Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Arbeidsmarkt van Limburg

Beoordeling 5.8
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 3231 woorden
  • 3 juni 2001
  • 75 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.8
  • 75 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Deelvraag 1: Hoe ziet de Limburgse Arbeidsmarkt er momenteel uit.

De Limburgse arbeidsmarkt
In Limburg wonen ruim 1,1 miljoen mensen. Daarvan behoren er 779.500 tot de leeftijdscategorie 15-64 jaar, ook wel de potentiële beroepsbevolking genoemd. Ongeveer tweederde hiervan (509.000) participeert daadwerkelijk op de arbeidsmarkt, dat wil zeggen: heeft een baan van tenminste twaalf uur per week of is daarnaar op zoek.

De zeven rayons
Limburg wordt ingedeeld in zeven arbeidsmarktrayons: Venray, Venlo, Weert, Roermond, Westelijke Mijnstreek, Parkstad Limburg en Maastricht Mergelland. Hoewel enkele algemene trends, zoals de groeiende krapte op de arbeidsmarkt, overal waarneembaar zijn, heeft elk rayon zijn specifieke kenmerken:

- In de rayons Parkstad Limburg, Venlo, Roermond en Maastricht Mergelland is, net als in de provincie als geheel, de commerciële dienstverlening de grootste sector. In Venray houden de commerciële en niet-commerciële diensten elkaar in evenwicht, terwijl in Weert en de Westelijke Mijnstreek de sector nijverheid het grootst is.
- Het rayon Roermond kent een participatiegraad van 65%, precies het provinciaal gemiddelde. In Parkstad Limburg, Maastricht Mergelland en Westelijke Mijnstreek ligt de participatiegraad onder dit gemiddelde; in Venray, Venlo en Weert erboven.
- De vacaturegraad, dat wil zeggen het aantal vacatures per 1.000 werkenden, is relatief hoog in Weert, Maastricht Mergelland en Venray, en relatief laag in Venlo, Westelijke Mijnstreek, Parkstad Limburg en Roermond.
- Parkstad Limburg en Maastricht Mergelland kennen een relatief hoge werkloosheid, terwijl die in Venray, Weert, Venlo en Westelijke Mijnstreek juist relatief laag is. Rayon Roermond heeft een gemiddelde werkloosheid.
Recente Trends.

Economische ontwikkeling gunstig
De economie in Limburg ontwikkelt zich de laatste jaren erg snel. In 1997 en 1998 lag de economische groei met 4,5 en 3,9% zelfs hoger dan in Nederland als geheel. In 1999 en 2000 was de groei in Limburg gelijk aan de landelijke groei, te weten 3,8 en 4,0%.

Economische groei vertaalt zich meestal in volume-veranderingen in de werkgelegenheid. Door groei ontstaan vacatures en zolang er voldoende werkzoekenden zijn om die vacatures te vervullen, stijgt het aantal werkenden. De facto is het aantal werkenden in Limburg tussen 1997-1998 en 1998-1999 met slechts 0,6% gestegen. Door de krapte op de arbeidsmarkt blijven namelijk veel vacatures leeg staan. Mede daardoor gaat de economische groei gepaard met een sterke stijging van de arbeidsproductiviteit.

De Limburgse arbeidsmarkt in 2000
Sterke groei openstaande vacatures

In het kielzog van de economische groei is het aantal openstaande vacatures de laatste jaren sterk gestegen. Tussen februari 1997 en juli 1998 verdubbelde dit aantal. Na een lichte afname in de daaropvolgende negen maanden, heeft zich sinds april 1999 weer een flinke stijging voorgedaan. Inmiddels ligt het aantal openstaande vacatures boven de 17.000. De vacaturegraad is de afgelopen drie jaar gestegen van 24‰ tot 37‰. Dat betekent dat er op elke 1.000 werkenden 37 vacatures openstaan.

