ADVERTENTIE
Zie jij op tegen het lezen van al die boeken voor je leeslijst?

Probeer dan eens een luisterboek! Wij geven je acht tips van boeken die op je leeslijst staan en die je kunt terugvinden op Storytel. Check het blog en probeer Storytel nu 30 dagen gratis! 


Check het blog!

Gedicht over de oorlog



‘Het kamp’



Eenzaam staart een vrouw

Naar het rimpelloos water

Van een plas in het veld



Vocht vult ook haar ogen

Waarachter herinneringen

Zich geleidelijk opdringen



Het verleden rust als as

Op de vruchtenloze bodem,

Haar hemel blijft zwart

Als de rook van toen

En haar tweede afscheid

Fluistert lieve woorden:

“Dag moedertje…”



Otto Frank



Otto Frank is geboren op 12 mei 1889 in Frankfurt am Main. Hij heeft een oudere broer Robert (1886), een jongere broer Herbert (1891) en een zus Helene (1893). Zijn vader Michael Frank heeft een eigen bank. De familie is liberaal joods. Otto gaat niet naar een joodse school, maar naar het openbare Lessing Gymnasium.



Oorlog



In 1914 begint de Eerste Wereldoorlog en






een jaar later krijgt Otto Frank een oproep

voor het Duitse leger, net als zijn broers. Zijn moeder en zus werken als vrijwilligsters in een militair hospitaal in Frankfurt. Otto wordt ingezet aan het westelijke front, waar hij tijdens de oorlog bevorderd wordt tot luitenant. In 1918 eindigt de Eerste Wereldoorlog, een oorlog die miljoenen slachtoffers eist. Otto Frank en zijn broers overleven de oorlog, net als zijn moeder en zus.



Verliefd, verloofd, getrouwd



Na de Eerste Wereldoorlog neemt Otto Frank met tegenzin de leiding van de bank over van zijn moeder en zijn broer Herbert. Herbert heeft niet echt talent als bankier en de oudste broer Robert heeft weinig interesse. In 1924 ontmoet Otto Frank Edith Holländer. Op 5 april 1925 verlooft het stel zich en een maand later trouwen ze, op verzoek van de familie Holländer, in de synagoge van Aken.



Anne Frank



De vader van Anne Frank was al zesendertig toen hij trouwde; haar moeder was toen pas vijfentwintig. Margot, de zus van Anne, werd geboren in 1926, in Frankfurt am Main in Duitsland. Op 12 juni 1929 volgde Anne.



Otto Frank en Edith Holländer trouwen op 12 mei 1925 in Aken. Na hun huwelijksreis naar Italië vestigt het paar zich in Frankfurt am Main. Negen maanden later, op 16 februari 1926, wordt hun eerste dochter geboren: Margot Betti. Iets meer dan drie jaar later volgt Anne(lies) Marie. De familie van Otto Frank woont al jaren in Frankfurt am Main, Edith’s familie

Edith Holländer wordt op 16 januari 1900 in Aken geboren. Zij heeft twee oudere broers, Julius (1894) en Walter (1897) en een oudere zus, Bettina (1898). Vader Holländer heeft een handel in schroot en verschillende metaalverwerkingsbedrijven.










Edith Holländer gaat naar de protestantse Victoriaschule, een privé-school.

In 1916 slaagt Edith voor haar eindexamen.



Het leven in Frankfurt



Het eerste jaar na hun huwelijk wonen Otto en Edith Frank bij Otto’s moeder in Frankfurt am Main. Een maand na de geboorte van Margot verhuizen ze naar de Marbachweg 307, een groot huis in een rustige buurt aan de rand van de stad.



Buurkinderen



In de buurt wonen veel gezinnen, niet alleen joodse, maar ook katholieke en protestantse. Er zijn veel kinderen voor Margot om mee te spelen.



Crisis

De zusjes hebben natuurlijk geen weet van de grote, wereldwijde economische crisis die Duitsland treft. Het gaat steeds slechter met de bank van de familie Frank. Bovendien is de huisbaas lid van de NSDAP. Eind 1931 besluiten Otto en Edith Frank te verhuizen naar de Ganghoferstrasse 24. De woning is kleiner, goedkoper en ligt in een betere buurt.



Een progressieve school



Otto Frank schrijft in een brief aan zijn moeder in 1932. Hij vertelt daarin dat Margot schoolreisje heeft gehad en dat ze dolgelukkig was. In dat jaar gaat Margot voor het eerst naar school. Otto en Edith sturen haar naar een progressieve openbare school, maar zorgen er wel voor, dat zij twee keer per week naar joodse godsdienstles gaat.



