ADVERTENTIE
Zie jij op tegen het lezen van al die boeken voor je leeslijst?

Probeer dan eens een luisterboek! Wij geven je acht tips van boeken die op je leeslijst staan en die je kunt terugvinden op Storytel. Check het blog en probeer Storytel nu 30 dagen gratis! 


Check het blog!

Inhoud



Inleiding

Hoofdstuk 1 Wie is de familie Frank?

Hoofdstuk 2 Het dagboek

Hoofdstuk 3 Aldolf Hitler aan de macht

Hoofdstuk 4 Naar Nederland

Hoofdstuk 5 De vervolging begint

Hoofdstuk 6 Schrijven in haar dagboek

Hoofdstuk 7 De joden wetten

Hoofdstuk 8 Vluchten

Hoofdstuk 9 Concentratie kampen

Hoofdstuk 10 Deportatie van joden

Hoofdstuk 11 Het achterhuis

Hoofdstuk 12 Onderduikers

Hoofdstuk 13 Het dagelijks leven

Hoofdstuk 14 Ontdekt






Hoofdstuk 15 De verrader Achterhuis gevonden??

Hoofdstuk 16 Anne Frank stichting



Waarom heb ik dit onderwerp gekozen?????



Ik heb dit onderwerp gekozen omdat ik altijd al iets meer van Anne Frank heb willen leren en te weten komen. Ik heb van dit werkstuk heel veel geleerd en ik vond het onderwerp ook interessant. Het leek me ook gewoon heel leuk om te weten hoe zij heeft geleefd en daar ben ik in ieder geval achter gekomen. En ik heb nog veel meer geleerd.



Hoofdstuk 1. Wie is de familie Frank?

Anne Frank

Anne frank (haar echte naam is: Anneliese Frank) werd op 12 juni 1929 in

Frankfurt aan de Main geboren. De familie frank (Otto,edith, Anne, Margot en oma Holländer) woont dan aan de Marbachweg 307. Toen Anne geboren werd waren haar ouders 4 jaar getrouwd. Haar zus Margot werd op 16 Februari 1926 geboren. De familie frank is liberaaljoods dat wil zeggen dat ze zich wel verbonden voelen met de tradities maar niet streng gelovig zijn.

Otto frank heeft een bijnaam, Anne, Margot en Edith noemen hem meestal Pim. Op 15 september 1933 richt Otto Frank het bedrijf Opekta Werke op.










Op 5 december 1933 verhuizen Margot en Edith frank naar Nederland, pas in februari 1934 verhuist ook Anne frank naar Nederland.

Op 5 juli 1942 krijgt Margot Frank een oproep om zich te melden.

Die middag komt Miep Gies (een vrouw die bij Otto frank werkt) ze neemt wat schoenen, jurken, jasjes, ondergoed en kousen mee. ‘S avonds om 11 uur komt ze samen met haar man jan, ze nemen weer veel spulletjes mee.

De volgende dag gaat de familie frank onderduiken, 10 dagen te vroeg. In de vroegte komt Miep Margot ophalen. Om half 8 gaat de rest van de familie. Ze hebben veel lagen kleren aan, want ze moeten veel en zo onopgemerkt kleren meenemen. Ze komen in het kantoorgebouw van Otto frank aan. Ze gingen de middelste deur naar binnen, de deur leidt naar het kantoor op de eerste verdieping. Achter een boekenkast schuilt een deur die naar het achterhuis leidt. Het is heel groot.

Op 13 juli 1942 komt de familie van pels (Anne frank

noemt ze in haar dagboek de familie vandaan) bij de familie frank in het achterhuis wonen.

Het kamertje dat Anne eerst deelde met Margot moet ze nu delen met peter van pels, Margot slaapt dan bij haar ouders.

Peter is 15 jaar oud, Anne beschrijft hem als een tamelijk saaie en verlegen slungel van wiens gezelschap niet veel te verwachten is.

Op 16 november 1942 komt ook Fritz Pfeffer (Anne noemt hem in haar dagboek Albert Dussel) in het achterhuis wonen

rond 6 januari 1944 wordt ze verliefd op peter. Ze hebben lange en diepgaande gesprekken. Anne krijgt ook haar eerste zoen van peter.

Op 4 augustus 1944 worden de familie frank en de andere onderduikers opgepakt, ze zijn verraden. Door wie? Dat weten we nu nog steeds niet.

De onderduikers zitten 4 dagen in een cel, op 8 augustus wordt de familie frank naar kamp Westerbork gebracht.

Ze overleven het allemaal.

Op 3 september 1944 worden de onderduikers samen met duizenden andere mensen met het laatste treintransport naar het concentratiekamp Auschwitz in polen overgebracht.

Ze komen daar in de nacht van 5 op 6 september aan.

Meteen wordt daar ruim de helft van alle mensen vermoord, onder hen zijn bijna alle kinderen onder de 15, Anne ontkomt hieraan omdat zij net 15 is geworden.

Hermann van pels overlijdt in Auschwitz.

In oktober 1944 worden Anne en Margot naar Bergen-Belsen gebracht.

Ook Edith frank overlijdt op 6 januari 1945 in Auschwitz.

Op 27 januari 1945 wordt Otto frank door het Russische leger bevrijdt.

Anne en Margot sterven in maart 1945 in Bergen-Belsen.

Anne sterft net voordat het kamp bevrijd wordt.

Op 3 juni 1945 komt Otto aan in Amsterdam, hij is de enige overlevende van de onderduikers.

Hij gaat bij Miep Gies en haar man wonen.

In november 1953 trouwt hij met Elfriede Markovits, en hij overlijdt op 19 augustus 1980 op 91-jarige leeftijd. Hieronder zie je de familie Frank.



Margot Frank

Margot is Anne’s zus.

Ze was 16 jaar & was erg lief. Anne zou haar graag willen vertrouwen, maar ze nam alles veelte ernstig.



