AIDS

Beoordeling 6.1
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 1832 woorden
  • 19 mei 2001
  • 89 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.1
  • 89 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
De geschiedenis van Aids
De verschijning van Aids
Aan het eind van de jaren '70, begin jaren '80 kwam er een onbekende ziekte in Amerika namelijk aids. Iets later kwam de aids ook in Europa. De weerstand van aids-patiënten was aangetast, 9 van de tien Aids-patiënten waren homoseksueel en 98 % was man. Veel kranten hadden gezegd dat het een homoziekte was. Uiteindelijk bleek het niet te kloppen dat aids alleen een homoziekte was. In 1982 werd het duidelijk dat ook gebruikers van verdovende middelen en lijders aan de bloederziekte Hemofilie de ziekte kregen. Deze laatstgenoemden kregen bloedtransfusies met besmet bloed. Eind 1990 kreeg de ziekte een naam: Acquired Immune Deficiency Syndrome, AIDS dus.

Het Afweersysteem
Medici veronderstelden dat de ziekte te maken had met het afweersysteem, met name het ontbreken van bepaalde lichamelijke afweerstoffen. Infecties waar gezonden mensen geen last van kregen, was dodelijk voor personen die getroffen waren met Aids, dat was bijvoorbeeld het geval met de Pneumocystis-longontste- king.


Leeftijd Aids
Professor dr. J. Goudsmit had in mei 1997 zijn boek af "Vrijend virus"; over aard en oorsprong van het aids-virus. Hij schrijft dat het Aids-virus, (Hiv) al 10 jaar geleden bestond in Europa. Deze primitieve vorm van het virus zou verantwoordelijk zijn geweest voor enkele epidemieën van de bovengenoemde Pneumocystis-longontsteking. De eerste epidemie was in de Duitse stad Danzig. In 1939 en het virus was waarschijnlijk meegekomen met Duitse soldaten vanuit Kameroen. De tweede epidemie was 1955 en 1958 in de Kweekschool voor Vroedvrouwen in Heerlen.

Aids oorspronkelijk
Volgens Goudsmit is het huidige aids-virus oorspronkelijk een apenziekte. Het virus is bij de mens terechtgekomen door de jacht op apen en de handel op apen. Aids is een virus, het heeft dus gastheren nodig. Het Aids-virus stapte dus van de ene gastheer (de aap) over naar een andere gastheer, (de mens), en evolueerde verder.

Wat is Aids?
Aids = Aquired Immune Deficiency Syndrome
HIV = Human Immunodeficiency Virus.
Aids
Aids is een verschrikkelijke ziekte, die in de meeste gevallen een dodelijke afloop heeft (zie HIV). Aids is een virus en kan worden overgedragen op andere personen door onveilig seksueel contact of door besmetting met bloed. Dit laatste kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld bij verslaafden die elkaars naalden lenen of bij een bloedtransfusie. Ook zwangere vrouwen kunnen het virus aan het baby doorgeven.

Een virus heeft altijd een incubatietijd, de tijd tussen de besmetting en het uitbreken van de ziekte. Bij aids is de gemiddelde incubatietijd 9 à 10 jaar, na deze periode wordt je dus pas echt ziek, heb je aids. De eerste 9 à 10 jaar ben je seropositief.


HIV
Aids is een ziekte die bij mensen meestal veroorzaakt wordt door HIV-1. Er is een stamboom van aidsvirussen, daarbij wordt verschil gemaakt tussen mens-virussen (HIV) en aap-virussen (SIV, simian immunodeficiency virus). De mens-virussen worden onderverdeeld in het veel voorkomende HIV-1 en het zeldzame HIV-2, dat vooral voorkomt in West-Afrika. Een besmetting met HIV-1 is fataal, maar mensen die met HIV-2 besmet worden, krijgen niet altijd aids. De aap-virussen kun je splitsen in een Chimpansee-virus, een Roodkopmangabé-virus en verschillende Meerkat-virussen. De verschillen tussen deze virussen komen door verschillen in het erfelijk materiaal, RNA, een stof die sterk lijk op het DNA lijkt.

Het Virus
Als het aidsvirus eenmaal in de bloedbaan is gekomen gaat het zich voortplanten. Virussen kunnen zich niet alleen voortplanten, ze maken daarbij gebruik van een gastheercel. Die gastheercel spuiten ze vol met hun eigen erfelijk materiaal en die gastheercel gaat dan nieuwe aidsvirus-cellen produceren. Dit is heel simpel gezegd hoe het aidsvirus zich vermenigvuldigd.

Het kan dus ook ingewikkelder: Het aidsvirus is een retrovirus, dat wil zeggen een virus waarvan het genetisch materiaal bestaat uit RNA, ribonucleïnezuur. RNA geeft binnen een cel de genetische informatie door die in het DNA verzameld is.