Grote zorgen



Otto en Edith maken zich zorgen over hun toekomst in Duitsland, maar laten dat natuurlijk niet aan hun kinderen merken. Naast de slechte economische situatie zijn er ook politieke problemen. De aanhang van Hitlers NSDAP groeit. In juli 1932 wordt de NSDAP de grootste partij met 37% van de stemmen. De joden in Duitsland krijgen de schuld van alle problemen.



Anne Frank als schrijfster



Dit schreef Anne in haar dagboek, 5 april 1944



'Ik weet dat ik kan schrijven. Een paar verhaaltjes zijn goed, m'n Achterhuisbeschrijvingen humoristisch, veel uit mijn dagboek spreekt, maar... of ik werkelijk talent heb, dat staat nog te bezien.’



Vanaf haar dertiende verjaardag houdt Anne Frank een dagboek bij. Ze heeft geen vriendin met wie zij over alles kan praten en schrijft daarom in haar dagboek uitgebreide brieven aan een verzonnen vriendin: Kitty. De laatste keer dat Anne in haar dagboek schrijft is op 1 augustus 1944. In deze twee jaar is er veel veranderd in haar leven. De eerste weken na haar verjaardag waren 'normaal': zij ging naar school, maakte zich zorgen over haar rapport, beschreef haar klasgenoten... Maar vanaf 6 juli zit zij met haar ouders en zus ondergedoken in het achterhuis. Na een week volgt de familie Van Pels en in november 1942 komt Fritz Pfeffer er nog bij.



Schrijfster



Na de oorlog wil Anne Frank het liefst schrijfster of journaliste worden. Op 25 maart 1944 noteert zij: 'Peter vertel ik ook veel gemakkelijker dingen, die ik anders nooit loslaat. Zo heb ik hem ook verteld dat ik later veel wil schrijven, zoal geen schrijfster worden, maar dan toch naast m'n beroep of andere taak het nooit wil verwaarlozen.'



Bijzonder nieuws



Op 28 maart 1944 horen de onderduikers bijzonder nieuws uit Londen. Op radio Oranje kondigt minister Bolkestein aan dat na de oorlog dagboeken en andere belangrijke documenten zullen worden ingezameld, om zo de geschiedenis van het Nederlandse volk tijdens de Tweede Wereldoorlog voor de volgende generatie te bewaren. De onderduikers denken meteen aan Anne’s dagboek.



Tekstredactie



Rond 20 mei 1944 begint Anne Frank serieus aan haar boek.

In de periode totdat de onderduikers worden gearresteerd op 4 augustus 1944; herschrijft Anne een groot deel van haar originele dagboek op losse vellen papier. Vaak is het een kleine verandering en soms laat zij hele stukken weg. Die vindt ze te privé. Alle dagboekbrieven schrijft ze aan Kitty, haar ‘vriendin’. Het laatste losse vel van Anne was op 29 maart 1944.



Emigratie naar Nederland



In de zomer van 1933 gaat Otto Frank naar Amsterdam om een bedrijf op te zetten dat handelt in Opekta. Op 15 september 1933 schrijft hij zich in in bij de Kamer van Koophandel. Edith Frank-Holländer, ging in september ook naar Holland en Margot en Anne gingen naar Aken, want daar woonde hun oma. Margot ging in december naar Holland en Anne in februari. Anne werd als verjaardagscadeau voor Margot op tafel gezet.



Reclamemateriaal en demonstraties



Otto Frank houdt zich vooral bezig met het maken van reclamemateriaal en advertenties. Daarnaast verzorgt hij demonstraties op bijeenkomsten van huisvrouwenverenigingen. Na een tijdje neemt hij nog twee nieuwe medewerkers aan: Victor Kugler en Miep Gies. Victor Kugler wordt zijn rechterhand, hij handelt bestellingen af. Miep Gies geeft telefonisch en schriftelijk inlichtingen over het gebruik van Opekta.



Woonruimte



Terwijl Otto Frank druk bezig is met zijn bedrijf, logeren Edith, Margot en Anne bij oma Holländer in Aken. In de herfst pendelt Edith Frank op en neer tussen Aken en Amsterdam om woonruimte te zoeken. In November vindt zij een nieuwe woning aan het Merwedeplein.



