ADVERTENTIE
Zie jij op tegen het lezen van al die boeken voor je leeslijst?

Probeer dan eens een luisterboek! Wij geven je acht tips van boeken die op je leeslijst staan en die je kunt terugvinden op Storytel. Check het blog en probeer Storytel nu 30 dagen gratis! 


Check het blog!


Inhoudsopgave:

1. Inleiding Informatie 122: Anne Frank
2. Wie is Anne Frank Internetsites over Anne Frank
3. Adolf Hitler ‘Anne Frank’ van Rian Verhoeven
4. Het Dagboek TV-programma Anne Frank 80 jaar
5. Onderduiken
6. Het leven in het Achterhuis
7. Opgepakt
8. Anne Frank tegenwoordig
9. Nawoord

1. Inleiding
Ik heb dit onderwerp gekozen om de volgende redenen: Ik vind het verhaal van Anne Frank interessant, je gaat in groep 8 naar het Anne Frank huis, en Anne Frank had dezelfde leeftijd als ik. Hierdoor kan ik me beter verplaatsen in de wereld van Anne. Anne Frank staat symbool voor alle verschrikkingen die in de Tweede Wereldoorlog hebben plaatsgevonden.
Ik hoop dat u mijn werkstuk interessant en leuk om te lezen vindt.






2. Wie is Anne Frank?
Dit werkstuk gaat over een meisje dat leefde in de periode van 1929 tot 1945.
Anneliese Marie Frank wordt geboren op 12 juni 1929, in Frankfurt am Main, in Duitsland. De familie Frank wonen op dat moment aan de Marbachweg 307. Ze woonden daar alleen omdat ze een tuin wilden hebben. In 1931 verhuizen ze naar de Ganghoverstrasse 24. Daar is het leuker voor de kinderen. De familieleden van Anne zijn:
Vader: Otto Frank
Moeder: Edith Frank-Holländer
Zus: Margot Frank

De vader van Anne heeft in een chique buurt gewoond, en zijn vader was bankier.
De familie van Edith Frank komt uit Aken, vlakbij de Nederlandse grens.
Margot was een heel netjes, gehoorzaam kind, terwijl Anne een ondeugend kind was.
De familie Frank is liberaal Joods. Dat houdt in dat ze de tradities en andere belangrijke dingen van het Joodse geloof belangrijk vinden, maar dat ze niet heel erg streng geloven.
Margot en Anne woonden in tegenstelling tot hun vader in een normale buurt met veel kinderen. Ze hadden in Duitsland veel vrienden. Iedereen, van ieder geloof, leefde nog in vrede met elkaar.










3. Adolf Hitler
Toen Anne 4 jaar was, in 1933, kwam Adolf Hitler aan de macht. Hij was de leider van de NSDAP. Adolf Hitler vond dat Duitse blanke mensen, met blauwe ogen en blond haar een soort supermensen waren. Zijn verschrikkelijke oorspronkelijke plan was om alle niet-‘supermensen’ uit te roeien. De Nazi’s verspreidden het idee dat o.a. joden, zigeuners en homo’s slecht waren en de schuld hadden van de armoede en werkloosheid van die tijd, omdat ze de banen inpikten.
Hitler, en zijn Nazi-aanhangers, begonnen het de joden moeilijk te maken. Joodse kinderen mochten niet meer met niet-joodse kinderen spelen, en bij elkaar in de klas zitten. Veel bedrijven en winkels met joodse eigenaren worden gesloten. Hierdoor verloren veel joden hun baan.

4. Het Dagboek
1943, Anne’s verjaardag.
Anne krijgt voor haar 13e verjaardag een boel cadeautjes. Bijvoorbeeld een boek, een broche, een puzzel, snoep en veel meer. Maar het mooiste cadeau is het dagboek, met mooie rode en zwarte ruiten erop, en een harde kaft. Ze noemt het dagboek niet ‘lief dagboek’ zoals veel mensen doen, maar ‘Kitty’. Anne hield heel erg van schrijven en lezen. Ze begon een paar dagen na te schrijven. Dit schreef ze op de eerste bladzijde:
Ik zal hoop ik aan jou alles kunnen toevertrouwen, zoals ik het nog aan niemand gekund heb, en ik hoop dat je een grote steun voor me zult zijn.
Het dagboek is een heel essentieel punt van het verhaal van Anne. Anne schrijft ruim 2 jaar lang in het dagboek. Ze weet dan natuurlijk ook niet dat miljoenen mensen later haar dagboek zullen lezen.
Anne schreef over allerlei dingen die ze meemaakt, voelt, vindt en hoopt. Het Dagboek is zo bijzonder, omdat het eigenlijk zo simpel is. Geen verzonnen, romantische dingen, maar gewoon over het leven van iemand die in de oorlog leeft. Het is ook een hele aparte ervaring om iets te lezen van iemand, die op het moment van schrijven nog niet weet dat ze niet lang meer te leven heeft.

