Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Poolgebieden

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 3e klas havo | 2672 woorden
  • 19 januari 2004
  • 256 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 256 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
1. Waarom over de poolgebieden.

Ik doe mijn werkstuk over de poolgebieden.
Omdat de omgeving in verschillende gebieden is verdeeld.
IJsvlakten toendra
En veel andere natuurverschijnselen.
Het is er wel koud maar er leven talloze dieren en planten
en het interessants vind ik de wel de oorspronkelijke bewoners ofwel de eskimo’s.
Ik vind de eskimo’s zo interessant omdat ze nog net als vroeger leven ze jagen en zoeken naar voedsel en ze wonen in iglo’s.
En daarom doe ik mijn werkstuk over de poolgebieden.


2. De geschiedenis van de poolgebieden.

De geruchten waren dat de vikingen de eerste mensen op de noordpool waren ze denken dat de vikingen in 860 na Chr aan land zijn gegaan.
Toen kwamen ze de oorspronkelijke bewoners tegen de eskimo’s.
Maar er waren heel wat andere mensen die zijden dat hun de eerste mensen op de noordpool waren.
Zoals Peary hij beweerde dat hij de eerste mens op de noordpool was.
Andere zegen dat Cook de eerste man op de noordpool was.
Maar daar zijn geen bewijzen voor.

982 na Christus leefde er een man met de naam Erik de Rode hij werd verbannen uit IJsland vanwege een moord op iemand.
Toen waren er geruchten dat er in het westen land was waar nog nooit iemand was geweest.
Toen besloot hij het ruime sop te nemen en dat stuk land te vinden.
Na velen dagen op zee te hebben gezeten ontdekte hij een nieuw land bedekt met ijs en sneeuw.

Omdat hij drie jaar was verbanen ging hij in de zomer de kust verkenen en in de winter liet hij nederzettingen bouwen.
Toen de drie jaar waren verstreken ging hij terug naar ijsland.
Hij ging daar meer mensen zoeken die mee naar zijn land kwamen en om het aantrekkelijk te maken noemde hij het land Groenland.
Erik de Rode ging ook handelen met de eskimo’s die daar al duizenden jaren woonde.
Hij gaf de eskimo’s granen en hij kreeg huiden en vlees van de dieren die daar leefde.
Maar net als de eskimo’s van het land leven konden ze niet dus ze kregen elk jaar voedsel uit ijsland en Noorwegen.

Eerst werd groenland door de rest van de wereld vergeten.
Maar zo nu en dan raakte een engels schip uit koers en als de zeelieden van dat schip dan weer thuis kwamen vertelde ze verhalen over grote bewegende ijsbergen en woeste draaikolken en stormen.
Rond 1400 hoorde engelse kooplieden over dit gebied en toen stuurde ze schepen om handel te drijven met ijsland maar dat deden ze pas in de zomer anders werd je schip vermorzeld door stormen en ijsbergen.

Ook de Nederlander Willem Barentsz probeerde de noordoostpassage te vinden.
In 1596 dacht Willem Barentsz dat hij rond de met ijs versperde zee kon varen door nog verder naar het noorden te gaan.
Hij kwam echter vast te zitten in het ijs en zijn schip werd vermorzeld.
Willem Barentsz en bemanning moesten nootgedwongen hun kamp opslaan op Nova Zembla om te overwinteren.
Willem Barentsz stierf door kou en ziekte maar hij ging de geschiedenis in als eerste Europeaan die zo ver ten noorden van de noordpoolcirkel de winter doorbracht.


In de jaren 70 en 80 van de 16 eeuw stuurde Engelse ook al schepen op weg om een noordwestpasassge te zoeken.
Kapitein Frobisher vertrok in 1576 en ontdekte een zeestraat ten westen van Groenland.
Tien jaar later vertrok weer een andere Engelse kapitein John Davis ook om een nieuwe passage te zoeken.
En dat lukte hem ook hij ontdekte de Davisstraat en de baffinbaai en bracht ook 1100 kilometer van de kust van Groenland op kaart.

