ADVERTENTIE
Eerste hulp bij leerachterstanden!

Het zijn gekke tijden. Loop jij, om wat voor een reden dan ook, achter met de lesstof? Met deze tips van Examenbundel gaat het jou sowieso lukken om je leerachterstand weg te werken. Het allerbelangrijkste is dat je in jezelf blijft geloven. Jij kan dit! #geenexamenstress

De tips van Examenbundel

Inhoud
1. Inleiding
2. Wat is sparen?
3. Verschillende mogelijkheden
4. Wat is beleggen?
5. Beleggingsvormen
6. Koersvorming
7. Dividend en rendement
8. Collectieve belegging
9. Risico's en winst/verlies
10. De beurs
11. Bronvermelding


Inleiding
Ik heb dit onderwerp gekozen omdat ik meer geld wil krijgen zonder dat ik er wat voor hoef te doen. Niet omdat ik te lui ben maar omdat ik bijna nooit tijd heb om te werken. Wel breng ik folders en krantjes rond. Ik ben me er in gaan verdiepen en heb toen dit werkstuk gemaakt.

Wat is sparen?


Sparen is geld opzij leggen om d.m.v. rente meer geld te krijgen. Want als je spaart, ontvang je rente. Sparen doe je meestal door geld naar een spaarrekening over te schrijven of door zelf geld te storten. Je ontvangt dan steeds na een bepaalde periode (meestal een jaar) rente. Die rente is altijd een aantal procenten van het bedrag dat je op het moment dat de rente wordt uitgekeerd op je rekening hebt staan. Op dit moment is het normale rentepercentage bij een normale bankrekening ongeveer 0,5%, niet erg veel. En bij de meeste spaarrekeningen is dat ongeveer 3%, wat ook niet zo erg veel is.
Hier volgt een voorbeeld van sparen:
vb, je spaart f50,- per maand, dus in een jaar 600 gulden. Laten we zeggen dat je spaarrekening 4% rente geeft. Dan heb je na een jaar 600 gulden + 4% daarvan = 624 gulden. In een jaar heb je dan dus 24 gulden verdient, zonder er iets voor te doen.
Als in dat jaar de inflatie 3% is, dan heb je per saldo nog maar 1 % rente van je 600 gulden (inflatie is de vermindering van de waarde van geld, naarmate de tijd verstrijkt, er bestaat trouwens ook deflatie).

Verschillende mogelijkheden
Je hebt eigenlijk drie soorten rekeningen:
1. Een normale rekening, privé rekening (eigenlijk geen spaarrekening), je krijgt dan ongeveer 0,5% rente en kan geld opnemen wanneer je maar wilt. Je kan ook pinnen en chippen.
2. Een (simpele) spaarrekening, je krijgt ongeveer 3% rente en kan je geld ook opnemen wanneer je wilt. Je kan alleen niet pinnen of chippen. Als je geld wilt opnemen, zul je het eerst moeten overschrijven naar een andere rekening.
3. Een spaarrekening. Je ontvangt hier een hogere rente.