5. Onderduiken
In Duitsland vinden Otto en Edith het te gevaarlijk worden. Veel andere joodse mensen vluchten ook. Maar niet in ieder land worden ze toegelaten. Joden die in Duitsland blijven wonen hadden een vreselijk leven. Ze werden vernederd, en ze hadden geen rechten. In Nederland denken ze veilig te zijn voor de NSDAP. Otto Frank wordt directeur van een Opekta, een bedrijf waar pectine (een soort suiker) voor jam wordt gemaakt.
Hij vindt een woning op de tweede etage aan het Merwedeplein. Anne en Margot logeren bij de moeder van Edith in Aken. Eerst komt Edith naar Nederland, en dan Margot. Als het huis helemaal af is komt Anne in februari 1934 aan.
Familieleden van Anne besluiten ook te vertrekken uit Duitsland.
Twee ooms van Anne vertrekken naar Amerika, en de moeder van Otto vertrekt naar Zwitserland.
Anne heeft het op het Merwedeplein erg leuk. Ze heeft veel vrienden en vriendinnen. Ze kan goed lezen en schrijven. Ze had vaak een goed rapport. Ze had alleen met rekenen een beetje moeite. Ze gaat in 1934 op de Montessorischool. Op school krijgt ze vaak straf. Haar moeder zegt vaak dat ze een voorbeeld aan Margot moet nemen. Zij is áltijd rustig. Anne spaart ook veel dingen. Ze spaart bijvoorbeeld plaatjes van filmsterren en andere beroemde personen, ze vindt jongens ook heel interessant.
Op 10 mei 1940 valt Duitsland Nederland binnen. Nederland geeft wel even verzet, maar weet dat het Duitse leger veel te sterk is. De Koninklijke familie vlucht naar Engeland.
Anne mag niet meer naar de Montessori. Ze moet op een school waar alleen joodse kinderen zitten. In het begin valt het nog mee, maar er wordt steeds meer voor joden verboden. Otto weet, dat net als in Duitsland, joden straks ook geen bedrijf meer mogen hebben. Hij zorgt ervoor dat twee niet-joodse mensen de eigenaar van zijn bedrijf worden. Maar eigenlijk is Otto nog steeds de eigenaar.
Joden moeten ook een gele davidster dragen. Daar staat ‘Jood’ op, zodat iedereen weet dat die persoon niet dit of dat mag doen. Ook wordt er een stempel in hun paspoort gezet waarop de letter J van Jood staat.
Anne Frank schrijft hierover in haar dagboek:
‘Na mei 1940 ging het bergaf met de goede tijden: Jodenwet volgde op jodenwet en onze vrijheid werd zeer beknot.
Joden moeten een jodenster dragen; (…) Joden moeten hun fietsen afgeven; Joden mogen niet in de tram; Joden mogen niet in een auto; (…)Joden mogen alleen van 15:00 tot 17:00 uur boodschappen doen; Joden mogen alleen maar naar een Joodse kapper; Joden mogen vanaf ’s avonds 20:00 uur tot 6:00 uur ’s ochtends niet op straat; Joden mogen zich niet in schouwburgen, bioscopen en andere voor vermaak dienende plaatsen ophouden; Joden mogen niet naar een zwembad of andere sportplaatsen.(…)’
Joden mogen, zoals je leest, bijna niets meer dat een niet-joods persoon wel mag. En dat allemaal om afkomst.
Op 5 juli 1942 krijgt Margot, net als veel andere joden, een oproep om te gaan werken in Duitsland. Dit is voor Otto het sein om een onderduikplek te zoeken. Ze zijn dus toch in Nederland ook niet veilig.
6 juli 1942 ’s morgens vroeg vertrekt de familie van het Merwedeplein. Ze hebben er acht jaar gewoond. Ze moeten een boel spullen achterlaten, waaronder de kat van Anne, Moortje. Ze vertrekken naar de Prinsengracht 263. Hier is het bedrijf van Otto. Achter het bedrijf van Otto zit een huis. Dit huis kan je vanaf buiten niet zien, omdat het gewoon de achterkant van het bedrijf is. Maar het staat toch leeg.
Omdat Joden niet in vervoersmiddelen mogen, moeten ze lopen. Het regent op die dag keihard. Anne schrijft hierover:
‘We kleedden ons alle vier zo dik aan, alsof we in een ijskast zouden moeten overnachten en dat alleen om nog wat kleren mee te nemen. Geen Jood zou het in onze toestand gewaagd hebben met een koffer vol kleren uit huis te gaan. Ik had twee hemdjes, drie broeken, een jurk, daarover een rok, jasje, zomerjas, twee paar kousen, dichte schoenen, muts, sjaal en nog veel meer aan, ik stikte thuis al, maar daar vroeg niemand naar.’ (8 juli 1942)

