrijke zaak. Verder vond de Führer het belangrijk dat de hoofdstad Parijs door hem werd behouden. Er werd een verdedigingslinie opgesteld voor Parijs, in de hoop dat deze lijn de geallieerden zou stoppen en Parijs zou behouden. Helaas was deze poging de zoveelste die werd overlopen door de geallieerde eenheden. Welke strategie had de geallieerden zo snel tot aan de Seine gebracht? Eind juli, na de geslaagde operatie in Normandië was de vraag hoe de geallieerde dit succes konden verlengen. Er waren twee mogelijkheden. Moest men de kansen van het moment grijpen, de Duitsers proberen te verslaan met alle mogelijke materialen en hun de definitieve nederlaag te bezorgen. Of was het belangrijker eerst de havens in Bretagne te veroveren en een goede basis neer te leggen voor operaties die van daaruit moesten volgen. Zeker na de zware storm van 19 tot 23 juni wisten de geallieerden dat hun bevoorrading toch niet zo goed bleek te zijn. Toen kon namelijk een aantal dagen geen voorraad aan land worden gebracht. Ook werden door deze storm enkele kunstmatige havens verwoest. De afloop van de tweede WO hing volgens velen af welke tactiek door de geallieerden zou worden toegepast.
Van de Seine tot de grenzen van Duitsland en Nederland
Ondanks alle belemmeringen en risico's besloten de geallieerde commandanten de vijand toch maar te gaan achtervolgen. Ze zouden immers in hun eigen land nooit kunnen uitleggen waarom ze nu, na al die successen, halt moesten houden. Montgomery ging er rond 11 augustus van uit dat hij de hoofdmacht van de Duitsers tussen de Seine en de Somme moest verslaan. Eisenhower ( hoofd van de SHAEF, Supreme headquarters allied expeditionary force ) koos voor het voortzetten van de achtervolging. Mogelijk hoopte de SHAEF dat het Duitse rijk de strijd zou opgeven voordat de geallieerde logistiek in elkaar stortte. Met deze plannen was het natuurlijk niet handig om aan de verovering van de Bretonse haven de hoogste prioriteit toe te kennen. Daarvoor lag die ook te ver van het front. Eisenhower en Montgomery streefden nu vooral naar de verovering van de havens van Le Havre en Duinkerken, maar nog liever van Antwerpen en misschien zelfs wel Rotterdam. In de eerste weken van september waren er kenmerken die duidden op verharding van de Duitse weerstand, zowel op de oostelijke Maasoever ruwweg bij Metz, als langs het Albertkanaal tot aan Maastricht. Aan de geallieerde kant werd hierop heel verschillend gereageerd. Het hoogste Britse inlichtingsstation, het Joint Intelligence Committee, veronderstelde dat de vijandelijke tegenstand niet lang meer zou duren. Churchill zag daarentegen dat er nog niets op instorting duidde. In die inschatting kon Eisenhower zich wel vinden, vooral omdat de SHAEF de Duitsers in staat achtte om voor eind september nog eens 15 tot 20 divisies naar het zuiden te brengen. In het totaal zouden ze dan over 25 tot 30 infanterie-divisies en drie of vier pantserdivisies (tanks en dergelijke) beschikken. Dit was dan ook het geval op 18 september. Langs deze linie stonden ongeveer 211.000 arbeiderskrachten. Hitler beval op 2 september dat de vijandelijke penetraties van het Duitse front moesten worden afgesneden door met de overgebleven pantsereenheden in de zijkanten van de geallieerde legers aan te vallen, maa r daarvoor waren de beschikbare krachten nog te zwak. Er waren volgens Von Rundstedt op 1 september hoogstens 100 tanks inzetbaar. Eind september hadden de Duitsers ongeveer 474.000 man verloren. Uiteindelijk zag zelfs Hitler in, dat een volgende tegenaanval zou uitlopen op verliezen. Eerst moest de verdediging perfect in orde zijn. Na een reeks zware nederlagen, die het moreel van de soldaten ernstig had aangetast, leek de Duitse weerstandskracht in de loop van september weer hersteld. Ondertussen zat ruim 60% van de vermiste Duitse soldaten ("Verschollene") in geallieerde krijgsgevangeschap. Van het westelijke front zat daar. Men kan aannemen dat er een heleboel Duitse militairen zich vrijwillig hebben aangegeven omdat ze de Führer niet meer wilden dienen. Vooral jongere officieren bleven echter geloven in de eindoverwinning van het Duitse rijk, zelfs toen ze in geallieerde gevangenschap zaten.
