ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Inleiding

Wij hebben het onderwerp eugenetica en racisme onderzocht. Tijdens het oriënteren zijn we op een aantal deelvragen gestuit. Deze vragen hebben we verder uitgewerkt om zo op een antwoord te komen.
De deelvragen luiden;

· Wordt eugenetica toegepast bij erfelijke aandoeningen?
· Mag er bij IVF eugenetica worden toegepast?
· Vindt er in Nederland eugenetica plaats?
· Komt er een einde aan racisme?

Je kunt de uitwerkingen van deze deelvragen in het middenstuk vinden. Eerst geven we een algemene inleiding over eugenetica, racisme en de geschiedenis hiervan.

Wat is eugenetica?
De letterlijke betekenis van eugenetica is: ‘de wetenschap die de invloeden bestudeert welke de erfelijke eigenschappen van de mens kunnen verbeteren.’ Een andere omschrijving van dit begrip is: ‘De leer van rasverbetering van de mensheid.’ Simpel gezegd betekent dit dat men door eugenetica probeert een soort superras te creëren. Het doel is dus het aanbrengen van verbeteringen van bepaalde kwaliteiten en eigenschappen van mensen. Eugenetica is een erg omstreden onderwerp. Het doet mensen gelijk denken aan de praktijken van Hitler en de nazi’s. Zij hadden namelijk hetzelfde doel.

Eugenetica komt wetenschappelijk voort uit genetische manipulatie. Dit is het bewust beïnvloeden van erfelijke eigenschappen. Genetische manipulatie is op te splitsen in eugenetica en gentherapie.
Als mensen tegen eugenetica zijn, zijn ze meestal ook gelijk tegen genetische manipulatie. Dit komt omdat deze begrippen vaak door elkaar worden gehaald. Genetische manipulatie is namelijk iets heel anders. Dit omdat het andere doelen heeft dan eugenetica en het ook een stuk gentherapie bezit, wat niets met rasverbetering te maken heeft.
Bij gentherapie wordt geprobeerd het genetische materiaal zodanig te wijzigen dat erfelijke ziekten voorkomen kunnen worden. Veel erfelijk afwijkingen kunnen namelijk voor de geboorte al ontdekt worden. Gentherapie zou ook kunnen worden toegepast bij bijvoorbeeld suikerpatiënten, zodat zij een normaal leven kunnen leiden. Gentherapie bij ziekten wordt helaas nog niet toegepast omdat men nog niet precies weet hoe het werkt.

Genetische manipulatie kom je vaak tegen in de voedselindustrie. Ze kunnen door gentechnologie gewassen en dieren nog beter maken. Zodat een gewas bijvoorbeeld meer vitaminen bevat of meer kan opleveren.
Eugenetica is dus iets anders dan genetische manipulatie.

Geschiedenis van de eugenetica
Over eugenetica wordt de laatste jaren steeds heftiger gediscussieerd omdat de genetische kennis steeds groter wordt. Maar hoe begon het allemaal?

In de bijbel staat het verklaringsmodel over het ontstaan van de natuur. De mens en de rest van de levende natuur zijn volgens dit model in een aantal dagen door God geschapen. Het overgrote deel van de bevolking stemde voor de 18e eeuw hiermee in. In de 18e eeuw gingen wetenschappers hier zich met nieuwe theorieën in verdiepen. In het bijbelmodel staat een bewering over de onveranderlijkheid der soorten. Wetenschappers kwamen na nieuwe inzichten tot de conclusie dat de natuur zich wel degelijk transformeert en dus niet altijd hetzelfde zal blijven.
Van de bevolking was bijna niemand het hier mee eens.
In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen er nog meer bewijzen dat het model uit de bijbel niet klopte. Er waren fossiele resten, zoals een schedelkap van een onbekend menstype gevonden. Deze bleken uit voor de ijstijd te komen. En deze mens is sinds die tijd getransformeerd naar de mensen die wij nu zijn.

Charles Darwin (1809-1882), had veel onderzoeken en ontdekkingen gedaan naar deze transformatie. Nadat hij dit twintig jaar had overdacht besloot hij om zijn conclusies in een zogenaamde ‘evolutietheorie’ te zetten. In november 1859 kwam zijn boek uit over deze theorie. In de inleiding vatte hij het kort samen in de volgende tekst:

"Aangezien er veel meer individuen van elke soort worden geboren dan mogelijkerwijs in leven kunnen blijven, en omdat er ten gevolge daarvan sprake is van een regelmatig terugkerende strijd om het bestaan, volgt daaruit dat elk wezen, als het ook maar een heel klein beetje varieert op een wijze die voor hem voordelig is, onder de complexe en soms veranderende levensomstandigheden een betere kans krijgt om te overleven, en dus natuurlijk geselecteerd wordt. Als gevolg van het krachtige principe van erfelijkheid, zal elke geselecteerde variëteit ertoe neigen zijn nieuwe en gemodificeerde vorm voort te planten."

Hij vond dus dat elk levend wezen het resultaat is van oneindige aanpassingen.
Het boek was in Engeland al dezelfde dag uitverkocht en vele herdrukken volgden.
In Nederland kwam het boek in 1860 ook uit. Gelijk na de uitgave van deze nieuwe evolutietheorie kwamen er mensen in opstand, zoals Dr. Abraham Kuyper, protestants leider van de Anti-Revolutionaire Staatspartij.
De katholieken waren echter niet zo fel tegen de nieuwe evolutietheorie. Begin 1900 werden Darwins ideeën door de natuurwetenschappelijke hoek algemeen aanvaard.
In 1871 kwam Darwin met de theorie dat het natuurlijk-selectiemechanisme minder goed zou gaan werken. Zo zouden niet ‘de beter aangepaste mensen’ voor de nakomelingen zorgen maar ‘de minder geschikte’. Hij wilde dan ook graag dat deze, in zijn ogen, ‘minder geschikte’ zich vrijwillig niet meer voort zouden planten.

De neef van Darwin, Francis Galton (1822-1911), geïnspireerd geraakt door de evolutieleer, was echter minder pessimistisch. Hij was er zelfs van overtuigd dat deze verlaging van de maatschappij te voorkomen was. Als de beesten door systematische selectie veranderd en verbeterd waren, kon dat bij de mens toch ook.
Hiervoor ontwikkelde hij een programma dat hij "eugenics" (goede wording) noemde.
Hij maakte onderscheid tussen twee vormende elementen in de natuur, namelijk ‘nature’(aangeboren eigenschappen) en ‘nurture’(aangeleerd gedrag).

Hij vond dat in deze nieuwe leer van eugenetica, men zich bezig moest gaan houden met het zuiver houden van de menselijke soort. De manier hiervoor was volgens hem door de ‘ongeschikten’ van voortplanting te weerhouden en ‘geschikten’ ertoe aan te zetten.
Omdat men nog niet precies wist hoe ze een systeem konden maken om de geschikten tot voortplanting aan te zetten, kwam de nadruk binnen de eugenetica vooral te liggen op het voorkomen van voortplanting bij ongeschikten.

