De triceratops

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 2e klas vwo | 1443 woorden
  • 9 februari 2002
  • 139 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 139 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
OMSCHRIJVING
De Triceratops was een lomp, groot, sterk, zwaar dier, dat 9 meter lang en 3 meter hoog kon worden. De Triceratops was vooral merkwaardig door de eigenaardige vorm van de kop.
In tegenstelling met vele andere "Dinosauriërs" had de Triceratops in verhouding tot het lichaam een grote kop. Zijn kop bestond grotendeels uit zware beenderen. Merkwaardig is dat de herseninhoud van deze reus heel klein was.
De kop droeg drie horens (vandaar de naam), twee boven de ogen en een, een kortere op de neus.

Deze horens gebruikte hij om eventuele vijanden af te schrikken maar ze werden ook gebruikt bij onderlinge krachtmetingen tussen de mannetjes. Dan haakten de mannetjes hun horens in elkaar en gingen dan hoofdworstelen ( ongeveer net zoals herten dat nu doen).
Opvallend aan de schedel is het grote pantserschild, dat uit slaap- en wandbeenderen bestaat en de nek beschermde.
Ook op andere plaatsen was het lichaam door pantserplaten in de huid en door hoornstekels beschermd. De nek van de Triceratops moest heel erg sterk zijn, om het gewicht van de kop te dragen. Buiten dat gebruikte hij zijn nek ook om taaie begroeiing af te scheuren.
Voor zo'n zwaar dier was de Triceratops een opvallend snelle loper.
Vaak denkt men bij deze dieren dat ze verwant zijn aan reptielen als de krokodil. Het dijbeen van de Triceratops is echter rond en past precies in de heupholte zodat de poten recht onder het lichaam staan.
Kenners houden het er op dat hij een snelheid van wel 50 kilometer per uur kon bereiken. De zware poten waren van hoeven voorzien; de voorpoot had vier tenen, de achterpoot drie.

VOEDSEL
De snuit was van voren snavelvormig, maar achter in de bek had het dier tanden. Die tanden wijzen erop, dat de Triceratops van plantaardig voedsel leefde.
Tijdens de laatste veertig miljoen jaar van het tijdperk der dinosaurussen waren er bloeiende planten zoals wij die nu kennen. Deze planten waren hard en taai. De Triceratops had zware, sterke spieren van de kaken naar het nekschild, daardoor had hij een enorme bijt-kracht.

De Triceratops gebruikte zijn smalle haakvormige snavel om planten af te knippen en ze dan met zijn scherpe, schaarachtige tanden in stukken te snijden. Geen plant of boom veilig voor hem. Als er geen sappige planten waren dan deed hij zich tegoed aan de taaiste en hardste bladeren. Hij kon zich als soort goed aanpassen, dat was zijn kracht.

VOORKOMEN
De verschillende soorten van Triceratops hebben alleen in Noord-Amerika (Montana, Wyoming, Colorado en Dakota) geleefd aan het eind van de Krijtperiode in het Mesozoïcum.
Het Mesozoïcum wordt soms ook het tijdperk van de Dinosaurussen genoemd en is onderverdeeld in drie periodes: Trias (225 miljoen jaar geleden), Jura (195 miljoen jaar geleden) en Krijt (135 miljoen jaar geleden). Dit tijdperk eindigde 64 miljoen jaar geleden. Dinosaurussen en andere reptielen beheersten in het Mesozoïcum het land, de zee en de lucht.

OMGEVING
Hij leefde in het krijt samen met de Tyrannosaurus (een vleeseter) en de Vogelbekdinosaurus in een tijd die wordt gekenmerkt door de komst van veel plant- en diersoorten die veel op de dieren van nu lijken. Er was een warm, mild en stabiel klimaat, wat echter gevoelig was voor veranderingen in de biosfeer.
Om zich voort te planten legde de Triceratops elk jaar eieren in een nest.
Gezien zijn gewicht zal hij er niet op zijn gaan zitten, maar hij zal het nest vast toegedekt en bewaakt hebben.
De Triceratops leefde waarschijnlijk niet alleen maar meestal in troepen van vijftig of meer dieren bij elkaar.
Zelf een woesteling als de Tyranosaurus zal er niet aan gedacht hebben een gevecht met zo'n troep aan te gaan. Ook als de Triceratops alleen was wist hij zich prima te verdedigen.

INDELING IN HET DIERENRIJK
De ontdekking van grote fossielen botten in de 19e eeuw gaf aan dat er ooit buitengewoon grote, onbekende reptielen op aarde rondliepen. Deze dieren werden benoemd door de beroemde Engelse anatoom en paleontoloog Richard Owen (1804-1892). Hij gaf ze in 1842 de wetenschappelijke naam Dinosauria.
Deinos betekent 'schrik aanjagend' in het grieks en sauros betekent 'hagedis'. Owen stelde de dinosaurus samen uit de resten van drie onbekende, totaal verschillende landdieren. Eerst beschouwde Owen de dinosaurus als één soort. Maar in 1887 gebruikte Harry Govier Seely de structuur van de bekken om de dinosaurus in twee groepen te delen: de Saurischia en de Ornithischia.
De Saurischia leefden van het Trias tot het Krijt. Zij leefden allen op het land. Ze waren bijna allemaal vleeseters. Als groep zijn zij te herkennen aan de driestralige organisatie van het bekken, waarin het schaambeen naar voren is gericht: de hagedis-heup.
De Ornitischia leefden vanaf het Boven-Trias tot het Boven-Krijt. Het waren op het land levende, plantenetende reptielen. Zij bezitten een merkwaardige vierstralige organisatie van het bekken, waarin het schaambeen een naar voren gericht uitsteeksel bezit langs de rand van de buik: de vogel-heup.

