Ontwikkelingslanden

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas vwo | 1732 woorden
  • 7 januari 2003
  • 195 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.2
  • 195 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
10 kenmerken over de mate van ontwikkeling van een land:

1. BNP uitgedrukt in US Dollars per inwoners.
2. Geboortecijfer uitgedrukt in aantal levendgeborenen per jaar per 1000 inwoners.
3. Zuigelingensterfte uitgedrukt als het aantal baby's dat in het eerste levensjaar sterft per 1000 levendgeborenen.
4. Bevolkingsopbouw uitgedrukt in percentage van de bevolking jonger dan 15 jaar.
5. Levensverwachting uitgedrukt als gemiddelde levensverwachting vanaf geboorte.
6. Beroepsbevolking

- percentage van de beroepsbevolking werkzaam in de landbouw
- percentage van de beroepsbevolking werkzaam in de industrie
- percentage van de beroepsbevolking werkzaam in de dienstensector
- percentage vrouwen in de beroepsbevolking
7. Analfabetisme uitgedrukt als percentage van de bevolking boven 15 jaar.
8. Levensomstandigheden (VN-index) uitgedrukt als indexcijfer van de VN.
9. Aantal inwoners per arts.
10. Ontwikkelingshulp uitgedrukt in US dollars per persoon, positief is gegeven, negatief is ontvangen bedrag.

Beschrijving van de kenmerken:

1. BNP (Bruto Nationaal Product)
Dit is goed om mee te vergelijken, omdat dit cijfer aangeeft wat het inkomen is per hoofd van de bevolking. Dit cijfer geeft in feite dus aan hoe welvarend een land is, hoe hoger het BNP, hoe groter de welvaart.

2. Geboortecijfer

Dit cijfer geeft aan hoeveel kinderen er worden geboren per 1000 inwoners. Over het algemeen is dit aantal hoger in ontwikkelingslanden, omdat er verhoudingsgewijs meer kinderen worden geboren.

3. Zuigelingensterfte
Dit cijfer geeft aan hoeveel kinderen er voor het 1e levensjaar overlijden per 1000 geboren kinderen. Over het algemeen is dit hoog in ontwikkelingslanden, vanwege slechte medische voorzieningen, slechte voeding en dergelijke.

4. Bevolkingsopbouw
Dit is goed om mee te vergelijken, omdat dit cijfer aangeeft hoe de opbouw is van de bevolking. Over het algemeen zijn er in ontwikkelingslanden veel jongeren, omdat er ook een hoog geboortecijfer is. Er is bovendien weinig vergrijzing in die landen vanwege de lage levensverwachting.

5. Levensverwachting
Dit een goed kenmerk van een land om te vergelijken omdat de levensverwachting in onderontwikkelde landen erg laag is. Deze verwachting is laag, omdat er slechte medische voorzieningen zijn. Er is slechte voeding, ziekten als AIDS en Lepra, waar mensen aan sterven omdat er niet behandeld kan worden. Het leven kan ook niet verlengd worden, omdat er gewoon geen medicijnen zijn.

6. Beroepsbevolking
Dit is goed om mee te vergelijken, omdat in onderontwikkelde landen vaak weinig industrie is en er veel mensen in de landbouw werkzaam zijn. Bovendien is het aandeel van vrouwen vaak hoog in deze landen, omdat er nu eenmaal geld verdiend moet worden om te kunnen overleven. Dit percentage is echter niet te vergelijken met rijke landen, waar ook vaak veel vrouwen werken, dit is niet meer omdat het moet, maar omdat het kan.

7. Analfabetisme
Dit is een goed kenmerk om mee te vergelijken, omdat in onderontwikkelde landen vaak veel mensen analfabeet zijn. In ontwikkelde landen is hier praktisch geen sprake van omdat onderwijs verplicht is en bovendien voldoende aanwezig (en betaalbaar) is. Maar in de armere landen is onderwijs niet verplicht en ook niet altijd voldoende aanwezig.

8. Levensomstandigheden uitgedrukt als indexcijfer van de VN
Deze cijfers zijn goed om mee te vergelijken, omdat dit aangeeft hoe de levensomstandigheden zijn in een bepaald land. Hoe hoger het cijfer, hoe meer welvaart.
Een nadeel van dit kenmerk is dat sommige landen wel een hoog cijfer hebben, maar dat dit komt doordat een bepaald deel van de samenleving veel welvaart kent, maar het grootste gedeelte heeft die welvaart niet of nauwelijks.