De eugenetische beweging werd populair over de hele wereld. Voor de Tweede Wereldoorlog waren er al zo’n dertig eugenetische verenigingen over de hele wereld zoals in Latijns-Amerika, Japan, Noord Amerika en Europa. Het verschil in de manieren waarop de verschillende bewegingen tot hun doel wilden komen, was alleen zo groot dat het enige idee wat algemeen overeenkwam bestond uit de wens betere mensen te creëren.

De Verenigde Staten was de koploper in deze eugenetische doelstelling. Zij lieten tussen 1910 en 1935 meer dan honderdduizend personen steriliseren.
De sterilisaties raakten vooral de onderklasse. In Noorwegen was drankzucht, ziekte of werkloosheid van de echtgenoot al genoeg om gedwongen te worden gesteriliseerd.

Toen Hitler in 1933 de macht in Duitsland greep, kondigde hij de nieuwe sterilisatiewetten aan. Onder invloed van de Duitse beweging kwamen ook Zweden, Denemarken (1934), Finland (1935) Estland (1936) en IJsland (1938) hierna tot het legaliseren van onvrijwillige sterilisatie. In veel landen waren de arbeiders het mikpunt van deze nieuwe wetten.
In de Verenigde Staten, Canada en Duitsland, had de nieuwe wet meer een racistische inslag. In Noord-Amerika moesten vooral degenen het ontgelden die in het buitenland geboren waren. Er werd daar in 1924 ook nog een wet opgesteld waarin stond dat er geen mensen meer vanuit het zuiden en oosten van Europa binnen mochten. In Duitsland was vooral de joodse bevolking hiervan het slachtoffer. Vanwege de Oost-Europese afkomst die ze vaak hadden, konden ze door deze wet vaak niet meer naar de Verenigde Staten vluchten.

In Duitsland kwam uiteindelijk de ergste vorm van eugenetica tot stand. Zij gingen eugenetica combineren met rassenleer, om zo een Übermensch te vormen. De categorie "ongeschikte" werd hierdoor uitgebreid tot de hele wereldbevolking min het zogenaamde "Noordras".
Naar schatting zijn er tussen 1933 en 1939 tussen de drie- en vierhonderdduizend mensen in Duitsland om eugenetische redenen gesteriliseerd. Deze mensen waren bijna allemaal zwakzinnig. Vanaf 1939 werd het afdwingen van voortplanten door ongeschikte tot zijn extreme consequenties doorgevoerd en werd ook de natuurlijke selectie een handje geholpen. Dit resulteerde uiteindelijk ten tijde van de Tweede Wereldoorlog in de stelselmatige en grootschalige massamoord.

Maar er gebeurde nog meer om een Übermensch te vormen. Zo wilde ze in 1943 in Nijmegen een fokinstituut oprichten. In dit Lebensborn-huis konden 60 vrouwen bevrucht worden door SS-soldaten. Dit waren zuivere ‘Noorse’ vrouwen. Omdat deze vrouwen in dit huis moesten blijven, zouden hier ook hun kinderen rondlopen. Deze kinderen zouden eigendom worden van de SS. Voor dit huis zou een feestelijke opening komen. Dit is lang uitgesteld, omdat er al soortgelijke huizen waren. In deze andere huizen (o.a. de Boerhaave) zaten voornamelijk Nederlandse meisjes. Deze meisjes mochten hun eigen militair kiezen, om zwanger van te worden. Er zijn in deze klinieken duizend kinderen geboren. Ze probeerden de opening tegen te houden i.v.m. concurrentie.
Naast een fokinstituut dat het ‘juiste’ ras moest maken, werden ondertussen de andere ‘slechte’ rassen uitgeroeid. Dit werd gedaan met de verplichte sterilisatiewet. Zo ook het ras van de joden. Joden die in een gemengd huwelijk waren getreden kregen de keuze of onvruchtbaar gemaakt te worden of deportatie naar Polen. Als je naar Polen ging was het nog maar de vraag of je het zou overleven. Toch is deze keuze vrij raar, omdat de verplichte sterilisatiewet al in was gevoerd. De keuze werd voorgelegd aan 12.000 personen. Ze dachten dat de Nederlandse chirurgen hun werk goed uitvoerden, dit was echter niet zo. Ze weigerden om deze mensen te steriliseren of ze deden alleen maar schijnoperaties. In Westerbork werden er wel op grote schaal sterilisaties uitgevoerd. Deze sterilisaties werden gedaan door H. van der Hoeven. Deze man is lid geworden van de Germaansche SS zodat hij vrouwen kon steriliseren. Hij is later veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf.

Terwijl de Nederlandse wetenschap aan het begin van de vorige eeuw sterk op Duitsland gericht was, vonden de ideeën van de eugenetische bewegingen in Nederland toch weinig ingang. De toepassing ervan, zoals die werd waargenomen in het buitenland, werd in ons land over het algemeen afgekeurd, vooral wanneer deze was gekoppeld aan de rassenleer.
Toen de Duitsers Nederland binnenvielen werd Nederland wel gedwongen mee te doen aan deze eugenetische doelstelling.

In Nederland zijn er nooit wetten aangenomen tegen of voor eugenetica. Toch is er meer sprake van eugenetica in Nederland dan men zou denken.
Dat er geen regels waren tegen of voor eugenetica wil nog niet zeggen dat er geen andere regels waren die de wereld zouden verbeteren. Integendeel er waren juist veel volksverbeterende maatregelen. Zo wilde ze dat er een rashygiënische kolonie ontstond. Deze regels waren er alleen al om ervoor te zorgen dat er geen slechte mensen in Nederland zouden komen, en als ze er al wel waren ervoor te zorgen dat ze zich niet verder voort mochten planten.
In de loop van de geschiedenis zijn er veel redenen verzonnen waarom mensen gecastreerd of gesteriliseerd moesten worden. De bekendste zijn toch wel, omdat ze een laag IQ hebben of zich seksueel misdragen hebben.

Erfelijke aandoeningen
Tegenwoordig is het vooral de vraag of mensen met een erfelijke aandoening kinderen mogen krijgen en dan gaat het vooral om erfelijke aandoeningen die een normale manier van leven in de weg staan. Zo staat er in bepaalde artikelen dat mensen met het syndroom van Down geen kinderen mogen krijgen. Het is ook de vraag of mensen met een ernstige erfelijke aandoening voor kinderen zouden kiezen. En zouden zij het embryo weg laten halen als ze voor de geboorte van het kind er achterkomen dat het embryo een erfelijke aandoening ontwikkelt. Zo ja, is dit dan een vorm van eugenetica?

Dit gaan we onderzoeken, hiervoor moeten we eerst weten wat een erfelijke aandoening is. Een erfelijke aandoening ligt al bij de geboorte vast, het is een fout in het DNA. Een erfelijke aandoening hoeft niet perse gelijk na de geboorte tot uiting te komen, dit is bijvoorbeeld bij suikerziekte het geval.
Voor de geboorte kan je erachter komen of je kind een erfelijke aandoening heeft door een erfelijkheidsonderzoek te ondergaan. Als dan blijkt dat het embryo een erfelijke afwijking heeft, kan de moeder zelf beslissen of ze het kind houdt of niet.

