ADVERTENTIE
Meer kans op slagen?

De gouden tip van docenten: oefen met oude examens. Eindexamensite.nl helpt je daarmee. Via die tool kun je oude examenopgaven oefenen en krijg je feedback over welke onderdelen je nog niet beheerst. Zo leer je super efficiënt. Maak nu een gratis proefaccount of gebruik de kortingscode '5EURO'.

Nu oefenen!

Wat zijn dierproeven?



Een dierproef is een experiment waarbij dieren worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Deze proeven worden uitgevoerd wanneer de risico’s van experimenten op de mens te groot zijn. Als het doel op een andere manier kan worden bereikt, zijn dierproeven verboden.

Vele katten, honden, ratten, muizen, apen, konijnen, paarden, vogels, cavia’s, geiten, vissen, apen en runderen zo’n 650000 in totaal worden jaarlijks in allerlei laboratoria “gebruikt” als proef dieren voor Medische onderzoeken, giftigheidsonderzoeken, onderwijs en wetenschappelijke onderzoeken. Er worden meer dan een miljoen proefdieren gefokt, en het overschot blijft in gevangenschap of word vernietigd. Deze proefdieren hebben een gruwelijk leven. Ze zitten alleen of met vele lotgenoten in kooien waarin ze zich nauwelijks kunnen bewegen. In de experimenten worden ze ingespoten met stoffen, moeten ze pillen slikken of word hun huid bestraald of verbrand.



Experimenten met dieren werden al in de 5e eeuw voor Christus gedaan. De onderzoeken die toen werden verricht, hadden voornamelijk tot doel biologische systemen te beschrijven. In de 2e eeuw na Christus werden dierexperimenten gedaan die nog voor honderden jaren de basis voor de geneeskunde zouden vormen. Daarna staakte de groei van de proefondervindelijke wetenschap door het opkomende christendom tot in de 15e eeuw. Toen raakten de wetenschappers er opnieuw van overtuigd dat proefondervindelijk onderzoek belangrijker is dan in de theologische beschouwing. In de 18e eeuw werden dierproeven noodzakelijk geacht om vooruitgang te boeken in de medische wetenschap. Een eeuw later kwam echter de kritiek los van de mensen, zij wilden de dieren beschermen tegen zulke onderzoeken. De discussie steeg op den duur tot politiek niveau. Dat leidde in Nederland in 1977 tot de totstandkoming van de Wet op de dierproeven (WOD), die later werd aangepast en verfijnd.





Welke groepen hebben er belang bij?



Vele groepen mensen denken belang te hebben bij dierproeven. O.a de volgende groepen.



- De gezondheidsfondsen die een bijdrage leveren aan de genezing van hart- en vaatziekten of de ziekte van Alzheimer

- Ook van het onderzoeksbudget van het KWF (kankerbestrijding) word een deel aan dierproeven besteed.

- Ook de hartstichting besteed (zo staat in het jaarverslag) een groot bedrag aan wetenschappelijk onderzoek waarvan een groot deel dierproeven zijn

- De nierstichting doet 50% van hun wetenschappelijke onderzoeken met dieren

- Astma fonds zegt proefdier vrije onderzoeken te doen maar doet wel mee met gecombineerde projecten

- Reumafonds financiert 6 reuma onderzoeken waarvan een met proefdieren

- Brandwondenstichting heeft een budget van maximaal E 600.000,= voor individuele onderzoeksprojecten, maar maken niet bekend hoeveel ze besteden aan proeven met dieren



- Veel bedrijven,stichtingen, en fondsen willen niets bekend maken over het financieren van dierproeven.

- Vooral van veel cosmeticabedrijven staat bekend dat zij proeven met dieren doen, maar velen willen daar niets over kwijt. Er zijn wel cosmeticabedrijven die tegen dierproeven zijn zij hebben een logo op hun product.



Wat zijn alternatieven voor dierproeven?