6.Het leven in het Achterhuis
Eenmaal aangekomen in het Achterhuis, moeten ze eerst een beetje inrichten. Overal staan dozen met spullen erin. Als eerste maken ze snel zwarte gordijnen voor de ramen, want de buren mogen natuurlijk niet zien dat ze er ondergedoken zitten.
Na een week in het Achterhuis te hebben gewoond, komt de familie van Pels ook in het Achterhuis. Deze familie bestaat uit:
Hermann van Pels (als schuilnaam: De heer van Daan)
Auguste van Pels (mevrouw van Daan)
Peter van Pels ( Peter van Daan)
Hermann van Pels en Otto Frank zijn samen de eigenaar van Opekta.
Miep Gies, Johannes Kleiman, Victor Kugler en Bep Voskuil waren de helpers van de onderduikers. Zij waren de enigen die in vertrouwen waren genomen. Vooral Miep kwam vaak eten brengen. Ze neemt ook altijd boeken mee van de bibliotheek.
Een week na de familie van Pels komt ook Fritz Pfeffer onderduiken. In het dagboek noemt Anne hem Albert Dussel. In het begin vindt Anne hem nog aardig, maar haar mening verandert. Ze schrijft over hem in haar dagboek:
Mijnheer Dussel ontpopt zich als de meest ouderwetse opvoeder en preker van ellenlange manierenreeksen. Daar ik het zeldzame geluk(!) heb met den hoogedelwelopgevoede heer mijn helaas zeer nauwe kamer te mogen delen, en daar ik algemeen voor de slechtst opgevoede van de drie jeugdigen gehouden word, heb ik nogal wat te stellen om de oude, vaak herhaalde standjes en vermaningen te ontlopen en om een Oostindische doofheid aan te meten.
De onderduikers in het Achterhuis hebben strenge regels. Overdag moeten ze heel zachtjes praten, en zo min mogelijk lopen. Want er zijn gewoon mensen aan het werk in het bedrijf. Als die iets horen, kunnen ze verraden worden. Ze mogen ook geen water gebruiken, zelfs niet de wc doortrekken. De waterleiding loopt door het magazijn, en dat zou ook gehoord kunnen worden. Het afval dat ze hebben moeten ze verbranden in de kachel. ’s Avonds mag er pas een beetje gepraat en gelopen worden. Het licht mag aan, maar de ramen zijn wel verduisterd. De slaapkamer Hermann en Auguste is overdag de slaapkamer. Voor het eten hebben ze wel wat in voorraad, maar ze kunnen niet echt verse dingen gebruiken.
Er was geen deur naar het Achterhuis, maar de welbekende draai-boekenkast. Als je die zag staan, zou ikzelf écht niet kunnen bedenken dat daarachter nog zoveel kamers zouden zijn.
Hun enige contact buiten het Achterhuis zijn de helpers en de radio, die ze stiekem hebben.
Het enige tijdverdrijf dat ze hebben, zijn boeken. Anne, Margot en Peter krijgen schoolboeken, zodat ze van Otto een beetje les kunnen krijgen.
Een paar keer, bijvoorbeeld op zondagavond 9 april 1944, wordt er ingebroken in het kantoor van Opekta. De onderduikers schrikken zich dood, want ze dachten echt dat het hun einde zou zijn, dat de Duitsers ze zouden komen halen. Gelukkig was de inbreker niet uit op Joodse mensen, maar op eten. Eten was erg schaars in die tijd.
Anne schrijft hierover in haar Dagboek:
Dan, kwart over elf, gedruis beneden. Bij ons was de ademhaling van het hele gezin hoorbaar, verder verroerden we ons niet. Stappen in huis, privé-kantoor, keuken, dan… onze trap. Niemand ademde nu hoorbaar, acht harten bonkten. Stappen op onze trap, dan gerammel aan de draaikast. Dit moment is onbeschrijfelijk. ‘Nu zijn we verloren!’ zei ik, en ik zag ons alle acht diezelfde nacht nog door de Gestapo weggevoerd. Gerammel aan de draaikast, twee keer, dan viel een blikje, de stappen verwijderden zich, voor zover waren we gered! Een rilling voer door ons allen, van onbestemde kanten hoorde ik klappertanden, niemand zei nog een woord (…)
Omdat al die mensen zo op elkaars lip zitten, ontstaat er vaak ruzie. Dat vind ik wel begrijpelijk, want het moet vreselijk zijn om ál die tijd zó lang in een kamer met acht mensen te zitten.
De ruzies gaan vaak over wie er mag eten, wie er aan de schrijftafel mag zitten, en dat soort dingetjes.
Als er een ruzie is neemt Pim, zoals Anne Otto noemt, het vaak voor haar op. Anne schrijft in haar dagboek dat hij de enige is die haar begrijpt.
In het begin van 1944 merkt Anne dat ze Peter helemaal niet zo saai vindt als ze eerst dacht. Na een boel moeite voor Anne, omdat Peter heel verlegen is en hij Anne probeert te ontlopen worden ze een tijdje verliefd op elkaar. Anne vindt het leuk, want ze kan eindelijk met iemand over haar gevoelens praten.