Otto Frank

Otto was 53 jaar.

Anne was dol op haar vader,

ze kon goed met hem opschieten.

Hij was haar grote voorbeeld.



Edith Frank

Edith was 42 jaar.

Anne kon niet goed met haar moeder opschieten,

haar moeder begreep haar niet.



Hoofdstuk 2. Het dagboek



Het is 1942.Het is oorlog. Nederland is al twee jaar bezet door de Duitsers. De familie Frank is joods. Joden worden door de Duitsers gediscrimineerd en vervolgd. Het is voor joden steeds moeilijker om gewoon te leven. Maar vandaag denkt Anne daar niet aan, want ze is jarig. Vandaag is het vrijdagochtend 12 juni. Ze is 13 jaar geworden. Van haar ouders kreeg ze een dagboek. Een dagboek met witte en rode ruiten. Anne geeft haar dagboek een naam: Kitty. Op de eerste bladzijde van haar dagboek schrijft ze: Ik zal, hoop ik aan jou alles kunnen toevertrouwen, zoals ik nog aan niemand gekund heb . Aan de binnenkant van de omslag plakt ze een foto van zichzelf en schrijft erbij: snoezige foto hé!



Hoofdstuk 3. Adolf Hitler aan de macht



Het is 10 maart 1933. De ergste winterkou is voorbij. Er is in die winter veel veranderd voor de familie Frank, en voor alle andere joden in Duitsland. Zes weken eerder, in januari, is Adolf Hitler aan de macht gekomen. Otto (de vader van Anne) en Edith(de moeder van Anne) maken zich grote zorgen, maar dat laten ze niet aan de kinderen merken! Nazi’s drongen het gemeentehuis in en hingen een rode vlag met een zwart hakenkruis erop. Het hakenkruis was het symbool van de NSDAP (Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders Partij). Adolf Hitler, was de leider hiervan. Overal stond het op: op gebouwen, uniformen, brieven, stempels enz. In 1935 werd de hakenkruisvlag, de officiële vlag van Duitsland.



De familie Frank heeft besloten om Duitsland te verlaten. Want er worden door Hitler steeds meer maatregelen tegen joden genomen. De joden in Duitsland zijn bang voor hun toekomst.

De familie Frank heeft besloten om naar Nederland te verhuizen. Otto Frank heeft het aanbod gekregen om in Amsterdam een nieuw bedrijf te beginnen. De familie Frank gaat weg uit Duitsland als Hitler net aan de macht gekomen is.



Adolf Hitler Niet alleen de familie Frank vlucht weg uit

Duitsland, ook duizenden andere joden proberen weg te komen uit Duitsland. Ze zijn bang dat het leven alleen maar moeilijker zal worden. Er zijn ook mensen die denken dat het allemaal wel zal meevallen, maar de Nazi’s gaan door. Tegenstanders worden gevangen genomen. Er komen steeds meer wetten die het voor de joden het leven onmogelijk maken: stapje, voor stapje wordt hun werk, geld en vrijheid ontnomen.

Duizenden joden proberen alsnog in die jaren naar het buitenland te vluchten. Maar dat wordt met de dag lastiger.

Er is geld nodig voor de reis, en dat hebben de Nazi’s van de meeste joden afgepakt. Andere landen voelen er steeds minder voor om vluchtelingen uit Duitsland op te nemen. Ze denken ook dat de verhalen over vervolgingen en concentratiekampen overdreven zijn.



Hoofdstuk 4. Naar Nederland



Anne, Margot en Edith zijn nog in Duitsland en ondertussen is Otto Frank in Amsterdam om daar een geschikt huis te vinden voor hem en zijn familie.

Pas in de herfst van 1933 vindt hij een geschikt huisje in Amsterdam, waar ze moeten wonen, totdat ze moeten onderduiken. Edith en Margot gaan in December naar Amsterdam. Anne blijft nog een poosje bij haar oma logeren, tot het huis helemaal is ingericht. In Februari gaat Anne naar haar nieuwe huis. Ze is nu vijf jaar oud.



Het wonen in Amsterdam beviel de Familie Frank goed. In hun buurt woonden veel Joden die uit Duitsland waren gevlucht.

In 1933 is Otto Frank begonnen met zijn nieuwe bedrijf. Het bedrijf heet Opekta Werke en verkoopt pectine. Pectine is een vruchten poeder dat je nodig hebt als je zelf jam wilt maken. Veel mensen doen dat omdat het veel goedkoper en lekkerder is. Pectine wordt verkocht in flesjes, doosjes en papieren zakjes. De huisvrouwen die vragen hebben kunnen de Opekta-inlichtingendienst bellen. Dan krijgen ze Miep Santrouschitz aan de telefoon. Miep werkt bij Otto op kantoor. Al snel ontstaat er een vriendschap tussen de familie Frank en Miep. Miep en Otto praten vaak over wat er allemaal in Duitsland gebeurt, ook Miep is fel tegen Hitler en de Nazi’s.

Vanaf de zomer van 1937 krijgt ze assistente van Beb Voskuijl.



Sinds 1934 gaat Anne naar school. Ze is nu zeven jaar. Eerst zat ze twee jaar in de kleuterklas, op de montessorischool. Ook Margot gaat naar deze school.



Oma Hollander uit Aken komt in 1937 bij de familie Frank wonen. In Duitsland is de situatie voor de joden bijna ondraaglijk geworden. De haat en het geweld tegen de joden Montessorischool

zijn groot. Het is een wonder dat oma in Nederland wordt toegelaten. Veel joodse vluchtelingen worden aan de grens teruggestuurd. Oma is ziek en zwak en ligt vaak op bed.

In een van die rijtjes huizen is Anne naar verhuisd.