Een "beleggingsspaarrekening". Hierbij spaar je meestal een vast bedrag per maand. De bank gaat dan dat geld voor je beleggen. Na aftrek van hun kosten is de rente behoorlijk wat hoger dan alle bovengenoemde spaarvormen (ongeveer tussen de 10 en 20% op dit moment).
Omdat alleen het vierde type sparen echt geld oplevert, is dat het type waar we het nu over zullen hebben. De andere drie zijn niet echt interessant om geld mee te verdienen.
Je kan meestal zelf bepalen hoe lang je wilt sparen. Meestal tussen de één en tien jaar. Als de looptijd van je rekening is afgelopen, kan je bepalen of je het geld wat op dat moment op je rekening staat (incl. rente) op je gewone rekening stort, of dat je weer een bepaalde periode gaat sparen. Het nadeel van sparen met zo'n rekening voor lange termijn is dat je tussentijds geen geld kan opnemen, tenzij je daarvoor betaalt (= boeterente). Als je dan voor een onverwachte grote uitgave staat, heb je een probleem. Je zal dan geld van je spaarrekening moeten halen (als je niet genoeg geld hebt), en daar zal je dan voor moeten betalen. Behalve natuurlijk, als de periode afgelopen is. Dan kan je met het geld doen wat je wilt.
De kosten van geld opnemen zijn ongeveer 1,5% van het bedrag (het ligt er natuurlijk aan welke spaarrekening je hebt).
Er is zijn ook nog andere verschillen tussen verschillende spaarrekeningen. Over de rente die je van alle spaarrekeningen ontvangt, moet je belasting betalen. Om toch het sparen aantrekkelijk te maken, heeft de overheid besloten dat je over de eerste 1000 gulden rente geen belasting hoeft te betalen. Kom je daarboven, dan moet je dus wel belasting betalen. Fiscale rentevrijstelling is een bedrag wat je onbelast krijgt elk jaar, je hoeft daar geen belasting over te betalen. Verder heb je spaarrekeningen waarbij de rente gedurende die periode steeds hetzelfde is, en rekeningen waarbij het percentage rente kan veranderen.
Er zijn dus verschillende manieren om te sparen, het is maar net wat je wilt, hoeveel geld je hebt, wat het beste bij je past. Hier heb ik twee rekeningen vergeleken, als voorbeeld:
Klimrenterekening:
eerste inleg minimaal f5.000,-
herinleg minimaal f2.500,-
looptijd van 5 of 10 jaar
rentepercentage gegarandeerd vast voor de gehele looptijd na geld opnemen klimt je rente over het resterende bedrag gewoon door.
Rente bij de termijn van 10 jaar 5,125%. In het eerste jaar 3%, in het tiende jaar is dat opgeklommen tot 9%
Kapitaalrekening:
gunstige spaartegoeden
minimale eerste inleg f25.000,-
Geen kosten bij opname bedrag tot en met f50.000,- per maand, wel een maand van tevoren reserveren, anders 1% opnamekosten.
2,75% rente bij spaartegoed onder f25.000,-
3,9% rente bij spaartegoed boven f25.000,-
Je ziet dus dat er verschillen zijn tussen de rekeningen en dat elke zijn voordelen en nadelen heeft.
Wat is beleggen?
Beleggen is iets anders dan sparen, waarbij je je geld ergens stort en daarvoor later een hoger bedrag terugkrijgt. Als je kiest voor aandelen dan steek je je geld in activiteiten van bedrijven, die daarmee winst kunnen maken (of natuurlijk ook verlies) en daar deel je in mee, hierdoor kan je dus geld verdienen of verliezen.
Het risico wat je daarbij loopt is bij het ene bedrijf voorspelbaarder dan bij het andere. Als je kiest om in obligaties te beleggen, dan is de opbrengst misschien wat lager, maar met minder risico's.
De hoofdkenmerken van beleggen zijn: pieken en dalen in het rendement (rendement is de opbrengst of het verlies dat d.m.v. aandelen wordt verkregen). Maar op lange termijn blijkt dat beleggen toch veel meer oplevert dan b.v. sparen. Je behaalt winst door de stijgende koersen, je ontvangt dividend en bovendien hoef je over de behaalde koerswinsten géén belasting te betalen.