Februari 1997 Juli 1998 April 1999 April 2000
Aantal openstaande vacatures 8100 16200 14300 17100
Vacaturegraad % 24 36 31 37
Langdurig openstaande vacatures 27 32 31 36

Tabel 1 Ontwikkelingen aan de vraagzijde van de Limburgse arbeidsmarkt, 1997-2000
Er was in 2000 in Limburg sprake van een erg veel openstaande vacatures in de bedrijfssectoren metaal en elektrotechniek, handel en reparatie, en horeca en zakelijke dienstverlening. Het aantal openstaande vacatures is relatief gering in de sectoren voeding, chemie, energie, en overheid en onderwijs.
Het aantal vacatures die niet beantwoord worden is het hoogst in de sectoren landbouw en visserij, transport en communicatie, en horeca en zakelijke dienstverlening, en het laagst in de chemie, het bank- en verzekeringswezen en de sector overheid en onderwijs.

Wat betreft het aantal vacatures zien we duidelijke verschillen tussen de diverse rayons. Beduidend hoger dan het provinciale niveau scoren Weert (53‰), Maastricht Mergelland (50‰) en Venray (44‰). Lager dan gemiddeld is de vacatures in Venlo (26‰), Westelijke Mijnstreek (27‰), Parkstad Limburg (28‰) en Roermond (35‰).

Figuur1: Vacaturegraad en percentage langdurig openstaande vacatures per bedrijfssector, Limburg, april 2000

Een meer directe aanwijzing van het probleem van geschikte mensen vinden waarmee bedrijven kampen, is het percentage vacatures dat langer dan drie maanden open staat. Dat is het afgelopen jaar gestegen met 5%-punten tot 36% van het totaal aantal openstaande vacatures. Vooral in de bedrijfssectoren voeding, chemie, transport en communicatie, en overheid en onderwijs blijven vacatures vaak lang onvervuld. Relatief vlot worden openstaande vacatures vervuld in de landbouw en visserij, de handel en reparatie, en het bank- en verzekeringswezen.
Voor de verschillende beroepsgroepen is het beeld verschillend. Vooral in de lagere verzorgende beroepen is de werving van personeel erg moeilijk. De situatie is het minst erg in de lagere agrarische beroepen. Wat betreft de verschillende opleidingssectoren is het vinden van geschikte mensen het meest ernstig voor VMBO Techniek, VMBO Economie, VMBO Zorg en Welzijn, en HAVO/VWO. Het minst ernstig zijn de problemen voor VMBO Theorie en HBO Sociaal-Cultureel.

Daling aantal niet-werkende werkzoekenden
Sinds februari 1997 is het aantal niet-werkende werkzoekenden (NWW) met bijna 20.000 afgenomen. In april 2000 stond de teller op 39.700. Het aantal en het percentage werkzoekenden dat langer dan één jaar ingeschreven staat, daalde eveneens. Langdurig werklozen hebben dus fors geprofiteerd van de groei in werkgelegenheid. Het percentage ligt nu rond de 60%, wat betekent dat Limburg ongeveer 23.000 langdurig werkzoekenden telt.

Intussen is de bemiddelbaarheid van het werkzoekendenbestand verslechterd. Vooral het aantal direct bemiddelbaren (fase 1) is sterk teruggelopen en vanaf 1998 is ook het aantal werkzoekenden in fase 2 en 3 aan het dalen geslagen. Het verloop van het aantal slecht bemiddelbare werkzoekenden (fase 4) is veel grilliger. Voorzover daar al sprake is van een daling, is die minder sterk. Door de afname van de aantallen werkzoekenden in fase 1, 2 en 3 is het aandeel van de slecht bemiddelbaren in het totale aantal werkzoekenden de afgelopen drie jaar continu gestegen, van 32% in 1997 tot 42% medio 2000.
Februari 1997 Juli 1998 April 1999 April 2000
Aantal niet werkzoekende 59400 43000 43000 39700
Waarvan-Langdurig werkzoekende 46300 26700 25500 23300
En waarvanFase 1 direct bemiddelaar 20800 7300 7500 7300
Fase 2 en 3 afstand tot de arbeidsmarkt 19600 20200 18300 15500
Slecht bemiddelbaar 19000 15500 17200 16900

Tabel 3 Ontwikkelingen aan de aanbodzijde van de Limburgse arbeidsmarkt, 1997-2000

Het percentage niet-werkende werkzoekenden per ultimo maart 2000 bedraagt 7,8% van de beroepsbevolking, maar in twee rayons ligt dat percentage (erg veel) hoger, namelijk in Parkstad Limburg (9,8%) en Maastricht Mergelland (8,8%). Rayon Roermond kent een gemiddelde werkloosheid (7,8%), terwijl in de rayons Venray (5,2%), Weert (6,4%), Venlo (6,9%) en Westelijke Mijnstreek (7,0%) relatief weinig niet-werkende werkzoekenden wonen. In het algemeen geldt dat de arbeidsmarktsituatie beter is naarmate het beroepsniveau en het opleidingsniveau hoger zijn.

