ADVERTENTIE
Wil jij exposeren in het Rijks?

Heb jij een goed oog voor mooie beelden? Het Rijksmuseum zoekt jonge fotografen die hun talent durven laten zien. De prijzen: een tentoonstelling in het Rijksmuseum en je eerste betaalde foto-opdracht! Klik voor meer info over het thema en de wedstrijd.

Meer info

Glaucoom



Definitie:

Bij deze ziekte sterven de oogzenuwcellen langzaam af, meestal door een verhoogde oogdruk. Tot op heden kunnen dode cellen niet vervangen worden. Daarom is het verlies aan gezichtsvermogen door glaucoom onherroepelijk en definitief.

Als de oogdruk zo hoog is dat de zenuwcellen van het oog ziek worden en afsterven, ontstaat glaucoom. Meestal is de oogdruk dan hoger dan 21 mm Hg (millimeter kwikdruk).

Hoge oogdruk ontstaat als het inwendig oogvocht niet meer goed weg kan langs de afvoerkanaaltjes.





Etiologie:

- Verhoogde oogdruk.

Toch kan je glaucoom krijgen bij een zogezegd normale druk

- Slechte doorbloeding van het oog.

- Kan erfelijk zijn.



Niet iedereen met verhoogde oogdruk krijgt glaucoom

Veel mensen krijgen glaucoom als hun oogdruk hoger is dan 21 mm Hg, maar niet iedereen. Het is dus niet altijd noodzakelijk om onder behandeling te komen als je oogdruk hoger is dan 21 mm Hg.



Niet iedereen met een normale oogdruk is veilig

De meeste mensen met een oogdruk beneden de 21 mm Hg krijgen geen glaucoom.

Daarom geeft een oogdruk meting alleen (bijvoorbeeld bij de opticien), een vals gevoel van veiligheid.

Glaucoom is helemaal geen vorm van kanker.





Erfelijk:

Als er iemand in je familie glaucoom heeft, heb je zelf beduidend meer kans om glaucoom te krijgen. Bovendien kan dit dan ook al op jongere leeftijd. Zodra je weet dat een familielid glaucoom heeft, ga je best bij de oogarts langs. Het gaat hier niet alleen om je broer of zus, ouders of grootouders. Als een tante, oom, neef of nicht de ziekte heeft, is dit even belangrijk.



Onderzoeksmethoden:

- De oogarts kan door bijkomend onderzoek uitmaken of je al een behandeling nodig hebt.

Is dit niet het geval, dan moet je wel regelmatig op controle blijven komen.

Meestal is dit 1 tot 2 maal per jaar.

- De oogarts kan door bijkomend oogonderzoek uitmaken of je zogenaamd “normale druk

glaucoom” hebt



Meting van de oogdruk

Het oog wordt lichtjes en kortstondig ingedrukt met De “tonometer” nadat het eerst met een oogdruppeltje werd verdoofd zodat je niets voelt. Je ziet alleen een

blauw licht heel dichtbij komen. Naargelang het oog zich gemakkelijk of moeilijk laat indrukken, kan de oogarts de waarde van de oogdruk op de tonometer aflezen. Met een andere methode wordt het oog ingedrukt met een luchtstoot, en is er geen

oogdruppel nodig. De oogarts kan zien in welke mate de oogzenuw een uitholling vertoont. Toenemende uitholling bij opeenvolgende bezoeken, is een teken van glaucoom. Soms moet de oogarts met een oogdruppeltje de pupil groter maken om goed naar de oogzenuw te kunnen kijken. Dat doet geen pijn, maar geeft wel gedurende een 2-tal uren een wazig zicht. In dat geval rijd je best niet zelf met de wagen naar huis.



Beoordeling van het verlies van gezichtsvermogen:

Het gezichtsveldonderzoek met de “perimeter” kan heel vroegtijdig blinde zones in het gezichtsveld opsporen, lang voor je die zelf opmerkt. De perimeter bestaat uit een koepel waartegen overal, één na één, lichtjes geprojecteerd worden. Je zit met een kinsteun voor de koepel en moet steeds naar het centrum van de koepel kijken.

Je duwt op een knop telkens je een lichtje ziet. Dit onderzoek kan toch wel een tiental minuten in beslag nemen per oog en vraagt dus wel veel medewerking van jou.

