De vrijheid voor het notariaat
De liberale tendens van deregulering en privatisering zet door, vaak met gunstige gevolgen voor zowel consument als producent: door de ontstane concurrentie wordt er efficiënter gewerkt en neemt de kwaliteit van de producten toe. Ook de notaris zal er binnenkort aan moeten geloven. Maar is dat wel verstandig? Een notarispraktijk is immers niet zomaar een bedrijf.

Op 1 mei 1999 gaan de vaste tarieven in het notariaat op de helling, het is afgelopen met het beschermde wereldje van de notarissen, waarin men van concurrentie nog nauwelijks gehoord had. Na het vernietigende onderzoek van accountant KPMG was het ook voor de politiek zo klaar als een klontje: de inkomens van veel notarissen zijn buiten proporties en de meeste notarissen kunnen veel efficiënter werken. De verlaging van de tarieven die tot stand zou moeten komen door het vrijgeven van de tarieven zou een "maatschappelijke besparing" van 350 miljoen opleveren en de notaris moeten prikkelen efficiënter te werken en de kwaliteit van zijn producten te verhogen. De bedoeling is dat na invoering van de nieuwe notariswet de tarieven van de vastgoedpraktijk (hypotheekaktes en overdrachten van onroerend goed), waar de notaris nu nog behoorlijke winst op maakt, fors zullen dalen. Omdat de tarieven in de familiepraktijk (testamenten, samenlevingscontracten, boedelscheidingen e.d.) waar de notaris nu over het algemeen verlies op maakt, op de vrije markt zo duur zouden worden dat ze voor veel mensen niet meer toegankelijk zouden zijn, zijn daarvoor maximumprijzen ingesteld. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft grote bezwaren gemaakt tegen het vrijgeven van de tarieven. Zij heeft het onderzoek van KPMG aangevochten op alle mogelijke manieren en fanatiek de uitzonderingspositie van de notarissen verdedigd. Maar ze stonden helemaal alleen. De consensus was dat ook in het notariaat de EU-regels voor vrije concurrentie moesten gaan gelden en er was geen houden meer aan. Maar wat zijn toch de grote bezwaren van het notariaat tegen deze nieuwe regeling? Zijn de notarissen, zoals veel kranten suggereren, alleen maar bang om er financieel op achteruit te gaan, of hebben ze meer redenen om te vrezen voor de vrije tarieven?

Om te beginnen komt de notaris straks in een zeer vreemde situatie terecht: aan de ene kant moet hij een onpartijdig ambtenaar zijn die zorgt dat de financieel-juridische zaken van zijn cliënten zo goed en eerlijk mogelijk geregeld worden, zijn zijn producten aan allerlei voorwaarden gebonden en heeft hij een vergaande verantwoordelijkheid, aan de andere kant is hij een handelaar die moet concurreren op de vrije markt. Zo kunnen de prijzen van het soort zaken waarop winst wordt gemaakt in de toekomst wel dichter bij hun werkelijke kostprijs komen te liggen, maar de zaken waarop nu verlies wordt gemaakt niet: die zijn gebonden aan maximumprijzen. Ook heeft een notaris de plicht iedereen te helpen die naar hem toekomt en kan hij zich niet, zoals iedere andere vrije ondernemer, toeleggen op de zaken waarop hij het meest verdient. Niet echt vrije markt dus. Niet dat ik hier probeer medelijden voor de notarissen te wekken, maar wel zou ik graag duidelijk willen maken wat voor een gevolgen deze tegenstrijdigheden kunnen hebben. Het eerste gevolg hiervan zou kunnen zijn dat de commercieel ingestelde notaris veel tijd in de vastgoedpraktijk zal steken en de familiepraktijk zal verwaarlozen. De kwaliteit van de familiepraktijk kan immers eenvoudig dalen, want de gevolgen van een slecht testament of samenlevingscontract zijn meestal pas vele jaren later merkbaar, daar hoeft de betreffende notaris zich geen drukte om te maken. Het idee van de consumentenbond dat de kwaliteit in het notariaat zal stijgen door vrije tarieven zou dan voor een groot deel van de praktijk een fabeltje zijn. Aangezien een notaris nu ook al veel meer verdient op de vastgoedpraktijk dan op de familiepraktijk doet het hierboven beschreven effect zich nu natuurlijk ook al voor, maar omdat de meeste notarissen zich nu nog moreel verplicht voelen om hun cliënten op al hun vakgebieden te helpen, nemen ze rustig de tijd om bijvoorbeeld bij mensen in het ziekenhuis langs te gaan voor een testament. Na een (flinke) inkomensdaling ten gevolge van het vrijgeven van de prijzen zullen de meeste notarissen deze morele verplichting minder voelen en zal de verwaarlozing van de familiepraktijk toenemen. Het tweede gevolg van de vreemde situatie zou kunnen zijn, en dat was het grote argument van de KNB, dat de onpartijdigheid van de notaris in gevaar komt. Een notaris treedt namelijk vaak op als een soort van bemiddelaar, bijvoorbeeld bij de verrekening van de netto-opbrengst van de verkoop van een woning na echtscheiding, en bij een transactie houdt de notaris de belangen van alle betrokken partijen in het oog. Het is dan voorspelbaar dat de notaris een goede klant niet snel in het ongelijk zal stellen en er zijn nog ergere situaties denkbaar. Ook voor deze dingen geldt dat ze nu ook al wel voor zullen komen maar nogmaals: met het inkomen van de notaris verdwijnt zijn waardigheid en daarmee wellicht ook zijn moreel verantwoordelijkheidsgevoel. Van deze twee gevolgen van de botsing tussen publieke taak en ondernemerschap moet de politiek zich goed bewust zijn. Want van deze gevolgen is in het nieuwe systeem in aanzienlijk grotere mate sprake dan in het oude, naar mijn idee. Zou men van deze negatieve effecten afwillen, dan zie ik maar twee mogelijkheden: Óf van alle notarissen ambtenaren maken zoals een aantal van hen graag wil, maar dat kost zeer veel geld, óf een systeem van vastgestelde tarieven waarin een notaris aan alle soorten werkzaamheden evenveel verdient, waarbij forse subsidies op de familiepraktijk nodig zijn maar waarbij ook een enorme "maatschappelijke besparing" kan worden gemaakt op de vastgoedpraktijk. Als men dit zo uitkient dat de notaris er een redelijk goed salaris aan overhoudt (KNB: salaris van een kantonrechter in een middelgrote stad: ¦320.000,-) en er in kan slagen zijn kantoor te runnen zal van deze problemen geen sprake meer zijn. Maar deze oplossing kost te veel geld en is bovendien in strijd met de Europese regels. In Den Haag is men ervan overtuigd dat er nu een systeem komt dat én goedkoop is, zowel voor de overheid als voor de bevolking, én de kwaliteit van het notariaat zal verbeteren. Maar men moet goed beseffen dat de vrije markt de wet niet zal handhaven. Een echt goed notariaat kost gewoon geld.