Op Internet hebben we een programma over vrouwen met een erfelijke aandoening bekeken. In dit programma kwamen deze vrouwen hun keuze, voor of tegen kinderen, verdedigen.
De eerste vrouw had al een kind. Net voor de geboorte van dit kind was de vader van de vrouw ernstig ziek geworden. Deze ziekte bleek een erfelijke aandoening te zijn. Het kon dus goed zijn dat zij ook drager was van deze aandoening. Een test om hierachter te komen, deed ze pas laat in de zwangerschap. Toen ze erachter kwam dat ze ook drager was, was het te laat om het kind nog weg te laten halen. Haar kind heeft nu ook 50% kans om de aandoening te krijgen. Deze vrouw wil niet meer zwanger worden.
De tweede vrouw heeft twee kinderen met een erfelijke aandoening. Pas na de geboorte van haar tweede kind kwam ze erachter dat haar man drager is van deze aandoening. De ouders kwamen er zo laat achter omdat deze aandoening niet gelijk na de geboorte tot uiting kwam. Ook dit paar koos ervoor geen kinderen meer te willen krijgen. Ook al hadden ze nog graag een derde kindje gewild.
De laatste vrouw had een kind met een erfelijke aandoening. Zij koos er wel voor om nog een keer een kind te krijgen. Als tijdens een erfelijkheidsonderzoek bleek dat ook dit kind de aandoening zou hebben, zou ze het embryo weg laten halen. Dit verhaal ging dan ook gepaard met veel boze reacties uit het publiek, want die vonden dat je dan beter geen kinderen kon krijgen. Gelukkig was deze vrouw zwanger van een gezond kindje.

Hieruit blijkt dat elk mens over deze kwestie een andere beslissing neemt.
Later in dit werkstuk zullen we onderzoeken of deze keuze ook eugenetica genoemd mag worden.

Racisme
Tegenwoordig is racisme de normaalste zaak van de wereld. Mensen schelden elkaar uit en vernederen elkaar. Dagelijks horen we over voorvallen van een groep ‘lonsdalers’ die weer de oorlog hebben verklaard aan een groep ‘kutMarokkanen’. Veel ouderen zeggen dat de jeugd van deze tijd de oorzaak is van racisme.
Maar zijn we de geschiedenis dan niet vergeten?
Alle mensen zijn nou eenmaal anders en dus uniek. Iedereen denkt anders en kijkt anders tegen de wereld aan, zo zijn er verschillende soorten uitingen van meningen, bijvoorbeeld het geloof. Mensen geloven in één god of meerdere goden. Die goden kunnen alles verbeteren, alle problemen oplossen en de wereld mooier maken.
Onder racisme verstaat men het benadelen van mensen of groepen (meestal minderheden) op basis van ras. Het is van belang duidelijk een scheiding aan te brengen tussen racisme en ‘communicatieve belediging’. Deze twee fenomenen lopen vaak door elkaar en worden beiden te gemakkelijk op de hoop "racisme" gegooid. Zeggen dat je het blanke ras achterlijk vindt is eigenlijk geen racisme maar gewoon een belediging voor blanken, die niet eens als belediging bedoeld hoeft te zijn. Blanken weigeren in een discotheek omdat ze blank zijn kan racisme zijn. Volgens de Van Dale is racisme:
1 het uiten van minachting, vijandigheid of haat van het ene ras jegens een ander, voortkomend uit een gevoel van meerwaarde => rassendiscriminatie, rassenhaat
2 rassentheorie

Wordt eugenetica toegepast bij erfelijke aandoeningen?

Erfelijke aandoeningen zijn fouten in het DNA, dit kunnen kinderen erven van hun ouders. Een erfelijke aandoening hoeft zich niet gelijk bij de geboorte te uiten, maar het is dan al wel aanwezig in het DNA. Erfelijke aandoeningen die zich pas later uiten zijn bijvoorbeeld suikerziekte en erfelijke kanker.
De meest voorkomende kankersoorten waarbij erfelijkheid een grote rol speelt zijn borstkanker en eierstokkanker. Bij kanker vindt er een ongecontroleerde celdeling plaats. Hierdoor vormt er zich een gezwel van kwaadaardige cellen. Het gezwel duwt tegen andere weefsels aan die zo ook kunnen beschadigen. Het gezwel kan op een gegeven moment uitzaaien.
Als borstkanker ontstaat op jonge leeftijd, is er meestal sprake van een erfelijke vorm. Eerste- en tweedegraads familieleden hebben dan ook een grotere kans (tot zelfs 80 tot 90%) op het krijgen van borstkanker. De eerste tekenen van borstkanker zijn: een knobbel in de borst en een afwijking aan de huid of de tepel.
Een andere ziekte die ook erfelijk is, is Gilles de la Tourette. Bij deze aandoening krijgt iemand bepaalde, oncontroleerbare spierbewegingen. Een persoon kan hierdoor bepaalde ongewilde bewegingen maken maar ook vreemde dingen zeggen, dit worden tics genoemd. Mensen met Gilles de la Tourette schamen zich vaak voor hun ziekte en proberen het dan ook vaak te verbloemen. De symptomen uitte zich vaak tussen de leeftijd van 4 tot 11 jaar oud, verschillende tics zijn bijvoorbeeld: kuchen, knipperen met de ogen, kreten, schouders optrekken en klakken met de tong. Het begint meestal met tics waardoor je iets beweegt, dit volgt zich op door de tics met geluiden en later kunnen er ook nog dwanggedachten of handelingen bijkomen. Een voorbeeld hierbij is dat iemand persé de deur van de auto open wil doen als hij rijdt.

Het syndroom van Down is een aangeboren afwijking die soms erfelijk is. Bij deze aandoening heeft het kind van het 21e chromosoom er drie in plaats van twee, dit wordt trisomie genoemd. Het gevolg hiervan is dat het kind een ander uiterlijk heeft, ook is er een achterstand in de geestelijke ontwikkeling. Aan het uiterlijk van een kindje met het Downsyndroom kun je het vaak zien aan een vlak achterhoofd, amandelvormige ogen en een grote tong. De persoon is vaak klein en heeft meestal sluik haar. Mensen kunnen er door een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest achterkomen of een embryo het syndroom van down heeft.

Het syndroom van Down ontstaat doordat tijdens de meiose één cel, twee van de 21e chromosoom bevat. Meiose is de deling van de geslachtcellen. Bij een normaal meiose-proces gaat er van elk chromosomenpaar één chromosoom naar iedere pool. Bij de afwijkende meiose gaat het chromosomenpaar allebei dezelfde kant op en komen zo samen in een dochtercel terecht. De afwijkende meiose wordt ook wel non-disjunctie genoemd. Hierdoor krijg je geslachtscellen met een chromosoom te weinig of een te veel.