Verjaarscadeautje



Op 4 januari gaat Margot voor het eerst naar school, een openbare school, die vlakbij het Merwedeplein ligt. Een paar weken later is de hele familie weer bij elkaar: Anne wordt als verjaarscadeautje voor Margot naar Amsterdam gebracht.



Nederland bezet



De nazi’s laten de joden een tijd met rust, maar daar komt in oktober 1940 verandering in. Alle ambtenaren moeten verklaren of zij joods of niet-joods zijn. Net als eerder in Duitsland worden joodse ambtenaren en leerkrachten korte tijd later ontslagen. Begin 1941 moeten alle joden in Nederland zich laten registreren. Zo weet de bezetter precies waar joden wonen.



Slimme constructie



Vanaf oktober 1940 mogen joden geen eigen bedrijf meer hebben. Het lukt Otto Frank via een slimme constructie Opekta uit de handen van de bezetter te houden en achter de schermen actief te blijven.



Een ster



Na de zomer van 1941 moeten Margot en Anne naar het Joods Lyceum. Joodse leerlingen mogen van de bezetter niet meer met niet-joodse op dezelfde school zitten. Het is de eerste keer dat de zusjes Frank naar dezelfde school gaan. Vanaf mei 1942 worden ze bovendien gedwongen om een ster met het woord 'Jood' op hun kleren te dragen.



Anti-joodse maatregelen



In haar dagboek maakt Anne Frank een lange lijst van alle dingen die zij niet meer mag: Joden moeten een jodenster dragen; joden moeten hun fietsen afgeven; joden mogen niet in de tram; joden mogen niet in een auto; joden mogen alleen van 15.00 - 17.00 uur boodschappen doen; joden mogen alleen maar naar een joodse kapper; joden mogen vanaf 20.00 uur 's avonds tot 6.00 uur 's ochtends niet op straat; joden mogen niet in schouwburgen en bioscopen; joden mogen niet naar een zwembad, tennis-, hockey- of andere sportplaatsen; joden mogen niet roeien; joden mogen na acht uur 's avonds niet meer in hun tuin zitten, ook niet bij hun kennissen; joden mogen niet bij christenen thuis komen; joden moeten naar joodse scholen etc.



Een oproep



Anne ligt in de zon te lezen, als er om drie uur plotseling aangebeld wordt. Het is de postbode met een kaart waar Margot’s naam op staat. Ze moet zich melden om in Duitsland in een werkkamp voor de nazi’s te gaan werken. De oproep komt niet totaal onverwacht. Otto en Edith Frank zijn voorbereid. Zij hebben een geheime schuilplaats geregeld en waren al van plan om op 16 juli onder te duiken. Door deze oproep gaan ze een week eerder naar de schuilplaats.



Een hectische avond



De avond van 5 juli is een hectische avond. Personeelsleden van Otto Frank, die van de plannen op de hoogte zijn, komen langs om nog zoveel mogelijk spullen naar de schuilplaats te brengen. De volgende ochtend vroeg vertrekt Margot als eerste. Zij fietst samen met Miep naar de schuilplaats. Een half uur later vertrekken Otto, Edith en Anne Frank. Zij hebben zoveel mogelijk kleren aangetrokken en elk een tas met spullen bij zich. In de stromende regen lopen zij naar de Prinsengracht.



De schuilplaats



De schuilplaats bevindt zich in een leegstaand gedeelte van Otto’s bedrijf aan de Prinsengracht 263. Er is ook rekening gehouden met Hermann en Auguste van Pels en hun zoon Peter. Ook zij zullen daar onderduiken.



Vanaf maandagochtend 6 juli 1942 zit de familie Frank ondergedoken. De familie Van Pels volgt een week later. In november 1942 zal er nog een achtste onderduiker bij komen: Fritz Pfeffer. Acht mensen dicht op elkaar in een benauwd achterhuis.



Onderduiken



Draaikast



De schuilplaats is in een leegstaand gedeelte van het bedrijf van Otto Frank. Terwijl in het voorste gedeelte het bedrijf gewoon doorgaat, zitten de onderduikers in het achterste gedeelte verstopt, in het achterhuis. Al snel wordt de toegang tot het achterhuis verborgen achter een draaikast.