Een virus is geen cel en heeft geen enzymen waarmee een stofwisseling in stand kan worden gehouden. Daarom dringt een virus levende lichaamscellen binnen en dwingt deze om nieuwe virusdeeltjes te maken die gelijk zijn aan het oorspronkelijk binnengedrongen deeltje. Het virale RNA wordt met behulp van enzymen 'vertaald' tot DNA. Het virale DNA dringt binnen in het DNA van de gastheercel en zet de gastheercel aan tot het maken van viraal RNA voor in het aidsvirus.

Het jasje
Eigenlijk is een virus niets meer dan een stukje erfelijk materiaal met een jasje van eiwitcellen aan doet het niets anders dan zichzelf kopiëren en cellen aanvallen. Het menselijk lichaam maakt antistoffen tegen virussen, bacteriën en andere micro-organismen om deze uit te roeien. Helaas kan het aidsvirus van jasje veranderen, wat de bestrijding ervan moeilijker maakt. Het is dus niet mogelijk om een antigeen in te spuiten om de produktie van antistoffen te bevorderen, want die helpen maar tegen één jasje. Aangezien dit ene jasje al lang weer verder geëvolueerd is heeft het ook geen nut. Het tweede nadeel van dit veranderlijke jasje is het feit dat het aidsvirus zelf niet getraceerd kan worden. De ziekte wordt dan ook vastgesteld door bloed te testen op aanwezigheid van antistoffen.

Als een vrouw zwanger is van een baby kan deze de ziekte aids 'erven', maar ook alleen de antistoffen, dit gebeurt bij 1 op de 4 kinderen van moeders met aids.

Aids en het immuunsysteem
Aids in het bloed
Men dacht dat het aidsvirus in het bloed rondzweefden maar dat was niet zo. Slechts 2 % van het aidsvirus bevindt zich in het bloed, de overige 98 % zit in de lymfklieren.

De T-4 cellen
Een symptoom van aids is een verminderde afweer, dat komt omdat HIV een klein deel van de T-lymfocyten besmet, namelijk de T4-cellen, ook wel CD4-cellen genoemd. Deze kunnen hun 'beroep' dus niet meer uitoefenen, ze doden de cellen die geïnfecteerd Aids-virus niet meer. Mensen hebben tweehonderd miljoen T4-cellen. Als iemand besmet is met het aids-virus, heeft die persoon ongeveer een miljard T4-cellen, die besmet zijn met het aids-virus. Als het afweersysteem haar werk goed doet, worden er dus iedere dag een miljard T4-cellen vervangen. Zo wordt het afweersysteem dag in dag uit zwaar op de proef gesteld. Op een gegeven moment kan het afweersysteem het niet meer bijbenen en 'sterven' er iedere dag meer T4-cellen dan dat er bijgemaakt worden. Hoe de T4-cellen verdwijnen is niet helemaal duidelijk. Er zijn twee theorieën voor: Of het afweersysteem heeft bepaalde killer-cellen die geïnfecteerde T4-cellen doden voordat het virus kans heeft gezien om naar buiten te komen, of de cellen gaan kapot nadat het virus zichzelf heeft vermenigvuldigd.
Er wordt maar een klein deel van de T-lymfocyten besmet en toch richt het aids-virus een enorme schade aan. Dit komt waarschijnlijk omdat de eiwitten van het aids-virus zich hechten aan de cellen die het HIV aanvallen. Deze worden dan door de cytotoxische T-lymfocyten aangezien als geinfecteerde cellen (terwijl ze dat niet zijn) en worden gedood.
HIV besmet niet alleen cytotoxische T-lymfocyten en helper-T-lymfocyten, maar ook macrofagen. De macrofagen kunnen dan geen micro-organismen meer doden.

De eerste immunologische studies werden gedaan in 1981. In 1980 was men al in staat om de T4-cellen te traceren in het bloed. Er werd een verlies van de T4-cellen geconstateerd, wat de onderzoekers zagen als een aanwijzing voor de verwoestende werking van het aidsvirus in het afweersysteem. Pas in 1984 werd duidelijk dat de T4-cellen zelf de receptor, de ontvanger van het aidsvirus was.

Het immuun systeem
De Bescherming
De hoofdtaak van het immuunsysteem is het beschermen van het menselijk lichaam tegen binnendringende micro-organismen. Een andere taak van het immuunsysteem is het herkennen en afstoten van lichaamsvreemd materiaal (antigeen), zoals kankercellen. Dit gaat ook wel eens mis, bijvoorbeeld bij een getransplanteerd orgaan dat wordt afgestoten.

Immuniteit kan worden onderverdeeld in verschillende soorten, o.a. humorale immuniteit en cellulaire immuniteit. Alleen gewervelde dieren, dus ook de mens, beschikken over een uitgebreid immuunsysteem, dat bestaat uit uitwendige en inwendige organen en veel stoffen.

