ADVERTENTIE
Zie jij op tegen het lezen van al die boeken voor je leeslijst?

Probeer dan eens een luisterboek! Wij geven je acht tips van boeken die op je leeslijst staan en die je kunt terugvinden op Storytel. Check het blog en probeer Storytel nu 30 dagen gratis! 


Check het blog!

HET ACHTERHUIS

Op zondag 5 juli kreeg Margot een oproepkaart. Ze moet in Duitsland voor de Nazi's gaan werken.
Op die zondag krijgen 1000 Joden ook zo'n kaart. Met die kaart moeten ze zich melden en krijgen ze een formulier mee. Daarop staat wanneer ze moeten vertrekken en wat ze allemaal mee moesten nemen.
Niemand weet precies wat de nazi's van plan zijn. De ouders van Anne Frank zijn er alvast op voorbereid. Op 6 juni 1942 ’s morgens vroeg verlaat de familie Frank hun huis aan Merwedeplein. Ze moesten alles achterlaten ook de kat van Anne. Ze moesten hun huis achterlaten omdat de Duitse soldaten op zoek zijn naar Margot, de zus van Anne. De familie Frank heeft besloten om onder te duiken bij Otto's bedrijf (de vader van Anne). Een paar medewerkers weten al dat de familie Frank daar gaat onderduiken, want ze hebben eraan meegewerkt om de schuilplaats in te richten. Als de familie Frank daar onderduikt hebben ze belooft om hun voedsel te brengen. Meteen de volgende dag vertrekken ze naar het achterhuis. Zonder het aan iemand te vertellen. Anne mag het ook niet aan haar vriendinnen vertellen. Na een uur lopen, in de stromende regen komen ze bij de schuilplaats aan; Prinsegracht 263. Dan vertelt Otto Frank aan Anne dat er nog een familie komt schuilen in het huis: de familie van Pels. De familie bestond uit meneer en mevrouw van Daan en Peter van Daan. Peter was even oud als Anne, en Anne was verliefd op Peter. Ze ging ook vaak naar hem toe, ook al mocht dat niet van haar ouders.

Schuilen in het achterhuis

Op 6 juli 1942 ging de familie Frank naar het achterhuis. Om in het achterhuis te komen moest je door een grijze deur die naar het achterhuis ging. Later werd er een kast voor gezet (het was een kast die draaibaar was). In de kast lagen allemaal mappen en er hing een kaart boven. Zo leek het een gewone kast. De kamer van Anne was het dichtst bij de draaikast.





Onder kantooruren moesten ze helemaal stil zijn in het Achterhuis. Ze mochten geen schoenen aan hebben, en ze mochten ook niks laten vallen, anders zouden ze verraden kunnen worden. Toen De favoriete plek van Anne was de zolder. Daar kon ze rustig nadenken, en ze kon daar uit het raam kijken. Die raam was de enige raam in het achterhuis. Anne zat er heel vaak. Want als ze naar buiten keek zag ze een boom. Deze boom was het enige van de buitenwereld wat ze nog kon zien. (nu is die boom heel veel in het nieuws omdat de boom heel erg ziek is. Ze willen de boom omkappen.). Voor dat raam hadden ze gordijnen gemaakt, omdat niemand mocht zien dat ze daar zaten. Want joden mochten niet onderduiken, als joden dat deden was dat heel strafbaar. Onderduiken was ook heel moeilijk. Veel joden wilden onderduiken. De families in het achterhuis moesten natuurlijk ook eten. Daarom hadden ze een voedselvoorraad op de zolder liggen, want niemand wist hoe lang ze nog zouden leven. natuurlijk moest er ook een beetje vers eten komen. Daarvoor waren De helpers: Miep Gies, Johannes Kleiman, Victor Kugler
en Bep Voskuijl. Zij werkten onder in het huis. Af en toe brachten ze wat te eten.
ANNE FRANK
Anneliese Marie Frank wordt geboren op 12 juni 1929 te Frankfurt am Main, als liberaal-joods meisje. Haar vader werkt in zijn eigen bank als Anne wordt geboren. Anne heeft een oudere zus, Margot. Zij is geboren op 16 februari 1926.

In het jaar 1929 is er een crisis. Veel bedrijven gaan dit jaar failliet en ook met het bedrijf van de familie Frank gaat het wat minder goed. In 1934 zal hun bedrijf ook failliet gaan.

Al vanaf 1932 marcheren soldaten van de SD door de Duitse straten met de gruwelijke liedjes als 'Als het jodenbloed van het mes afspat.' Voor de familie Frank is dit het teken om te vluchten, zoals ze in 1933 doen. De bank van Otto wordt overgegeven aan zijn broer en Otto begint een nieuw bedrijf in Amsterdam. De familie Frank zoekt een huis in Amsterdam en vinden deze op het Merwedeplein.