De helpers



De onderduikers worden geholpen door vier personeelsleden van Otto Frank: Miep Gies, Johannes Kleiman, Victor Kugler en Bep Voskuijl. Ze zorgen voor voedsel, kleding, boeken en allerlei andere dingen die nodig zijn. Bovendien houden zij de onderduikers op de hoogte van het laatste nieuws uit de stad. Meestal zijn het slechte berichten, want overal in de stad zijn er razzia's: joden die zich niet melden, worden gearresteerd. De helpers vertellen vaak niet alles, om de onderduikers niet nog angstiger en somberder te maken.



De achtste onderduiker



De schuilplaats is relatief groot. De familie Frank woont in twee kamers op de eerste etage, de familie Van Pels in twee kamers op de tweede. De kamer van Hermann en Auguste van Pels doet tevens dienst als algemene woon- en eetkamer. Via Peters kleine kamertje komen de onderduikers op de zolder. Op die zolder worden de voorraden bewaard.



Acht onderduikers



In november 1942 komt er nog een achtste onderduiker bij: Fritz Pfeffer. Hij is een kennis van de familie Frank en de familie Van Pels. Vanaf dat moment slaapt Margot Frank bij haar ouders op de kamer en delen Anne Frank en Fritz Pfeffer het kamertje ernaast. In het begin vindt Anne haar nieuwe kamergenoot 'een erg aardig mens'.



Razzia’s



De onderduikers moeten 24 uur per dag binnen blijven. Als er beneden in het magazijn gewerkt wordt, moeten zij doodstil zijn. Overdag mag de wc zo min mogelijk worden doorgetrokken, omdat de afvoerbuizen door het magazijn lopen.



Tussen de middag eten de helpers vaak samen met de onderduikers in het achterhuis. De magazijnmedewerkers zijn dan even naar huis. Ze bespreken dan de situatie in de stad. Er zijn veel razzia's. Joden die zich niet vrijwillig melden, worden opgepakt en naar kamp Westerbork gebracht. Van daaruit vertrekt bijna elke week een trein naar het oosten van Europa. De onderduikers gaan er vanuit dat de meeste joden daar vermoord worden.



Nooit naar buiten



De onderduikers mogen niet naar buiten, dat is veel te gevaarlijk. Overdag moeten de gordijnen van het achterhuis dicht blijven, anders zouden de buren hen kunnen zien. De enige mogelijkheid om dan wat frisse lucht te krijgen is in het kleine zolderraampje. 's Nachts staan de ramen soms een stukje open.



Tijdsindeling



Otto en Edith Frank hebben er rekening mee gehouden, dat de onderduiktijd lang zou kunnen duren. Ze hebben schoolboeken meegenomen voor hun dochters. Op 21 september 1942 schrijft Anne dat ze met leren is begonnen. In zijn herinneringen schrijft Otto Frank daarover dat Edith

en hij in het begin hebben proberen in te schatten hoelang ze ondergedoken zouden moeten zitten. De kinderen moesten genoeg boeken hebben om te kunnen lezen en leren.



Een dag in het achterhuis



De onderduikers hebben een strakke dagindeling. Meestal staat Hermann van Pels zo rond 6.45 uur op, daarna volgen de anderen. Van 8.30 uur tot 9.00 uur moeten de onderduikers erg stil zijn, want dan beginnen de magazijnmedewerkers. Het kantoorpersoneel, is dan nog niet gearriveerd. Zij beginnen rond 9.00 uur. Op dat moment gaan de onderduikers ontbijten op de kamer van Hermann en Auguste van Pels. Miep Gies gaat dan even kijken in het achterhuis en haalt meteen het boodschappenlijstje op. Ook gedurende de rest van de dag gaan de helpers soms even langs in het achterhuis, bijvoorbeeld om iets te bespreken of om spullen langs te brengen.



Middageten



Om 12.30 uur gaan de magazijnmedewerkers naar huis, de onderduikers zijn dan opgelucht. Het middageten wordt voorbereid en om 13.00 uur luisteren de onderduikers naar het nieuws van de BBC uit Londen. Om 13.15 staat het eten op tafel. Bep Voskuijl eet vaak mee, Jan Gies meestal en verder is Victor Kugler of Johannes Kleiman er ook nog bij. Een enkele keer komt Miep Gies ook nog even langs in de schuilplaats. Om 13.45 gaat iedereen weer aan het werk. De afwas wordt gedaan en daarna is het tijd voor een middagdutje. Anne slaapt dan vaak niet maar gebruikt die tijd om in haar dagboek te schrijven.