Mensen met het Downsyndroom hebben vaak meer kans op medische problemen. Zo zijn de eerste twee nekwervels instabiel, daarom wordt bij deze mensen tijdens een operatie een buisje in de keel geplaatst, zodat de ademhaling stabiel blijft. Ze hebben vaak ook een afweersysteem dat minder goed werkt. Hierdoor lopen ze meer kan op infecties. Als deze mensen bijvoorbeeld het hepetitis-B virus krijgen, hebben ze door hun lage weerstand kans dat ze drager worden van dit virus. Daarom worden kinderen met het syndroom van Down vaak bij hun geboorte al ingeënt tegen dit virus. Het syndroom van Down is erfelijk maar de kans dat je het van je ouders erft is maar 4%.

Er zijn mensen die zeggen dat personen die het Downsyndroom hebben, geen kinderen mogen krijgen omdat ze die pijn kunnen doen door mishandeling. Ook zouden ze de opvoeding niet aan kunnen, waardoor de kinderen verwaarloosd worden. Aan de ene kant is dit een vorm van racisme en aan de andere kant is het een vorm van eugenetica omdat je ze verplicht tot sterilisatie en anticonceptie. Je sluit dus uit dat dit “ras” kinderen kan krijgen, die dan ook een vergrote kans hebben op het syndroom van Down.

Tegenwoordig wordt eugenetica niet meer toegepast om mensen te perfectioneren. Het wordt wel toegepast om te zorgen dat er geen kinderen met erfelijke aandoeningen geboren worden.
In 1994 namen ze in China een “moeder- en zuigelingengezondheidszorg”-wet aan, waardoor vrouwen gescreend worden op erfelijke aandoeningen voordat ze gaan trouwen. Als er een genetische aandoening wordt ontdekt, wordt de vrouw verplicht om zich te steriliseren of ze moet voorbehoedsmiddelen gebruiken. In veel landen gebeurt dit onderzoek naar een erfelijke aandoening ook op vrijwillige basis, zoals op Cyprus. Hier komen bijna geen kinderen meer voor met de erfelijke bloedziekte thalassemie. De oorzaak van deze ziekte ligt bij de stof die ervoor zorgt dat zuurstof wordt opgenomen in het bloed en ook weer wordt losgelaten. Omdat dit proces niet goed werkt lijdt je eigenlijk aan een chronische bloedarmoede; hierbij hebben mensen vaak ook een skeletafwijking.

Ook in bepaalde bevolkingsgroepen komt dit “screenen” voor, bijvoorbeeld bij de ashkenazi-joden. Hier komt het recessieve gen voor Tay-Sachs vaker voor dan bij andere bevolkingsgroepen. Tay-sachs is een erfelijke stofwisselingsziekte, die zich in de cel zelf afspeelt. Het zorgt ervoor dat de lysozomen in de cel niet volledig of helemaal niet functioneren. De stoffen in de cel worden niet afgebroken en stapelen zich op. Deze aandoening is dodelijk omdat de vetten zich opstapelen in de hersenen. Kinderen worden eerst blind en verliezen vervolgens hun motoriek. De dood komt meestal al bij het derde levensjaar. Bij deze bevolkingsgroep worden voor het huwelijk de mensen al onderzocht. Als er wordt ontdekt dat je allebei drager bent van het recessieve gen, kiest men er soms zelfs voor om niet te trouwen. Dit is omdat een abortus in hun geloof verboden is.

In Nederland komt het ook steeds meer voor dat zwangere vrouwen met een vergrote kans op een erfelijke ziekte bij hun kind zich laten controleren met behulp van een erfelijkheidsonderzoek. Bij erfelijkheidsonderzoeken worden eventuele afwijkingen al voor de geboorte van het kind vastgesteld, hiervoor gebruiken ze meestal de echoscopie, een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie.
Door een echoscopie kan de ligging van het kindje worden bepaald, dit gaat door trillingen op hoge frequentie die worden dan teruggekaatst door de organen en de weefsels van het kindje.
Bij een vlokkentest wordt een klein stukje vlokkenweefsel van de aangroeiende placenta weg gehaald. De celkernen van deze cellen komen overeen met die van het kindje. Dit weefsel wordt tijdens de mitose gedood en gekleurd zodat er een karyogram van gemaakt kan worden. Hierdoor kunnen ze zien of er afwijkingen in de chromosomen zijn.
Bij een vruchtwaterpunctie wordt er een met behulp van een naald, vruchtwater uit de baarmoeder gehaald. Ze steken hierbij de naald door de buikwand van de moeder. In het vruchtwater zitten cellen van het kind, hier wordt een karyogram van gemaakt.

Deze erfelijkheidsonderzoeken worden alleen gedaan als er een verhoogd risico is dat het kindje een erfelijke aandoening heeft. Er is een verhoogd risico als:

· Een vrouw meerdere miskramen heeft gehad
· Ze al eerder kinderen heeft gehad met een erfelijke aandoening
· Een man heeft die ouder dan 55 jaar is
· Een familielid een erfelijke aandoening heeft
· Als de vrouw ouder is dan 35 jaar. In Nederland krijgen vrouwen boven de 35 jaar standaard dit aanbod, maar het is niet verplicht.

Tegenwoordig wordt bij echtparen met in de familie erfelijke ziektes, van tevoren al DNA-onderzoek gedaan, om te kijken of zij drager zijn van het schadelijke gen. Zo kunnen ze beslissen of ze wel of geen kinderen willen krijgen. Dit kan nog maar bij een beperkt aantal ziektes.

Eugenetica wordt dus nu al ruimschoots toegepast om de geboorten van kinderen met erfelijken ziektes te voorkomen. Niet zozeer om het ras te verbeteren maar meer om leed bij kind en ouders te voorkomen.
Het veranderen van eigenschappen in het DNA om ziektes te verhelpen kan nog niet worden toegepast, omdat de kennis simpelweg nog niet groot genoeg is.

Mag eugenetica bij IVF worden toegepast?
IVF is de afkorting van In Vitro Fertilisatie. Het is een vruchtbaarheidsbehandeling voor ouderparen die geen kinderen kunnen krijgen. 10% van de paren kan hun kinderwens niet zelf vervullen. Bij IVF worden eicellen buiten het lichaam bevrucht. (in vitro is letterlijk "in glas" en fertilisatie betekent bevruchting). Er zijn verschillende vruchtbaarheidsbehandelingen. Als er sprake is van een gestoorde eileiderfunctie wordt er IVF toegepast.
Rijpe eicellen worden uit het lichaam gehaald en samengebracht met mannelijke zaadcellen, in de hoop dat een of meerdere van de eicellen bevrucht worden en zo kunnen worden teruggeplaatst in de baarmoeder.

De vraag is nu: wordt hierbij eugenetica toegepast?
Volgens het IVF team Voorburg is hier geen sprake van, de eicellen worden bevrucht zonder naar de zaaddonor te kijken en gewoon teruggeplaatst in de baarmoeder, in de hoop dat er zo na negen maanden een natuurlijke bevalling kan plaatsvinden.
Lee Silver is een Amerikaanse geneticus die in zijn boek ‘sleutelen aan de schepping’ zegt dat er al wel degelijk eugenetica plaatsvindt bij IVF. Zo zijn er spermabanken waarbij er veel persoonlijke details worden verteld over de zaaddonor. Zo kun je proberen een heel slim kind of een heel knap kind te krijgen. Verder is er ook de mogelijkheid om bij meerdere bevruchte eicellen van één vrouw te kijken welke het beste is en deze terug te plaatsen.