Ik heb ook mijn twijfels over het efficiënter werken van de notaris. Notarissen zijn niet opgeleid om te managen. De lagere omzet zou een reden kunnen zijn tot herstructurering met behulp van deskundigen, maar toch vrees ik dat dit tegen zal vallen, omdat lang niet alle notariskantoren dit zullen doen en er bovendien toch geen persoon met managementkwaliteiten permanent aanwezig is.
Daarnaast staat nog te bezien of de prijzen ook daadwerkelijk omlaag zullen gaan (in dat geval gelden mijn hiervoor genoemde bezwaren niet meer): de notarissen hebben jaren met elkaar in een beschermd wereldje geleefd, en hebben op lokaal niveau veelal met elkaar samengewerkt en overlegd. Of ze elkaar nu ineens fel zullen gaan beconcurreren is dus nog de vraag. Ik denk dat de kans groot is dat net als in de makelaardij, waar enkele jaren geleden ook de vaste tarieven werden opgeheven, de prijzen alleen maar zullen stijgen. Bij de makelaars golden dezelfde omstandigheden: goed contact met collega's in de buurt en een grote overkoepelende organisatie waarbij de meeste makelaars aangesloten zijn (NVM). Dat heeft blijkbaar zo zijn effecten.

Ik ben geen tegenstander van de vrije markt, ook niet van het nivelleren van inkomens, maar ik denk dat het sprookje van de vrije markt op het notariaat niet toepasbaar is: als de prijzen al zullen dalen door het afschaffen van de vaste tarieven, waar ik helemaal niet zeker van ben, zal dat voor de kwaliteit van het werk van het notariaat bijna alleen maar negatieve consequenties hebben.

Bronvermelding
-De Volkskrant 15-01-1994
-De Volkskrant 26-03-1994
-De Volkskrant 10-05-1994
-De Volkskrant 16-07-1994
-De Volkskrant 19-07-1994
-De Volkskrant 20-08-1994
-De Volkskrant 26-03-1994
-De Volkskrant 26-06-1996
-De Volkskrant 08-03-1996
-De Volkskrant 31-01-1996
-De Volkskrant 29-10-1997
-De Volkskrant 01-02-1997
-De Volkskrant 09-04-1998
-De Volkskrant 10-01-1998
-Nieuwsbrief Notariaat;
informatie voor leden van de koninklijke notariële beroepsorganisatie april 1997, nr. 5, rubriek "Van de voorzitter" november 1997 nr. 16, rubriek "Van de voorzitter" juni 1998, nr. 9, rubriek "Van de voorzitter" oktober 1998, nr. 12, rubriek "Van de voorzitter"

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.