7. Opgepakt
1 augustus 1944

Het vreselijke leven, met veel spanningen, in het Achterhuis gaat door. Anne schrijft op deze dag voor de laatste keer in haar dagboek. Ze schrijft over haar twee kanten. De vrolijke, grappige kant, die ze vaak laat zien, en haar ‘geheime’ serieuze en lieve kant, die ze bijna nooit laat zien.
4 augustus 1944
Het is een normale ochtend in het Achterhuis. Het is tijd voor de lessen van Otto. Als het bijna half 11 is, wil Otto beginnen met de les. Opeens klinkt er een luid gebonk en geschreeuw. Van beneden. Iedereen schrikt zich een ongeluk, en iedereen houdt zijn adem in.
De kast gaat open. 5 mannen komen binnen. 1 van hen heeft een Duits politie-uniform aan. Het is Karl Silberbauer. Hij is van de Gestapo. De andere 4 hebben gewone burgerkleren aan. Het zijn Nederlandse nazi’s. De Duitse agent heeft een revolver. Otto en Peter zien alle onderduikers met hun handen omhoog staan. Karl Silberbauer wil sieraden en geld. Hij pakt de tas waar de dagboekpapieren van Anne inzitten. Daar stopt hij alle waardevolle spullen in.
De onderduikers mogen alleen snel een paar kleren inpakken, daarna worden ze in een vrachtwagen naar het gebouw van de Gestapo gebracht.
Miep Gies en Bep Voskuijl blijven achter in het Achterhuis. Miep pakt de dagboekspullen van Anne. Ze bewaart ze in haar bureau.
Op 8 augustus worden de onderduikers naar kamp Westerbork gebracht. Hier blijven ze de hele maand augustus. Ze worden in een strafbarak gestopt, omdat ze zijn opgepakt, en niet vrijwillig zijn gekomen.
Op 3 september worden ze samen met meer dan duizend andere mensen naar kamp Auschwitz. Ze ondergaan een verschrikkelijke 3-daagse treinreis. Als ze in de nacht van 5 september aankomen, worden de volgende dag meer dan de helft direct vermoord. Deze mensen werden vermoord omdat ze of onder de 15 jaar waren, of dat ze te zwak waren om te werken. Anne is net 15 geworden, dus ze ontsnapt er op het nippertje aan.
De mannen en vrouwen gescheiden, en naar verschillende kampen gebracht. Anne, Margot en Edith gaan naar het vrouwenkamp in Birkenau, waar ze naartoe moeten lopen. Peter, Otto en Fritz Pfeffer gaan naar een mannenkamp.
De omstandigheden in de concentratiekampen zijn vreselijk. Als mensen niet worden vergast, sterven ze aan ziektes of ondervoeding. Er zijn geen medicijnen. Mensen worden zonder aanleiding doodgeslagen. Niemand is zeker wat er gaat gebeuren.
De Russische legers en de geallieerde legers komen van beide kanten. De Russen uit het oosten en de geallieerden uit het westen. De Duitsers weten dat ze de oorlog hebben verloren. Ze willen dat niemand ooit weet wat ze voor vreselijks ze hebben gedaan. Ze breken de kampen af, en soms schieten ze de gevangenen dood, en begraven ze in massagraven.