Hoofdstuk 5. De vervolging begint



Terwijl de familie Frank in Nederland een tamelijk onbezorgd leven leidt, gaan Hitler en zijn aanhangers door met de uitvoering van hun plannen. Vanaf 1933 bereidt Hitler een oorlog voor. De Nazi’s bezetten in 1938 Oostenrijk en delen van Tsjecho-Slowakije.

Als de Duitsers in1939 Polen binnenvallen, verklaren Engeland en Frankrijk aan Duitsland een oorlog. De Duitse legers gaan verder. Op 10 Mei 1940 vallen ze Nederland binnen. De koninklijke familie en de Nederlandse regering vluchten naar Engeland. 4 dagen later, op 14 mei bombarderen de Duitsers de stad Rotterdam. Er vallen veel doden. Als de Nazi’s dreigen ook andere steden te bombarderen, geeft Nederland zich over. In het eerste oorlogsjaar merkt men nog niet zoveel van de bezetting in hun land. De Duitsers willen weten wie er Joods is. Daarom moet elke Nederlander zich eind 1940 laten weten of men Joods is. Wie dit niet doet krijgt een zware straf.



In november 1940 worden alle Joodse Ambtenaren ontslagen. Het jaar erop krijgen alle Nederlanders een persoonbewijs. Dat is een soort paspoort. Bij joden komt er een stempel in met een j. Daarna komen er net zoals in Duitsland wetten, die veel dingen voor joden verbieden.

Veel niet-joodse mensen gaan niet meer met joden om, ze vinden het te gevaarlijk, en dat is precies wat de Duitsers willen. Ze willen de joden steeds meer afzonderen van de rest van de bevolking. Zodat de joden helemaal alleen komen te staan. Uiteindelijk komt het er op neer dat de joden helemaal niets meer mogen.



Op 1 december verhuist het bedrijf van Otto Frank naar een ander pand. Nederland is nu een half jaar bezet. Otto weet hoe het in Duitsland is gegaan. Daar mochten de joden al snel geen bedrijf meer hebben. Zo zal het in Nederland ook wel gaan. Daarom geeft hij zijn bedrijf over aan Victor Kugler en Johannes Kleiman. Het bedrijf krijgt in 1991 ook een nieuwe naam: handelsvereniging Kies & Co. Het is nu 1941.

Het is het laatste jaar dat Anne op de basisschool zit. Na de zomervakantie 1941 krijgen Joodse kinderen te horen dat ze niet meer naar de school van hun keuze mogen. Joden moeten voortaan naar een joodse school, waar ze les krijgen van joodse leerkrachten. Anne en Margot gaan na de zomervakantie naar het jood Lyceum.

Maar daar blijft het niet bij, Anne schrijft later: Jodenwet volgde op jodenwet en onze vrijheid werd zeer beknokt. Joden moeten een jodenster dragen joden moeten hun fietsen afgeven; joden mogen niet in de tram; joden mogen niet in een auto, ook geen particulieren; joden mogen alleen van 15.00-17.00 boodschappen doen; joden mogen alleen maar naar een joodse kapper;j oden mogen van 20.00-6.00 niet op straat komen. Zo ging ons leventje door, en we mochten dit niet en dat niet. Jacgue (een vriend van Anne)zei altijd, ik durf niks meer te doen, want ik ben bang dat het niet mag.



De joden moesten op een gegeven moment ook een jodenster dragen, om duidelijk te laten zien of je een jood was of niet. Een jodenster werd ook wel David ster genoemd. Als je dat niet op had en je was wel een jood stond daar een zware straf op.



Hoofdstuk 6. Schrijven in haar dagboek



Op haar dertiende verjaardag, op 12 juni 1942, krijgt Anne haar dagboek. Twee dagen later begint ze erin te schrijven. Ze schrijft over haar familie, haar vriendinnen en haar school. Die maand krijgt ze een nieuw vriendje: Hello Silberg. Hij is zestien en Anne vind hem erg knap. Anne geniet van het leven en over de oorlog denkt zij liever niet na. Maar voor joden is het gevaarlijk om onnadenkend te zijn. Dat blijkt bijvoorbeeld op maandag 29 Juni. Aan het eind van de middag komt Hello met haar ouders kennis maken. Anne schreef daar over:

Lieve Kitty

Ik had taart en snoep gehaald, thee en koekjes, van alles was er, maar Hello noch ik hadden zin om zo naast elkaar op een stoel te gaan zingen, dus gingen we wandelen. We kwamen pas om 10 over acht thuis, en vader was erg boos. Ik moest hem beloven om voortaan om 10 voor acht thuis te zijn(1 juli 1942)

Haar vader was nu vaak overdag thuis. Anne denkt dat het heel naar voor hem is om zich zo overbodig te voelen. In die zelfde week, begin juli, heeft haar vader een ernstig gesprek met haar.

Toen we een paar dagen geleden om ons pleintje heen wandelden, begon vader over schuilen te praten, hij had het erover dat het erg moeilijk voor ons zal zijn om helemaal afscheiden van de wereld te leven. Ik vroeg waarom hij er nu al over sprak, ‘Anne antwoorden hij daarop, je weet dat we al meer dan een jaar kleren, levensmiddelen en meubelen naar andere mensen brengen.’ (5 juli 1942).



Hieronder staan een aantal tekstjes vermeld die Anne frank in haar dagboek heeft geschreven.



-12 juni 1942-

"Ik zal hoop ik aan jou alles kunnen toevertrouwen, zoals ik het nog nooit aan niemand gekund hebben ik hoop dat je een grote steun voor me zal zijn."



Twee maanden later in haar schuilplaats schrijft zij:



-28 september 1942: "Ik ben, O, zo blij dat ik je meegenomen heb”.



Anne Frank gebruikt het dagboek niet alleen om haar gedachten in op te schrijven. Zij plakt er ook van alles in en schrijft daar commentaar bij.