Hoewel het IVF team Voorburg zegt dat er geen sprake is van eugenetica. Is er toch in 1994 een klacht ingediend door De Nijmeegse Werkgroep Integratie Gehandicapten tegen dokter C.A.M. Jansen, hoofd van het team Voorburg. Hij had in 1993 het Downsyndroom een ‘niet met het leven verenigbare ziekte en afwijking’ genoemd. Jansen vindt dat embryo’s die ‘mongooltjes’ lijken te worden, uitgeselecteerd moeten worden.

In Nederland wordt IVF vooral toegepast bij echtparen die dolgraag kinderen willen hebben. Hierbij wordt niet gelet op de beste zaadcel of de beste eicel. In theorie zou dit best kunnen, maar dit is in Nederland niet gebruikelijk. Ook al omdat DNA-onderzoek van zowel de eicel als de zaadcel te veel tijd kost. Eugenetica bij IVF zou in theorie misschien best mogen maar het komt eigenlijk niet voor.

Vindt er in Nederland eugenetica plaats?

Ondanks dat er in Nederland nooit wetten zijn aangenomen voor of tegen eugenetica, is er wel wat eugenetica in ons land te vinden. Zo zijn er een heleboel ‘volksverbeterende maatregelen’. Maar buiten dat is Nederland neutraal gebleven.
Dr. A.C. Hagendoorn zei in een Nederlands tijdschrift: ‘Eugenetiek was voor de meeste op zichzelf vrij onschuldig zolang er voldoende verstandige, mensen in een land zijn om dwaze sterilisatiewetten verre van ons te houden.’

Hoewel de beweging tot verbetering van het menselijke ras in het algemeen dus niet voor heftige reacties zorgde, riep de gedwongen sterilisatie bij veel Nederlandse auteurs wel grote weerstand op. Ze vonden het idee van afwezigheid van keuzevrijheid ten opzichte van voortplanting in ons land heel erg. Ze zagen het als een vorm van staatsterreur.

Dit betekende niet dat er geen opgelegde sterilisatie in Nederland plaatsvond.
Uit een onderzoek onder alle psychiaters en chirurgen in Nederland, dat in 1935 werd gepubliceerd, bleek dat elf mannen met castratie behandeld waren. Zeven hiervan waren om redenen van seksuele "abnormaliteit" behandelt. Het lijkt hier om een vrijwillige keuze te gaan maar ze werden eigenlijk voor de keuze gesteld: onvruchtbaar gemaakt worden en gevangenisstraf enerzijds of ter beschikkingstelling van de regering anderzijds.
Tot in de jaren veertig zou castratie als laatste behandelmiddel van mannen met afwijkend seksueel gedrag worden toegepast. Er is wel een verschil met eugenetica. Het doel van de behandeling was niet het voorkomen van de geboorte van ongeschikte nakomelingen, maar het beschermen van de andere leden van de maatschappij. In Nederland had eugenetica om mensen mooier te maken dus een uitsluitend hypothetisch karakter, er was sprake van een grote weerstand tegen daadwerkelijke eugenetische maatregelen.

Hiervoor vond er ook al veel eugenetica plaats om de maatschappij te beschermen. Het hoeven niet persé moderne techniekjes te zijn, het kan ook zonder. Zo pleit de bioloog C.J. Wijnaendts Francken in 1897 in een betoog voor een huwelijksverbod voor armoedzaaiers. Dit was nog maar het begin. Hierna wilde hij dat ook krankzinnigen, geslachtszieken, tuberculoselijders, doofstommen, dronkaards, criminelen en mislukte zelfmoordenaars een huwelijksverbod kregen. Hij dacht dat deze woorden alleen niet genoeg kracht zetten, dus zette hij in zijn betoog erbij; De politieke orde is in gevaar door de er maar op los fokkende volksmassa paupers.
Wijnaendts Franckens was niet de enige die zo dacht. Al snel kreeg hij bijval van schrijvers, dominees en wetenschappers. Hier hoort ook S.R. Steinmetz bij. Hij zei dat de arbeidende onderklasse alles aan zichzelf te danken heeft. Hij moest niets hebben van mensen die deze onderklasse wilde helpen. De mensen die niet bij die groep van de onderklasse hoorde, wilde hij steun geven. Dit wilde hij doen met extra belasting voor mannen die afgekeurd waren voor militaire dienst. Steinmetz: ‘Het zou toch te dol zijn als deze kneuzen ongestraft een ruime keuze hadden op de huwelijksmarkt, terwijl hun blakende leeftijdsgenoten ergens in een loopgraaf lagen.’

Amerikaans boek over eugenetica
Maar er waren nog radicalere ideeën. Als voorbeeld hiervan de ideeën van Jan Rutgers. Jan Rutgers was de leider van de Neomalthusiaanse Bond. Tegenwoordig heb je de Rutgersstichting. Hier helpen ze je met vragen over seksualiteit. Ze hebben hier bijvoorbeeld folders, lesbrieven e.d. om mensen voor te lichten. Deze stichting is naar hem vernoemd. Het grootste deel van zijn werk gaat over het afnemen van de bevolkingsgroei door condoomgebruik. Maar in 1905 verschijnt er een boek van hem; Rasverbetering en bewuste aantalsbeperking. In dit boek komt vooral het enthousiasme van sterilisatie van ‘erfelijke belasten’ naar voren. Met erfelijke belasten bedoelde hij dan ook de armen mensen. De armen moesten zich laten steriliseren. Wanneer ze dit niet deden, kregen ze een huwelijksverbod. Als ze al getrouwd waren kregen ze een baringsverbod. Als de armen dan helemaal uitgeroeid waren, kon hij beginnen met het kweken van een superras.

In Nederland groeide de eugenetica nog verder. In de jaren ’10 en ’20 ontstonden er overal eugenetische clubjes. De feministen hoopten dat ze door de eugenetica van hun syfilitisch (SOA) afkwamen. In deze tijd waren er nog meer stromingen. In 1930 kwamen deze stromen samen in de Nederlandsche Eugenetische Federatie. Dit is voornamelijk te danken aan Marianne van Herwerden. Zij deed de studie embryologie. Haar mannelijke collega’s accepteerden geen vrouwen. Ze is toen op studiereis naar Verenigde Staten geweest. Hier kwam ze in aanraking met eugenetica in Amerika. Doordat ze dit enthousiast vertelde in Nederland en ondertussen ook nog alle eugenetische clubjes bij elkaar aaneen sloot, kreeg ze veel artsen die aan dezelfde kant kwamen te staan. Tijdens de economische crisis kwamen ze erachter dat het moeilijk werd om hun eugenetische ideeën uit te voeren. Er was een hele grote groeiende mensenmassa. Hierdoor moesten er maatregelen genomen worden. Door de Wereldbond voor Sexueele Hervorming werd een brochure uitgegeven. Huwelijk en eugeniek. Deze folder was zeer populair, omdat mensen van hun problemen af wilden en hierin stonden hulpmiddelen. Een oplossing die ze voorstelde was om vrouwen en mannen gescheiden te huisvesten.