Hoewel aan het ontwikkelen van alternatieven soms morele motieven ten grondslag liggen (er wordt dieren onrecht aan gedaan), kunnen ook andere overwegingen een rol spelen. Dierproeven zijn namelijk kostbaar en tijdrovend. Gedurende de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat er een evenredig verband bestaat tussen enerzijds het verfijnen, verminderen en vervangen van dierproeven en anderzijds verantwoord technisch-wetenschappelijk onderzoek. Zo zijn de keuze van de diersoort en de huisvesting van de proefdieren van invloed op de betrouwbaarheid van het experiment, het aantal dieren dat je nodig hebt en het ongerief dat de dieren ondervinden. Door de kwaliteit van de dieren en toegepaste onderzoekstechnieken te verbeteren, worden onderzoeken beter gestandaardiseerd en hoeven er minder proefdieren te worden gebruikt. Daarnaast kan in een aantal gevallen gebruik worden gemaakt van een methode waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een proefdier. Deze methoden zijn gelijkwaardig of soms zelfs beter dan de dierproef

Belangrijke alternatieve methoden zijn:

- In vitro experimenten

- Gebruik van lagere organismen

- Onderzoek bij de mens



In vitro experimenten



Onder in vitro onderzoek wordt verstaan wetenschappelijk onderzoek zonder gebruik te maken van levende proefdieren. Hierbij wordt onderzoek gedaan op geïsoleerde organen, weefsels, of cellen. Deze kunnen o.a. verkregen worden uit het slachthuis of de operatiekamer. In sommige gevallen wordt voor in vitro experimenten gebruik gemaakt van organen of weefsels die afkomstig zijn van een dier. Als een dier speciaal voor het verkrijgen van het orgaan gedood is spreekt men van een dierproef. Vrijwel altijd zijn in deze gevallen minder proefdieren nodig.Daarom is er in deze situatie sprake van een alternatief. Het voordeel van de in vitro techniek is o.a. dat deze technieken gevoelig zijn doordat geen pijnbestrijding of verdoving hoeft te worden toegepast die ook een effect kunnen hebben op de resultaten van het experiment, en doordat andere processen in het lichaam de resultaten van het experiment kunnen beïnvloeden. In vitro experimenten worden in alle takken van de biomedische wetenschap toegepast. Soms blijft een aanvullende dierproef noodzakelijk.



Lagere organismen



Bij sommige dierproeven kunnen gewervelde dieren worden vervangen door lagere organismen als bacteriën, schimmels, insecten en dergelijke. Bacteriën worden bijvoorbeeld gebruikt in de Ames-test, waarin wordt onderzocht of stoffen veranderingen teweeg brengen. Daarnaast kunnen micro-organismen stoffen produceren die vroeger met behulp van proefdieren werden gemaakt.



Onderzoek bij de mens



Veel dierproeven worden uitgevoerd om kennis op te doen die uiteindelijk bij mensen wordt toegepast. Dus is de mens zelf in feite het best model voor onderzoeken. Maar aan het gebruik van menselijke vrijwilligers kleven ethische en praktische bezwaren. Toch kunnen, onder strikte voorwaarden, mensen wel bij experimenten worden betrokken, nadat eerst via dierproeven de grootste risico’s zijn uitgebannen. Met Menselijke proefpersonen kan alleen worden gewerkt als de risico’s kleiner zijn dan het effect dat van de behandeling word verwacht. Bovendien moet een medisch-ethische commissie toestemming geven. Daarnaast wordt steeds meer in vitro onderzoek gedaan op menselijke weefsels die anders, na bijvoorbeeld een chirurgische ingreep, zouden worden vernietigd.

Er zijn nog meer manieren om het gebruik van proefdieren terug te dringen. Zo kan men gebruik maken van reeds aanwezige onderzoeksgegevens. Herhaling van eerder uitgevoerde experimenten betekent immers een nodeloos gebruik van proefdieren. Met behulp van een computer kunnen onderzoekers voorspellingen doen over de biologische activiteit van nieuwe stoffen op basis van de relatie tussen de structuur eigenschappen en de biologische activiteit van stoffen. OP grond van die kennis kunnen zei bestaande middelen verbeteren, door in de molecuulstructuur daarvan kleine veranderingen aan te brengen. Zo worden stoffen met een betere activiteit opgespoord. Deze nieuwe stoffen worden eerst uitgeb

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.