Anne Frank zou vanuit het achterhuis graag met iemand corresponderen. Dat is te gevaarlijk. Daarom verzint zij denkbeeldige vriendinnen aan wie zij brieven in haar dagboek schrijft. Na ongeveer een jaar kiest Anne Frank een van haar denkbeeldige vriendinnen om haar dagboekbrieven aan te richten. Die vriendin heet Kitty.

Mensen schrijven in dagboeken vooral hun intieme gedachten en overpeinzingen op. Anne Frank probeert ook het dagelijkse leven in het achterhuis en het nieuws van buiten te beschrijven. Soms zijn er spannende gebeurtenissen te vertellen, bijvoorbeeld bombardementen en inbraken midden in de nacht Al oefenend slaagt Anne Frank er in het wel en wee van de onderduikers op een eerlijke en soms ook komische manier te beschrijven.



28 september 1942

"Tot nu toe heb ik bijna uitsluitend gedachten in mijn boek geschreven en tot leuke verhalen die ik later eens kan voorlezen is het nooit gekomen. Maar ik zal in vervolg maar niet of minder sentimenteel zijn en mij meer aan de werkelijkheid houden..



Anne Frank heeft een kritische blik, niet alleen voor anderen, maar ook voor zichzelf.



-15 juli

"Lieve Kitty,

Ik kan me bij al mijn handelingen bekijken, alsof ik een vreemde was. Helemaal niet vooringenomen of met een zak vol verontschuldigingen sta ik dan tegenover de Anne van elke dag en kijk toe wat die goed en slecht doet."



Nadat Anne Frank een jaar lang een dagboek heeft bijgehouden, begint zij sommige dagboekaantekeningen te herschrijven tot verhalen. Zij geeft die verhalen titels zoals "Het Beste Tafeltje', 'Aardappelschillen' en 'Als de klok half negen slaat'. En in een apart schrift, het Verhaaltjesboek' schrijft Anne Frank naast deze waargebeurde verhalen ook fantasieverhalen. Na de oorlog zijn deze verhalen gepubliceerd onder de titel èVerhaaltjes en gebeurtenissen uit het Achterhuis".



Uit 'Als de klok half negen slaat:

"Margot en moeder zijn zenuwachtig. 'SST... vader, Stil Otto, SST.. Pim! Het is half negen. Kom nu hier, je kunt niet meer het water laten lopen. Loop zachtjes!' Dit zijn de diverse uitroepen van haar vader in de badkamer. Klokslag half negen moet hij in de kamer zijn. Geen druppel water, geen wc, niet lopen, alles stil."



In maart 1944 komt er op de vrije radiozender Oranje vanuit Engeland een oproep om na de oorlog voor de geschiedschrijving dagboeken van gewone burgers te verzamelen. Dan beseft Anne Frank dat haar dagboek misschien wel interessant voor anderen zou kunnen zijn. Zij vat het plan op haar dagboek te bewerken tot een echt boek.



- 29 maart 1944-

"Gisteravond sprak minister Bolkestein voer de Oranjezender erover dat er na de oorlog een inzameling aan dagboeken en brieven van deze oorlog zou worden gehouden. (..) Stel je voor hoe interessant het zou zijn als ik een roman van het Achterhuis uit zou geven."



Haar dagboek nog eens helemaal doorlezend denkt Anne Frank wekenlang na over haar plan een boek over het Achterhuis te schrijven.



-11 mei 1944-

"Nu over iets anders: ]e weet allang dat m'n liefste wens is dat ik eenmaal journaliste en later een beroemde schrijfster zal worden. (..) Na de oorlog wil ik in ieder geval een boek getiteld Het Achterhuis uitgeven. Of dat lukt blijft ook nog de vraag, maar m'n dagboek zal daarvoor kunnen dienen."



Anne begint het dagboek te herschrijven. Ze heeft het niet af als op 4 augustus 1944 de politie het Achterhuis binnenvalt en Anne Frank wordt meegenomen; haar dagboek blijft achter.



In 10 weken, van 20 mei tot 4 augustus 1944 herschrijft Anne Frank een groot deel van haar dagboek. Vooral het begin van het dagboek verbetert zij sterk. Ondertussen schrijft zij ook verder in haar gewone dagboek. Het herschrijven wordt afgebroken door de arrestatie op 4 augustus 1944. Anne Frank heeft dan 324 losse vellen volgeschreven.



Hoofdstuk 7. De joden wetten



In haar dagboek maakt Anne een lijstje van alle dingen die zij niet meer mocht. Joden moeten een jodenster dragen, joden moeten hun fietsen afgeven, joden mogen niet in de tram, joden mogen niet in een auto, ook niet in een particuliere, joden mogen alleen van 15.00 - 17.00 uur boodschappen doen, joden mogen alleen maar naar een joodse kapper, joden mogen vanaf 20.00 uur 's avonds tot 6.00 uur 's ochtends niet op straat, joden mogen zich niet in schouwburgen,



bioscopen en andere voor vermaak dienende plaatsen ophouden, joden mogen niet naar een zwembad, evenmin naar tennis, hockey of andere sportplaatsen, joden mogen niet roeien ,joden mogen in het openbaar generlei sport doen,joden mogen na acht uur 's avonds niet meer in hun tuin zitten, evenmin bij hun kennissen, joden mogen niet bij christenen thuis komen, joden moeten naar joodse scholen gaan en nog veel meer.



Hoofdstuk 8. Vluchten



Anne schrijft op 5 juli in haar dagboek: Margot kwam naar mij toe rennen, en fluisterde dat er een oproep voor vader was van de SS (de SS is de afkorting voor Schutsstaffel. Dat betekent beschermingseenheid in het Duits. De SS was een nationaal –socialistische militaire organisatie, die erg veel macht had. De SS werd zeer gefreesd vanwege zijn wreedheid. De militaire petten waren’ versierd’ met een doodskop). Een oproep, iedereen wist wat dat betekende, ik zag de concentratiekampen en eenzame cellen al in mijn geest opdoemen en daar naartoe zouden wij vader moeten laten vertrekken? Hij gaat natuurlijk niet verklaarde Margot mij toen wij in de kamer zaten te wachten tot moeder kwam. Moeder is naar vandaan, om te vragen of we morgen naar onze schuilplaats kunnen vertrekken. Van Daan gaat met ons mee schuilen. We zijn daar met zijn zevenen.