9. Inwoners per arts
Dit is goed om mee te vergelijken, omdat in
onderontwikkelde landen vaak maar weinig medische voorzieningen zijn, dus veel mensen per arts.

10. Ontwikkelingshulp
Dit is goed om mee te vergelijken, omdat deze
cijfers aangeven hoeveel geld er in dollars per inwoner wordt ontvangen aan ontwikkelingshulp.
Het nadeel van dit kenmerk is dat er rijke landen zijn die een kolonie hebben die veel ontwikkelingshulp krijgen. Zo kunnen rijke landen dus ook veel ontwikkelingshulp krijgen.

Ontwikkeling van armoede

De enorme bevolkingsgroei zorgt voor grote problemen in ontwikkelingslanden. Er moeten steeds meer mensen te eten krijgen. De druk op het milieu neemt toe; de wereld bestaat nu al uit zes miljard inwoners en de groei zal pas stoppen bij ongeveer elf miljard inwoners. Dit zal volgens diverse voorspellers gebeuren rond 2050.
Doordat het klimaat vaak niet gunstig is voor landbouw, zal een arm land nog armer worden. Ze hebben steeds meer grond, water en productiemiddelen, zoals kunstmest, nodig om voedsel te produceren. De landbouwgrond wordt steeds maar uitgebreid. Bossen worden gekapt, met als gevolg een verstoring van het natuurlijk evenwicht en milieuschade. Een groot deel van de tropische regenwouden zijn al verdwenen en erosie(het verdwijnen van de vruchtbare bovenlaag van de bodem door invloed van wind en regen) zorgt ervoor dat steeds meer grond ongeschikt is voor landbouw. Die erosie ontstaat onder andere door het kappen van bossen, met als gevolg dat het regenwater minder goed wordt vastgehouden en er overstromingen ontstaan. Het uitspoelen van mineralen en bestrijdingsmiddelen zorgt voor vervuild water, in ontwikkelingslanden en ook in rijkere landen. Door de gevaren van deze moderne landbouwmethoden wordt er gezocht naar andere manieren van produceren. Dit moet leiden tot grond die langer meekan(duurzaam landgebruik). Er zijn hierover veel bijeenkomsten en conferenties waarin afspraken gemaakt worden over bijvoorbeeld het kappen van bossen en over financiële steun aan een land.
Door het gebrek aan goed land, kan men niet het hele jaar voedsel produceren. En het voedsel dat geproduceerd wordt is voor veel mensen onbetaalbaar. Sommige ontwikkelingslanden kunnen ook ruwe grondstoffen winnen, zoals kopererts en fosfaat, die ze kunnen verkopen. Dit brengt niet veel geld op en de prijzen zijn ook niet altijd constant.
Ontwikkelingslanden hebben vaak moeite met het opzetten van verbeterde ontwikkelingen. De meeste zijn nog niet zo lang onafhankelijk. Ze zijn onderdeel geweest van een rijk land. Toen heeft de kolonie zijn zelfstandigheid verloren en kon het zich niet verder ontwikkelen. En door de verschillende etnische groepen en meerdere godsdiensten is het moeilijk om een staat op te bouwen.
De bevolkingsgroei van de rijke landen is over het algemeen gering. De bevolkingsgroei in ontwikkelingslanden is echter veel hoger en daarom moeten die landen steeds meer voedsel importeren. Hierdoor ontstaan schulden. Veel landen kunnen die schulden niet aflossen. Hierdoor raken ze nog meer in de problemen.
Maar de regeringen van landen en de bevolking zijn bereid om iets te doen aan deze problemen. Zuiniger omgaan met energie, het opnieuw gebruiken van grondstoffen en minder bestrijdingsmiddelen en kunstmest in de landbouw zijn voorbeelden van dergelijke verbeteringen.

Het effect van ontwikkelingshulp

Beelden van honger en armoede in bijvoorbeeld Afrika zorgen voor twijfel over het succes van ontwikkelingssamenwerking. Die armoedebestrijding en economische zelfstandigheid als voornaamste doelen hebben. Toch blijkt dat ontwikkelingshulp wel degelijk een positieve bijdrage kan leveren aan de verbetering van de levensomstandigheden van de bevolking in arme landen. Dat gebeurt vooral in landen waar een redelijk bestuur is en de situatie in de politiek en de economie redelijk stabiel is.