Sir John Frankling was een belangrijk persoon in de geschiedenis van de poolgebieden.
In 1818 stuurde de Britse marine weer schepen om de noordwestpassge te zoeken.
John Frankling voerde het bevel over een van deze schepen.
Hij werd in 1786 geboren en was al op 14 jarige leeftijd bij de marine gegaan.
Hij vocht moedig bij Kopenhagen en Trafalgar.
Tegen de tijd dat hij naar de noordpool vertrok was bevorderd tot luitenant.
Tussen 1819 en 1819 leidde Frankling landexpedities om de Artartise kust van noord Amerika te verkennen.
Hij leerde veel van zijn reizen na de noord pool.
Toen hij terug in Engeland kwam werd hij geridderd voor zijn ontdekkingen.
In 1845 keerde Frankling terug naar de noord pool.
Hij was toen 58 jaar en zocht opnieuw naar de noordwestpassage hij nam twee van zijn beste schepen mee de Erebus en de Terror hij had genoeg voedsel bij voor drie jaar.
Maar in de eerste winter van zijn expeditie raakte zijn twee schepen vast in het ijs.
En de zomer daar op in 1946 stierf hij.
Zijn lichaam is nooit teruggevonden en de rest van de bemanning ook niet.

3. Het landschap en het weer

Het is in de poolstreken niet altijd zo koud geweest.
Honderden miljoenen jaren geleden was het op de poolgebieden een tropisch klimaat.
De zon scheen op bossen en moerassen waarin overal grote dinosauriërs liepen en tropische planten groeiden.
Een van de reptielen die daar toen liepen was de Lystrosaurus hij leek erg op ons nijlpaard hij was 1 meter lang.
Hoe kan het op de poolgebieden ooit zo warm zijn geweest 200 miljoen jaar geleden lag al het land rond de evenaar en rond de evenaar was het altijd een tropisch klimaat.
Later dreven grote stukken land uit mekaar.
Antarctica dreef steeds verder naar het zuiden de warme zeestromen werden daar dor tegengehouden en daarom werd het land steeds kouder.
Het koude noordpoolgebied ontstond doordat de zeestromen in het noorden van elkaar werden afgesneden.
Dat kwam doordat Amerika Europa en Azië daar steeds dichter bij kwamen te liggen.
In de winter bevroor in de poolgebieden het zeewater en viel er veel sneeuw.
In die zomer daarna kon al dat ijs niet meer smelten want al die sneeuw weerkaatste het zonlicht.
Vroeger was er op de noordpool veel meer ijs dan nu ongeveer 1 miljoen jaar geleden kwam het noordpoolijs tot Canada en zelfs in Nederland.

Waar land is op de poolgebieden licht meestal een dikke lag landijs over soms wel een laag van 4 km dik.
Dat landijs heeft de begaande grond ver onder de zeespiegel gedrukt.
Als al dat ijs dan smelt zal heel de zuidpool onder water liggen.
Landijs is goed begaanbaar voor de mens.
Boven op het landijs ligt gewoon sneeuw maar soms zijn er ook uitgestrekte lossen sneeuwheuvels en diepe ijsspleten.
Er groeit helemaal niets op al dat landijs.
Al dat landijs ligt ook niet stil het vloeit heel langzaam van hoog naar laag richting de zee.
Aan de kust van de zuidpool en Groenland liggen enorme gletsjers.
Waar het ijs langzaam de zee inschuift.

De toendra is een lange uitgestrekte vlakte die vlaktes vind je rond Canada Alaska Groenland IJsland Noorwegen Finland en Siberië.
Het wordt toendra komt uit het de Finse taal het betekent bare vlakte.
In de winter licht er maandenlang sneeuw in de toendra behalve op de plekken waar een gure wind staat de rotsen heeft schoongeblazen.
Pas laat in de lente smelt de sneeuw.
Dan ontstaan er overal meertjes en modderige beekjes.
In die beekjes en meertjes legen vliegen en muggen hun eitjes en muggen en vliegen zijn rond die tijd een plaag.
De bodem van de toendra is het hele jaar door tot vele meters diep bevroren dat heet permavorst.
In de korte zomer ontdooit alleen de bovenste laag van de grond.
Omdat de bodem steeds smelt en weer ontdooit breekt de rotsachtige toendra bodem en daarom liggen er allemaal stenen en keien op de bodem.
Daartussen groeien allemaal korstmossen en andere soorten mossen kleine kruide en struiken.
Het bloei seizoen is maar kort het duurt soms maar een paar weken dan begint de herfst weer.
Op de toendra groeien geen bomen omdat die wortels bevriezen in de koude bodem.