Beleggingsvormen
Aandelen
Een aandeel is een deelneming in het kapitaal van een bedrijf (een BV, NV of CV). De enige ondernemingsvorm waarvan aandelen op de beurs verhandeld worden is de NV. Er zijn verschillende soorten aandelen, hier kort en simpel beschreven: preferente aandelen: aandelen die bij winstuitdeling voorrang hebben op gewone aandelen.
Cumulatief preferente aandelen met of zonder winstdekking: dit zijn aandelen om de preferente aandelen aantrekkelijker te maken. Bij deze aandelen is het dividend cumulatief. Dat betekent dat als de resultaten slecht zijn, dat je het dividend nog te goed hebt in de volgende jaren.
Prioriteitsaandelen: dit zijn aandelen die in handen zijn van enkelen, die daarmee o.a. de naam van het bedrijf beheersen. Dit zijn meestal de oprichters of hun opvolgers, maar soms ook wel houders van veel aandelen in het bedrijf.
Niet-volgestorte aandelen: dit zijn aandelen waarop slechts een deel van het bedrag is gestort. Ze mogen niet op de officiële beurs worden verhandeld, wel op de parallel markt. Niet-volgestorte aandelen zijn bijna verdwenen.
Obligaties
Een obligatie is een verplichting, een schuldbekentenis, schuldbrief, van een lening vaan een staat, provincie, gemeente enz. Of van een vennootschap, tegen een vaste rente, soms volgens een lening af te lossen: een obligatie geeft in tegenstelling tot een aandeel een vaste rente.
Converteerbare obligaties Is een speciaal soort obligatie die voor de belegger is om veilig te beleggen. Daarnaast heeft de converteerbare obligatie de mogelijkheid om wanneer de koersen van een aandeel stijgen om daar van mee te profiteren.
Voorbeeld: je koopt converteerbare obligaties voor 5000 gulden, de lening kan verwisseld worden tegen 100 aandelen van dit bedrijf. 5000 Gulden gedeeld door 100 = f50,- prijs per aandeel = conversieprijs. Als dan de koers van het aandeel stijgt naar 60 gulden, dan is de werkelijke waarde van je obligatie gestegen naar 6000 gulden.
Opties
Dit is een spectaculair beleggingsinstrument. Het is bijna alleen geschikt voor de echte beroepshandelaars. De optie is afkomstig uit Amerika (1973). Er zijn meerdere soorten opties. B.v. Call-opties en Pat-opties.
Valuta's
Beleggen in geldsoorten van binnenland en buitenland. Deze manier heeft een groot risico en kans op hoge rendementen. De buitenlandse valuta heet ook wel de vreemde valuta. Een voorbeeld is natuurlijk de dollar. Als je dit gaat doen, handelen in vreemde valuta's, moet je goed weten hoe de economie in het land zelf is.
Beleggen in onroerend goed
Dit betekent dat je belegt in huizen, landgoederen enz.
Edele metalen
Handelen in metaalsoorten (goud, zilver etc.), waarbij je winst kunt maken als de prijzen van de door jou gekochte metalen stijgen.
Er zijn nog meer vormen van beleggen, maar dit zijn de belangrijksten.
Koersvorming
Het stijgen en dalen van een aandeel wordt veroorzaakt door de volgende 8 dingen:
1) het bedrijf
2) de inleg
3) dividend
4) het verleden van de gang van zaken
5) hoe het nu gaat
6) hoe ze willen uitbreiden
7) de vraag
8) het aanbod
Bij sommige fondsen kan de kans op een fusie, of andere geruchten een rol spelen (b.v. succesvolle olieboring bij een oliemaatschappij). De bestuurders van een bedrijf staan soms versteld van de reacties van de beurs.
De risico's en winst/verlies
Natuurlijk zijn er ook risico's. Een voorbeeld:
Je koopt 500 aandelen van f50,- (totaal dus f25.000,-). Na één jaar kan het zo zijn dat de koers is gestegen naar 54 gulden. Je hebt dan 500 maal 4 = 2000 gulden winst. Maar als je nu pech had dan was de koers gezakt naar 46 gulden en had je 2000 gulden verlies gehad!
Er zijn dus wel degelijk risico's en het hoeft helemaal niet zo te zijn dat een bepaald aandeel op de lange termijn ALTIJD stijgt.
Neem bijvoorbeeld Fokker, dat is failliet gegaan, de aandelen zijn dus ook naarmate het slechter ging met Fokker, steeds verder gekelderd.
Maar het kan ook anders, neem b.v. Microsoft.
Dit computerbedrijf is eind jaren 70 opgericht en is nu, 20 jaar later het grootste computerbedrijf ter wereld, en de directeur (Bill Gates) is de rijkste man ter wereld! Als je dus aandelen in Microsoft zou hebben gehad vanaf eind jaren 70 (als je er aandelen van kon kopen, want dat weet ik niet), dan zouden die dus enorm zijn gestegen. Met meer dan 100% zelfs!
Maar beide voorbeelden zijn natuurlijk uitzonderingen, heel extreem en zeldzaam. Maar toch is het risico er altijd, hoewel het meestal minder dramatisch (of geweldig) is. Het is dan ook verstandig om niet al je geld in aandelen van één bedrijf te steken. Door je geld te verspreiden over aandelen van verschillende bedrijven, kan je verlies nooit zo groot zijn. De sleutel tot succes is natuurlijk het volgende:
koop een aandeel als de koers zo laag mogelijk is
verkoop een aandeel als de koers zo hoog mogelijk is
zorg dat je d.m.v. de krant of televisie op de hoogte blijft van de economie