Krapte loopt verder op
De krapte op de arbeidsmarkt is de afgelopen jaren sterk toegenomen, van 0,39 in 1997 tot 2,34 in 2000. Dat betekent dat tegenover elke 100 werkzoekenden maar liefst 234 openstaande vacatures staan. Deze toename is het resultaat van de gelijktijdige toename van het aantal openstaande vacatures en de daling van het aantal werkzoekenden. De krapte doet zich in vrijwel alle sectoren voor. Van de dertien onderscheiden bedrijfssectoren kende in 1997 geen enkele sector over de hele linie krapte. Inmiddels kampen maar liefst twaalf van de dertien bedrijfssectoren met problemen in de personeelsvoorziening. Alleen voor de sector landbouw en visserij is gemiddeld gesproken nog sprake van een ruime arbeidsmarkt.

In het algemeen geldt dat de krapte toeneemt naarmate sectoren een sterkere aantrekkingskracht op de mensen hebben dan andere sectoren. In de sectoren landbouw en visserij, overige industrie, voeding, chemie, en transport en communicatie is de krapte tussen 1999 en 2000 gedaald, terwijl er in het bank- en verzekeringswezen sprake was van een forse stijging.
De krapte is sterker voelbaar op de hogere dan op de lagere opleidingsniveaus. Kijken we naar de verschillende beroepsgroepen dan blijkt dat de krapte in 2000 in zes groepen op lager en middelbaar niveau te is afgenomen. Op hoger niveau is de krapte alleen gedaald voor de hogere taalkundige, culturele beroepen en hogere (para)medische beroepen. In twee beroepsgroepen is geen sprake van een tekort: de taalkundige, culturele beroepen op middelbaar en hoger niveau
Arbeidsmarkt krapte ontwikkeling April 2000 1999/2000
Landbouw en visserij 0,48 -
Overige industrie 1,22 -
voeding 1,32 -
Chemie 1,39 -
Metaal en Elektrotechniek 1,77 0
Transport en communicatie 1,93 -
Energie 2,15 +
Overheid en onderwijs 2,25 +
Bouw en onroerend goed 2,53 +
Horeca en zakelijke dienstverlening 2,70 +
Kwartaire dienstverlening 2,82 0
Handel en reperatie 3,07 0
Bank en verzekeringswezen 3,37 +
Totaal 2,34 +

Tabel 4 Arbeidsmarktkrapte (in toenemende volgorde) per bedrijfssector, Limburg, april 2000 en ontwikkeling 1999-2000


Deelvraag 2 Hoe zit het met de scholing in Limburg

Arbeidsmarktpositie MBO-schoolverlaters verbeterd
De arbeidsmarktpositie van MBO-schoolverlaters is in Limburg de afgelopen jaren sterk verbeterd. Het gemiddeld bruto maandloon blijkt tussen 1996 en 1999 aanzienlijk te zijn toegenomen. De werkloosheid daalde in deze periode van 7% tot slechts 2%. Ook de intredewerkloosheid, dat wil zeggen het percentage schoolverlaters dat na het verlaten van de opleiding tenminste vier maanden op zoek is naar een baan, is sinds 1996 zowel in Limburg als landelijk sterk gedaald.

Figuur 2 Werkloosheid (in procenten) onder MBO-schoolverlaters, Limburg en Nederland, 1996-1999

Ook typerend voor de verbetering van de arbeidsmarktpositie van de MBO'ers in Limburg levert het percentage MBO-schoolverlaters met een flexibele aanstelling. Dat daalde van ruim 40% in 1996 tot ongeveer 25% in 1999.
Het verloop van het percentage Limburgse MBO-schoolverlaters dat in deeltijd werkt, is veel onregelmatiger. Gemiddeld genomen gaat het om ongeveer een kwart, maar de verschillen per opleidingssector zijn aanzienlijk. Ook de mate waarin schoolverlaters werkzaam zijn op een te laag niveau. Tussen 1996 en 1997 is deze te laag gebruik vanmensen aanzienlijk gedaald. In Limburg heeft daarna een stabilisatie plaatsgevonden, terwijl landelijk het beeld is verslechterd. Een gelijke ontwikkeling is te zien bij het percentage mensen dat een ander beroep buiten de eigen vakrichting kiest.