De 'avondvrijheid'



Om 17.30 uur zorgt Bep voor de 'avondvrijheid', zoals Anne dat in haar dagboek noemt. Het andere personeel van Opekta is dan naar huis. Bep vraagt of er nog boodschappen nodig zijn en gaat dan om 17.45 uur ook naar huis. De onderduikers mogen dan in het kantoorgedeelte totdat Auguste van Pels en Edith Frank het avondeten klaar hebben.



Slaapproblemen



Dan wordt er gegeten. Het tijdstip hangt af van het nieuws op de radio. Rond 21.00 uur worden de bedden klaar gemaakt. Er moet veel geschoven en opgeruimd worden. Vanaf 22.00 uur is het rustig in het achterhuis, maar vaak hebben de onderduikers moeite om in slaap te vallen. Zeker als er geschoten wordt op geallieerde vliegtuigen.



De dag van arrestatie



Het is 4 augustus 1944. Het is een warme, zonnige dag. Op het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst (SD) in Amsterdam komt 's morgens een telefonische tip binnen. De SD-er Julius Dettman die het telefoontje krijgt geeft Karl Silberbauer opdracht om naar de Prinsengracht te gaan. Hij krijgt vier Nederlandse nazi's mee om hem te helpen. Silberbauer en een paar van zijn helpers gaan het bedrijfsgedeelte binnen op de begane grond en spreken de magazijnbediende Willem van Maaren aan. Die wijst zwijgend naar boven.



'Zitten blijven'



Het kantoorpersoneel is op de eerste verdieping aan het werk als opeens de deur opengaat. Miep Gies vertelt later dat er een kleine man binnenkwam met een revolver in de hand, die hij op haar richtten en zei dat ik moest blijven zitten.Victor Kugler, die in het kantoor ernaast zat hoort veel lawaai en gaat kijken wat er aan de hand is. Victor Kugler vertelde later dat hij vier politieagenten zag, waarvan één in het uniform van de Gestapo. Eén van de politieagenten richt zijn pistool op hem en beveelt hem voor te gaan. Ze lopen naar de draaikast en maken die open. De mannen gaan met pistool het achterhuis binnen.



Een man met een pistool



De onderduikers zijn erg verrast. Al meer dan twee jaar leven ze met grote angst om ontdekt te worden. Nu is het zover. Otto Frank vertelt na de oorlog dat het ongeveer half elf was. Ze was boven bij de Van Pelsen op Peters kamer en hielp hem met het schoolwerk. Plotseling kwam iemand de trap oprennen en toen ging de deur open en een man stond vlak voor ze met een pistool in zijn hand. Beneden waren ze allemaal verzameld. Zijn vrouw, de kinderen en de Van Pelsen stonden met hun handen omhoog. Vervolgens wordt ook Fritz Pfeffer de kamer binnen gebracht.



Waardevolle spullen



De onderduikers moeten hun waardevolle spullen inleveren. Silberbauer pakt Anne’s aktetas waar haar dagboekpapieren inzitten en schudt die leeg om daar de waardevolle spullen in te stoppen. Annes dagboekpapieren vallen op de houten vloer. Toen zei hij dat ze zicht moesten klaarmaken. Over vijf minuten moest iedereen klaar staan. Miep Gies vertelt dat ze hen heel langzaam van de trap af hoort gaan. Samen met de beide mannelijke helpers, Victor Kugler en Johannes Kleiman, die ook gearresteerd zijn, worden de onderduikers met de overvalwagen afgevoerd.



Naar de gevangenis



De acht onderduikers worden naar de SD-gevangenis aan de Euterpestraat gebracht. Samen met andere gearresteerden worden zij in een grote ruimte opgesloten. Daarna worden zij één voor één verhoord. De agenten proberen erachter te komen of de helpers en onderduikers nog andere adressen weten, waar onderduikers zitten. Johannes Kleiman en Victor Kugler zwijgen. Otto Frank antwoordt op die vraag, dat zij door de 25 maanden in het achterhuis elk contact met vrienden en kennissen verloren hebben en dus niets weten. Daarna worden de onderduikers en helpers gescheiden. Johannes Kleiman en Victor Kugler worden naar de Strafgevangenis aan de Amstelveenseweg gebracht, de acht onderduikers naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam.



Naar kamp Westerbork



In alle vroegte worden de acht onderduikers en andere gevangenen op 8 augustus 1944 uit hun cellen gehaald en met de tram naar het Centraal Station gebracht. Er staat een trein klaar, een gewone personentrein. De trein vervoert de gevangenen naar Westerbork.