Even later zitten Anne en Margot nog steeds angstig en geschrokken in hun slaapkamer. Dan, opeens vertelt Margot aan Anne dat de oproep niet voor vader maar voor haar zelf bestemd is!

Anne schreef in haar dagboek: Ik schrok opnieuw en begon toen te huilen. Margot is 16 zulke meisjes willen ze dus alleen weg laten gaan.(8 juli 1942).

Maar gelukkig zal ze niet weg gaan, want de familie Frank gaat onderduiken. Maar wanneer, hoe en waar?

Ze schreef:

Ik dacht aan het schuilen en stopte daardoor de gekste dingen in mijn tas, ik heb er geen spijt van, want ik geef meer om herinneringen jurken (8 juli 1942) .



Aan het eind van de middag wordt Miep Gies gehaald. Miep komt en neemt wat schoenen, jurken, jasjes, ondergoed en kousen mee.

Anne schreef: Ik was doodmoe en hoewel ik wist dat het de laatste nacht in mijn bed zou zijn, sliep ik meteen.



Hoofdstuk 9. Concentratiekampen



Wat er gebeurd is in Auschwitz, Sobibor, Treblinka, Majdanek, Chelmno en tientallen andere vernietigingskampen is al lang bekend. Maar naast deze vernietigingskampen bestonden er ook nog een aantal andere kampen. Die kampen lagen in alle West-Europese landen die de Duitsers bezetten. Deze kampen heette Durchgangslager, in het Nederlands doorgangskamp. Deze kampen maakte een deel uit van het vernietigingsplan van Hitler. Een aantal doorgangskampen zijn Drancy in Frankrijk, Mechelen in Belgie, Fossoli di Carpi in Italie, Berg in Noorwegen en Westerbork in Nederland.



Westerbork, oorspronkelijk een gehucht in Drenthe. Het gehucht bestond uit een paar huizen, heidevelden en veenmoerassen. In najaar van 1939 kwamen de eerste Joodse mensen naar Westerbork. De Duitse gevluchte Joden die daar waren woonden in eenvoudige houten gebouwen in het inmiddels gevormde kamp. De vluchtelingen, die net als in andere landen, niet over geld en papieren beschikten, waren in Nederland niet welkom. De Nederlandse regering weigerde hun asiel te verlenen en bracht de vluchtelingen onder in de armste en dunst bevolkte provincie.

Onder de naam ‘Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork’ werd er een plan gemaakt en uitgevoerd. Het plan bestond uit het bouwen van 200 kleine onderling verbonden huisjes en een paar barakken voor ongeveer 3000 Joodse vluchtelingen. De huisjes waren voor gezinnen en de barakken voor alleenstaande mannen en vrouwen. Elk huisje had twee kamers, een toilet en een elektrische kookplaat. Ook was het huisje omgeven door met doornstruiken begroeit strookje grond. Dit was bedoeld als tuintje. De barakken hadden een rechthoekige vorm. Ze waren vijfentachtig meter lang, tien meter breed en ongeveer vijf of zes meter hoog. Ook waren er in de barakken aparte toiletten voor mannen en vrouwen.

Op 1 juli 1942 werd Westerbork officieel overgedragen aan de Duitsers. Onder de nieuwe naam Polizeiliches Durchgangslager Westerbork ging het kamp verder. Het kamp had ook een nieuwe functie gekregen. Het was niet langer een vluchtelingenkamp, maar een opslagplaats voor Joden die overgebracht zouden worden naar de vernietigingskampen.

In de dagen en weken na de bezetting van de Duitsers stond er rond het hele kamp een twee meter hoog hek. In diezelfde weken werden er zeven wachttorens gebouwd. En als klap op de vuurpijl kwam er ook nog Nederlandse politie die het kamp bewaakten. Maar het meest ingrijpende was dat de Duitse Joden die daar nog zaten een gourvernementele status kregen, het was voor hen nu toegestaan om te beslissen over leven en dood. Omdat hun taal en cultuur gelijk waren aan die van de Duitsers leiders van Westerbork kregen de Duitse Joden alle belangrijke bestuursposten De Duitse Joden werden voortaan Alte Kampinassen genoemd. Daarom werd een groot gedeelte van die Duitse Joden vrijgesteld van deportatie. (= het wegbrengen van de Joden, Homo’s enz. naar de vernietigingskampen)

De Alte Kampinassen waren blij met hun nieuwe machtspositie, deze was ook erg uitgebreid. Alles van het kamp viel onder hun beheer. Ze hadden zelfs de zeggenschap wie er wel of niet werden gedeporteerd. De commandant van Westerbork bepaalde iedere week hoeveel mensen er moesten worden gedeporteerd en dan stelde de Alte Kampinassen de transportlijst samen. Het gevolg was dat de Nederlandse Joden die de Alte Kampinassen niet mochten als eerst gedeporteerd werden. Hier werden De Duitse Joden niet geliefder op. Als de leden van de Alte Kampinassen niet meer goed functioneerden werden zij als nog gedeporteerd. Meer dan twee jaar duurde het voor de eerste trein uit Westerbork werd getransporteerd. In die twee jaar waren de Joden geleidelijk aan uitgesloten van het normale leven. Op 15 juli 1942, toen de bevolking van kamp Westerbork al 1400 inwoners telde, kwam het eerste transport. De trein kwam uit Amsterdam en maakte een tussenstop om de vracht aan te vullen. Hierbij waren 175 mensen uit het kamp de klos. Vanaf die dag voltrok het plan van de menselijke vernietiging in snel tempo. In totaal zijn er 104 duizend joden gedeporteerd over 93 transporten. Dat zijn ongeveer 1115 mensen per keer. Binnen anderhalf jaar verdwenen de Joden van de Nederlandse bodem waar ze zo lang hadden gewoond.