Tussen de Duitse en geallieerde strijdmachten in het westen bevonden structurele verschillen, zowel in opbouw als in operationeel denken. Die verschillen bepaalden heel erg het verloop van de tijd in de periode vanaf D-day tot half september 1944. De geallieerden hadden veel meer materieel en ze waren ook goed in de planning, verkenning en misleiding van de vijand en dat zijn zeer belangrijke dingen in een oorlogvoering. Bovendien bleek het heel goed te zijn dat de geallieerden hun lucht- land- zeestrijdkrachten als integrale onderdelen van de oorlogvoering beschouwden. De Duitsers waren alleen goed met hun landstrijdkrachten en hun operationeel denken beperkte zich steeds meer tot de inzet van grondtroepen. Echter door meningsverschillen van de geallieerden voer de te volgen strategie, door te sterk vasthouden aan de operatieplannen en door ongeschikte commandanten gingen vele malen goede gelegenheden voorbij om de Duitsers een absolute nederlaag te bezorgen. Voor het oorlogsverloop in Frankrijk was het heel belangrijk dat Eisenhower erin slaagde om naast de Franse strijdkrachten ook de West-Europese verzetsbewegingen in de strijd tegen de bezetters te laten deelnemen. Die stoorden veel transport en communicatienetwerken van de Wehrmacht overal in West-Europa. Verder gaven ze de geallieerden waardevolle informatie over de Duitsers. De Duitsers hadden niet zulke toegewijde bondgenoten, want door het traditionele wantrouwen van de Duitsers tegenover alles wat "vreemd" is kon er geen hechte band ontstaan met andere volken, en dus ook geen gemeenschappelijk doel. Dat was ook een de factor die de gevechtskracht van de Duitse troepen in het westen verminderde. Wat betreft de militaire situatie eind september 1944 blijft één ding onduidelijk. Aan de ene kant bleken de geallieerden meer divisies aan land te zetten dan men had verwacht (alles bij elkaar 54 inplaats van 35 divisies). Aan de andere kant lukte het hen niet om de bevoorrading goed te regelen. Misschien is de verklaring dat de geallieerde plannenmakers te v eel rekenden op de snelle verovering van grote de dicht bij het front gelegen havens. In werkelijkheid moest de logistieke ondersteuning gebeuren over grotendeels verwoestte wegen. Daar had men geen rekening mee gehouden. Dit alles laat zien dat oorlog voeren erg moeilijk is en dat je rekening moet houden met een heleboel uiteenlopende factoren.
Rommel en de Atlantikwall
Op welke manier konden de Duitsers een luchtlandingsaanval tegen gaan?
Hitler had gekozen voor de verdediging van de gehele West-Europese kust door middel van de Atlantikwall. De kust moest tegen elke prijs in handen van de Duitsers blijven. Aan dat standpunt lagen zowel strategische als tactische overwegingen ten grondslag. Volgens de Führer ontbrak in het westen de benodigde strategische ruimte: De Wehrmacht bezat hier niet, zoals in het oostfront een gebied dat als bufferzone kon dienen om de vijandelijke stormloop op te vangen. Hitler zag de Atlantikwall bovendien als het beste tactische antwoord op de geallieerde dreiging. De "bodenständige" divisies die de Atlantikwall bemanden zouden een eventuele aanval op het strand moeten afslaan. Terugtrekken was verboden. Door taai stand te houden en met plaatselijke reserves tegenaanvallen uit te voeren, zou de aanval afgeslagen moeten worden.
In januari en maart 1944 inspecteerde Rommel het Nederlandse deel van de Atlantikwall. Rommels instructies waren dezelfde als de belangrijkste gedachten van Hitler, de vijand moest op het strand worden afgemaakt. Naast de gevechtslinie langs het strand probeerde Rommel ook daar achter een verdediging op te bouwen. Het voordeel van de Duitsers was dat er een heleboel water was achter de duinen, drassig gebied. De Duitse verdediging kreeg door Rommels toedoen meer diepte en ging meer landinwaarts.
De Atlantikwall fungeerde als een soort verdedigingsmuur. Als het de vijand lukte om de muur te doorbreken was het een hele moeilijke taak om het gat weer dicht te maken.
Het Nederlandse aandeel in de strijd
Op 13 mei 1940 verliet de hele Nederlandse regering het land. Ze gingen naar Engeland. In Londen stond ze vervolgens een moeilijke taak om een bijdrage te leveren aan de geallieerde oorlogsinspanningen, en vooral aan de bevrijding van Nederland. Ons land kon maar weinig troepen en oorlogsmaterieel leveren. Ongeveer 1300 Nederlandse militairen en burgers konden in mei en juni 1940 via Frankrijk en Groot-Brittannië ontvluchten. Op 11 januari 1941 werd de Koninklijke Nederlandse Irenebrigade opgericht, die bestond uit ongeveer 2500 tot 3000 infanteristen. Zij deden zo af en toe allerlei operaties tegen verschillende verdedigingslinies, maar leverden ook mankracht voor civiele instanties. In 1943 verbeterde de sfeer in de groep omdat de geallieerden kansen kregen en bovendien kreeg iedereen nieuwe wapens en het oefenniveau werd opgeschroefd. De onderbezetting was echter een zwak punt. De Irenebrigade werd in februari 1944 ingelijfd bij de 21ste Army Group van Montgomery. In Normandië verloor de brigade veel ervaren officieren.
Operatie Market Garden: Het besluit
Op 10 september keurde Eisenhower Montgomery's plan voor Market Garden goed. De Supreme Commander besefte dat deze sprong naar de Rijn vertraging bij het opstellen van de Schelde zou kunnen opleveren. Montgomery's plan voor Market Garden kwam niet uit de lucht vallen. Al vanaf augustus had hij zich serieus bezig gehouden met de voorbereidingen van een Rijnoversteek bij Arnhem. Bradly en Patton vonden het idee van Montgomery wel leuk maar het was misschien een beetje een te groot risico. Uiteindelijk koos Eisenhower de kant van Montgomery en kon de operatie worden gepland en daarna uitgevoerd.