De gegevens worden door de computer verwerkt, en afgedrukt.

Afhankelijk van de ernst van de toestand, worden de onderzoeken 1 tot 4 maal per jaar herhaald. Zo kan een behandeling tijdig worden ingesteld of aangepast.



Symptomen:

Het uitvallen van het gezichtsvermogen.



Therapie:

Glaucoom is niet definitief te genezen

Eens je glaucoom hebt, moet je voor de rest van je leven op controle bij de oogarts blijven. De behandelingen stabiliseren het ziekteproces door de oogdruk te verlagen. Zo wordt verder verlies van gezichtsvermogen tegengehouden, maar genezen doet die oogdrukverlaging niet. Niets garandeert dat je na verloop van tijd geen andere of bijkomende behandeling nodig hebt om blindheid te voorkomen.

Een uitgebreid arsenaal oogdruppels staat ter beschikking. De oogarts beoordeelt op basis van verschillende factoren (zoals hoogte van de oogdruk en gezondheidstoestand) welke oogdruppel voor jou de meest geschikte is. Je moet elke dag de druppels in je ogen doen, zonder onderbreking. Je druppelt best altijd rond hetzelfde tijdstip van de dag, en om het nooit te vergeten koppel je dit best aan een bepaalde activiteit, zoals het ochtendtoilet, of na het avondeten. Als je 2 verschillende soorten oogdruppels na elkaar gebruikt, wacht je minstens 5 minuten tussenin. Na opening blijven de meeste flesjes 1 maand goed.



Laserbehandeling is pijnloos en vereist geen ziekenhuisopname. De laser maakt microscopisch kleine gaatjes in de afvoerkanaaltjes, zodat het inwendige oogvocht beter weg kan. Dit kan ter vervanging van oogdruppels, of als bijkomende behandeling wanneer oogdruppels onvoldoende resultaat geven. In dat laatste geval moet je de oogdruppels na de behandeling steeds verder gebruiken. Het effect van een laserbehandeling houdt zelden langer dan 3 jaren aan.



Wanneer oogdruppels of laserbehandeling onvoldoende resultaat geven wordt je geopereerd. Er wordt een opening in de oogbal gemaakt waarlangs het teveel aan oogvocht kan ontsnappen naar de bloedbaan.



Complicaties:

Zoals bij elke operatie kunnen er zich complicaties voordoen.

Hierbij gaat het vooral om

- bloeduitstorting,

- infectie,

- cataract,

- en verlies aan gezichtsvermogen.

Het is ook belangrijk om weten dat sommige geneesmiddelen een aanval van glaucoom kunnen uitlokken.

Dit kan je lezen in de bijsluiters van heel wat:

-geneesmiddelen, vooral deze tegen verkoudheid, diarree, depressie en ziekte van Parkinson.







Hartinfarct



Definitie:

Infarct betekent het afsterven van een stuk weefsel door zuurstofgebrek.

Een hartinfarct is dus het afsterven van een stuk hartspier, doordat dit gedeelte te lang (minstens 30 minuten) geen zuurstof heeft gekregen.

- Totale afsluiting van de slagader die het hart van zuurstof voorziet.

Het gedeelte achter deze afsluiting krijgt geen zuurstof meer en sterft vervolgens af, tenzij het weer tijdig open gaat.

Een stuk weefsel dat geen zuurstof krijgt en dus afsterft, geeft pijn. In het geval van het hart is er sprake van een drukkende pijn op de borst, een gevoel dat veel heviger is dan angina pectoris. Het gebrek aan zuurstof kan tijdelijk dan wel blijvend zijn. Bij een tijdelijk gebrek aan zuurstof duurt de pijn meestal maar een paar minuten en hooguit een kwartier. De pijn bij een tijdelijke afsluiting wordt angina pectoris genoemd en ontstaat niet door een totale afsluiting, maar door een vernauwing van de kransslagader.

Bij een blijvend gebrek aan zuurstof daarentegen is er sprake van een complete afsluiting (afb. 3) en duurt de pijn veel langer dan een kwartier. De pijn kan uren aanhouden. Deze blijvende afsluiting is dus een hartinfarct. Een kransslagader wordt afgesloten doordat een bloedprop klem komt te zitten in het vat. Zo'n bloedprop ontstaat meestal door een scheur in een verdikking van de wand van de slagader.