4. De oorspronkelijke bewoners.

De oorspronkelijke bewoners van de poolgebieden zijn de eskimo’s zij noemen zich zelf de inuit.
Deze mensen leven op groenland in Alaska en in Noord-Canada.
Ze leven van de jacht op zeehonden en van de visvangst.
Bijna alles wat ze in het leven nodig hebben maken ze van been steen huiden en drijfhout.
Van huiden maken ze kanos.
Die noemen ze kajak.
In sommige delen van Canada bouwen ze ook sneeuwhutten of iglo’s.
Tegenwoordig wonen de meeste Eskimo s ook in huizen.
Sommigen zijn gidsen anderen zijn vissersof werken in de visindustrie.
Bekend is ook het snijwerk in hout of been dat ze aan de vele toeristen verkopen.
De Eskimo s zijn verwant aan de Indianen van Noord- en Midden-Amerika.
Hoeveel Eskimo s er zijn is niet precies bekend men schat ongeveer 45.000.

5. Dieren en planten op de poolgebieden.

Er leven ook veel soorten dieren op beide poolen maar die hebben het erg zwaar.
Er zijn altijd twee problemen waar vind je het voedsel en hoe hou je de kou de baas.
Op beide polen leven bijna alleen warmbloedige dieren zoogdieren en vogels.
Dus de dieren moeten zich altijd warm houden hun vachten en veren werken net als een bontjas.
Dan kan de koude wint niet bij hun vel komen.
Tegelijk blijft er een warme lucht tussen de veren en haren dat is voor de isolatie.
Zo kan bvb een poolvos een temperatuur van min 40 graden Celsius aan.
De vacht van de grote muskus ossen reikt tot aan hun hoeven.
Sommige vogels beschermen ook de zolen ander hun pootjes.
Ook rendieren hebben een hele speciale vacht sommige haren zijn hol en dat isoleert ook.
Maar hoe kom je aan voedsel als je een planteneter bent al de planten liggen winters onder de sneeuw.
Dan moet je de sneeuw wegkrabben of een hol graven.
Natuurlijk zijn er ook roofdieren die op kleine planteneters jagen bvb ijsberen poolvossen hermelijnen wezels en sneeuwuilen.
Veel dieren in de poolgebieden leven hebben een witte of bruine vacht dat is hun schutkleur.
Kleine dieren zoals de lemming en de toendramuis graven zich in de winter diep in de grond maar de wezel kan ze kan grijpen tot in de bodem van hun tunnels.
Veel dieren die in de poolgebieden leven trekken winters naar warmere streken. Op de zuidpool leven heel andere dieren dan op de noordpool op de zuidpool leven grootte kolonies pinguïns die heel goed tegen de kou kunnen.

Het water rond de poolgebieden zit ook boordevol leven.
Het begint bij een van de allerkleinste dieren van de wereld plankton.
In een kubieke meter water zitten wel 7 miljoen plankton diertjes.
Kleine zeediertjes eten die plankton diertjes weer op bvb krill of garnalen.
Die worden op hun beurt weer opgegeten door kleine vissen maar ook voor de aller grootse vissen de blauwe vinvis van wel 25 meter lang leven helemaal van krill.
Weer grotere vis eet de kleine vis op bvb door zeehonden zeerovers en walrussen.
Maar de voedselketen gaan nog verder dan dat die zeehonden en zeerovers worden weer opgegeten door de ijsberen soms eet een orka ook een zeehond.

Veel soorten dieren van het noordpoolgebied komen ook op Antartica voor. Maar daar leven ook dieren die je rond de noordpool nooit tegen komt.
De meeste dieren op Antarctica zijn maar klein.
In de binnenlanden komen honderden soorten insecten voor bvb mijten vleugelloze vliegen en springstaarten.
Maar gek genoeg geen zoogdieren en geen vogels.
Grotere dieren bvb zeehonden komen alleen voor bij de kust van Antarctica en in het kust water.
Ze komen alleen aan land om te rusten en te broeden maar hun voedsel komt uit het water.
Er zwemmen wel 5 verschillende soorten zeehonden langs de kust.
In het zuidpoolgebied moeten de zeehonden veel vet onder huid opbouwen.
Ze halen soms wel een gewicht van 800 kg.
Aan de kust of op de rotsen op Antartica leven de allergrootse vliegende vogels de albatros.
Van vleugel tot vleugel is hij wel 4 meter breed.
Maar de bekendste vogel van het zuidpoolgebied kan niet vliegen het is de pinguïn.
De pinguïn kan wel heel snel zwemmen op het land lopen ze moeizaam met een waggelende beweging.
Ze noemen de pinguïn ook wel eens een butler dat komt door zijn vacht die op een pak van een butler lijkt.
Ze broeden vaak met duizenden bij elkaar ze legen dan een of twee eieren ze hebben geen takjes om hun nest te maken daarom bestaat hun nest uit kleine steentjes.
De mannetjes broeden meestal de vrouwtjes gaan dan voedsel halen.