Zondag 17 september 1944
De bombardementen waren al begonnen op zaterdag 16 september '44 als inleiding voor Market Garden. De doelwitten waren de Duitse vliegvelden, het luchtdoelgeschut en de kazernes in de buurt. De luchtaanvallen worden op zondag weer voortgezet. Vervolgens stegen rond 9.30 uur in Engeland de 2023 Geallieerde transportvliegtuigen en Gliders op. Een divisie arriveert rond 13.00 uur bij Son en Veghel (zie plaatje links). Andere divisies landen meer noordelijk. De dropping verloopt uitzonderlijk goed en met weinig verliezen. Om 14.10 uur waren bijna alle 16.500 parachutisten en landingseenheden van de eerste vlucht geland. Zij waren voorzien van 500 voertuigen, 330 artilleriestukken en zo'n 590.000 kilo aan uitrusting. Voor het eerst werd een komplete artillerie per parachute afgeworpen. Er werden allerlei eenheden gedropt die stuk voor stuk hun eigen opdracht hadden en bij de ene divisie ging de opdracht beter dan bij de andere. Soms was er onverwachts veel tegenstand van de Duitsers.
De Duitse Tegenmaatregelen
De Duitsers herstelden zich snel van de eerste schok. Zolang het OKW (Oberkommando der Wehrmacht) bestaande uit von Rundstedt, Model en Student nog geen goed beeld had van de operatie, moesten de commandanten ter plaatse de initiatieven nemen. Ook de vele anti-luchtlandingsoefeningen die de Duitsers vanaf 1943 veel hadden gehouden bewezen nu goed hun nut. Voor de Geallieerden was het jammer dat er net een Duitse divisie aan het oefenen was toen de parachutisten naar beneden kwamen. Zij werden afgemaakt voordat ze wisten wat er gebeurde. De gevechtskracht van de Duitsers moest niet worden overschat. Vooral in de eerste uren na de landing hadden de Duitsers een groot tekort aan mankracht. De effectiviteit van hun reactie werd beperkt door een aantal misleidende berichten over landingen van para's bij Utrecht, Tiel, Veenendaal en Dordrecht. Bij een neergestort vliegtuig vond Students een schema van de hele aanval. Hij wist dus vanaf dat moment wat er nog zou landen en waar men ging landen of al geland was. Niet bepaald een voordeel voor de geallieerden. Bij het neerkomen konden ze gewoon worden neergeschoten door de Duitse divisies die nu precies de goede plaats ingezet konden worden.
Hitler had de bestrijding van Market Garden de hoogste prioriteit gegeven en hij bracht allerlei eenheden van omliggende linies naar de plaats waar alles gebeurde.
Waarom is Market Garden mislukt?
Montgomery zei dat Market Garden zou zijn gelukt als: „the operation had been properly backed from its inception, and given the aircraft, ground forces and administrative recources necessary for the job". Montgomery schoof daarmee de schuld voor het gedurfde plan af op Eisenhower, die hem onvoldoende steun zou hebben gegeven. Dit was niet echt een goede reden, want Eisenhower had hem op 12 september 1000 ton extra voorraad gegeven. Er was wel een tekort aan vliegtuigen, maar Eisenhower had al het mogelijke materieel gegeven.
De reden voor het mislukken zat daar niet in en moest ergens anders gezocht worden. Om te beginnen waren de geallieerden het slachtoffer van hun eigen onderschatting. Begin september leek het gedaan met de Duitsers. Montgomery verwachtte dat de Duitse verdediging snel zou bezwijken onder het gewicht van Market Garden en dat waren velen trouwens ook met hem eens.
Montgomery had te weinig oog voor de structurele zwakheden in het plan. Deze traden pijnlijk aan het licht toen de Duitse tegenstand in Nederland veel sterker bleek te zijn dan verwacht. In de eerste plaats waren een aantal landingsgebieden uiterst ongelukkig gekozen. Het succes van de landing hangt ook af van hoeverre de Duitsers zouden worden verrast. Sommige divisies lukte het wel om het verrassingselement uit te buiten, maar andere niet. Een ander feit dat meespeelde was het weer. De weerdeskundigen hadden voorspeld dat het weer tot 17 september redelijk goed zou zijn. In werkelijkheid pakte dit heel anders uit. Daar- door werd het opstijgen van vliegtuigen verhinderd en werd luchtsteun erg lastig. De mislukking van Market Garden is ook te wijten aan de zeer korte voorbereidingstijd. Voor het organiseren van de invasie in Normandië had men ruim drie maanden de tijd. Voor Market Garden waren er maar twee weken de tijd. De tijdsdruk leidde tot onzorgvuldigheid. Zo werd er geen fotoverkenning uitgevoerd en kon men de posities van de 88 mm. afweergeschutten niet tijdig in kaart brengen.