In Nederland gaat Anne naar de kleuterschool van de Montessorischool tot haar zesde, dan gaat Anne naar de basisschool.










In mei 1940 vallen de Duitsers Nederland binnen: alle joden die naar Nederland zijn gevlucht zitten vast. Anne moet een davidsster op haar kleren dragen en moet verplicht naar het Joods Lyceum. In juni 1942 worden de eerste oproepen verstuurd naar joden, om te werken in kampen als Westerbork. Ook Margot krijgt een oproep, op 6 juli, en zij moet daarom snel het huis verlaten. Otto besluit met zijn familie onder te duiken in zijn kantoor aan Prinsengracht 263. Terwijl de familie Frank alle spullen bij elkaar pakt regelt Miep Gies dat het achterhuis van het kantoor bewoonbaar is. Anne neemt naast haar kleren ook een fotoverzameling en haar dagboek mee, die ze hard nodig zal hebben.

Na enkele weken komt Miep Gies in contact met de joodse familie Van Pels. Ook zij betrekken het pand van Opekta en worden gevolgd door Fritz Pfeffer, de tandarts van de familie Frank.

Omdat het achterhuis hiermee erg vol komt te zitten, Anne moet bij Fritz Pfeffer op de slapen en Margot krijgt bij haar ouders op de kamer een bed. Peter van Pels krijgt een kamer op zolder en zijn ouders delen een aparte kamer.

Tijdens de jaren in het achterhuis worden de onderduikers verzorgd door vier werkers: Miep Gies, Victor Kugler, Johannes Kleiman en Bep Voskuijl. Johannes Kleiman besluit vlak na de onderduik van de familie de deur naar het achterhuis te verbergen achter een boekenkast, die via een haakje aan de rechterkant opzijgeschoven kan worden. Dit zorgt ervoor dat de schuilplaats minder opvalt.

Miep Gies koopt vaak voedsel, tijdschriften en sigaren voor de onderduikers op de zwarte markt. Hierdoor bouwt zij een goede band op met Anne Frank.

Het kantoor wordt op 4 augustus 1944 binnengedrongen door enkele medewerkers van de Grüne Polizei, onder leiding van Karl Silberbauer. De acht onderduikers worden naar Bergen-Belsen gestuurd en de werkers Victor Kugler en Johannes Kleiman worden gevangen genomen in de gevangenis van Amsterdam. Beiden komen kort daarna vrij.

In Bergen-Belsen ziet Anne haar beste vriendin Hanneli Goslar. Anne verteld haar dat haar zus de besmettelijke ziekte vlektyfus heeft en dat ze haar ouders kwijt is. Anne en Hanneli spreken af de volgende dag weer naar elkaar toe te komen, maar op dat moment ligt Anne in een hospital, om hier net als haar zus te sterven aan tyfus.

Otto Frank is de enige onderduiker die levend terugkeert van de kampen. Tot 1952 blijft hij bij Jan en Miep Gies wonen, om in Amsterdam het dagboek te lezen en de Anne Frank stichting op te richten, daarna richt hij in Zwitserland het Anne Frank Fonds op. Otto Frank sterft in 1980 in Basel (Zwitserland)

HET DAGBOEK
Op haar dertiende verjaardag, op 12 juni 1942, kreeg Anne Frank haar eerste dagboek. Anne besluit dat ze net zal doen of haar dagboek haar beste vriendin is. Een vriendin aan wie ze alles kan toevertrouwen. Ze noemt haar dagboek: 'Kitty'. Twee dagen later begon ze erin te schrijven. Ze schreef over haar familie, haar vriendinnen en over haar school. In haar dagboek schreef ze over de dingen die haar bezig hielden, haar angst, over haar huisgenoten, haar verliefdheden, haar vriendinnen, dat haar vader haar grote voorbeeld was, over haar wens om journaliste of schrijver te worden. Op zondag 14 juni begint Anne in haar dagboek te schrijven. Ze kan dan natuurlijk niet vermoeden dat haar leven snel daarna totaal zal veranderen. Ruim twee jaar lang zal Anne in haar dagboek schrijven over wat ze meemaakt. Evenmin kan ze op die dag vermoeden dat later miljoenen mensen over de hele wereld haar dagboek zullen lezen.
Op de eerste bladzijde van haar dagboek schrijft Anne:

Ik zal hoop dat ik aan jou alles kunnen toevertrouwen, zoals ik het nog aan niemand gekund heb, en ik hoop dat je een grote steun voor me zult zijn. (Anne Frank, 12 juni 1942)