Strafbarakken



Na een paar uur komt de trein aan in Westerbork, in het noordoosten van Nederland. De gevangenen worden geregistreerd en ingedeeld in de strafbarakken. Daar zitten de gevangenen die zich niet vrijwillig gemeld hebben, maar ondergedoken waren. Er zijn barakken voor mannen en voor vrouwen.



Batterijen openhakken



Overdag moeten de gevangenen werken. De vrouwen moeten batterijen uit elkaar halen. Het is smerig en ongezond werk. Ze moesten batterijen met een beitel en een hamer openhakken en dan de teer in de ene mand gooien en het koolstaafje dat je eruit haalde in de andere mand; het metalen hoedje moest je er met een metalen schroevendraaier af tikken en dat ging weer in het derde mandje. Behalve dat je er ontzettend smerig van werd raakten ze allen aan het hoesten omdat het een bepaalde stof afscheidt. Het prettige van het werken bij de batterijen was dat je met elkaar kon praten.



Deportatie



Vanuit Westerbork vertrekken regelmatig treinen naar concentratiekampen in het oosten. Op zaterdag 2 september worden de namen van de gevangenen voorgelezen die de volgende dag mee moeten. Onder de 1019 namen zijn de namen van alle acht onderduikers uit het achterhuis.



Doodmoe



De volgende ochtend vroeg staat een lange goederentrein klaar. In elke wagon worden ongeveer 70 gevangenen geperst. Mannen, vrouwen, kinderen, jong, oud, gezond, ziek. De meeste gevangenen moeten staan. Het lukt de familie Frank om bij elkaar te blijven. Heel velen, ook de meisjes Frank, hebben geslapen. Tegen de moeder of tegen de vader aan, alles en iedereen was doodmoe.



Uitgeput



De treinreis duurt lang, drie dagen. In elke wagon staat een emmer, die dienst moet doen als wc. Binnen de kortste keren stinkt het vreselijk. De gevangenen krijgen geen hap door hun keel. Iedereen stond en hing tegen elkaar aan. Er waren grote kieren in die wagons en er waren twee roosters met dik gaas ervoor, waardoor lucht binnenkwam. Wanneer je toevallig bij zo’n luchtgat kwam, konden er twee dingen gebeuren, of dat je minder last had van de stank of je kreeg het ontzettend koud. Het ene moment rijdt de trein snel, dan weer langzaam. Na twee dagen raakt iedereen uitgeput, hier sterft een man, daar valt een oude vrouw, huilende kinderen; het was voor die mensen niet vol te houden.



De blik van Margot



In de derde nacht staat de trein plotseling stil. Midden in de nacht, ongeveer om twee uur. Dan worden de deuren van de wagons opengemaakt. Mannen in gestreepte pakken schreeuwen dat iedereen snel moet zijn. De gevangenen moeten hun bagage in de trein achterlaten. Het zijn gevangenen van Auschwitz, die de taak hebben de mensen uit de aankomende treinen te halen. Op het perron lopen ook SS’ers rond met honden. Ze hebben zwepen in hun hand. Er staan felle schijnwerpers op het perron. De mannen moeten zich aan de ene kant opstellen, vrouwen aan de andere kant. Het is de laatste keer dat Otto Frank zijn vrouw en dochters ziet. Over dat moment vertelt hij later dat hij de blik in de ogen van Margot zijn leven lang zal herinneren.



Naar rechts



SS-artsen beoordelen elke gevangene. Kinderen, ouden en zieken worden naar de ene kant gestuurd, de overige gevangenen naar de andere kant. Met een scherpe blik kijkt de officier hen aan, zegt niets en wijst alleen naar rechts. Degene die de andere kant op moesten, zoals oudere mensen, alle kinderen met hun moeders of begeleiders, hebben we nooit teruggezien, zij werden onmiddellijk naar de gaskamer gebracht. De acht onderduikers uit het achterhuis worden ook naar rechts gestuurd.



Selectie



Otto Frank en het dagboek



Otto Frank doet er alles aan om erachter te komen hoe er met zijn dochter is. Hij zet een advertentie en praat met overlevenden die terugkeren uit de kampen. Aan zijn zus schrijft hij op 21 juni een brief hoe hij verder zou moeten zonder de kinderen nu hij Edith al verloren heeft. Hij kan het zich niet voorstellen. Hij is heel erg verdrietig en laat weten dat hij er bijna niet over kan schrijven. ‘Hij blijft wachten…’



Bergen-Belsen



Een paar weken later ontmoet Otto Frank de zusjes Janny en Lien Brilleslijper. Zij waren samen met Anne en Margot in Bergen-Belsen en vertellen hem dat zijn dochters daar gestorven zijn. Pas na drie dagen heeft Otto de kracht om het zijn familie te vertellen. Hij stuurt een brief aan zijn broer Robert en vraagt hem die brief door te sturen aan zijn moeder.



