Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Atlantis, rampspoed uit de hemel.

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas havo | 2688 woorden
  • 15 januari 2004
  • 34 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.2
  • 34 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Rampspoed vanuit de hemel
Werd de Atlanteaanse beschaving geveld door een projectiel vanuit de ruimte?
G. R. Corli, een Frans astronoom uit 1785, was de eerste onderzoeker die concludeerde dat een deel van een passerende komeet met de Aarde in botsing was gekomen en zo Atlantis verwoest had. Het eerste grondige onderzoek van het Atlantis-probleem vond bijna 100 jaar later plaats door de vader van de Atlantologie, Ignatius Donnelly. Zijn tweede boek over het onderwerp, Ragnarok, Age of Fire and Gravel (1884) stelde voor dat de eiland beschaving vernietigd was door de botsing van een komeet met de Aarde.
In een tijd dat de geleerden geen eens het bestaan van meteorieten erkenden, werden zijn beweringen afgedaan als niet toelaatbare fantasie. Hij werd alleen gesteund door een paar denkers zoals de Russische fysicus Sergi Basinsky, die durfde te beweren dat een meteoor-inslag op de Aarde groot genoeg kon zijn om Atlantis te verwoesten en gelijktijdig Australië te laten verrijzen. In de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw werd deze theorie door de Duitse fysicus Martin Hörbigger nieuw leven ingeblazen. Zijn controversiële voorbeeld, Kosmisch IJs, zegt dat de Atlanteaanse ramp het resultaat was van een inslag van een komeetfragment bestaande uit bevroren puin.

Zijn Engelse tijdgenoot, de invloedrijke uitgever Comyns Beaumont, was op eigen houtje al tot dezelfde conclusie gekomen. In de tijd voor de Tweede Wereldoorlog werd Hörbigger gesteund door een andere bekende Engelse onderzoeker, namelijk H.S. Bellamy. In de tussentijd werd Beaumonts werk in zijn geheel overgenomen door Immanuel Velikovsky die zijn beroemde werk, Worlds in Collision (1950), voortborduurt op de mogelijkheid dat een inslag verantwoordelijk was voor de uitsterving van een pre-vloedgolf beschaving.
Hoe intrigerend of aannemelijk deze mensen ook argumenteerden, hun bewijzen zijn louter afkomstig van toevallige omstandigheden. De buitenaardse theorie begon in 1964 overtuigend bewijsmateriaal te vinden toen de Duitse raketgeleerde Otto Muck aankondigde twee diepzee-gaten te hebben gevonden in de oceaanbodem. Ze zijn veroorzaakt door een kleine asteroïde die zichzelf in twee stukken had gedeeld en die een kettingreactie van geologisch geweld over de gehele lengte van de Mid-Atlantische breuklijn in gang had gezet. Deze Mid-Atlantische breuklijn bestaat uit een lijn van boven het water uitstekende vulkanen, waaronder ook het eiland Atlantis.
In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw, bevestigden de astronomen Victor Clube en Charles Napier de verklaring dat Atlantis door een komeetinslag ten onder is gegaan. Zij gaven echter aan dat het hier een virtueel bombardement betreft van "vuur uit de hemel" terwijl onze planeet een grote wolk van ruimtepuin passeerde waaruit tientallen of misschien honderden stukken op Aarde neervielen. Dit in tegenstelling tot Muck's theorie die spreekt over een enkele inslag.
Veel toonaangevende wetenschappers zoals Dr. M.M. Kamiensky (lid van de Poolse Academie van Wetenschappen), Prof. N. Bonev (Bulgaars astronoom aan de universiteit van Sofia) en Edgerton Sykes ('s werelds meest vooraanstaande Atlantoloog) zijn het er na de publicatie van Muck's overtuigende bewijs over eens dat de totale verwoesting van Atlantis het gevolg was van een inslag of een serie inslagen.
Duizenden jaren voor deze wetenschappelijke onderzoekingen zijn er al talloze meldingen van een Grote Zondvloed die veroorzaakt zou zijn door een hemelse gebeurtenis. Hier wordt in gemeenschappen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan melding van gemaakt. Veel van deze overleveringen, zo niet de meeste, leggen een verband tussen een door de hemel gestuurde ramp en de Zondvloed. Beginnende met de eerste complete vertelling over Atlantis verhaalt Plato's Timaeus over de val van een buitenaards object dat de vernietiging van de eilandbewoners aankondigt. Psonchis, de Egyptische verteller van het verhaal, vertelt aan Solon, de bezoekende Griekse staatsman, over "een afwijking in de lichamen die rond de Aarde en in de hemelen bewegen en grote branden op Aarde die van tijd tot tijd terugkomen."
Inscripties op de muren van Medinet Habu, de tempel van farao Ramses III, vertellen hoe de Atlanteaanse indringers van Egypte werden vernietigd: "De vallende ster was verschrikkelijk in zijn achtervolging van hen," voordat hun eiland door de zee werd verzwolgen.