Etiologie:

- Een verhoogde bloeddruk

- Hoog cholesterolgehalte

- Suikerziekte

- Roken

- Erfelijk

- Onvoldoende lichaamsbeweging

- Fors overgewicht

- Negatieve spanningen



Onderzoek methoden:

Wanneer je een hartinfarct hebt gehad zal de cardioloog bekijken wat de beste manier is om een volgend hartinfarct te voorkomen. Om dit te bepalen kijkt hij naar de ernst van het hartinfarct en hij doet een katheteronderzoek (Meestal vanuit de lies, maar soms vanuit arm of hals, worden één of meerdere slangetjes (katheters) via een ader of slagader opgeschoven naar het hart. Via de katheters kan de bloeddruk in het hart worden gemeten.).



Hierbij wordt er via een ader in je lies of in je pols een slangetje naar je hart toegeschoven en contrastvloeistof in het bloed gespoten. Deze contrastvloeistof licht wit op een röntgenfoto. Met behulp van zo’n röntgenfoto kunnen ze dan kijken waar de vernauwing in de kransslagader zit. Hier stopt de contrastvloeistof want die kan niet door de vernauwing heen. Aan de hand van dit onderzoek wordt er gekozen voor een bepaalde

manier van behandelen.



Symptomen:

- Grauwe huidskleur

- Soms bewustzijnsverlies

- Misselijkheid en/of braken

- Sterk tintelend gevoel in hand of vingers.

- Kortademig worden of zelfs flauwvallen.

- Een drukkende pijn die meestal achter het borstbeen wordt gevoeld;

- De pijn kan uitstralen naar de linker (soms rechter) schouder, de kaak, de bovenbuik of

tussen de schouderbladen;

- Het geeft een gevoel van benauwdheid;

- Het gaat vaak gepaard met zweten bleek zien en angst.



De pijn is echter veel heviger en verdwijnt niet met rust.



Diagnose:

Een hartinfarct kan een levensbedreigende aandoening zijn. Het is belangrijk dat iemand met een hartinfarct snel naar het ziekenhuis wordt vervoerd. Hier wordt de diagnose definitief gesteld op grond van:

- De pijnklachten van de patiënt;

- Een elektrocardiogram (ECG): een hartinfarct geeft specifieke afwijkingen te zien;

- Bloedonderzoek: Enzymen, afkomstig uit beschadigde hartspiercellen worden gemeten.



Therapie:

- Het geven van rustgevende medicijnen;

- Medicijnen om het stolsel in het hart op te lossen en andere medicijnen tegen

bloedstolling;

- Medicijnen die de schade aan het hart moeten beperken;

- Zuurstof.



Om een volgend hartinfarct te voorkomen zijn er enkele soorten medicijnen.



- Bètablokkers. Dit zijn medicijnen die je hartslag vertragen en die je bloeddruk laten

dalen. Hierdoor heeft je hart minder zuurstof nodig en heb je minder vaak pijn op de

borst.

- Nitraten. Dit zijn medicijnen die de kransslagaders wijder maken zodat er meer zuurstof

bij de hartspier kan komen. Je hebt deze medicijnen in de vorm van een tablet voor

onder de tong en in de vorm van een spray voor onder de tong.

- Calciumantagonisten. Dit zijn medicijnen die de kransslagaders wijder maken zodat er

meer zuurstof bij de hartspier kan komen.

- Antistollingsmedicijnen. Deze medicijnen worden ook wel bloedverdunners genoemd,

maar ze maken je bloed niet echt dunner. Ze voorkomen dat je bloed propjes maakt, die

een vernauwing zouden kunnen verergeren. Het meest bekende antistollingsmedicijn is

aspirine.

- Cholesterolverlagende medicijnen. Dit zijn medicijnen speciaal bedoelt voor mensen met

een te hoog cholesterol gehalte. Hoe minder LDL-cholesterol, het ‘slechte’ cholesterol, er

in je bloed zit, hoe minder kans er is op het afzetten van vet op de wanden van de

kransslagaders.

- ACE-remmers. Dit zijn medicijnen die de bloeddruk verlagen door dat ze de bloedvaten

verwijden. Zo hoeft je hart minder moeite te doen om je bloed rond te pompen.