Westerbork was voor de Nederlandse Joden het laatste contact met hun geboorteland. De Joden probeerden zolang mogelijk van de transportlijst af te blijven, omdat zij voelden dat Polen wel eens hun ondergang kon zijn.

Maar wij weten nu hoe het kamp was en wat zich daarna afspeelden. Aan de enige verharde weg in Westerbork zijn nu nog de sporen te zien van het kamp. Deze weg heette Boulevard des Miseres. Dit was ook het laatste wat de Joden zagen voordat ze naar de vernietigingskampen

gingen. Hoewel het leven in kamp Westerbork niet leuk was, was het nog een goed leven in vergelijking met de vernietigingskampen.



Hoofdstuk 10. Deportatie van Joden



Op maandag 29 juni staat er in alle Nederlandse kranten dat de Duitse bezetter besloten heeft om de Joden over te brengen naar werkkampen in Duitsland. De Joden in Nederland zijn in paniek: wat gaat er met hen gebeuren? Wat kunnen ze doen? De Duitse bezetter heeft immers de namen en adressen van alle Joden precies geregistreerd. Veel Joden denken erover om onder te duiken, maar dat is erg moeilijk.

Op zondag 5 juli krijgen de eerste Duizend joden een kaart in de bus.

Margot Frank behoord tot die eerste groep. Op de kaart staat dat ze zich moeten melden op een Deportatie van joden

bepaald adres. Daar krijgen ze een formulier waarop staat wanneer hun trein vertrekt en wat ze mee moeten nemen. De joden weten alleen dat ze naar het kamp Westerbork worden gestuurd. Niemand weet wat er daarna met hen zal gebeuren.



De Duitsers roepen in 1942 en 1943 alle joden in Nederland op voor een Deportatie. Maar veel Joden komen niet opdagen. Dan besluit de Duitse politie tot een harde aanpak. De politie komt vaak zonder aankondiging aan de deur en neemt de Joden gelijk mee. Ze houden ook Razzia’s: dan sluiten ze een hele wijk af en pakken alle Joden op. Joden worden uit hun huizen gesleurd, op vrachtwagens geladen en per trein naar Westerbork gebracht.



De Duitsers worden geholpen door een groot deel van de Nederlandse politie. Ook zijn er Nederlandse Nazi’s, die de Duitsers helpen. Als zij bij de Joodse gezinnen binnenvallen, roven ze vaak eerst alle spullen van waarde: geld, sieraden en voedsel. Eind september 1943 zijn bijna alle joden in Nederland opgepakt. Dan gaan de bezetters extra moeite doen om Joodse onderduikers op te sporen. Veel joden worden alsnog ontdekt en weggevoerd.

Er zijn groepjes ‘joden jagers’ actief. Voor elk Jood-vrouw, man of kind - krijgen deze mensen een beloning.

Als iemand vijf joden heeft verraden krijgt hij/zij fl.37.50. Dit is net zo veel als een gemiddeld weekloon.



Hoofdstuk 11. Het achterhuis



Op 6 juli 1942, ‘s morgens in alle vroegte, verlaat de familie Frank het huis aan het Merwedeplein. Acht jaar lang hebben ze daar gewoond. De meeste spullen moeten ze achterlaten. De familie Frank loopt van het Merwedeplein naar het achterhuis aan de prinsengracht. Het is joden niet toegestaan om gebruik te maken van de tram, bus of auto. Ook fietsen is voor joden verboden. Margot die met Miep al eerder vertrokken was op de fiets, heeft dus een risico genomen. Anne en haar ouders liepen ongeveer vier kilometer naar de prinsengracht. Anne schrijft: de arbeiders die vroeg naar hun werk gingen, keken ons medelijdend na; op hun gezichten was duidelijk de spijt te lezen dat ze ons generlei voertuig aan konden bieden; de opzichtige gele ster sprak voor zichzelf.

Het achterhuis

Margot is al weg samen met Miep; Om halfacht vertrekt Anne met haar ouders. Anne Heeft een heleboel kleren over elkaar aan, want niemand zou het overwegen om met koffers over straat te lopen. Anne vraagt zich steeds maar af waar ze gaan onderduiken. Pas als ze op straat zijn, vertellen haar vader en moeder het onderduikadres. Al eerder was besloten om op 16 juli te gaan onderduiken. Maar door de oproep voor Margot is het hele onderduik plan 10 dagen vervroegd. Anne’s vader vertelt dat de schuilplaats in zijn kantoor is. Alleen Victor Kugler, Johannes kleinman, Miep Gies en Beb Voskuijl zijn op de hoogte van de komst van de onderduikers. Op de Prinsengracht aangekomen neemt Miep de familie Frank gauw mee naar boven, het achterhuis in. Miep sluit de deur achter hen dicht en dan zijn ze alleen. Margot staat al op hen te wachten. Overal staan dozen en er liggen stapels beddengoed. Het is zo’n rommel dat het niet te beschrijven is. Ze gaan meteen aan de slag. Dinsdag morgen gaan ze weer verder waar ze de vorige dag zijn opgehouden. Tijd om na te denken over de verandering in haar leven heeft Anne niet. Pas de volgende woensdag heeft ze de tijd om uitgebreid in haar dagboek te schrijven.



Hoofdstuk 12. Onderduikers.



Veel Joden proberen te ontkomen aan de Duitse deportaties door onder te duiken. Onderduiken is erg moeilijk. Waar kan men naartoe? Organisaties die de onderduikers helpen, zijn er in het begin van de oorlog nog niet. Het is nodig als je wilt onderduiken om niet-joodse vrienden te hebben die je willen verstoppen. Maar door alle maatregelen hebben de meeste joden die niet meer.