Het Duitse optreden droeg natuurlijk ook bij aan het verliezen van Market Garden. In de eerste plaats valt een goede snelle bevelvoering op. Model, Student en Brittich werd eerst volledig door de luchtlandingen verrast, maar met behulp van commandanten ter plaatse vormden ze een goed beeld van de geallieerde bedoelingen. Op grond daarvan konden ze doeltreffende maatregelen nemen, waarbij ze het voordeel hadden dat een aantal eenheden en versterkingen toevallig heel gunstig was neergezet. Verder was de Wehrmacht in staat om snel versterkingen aan te voeren vanuit het Reich. Market Garden was de eerste grote actie van de geallieerden die helaas niet was geslaagd.
De slag om de Westerschelde. Het geallieerde operatieplan en de Duitse verdediging.
Simons en admiraal Ramsay waren al in een vroeg stadium bij de planning betrokken. Zij beschouwden Walcheren als de grootste hindernis bij het openen van de Schelde. Het eiland was in verhouding een sterk uitgebouwd onderdeel van de Atlantikwall in Nederland. In het totaal bevonden zich op Walcheren zo'n veertig batterijen artillerie, die meestal in betonnen kazematten werden opgesteld. De batterijen werden door een netwerk van kleine bunkers, loopgraven, mortierposities, mitrailleursnesten en versperringen van prikkeldraad omgeven. Daarnaast waren er langs de hele kust strandobstakels tegen landingsvaartuigen neergezet, mijnenvelden gelegd en hindernissen opgeworpen. De kracht van deze verdedigingsmuur maakte een aanval vanuit zee bijna onmogelijk. De enige verbinding over het land was de Sloedam, een kaarsrechte 45 meter brede en 1200 meter lange toegangsweg vanaf Zuid-Beveland. Omdat deze dam erg belangrijk was waren er aan beide uiteinden sterke Duitse verdedigingen gemaakt. Al zou het de geallieerden lukken om die dam over te komen dan zouden zij op Walcheren een zware dobber hebben aan de onder water gelopen polders en aan de opeenvolgende versterkte posities langs de binnendijken.
Op 19 september had de planningsstaf van het hoofdkwartier van Cresars First Canadian Army de eerste stafstudie naar de verovering van Walcheren gereed. Volgens hun moest de aanval vanuit Woensdrecht komen en zou dus via Zuid-Beveland moeten lopen. De theorie ging uit van een enorme inzet van zware bommenwerpers tegen de Duitse troepen, terwijl eveneens op de landing van twee parachutistenbrigades aan weerszijden van de Sloedam werd gerekend.
Eventueel konden uit Zeeuws Vlaanderen amfibische voertuigen (kunnen op het land rijden en in zee varen) op Zuid Beveland komen. Een landing vanuit zee was uitgesloten omdat je daar een hele lange voorbereidingstijd voor nodig had en omdat de verdediging daar gigantisch sterk was. Simons had commentaar op dit plan. Zijn plan was: Allereerst vond hij het noodzakelijk om op Walcheren door bombardementen op de zeedijken de boel vrijwel volledig onder water te zetten. Simons rekende erop dat door de overstroming van het eiland de Duitse verdediging voor een groot deel zou worden verwoest. Ook meende hij dat de hoger gelegen gebieden moesten worden uitgeschakeld met luchtaanvallen. Tenslotte moesten de luchtlandings- eenheden de niet ondergelopen gebieden innemen en zo moesten ze dus ook de verdediging bij de Sloedam uitschakelen. In een bijeenkomst kwamen de beide partijen tot een goed plan waarin beide de ideeën waren verwerkt. Codenaam Switchback.
Operatie Switchback
Vanaf begin september had de Duitse bezetting in westelijk Zeeuws Vlaanderen in afwachting van de geallieerde aanval ruim de tijd gekregen om de verdediging zoveel mogelijk te verbeteren. De Duitse divisiecommandant, generaal majoor Knut Ederding, had zijn troepen duidelijk gemaakt dat het voor de verdediging van Duitsland van het grootste was dat de geallieerden zo lang mogelijk werden tegengewerkt bij het weer in gebruik nemen van de Antwerpse haven. Hij had zijn soldaten ook gedreigd dat bij voortijdige overgave strafmaatregelen tegen hun familie in Duitsland zouden worden genomen.
De beschikbare hoeveelheid mitrailleurs, mortieren en geschut was ruim voldoende. Veel materieel was afkomstig van de Duitse divisies die via Breskens naar Walcheren werden geëvacueerd. De divisies telde in het totaal 9000 man. Het totale aantal mitrailleurs was ongeveer 11.000. Er kon niets meer bij komen omdat de andere divisies hun handen vol hadden aan Market Garden, die operatie was nu ook aan de gang.
Op 6 oktober was de operatie Switchback begonnen. De hele aanval ging naar wens en na de aanval kon de haven in gebruik worden genomen. Het is overigens de vraag of met meer risico en agressie de strijd sneller beëindigd had kunnen worden.
Opmars naar de Maas
De strijd in Noord Brabant en in Noordelijk Limburg heeft vanuit operationeel en strategisch gezichtspunt nooit een doel op zichzelf gehad. De gevechten in de Peel moesten de opmars naar het Rijnland beveiligen; de bevrijding van midden en West Brabant was noodzakelijk in het kader van de openstelling van de haven van Antwerpen. Elf weken, van eind september tot begin december, heeft het geduurd voordat alle Duitse troepen tot achter de Maas waren teruggedreven. Voor de Wehrmacht gold dat ze tot het einde stand moesten houden. In de praktijk trokken ze terug. Achter de Maas konden de Duitsers een nieuwe frontlijn opbouwen.