- Diuretica. Dit zijn medicijnen, ze worden ook vaak plasmiddelen genoemd, die werken in

de nieren. Ze zorgen er voor dat er via je urine extra vocht uit je lichaam gaat. Zo wordt

je hart ontlast want het hoeft minder bloed rond te pompen. Deze medicijnen laten

ook je bloeddruk dalen.



Complicaties:

- Shock en hartzwakte. Hierdoor kan de patiënt vocht gaan vasthouden en kan stuwing in

de longen optreden.

- Ritmestoornissen. Vooral het zogenaamde kamerfibrilleren is berucht en maakt

reanimatie noodzakelijk.

- Een beroerte ten gevolge van daling van de bloeddruk;

- Een scheur in de hartspier (harttamponade). Dit is meestal fataal.

- Een uitbochting in de hartspier (aneurysma). Hierdoor vermindert de pompfunctie van

het hart en kan het lichaam vocht gaan vasthouden.

Ritmestoornissen of stoornissen in de pompfunctie van het hart maken voor kortere of langere tijd weer andere medicijnen noodzakelijk.

3Hypertensie



Definitie:

Hypertensie, ook hoge bloeddruk, verhoogde bloeddruk of bloeddrukverhoging, een voortdurende verhoging van de diastolische en systolische bloeddruk in de slagaders.



Etiologie:

Uitsluitend systolische bloeddrukverhoging komt voor bij o.a. het ouder worden en bij verhoogde schildklierwerking. Hoge-bloeddrukwaarden zijn soms een begeleidend symptoom bij ziekten als atherosclerose, aandoeningen van de nieren en hormonale afwijkingen. Deze soorten van secundaire hypertensie komen minder vaak voor dan de essentiële hypertensie, waarvan de oorzaak niet bekend is.



Verhoogde bloeddrukken:

Bloeddruk Systolisch: 115 en diastolisch is de optimale bloeddruk

Bloeddruk Systolisch: 140-159 of diastolisch 90-99 is de milde hypertensie

Bloeddruk Systolisch: 160-179 of diastolisch 100-109 is de matige hypertensie

Bloeddruk Systolisch: meer dan 180 of diastolisch meer dan 110 is ernstige hypertensie

- Scheuren van kleine bloedvaten

- uittreding van vocht uit de long bloedvaatjes



Therapie:

bètablokkers (remmen de bètareceptoren in het hart); diuretica (verminderen hoeveelheid circulerend bloedvolume door verhoging urineproductie); calcium-antagonisten (remmen spieren in de wanden van de bloedvaten); ACE-remmers (remmen werking van het bloeddrukverhogende hormoon renine).







Dengue



Definitie:

Dengue (ook bekend als knokkelkoorts) is een virale infectieziekte.



Etiologie:

Het wordt overgebracht door muggenbeten, van de soort Aedes aegypti. De ziekte wordt overgedragen door Aedes aegypti (denguemug), zelden door Aedes albopictus, en een tweetal andere soorten die het virus overbrengen naar mensen. Deze mug, die behalve dengue ook nog andere ziekten kan overbrengen, is te herkennen aan zijn zwart-wit gestreepte pootjes.



De mug die het virus overbrengt, is overdag actief. Tegen de ziekte bestaat geen vaccinatie. Mensen moeten zich zoveel mogelijk beschermen tegen muggenbeten door het gebruik van muggenwerende middelen en muskietennetten. Ook worden in veel landen de broedplaatsen van de muggen aangepakt om de voortplanting van de muggen te verstoren.Bij niet behandelen van dengue overlijdt ongeveer tien procent van de patiënten aan DHF. Met de juiste behandeling kan dit percentage worden teruggebracht tot één procent. De behandeling is symptomatisch: niet de oorzaak wordt weggenomen, maar de klachten worden bestreden.



Symptomen:

- Plotse koorts,

- Zware hoofdpijn,

- Pijn in gewrichten en spieren

- Soms een uitslag, die uit helderrode petechiën bestaat en meestal op de onderbenen en

de borst begint.

- Maagdarmontsteking bestaan met misselijkheid, overgeven en/of diarree.

- Hoge koorts met koude rillingen

- Pijn achter de ogen.