Erfenis



Als Miep het hoort, geeft ze hem de dagboekpapieren van Anne. Al die tijd heeft ze die papieren in de la van haar bureau bewaard in de hoop ze aan Anne zelf terug te kunnen geven. Nu zegt ze tegen Otto dat het de erfenis is van zijn dochter; Anne.



Diepe gedachten en gevoelens



Eind jaren zestig herinnert Otto Frank zich wat er door hem heen ging toen hij het dagboek voor de eerste keer las. Hij begon langzaam te lezen, een paar bladzijden per dag, meer was niet mogelijk. Hij las ontzettend veel pijnlijke herinneringen. Alles werd duidelijk. Er verscheen een heel andere Anne voor Otto dan de dochter die hij had verloren. Zulke diepe gedachtes en gevoelens, daar had hij nooit wat van gemerkt.



Dit vertelde Otto Frank allemaal in een brief aan zijn moeder.



'Zoveel kracht uit haar geloof'



'Dat Anne zich zo intens verdiept had in het probleem en de betekenis van het joodse lijden door de eeuwen heen, dat ze zoveel kracht had geput uit haar geloof in God, dat was een verrassing voor me. Ik herinnerde mij dat Anne nooit bijzonder geïnteresseerd was als wij joodse feestdagen vierden of als Fritz Pfeffer op vrijdag het avondgebed sprak. Zij stond er dan stilletjes bij. Ik geloof dat de religieuze vormen van het jodendom voor haar weinig betekenden, in tegenstelling tot de ethiek.'



'Belangstelling voor de natuur'



'Hoe had ik kunnen weten, hoeveel het voor haar betekende om een stukje blauwe lucht te zien, vliegende meeuwen te observeren, hoe belangrijk de kastanjeboom voor haar was, terwijl ze nooit blijk had gegeven van belangstelling voor de natuur. Maar zij verlangde ernaar, toen zij zich als een vogel in een kooi voelde. Alleen al de gedachte aan de vrije natuur gaf haar troost. Maar zij had al die gevoelens voor zichzelf gehouden.'



Spijt



'Ik werd soms verdrietig als ik las hoe hardvochtig Anne schreef over haar moeder. In haar woede over een of ander conflict liet ze haar gevoelens de vrije loop. Het deed pijn om te lezen hoe vaak Anne de visie van haar moeder verkeerd beoordeelde. Maar het was een opluchting in latere passages te lezen dat Anne inzag dat het soms haar schuld was dat ze vaak niet met haar moeder overweg kon. Ze had zelfs spijt van wat ze geschreven had.'



Zelfkritiek



'Natuurlijk wisten wij allemaal dat Anne een dagboek bijhield. Soms las ze ons humoristische episodes en verhalen voor. Ze vroeg zelfs meerdere keren aan Johannes Kleiman of hij niet een verhaal naar een tijdschrift zou kunnen sturen. Zo graag wilde zij iets publiceren. Nooit las zij ons iets voor wat over haarzelf ging. En dus hebben we nooit geweten hoe intens haar persoonlijkheid zich ontwikkelde en ze had de meeste zelfkritiek van ons allemaal.'



Uitgeven



Otto Frank besluit het dagboek te laten zien aan zijn vrienden en familie. Hij typt het over en vertaalt voor zijn familie een groot gedeelte in het Duits. Zijn vrienden vinden dat hij het dagboek niet alleen voor zichzelf mag houden, omdat het een belangrijk document was. Ze vinden dat hij het moet uitgeven. Otto vindt het eerst niet echt een goed plan, maar ziet uiteindelijk in dat zij gelijk hebben.



Wereldwijde belangstelling



Na de Nederlandse uitgave van 'Het Achterhuis' verschijnt het boek in een hele hoop andere talen. Vanaf 1953 werkt het echtpaar Hackett-Goodrich aan een toneelstuk. Hun toneelstuk komt in veel stukken uit het dagboek. Op 5 oktober 1955 vindt de première plaats in het Cort Theatre in New York.



