ADVERTENTIE
Zie jij op tegen het lezen van al die boeken voor je leeslijst?

Probeer dan eens een luisterboek! Wij geven je acht tips van boeken die op je leeslijst staan en die je kunt terugvinden op Storytel. Check het blog en probeer Storytel nu 30 dagen gratis! 


Check het blog!

Verzetsmuseum



Verzet

In de Tweede Wereldoorlog hebben veel mensen verzet gepleegd tegen de Duitsers. Dat werd op verschillende manieren gedaan.

In het begin toen er nog geen harde maatregelen tegen de Joden waren, was ook het verzet klein en symbolisch. Zo was er een sigarettendover met 6,25 cent dit sloeg op Seys Inquart.

Mussert, de leider van de NSB (Nationaal Socialistische Beweging) werd afgebeeld als een klein mannetje dat met de Duitsers mee loopt en veel pasgeboren kinderen werden vernoemd naar de leden van het koninklijk huis.

Van de V van het Duitse woord victorie wordt de W van koning Wilhelmina en de V van verliezen of verzuipen gemaakt.






Vanaf de Februaristaking werd de onderdrukking harder en gingen de mensen meer verzet plegen. Mensen moesten hun radio inleveren, omdat ze niet naar radio Oranje mochten luisteren. Dat kwam op de Engelse zender en daar werd verteld hoe het er echt aan het front aan toe ging. Hier werd betrouwbare informatie gegeven en in de oorlog kregen de mensen die niet, omdat er veel propaganda was. Veel mensen wilden voorkomen dat hun radio werd ingenomen en verstopte hun radio om toch naar radio Oranje te kunnen luisteren.

In het voorjaar van 1943 verliest het Duitse leger in Rusland een belangrijke slag bij Stalingrad. Dit koste honderdduizenden levens en betekende een keerpunt in deze oorlog. De Duitse arbeiders moesten als soldaat naar het oostfront om tegen de Russen te gaan vechten. Zij konden niet meer in de fabrieken in Duitsland blijven werken. Tot deze nederlaag toe is het werken in vrijwillig geweest, maar vrijwillig melden heel weinig arbeiders zich aan. De 300.000 Nederlandse soldaten, die eerder door de Duitsers waren vrijgelaten moeten zich melden. Ze worden op nieuw krijgsgevangen genomen en worden naar Duitsland gestuurd om te werken, ook mannen tussen de 17 en 40 jaar moesten zich melden om voor de Duitsers te werken, maar als je voor de Duitsers ging werken, was je een landverrader. Veel mensen gingen onderduiken. Deze mensen moesten ook te eten krijgen, maar veel eten en andere goederen kon je alleen met bonnen krijgen. Onderduikers hadden kregen geen bonnen meer. Dus moesten de mensen die de onderduikers hielpen de bonnen stelen of vervalsen.

Er waren ook mensen die illegale kranten drukten om de Nederlanders van informatie over de oorlog te voorzien. Deze kranten waren verboden en werden daarom vaak gewoon in huiskamers getypt.

Als de Duitsers er achterkwamen dat je illegale kranten drukte, onderduikers hielp of zelf onderduikt, werd je neergeschoten of naar een concentratiekamp gestuurd.



Verzet in periodes

In sommige periodes was het verzet tegen de bezetter heviger dan in andere periodes. Zo was er aan het begin van de oorlog nog weinig verzet, omdat de Duitsers geen harde maatregelen namen tegen de Joden in Nederland.

Het Nederlandse volk werd nog niet zwaar gedwongen om hetzelfde te gaan denken als de nationaal-socialisten. De Duitsers hadden liever wel dat je hetzelfde dacht, maar je werd nog niet opgepakt. Ook mocht iedereen gewoon het werk blijven doen wat ze voor de bezetting al deden.

In de loop van de oorlog werkten de Nederlanders niet meer mee met de bezetter en er kwamen hardere maatregelen tegen de Joden. Ze mochten bijvoorbeeld niet meer in openbare gebouwen komen en werden vervolgd. Ook moesten de Joden een Jodenster op hun kleding en was er aan het begin van de oorlog een J op hun paspoort gezet.










De Nederlandse bevolking vond deze Jodenvervolging niet gerespecteerd kon worden en gingen staken in februari 1941. Na deze staking namen de Duitsers nog hardere maatregelen en werd het verzet nog heviger.

Veel mensen gingen, met gevaar voor eigen leven helpen met onderduiken van de Joden. Tegen het einde van de oorlog groeide het verzet tegen de bezetter steeds meer, maar voor veel Joden was het toen al te laat. De meeste Joden waren toen al gedeporteerd naar de concentratiekampen. Veel meer dan 100.000 van de 140.000 Joden in Nederland hebben de bezetting van de Duitsers niet overleefd.