- Hoesten, keelpijn, smaakverandering, misselijkheid.



Diagnose:

De gewone dengue wordt meestal klinisch gediagnosticeerd. Voor hemorrhagische dengue is er een WHO-definitie: aan alle vier voorwaarden moet worden voldaan. Hemorragische dengue:

- Koorts

- Bloedingsneiging (stuwbandtest leidt tot petechiën, spontane blauwe plekken, bloedende

slijmvliezen of tandvlees, injectieplaatsen, bloed in diarree of braaksel)

- trombocytopenie
- tekenen van hyperpermeabiliteit van de vaatwand: hematocriet >20% hoger dan

verwacht, effusies, laag plasma-eiwit, hypovolemie.



Er zijn aanwijzingen dat de hemorhagische vorm dengue eerder optreedt door een tweede infectie bij iemand die eerder een dengue- aanval door een ander dengue- virus heeft doorgemaakt.



Therapie:

De patient moet voldoende drinken, en eventueel extra vocht krijgen via een infuus als dit niet lukt. Er bestaat geen vaccin en ook geen medicatie tegen dengue.

Malaria



Definitie:

Malaria (mala aira = 'slechte lucht') is een van de meest bedreigende infectieziekten in de (sub)tropen en wordt veroorzaakt door een malariaparasiet. De parasiet wordt van mens op mens overgebracht door een steek van de malariamug (Anopheles).



Etiologie:

Het vrouwtje van de malariamug wordt naar de mens gelokt door een combinatie van geuren, vooral die van kooldioxide en van vetzuren. De vetzuren worden door bacteriën vrijgemaakt uit de vettige laag die de menselijke huid bedekt. De vrouwelijke malariamug raakt geïnfecteerd door het zuigen van bloed bij iemand die al malaria heeft.



Onderzoek methoden:

Door een steek van een besmette mug worden de sikkelkiemen (sporozoïeten) bij de mens in het bloed gebracht. Via het bloed bereiken ze spoedig de parenchymcellen van de lever, waarin ze zich verder ontwikkelen.



Symptomen:

- Koorts

- Koude rillingen

- Spierpijnen

- Hoofdpijnen

- Bloedarmoede

- Soms geelzucht



Diagnose:

Door opsporing van de parasieten in het bloed : De dikdruppel techniek.

Door een druppel bloed van het slachtoffer te onderzoeken kan men een diagnose vaststellen. Het bloed wordt onder een microscoop bestudeerd.



Therapie:

De uiteindelijke behandeling van malaria zal afhangen van het risicogebied waar de besmetting heeft plaatsgevonden. Dit in verband met resistentie van de malariaparasiet tegen bepaalde medicijnen. De behandeling zal ook anders zijn bij een besmetting met Plasmodium falciparum in vergelijking met Plasmodium vivax of Plasmodium ovale. Verder kan de keuze van een medicijn ook anders zijn als er malariaprofylaxe geslikt werd tijdens het verblijf in een risicogebied.

Omdat er geen vaccin tegen malaria is, is het belangrijk om preventief maatregelen en medicijnen te nemen wanneer je naar een risicogebied reist.

- Eén van de beste manieren om malaria te voorkomen is er voor te zorgen dat je niet door muggen gestoken wordt.

- Artemisinine is een natuurlijk antimalariamiddel afkomstig uit de plant Artemisia annua

- Tegenwoordig wordt malarone vaak als medicatie voorgeschreven







Tyfus



Definitie:

Tyfus ook wel buiktyfus of tyfoïd, besmettelijke ziekte.



Etiologie:

Die wordt veroorzaakt door de bacterie Salmonella typhi. Besmetting heeft plaats via bacteriën bevattende ontlasting van een patiënt of bacteriedrager. Besmetting via voedsel en drinkwater is ook mogelijk. De bacteriën worden door de mond opgenomen en verspreiden zich via de bloedbaan. De drie belangrijkste besmettingswegen zijn: water, voedsel en direct contact. Vaccinatie geeft een goede bescherming gedurende een bepaalde tijd.



Symptomen:

- Hoge temperatuur

- Bewustzijnsstoringen

- Aandoeningen van het maag-darmstelsel (vaak verstopping, later soms diarree).