Het komt bijna nooit voor dat een heel gezin ergens terecht kan. Wat dat betreft is de familie Frank een grote uitzondering. Soms geven ouders hun kinderen aan wild vreemden af, want het is eenvoudiger om voor kinderen een onderduikplek te vinden dan voor volwassenen. Het vinden van een onderduikadres is vaak al moeilijk, maar daar houdt het niet mee op. Onderduiken kost geld. Vaak wordt veel kostgeld gevraagd. Veel joden zijn arm en kunnen dat niet betalen.



Onderduiken is erg gevaarlijk. Men weet dat onderduikers die worden gevonden naar een concentratie kamp moeten. Concentratie kampen zijn kampen waar de Joden uit alle delen van europa werden verzameld en gevangen gezet.



Er zijn ook veel joden die anderen niet in gevaar wilden laten brengen, en dus besluiten om niet onder te gaan duiken. Er staan namelijk zware straffen aan de hulp van onderduikers. Gelukkig zijn er toch mensen die joden onderdak geven. Deze mensen zijn vaak het enige contact met de buitenwereld. Ze zorgen voor eten, brengen kranten en boeken, proberen een betrouwbare arts te vinden als iemand ziek wordt, spreken onderduikers moed in, noem maar op. Het helpen van de onderduikers is een zware taak, vol risico. Veel helpers worden door de Duitsers opgepakt en naar concentratie kampen gestuurd.



Pas in de zomer van 1943 komen er geheime organisaties aan onderduikers. Maar dan zijn de meeste joden al weggevoerd.

Van de 140.000 joden in Nederland zijn er uiteindelijk 25.000 ondergedoken. Ongeveer 16.000 onderduikers zitten nog verstopt, en 9000 zijn al weggevoerd.



Even de onderduikers voorstellen.



Hermann van Pels

Hermann van Pels werkte vanaf 1938 in het bedrijf van Otto.Herman was een grote forse man en was een heel gezellig iemand, die zich goed wist aan te passen. Anne omschrijft hem in haar dagboek een paar keer. Zo schreef zij op 9 augustus 1943 in haar dagboek: hij had de goeie mening hij wist het meest van alles. Nou goed, hij had een knappe kop, maar hij was heel erg verwaand.



Auguste van Pels

Zijn vrouw Auguste was een vlot en wat charmant persoon.Anne schreef in haar dagboek overduidelijk: zij was de schuldige van alle discussies. Stoken dat is leuk werk. Stoken tegen Edith en Anne. Tegen Margot en Otto gaat dat niet zo gemakkelijk. Vlijtig, vrolijk, charmant soms een leuk snuitje.



Peter Van Pels

Miep Gies vond Peter was een knappe gedrongen jongen met dik donker haar, dromerige ogen en een zacht karakter. Tijdens de onderduik had ze bijna geen contact met hem: nooit een gesprek mee gehad, alleen een keer, toen hij vroeg of ik bloemen voor Anne wilde verzorgen. Anne is in het begin helemaal niet tevreden met Peter. Een tamelijk saaie en verlegen slungel van nog geen zestien jaar, van wie gezelschap niet veel te verwachten was. Maar ander halfjaar later was zij verliefd geworden op Peter en kreeg zij van hem haar eerste zoen.



Fritz Pfeffer

Op 16 november 1942 dook Fritz Pfeffer onder in het achterhuis. Hij was een joodse kennis van de familie Frank en werkte als tandarts in Amsterdam. Miep Gies was een van zijn patiënten. Op een dag vroeg hij haar of zij geen schuilplaats voor hem wist. Miep legde deze vraag voor aan Otto. Na overleg met de andere onderduikers besloot hij dat er nog een achtste onderduiker bij kon.



En natuurlijk de familie Frank.



Hoofdstuk 13. Het dagelijks leven



In de loop van de dagen die volgen, leert Anne elk plekje van de schuilplaats kennen. De onderduikers zijn heel bang dat ze worden ontdekt. Mensen in het magazijn mogen ze niet horen. Ook moeten ze oppassen dat de buren hen niet zien of horen.

Het enige contact met de buiten wereld verloopt via de helpers van de onderduikers. Zij kopen voedsel, brengen boeken en kranten mee en vertellen wat er allemaal in Amsterdam gebeurt. De wereld is voor Anne heel klein geworden. Anne is blij als op 13 juli 1942 de familie pels er bij komt. Ze geeft hun in haar dagboek een andere naam.



Anne haar slaapkamer



De familie van Daan bestaat uit 3 personen: meneer en mevrouw van Daan en hun zoon Peter, die 15 jaar oud is. Peter heeft zijn kat “Mouschi” meegenomen. Anne is blij dat zij er zijn. Het is gezellig en ook minder stil, want van de stilte wordt zij een beetje zenuwachtig.

De dagen gaan langzaam voorbij. Dagen worden weken, en weken worden maanden. Overdag, als het personeel werkt, mogen de onderduikers alleen maar fluisteren en lopen zij heel zacht op hun sokken. Niemand in het achterhuis mag de kraan of het toilet gebruiken tussen negen uur ’s ochtends en negen uur ’s avonds.



Op de meeste dagen doordeweeks, studeert Anne in de grote stapels schoolboeken die ze meegenomen heeft. Ook Margot en Peter besteden dagelijks vele uren aan de schoolvakken.

Geen van de kinderen wil op school achterkomen. Anne leest veel boeken die Miep voor haar meebrengt.



Veel Joden in Nederland worden in deze maanden opgepakt en weggevoerd naar de concentratiekampen. De families Frank en van Daan ontkomen hieraan door zich te verstoppen in het achterhuis. De hele dag zijn deze families bang dat zij ontdekt worden. Het is dan ook geen wonder dat de onderduikers regelmatig kibbelen en ruziemaken. Ook Anne heeft het moeilijk met haar nieuwe leven. Alles is zij kwijt: haar vriendinnen en vrienden, haar school, haar vrijheid….Anne is soms opstandig en verdrietig. ‘S nachts huilt zij vaak.