Dilemma

Veel mensen hadden in de oorlog keuzes moeten maken. Deze keuzes waren vaak moeilijk, omdat ze bij elke keuze moesten kiezen tussen landverraad en het gevaar voor eigen leven. Enkele dilemma’s waren: “Moet ik mijn radio inleveren? Moet ik mij aanmelden voor de Arbeitseinsatz? Moet ik Joden en andere onderduikers helpen? Moet ik zelf onderduiken om niet opgepakt en neergeschoten te worden? Moet ik illegale kranten gaan drukken? Moet ik gaan staken tegen de Duitsers?”

Als je deed wat de Duitsers wilde en met de Duitsers mee werkte, was je een landverrader en moest je misschien je eigen vrienden en familie verraden. Als jij je ging verzetten bijvoorbeeld door te helpen onderduiken kon je opgepakt worden door de Duitsers en dan had je grote kans van je leven beroofd te worden. Dan vaak niet alleen jij, maar ook de mensen die je helpt onderduiken en de rest van je familie.



Kun je als je kijkt naar de wijze waarop in Nederland gereageerd werd op de Duitse bezetting alle Nederlanders over één kant scheren?

Je kan niet alle Nederlanders over één kant scheren. Niet alle Nederlanders pleegden verzet, want er waren ook mensen die met de bezetter gingen samen werken en zich dus niet verzetten. Deze mensen waren de NSB’ers. Zij kregen tijdens de oorlog de belangrijke banen in gemeentes. Na de oorlog werden veel NSB’ers opgepakt en gestraft voor samenwerking met de Duitsers. 154 leden werden ter dood veroordeeld, waarvan 110 gevallen later werd om gezet in levenslang. Mussert werd op 7 mei 1946 dood geschoten.

Ook werd er niet door iedereen op dezelfde manier verzet gepleegd. Veel mensen pleegden verzet door OZO (Oranje zal overwinnen) te zeggen en minder mensen pleegde verzet door andere mensen te helpen met onderduiken. Ook niet alle mensen hoefden onder te duiken, maar de mensen die onderdoken moesten wel geholpen worden. Zowel onderduiken als helpen van onderduikers was plegen van verzet.



Anne Frank huis



Onderduiken



Mensen die om een bepaalde reden gezocht werden door de Duitsers moesten onderduiken( = schuil houden voor de vijand ) om aan arrestatie te ontkomen, ze moesten onzichtbaar worden voor de Duitsers. Om onder te kunnen duiken hadden zij hulp nodig van anderen. Die helpers zorgden voor schuilplaatsen, eten en valse papieren. Onderduiken was erg gevaarlijk, als de onderduikers ontdekt werden, werden niet alleen zij, maar ook de helpers gestraft. De groep mensen die onderduikers verraadde en arresteerde werden de verraders genoemd.

Niet alleen Joden moesten onderduiken omdat de Duitsers hun zochten, maar ook:

- Mannen, die in Duitsland voor de nazi’s moesten gaan werken en dat niet wilden.

- Studenten, die geweigerd hadden een loyaliteitsverklaring te ondertekenen.

- Duitsers die tegen Hitler waren en die al voor de oorlog naar Nederland waren gevlucht.

- Nederlandse militairen.

- Neergeschoten Amerikaanse en Engelse piloten.

- Verzetsmensen.



Anne Frank

Anne Frank was een Joods meisje dat moest onderduiken in de tweede wereld oorlog, omdat haar zus, Margot Frank, en later ook haar vader, Otto Frank, werden opgeroepen om te gaan werken in een werkkamp van de Duitsers. Tijdens de onderduikperiode in het achterhuis schreef Anne alles wat ze meemaakte in haar dagboeken, die haar vriendin voorstelde en waar ze alles tegen kon zeggen.

Ze vond het vreselijk dat ze op gesloten zat, dus nooit naar buiten mocht en ze altijd heel stil moest zijn. Ze had vaak ruzie met de andere onderduikers en ze uitte alle haar frustraties in haar dagboeken, daar had ze een hele grote steun aan. De enige dingen die haar een beetje moed en zekerheid gaven was haar vriendschap met Peter Van Pels die ook ondergedoken zat met z’n familie in het achterhuis en de bezoeken van Miep Gies en de anderen die vaak iets leuks om te lezen en te eten mee namen.



Anne is een voor veel mensen een grote betekenis want, doordat ze alles wat ze meemaakte zoals, de angst van het ontdekt worden en dat ze zo graag weer naar buiten wilde, op schreef in haar dagboek. De mensen die de tweede wereld oorlog ook meegemaakt hebben herkennen zich in haar, de angst die ze meemaakte voor verraad.