- Sufheid



Therapie:

De behandeling geschiedt door middel van specifieke antibiotica. Vaak is extra vochttoevoer noodzakelijk, gezien het verlies van veel vocht met de diarree.



Complicaties:

Tot de andere complicaties van tyfus moeten worden gerekend:

- longontsteking;

- beenmergontsteking;

- galblaasontsteking;

- gewrichtsontsteking;

- hersenontsteking.







Tetanus



Definitie:

Wordt ook wel kaakklem of wondkramp genoemd. Infectie met de bacterie Clostridium tetani en de vergiftiging van de bacterie



Etiologie:

Deze ziekte ontstaat als gevolg van een infectie met de bacterie Clostridium tetani. Deze komt voor in straatvuil, hout splinters, paarden vijgen, etc… De bacterie produceert een giftige stof ( een Exotoxine) die de problemen veroorzaakt. In principe bestaat bij alle buiten opgelopen verwondingen gevaar voor een tetanusinfectie. De incubatie tijd varieert van 3 tot 21 dagen, maar kan ook maanden zijn. Hoe korter de incubatie tijd, hoe ernstiger de ziekte. De patiënt is niet direct besmettelijk voor zijn omgeving.



Symptomen:

- Verhoogde prikkelbaarheid

- Hoofdpijn

- Algemene malaise

- Spierpijnen, Spierkrampen

- Kramp in de kaakspieren, ontstaat Trismus (kaakklem), Risus Sardonicus ( Grimmige

lach)

- Hol getrokken rug (Opisthotonus)

- Dood door verstikking (niet lang na de infectie)



Therapie:

- Beademing

- Toediening van anti- tetanus immunoglobuline

- Onmiddellijke ziekenhuis opname en behandeling met tetanus toxide (deze is maar tien

jaar actief)







Ziekte van weil



Definitie:

Een leptospirose, veroorzaakt door een bacterie die veel voorkomt bij bruine ratten. Met de rattenurine komen de leptospiren in het water, zodat de mens o.a. bij het zwemmen kan worden aangetast. Het is een C-aangifteplichtige ziekte.



Etiologie:

De bruine rat. De bacteriën worden met de urine van knaagdieren uitgescheiden. In water kunnen zij maandenlang overleven. Incubatietijd: 4 tot 19 dagen, meestal 10 dagen. Directe overdracht van de bacterie van mens op mens is zeldzaam. De leptospiren kunnen door de mens in de urine worden uitgescheiden, meestal gedurende 1 maand.



Symptomen:

In de eerste en tweede week ontstaan enkele rode, wegdrukbare vlekjes met een doorsnede van circa 3 mm, vooral op de buik. In de derde week treden soms bloedingen op in het darmstelsel, die vaak met een snelle temperatuurdaling gaan gepaard. Het gebeurt zelden dat de darmwand daarbij perforeert.

- Koude rillingen

- Hoge koorts

- Hoofd- en spierpijn

- Geelzucht ontstaan door aantasting van de levercellen

- Soms zijn er verschijnselen van hersenvliesontsteking.



Therapie:

De Leptospira bacterie is gevoelig aan courant gebruikte antibiotica zoals penicilline G, ampicilline, amoxicilline en doxycycline. Bij matige of ernstige infecties zal de patiënt in het ziekenhuis worden opgenomen met intraveneuze toediening van penicilline of ampicilline.

Wondverzorging, een vroegtijdige vermoeden van de ziekte en een adequate behandeling maken deel uit van een correcte aanpak.









Hiv/ Aids/ Seropositief



Definitie:

Hiv is de afkorting van humaan immunodeficiëntie virus. Humaan betekent menselijk en immunodeficiëntie betekent dat de afweer, het immuunsysteem, wordt aangetast. Hiv is dus een virus dat de afweer bij mensen verzwakt. Je afweer is dan niet meer in staat om bepaalde ziekteverwekkers goed te bestrijden. Je kunt dan infecties krijgen, die door de afweer van mensen die niet hiv-positief zijn zonder problemen kunnen

worden bestreden. Hiv is



Aids

Is de afkorting van Acquired Immuno Deficiency Syndrome. Letterlijk betekenen deze vier woorden 'verworven', 'afweersysteem', 'tekort' en 'complex van ziektes'. Aids is dus een verworven aandoening waarbij het afweersysteem tekortschiet, waardoor verschillende ziektes kunnen ontstaan.