Er golden twee factoren die de lange duur van de operatie verklaren. Het strategisch beleid van de hoogste geallieerde bevelhebbers was niet echt standvast. Verder was het terrein in het voordeel van de Duitse defensie. De boscomplexen en de grensstreken en bij Overloon boden goede mogelijkheden voor de defensie. Hetzelfde gold voor de drassige gebieden van Noordwest-Brabant en de Peel. Door de extreem slechte weersomstandigheden was de streek bijna onbegaanbaar. Het weinig ontwikkelde en slechte wegennet was een enorme rem voor de snelheid van de opmars.
De gevechten in Brabant en Noord-Limburg kenmerkten zich door hun kleinschaligheid. Aanvallende acties werden vaak uitgevoerd door een combinatie van infanterie-eenheden en enkele tanks, waarbij de infanteristen de snelheid bepaalden en de tank beschermde. Toch zei men na de oorlog dat bij Overloon een heuse tankslag heeft plaatsgevonden. Grotere geallieerde aanvallen over open grote velden liepen meestal uit op niets en veel slachtoffers.
Een deel van de vuurkracht in Overloon en omstreken werd gedaan door de geallieerde luchtmacht. De geallieerde overmacht was van groot belang. De Second Tactical Air Force zorgde op de momenten dat het weer het toeliet met Spitfires, Mustangs en Typhoons op alle strijdtonelen voor "close air support" aan de grondtroepen. Ook hield de Second Tactical Air Force zich bezig met vernielingen van de infrastructuur zoals bruggen, spoorlijnen en van militaire installaties. Het weer was een grote dwarsligger. Bijna de hele maand november was het weer slecht en kon er dus weinig steun vanuit de lucht gegeven worden. Daardoor werden de vliegvelden modderig en vies, zodat er geen vliegtuigen konden landen of opstijgen.
De zware verwoestingen in de dorpen was het nadeel van de massale luchtsteun van de grondtroepen. Vele onschuldige burgers werden het slachtoffer.
Lag het front stil, dan waren er dezelfde situaties als in de eerste wereldoorlog. Veel soldaten kregen last van "trench feet", vochtblazen aan de voeten, door het lange verblijf in de modderige, natte en koude loopgraven en schuttersputten. De Peel was in dit opzicht geen uitzondering. Modder en water vormden gedurende de tweede wereldoorlog op veel plaatsen ernstige belemmeringen, ook in Afrika en Noord Italië.
De Duitsers hadden groot voordeel aan de terreinomstandigheden. Ze konden hun verdediging altijd wel ergens goed strategische en gecamoufleerd neerzetten om een geallieerde tank uit te schakelen. Tanks waren schaars en dus kostbaar. Ze werden meestal ingezet als jagers op de meest bedreigde plaatsen langs het front. De "Panther" en de "Tiger" konden de geallieerde bepantsering op grotere afstand doorboren dan andersom, alleen dit voordeel kon niet altijd uitgebuit worden door de terreinsomstandigheden.
Daarnaast bleken de Duitse mijnen ook hier een gevaarlijk wapen. De "Riegel"-mijnen konden de bodemplaat van elke tank doorboren. Zeer gevreesd waren ook de anti-persoonmijnen, vooral de Schu-mijn, die er een voet afrukte, of de S-mijn, die ernstige verwondingen aan het kruis aanbracht. Ten slotte vernielden de Duitsers allerlei bruggen en andere objecten waardoor de opmars werd vertraagd.
De Duitse soldaat vocht over het algemeen taai en volhardend. De Wehrmacht bleef de kansen in het gevecht goed inschatten en trok terug als er geen kans meer was op het behalen van goed resultaat. Alleen bruggen en dergelijke werden hardnekkig verdedigd.
De strijd in het gebied tussen de Ardennen en het Rijnland. Een kansloze onderneming.
De zes maanden die sinds de landing in Normandië waren verstreken, waren voor de Duitsers rampzalig verlopen. De Wehrmacht had op alle fronten zware verliezen geleden en had veel gebied moeten afstaan. Vooral het tekort aan brandstof speelde bij de Duitsers een rol. Het bijna uitgeputte land was omsingeld door de geallieerde strijdmachten die nog lang niet aan het eind van haar economische krachten was.
Het Duitse volk werd iedere dag ingepakt door de propaganda die Hitler voor zichzelf maakte. Hij zei allerlei dingen die niet waar waren en daardoor bleef het grootste deel van de Duitse bevolking achter Hitler staan. Wie niet in de grote eindoverwinning geloofde werd zwaar gestraft. Waar de propaganda niet werkte nam de terreur het over.
Ook de Duitse legerleiding wist hoe hopeloos de situatie was. Toch verzette ook zij zich niet tegen de voortzettingen van de oorlog. Na de mislukte aanslag op Hitlers leven van 20 juli 1944 was er binnen het offiecierskorps geen sprake meer van enige georganiseerde oppositie. Een van de algemene redenen, namelijk het in dienst blijven en invloed blijven uitoefenen, bleek totaal zinloos. Hitler had namelijk de leiding van de militaire operaties helemaal naar zich zelf toegetrokken. Zo was ook het Ardennenoffensief helemaal zijn eigen werk.