De vader van Anne Frank, Otto Frank, was de enige die het had overleefd. Op 3 juni kwam hij weer in Nederland aan. Hij ging direct naar het huis van Miep en Jan Gies. Hij ging bij hen wonen. Na twee maanden ontving hij bericht dat Anne en Margot waren overleden. Miep wilde de dagboeken aan Anne teruggeven, maar nu ze dood was, gaf ze de dagboeken aan Otto. Otto was ontroerd. Hij wist niet dat Anne al haar belevenissen in het Achterhuis zo nauwkeurig had bijgehouden en opgeschreven. Otto typte grote stukken uit in het Duits en stuurde dat naar zijn moeder in Zwitserland. Hij wilde op zoek naar een uitgever, maar de oorlog was nog zo vers, dat er geen uitgever te vinden was. Tot er een stukje geplaatst werd van haar dagboek in een krant: Het Parool. In de zomer van 1947 kwam het dagboek uit in een oplage van 1500 exemplaren. Hiermee had Otto, Anne’s wens eenmaal een schrijfster te worden in vervulling doen gaan. Al gauw kwam er een vertaling in het Duits en later ook in het Engels. Nu is het boek in 60 talen uitgebracht! Er zijn ruim 20 miljoen exemplaren van verkocht. Ook zijn er film en toneelstukken over gemaakt. Veel straten en scholen zijn naar haar vernoemd.

Anne Frank staat symbool voor de zes miljoen Joden die in de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord door de nazi's. Otto Frank heeft zich zijn verdere leven ingezet om Anne’s ideeën te verspreiden.

OVER DE FAMILIE FRANK
|Edith Hollander| |Margot Frank| | Otto Frank| | Anne Frank|
(Moeder van Anne) (Oudere zus van Anne) (Vader van Anne ook wel “Pim”genoemd)
Alice Frank-Stern is de moeder van Otto Frank. Zijn vader is overleden in 1909 toen Otto 20 jaar was. Otto Frank is in Frankfurt am Main geboren. Al heel lang woont de familie Frank in Frankfurt. Edith Hollander is in Aken geboren, vlakbij de Nederlandse grens.

De familie is liberaal joods. Dat betekent dat ze niet zo streng gelovig zijn. De familie Frank is Duits, spreekt Duits en leest boeken in het Duits. Otto Frank vind lezen en studeren heel belangrijk.

De kinderen in de buurt hebben niet allemaal hetzelfde geloof. Sommige zijn katholiek, andere zijn protestant of joods. In de tuin is een zandbak waar Anne veel in speelt. Zij moet nog in de tuin blijven. Margot mag het tuinhekje wel uit en ze speelt met haar vriendinnetjes op straat.

Anne en Margot zijn dol op hun vader. Otto Frank heeft een bijnaam. Anne, Margot en Edith noemen hem meestal 'Pim'. Later zal Anne in haar dagboek haar vader ook zo noemen.

Eind maart verhuist de familie Frank weer. Ze gaan wonen in de Gaandhorestrasse 24. Anne en Margot blijven bevriend met hun oude buurkinderen, maar ze maken al wel heel snel andere vrienden. Het is 10 maart 1933. Er is in de winter veel veranderd voor de familie Frank en voor de andere Joden in Duitsland. In januari is Adolf Hitler aan de macht gekomen. Otto en Edith maken zich veel zorgen, maar dat laten ze niet merken aan de kinderen.

Nederland is nu nog maar een half jaar door de Duitsers bezet. Otto weet hoe het in Duitsland is gegaan. Daar mochten de joden al heel snel geen werk meer hebben. Zo zal het in Nederland ook gaan. Daarom geeft Otto Frank zijn bedrijf aan Victor Kugler en Johannes Kleiman. Het bedrijf krijgt in 1941 ook een nieuwe naam: Handelsvereniging Gies en Co.

1941 is het laatste jaar voor Anne op de Montessorischool. Na de zomervakantie van 1941 krijgen joodse kinderen te horen dat ze niet meer naar hun school mochten waar ze naar toe wilden. Joden moeten voortaan naar joodse scholen, met joodse leerkrachten. Anne en Margot gaan dan naar het joods lyceum. Joden moeten voortaan een jodenster dragen; joden moeten hun fietsen afgeven; joden mogen niet in de tram; joden mogen niet in een auto, ook niet in hun eigen auto; joden mogen alleen maar naar een joodse kapper; joden mogen alleen van 15:00 tot 17:00 boodschappen doen; joden mogen van 20:00 's avonds tot 6:00 's ochtends niet op straat.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.