8. Anne Frank Tegenwoordig
Nadat Otto Frank terug is gekomen in Amsterdam, en hij weet dat zijn hele familie is overleden in de kampen, heeft hij van Miep Gies de dagboekpapieren gekregen. Otto leest het, en hij is heel verbaasd. Hij wist niet dat Anne zo precies alles had opgeschreven wat er in het Achterhuis is gebeurd.
Na er lang over nagedacht te hebben, besluit Otto de wens van Anne in vervulling te laten gaan. Hij zoekt een uitgever, en laat het boek publiceren. Anne is uiteindelijk toch een schrijfster geworden.
Het dagboek van Anne Frank is inmiddels in vijfenvijftig talen vertaald. Er zijn meer dan twintig miljoen exemplaren verkocht en er zijn veel films en toneelstukken over gemaakt. We hebben het toneelstuk ook in de klas gekeken, op tv.
We zijn met de klas ook in het Anne Frank Huis geweest. Het Achterhuis is na de oorlog gerestaureerd, en de meubels zijn eruit gehaald. Het Anne Frank Huis is een heel bijzonder museum, en er komen ieder jaar ongeveer 600.000 mensen.
Otto Frank is zijn verdere leven bezig geweest met het verspreiden van Anne’s idealen en ideeën. Hij is in 1980 overleden. Hij is 91 jaar geworden.

9. Nawoord
Anne Frank sterft in maart 1945
Margot Frank sterft in maart 1945
Edith Frank sterft op 6 januari 1945
Hermann van Pels sterft op 15 maart 1945
Peter van Pels sterft op 5 mei 1945
Auguste van Pels sterft tussen 9 april en 8 mei 1945
Fritz Pfeffer sterft op 20 december 1944
Otto Frank overleeft als enige de oorlog
Het kamp wordt een paar weken nadat Anne en Margot gestorven zijn, bevrijd.
Ik vond Anne Frank een heel interessant onderwerp om een werkstuk over te schrijven. Ik heb zoveel mogelijk informatie die ik heb gelezen en gezien in het werkstuk gebruikt.
Ik hoop dat u mijn werkstuk met plezier gelezen heeft, en dat u het heel interessant vond.



REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

L.

L.

goed dat al deze dingen op de site staan, maar ik moet een werkstuk van 20 bladzijden maken maar die vind je hier niet!! :,(

9 jaar geleden

A.

A.

superinteressant, ik ga mijn werkstuk ook over anne frank doen! Heeft iemand tips?

8 jaar geleden

H.

H.

o wauw ect mooi man

7 jaar geleden

B.

B.

ik doe mijn werkstuk ook over anne frank...... maar ik heb veel meer. dit werkstuk is ook goed maar ik moest veel meer;)

5 jaar geleden

A.

A.

waarom staat er geen bronvermelding bij???????

5 jaar geleden

A.

A.

super mooi werkstuk doe het zelf ook over anne frank wat voor punt had ze eigenlijk? ik een 9,5 ; )

5 jaar geleden