In augustus 1944 stelde Hitler vast dan er een tegenaanval moest komen. Hij moest eerst bepalen welke plaats daar het meest geschiktst voor was.
Reeds in september wist Hitler wat hij wilde: een verrassingsaanval in het zwak bezette front in de Ardennen. Na een snelle oversteek van de Maas was het einddoel om de haven van Antwerpen in te nemen. Hitler wilde dit Ardennen- offensief in november laten plaatsvinden. Voor die tijd waren de weersom- standigheden als slecht voorspeld en daardoor konden de geallieerden hun luchtmacht niet goed uitbuiten.
De voorbereidingen vonden in het diepste geheim plaats. Het OKW deed alsof men bezig was met de vorming van een strategische reserve die de geallieerde opmars naar de Rijn moest tegengaan. De Britten en de Amerikanen moesten geloven dat de Duitsers alleen defensieve bedoelingen hadden. Het geallieerde opperbevel liet zich om de tuin leiden. Het Ardennenoffensief kwam voor de SHAEF volkomen als een verrassing. Niet alleen door de extreme Duitse geheimhouding en de misleiding, maar ook dacht men dat de Wehrmacht niet meer in staat was om een tegenaanval te doen.
Ondanks de verrassing werd het Ardennenoffensief een mislukking. Nergens kwamen de Duitse troepen tot aan de Maas. Hitler had zijn eigen leger veel te veel overschat. De opmars van de gepantserde eenheden over de smalle en besneeuwde wegen verliep veel te langzaam.
Toen het weer beter werd op 23 december konden de geallieerden de luchtmacht inzetten en dit leidde al gauw tot stilstand. De toch al slechte planning raakte helemaal in de knoop. De snelle en doeltreffende acties van Eisenhower zorgden ook voor de mislukking. De Amerikanen verdedigden de belangrijke verkeers- knooppunten zeer hardnekkig. Na ruim twee weken was de aanval verleden tijd. De geallieerden hadden hun aanvalsplannen zes weken moeten uitstellen. De Duisters hadden in ruil voor deze tijdswinst hun reserves verbruikt.
Het Duitse tegenoffensief speelde zich vlakbij de Nederlandse grenzen af. Het nieuws over de gevechten in de Ardennen leidde dan ook tot ongerustheid bij de Nederlandse bevolking. Al deze ongerustheid bleek voor niets te zijn geweest.
Snelle opmars naar het noorden
Noordoost-Nederland was een zeer zwakke plek in de Duitse verdediging, die bijna overal op instorten stond. De Duitsers hadden in het noorden van ons land de Assener- Stellungen aangelegd, een linie die de plaatsen Meppel, Assen, Groningen en Delfzijl met elkaar verbond. Weer waren er een heleboel burgers ingeschakeld om de tankgrachten en verdedigingswerken te graven. Deze stelling was bedoeld als defensieve maatregel om eventuele landingen van de geallieerden in Friesland te verhinderen. Ze zouden de geallieerde opmars echter nauwelijks verhinderen. Daarvoor werden al deze versperringen gewoon te eenvoudig en slecht verdedigd.
Hoewel de Duitse verdediging op instorten stond besloten de geallieerden de voor de veroveringen Noordoost-Nederland nog een bijzonder middel te gebruiken. Overwogen werd om de speciale SAS eenheden in te zetten. Deze speciale divisie werd in 1942 opgericht en was vooral bedoelt om kleinschalig overvallen en sabotageacties uit te voeren. Omdat de SAS haar riskante taken alleen te midden van niet vijandige bevolking kon uitvoeren, mochten er geen acties op Duits grondgebied worden gedaan. Zo kon deze eenheid alleen nog maar in Noord-Nederland opereren.
Operatie Keystone, zo heette het plan voor de SAS, moest beginnen op het moment dat de Canadezen de IJssel zouden gaan oversteken. Toen dit gebeurde werd operatie Keystone op het laatste moment nog afgelast omdat het slechte weer de landingen onmogelijk maakte.
Er was nog een operatie bedacht voor de SAS, die kreeg de codenaam Amherst. Deze operatie zou wel doorgaan. De bedoeling was om ongeveer 700 Franse SAS militairen binnen de driehoek Meppel- Emmen- Groningen- te droppen. Optredend in groepjes van tien tot vijftien man zouden zij de vijand helemaal in verwarring brengen en moesten ze er voor zorgen dat er geen verdedigingslinie werd gevormd tegen het oprukkende 2e Canadian Corps. Zij moesten in de door vele kanalen doorsneden streek maarliefst achttien bruggen ongeschonden in handen krijgen. Ook was de taak van de SAS om de vliegvelden bij Eelde en Steenwijk ongeschonden in handen te krijgen. Dit was een onmogelijke taak omdat geallieerde bommenwerpers het vliegveld Steenwijk zwaar hadden getroffen. Tenslotte kregen zij de opdracht om de verzetsgroepen te stimuleren en hun bij de verzetsacties te betrekken.