Anne bemoeit zich met alles en iedereen heeft altijd een antwoord klaar. Maar meneer en mevrouw van Daan vinden haar een brutaal en slecht opgevoed kind. Met haar moeder licht ze regelmatig overhoop. Margot doet vaak kribbig tegen haar, ook aan Peter heeft ze weinig steun.



Op een avond wordt er opeens heel hard gebeld. Iedereen schrikt ontzettend. Is dat de Duitse politie? Is dit het einde? Iedereen houdt zijn adem in, maar het blijft stil. Drie weken later schrikken de onderduikers opnieuw. Op het overloopje tegenover de boekenkast horen ze plotseling hamerslagen. Iedereen houdt direct zijn mond.

Na een kwartier wordt er opeens op de kastdeur geklopt. De onderduikers trekken wit weg. Er wordt aan de kast getrokken, geklopt en geduwd. Dan horen ze wat er aan de hand is.

Er is een timmerman in huis is die de brand blus apparaten controleert.



Op dinsdag tien november 1942 hoort Anne dat er een nieuwe onderduiker bijkomt.

Zijn naam is Fritz pfeffer. Anne geeft hem in haar dagboek een andere naam: Albert Dussel.

Ze vindt hem erg aardig. Hij vertelt over wat er allemaal met de Joden gebeurt en vertelt dat alle joden naar concentratie kampen worden gestuurd, waar ze uiteindelijk in gas kamers worden afgemaakt.



Hoofdstuk 14. Ontdekt!



Op een warme zomerdag worden de onderduikers opgeschrikt door vreemde, schreeuwende mannenstemmen van beneden. Zij zijn het kantoor binnengedrongen. Een van hen is in het uniform van de Duitse politie, de anderen zijn in burger kleding. Waarschijnlijk zijn het de Nederlandse nazi’s Zij weten blijkbaar alles en gaan direct naar boven, naar de boekenkast en zo naar binnen.

Ze zijn ontdekt! Ze moeten geld en sieraden afgeven. Ze mogen nog wat kleren inpakken, waarna zij in een vrachtwagen naar een gebouw van de Duitse politie worden gebracht. Ook Victor Kugler en Johannes Kleiman worden gearresteerd. Zij zullen het beiden overleven.



Miep en Bep zijn niet meegenomen. In het achterhuis vinden ze op de grond de dagboekpapieren van Anne; die nemen ze mee naar beneden, samen met andere papieren en boeken. De dagboekpapieren bergt zij op in een bureaula. Ongeveer een week later wordt het hele achterhuis in opdracht van de Duitsers leeggehaald. Het is altijd een raadsel gebleven wie de onderduikers aan de Duitsers verraden heeft.



De onderduikers worden op 8 augustus overgebracht naar het kamp Westerbork, waar zij de hele maand in de zogenaamde “strafbarak” moeten blijven.



Op 3 september 1944 gaan de onderduikers samen met ruim duizend anderen met het laatste treintransport naar het concentratiekamp Auschwitz in Polen. Op 6 september komen ze in Auschwitz aan. Daar wordt ruim de helft van alle mensen nog dezelfde dag vermoord. Onder hen zijn bijna alle kinderen beneden de vijftien jaar. Anne ontkomt hieraan, ze is net vijftien geworden. Zij wordt overgeplaatst naar een vrouwenkamp in Birkenau.



Eind oktober 1944 moeten Anne en Margot hun moeder achterlaten en worden overgebracht naar het concentratiekamp Bergen-belsen.

Ook daar zijn de omstandigheden onvoorstelbaar. Het is ijzig koud, er is bijna geen eten, het kamp is overvol en er heersen besmettelijke ziekten.

In maart 1945 sterft Margot. Enkele dagen later overlijdt ook Anne. Een paar weken later wordt het kamp door de Engelsen bevrijd.



Hoofdstuk 15. De verrader Achterhuis gevonden??



De Britse historica Carol Lee kwam laatst in de krant omdat zij ontdekt zou hebben wie de verrader was van alle mensen in het achterhuis. Uit het krantenstukje (zie bijlage) bleek dat Otto Frank zaken had gedaan met het hoofdkwartier van het Duitse leger. Hij had vanaf 1941 en waarschijnlijk ook na de bevrijding geld moeten geven aan Ahler om geheim te houden dat hij zaken had gedaan met het Duitse leger. Carol Ann Lee denkt dat Tony Ahler de mensen in het achterhuis op 4 augustus 1944 aan de Duitse Sicherheits Dienst heeft verraden. Ze werden allemaal weggevoerd. Willem Grotendorst en Maarten Kuiper werden gearresteerd. Toch twijfelen velen of Tony Ahler de dader was.



Hoofdstuk 16. Anne Frank Stichting



In haar dagboek schreef Anne: …je weet allang dat m’n liefste wens is dat ik een beroemde schrijfster zal worden…

Deze wensdroom is na haar dood uitgekomen. Ze is nu een wereldberoemd schrijfster. Mensen over de hele wereld kennen haar dagboek. Doordat ze zo knap beschrijft wat haar overkomt, is Anne een symbool geworden voor het lot van miljoenen Joden gedurende de tweede wereldoorlog.



Er wordt een stichting opgericht met steun van Otto Frank die ervoor zorgt dat het achterhuis bewaard blijft en dat miljoenen mensen over de hele wereld dit kunnen bezoeken.



Aantal informatie sites over Anne Frank waarbij een aantal die ik heb gebruikt.



- www.google.nl (onder de naam Anne Frank)

- www.spreekbeurten.info/frank.html

- www.annefrank.nl



Voor moeilijke woorden kun je/u/jij/jullie, dingen aan mij vragen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.