De verwachting voor 2001
De Limburgse economie zal naar verwachting ook de komende jaren flink blijven groeien. De verwachtte economische groei (3,5% in 2001) zal tot gevolg hebben dat de groei van de werkgelegenheid met 2,0% stijgt. Dat is iets hoger dan de verwachte landelijke groei. De verwachte totale vraag naar personeel bedraagt in 2001 in Limburg 73,5 duizend personen. Aan de ene kant bestaat dit uit groei van de werkgelegenheid die in 2001 in Limburg naar verwachting op 9 duizend personen uitkomt. Het grootste deel van de vraag wordt echter ingenomen door de bruto vraag van mensen die van baan wisselen. die 64,5 duizend bedraagt. Deze bruto vervangingsvraag betreft de totale uitstroom uit de groep werkenden die vervangen moet worden om de omvang van het aantal werkenden constant te houden. Waar echter baanopeningen aan de aanbodzijde slechts worden opgevuld door schoolverlaters, geldt dat voor de totale vraag ook herintreders en baanwisselaars een rol spelen. Naar verwachting stromen in 2001 in Limburg 18,5 duizend schoolverlaters in, 13 duizend herintreders en is er een aanbod van 31 duizend baanwisselaars.

Limburg 2001 Nederland 2001
Aantal % %
Uitbreidingsvraag(a) 9000 2,0 1,7
Netto vervangingsvraag (b) 20500 4,4 3,8
Bruto vervangingsvraag (c) 64500 13,9 13,4
Baanopeningen (A&B) 29500 6,4 5,5
Totale Vraag (A&C) 73500 15,9 15,1
Instroom schoolverlaters (D) 18500 4,0 4,3
Herintreders (E) 13000 2,8 3,1
Baanwisselaars (F) 31000 6,7 6,5
Aanbod van schoolverlaters (D) 18000 4,0 4,3
Totaal Aanbod (D&E&F) 62000 13,5 13,9
Vraagoverschot (A&B&D) 11000 2,4 1,2
Tabel 5 Verwachte arbeidsmarktontwikkeling (in aantallen en procenten), Limburg en Nederland, 2001

Uitbreidingsvraag vooral op hogere opleidingsniveaus
In 2001 zal naar verwachting slechts één bedrijfssector, te weten de landbouw en visserij, te maken krijgen met een krimpende werkgelegenheid. Forse groei is vooral te verwachten in het bank- en verzekeringswezen, de kwartaire diensten en de sector handel en reparatie. De uitbreidingsvraag neemt in Limburg naar verwachting sterker toe dan in Nederland als geheel, maar minder dan in een economisch sterke regio als de Randstad. Vergeleken met de eerdere korte-termijn vooruitzichten voor het jaar 2000, valt de verwachte uitbreidingsvraag in 2001 voor de meeste sectoren hoger uit.

Er zijn grote verschillen in de verwachte uitbreidingsvraag in de lagere en hogere opleidingssectoren. In het algemeen krijgen mensen met uitsluitend Basisonderwijs of VMBO te maken met een afnemende vraag, terwijl degenen met een opleiding op HBO- en WO-niveau een (erg) grote groei kunnen verwachten. Het VMBO blijkt helemaal géén geschikt eindonderwijs te zijn. De grootste verwachte uitbreidingsvraag zien we bij HBO Economie, WO Economie en WO Letteren en sociaal-cultureel. De sterke vraag naar de hogere economische opleidingssectoren laat gedeeltelijk de 'upgrading' van de op de arbeidsmarkt benodigde dingen zien. Er is veel vraag naar economisch opgeleiden op HBO- en WO-niveau, maar VMBO Economie laat een werkgelegenheidsdaling zien.
Opleidingssector % Typering
Basisonderwijs -3,1 Zeer laag
VMBO theorie 1,3 Laag
VMBO Landbouw -1,1 Zeer laag
VMBO Techniek -0,9 Zeer laag
VMBO Economie -0,3 Laag
VMBO Verzorging 0,3 Laag
Havo/VWO 4,9 Hoog
MBO landbouw 2,6 Gemiddeld
MBO techniek 2,7 Gemiddeld
MBO Economie 2,6 Gemiddeld
MBO dienstverlening/verzorging 2,7 Gemiddeld
HBO Landbouw - Gemiddeld
HBO Techniek 2,6 Gemiddeld
HBO Economie 4,8 Hoog
HBO Sociaal-cultureel 2,6 Gemiddeld
HBO Paramedisch 4,4 Hoog
WO Landbouw - Zeer Hoog
WO Techniek 3,3 Gemiddeld
WO Economie 6,5 Zeer Hoog
WO Letteren en sociaal-cultureel 5,2 Hoog
WO Medisch 3,7 Hoog
Totaal 2,0 -

Tabel 6 Verwachte uitbreidingsvraag per opleidingssector (in percentage van de werkgelegenheid), Limburg, 2001
Vervangingsvraag groter op lagere opleidingsniveaus
Naast de uitbreidingsvraag genereert ook de vervangingsvraag door (vervroegde) pensionering, arbeidsongeschiktheid, tijdelijke terugtreding en beroepsmobiliteit een vraag naar nieuwe arbeidskrachten. Naar verwachting komt de netto vervangingsvraag, als gevolg van uitstroom uit de arbeidsmarkt, in Limburg in 2001 uit op 20.500, ofwel 4,4% van het aantal werkenden. De bruto vervangingsvraag, waaronder ook de vraag naar baanwisselaars en herintreders valt, ligt veel hoger, namelijk op 13,9% van de werkgelegenheid.

Opleidingssector % (netto) Typering % (bruto) Typering
Basisonderwijs 1,4 Zeer laag 15,5 Hoog
VMBO theorie 9,4 Zeer hoog 20,4 Zeer hoog
VMBO landbouw 8,8 Zeer hoog 17,5 Hoog
VMBO techniek 5,3 Hoog 13,2 Gemiddeld
VMBO economie 3,3 Gemiddeld 8,8 Zeer laag
VMBO verzorging 7,5 Zeer hoog 20,2 Zeer hoog
HAVO/VWO 5,3 Hoog 19,6 Zeer hoog
MBO landbouw 5,1 Hoog 11,6 Gemiddeld
MBO techniek 5,0 Hoog 11,5 Gemiddeld
MBO economie 4,7 Hoog 13,9 Gemiddeld
MBO dienstverlening en verzorging 4,1 Gemiddeld 15,8 Hoog
HBO landbouw - Gemiddeld - Gemiddeld
HBO techniek 3,1 Gemiddeld 10,3 Gemiddeld
HBO economie 2,9 Laag 11,3 Gemiddeld
HBO onderwijs en sociaal-cultureel 3,0 Laag 11,3 Gemiddeld
HBO paramedisch 2,9 Laag 9,3 Laag
WO landbouw - Zeer laag - Hoog
WO techniek 1,5 Zeer laag 9,7 Laag
WO economie 2,3 Laag 12,1 Gemiddeld
WO letteren en sociaal-cultureel 3,4 Gemiddeld 13,2 Gemiddeld
WO medisch 2,6 Laag 9,3 Laag
Totaal 4,4 - 13,9 -

Tabel 7 Verwachte vervangingsvraag per opleidingssector (in percentage van de werkgelegenheid), Limburg, 2001

Net als in voorgaande jaren is de netto vraag naar vervanging een belangrijker onderdeel in de totale vraag naar nieuwkomers op de arbeidsmarkt dan de vraag naar uitbreiding. De vervangingsvraag is vooral groot in beroepssectoren met een stagnerende werkgelegenheidsgroei, zoals de agrarische beroepen. De grootste netto vervangingsvraag is aan te treffen bij VMBO Theorie, VMBO Verzorging en VMBO Landbouw. Ruwweg geldt dat de lagere opleidingen een hogere netto vervangingsvraag kennen dan de hogere en wetenschappelijke opleidingen. Een uitzondering hierop vormt het Basisonderwijs.

Instroom van schoolverlaters
De instroom van schoolverlaters op de Limburgse arbeidsmarkt in 2001 komt neer op circa 4% van het aantal werkenden. Voor de pedagogische beroepen, samen met de transportberoepen en de technische en industrieberoepen, wordt relatief de laagste instroom van schoolverlaters verwacht. Wat betreft de instroom per opleidingssector komt het Limburgse beeld in grote lijnen overeen met het landelijke. Voor VMBO Theorie en HAVO/VWO wordt een relatief (zeer) grote arbeidsmarktinstroom verwacht, veel kleiner zal die instroom uitvallen bij VMBO Economie, VMBO Landbouw en VMBO Techniek.

Beroepssector aantal % Typering
Pedagogische beroepen 500 2,3 Laag
Culturele beroepen - 4.7 Gemiddeld
Agrarische beroepen 500 3,6 Gemiddeld
Technische en industrieberoepen 3500 3,1 Gemiddeld
Transportberoepen 500 1,7 Zeer laag
Medische en Paramedische beroepen 1500 5,6 Hoog
Economische en Administratieve beroepen 50000 4,0 Gemiddeld
Informatica beroepen 500 7,2 Hoog
Sociaal culturele beroepen 500 6,2 Hoog
Verzorgende dienstverlenende beroepen 4500 5,4 Hoog
Openbare orde en veiligheidsberoepen 500 8.5 Zeer hoog
Totaal 18500 4,0 -

Tabel 8 Verwachte arbeidsmarktinstroom van schoolverlaters per beroepssector (in percentage van de werkgelegenheid), Limburg, 2001

Vraagoverschot neemt toe
In Limburg bedraagt in 2001 het verwachte vraagoverschot 2,4% van de werkgelegenheid. Dit is twee keer zoveel dan landelijk. Het perspectief voor schoolverlaters is in het merendeel van de beroeps- en opleidingssectoren dan ook goed. Het gunstigst zijn de vooruitzichten bij de transportberoepen en de economisch-administratieve beroepen en voor schoolverlaters met VMBO Landbouw, MBO Landbouw en MBO Techniek.

Voor werkgevers zijn de vooruitzichten heel wat minder mooi. Zij zullen in vrijwel alle beroepssectoren problemen ondervinden bij het krijgen van personeel. Het verschil tussen de verwachte baanopeningen en het aantal openstaande vacatures aan de ene kant en het verwachte aantal schoolverlaters en direct inzetbare werkzoekenden aan de andere kant, leidt tot een vraagoverschot van ruim 13.400 werknemers. Dat overschot is beduidend groter dan in 2000, toen het 'slechts' op 9.300 mensen was berekend op grond van een voorzichtig groei vooruitzicht. De bestaande knelpunten op de arbeidsmarkt zullen in 2001 dus alleen maar groter worden. Werkgevers kunnen met name knelpunten verwachten in technische, verzorgende en dienstverlenende beroepen.

Deelvraag 3 Wat doen we aan deze problemen

Enkele oplossingsrichtingen
Ook is snelle terugkomst van werkzoekenden, bevordering van participatie en stimulering van de grenspendel vanuit Duitsland en België. Aangezien van elk van deze methoden afzonderlijk maar beperkte resultaten te verwachten zijn, verdient een brede, integrale aanpak de voorkeur.

Reïntegratie
De daling van het aantal niet-werkende werkzoekenden zal de komende jaren aanhouden. Reïntegratie van werkzoekenden zal vanuit het oogpunt van knelpuntreductie enig soelaas kunnen bieden. Echter: de 'kwaliteit' van de harde kern werkzoekenden laat te wensen over. Snelle inzet van deze groep wordt tegengehouden doordat naast scholing vaak ook maatschappelijke reïntegratie nodig is. Bovendien is het aantal niet-direct inzetbaren dat door scholing aan de slag kan komen, voor veel beroepsgroepen te klein om de verwachte knelpunten op te lossen. Van het totale aantal van bijna 40.000 niet-werkende werkzoekenden is minder dan 20% direct in zetbaar. Rekening houdend met hun achtergrond (leeftijd, opleiding) is ongeveer de helft van de werkzoekenden 'bruikbaar' voor het verminderen van knelpunten.

Participatie
De laatste jaren is het aantal niet deelnemende in Limburg gedaald van 219.500 in 1997 tot 203.500 in 1999. Tot deze groep behoren vooral vrouwen, ouderen en mensen met uitsluitend basisonderwijs. Velen van hen zullen slechts een geringe bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van knelpunten en/of alleen met zeer veel moeite te bewegen zijn tot een terugkeer op de arbeidsmarkt.

Er zijn 21 duizend vrouwen in Limburg die momenteel niet op de arbeidsmarkt deelenemen, maar wel meer dan 12 uur per week zouden willen werken. Van deze groep is echter meer dan de helft niet op de korte termijn beschikbaar. Bovendien zijn er 117 duizend vrouwen in Limburg die niet of hooguit 12 uur per week zouden willen werken. Van deze groep heeft echter 26% slechts basisonderwijs en 38% een opleiding op VMBO-niveau. Met name knelpunten in lagere functies in de zorgsector zouden door de inzet van een deel van deze vrouwen kunnen worden verlicht.
De nietdeelnemende naar leeftijd varieert van 11% voor jongeren tot maar liefst 57% voor personen ouder dan 50 jaar. Als je alleen naar de cijfers kijkt is deze laatste groep dus het meest interessant. Tegelijkertijd hebben ouderen de geringste arbeidsmarktgerichtheid (hoe ze kijken op en naar de Arbeidsmarkt) : Bijna 70% van de nietdeelnemende 50-plussers wil géén werk of voor hooguit 12 uur per week en nog eens 18% is reeds met pensioen of in de VUT. Dit lijkt erop dat weinig ouderen genegen zijn weer aan het werk te gaan.

Grenspendel
Ten slotte is er de laatste jaren steeds meer aandacht voor grenspendel als mogelijkheid om knelpunten op te lossen. Als je alleen naar de cijfers kijkt levert pendel nog altijd een bescheiden bijdrage aan het Limburgse arbeidsaanbod. Slechts 1,8% van alle werkenden pendelt vanuit België of Duitsland naar Limburg. De pendel met Duitsland kent zelfs een negatief saldo: de uitgaande pendel is (veel) groter dan de inkomende. Wel is dit negatieve saldo de afgelopen jaren gedaald. In de aangrenzende Duitse en Belgische regio's bevindt zich een aanzienlijk potentieel aan werkzoekenden, terwijl de krapte op de arbeidsmarkt daar veel geringer is dan in Limburg. Toch is de inzetbaarheid van deze mogelijkheid matig: onder hen zijn veel langdurig werkzoekenden. Bovendien is het de vraag of de boeiende werkzoekenden uit deze groepen bereid zijn in Limburg te komen werken. Er spelen nogal wat belemmeringen een rol, zoals de versnipperde informatie over de Euregionale arbeidsmarkt, de gebrekkige afstemming van sociale zekerheids- en pensioenstelsels en de soms niet goede erkenning van elkaars diploma's. Voor Duitse werkzoekenden geldt bovendien dat het salaris dat zij in Nederland zouden kunnen verdienen, maar net boven het uitkeringsniveau in Duitsland ligt

Mannen Vrouwen Totaal Basis-/lager onderwijs %
Potentiële beroepsbevolking 350.000 338.500 689.000 41
waarvan
Niet deelnemend 56.000 147.500 209.500
Wil betaald werk > = 12 uur per week 8.000 21.000 29.000 56
Kan op korte termijn beginnen 4.500 9.500 14.000 -
Kan niet op korte termijn beginnen 3.500 11.500 15.000 -
Wil wel maar kan niet vanwege arb. ongeschiktheid 5.500 6.000 11.500 69
Wil geen betaald werk > = 12 uur per week 25.000 117.000 142.500 63
Gepensioneerd/VUT 17.000 3.500 20.500 44

Tabel 9 Omvang potentiële beroepsbevolking en non-participatie naar geslacht en categorie (excl. scholieren en studenten), Limburg, 1998-1999
Rekening houdend met deze beperkingen en belemmeringen resteert desondanks een relevant potentieel van plusminus 10.000 personen in Belgisch Limburg en 6.000 personen in de aangrenzende Duitse arbeidsmarktregio's.



REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

B.

B.

Heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel Mooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooi

21 jaar geleden

P.

P.

Waar heb je deze informatie vandaan gehaald van dit meesterwerk

17 jaar geleden