Een aantal jaren later gingen meer mensen zich met de eugenetica bezighouden. Zo ook Willem van der Scheer. Hij was in die tijd een psychiater. In 1933 schreef Van der Scheer: ‘Als men zich den eisch stelt om voor iedere persoon hem of haar passende levensverhoudingen te scheppen, dan is sterilisatie aanvaardbaar. Een voorzichtige proef, geval voor geval beoordeelende, moet m.i. het medische en eugenetische standpunt zijn.’ Met dit standpunt probeerde hij de overheid mee te krijgen. Dit lukte echter niet zo gemakkelijk. Het was al eerder gebeurd dat geleerden de overheid wilde interesseren in hun werk. In 1924 was deze poging ook mislukt. Toen probeerde B. Bakker-Nort de overheid te interesseren met het standpunt, dat de overheid veel geld overhoudt. Dit geld steken ze normaal namelijk in de erfelijk belaste families. Er was echter een groot nadeel van de leefgewoontes van die tijd, er waren veel katholieken in de Tweede Kamer. In 1930 had de paus een encycliek opgesteld waarin stond dat alle geboortebeperkingen van de hand zijn. Hierdoor ging het plan niet door, want dat zou tegen de regels van de paus zijn.

De katholieke minister Romme had wel een ander idee. Ze deden geen geboortebeperkingen, maar keken naar het inkomen om te bepalen hoeveel kinderbijslag je verdiende. Zo zouden pleegkinderen en bastaarden niks krijgen. Kinderen uit de laagste loongroepen vanaf het derde kind 10 ct. en de hogere groepen met 35 ct. Dit idee werd niet goed gevonden, omdat het toch te meedogenloos was.

Eigenlijk deed de overheid niets op het gebied van eugenetica. Veel eugenetisch geïnteresseerde artsen vonden dit niet kunnen. De stroom van ‘minderwaardige geboorten’ moesten volgens hen beperkt worden. Toen bestonden er nog geen sterilisatiewetten. In 1934 kwamen deze wetten er wel in Duitsland. De Nederlandse artsen waren jaloers. Deze wetten waren zeer antisemitisch. Het was namelijk tegen raskruisingen van Ariërs. In deze tijd is ook vaak gezegd dat de joden niet zo moesten zeuren over sterilisatie. Ze wilde immers altijd zelf dat er geen gemengde huwelijken waren.
In 1936 waren ze nog veel meer van plan. In deze tijd was de Wieringermeerpolder drooggevallen. Volgens de overheid was dit een unieke kans om daar een modelbevolking weg te zetten. Deze bevolking zou ver boven het Nederlandse peil uitsteken. Er kwamen eugenetische ‘keurcomités’. Werklozen kwamen niet in aanmerking, alleen goede landbouwers, die medisch goed zijn. Het plan ging niet zoals ze gewild hadden door de Tweede Wereldoorlog.

Toen Nederland bezet was door de Duitsers werd alles nog radicaler. Ze wilden voorkomen dat er genetische fouten op zouden treden na een huwelijk. Daarom moesten alle mensen gekeurd worden. Dit gebeurde met een verplicht medisch onderzoek. Ze wilden zo ook voorkomen dat er iemand een overheidsfunctie kreeg als ze niet medisch goedgekeurd was. Ze vonden het beter dat teveel mensen gesteriliseerd werden dan uiteindelijk te weinig. Als het zo door zou gaan, zou er uiteindelijk een elite van ongeveer 5 % van de hele bevolking aan de macht komen. Deze mensen waren allemaal gecontroleerd en hadden een enorme vragenlijst ingevuld over hun familie, afwijkingen in de familie en hun levensbeschrijving. Mensen die niet goed genoeg waren, werden afgevoerd naar concentratiekampen en uiteindelijk vermoord.

Je zou denken dat eugenetica na de Tweede Wereldoorlog ophield. Dit was niet zo. Bij de kolonisatie in het Wieringermeer is het fout gegaan door de oorlog. Na de oorlog was er een nieuwe kolonisatiemogelijkheid. De kolonisatie van de Noordoostpolder. De Noordoostpolder ligt in het tegenwoordige Flevoland. Volgens een onderwijzer werkte het wel: ‘Ik heb zelden zulke rustige, plezierige en vooral vredige kinderen gehad. Er wordt niet gevochten, geniepigheden komen niet voor. (…) De kinderen helpen elkaar. En ze liggen niet overhoop met de kinderen van de bijzondere scholen.’

Naast deze nieuwe kolonisatie waren er ook nieuwe mensen die zich met de eugenetica bemoeide, zoals van der Heyden. Hij bespeelde opnieuw het ‘gevaarlijke’ vruchtbaarheidsverschil tussen ‘hogere’ en ‘lagere’ klassen. Sterilisatie werd rond deze tijd een steeds populairder onderdeel van de eugenetica.
Er bestaat een proefschrift over ‘de noodzaak tot castratie en sterilisatie’.
De arts A. Wijffels, die tussen 1933 en 1952 zeventig mensen heeft gecastreerd, was blij met het proefschrift. Nu was hij tenminste niet de enige die het nodig vond om deze ‘seksueel gestoorde medemensen’ te castreren.
Wijffels had een rare manier van aanpakken. Hij had de mensen die hij castreerde netjes gerangschikt. Zo had hij groepjes met homoseksuelen, hyperseksuelen, pedofielen en exhibitionisten. 69 van deze 70 mensen hebben zelf om hun castratie gevraagd. Wijffels heeft helemaal uitgezocht wat voor mensen het waren. Ze werden in een hokje geduwd met de naam als debiel, idioten, imbecielen. Hij heeft in 1954 zelfs een proefschrift over deze gebeurtenis gepromoveerd. Dit proefschrift heet
‘Het castratievraagstuk’.

In 1953 heeft een kamerlid nog geprobeerd om toch een wet te maken. Deze wet hield in dat er een geneeskundig onderzoek plaats moest vinden voor het huwelijk. Zo zouden mensen niet meer argeloos om kunnen gaan met het voortplanten.
In de jaren ’70 is sterilisatie populair. Dit is een goedkoop voorbehoedsmiddel voor de mensen die toch geen kinderen meer willen. Doordat de koopkracht stijgt, wordt het verschil tussen hoge- en lage klassen ook kleiner.
Dit is ongeveer het einde van eugenetica in Nederland, hoewel er nog altijd mensen zijn die pleiten voor een voortplantingsverbod voor zwakzinnigen e.d.

Komt er einde aan racisme?