Het leven in het Achterhuis

Otto, Edith, Margot en Anne Frank, mevrouw, meneer en Peter Van Pels zaten ondergedoken in het achterhuis sinds 6 juli 1942.

In november 1942, kwam meneer Pfeffer er bij wonen. Hij was een goede kennis van de familie Frank en de familie Van Pels.

Zij zaten met z’n achten ondergedoken in het leegstaande gedeelte, het achterhuis, van het bedrijf van Otto Frank. Terwijl in het voorste gedeelte het bedrijf gewoon doorging, zaten ze in het achterhuis. Al snel werd de toegang tot het achterhuis verborgen achter een draaikast.

De onderduikers werden geholpen door vier personeelsleden van Otto Frank: Miep Gies, Johannes Kleiman, Victor Kugler en Bep Voskuijl.

Zij zorgen voor voedsel, kleding, boeken en allerlei andere benodigdheden. Bovendien houden zij de onderduikers op de hoogte van het laatste nieuws uit de stad. Meestal zijn het slechte berichten, want overal in de stad waren er razzia's: Joden die zich niet meldden, werden gearresteerd. Vanaf het moment dat Fritz Pfeffer erbij was komen wonen sliep Margot Frank bij haar ouders op de kamer en delen Anne en Fritz Pfeffer het kamertje ernaast. In het begin vond Anne haar nieuwe kamergenoot 'een erg aardig mens' maar dat veranderde snel.

Hoe langer de oorlog duurde hoe ondragelijker de sfeer in het achterhuis werd. Er was steeds minder te eten, de razzia’s werden erger en ze hoorden verhalen van Joden die waren verraadden en werden meegenomen naar kampen.

Daarom moesten de onderduikers moesten 24 uur per dag binnen blijven. Ze doodden de tijd met lezen en leren. Door de benauwdheid van de schuilplaats en de angst voor ontdekking is de spanning groot en zijn er vaak onderlinge ruzies.

Anne Frank schreef zo vaak mogelijk in haar dagboek om haar hart te luchten.

Ze mochten overdag niet naar de wc, niet hard praten, niet stampen. De dagen duurden heel lang volgens Anne. Ze vond het vreselijk dat ze niets mocht. In de loop van de oorlog kreeg ze een steeds hechtere band met Peter Van Pels, ze keken samen naar buiten of deden spelletjes om de tijd te doden.



Beschrijving van de ruimtes

Het voorhuis:

- (9)Het Magazijn: Het magazijn bevond zich op de begaande grond. In het midden van het magazijn stond de specerijmolen en daar om heen de paktafels. Er werden kruiden verpakt en er klonk de hele tijd geluid van de machines die daar stonden, er werd dagelijks gewerkt behalve op zondag.

- (2)Het privé kantoor van Otto Frank en keuken: Dit kantoor bevond zich in het achterhuis, op de begaande grond. Het was een grote ruime kamer waar Mies nieuwe jam producten uitprobeert. Daar was een warm water- en gas aansluiting en ook kon er koffie worden gezet.

- (1)Het kantoor van Victor Kugler: Het kantoor was op de eerste verdieping.

- (1)Het kantoor van Miep Gies, Jo Kleiman en Bep Voskuijl: Deze kantoren lagen op de eerste verdieping en waren te bereiken via een vaste trap.

- (1)De opslagruimte: De opslagruimte was op de tweede verdieping van het voorhuis en dient als opslagplaats voor het bedrijf.

- (3)De overloop met de draaikast: De overloop was een kleine gang, op de eerste verdieping, die het voor- en achterhuis met elkaar verbond. De deur naar het achterhuis was verstopt achter een draaibare boekenkast.



Het achterhuis:

- (4)De kamer van Otto, Edith en Margot Frank: Het was een tamelijk grote kamer met 3 bedden en een kastje.

- (5)De kamer van Anne Frank en Fritz Pfeffer: Het was een kleine kamer. In het begin van de onderduikperiode sliep Margot nog bij Anne op de kamer, toen heeft Anne allemaal plaatjes op de muren geplakt om het er wat gezelliger te maken, later kwam meneer Pfeffer bij haar op de kamer slapen en ging Margot naar meneer en mevrouw Frank.

- (7) De algemene huiskamer: De huiskamer was een grote, lichte, en ruime kamer. Er was een fornuis en een gootsteen. Er werd gegeten aan een grote tafel. Het was tevens de slaapkamer van meneer en mevrouw van Pels, algemene huiskamer en werkkamer.

- (6) De wasruimte: Hier wasten de onderduikers zich en ook was er een toilet.

- (8) De kamer van Peter Van Pels: Peter had een kleine kamer met een trap naar de zolder vanaf daar was er uitzicht op de Westerkerk.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.