Amherst was een unieke operatie omdat het de eerste keer was dat op deze manier de weg vrij gemaakt werd voor de naderende grondtroepen. Naast de gebruikelijke sabotages moesten zij ook objecten veroveren en vasthouden tot de komst van de grondtroepen.
Nadat de operatie Amherst was geslaagd was de vraag of het wel een succes was. De felle Franse parachutisten wisten de Duitse verdediging aardig te ontregelen. Hoewel zij niet alle opgegeven objecten konden veroveren konden de Canadese eenheden goed profiteren van de acties van de SAS. Naar schatting doodden de Fransen 269 Duitsers, verwondden er 220 en maakten zij er 189 krijgsgevangen. Hun eigen cijfers waren: 29 doden, 35 gewonden en 29 vermisten. Deze getallen duidden op een geslaagde operatie. Maar aan de andere kant was Amherst alleen uitvoerbaar tegen een in wanorde verkerende, moreel zwaar aangetaste vijand, die grotendeels alleen maar op de terugtocht was. Bij zware verdediging zouden de getallen wel heel anders kunnen zijn geweest. Misschien was het doel van deze operatie wel te veel gericht op het nog een keer in actie laten komen van de SAS, die een goed getrainde en kostbare eenheid was.
De 3rd Canadian Infanterie Division haastte zich naar Friesland, waar de Duitse verdediging alles behalve georganiseerd verliep. Op 15 april trokken de Canadezen Leeuwarden binnen zonder dat ze een schot hoefden te lossen. De rest van de provincie werd in snel tempo bevrijd. Alleen bij de afsluitdijk was er nog sprake van enige tegenstand. Soms nam de plaatselijke verzetsgroep het heft in handen voordat de Canadese gevechtstroepen waren gearriveerd. Op 18 april was de hele provincie Friesland bevrijd, behalve de Waddeneilanden. De Canadezen hadden de opdracht geen acties te ondernemen tegen deze reeks eilanden, tenzij de Duitsers met het daar aanwezige geschut het vaste land gingen bestoken.
Om de stad Groningen, waar zich een paar duizend Duitsers en SS ers bevonden moest wel worden gevochten. De tankversperringen rond de stad stelden weinig voor. Als gevolg van de Duitse onnauwkeurigheid waren ze vergeten een paar bruggen op te blazen. Tijdens dagenlange straatgevechten moesten de Canadezen de stad op sommige plaatsen van huis tot huis zuiveren. Er zaten vaak sluipschutter in de kelders die nog net met een raam boven de grond uit staken. Op 16 april besloot de plaatselijke commandant om niet meer door te vechten, Groningen was bevrijd. Om Delfzijl lag een ring van loopgraven, mijnenvelden, prikkeldraadversper- ringen en enkele bunkers. De Duitsers hadden door het openzetten van de sluizen grote stukken land onder water gezet. Vanuit het westen was Delfzijl zo goed als onbenaderbaar. De niet onder water gezette landerijen waren ook niet gemakkelijk bereikbaar door talrijke kanalen en sloten.
Voedsel en Vrijheid
De vier miljoen inwoners van West Nederland hadden al drie maanden een ernstig tekort aan brandstof en voedsel. De Zweedse en Zwitserse hulpzendingen over het IJsselmeer, waren lang niet genoeg om de hele bevolking te voeden. Eind maart waren er 16.000 mensen omgekomen door de honger en de kou. Ruim 30.000 mensen waren er zeer slecht aan toe. De bevrijding van het oosten en het noorden van Nederland leidde weer tot verslechtering. De toevoer van voedsel en steenkool kwam helemaal stil te liggen. Als er geen hulp van buitenaf kwam dan zou er in west Nederland een vreselijke ramp gebeuren. Het geallieerde opper- bevel was om west Nederland niet met geweld te bevrijden.
Op 4 mei aanvaardde Montgomery op de Lüneburgerheide de overgave van alle Duitse troepen in Noord- West-Duitsland, Denemarken en Nederland. De volgende ochtend om acht uur ging de wapenstilstand in.
Toen op 4 mei het bericht van de overgave was doorgedrongen, gingen de bewoners spontaan de straat op om de bevrijding te vieren. Een deel van de Duitse bezettingsmacht, die nog altijd over wapens beschikte, wilde zich nog niet meteen bij de nederlaag neerleggen. De gewapende groepen van de Binnenlandse Strijdkrachten, die overal klaar stonden, waren niet strek genoeg om de verslagen vijand onmiddellijk te ontwapenen. In deze situatie kwam het in die paar dagen tot een aantal incidenten. Er vond een ernstig incident plaats op 7 mei in Amsterdam op de Dam. Leden van een Duits marinekorps openden het vuur op de menigte die aan het feest vieren was. Negentien burgers vonden daardoor de dood. Om deze gevaarlijke situaties te voorkomen trok het First Canadian Army op 8 mei Nederland binnen. Diezelfde dag werd in Berlijn de algemene capitulatie-overeenkomst getekend. In Europa was de tweede wereld- oorlog voorbij. Op de radio hoorde je:
"I thank God that it was at least all over"
Conclusie
Hopelijk was de 2e oorlog de laatste oorlog die wij in onze geschiedenis zullen meemaken. Om de 3e wereldoorlog te voorkomen is de VN opgericht. Vooral om een mogelijke kernoorlog tegen te gaan.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