Kunnen er in de poolgebieden wel planten groeien jazeker.
Maar ze moeten zich wel heel goed aanpassen aan de kou.
Veel poolplanten lijken van veraf soms veel op de planten die ook in ons land groeien.
Maar van dichtbij bekeken hebben ze vaak op een prachtige manier aan de bodem en weer aangepast.
Ze hebben meestal maar korte wortels die niet diep in de bodem zitten en groeien ook nooit ver boven de bodem uit.
Zelfs bomen blijven heel klein in de poolgebieden.
Een berk of wilg kan meterslange taken krijgen maar die kruipen vanuit de wortels laag over d bodem heen.
Ze groeien bijna allemaal niet hoger dan 10 centimeter hoog.
Andere planten hebben een manier gevonden om de zonnewarmte vast te houden bvb door te groeien op windstille plekjes of de gure wind om de stengels heen te leiden.
Kleine klaprozen hebben daarvoor harige stengels.
En piepkleine vetplantjes op de zonbeschenen rotsheling vormen hele kussens waarin de zonnewarmte blijft hangen.
In de poolgebieden worden de planten heel oud.
Eenjarige plantjes kunnen er bijna niet groeien want daarvoor duurt het bloeiseizoen te kort.
De plantjes zouden alweer bevriezen voor de zaadjes zich hebben gevormd.
Op de koude rotsen groeien dikke pakketten van mos en korstmos.

6. De polen bedreigt en beschermt.

De eerste mensen die in het poolgebied woonden waren de inuit.
Ze jaagden op dieren maar doden nooit meer dan ze zelf nodig hadden.
Zo bleef er een natuurlijk evenwicht bestaan.
Dat evenwicht tussen mens en natuur raakt steeds erger verstoort.
Dat begon al ruim een eeuw geleden met de walvisvaart.
Steeds meer vissers vaarden naar de poolzeeën en doden met harpoenen duizenden walvissen.
En ook jagers op het land hielden huis onder de dieren bvb ijsberen en poolvossen.
Veel dieren aan de poolen leken in de jaren 50 snel uitgestorven.
Nu zijn het de poolvissen die op uitsterven staan dat komt omdat veel vissers rond de poolgebieden vissen met grote netten van wel een paar km lang.
Ook steeds meer mensen vervuilen de zeeën rond de poolgebieden.
Grote groepen toeristen bekijken broedende pinguïns dan kunnen de pinguïns bang worden en hun nest verlaten.
Schepen lozen olievaten in de zeeën.
Rampen met olie komen steeds vaker voor in 1988 stranden er een olietanker aan de kust van Alaska.
Daardoor stierven duizenden zeehonden en vogels.

Gelukkig worden de poolgebieden ook beschermt tegen stropers en natuur rampen.
Dat doet de groep die Greenpeace heet.
Hun komen op voor de rechten van dieren en alles wat met de natuur te maken heeft.
En gelukkig werken steeds meer mensen samen met Greenpeace.
Vaak voeren de mensen van Greenpeace actie tegen walvisvaarders dan hinderen ze de boten met gevaar voor eigen leven.
Of ze spuiten de vacht van jonge zeehonden in met onwasbare verf dat is misschien zielig maar dan hebben de stropers niets meer aan hun vacht.
Greenpeace wil van Antarctica een groot natuur reservaat maken.
Niemand mag dan delfstoffen uit de bodem van Antarctica halen.
Een voorbeeld is in 1960 maakt Amerika grootte delen van Alaska een natuurgebied.
In 1959 al spraken twaalf landen samen in een verdrag af dat ze tot de jaren 90 met hun landen van Antarctica af zouden blijven tenzij om onderzoek te doen.
Sindsdien zijn er nog meer verdragen gekomen bvb tegen de walvis vaart en tegen het jagen op zeehonden.
Steeds meer landen hadden in 1959 een handtekening onder het zuidpoolverdrag gezet maar dat liep in 1992 af wat zal er dan gebeuren zou iedereen dan weer op walvissen kunnen jagen.
Als er een nieuw verdrag zou komen loop de natuur toch erg achteruit dat komt door de luchtvervuiling en de ozonlaag word steeds dunner en dan smelt het ijs.
Echte bescherming van de poolgebieden is pas mogelijk als echt alle landen mee doen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

Goeed! Maar er staat in H5 dat sommige dieren ook de zolen onder hun poten beschermen, maar hoe dan?
xx'

11 jaar geleden

M.

M.

dat vind ik een goede vraag!

3 jaar geleden

M.

M.

Misschien moet je iets meer komma's en punten toevoegen. En ik zie vaak nog typ foutjes

3 jaar geleden