Drie Oscars



De film 'The Diary of Anne Frank' gaat op 18 maart 1959 in première. De film verdient niet heel veel maar wint wel drie Oscars, waaronder een voor Shelley Winters als 'Best Supporting Actress'. In april 1959 is de

Nederlandse première van de film. Net als eerder bij het toneelstuk zijn er ook wat mensen uit van het Koninklijk Huis: Koningin Juliana en Kroonprinses Beatrix. Aan het einde van de voorstelling wordt het Wilhelmus gespeeld.



Rondleidingen



Door dagboek, toneelstuk en film word de belangstelling voor Anne Frank en haar geschiedenis steeds groter. Steeds meer mensen bellen aan op de Prinsengracht

263. Johannes Kleiman geeft vaak rondleidingen. Tot 1954 zit het bedrijf Opekta in het pand, daarna moet Otto Frank het verkopen, omdat het niet zo

goed gaat met het bedrijf. De nieuwe eigenaar heeft plannen om het te gaan slopen.



De publicatie van 'Het Achterhuis'



De uitgetypte tekst van Otto Frank komt via via in handen van Jan Romein en zijn vrouw Annie Romein-Verschoor. Na een paar pogingen van Annie Romein om een uitgever te vinden, schrijft Jan Romein er een kort artikel over. Otto Frank weet daar niks van. Het artikel komt 3 april 1946 op de voorpagina van Het Parool en een paar uitgevers raken geïnteresseerd.



Trots



Uitgeverij Contact in Amsterdam neemt de opdracht aan. Er worden een paar dingen weggelaten, omdat de uitgeverij met respect voor Anne niet haar teksten over haar seksualiteit wil gebruiken. De eindredacteur heeft ook nog wat kleine dingen veranderd. Op 25 juni 1947 is het boek ‘Het Achterhuis. Dagboekbrieven van 14 juni 1942 tot 1 augustus 1944' er. Er zijn 1500 exemplaren van. Later zegt hij over dat moment: 'Hoe trots zou Anne geweest zijn, als zij dat beleefd had.'



Namen



In de uitgave van 'Het Achterhuis' zijn een aantal namen veranderd. Anne Frank had bij haar aantekeningen al een lijstje gemaakt met naamsveranderingen met de achterliggende gedachte dat het dagboek misschien gepubliceerd zou worden. Otto Frank neemt er een aantal over, andere veranderd hij. In 'Het Achterhuis' zijn de namen als volgt veranderd:



Hermann van Pels = Mijnheer (Hermann) Van Daan

Auguste van Pels = Mevrouw (Petronella) Van Daan

Peter van Pels = Peter van Daan

Fritz Pfeffer = Mijnheer (Albert) Dussel

Victor Kugler = Mijnheer (Harry) Kraler

Johannes Kleiman = Mijnheer (Simon) Koophuis

Bep Voskuijl = Elli Vossen

Miep Gies = Miep van Santen

Jan Gies = Henk van Santen



Vrienden & het Koninklijk Huis



Meteen nadat het is verschenen geeft Otto Frank boeken zijn familie en vrienden. Ook vrienden en vriendinnen van Anne en Margot, die in het dagboek voorkomen, krijgen 'Het Achterhuis'. Hij stuurt ook een boek naar de minister-president van Nederland en het Koninklijk Huis.



Initiatief in Duitsland



Na dit succes komt er interesse in het buitenland. In 1950 verschijnt 'Het Achterhuis' in het Duits en Frans, twee jaar later is er ook een vertaling in Groot-Brittannië en in de Verenigde Staten te krijgen. Otto Frank vindt het belangrijk dat er een Duitse vertaling komt. Eigenlijk wachtten Otto altijd op contact vanuit het buitenland, maar in één land nam hij zelf initiatief; dat was in Duitsland. Hij vond dat zij het ook moesten lezen.



Zoveel aspecten van het leven



Otto Fank probeert te bedenken waarom zoveel mensen 'Het Achterhuis' willen lezen. Hij zegt daarover: 'Ik vroeg eens aan mijn uitgever hoe het kwam dat zoveel mensen het dagboek lazen. Naar zijn mening omvatte het dagboek zoveel aspecten van het leven, dat iedere lezer wel iets zou vinden, dat hem persoonlijk raakte. En dat lijkt te kloppen.'



Inmiddels is het dagboek vertaald in meer dan 65 talen en zijn er ruim 30 miljoen exemplaren verkocht


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.