In de herfst van 1994 verscheen het meest roemruchtige boek over intelligentie: The bell curve van Charles Murray en Richard Herrnstein. Hierin stond dat blanken een hoger IQ zouden hebben dan zwarten. Met dit feit werden de 2 wereldberoemd. De hele wereldpers had het over the bell curve. Een half jaar later werd gesuggereerd dat de twee schrijvers van dit boek een massieve aanval deden op de zwakkeren van de samenleving, volgens Michel Thomassen in het Algemeen Dagblad wordt “The bell curve in brede kring verguisd als een echo van Adolf Hitler Mein Kampf”.
Verschil in IQ tussen blank en zwart is zo’n vijftien punten, de gemiddelde blanke zit op havo-niveau, de gemiddelde zwarte op vmbo-niveau. Er zijn hierover indirecte aanwijzingen dat genen er iets mee te maken hebben, maar er is geen hard bewijs.
Men mag erop wijzen, dat allochtonen vaak crimineel zijn.
Maar het verband tussen een laag IQ en hoge kans op criminaliteit is niet waar. En ook verzonnen is dat Marokkanen en Turken een grotere kans hebben op een laag IQ en persoonlijkheidsstoornissen.

Racisme is, zoals in de inleiding al kort verteld is, discriminatie op andere huidskleuren. Racisme wordt vooral geuit op allochtonen. Discriminatie kan op verschillende gebieden gebeuren, in plaats van de huidskleur kan het ook gaan over iemands haar of bril. Beide begrippen staan voor het niet accepteren van de manier waarop iemand anders in de maatschappij staat.

Discriminatie, en dus een deel van racisme, kun je onderscheiden in positieve en negatieve discriminatie. Het voorbeeld uit de inleiding over het weigeren van een blanke in een discotheek omdat het een blanke is, is een vorm van negatieve discriminatie. Maar wat is dan positieve discriminatie?
Een voorbeeld van positieve discriminatie is het voorkeursbeleid voor vrouwen en allochtonen. Er zijn wetten waarin staat dat werkgevers verplicht zijn om te streven naar een “aandeel van personen uit de doelgroepen van het positieve ondernemingsbeleid binnen de onderneming dat verhoudingsgewijs overeenkomt met hun aandeel in de regionale beroepsbevolking”. Dat vrouwen, allochtonen en gehandicapten hierbij voorgetrokken worden zou in principe goed zijn, zij verdienen ook een kans om zich te ontwikkelen. Positieve discriminatie heeft echter een hoop negatieve effecten: Wie zich uitspreekt tegen wetten die op ras discrimineren, loopt het risico een racist te worden genoemd en de wet ontneemt mannen het recht op gelijke behandeling. Tegenstanders van positieve discriminatie krijgen het verwijt dat ze groepen tegen elkaar uitspelen, terwijl dat nu juist de consequentie is van positieve discriminatie.
Sinds 1997 is de Wet inzake Evenredige Vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende functies in het onderwijs van kracht. De onderwijssector
moet een minimum aantal vrouwelijke schoolleiders aanstellen.
Dat mannen relatief vaak de ambitie hebben om de lange uren te draaien die een managementfunctie vereist, kan ertoe leiden dat bij de bekwame kandidaat-schoolleiders relatief veel mannen zitten. Die hebben pech, want het is door de nieuwe wet overwegend voor vrouwen weggelegd, in het onderwijs kwamen er tussen 1996 en 2002 65.000 banen bij, waarvan er 54.000 naar vrouwen gingen.
Het is dus een door de wet voorgeschreven streven om vrijwel uitsluitend vrouwelijke schoolleiders aan te nemen.
Ook ontstaat er door positieve discriminatie een slechte sfeer op te werkvloer. Een voorbeeld hiervan is een brandweerkazerne in Amsterdam. Doordat het verplichte allochtonenquotum binnengehaald moest worden werden de toelatingseisen naar beneden bijgesteld, meer allochtonen werden hierdoor toegelaten in de kazerne. Er ontstond een onaangename sfeer tussen de autochtonen die er al werkte en de nieuwe autochtonen. Voor de dagen van positief racisme hadden allochtone collega’s hun baan ‘eerlijk’ verdiend en kon men ervan op aan dat zij gemiddeld even goed zouden presteren als hun autochtone collega’s. Nu was dat niet meer het geval.
Alleen de politici en de ambtenaren waren blij: zij hadden hun kost goed verdiend door een stukje goed bedoeld beleid aan te schaffen. Dit is kenmerkend voor positieve discriminatie: alleen politici en ambtenaren profiteren ervan. Daarom is het ook zo moeilijk voor hen om tot het besluit te komen positieve discriminatie af te schaffen.

Op dit ogenblik zijn vijf procent van alle medewerkers van het energiebedrijf Nuon allochtoon maar geen van hen zit in de top van het bedrijf. Nuon heeft nu verschillende allochtonenquota vastgesteld: in 2006 moeten tien procent van de medewerkers en acht procent van de hoogste managementlaag uit een etnische minderheid komen. Managers die hun allochtonenquotum niet halen verliezen hun bonus, wat kan betekenen dat ze tot vijftien procent verliezen op hun jaarsalaris.
Nuon discrimineert: in plaats van kleurenblind de bekwaamste sollicitant aan te stellen, hebben zwarten en (nakomelingen van) immigranten uit islamitische landen een streepje voor. ‘We doen dit omdat we een afspiegeling van de samenleving willen zijn,’ zegt een woordvoerster van Nuon. ‘Ook omdat we dan onze klanten beter begrijpen, die groep bestaat immers ook niet alleen uit autochtonen. Voor een betere communicatie is het handig.’

Discriminatie moet je aan de gewone burgers en de particuliere bedrijven overlaten. Bij de keuze van onze seksuele partners, vrienden en kennissen discrimineren we allemaal op uiterlijk, leeftijd, intelligentie, geslacht, etniciteit en religie. Als we een auto, computer of wasmachine kopen willen we graag overtuigd worden van de goede kwaliteit van deze apparaten door verkopers die slim en innemend overkomen en de indruk wekken onze normen en waarden te delen.
In principe zijn de inspanningen van de werknemers die relatief intelligent, ambitieus en gewetensvol zijn het meest lonend voor de werkgever. Maar ze moeten wel in het team passen, hierbij kan het dan nuttig zijn om bij de personeelsselectie ook rekening te houden met hun uiterlijk, leeftijd, geslacht, ras of religie. Bovendien moeten zij zich kunnen identificeren met de klanten.

Nu wordt er bij sommige bedrijven juist voorrang verleend aan allochtonen. Is er hier dus een einde gekomen aan discriminatie of racisme? Blijkt hieruit dat allochtonen gerespecteerd worden, ook al zijn ze van een ander ras? Niet echt, de bedrijven doen het toch uiteindelijk voor hun eigen bestwil.

Zou het einde van racisme ook het einde van Nederland betekenen?
Nederland is een democratie, een verzorgingsstaat, een immigratieland en een multiculturele samenleving. Dat zijn vier kenmerken die zich niet laten combineren. Een multiculturele samenleving ondermijnt de democratie en immigratie ondermijnt de verzorgingsstaat.
In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht vormen niet-westerse allochtonen momenteel ruim een derde van de bevolking. Op de basisscholen in de vier grote steden zijn allochtone kinderen nu al in de meerderheid en in 2015 is in heel Nederland meer dan de helft van de jeugd allochtoon. Driekwart van de bevolkingstoename wordt veroorzaakt door niet-westerse allochtonen. Iedere twintig jaar verdubbelt hun aantal, voornamelijk door het hoge geboortecijfer in allochtone gezinnen en de import van huwelijkspartners uit het land van herkomst. Als het zo doorgaat, zullen aan het eind van deze eeuw blanke Europeanen in de minderheid zijn in Nederland.