Als je hiv-positief bent, betekent dat niet dat je ook aids hebt. Je krijgt pas de diagnose 'aids' als hiv je afweer zo ernstig heeft aangetast, dat je ziek wordt door een infectie, die door een gezonde afweer normaal gesproken wordt bestreden. Dit soort infecties worden opportunistische infecties genoemd, omdat ze de gelegenheid benutten om toe te slaan. Deze infecties kunnen soms levensbedreigend zijn. Een voorbeeld van een opportunistische infectie bij hiv-positieven is een bepaalde longontsteking (PCP). Naast infecties kunnen door hiv bepaalde vormen van kanker, bijvoorbeeld Kaposi sarcoom, ontstaan.



Seropositief

Bij een virusinfectie maakt je afweer antistoffen om je lichaam te beschermen. Die antistoffen blijven meestal levenslang in je bloed aanwezig. Bloedonderzoek kan de aanwezigheid aantonen van antistoffen, die aangeven dat er een infectie heeft plaatsgevonden. Bij de meeste virussen, zoals het griepvirus, overwint je afweer de infectie. Ook bij hiv heeft je lichaam antistoffen tegen het hiv-virus aangemaakt. In jouw bloed kunnen bij de hiv-test deze antistoffen aangetroffen zijn. Je bent dan dus 'hiv-positief' bevonden. Dit wordt ook wel 'seropositief' genoemd. De hiv-antistoffen in je bloed kunnen het virus jarenlang onderdrukken, maar niet uitschakelen. Het hiv-virus, dat ook wel aids-virus wordt genoemd, blijft dus in je lichaam aanwezig.

Op den duur is je afweer het virus niet meer de baas.



Etiologie:

Het HIV-virus kan overgebracht worden door

- Onveilig vrijen, dus vrijen zonder condoom.

- Besmette injectienaalden

- Een bloedtransfusie

- Kinderen van een seropositieve moeder krijgen het HIV-virus soms bij de geboorte.

Ze kunnen ook besmet worden via een

- Bloedtransfusie of

- Moedermelk



Onderzoek methoden:

HIV wordt vastgesteld met een bloedonderzoek. Als blijkt dat het HIV in het bloed zit, herhaalt men de test meestal om zeker te zijn van de uitslag. Wijst die tweede test ook weer op een besmetting, dan wordt nog een ander bloedonderzoek gedaan om helemaal zeker te zijn. Het duurt dan ongeveer twee weken voordat de diagnose definitief is.



Om de diagnose bij kinderen te kunnen stellen kijkt de arts of ze:

- antistoffen tegen HIV hebben;

- een HIV- infectie hebben;

- aids symptomen hebben.



Als je seks hebt met iemand die ook hiv- positief is, kun je elkaar natuurlijk niet infecteren met hiv. Je kunt echter wel andere geslachtsziekten overdragen op elkaar. Verder is het theoretisch zo dat je van die partner een andere virusvariant zou kunnen oplopen, waar jouw afweer nog geen antwoord op heeft. Of je zou een virusvariant kunnen oplopen die resistent is tegen jouw hiv-remmers.



Symptomen:

- (extreem) gevoel van moeheid

- Aanhoudend gewichtsverlies

- Aanhoudende koorts (hoger dan 38º C)

- Hevig nachtzweten

- Aanhoudende diarree

- Opgezette lymfeklieren in de hals, oksels en liezen

- Candida: ontstekingen door een soort schimmel, meestal in de mond, keel of vagina. Je

herkent deze schimmel aan een witte uitslag

- Huidproblemen: droge, schilverende huid, eczeem enzovoort

- (Terugkerende) anale en vaginale wratten

- Ernstige tandvleesontstekingen

- Regelmatig terugkerende vaginale infecties

- Gordelroos: blaasjes gevuld met vocht, gepaard met zenuwpijnen



Diagnose:

Een infectie met HIV wordt middels een bloedonderzoek vastgesteld. Er wordt onderzocht of antistoffen tegen HIV in het bloed zitten, deze antistoffen zijn antistoffen die door de menselijke afweer worden aangemaakt om het HIV te bestrijden. Een eerste screening op de aanwezigheid van HIV-antistoffen vindt plaats met behulp van een techniek gebaseerd op het ELISA principe (Enzyme-Linked Immunosorbent Assay). De gevoeligheid en betrouwbaarheid van de test zijn hoog, maar geen 100%. Daarom moet, indien de ELISA-test positief is, worden vastgesteld of de gevonden antistoffen werkelijk tegen HIV zijn gericht of dat er sprake is van een positieve test door andere antistoffen die toevallig in het bloed aanwezig zijn, maar niets met HIV te maken hebben. Voor deze bevestiging wordt hetzelfde serum monster onderzocht met behulp van een zogenaamde Western Blot techniek. Bij deze test wordt de antistof-reactie tegen de afzonderlijke structurele virale eiwitten zichtbaar gemaakt. De meest gebruikte ELISA-testen detecteren zowel HIV-1 als HIV-2 antistoffen.



Therapie:

- De huidige middelen genezen de HIV-infectie niet.

Ze dragen er aan bij dat de ontwikkeling van de ziekte wordt vertraagd.

Gelukkig zijn er de laatste jaren meer anti-HIV middelen beschikbaar gekomen.

Daardoor zijn er ook meer mogelijkheden van een effectieve behandeling van een HIV-

infectie. In normale omstandigheden is het eigen afweersysteem de beste verdediging

tegen opportunistische infecties (gelegenheidsinfecties).



- Voor AIDS patiënten geldt dat met de huidige medicatie het leven kan worden worden

verlengd.

- De behandeling van hiv, de combinatietherapie, bestaat uit het meestal één- of tweemaal

daags op vaste tijdstippen slikken van meerdere pillen. Deze behandeling werkt bij veel

hiv-positieven heel goed. Het effect verschilt echter van persoon tot persoon: Velen

slikken jarenlang moeiteloos en zonder bijwerkingen hun pillen. Anderen krijgen op

kortere of langere termijn te maken met bijwerkingen of resistentie.



Complicaties:

Als je hiv-remmers slikt kun je last krijgen van bijwerkingen.

Bijwerkingen die vrij veel voorkomen zijn

- Misselijkheid,

- Braken en diarree.

- Huiduitslag, kun je krijgen in de eerste weken van de behandeling.

Vaak worden deze minder of gaan ze na verloop van tijd over.

Er zijn ook bijwerkingen die pas na verloop van tijd opspelen, bijvoorbeeld een

- Verhoogd cholesterolgehalte

- Lipodystrofie. Lipodystrofie is een verandering van de verdeling van vet over je lichaam: er kan vet bijkomen bij je buik of op je rug en er kan vet verdwijnen bij je gezicht, armen, benen en billen.







Epidemie



Een epidemie (Grieks: epidémios, "over de (gehele) bevolking") is een verschijnsel dat optreedt in een kleiner of groter gebied van mens of dier in meestal ongunstige zin. In het bijzonder wordt het gebruikt voor een ziekte in een grotere frequentie dan normaal voorkomend. In eerste instantie werd het begrip gebruikt uitsluitend voor besmettelijke ziekten, maar later ook niet-besmettelijke aandoeningen zoals bronchitis, maagzweren, hart- en vaatziekten en allerlei (kwaadaardige) gezwellen, en in overdrachtelijke zin voor pathologische verschijnselen zoals alcoholisme, zelfmoord, jeugdcriminaliteit, enz.



Endemie

Naast de epidemische ziekten zijn er ook de endemische ziekten die constant aanwezig zijn, maar op elk moment slechts bij enkelen voorkomen. Komt een

ziekte normaal steeds in een klein aantal gevallen voor in de bevolking maar af en toe in veel grotere aantallen, dan spreekt men van een epidemische verheffing.



Pandemie

Een 'Pandemie is een epidemie die zich over landsgrenzen verspreidt. Een pandemie wordt veroorzaakt door een virus dat nog nooit – of al een heel

lange tijd niet – gewoed heeft waardoor er geen of een verminderde weerstand voor is. Zo stierven er tijdens de Spaanse griep pandemie van 1918 naar schatting wereldwijd meer dan 20 miljoen mensen. Ook onder de planten of dieren kan een epidemie pandemische vormen aannemen. Het vogelgriepvirus H5N1 en HIV (Aids) zijn hiervan voorbeelden

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.