Ibrahim Ebn Wauff Shah, Abu Zeyd el Balkhy en andere Arabische historici gebruikten het verhaal van Surid, de heerser van een vergaan koninkrijk, om uit te leggen dat de Grote Vloed werd veroorzaakt doordat een "planeet" op de Aarde botste.
In Noord-Amerika herinneren de Cherokee indianen zich Unadatsug, een groep sterren, de Pleiaden, "waarvan er een met een vurige staart op Aarde viel. Op de plaats waar hij neerkwam kwam er een palmboom tevoorschijn en de gevallen ster transformeerde in een oude man die waarschuwde voor komende vloedgolven."
De moderne commentator Jobes heeft over Unadatsug geschreven dat de "val van een ster makkelijk verbonden kan worden aan een verhaal over een zondvloed; waarschijnlijk gaat het hier om een Tauride meteoor."
Een aanvulling hierop verschijnt in de Joodse Talmoed: "Omdat de Heilige, gezegend zij Hij, een zondvloed over de Wereld wenste te brengen, nam Hij twee sterren van de Pleiaden."
Gelijksoortige vertellingen kan men vinden bij de Quiche Maya uit Yucatan, de Muysica uit Columbia, de Arawak-indianen uit Venezuela, de Azteken uit Cholula, de oude Grieken enz, enz.
In de Iraanse kosmologische geschriften (de Bundahis) strijdt een engel die Sirius (de Hondsster) voorstelt, met de duivel om heerschappij over de Aarde. Hij verandert hierbij van man en paard in een stier. Tijdens deze strijd, creëert de engel (Tistar) een zondvloed die een maand duurt. De nakomelingen van de Duivel zoeken tijdens deze zondvloed hun heil in de grotten, maar het rijzende water vindt hen en verdrinkt hen. Hun gezamenlijke gif was echter zo sterk dat de oceaan zout werd. Tistar's aangenomen gedaanten suggereren een samenstand van sterren ten tijde van de Grote Zondvloed, die duidelijk weergegeven wordt als het resultaat van een belangrijke verstoring van het hemelse evenwicht.
De bovengenoemde variërende verwijzingen naar de Grote Zondvloed en het feit dat die ontstond door een hemelse ramp vormen een onderdeel van vervlogen mythen die een bijna nauwkeurige datum noemen voor deze Atlanteaanse gebeurtenis. Het verband tussen begin november en een dag voor de doden is niet alleen wereldwijd maar ook erg oud.