Door de jaren heen raakten steeds meer paleontologen overtuigd van het feit dat deze twee groepen net zoveel van elkaar afstonden als van krokodillen, pterosauriërs en vogels. Daarom verloor de naam dinosaurus een tijd zijn wetenschappelijke naam en werd het alleen nog maar in de volksmond gebruikt.
Rond 1970 werd door Robert Bakker en Peter Galton e.a. ontdekt dat zowel de Saurischia als de Ornithischia een zelfde voorvader hadden die ook dinosaurus genoemd mocht worden. Zo werd de naam Dinosauria weer in ere hersteld.
De term 'Dinosauriërs' is overigens een populaire aanduiding geworden voor vrijwel ieder gigantisch fossiel reptiel.
Onderzoek doet vermoeden dat dinosauriërs, net als vogels en zoogdieren, warmbloedig waren en dus hun lichaamstemperatuur op een constant niveau konden houden. Op basis van ideeën van John Ostrom en eigen onderzoek suggereerden Bakker en Galton dat Dinosauriërs niet tot de reptielen behoren maar samen met de vogels als een afzonderlijke groep, de Dinosauria zouden moeten worden beschouwd.

Op de volgende bladzijde is in een stamboom te zien dat de Triceratops tot de Ornitischia behoort, dat het een Ceratops is en dat er nog andere Ceratopsen bestaan.

FOSSIELEN
Aan het einde van de 19e eeuw werden dinosaurussen uit het Laat Krijt gevonden. De eerste exemplaren van de Triceratops werden in Wyoming en Montana opgegraven door veldwerkers van Het Amerikaans Natuurhistorisch Museum, die meestal onder leiding van Barnum Brown stonden.
Er zijn heel veel fossielen van Triceratops gevonden: botten, soms voetsporen en een enkele keer een afdruk van een dier of een stukje huid. Daardoor weten ze vrij precies hoe het dier eruit gezien heeft.
Er zijn heel veel complete skeletten gevonden. De Triceratops wordt zelfs zo vaak gevonden dat lang niet alle exemplaren zijn verzameld. Een skelet van een Triceratops weegt ongeveer 5 ton, maar dat komt omdat de botten inmiddels versteend zijn.

HET UITSTERVEN
Aan het einde van het Krijt, ca. 65 miljoen jaar geleden, lijken alle dinosauriërs behalve de vogels uitgestorven te zijn. Sommige paleontologen geloven in een catastrofaal uitsterven, terwijl anderen denken dat het geleidelijk, gedurende miljoenen jaren, verliep. Er zijn sterke bewijzen voor beide theorieën en de waarheid zou een combinatie van beide kunnen zijn.
De belangrijkste reden voor de catastrofale vernietiging zou de inslag van een asteroïde op aarde, in Mexico, kunnen zijn geweest. De stofwolk die zou zijn ontstaan bij deze inslag zou het zonlicht voor meerdere maanden geblokkeerd hebben. Zonder zonlicht stierven de planten. Zonder planten stierven de planteneters, enzovoorts. Door deze inslag zouden ook vulkanen actief zijn geworden en kwamen er gigantische hoeveelheden zwaveldioxide in de atmosfeer, wat weer zure regen tot gevolg had. En uiteindelijk toename van ultraviolette straling, wat schadelijk is voor het leven. Temperatuurstijging of daling zou ervoor gezorgd kunnen hebben dat er alleen nog maar vrouwtjes of alleen nog maar mannetjes werden geboren. Maar mogelijk zijn de dinosauriërs zo sterk beconcurreerd door nieuwe levensvormen dat zij de strijd om het bestaan allemaal verloren.
Echt weten doet men het niet, het is voorlopig een mysterie.

NAWOORD
Vroeger speelde ik graag met mijn 'dinosaurus-poppetjes', maar ik had me nooit in hun achtergrond verdiept. Ik dacht tot dit werkstuk dat ze allemaal samen in één tijd leefden, en dat de meesten dood waren gegaan door een gigantische aardbeving, net zoals op de videoband van "Platvoet en z'n vriendjes" te zien is. Ik ben veel meer te weten gekomen over deze uitgestorven dieren en ik ben trots op het resultaat.

LITERATUUR
Dinosauriërs / D. Norman. - Antwerpen, 1999.
Dinosauriërs : de heersers van toen / Z.V. Špinar. - Lisse, 1998. Dinosauriërs : een evolutionair succes / T. Gardom. - Alphen a.d. Rijn,
1993.
Dinosauriers : geheimzinnige reuzen uit de oertijd / A. Siefert. - Rotterdam, 1993.
Reuzen uit de oertijd / C. Creagh. - Baarn, 1996.
Voorhistorische reptielen / L.B. Halstead. - Amsterdam, 1977.
Winkler Prins Encyclopaedie. - 6e dr. - Amsterdam, 1950.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

T.

T.

heb je nog plaatjes van De triceratops
als je het hebt wil je dan naar me hotmail sturen
alvast bedankt

18 jaar geleden

S.

S.

je faalt er staat niet eens bij hoeveel hij weegt

9 jaar geleden