Hoe zal Nederland er over honderd jaar uitzien? Een bont geheel van etnische groepen die door elkaar heen wonen? Vergeet het maar. In 1969 toonde de Amerikaanse econoom Thomas Schelling met een simpel wiskundig model al aan dat segregatie (opdeling in blanke en zwarte wijken) spontaan en onvermijdelijk ontstaat. Schelling vroeg zich af of in de Verenigde Staten blanke en zwarte wijken waren ontstaan als Amerikanen er absoluut geen bezwaar tegen hadden gehad om naast iemand te wonen die een andere huidskleur heeft. Hij bedacht een virtuele wereld waarin witte en zwarte schijven wonen in de vakjes van een enorm spelbord. Iedere schijf neemt zelf beslissingen volgens een paar simpele voorgeprogrammeerde regels. De schijf kan om zich heen kijken en besluiten naar een leeg vakje op het bord te verhuizen. Hij is tevreden in zijn eigen vakje als een van de acht schijven die op aangrenzende vlakken wonen van dezelfde kleur is als hij.
Schelling’s schijven vinden een multi-etnische, multiculturele buurt gezellig, maar zij willen niet de enige afwijkende zijn in een groep van blanken of zwarten. In het begin van het spel strooide Schelling willekeurig de schijven over het bord uit. Iedere spelronde mochten ontevreden schijven verhuizen. Zwarte schijven verlieten blanke voor zwarte buurten, witte schijven kwamen hiervoor in de plaats. In een mum van tijd waren de kleuren van elkaar gescheiden.
Schelling’s schijven kunnen niet van kleur veranderen, maar etnische groepen kunnen over meerdere generaties in een smeltkroes opgaan door gemengde huwelijken. In een blank land gebeurt dit vrij snel met Oost-Aziatische en blanke immigranten. Bij zwarte immigranten en Hindoes gaat dat al veel langzamer. Moslims trouwen in eigen kring want geloofsafval is een doodzonde. De verstikkende sociale controle uit de dorpen in Turkije en Marokko wordt in stand gehouden. Vrouwen mogen helemaal niets. Men laat zich niet teveel in met de cultuur van hun nieuwe vaderland. Men heeft geen abonnement op de Nederlandse kabel maar kijkt per satelliet naar zenders uit het Midden-Oosten. De loyaliteit ligt niet bij de Nederlandse cultuur, overheid, koningin en voetbalteams, maar bij hun tegenhangers in het land van herkomst.

Komt er nu een einde aan discriminatie nu we weten dat in 2015 meer dan de helft van alle kinderen allochtoon is? Volgens sommige zal dit het einde van het Nederlandse ras betekenen. Maar om een antwoord op de hoofdvraag te geven: Komt er einde aan racisme? Er zal wel degelijk een einde aan racisme komen omdat mensen er in de volgende generaties waarschijnlijk steeds meer aan gewend raken om tussen verschillende rassen te wonen. Maar wanneer racisme precies verdwijnt, weet men niet.

Conclusie

Het onderwerp van dit ANW-werkstuk is eugenetica, racisme en wetenschap. Het eerste wat in ons opkwam was: ‘Wat is eugenetica?’ We begrepen ook niet hoe je deze drie onderwerpen bij elkaar kan brengen tot een verhaal. Wat is het verband tussen racisme en eugenetica?
Na wat goed onderzoek bleek dat eugenetica voortvloeit uit racisme. Mensen beoordelen elkaar op uiterlijk en andere eigenschappen. Voor een groot deel bestaat dit uit vooroordelen maar toch is het voor de mens heel belangrijk. Zo worden sommige rassen door andere rassen niet geaccepteerd. Het probleem van het niet accepteren wordt groter doordat mensen die meer macht hebben kunnen zeggen wat er met de minderheden moet gebeuren. In veel verhalen uit de geschiedenis in dit werkstuk kwam dat neer op sterilisatie.
De vragen die we kregen bij het oriënteren zijn nu beantwoord.
Eugenetica wordt toegepast bij erfelijke aandoeningen, niet in de zin dat ze al genen kunnen veranderen zoals met genetische modificatie bij gewassen. Maar wel dat er onderzoek wordt gedaan of de ouders een genetische ziekte door kunnen geven. Als dat zo is kunnen ze eventueel het krijgen van zieke kinderen voorkomen.
Of er eugenetica bij IVF mag worden toegepast, daar is geen duidelijk ‘ja’ of ‘nee’ antwoord op te geven. Er is namelijk geen wet die het verbied, maar het komt in de praktijk in Nederland ook niet voor. De meeste echtparen zitten er niet op te wachten. In Nederland heeft er eugenetica plaatsgevonden, maar gelukkig niet zoveel als in bijvoorbeeld Amerika. Wij denken persoonlijk dat Nederland hier gewoon te nuchter voor is. De ideeën om een superras te creëren waren er bij sommige mensen wel, maar het is in Nederland altijd bij een gedachte gebleven. Je vindt nog steeds eugenetica in Nederland, maar dat gaat er dan meer om om erfelijke aandoeningen te voorkomen en de maatschappij te beschermen.
De kennis van de genen en dan ook hoe je eugenetica nog beter kan laten plaatsvinden zal wel groter worden. Maar we denken niet dat Nederland het ook daadwerkelijk bij mensen zal gaan toepassen. Men weet hoe dat afgelopen is in de tweede wereldoorlog.

Of er een einde aan racisme komt zal de tijd ons leren.
Al zou het in de toekomst in Nederland wel eens werkelijkheid kunnen worden.
Want in 2015 is in ons land meer dan de helft van de kinderen allochtoon. Het zou dan zo kunnen zijn dat die generatie er meer aan gewend is geraakt om in een mengelmoes van culturen te leven. Dat de mens zich gewoon aanpast aan de omgeving en eraan went dat er verschillende culturen zijn.
Racisme zou ook kunnen verdwijnen als iedereen gewoon de ander accepteert.
Dit zou heel erg mooi zijn, maar is een bijna onbereikbaar doel.
Het goede is dan dat er geen eugenetica meer hoeft te worden toegepast om uiterlijken van bepaalde rassen aan te passen.
Want zeg nou zelf: de wereld is toch zo mooi omdat iedereen verschillend is.

Bronnen

Internetsites
· www.geschiedenis.nl
· www.groene.nl
· www.meervrijheid.nl
· www.racisme.nl
· www.beyazgul.info/heteindevannederland
· www.erfelijkheid.nl
· www.ivf.nl
· www.biopolitiek.nl

Boeken
· De taal van de genen

Krantenberichten
· Diepliggende discriminatie tegen moslims 15 november 2006
· Verplichte sterilisatie bij verstandelijk gehandicapten 13 maart 2005
· Kanker bij kinderen door gen 17 december 2006

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.