De "Dag van de Doden" gevierd in begin november was een van de belangrijkste Azteekse feesten en het schijnt dat dit gebruik teruggaat tot de Maya's of zelfs de Olmeken in de 13de eeuw voor Christus. De Azteken begonnen hun ceremonies met de verschijning van de Pleiaden. Dit vond plaats tijdens de zonsopkomst en het duurde verscheidene dagen totdat het stelsel geheel overschaduwd werd door de zon. Hun Atemoztli, of "Vallende Wateren" vonden elke 16 november plaats. Op die dag werd het einde van de Vierde Zon of Tijdperk, dat voortgebracht werd door een zondvloed, herdacht. De Atlanteaanse identiteit van dit festival werd bevestigd door de god die er verantwoordelijk voor was namelijk Tlaloc (de god Chac van de Maya's). Deze god werd in de tempels afgebeeld als een bebaarde man die het kruis van de hemel op zijn schouders droeg; de Midden-Amerikaanse Atlas.
Eén van de varianten van Tlaloc's naam was Atlatoc. Er bestond meer dan een filologische overeenkomst tussen de Azteekse Atemoztli en Atemet. De Egyptische godin Hathor, in haar gedaante als Koningin van de Zee, werd op heilige afbeeldingen uitgebeeld met een kroon in de vorm van een vis. Haar rol in de Grote Zondvloed wordt verderop beschreven.
De Maya's in Yucatan en Peten hingen kleine pakketjes met koek aan de takken van de heilige ceibra, dit speciaal op plaatsen waar de boom werd aangetroffen op open plaatsen en op wegkruisingen. Deze offers werden gemaakt van het eerste graan dat voorhanden was en ze waren bedoeld voor de geesten van de doden. Dit wordt ook weergegeven door de benaming, hanal pixan oftewel "het voedsel voor de zielen". Voor de Maya's was de ceibra een levende herinnering aan de Grote Vloed die door hun voorouders werd overleefd door naar Yucatan te varen. De hanal pixan sierden de heilige boom gedurende de eerste drie dagen van elke novembermaand.
In de tussentijd, in de hoge Andes van Peru en Bolivia, volbrachten de Inka's hun Ayamarca oftewel de "dragen van het lijk"-ceremonie op de tweede dag van elke novembermaand.
De verschijning van de Pleiaden in die tijd was gelijktijdig het startsein voor de belangrijkste ceremonie op Hawaii, het jaarlijkse Makahiki-festival. Het festival eerde de aankomst van Lono op Kealakekua. Lono was een blanke god met stijl haar die onlangs ontsnapt was aan een rampzalige overstroming. Lono werd verbonden aan alle vormen van rampzalige hemelse gebeurtenissen, verwoestende aardbevingen en overstromingen. Aan de westelijke kant van de Stille Oceaan, nemen mensen nog steeds deel aan de Loi Krathong, de nacht van de volle maan. Hierbij worden kaarsen op bootjes geplaatst en de Golf van Thailand opgestuurd. Ter ere van een zee-godin worden bootjes in de vorm van een lotusbloem en gemaakt van bananenbladeren gevuld met bloemen, geurstoffen en een munt ter ere van de voorouders die bij de Grote Vloed omkwamen, de Golf opgestuurd. De viering van Loi Krathong kan variëren al naar gelang van de volle maan. De viering ligt tussen 2 en 12 november.
De Japanners hebben hun traditioneel gevierde Bon, het Feest van de Doden, dat sinds prehistorische tijden op bijna dezelfde wijze gevierd wordt als de Loi Krathong. Zij zetten talloze bootjes met lantaarns uit om de geesten van hun voorouders over de zee te leiden. De ceremonies duren verscheidene opeenvolgende nachten en omvatten ook de Bon-Odori, een hypnotische vorm van buitenshuis dansen. Dit gebeurt vaak op begraafplaatsen.
Bon werd deels goedgekeurd door het Boeddhisme in zijn vroege strijd met met de inheemse Shinto-tradities. In die tijd werd de jaarlijkse datum van de ceremonie verplaatst naar het midden van de zevende maan-maand, rond 14 augustus.
Een gelijksoortige "Dag van de Doden" wordt nog steeds gevierd op het eiland Taiwan en (tot de communistische revolutie) in China, waar het bekend stond als het Feest van de Lantaarns.
Een andere Japanse ceremonie ter ere van de doden vindt inderdaad plaats tijdens de laatste week van oktober en de eerste dagen van november. Dit is de Tsunokiri of het rituele "Gewei-snoeien" bij het Kasuga Taisha altaar nabij Nara. De heilige bokken worden met behulp van een lasso door een priester gevangen. Daarna wordt voorzichtig het gewei afgezaagd. Het gewei staat symbool voor het leven vanwege het regeneratievermogen. Herten staan ook symbool voor de zon, dus het afzagen van het gewei symboliseert de afnemende kracht van de zon oftewel de duisternis.
De Assyriërs voerden uitgebreide rituelen ten behoeve van de doden uit tijdens de Arahsamna. Deze maand komt overeen met het huidige eind oktober, begin november. Men geloofde dat het in deze tijd was dat de zonnegod en de god van de Pleiaden het land der doden binnengingen om te heersen.
In het oude Perzië begon het nieuwe jaar na 1 november, deze tijd stond bekend als Mordad- de maand die gewijd was aan de Engel des Doods. Mordad stamde af van het vroegere Marduk van de Babyloniërs. Zij vereerden hem als "de Heer der Diepte" die de grote vloed veroorzaakte en november behoorde aan hem toe.
De schrijver van het Oude Testament (Genesis, hoofdstuk 7 en 8) vertelt dat de Grote Zondvloed op de 17de dag van de tweede maand begon en eindigde op de 27ste dag van de tweede maand het jaar daar. Op de oude Hebreeuwse kalender stond de tweede maand bekend als Cheshvan en dit stond gelijk aan onze oktober en begin november.