Haaj Haaj...Ik heb myn werkstuk ook over dit onderwerp gebruikt. Ik heb aan deze stie veel informatie weten te halen. Door jullie heb ik een heel goed cyfer :D
Bye Bye

13 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

N.

N.

mooi werkstuk ik had een 8 en jij :P
greetz nick

14 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

heel er mooi als ik zelf zoiets wist zou ik het nog niet zo goed gedaan echt fantastich

14 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

B.

B.

goed verslag ouwe

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

en de russen?
deden die niet mee?

16 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

je hebt een heel goede sreekoefe ning gemaakt

16 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

L.

L.

Hallo Ingo,

Ik vind jou werkstuk werkelijk super!ik heb de informatie uit jou werkstuk nauwkeurig gelezen en ik denk dat ik nu wel weet hoe het van D-Day tot een uiteindelijke duitse capitulatie is gekomen.Ik heb alleen nog 1 vraag: Welke boekenbronnen heb je gebruikt voor dit werkstuk?

Gelieve mij dit te mailen op emailadres hierboven

Bij Voorbaat Dank

Luuk Zweegers

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

L.

L.

goed wekrstuk vind ik wel hoor

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

L.

L.

Het verbaast me hoe je al dat informatie hebt
gevonden. Proficiat

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

P.

P.

Hoe kom je aan de informatie over Normandië???
Kan je het misschien naar me op sturen
???

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

Ik las met enige verbazing dat U aangaf dat Friesland practisch zonder schot in de handen van de Canadezen viel. Ik was toen een bijna 15 jarige vluchteling van Den Haag, opgenomen door een boerenfamilie in Oldeholtwolde (ten Noorden van Wolvega). De bevrijding begon voor mij op 12 April, 1945. Het was geen bevrijding zonder gevecht. Er werd hard gevochten in de nacht in het gebied van Mildam en het Oranjewoud. De gewonden werden op de boerderij binnengebracht. Het waren minstens een dozijn waarvan een stierf op de boerderij. De Canadezen brachten artillerie en installeerde het naast de boerderij (75 mm houwitzers op halftracks) en losten 72 schoten.
Afgedwaalde kogels van gevechten in het nabije noorden bleven neerkomen op de boerderij voor mistens twee dagen.

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

N.

N.

waarom staan er allemaal moeilijke woorden in dat is toch onhandig als iemand een werkstuk moet maken en niet eens weet wat de woorden betekenen en dan spreekt de meester je aan ja dag die iets makkelijker voor de kinderen die in groep 7 zitten bijv.

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast