Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

De Italiaanse Barok



De Barok begon omstreeks 1600 in Italië, (Rome) en eindigde rond 1750. Het woord ‘barok’ komt van het Portugese woord Barocco, hetgeen ‘onregelmatig gevormde parel’ betekent. Tot en met de negentiende eeuw verwees men met ‘barok’ naar het ‘’vreemde’.’Pas later werd het beschouwd als een historisch kunstbegrip waarmee men de periode na de Renaissance aanduidde. De reden dat de Barok in Italië (het Vaticaan) begon, was omdat de Kerk de Barok gebruikte om de mensen weer gelovig te maken, maar dit wordt later uitgelegd.

De Barok was voor Rome erg belangrijk, want door de reformatie (het protestantisme) van Maarten Luther en Johannes Calvijn werd de macht van de kerk in Rome in twijfel getrokken. Mensen begonnen er zelf over na te denken of alles wel klopte. De kerk probeerde dit te sussen met de Contra-reformatie: een ``strijd`` tegen de reformatie. Het Vaticaan begon meer geld uit te geven aan architectuur, schilderijen en beeldende kunst. Dit zorgde ervoor dat er veel kunstenaars naar Italië en Rome kwamen. Verreweg de twee bekendste schilders daarvan zijn Michelangelo Merisi da Caravaggio, die uit de omgeving van Milaan kwam, en Annibale Carracci. Het typische van de werken van Caravaggio is het doordringende realisme. De heiligen die je op zijn schilderijen ziet, zien er, in plaats van nobele heldachtige gestalten, als gewone mensen uit. Er is ook een groot contrast tussen licht en donker. (Clair-obscur.) Deze lichtbehandeling wordt ook veel als voorbeeld gezien voor latere schilders. Een voorbeeld van een schilderij van hem, waarbij deze schildertechniek wordt gebruikt, is `` de Emmaüsgangers.``



Met deze kunstwerken probeerde de kerk nieuw en beter aanzien te krijgen bij de gelovigen. Het doel was dat wanneer de mensen de kerk binnenkwamen, ze te overdonderen door de hoeveelheid pracht en praal er daar stond: de expressie, de meeslepende drama`s die op de schilderijen waren afgebeeld. Door de overtuigingskracht van de beelden en de andere kunstwerken die daar waren: zo zou je weer helemaal geloven in de macht van de kerk van Rome.

De Barok, en in het bijzonder de Italiaanse Barok, was een kunst die wil aanlokken en overweldigen. Dat was ook de reden dat de Kerk in die tijd van deze kunst hield. De Barok was een protest tegen de Renaissance. De Barok was godsgericht en de kerk gebruikte haar om haar macht te benadrukken. Het was ``in`` om plafonds (thuis en in de kerk) te beschilderen met hemelse taferelen, alsof het leek dat het huis (of de kerk) geen dak bezat, maar dat je recht de hemel in keek. De kerkelijke barok werd na het Concilie van Trente (1545-1563: had als doel de mistoestanden en misbruiken binnen de Rooms-katholieke kerk aan te pakken) de kunst van de Contrareformatie. De Il Gesù kerk is uitgangspunt van de barok in Italië. De Italiaanse Barok heeft het aanzicht van Rome sterk bepaald: voornamelijk de vroege Barok: de Il Gesù in Rome. Deze kerk zou volgens de geestelijke van die tijd een belangrijke rol gaan spelen in de Contra-reformatie. Aan de linkerkant zie je een plattegrond van de Il Gesù. Als je goed kijkt, zie je dat de kerk de vorm van een kruis heeft. Ook de Il Gesù heeft een beschilderd plafond. Hier zie je De triomf van de naam Jezus door Il Baciccia. Het doel is dat het lijkt als of de kerk geen dak heeft, maar dat je recht de hemel inkijkt. De figuren die buiten het ``gat`` in het plafond zijn, geven aan dat de kerk goed is: anders zouden zij niet uit de hemel komen.

De Kunstenaars uit de Italiaanse barok gebruikten nieuwe technieken die de kunst meer beweeglijkheid geeft. De beweeglijkheid kreeg je door kleuren, kleurgebruik, lichtinval, illusionistische effecten, ruimte, dynamiek, versieringen en licht- en schaduweffect. De Italiaanse Barok heeft een aantal bijzondere kenmerken. Zo werd er in de Italiaanse Barokperiode veel gebruik gemaakt van 'trompe l'oeil', dat gezichtsbedrog betekent. Je kunt geen onderscheid meer maken tussen schilderijen, beeldhouwkunst en architectuur. Het lijkt of alles in elkaar overvloeit. In de kunst van de Italiaanse Barok wordt er vaak gekozen voor een religieus onderwerp, want de kerken moeten hemelse heerlijkheid uitstralen en de belangrijkste opdrachtgever was de kerk. De Italiaanse Barok straalt steeds beweeglijkheid, pracht en praal uit. Er is veel beweging en dynamiek in de figuren, kleding en achtergrond toegepast en de vormen zijn zelden symmetrisch. Licht-en donkerwerking (clair- obscur) wordt vaak toegepast en er zijn sterke kleurcontrasten. (Een voorbeeld van Clair-obscur is `` de roeping van st. Mattheus``) Het belangrijkste van de Italiaanse Barok was dat alle kunstwerken een eenheid vormden. (Meer emotie en beweging in de schilderijen.) Er werden erg ingewikkelde composities gemaakt, alleen maar om het geheel ruimtelijker te laten maken. Men beeldde dingen af op het moment van de activiteit. Iets anders dat vrij vaak werd toegepast, is fragmentatie. (Fragmentatie is dat er een toevallig deel uit een groter geheel wordt afgebeeld.) Een goed voorbeeld daarvan is de David, van Bernini. Goliath zou er eigenlijk bijstaan, in het verhaal, maar hier staat alleen David afgebeeld. Op deze manier kan de gezichtsuitdrukking ook duidelijker weergeven worden.



De laatste fase van de Barok wordt de Rococo genoemd, hetgeen Franse hoftuin betekent. Aan het einde van de Barok streefde men naar de totale eenheid. Dat wil zeggen dat alles een eenheid moest vormen: schilderijen, beeldhouwwerken en gebouwen.

Een veelgebruikte benaming voor de Italiaanse Barok is de Karakteristieke Kunst van de Contra-reformatie. De reden van deze naam is overduidelijk: de kerk gebruikte de overweldigende kunst van de barok om de mensen weer gelovig te krijgen.

De twee Italiaanse kunstenaars die de grondslagen voor de Italiaanse Barokkunst legden, waren Michelangelo Merisi da Caravaggio (1573-1610) en Annibale Carracci (1560-1609). De twee hoofdrichtingen van de Kunst waren de Klassieke en de meer Dynamische. Bij de Dynamische speelde het licht en donkereffect een grote rol.

De kenmerken van de Italiaanse Barok qua kunst zijn de volgende:



• Een religieus onderwerp nemen. (met, als het mogelijk is een dramatisch karakter)

• Veel beweging en dynamiek in het schilderij.(clair-obscur)

• Veel gebruik maken van ornamenten. (=versiersel met herhaling van een bepaald motief.)

• Als onderliggende structuur een sterke symmetrie kiezen.(De ornamenten vormen dan een mooi contrast d.m.v.hun asymmetrische en dynamische werking.)

Door deze middelen te gebruiken, zou men de gelovigen overtuigen van het gelijk van de Kerk.



De belangrijkste kenmerken van de architectuur van de Italiaanse Barok, zijn de accentueringen van de dynamische structuur. Dit kun je duidelijk zien bij de Il Gesù. Er ligt veel nadruk op de ingang. (De Middenpartij.) De situaties die worden afgebeeld op de gebouwen, beelden en schilderijen, worden en zijn niet geposeerd, maar worden afgebeeld op het moment van de activiteit. (clair-obscur.) De delen die het meest van alle tot de verbeelding spreken en op het gevoel werkt, worden benadrukt. De meest indrukwekkende beelden van de Italiaanse Barok, zijn de kastelen met hun ruime trappen en hun grote, geometrische (=meetkundige) aangelegde tuinen. Kenmerken van de tuinarchitectuur in de (Italiaanse) Barok:

-een duidelijk verbrede hoofdas, centraal op het gebouw uitkomend,

-perken rechthoekig,

-tweezijdige symmetrie,

-verband met het gebouw, een eenheid vormend,

-beelden op kruisingen van de paden,

-strak geschoren werk, laag, om gebouw beter te laten uitkomen,

-gebruik van fijn grind.



Belangrijke maar vooral bekende architecten uit de Italiaanse Barok zijn Francesco Borromini en Carlo Maderno. Links zie je de voorgevel van de kleine kerk de Santa Susanna. Als uitgangspunt neemt Maderno de gevel van de Il Gesù, maar hij zoekt verder inspiratie bij Michelangelo. (Michelangelo wordt ook wel de vader van de Barok genoemd, hoewel hij in de Renaissance ook wel een aardige rol speelde.) Omdat deze voorgevel in het begin van de Italiaanse Barok is gemaakt, is het een mengsel van allerlei verschillende invloeden.

Een zeer bekend werk van Borromini is de kerk de San Carlino alle Quattro Fontane. Het kerkje wordt gebouwd tussen 1634 en 1641, maar de voorgevel wordt pas voltooid in 1667, het jaar waarin hij stierf. Borromini laat met zijn voorgevel een wezenlijk thema van de Barok zien: het oneindig wisselen van vormen en ruimten, met een voorliefde voor het 'bochtige profiel'. Dat zie je in veel van zijn kunstwerken terug, zoals de Sant'Ivo Alla Sapienza van de oude Romeinse universiteit.

Nicola Salvi is de zeer bekende maker van de Fontana di Trevi. Dit is wel de meest beroemde van de talloze fonteinen die Rome rijk is. Ze wordt gevoed door de Aqua Virgo, een 20 km lang aquaduct, dat in 1453, na eeuwen onderbroken te zijn geweest, weer was hersteld. Voor het water werd hier een eerste fontein gebouwd, ca.1750 vervangen door dit monument, dat tegen de korte gevel van het palazzo Poli aangebouwd ligt. Het centrum van de 20 m brede en 26 m hoge geheel wordt gevormd door een triomfboog, waaronder de god Oceanus gereden komt op zijn triomfwagen, een reusachtige schelp, getrokken door twee onstuimige zeepaarden. Links en rechts van hem de symbolische gestalten van de Overvloed en de Gezondheid. En verder overal water, dat ruist en wervelt en klatert, meer dan 1000 liter per seconde, in een nooit eindigende en in de zomer verfrissende symfonie. In de lijn van die overvloed is de fontein zelf ook een uitbarsting van barokke vreugde: alles is er massa en beweging, de paarden, de begeleidende Tritons, Overvloed en Gezondheid en ten slotte zelf, wiens hand zelfzeker met de onzichtbare teugels zijn stormachtige paarden ment. Paleisbouw, beeldhouwwerk, rotsen en water spelen hier uitbundig samen. Wie in dit feest meespeelt door een geldstuk over het hoofd in het water te werpen, komt, volgens het verhaal, zeker terug naar het Rome van de Italiaanse Barok.

Een bekende componist uit de Italiaanse Barok is Claudio Juan Antonio Monteverdi. Hij werd geboren op 25 mei in Cremona in 1567 en overleed op 29 november in Venetië in 1643. Monteverdi's werk markeert de overgang van Renaissance naar barokmuziek. In 1590 werd Monteverdi aangesteld als zanger en violist aan het hof van Mantua, één van de toenmalige Italiaanse stadstaten. In 1601 promoveerde er hij tot dirigent. Tot zijn veertigste jaar concentreerde hij zich voornamelijk op het componeren van madrigalen (=overwegende vocale(= zingen) muziekvorm), 8 boeken in totaal. Hiermee wordt goed duidelijk hoe de polyfonie(=veel klanken, of in dit geval stemmen) van de Renaissancemuziek plaats maakte voor de monodie (= de melodie van een lied met akkoordbegeleiding) en homofonie(=met slechts één stem als melodie) die zo kenmerkend zijn voor Barokmuziek.

Het was een logische stap om van monodie, die een niet-dominante begeleidende muziek was, naar de opera. In 1609 componeerde Monteverdi zijn eerste opera: Orfeo. Gewoonlijk worden Monteverdi's opera's als vroegbarok aangeduid. In 1613 werd Monteverdi aangesteld als dirigent aan de San Marco in Venetië. In Venetië voltooide hij ook zijn achtste madrigalenboek. Dat bevatte onder meer de dramatische scène Tancredi e Clorinda, waarin orkest en stemmen twee aparte partijen vormden, tegenpartijen als het ware. Mogelijk kwam Monteverdi op dit idee vanwege de balkons aan weerszijden van de San Marco. In voorgaande decennia waren deze al gebruikt voor polyfonische uitvoeringen, en nu dan voor het uitvoeren van barokke madrigalen. Monteverdi was een van de eerste die het gebruik van tremolo (= snelle dezelfde noten achter elkaar spelen) en pizzicato (=het bespelen van snaren met de vingertoppen) gebruikte.

Tijdens de laatste twee jaar van zijn leven werd Monteverdi ziek, maar dat weerhield hem niet van het componeren van zijn laatste twee meesterwerken: Il ritorno d'Ulisse in patria, en de historische opera l'Incoronazione di Poppeia. Speciaal l'Incoronazione wordt wel gezien als het hoogtepunt van Monteverdi's oeuvre. Het bevat tragische elementen, maar ook komische en dat laatste was nieuw. Verder werden de diverse karakters realistisch ingekleurd en waren de melodieën ongekend warm. De componist gebruikte voor dit werk een kleiner orkest dan gebruikelijk en schreef een rol van het koor voor.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.