Dividend en rendement
Dividend is de beloning die je krijgt van het bedrijf waar jij aandelen van heeft. De hoogte hiervan hangt af van de bedrijfsresultaten dus het kan sterk wisselen. Het is ook afhankelijk van de leiding, conjunctuur en van de structurele ontwikkelingen. Het dividend wordt meestal eens per jaar betaald, maar soms ook tussentijds.
Voorbeeld:
Bij een aandeel van ongeveer 100 gulden, krijgt je ongeveer 7 gulden dividend. En bij een aandeel van ongeveer 200 gulden, ongeveer 14 gulden dividend.
Rendement is ook zo'n beloning. Rendement is eigenlijk de opbrengst die je van een bepaald aandeel krijgt.
Een collectieve belegging
Een collectieve belegging is een deelneming in een beleggingsinstelling. De beheerders van zo'n beleggingsinstelling proberen zoveel mogelijk kapitaal aan te trekken wat ze dan beleggen voor degenen die kapitaal beschikbaar stellen. Natuurlijk tegen een vergoeding. Als er veel kapitaal is in zo'n instelling, kan er gezorgd worden voor meer spreiding in de belegging. Dus het geld verspreiden over aandelen van meerdere bedrijven.
Het nadeel van een beleggingsfonds is dat de winst altijd kleiner is dan de winst die je individueel zou kunnen maken.
Natuurlijk zijn er ook voordelen:
Het beleggingswerk laat je over aan vakmensen, de fondsbeheerders. Dan hoef je je dus zelf niet te verdiepen in de economie, politiek en beurzen van het binnen- en buitenland.
Door hun omvang kunnen beleggingsfondsen zorgen voor een veel bredere spreiding van risico's. Dan heb je dus meer zekerheid.
De beurs
De beurs is de ontmoetingsplaats tussen kopers en verkopers van aandelen, obligaties en nog een aantal dingen. Er wordt uitsluitend gehandeld in effecten op grond van opdrachten. Als er meer vraag is dan aanbod, dan kunnen kopers en verkopers alleen tot elkaar komen tegen hogere koersen, en omgekeerd. De prijs van een aandeel wordt hoger als er veel vraag naar is, en lager als er weinig vraag naar is. Er is op de beurs altijd sprake van een golfbeweging, periodes waarin er veel gekocht word en periodes waarin er weinig gekocht wordt. Maar normaal gesproken hersteld de beurs zich altijd weer. De beurs maakt een langzaam omhoog-golvende beweging: het tweede dal is minder diep dan het eerste, de tweede piek is hoger dan de eerste, het derde dal is weer minder diep dan het tweede en de derde piek is weer hoger dan de tweede, enz. Nu zijn de koersen ontzettend laag door de belastingverlagingen in amerika.

Bronvermelding
Folders van Spaarbeleg, Postbank, VSB-Bank, de Rabobank en ABN-AMRO
Het boek: "Beleggen met effect" van Jan Frissen
Het boek: "Beurs en effecten" van S.G. Lettinga-Vegter
(Bron: http://www.internetcollege.nl/verslagen/view.php3?id=5227 )

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.