Niet-bijbelse Joodse tradities verwijzen naar het feit dat Noach de verschijning van de Pleiaden bij dageraad (net zoals de Azteekse Atemoztli) op de 17de dag van Cheshvan als voorteken zag van de naderende vloedgolf.
Het Rooms-Katholieke Allerzielen is een dag speciaal voor gebeden ter ere van de doden en deze dag vind iedere tweede november plaats. Deze dag werd officieel in 998 door Odilo, de Abt van Cluny, ingesteld. Men neemt aan dat hij besloot Allerzielen in te stellen nadat hij hoorde van een eiland waar de jammerklachten van de doden nog steeds gehoord konden worden. Dit eiland zou een mythische verwijzing naar Atlantis kunnen zijn.
De Egyptische versie van de zondvloed vond plaats tijdens Aethyr, een naam die verband houdt met de Griekse naam Alkyone, één van de Pleiaden, omdat deze maand in de Nijl-vallei aangezien werd voor "het seizoen van de schijnende Pleiaden". Aethyr komt, net zoals het Assyrische Arashamna, overeen met eind Oktober, begin november. De naam heeft verscheidene openbarende bijbetekenissen in de Egyptische mythen, waarmee de betekenis gedurende langere tijd bewezen wordt. Het verhaal van Osiris vertelt over de man-god, die met behulp van de geheimen van Isis, zijn vrouw, een nieuw leven verkreeg. Hij werd in een kist gesloten die op de 17de dag van Aethyr, onze 2 november, in zee werd geworpen. Sindsdien staat deze dag bekend als de dag van de dood en de wedergeboorte.
Aethyr is een variant van Hathor. De zonnegod, boos op de mensen, gaf Hathor het bevel om de bewoners van de Aarde te straffen. Haar gehoorzame slachting was catastrofaal, zo catastrofaal dat de andere goden bang waren dat de hele mensheid zou verdwijnen. Zij lieten daarop een wereldwijde vloedgolf van bier ontstaan. Toen Hathor hiervan begon te drinken werd zij te dronken om haar slachtpartij af te maken. Het grote festival ter ere van deze gelegenheid was een van de populairste openbare gebeurtenissen in de gehele Nijl-vallei en het werd gedurende meerdere dagen gehouden rond de eerste dag van november. Hathor zelf werd in de heilige geschriften soms afgebeeld als een koe die van een graf-berg wegloopt.
De vroegste naam waaronder zij bekend was lijkt At-Hor of At-Hr, Berg van Horus, te zijn geweest. Dit is een klaarblijkelijk filologisch verband met Atlanteaanse zaken. Haar begrafenisberg is suggestief voor de met de dood omgaande Atlas en november geeft een duidelijke associatie weer met de dagen der doden.
De godin met het leeuwenhoofd, Sekhmet, werd door de Egyptenaren gebruikt om de vurige komeet die Atlantis vernietigde te beschrijven. Zij was eigenlijk Hathor in haar wraakzuchtige gedaante. Beide n waren aspecten van dezelfde godin.
De Pleiaden werden ook in verband gebracht met Hathor. Terwijl hij schreef over de wereldwijde "dag van de doden"-festivals vroeg R.G. Haliburton zich af: "Het is nu, net zoals vroeger, geobserveerd in of omstreeks begin november bij de Peruanen, de Hindoes, de bewoners van de eilanden in de Stille Oceaan, de mensen van de Tonga Eilanden, de Australiërs, de oude Perzen, de oude Egyptenaren en de mensen in de noordelijke landen van Europa en het duurde drie dagen bij de Japanners en de oude Romeinen. Dit verbazingwekkende feit vroeg ineens om mijn aandacht voor deze kwestie. Hoe werd deze uniformiteit in de tijd van observaties bewaard, niet alleen in afgelegen gebieden op de aardbol, maar ook door de tijden heen sinds de Peruanen en de Indo-Europeanen dit oude festival erfden vanuit een, misschien, gewone bron?"
Haliburton's vraag wordt beantwoord door het interne bewijs van de festivals zelf. Te samen genomen beschrijven ze allen in het algemeen een natuurlijke ramp die enorme aantallen van hun voorouders doodde. Sommigen van hen overleefden en zorgden voor beschaving in andere landen. De enige gebeurtenis die de aanzet tot dit jaarlijkse festival der doden kan zijn geweest is de vernietiging van Atlantis.
En inderdaad geeft de combinatie van astronomie en historische mythen de preciese dag van de ramp op. De meteoren-regen van de komeet Encke in de herfst komt zeer dicht bij, zo niet precies, de festivals. De meeste waren en zijn geconcentreerd in de eerste dagen van november, wanneer de Tauride meteoor in navolging van de komeet Encke zijn hoogtepunt bereikt.
De verbazingwekkende overeenkomsten in wereldwijde tradities kunnen niet ontkent worden. Als totale verzameling gezien geven zij de herinneringen weer van de mensheid aan een "vuur uit de hemel" dat de eerste echte beschaving vernietigde en de tijd van zijn welvaart tot een verschrikkelijk einde bracht.

Bronnen:
Informatie: Boeken in de bibliotheek over mythes en sagen en Atlantis, raadsel van een verloren continent
http://encarta.msn.com/encyclopedia_761573071/Atlantis.html

Afbeeldingen: www.google.nl

Sites:
- www.planet.nl
- http://proto.thinkquest.nl
- http://www.homepages.hetnet.nl/~vembde/atlantis.html
- http://users.pandora.be/wouter.wylin/atlantisring/oorzaak.htm
- http://users.pandora.be/wouter.wylin/atlantisring

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

Heel goed hooooooorrrr

10 jaar geleden