Veel landen willen meer dan alleen hulp en samenwerking. Ze willen een goede positie op de wereldmarkten. Nederland kan hulp bieden door hun producten te kopen tegen een eerlijke prijs en door garant te staan voor het afnemen van hun producten en voor leningen; door te investeren, zowel in hun samenleving, als in hun milieu en dus in hun economie.
Om het aandeel van de armste landen in de wereldeconomie te vergroten, moet de sfeer van vrijhandel veranderen.. Om de ontwikkelingslanden toe te laten op de Europese markt zullen er verschillende wetten moeten worden afgeschaft. Zoals het Multivezelakkoord (textiel, kleding) en een volledige herziening van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid en de voedselhulp van de EG (zoals dumping van vleesoverschotten).

De toestand in de armste landen is eigenlijk schrikbarend. Bossen worden gekapt voor de energievoorziening en voor honger, vluchtende mensenmassa's laten een gesloopt land achter. Ontwikkelingshulp heeft in deze gevallen zijn doel niet bereikt. Er is een wereldwijde massale inspanning nodig om de armoede te bestrijden. Noodhulp is aardig, maar structurele oplossingen zijn geboden.
De corruptie in ontwikkelingslanden is schrikbarend. Kenia en India, landen waaraan Nederland in het verleden veel hulp verschafte, staan in de top tien van meest corrupte landen. Het uit handen geven van geld voor ontwikkelingshulp aan Keniaanse ambtenaren is daarom regelrechte geldverspilling. Het belandt namelijk vaak in de zak van de grote bazen. In Kenia, bijvoorbeeld, is het onmogelijk om een goed werkend ontwikkelingssamenwerkingsproject op te stellen als de subsidie aan het Keniaanse parlement wordt verstrekt. Daardoor komt er maar een klein percentage van het bedrag bij de bevolking. Deze corruptie vergroot de verschillen tussen arm en rijk, en doet de bevolking het vertrouwen in het bestuur verliezen. Ontwikkelingshulp kan in zo'n geval een negatief effect op de sociale verhoudingen hebben. Er kunnen daardoor protesten door de bevolking ontstaan. En als die uit de hand lopen kunnen er burgeroorlogen ontstaan.

4.2 Het verstrekkende land

Voor de verstrekkende landen zijn er weinig economische voordelen verbonden aan het verstrekken van ontwikkelingshulp. De handelsrelaties tussen het ontvangende en de verstrekkende landen zullen verbeteren. Het verstrekkende land zou mogelijk enkele handelsvoordelen kunnen krijgen, maar veel economische vooruitgang zal dat niet opleveren. Van de 119 landen die bilaterale hulp hebben gekregen zijn er maar enkelen die een echte relatie met Nederland onderhouden op het gebied van handel. Ontwikkelingssamenwerking en oude koloniale banden(Indonesië, Suriname) zijn de belangrijkste banden.
De duurzame ontwikkelingshulp hangt nauw samen met de verdeling van de milieugebruiksruimte. De 16 miljoen Nederlanders leven in een bevoorrecht land, behorend tot het rijke deel van de wereld dat met 20% van de wereldbevolking 80% van de grondstoffen verbruikt. Een groot deel van de wereldbevolking zal minder grondstoffen moeten verbruiken om de bevolkingsgroei op te vangen en de armoede, hongersnood en kindersterfte te bestrijden. Als Nederland wil dat de Derde Wereld zich ontwikkelt op de manier waarop Nederland dat zelf heeft gedaan dan zal de Nederlandse bevolking plaats moeten maken voor de Derde Wereld, en een socialere houding moeten aannemen in de
milieugebruiksruimtekwestie.

Ontwikkelingshulp heeft een positief effect op de positie die het verstrekkende land inneemt in de wereld. Nederland heeft op dit moment een voorbeeldfunctie op het gebied van ontwikkelingshulp. Na Noorwegen en Denemarken besteedt Nederland het hoogste percentage van het Bruto Nationaal Product aan ontwikkelingshulp. Deze instelling geeft
internationaal aan hoe sociaal Nederland met de Derde Wereld omgaat.

Conclusie
Om ontwikkelingshulp nuttig te maken, en het bij de mensen terecht laten komen die de hulp het hardst nodig hebben, is een goede organisatie heel belangrijk. Het uitzoeken van de geschikte landen is daarbij altijd moeilijk. Corruptie en slecht management zijn de grootste problemen waar de gehele ontwikkelde wereld aandacht aan moet besteden om de ontwikkelingssamenwerking te verbeteren.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.