Uitwendig
Die micro-organismen kunnen het menselijk lichaam aan alle kanten binnendringen. Dit kan bijvoorbeeld via de neus of de mond (bij het inademen), hier raken ze tijdens hun reis naar de longen onherroepelijk verstrikt in het slijm aan de rand van de luchtpijp. Vervolgens wordt het slijm door ciliën, trilhaartjes, naar de keel gestuwd, waarna het wordt doorgeslikt en de micro-organismen door het zuur van de maagsappen zullen worden gedood. De bacteriën, virussen, schimmels of andere micro-organismen kunnen ook op de huid terecht komen waar ze door een enzym, (lysozym), dat in de talg zit die de huid afscheidt, worden gedood. Micro-organismen die het lichaam via de urinebuis het lichaam proberen binnen te dringen worden over het algemeen door de urine weggespoeld.

Inwendig
Als de microbe het lichaam toch is binnen- gedrongen, zijn er in het lichaam organen die ervoor zorgen dat het micro-organisme zich niet gaat ontwikkelen. Dgeen antistoffen meer aantoonbaar zijn. Als hetzelfde antigeen later weer het lichaam binnendringt kan de antistof sneller aangemaakt worden en blijft die ook langer in het bloed aanwezig, dus is de immuniteit langer.

De Cellulaire immuniteit
Bij cellulaire immuniteit spelen de T-lymfocyten een rol. Ook zij vermenigvuldigen zodra ze in aanraking komen met een antigeen, maar T-lymfocyten produceren moleculen die andere cellen van het immuunsysteem stimuleren om te groeien.

T-lymfocyten worden onderverdeeld in cytotoxische lymfocyten en in helper-T-lymfocytklassen. De eerste herkennen en doden de cellen die geïnfecteerd zijn met de ziekteverwekker, enat doen zij met behulp van bepaalde witte bloedcellen, lymfocyten. De cellen die later lymfocyten worden, ontstaan in het beenmerg. Een deel gaat via het bloed naar de zwezerik en worden T-lymfocyten, die vreemde eiwitten in de bloedbaan ontdekken. Het andere deel blijft achter in het beenmerg en ontwikkelt zich tot B-lymfocyten. De gerijpte T- en B-lymfocyten komen uiteindelijk terecht in de milt of in het lymfatisch stelsel, waar- onder de lymfklieren en de amandelen vallen.

Hun taak is het bloed te controleren op micro-organismen en die uit het bloed te filtreren.

De Immunoglobulinen
De antistoffen die het menselijk lichaam produceert worden ook wel immuno-globulinen (Ig) genoemd. Deze verbinden zich met het antigeen zodat het onschadelijk wordt. Er zijn vijf verschillende klassen immunoglobulinen, (IgG, IgA, IgM, IgD en IgE), met ieder hun eigen functie.

De Humorale immuniteit
Als B-lymfocyt een antigeen tegenkomt, wordt deze aangezet tot celdeling. Dit gaat zo snel dat een deel van de B-lymfocyten verandert in plasmacellen, die op hun beurt weer immunoglobulinen gaan produceren. Op dat moment stijgt de hoeveelheid antistoffen in het bloed, na verloop van tijd neemt deze af, totdat er na ongeveer twee maanden de tweede stimuleren de B-lymfocyten en helpen macrofagen (bepaalde witte bloedcellen) om micro-organismen op te nemen.

Bronnen
We hebben tijdschriften gebruikt namelijk "Zo zit dat". We hebben ook internet gebruikt de url= www.aids101.com en www.apotheekmeerburg.nl/prod04mirates.htm en url= www.niza.nl/nl/links/land/zuidafrika/aids.htm en we hebben ook boeken gebruikt
nanelijk Aids L.L. Hay en het ona boek.

Mening
Wij hebben veel van Aids geleerd en wij hopen dat u een goed cijfer geeft voor dit werkstuk.

Stappen van Creatie:
1. Informatie opgezocht in tijdschriften en internet
2. Web Design Ontwerpen
3. Web Desgn uitvoeren.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

C.

C.

ik heb het nog niet gelezen, maar waar hadden jullie die informatie vandaan?
welke site's en boeken etc.? weten jullie dat nog/ ik zou het namelijk erg fijn vinden als jullie mij dat even willen doorsturen!!
alvast bedankt!!!
groetjes
carlijn

21 jaar geleden

J.

J.

Ik heb zelf ook een werkstuk over aids geschreven en die komt binnenkort ook op deze site te staan (als het goed is). Ik vond jullie stuk erg goed. Hoe kwamen jullie op het idee om een werkstuk over aids te maken?
doegg, liefs J.

21 jaar geleden