Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Nederlandse Landschappen (perfect)

Beoordeling 5.7
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 1280 woorden
  • 5 juni 2003
  • 106 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.7
  • 106 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Nederlandse Landschappen:

1. Zandlandschap.
2. Duinlandschap.
3. Rivierklei landschap.
4. Veenlandschap.
5. Krijt/Lösslandschap
6. Zeekleilandschap

1. Zandlandschap.

Het zandlandschap van Nederland is ontstaan tijdens de ijstijd.
De gletsjers (ijsmassa’s) die over Scandinavië lagen groeiden zo hard dat het ijs zelfs over Nederland kwam te liggen. Veel van het water uit de zeeën werd ook opgenomen door de gletsjers waardoor het zeewater spiegel wel honderden meters daalde. Hierdoor verdween (onder andere) de Noordzee. Op de volgende figuur kan je goed zien hoe het landijs zich vanuit Scandinavië uitbreidde.

Op sommige plekken was het landijs wel drie kilometer dik.

Het landijs was erg zwaar en kon veel materiaal dat op zijn weg lag meenemen en vermalen. Dat vermaalde materiaal noemt men keileem, dat is een mengsel van klei en fijn gemalen keien. Verder nam het landijs ook grote zwerfstenen mee. Behalve dat het landijs allemaal materialen met zich meebracht duwde het ook allemaal dingen voor zich uit, waardoor er heuvels ontstonden. Deze heuvels noemen we stuwwallen. Hieronder laten we zien hoe dat in zijn werk gaat.

De stuwwallen vormen zich dus rond de ijslob. Aan de buitenkant van de stuwwal zijn veel smeltwaterafzettingen neergelegd, dat kwam door de hoge zomerse temperatuur. In de laatste ijstijd is het landijs niet tot aan Nederland gekomen. Op figuur 3 kun je ziet tot waar het landijs kwam en wat zee en land was.

In die tijd was Nederland een toendra.

Een toendra is een vrij kale vlakte. Doordat de wind vrij spel heeft over zo’n gebied zette het tijdens de laatste ijstijd veel zand van de bodem van de Noordzee over Nederland af. Dit zand noemen we dekzand. Dekzand is verspreid over heel Nederland, maar vooral in Overijssel, Gelderland en Noord-Brabant aan de oppervlakte. Op de geologische kaart van Nederland zie je de exacte ligging.

Bronnen: De grote bosatlas 52e editie en internet

2. Duinlandschap.

Langs de Nederlandse kust lopen duinen die maar op een paar plekken worden onderbroken door water. De duinen zijn gevormd in het Holoceen. Doordat de ijstijden voorbij waren steeg de temperatuur op aarde en smolt het ijs. De Noordzee werd weer gevuld met water. Zo’n 7000 jaar geleden was al het ijs dat over Nederland lag gesmolten en ontstonden er langs de kust strandwallen, dit zijn langgerekte heuvels die ontstaan door de getijdenstromingen. Op die strandwallen groeide gras. Als het eb was werd er veel zand over het land gewaaid en een deel van dat zand bleef tegen het gras aan liggen. Zo ontstonden de Nederlandse duinen.

De ligging van de duinen:


Doordat het langs de Nederlandse kust vaak stormt komt het elk jaar wel eens voor dat er een deel van de duinenrij afgeslagen wordt door het water. Als we daar niets aan zouden doen dan zou het water steeds verder het land in komen. Om dat te voorkomen wordt er elk jaar zand vanuit de zee het strand opgespoten.
PS. Ik heb zelf ook een keer gezien dat ze zand op het strand gingen spuiten.

Bronnen: Grote bosatlas 52e editie, internet

3. Rivierkleilandschap.


Het rivierkleilandschap is een groot gebied. Het is ontstaan in het Holoceen en er wordt nog steeds rivierkleilandschap bijgevormd. Na de laatste ijstijd steeg de temperatuur over de hele wereld. Hierdoor kwam er veel water vanuit de alpen onze rivieren binnen. De rivieren traden in die periode buiten hun oevers. Bij de overstromingen werden zand en klei het land opgegooid. Het klei kwam direct naast de rivierbedding terecht waardoor de zandige oeverwallen ontstonden. Doordat klei korrels kleiner zijn dan zandkorrels kwam het klei veel lager te liggen. Deze kleigronden noemen we komgronden.

In het rivierklei landschap komen we ook verder van de rivieren af oeverwallen tegen. Dit komt doordat de rivieren in de loop der jaren een aantal keren zijn verlegt. Tussen twee oude oeverwallen vind je ook nog de komkleigrond, dat was de oude rivierbedding. De oude bedding met de oeverwallen noemen we stroomruggen.

Bronnen: Internet, Grote bosatlas 52e editie

4. Veenlandschap.

Voor het ontstaan van veen zijn twee dingen nodig. In de eerste plaats veel plantengroei die jaarlijks veel dood plantenmateriaal levert, en ten tweede moet er een vochtig gebied zijn met weinig zuurstof. Het dode plantenmateriaal komt onder water te liggen waar het niet vergaat. Het blijkt een goede voedingsbodem te zijn voor nog veel meer planten. Zo ontstaat er een moerassig gebied. De dode planten worden op elkaar gedrukt en samengeperst. Dit samengeperste, dode plantenmateriaal noemen we laagveen. We noemen dit laagveen omdat het beneden de zeespiegel is ontstaan. Hoogveen ontstaat als het laagveen zo dik is geworden dat de plantenwortels het grondwater niet meer kunnen bereiken. Op dat moment gaan er planten groeien die gevoed worden door regenwater. Veenmos is zo'n plant. Ook dit dode materiaal vergaat niet omdat er geen zuurstof bij komt en zo ontstaat er dus een dikke laag hoogveen.

Bronnen: weet ik van mezelf, internet, grote bosatlas 52e Editie

5. Krijt/Lösslandschap

In Zuid-Limburg vinden we het Krijt/lösslandschap. Dit is een apart landschap omdat er vast gesteente aan de oppervlakte voorkomt. Dit gesteente is tegelijk met de Ardennen ontstaan. Doordat Nederland vroeger een deel van de zee was zijn er veel kalkhoudende zeedieren op de zeebodem terecht gekomen. Uiteindelijk is uit de skeletjes van deze zeediertjes een laag kalksteen ontstaan. Gedurende het Tertiair werd een groot deel van dit kalk door de wisselende kustlijn afgebroken en kwam er vuursteen aan de oppervlakte. In het Pleistoceen kreeg de Maas (met zijriviertjes als de Geul) veel invloed op het landschap, het erodeerde (uitslijten, uithollen) een groot deel van het gesteente en zo zijn er diepe rivierdalen ontstaan. In die rivierdalen werd veel zand en grind afgezet. Doordat de loop van de Maas nogal vaak wisselde zijn er rivierterrassen ontstaan. Tijdens de ijstijden die daarna kwamen veranderde het landschap in een steppelandschap. Het hele fijne zand dat uit de rivierbeddingen het land ingeblazen werd bleef tegen de heuvels van Zuid-Limburg liggen. Dit fijne zand noemen we löss. Op onderstaande figuur zie je een doorsnede van een stukje van Zuid-Limburg. Je ziet op deze figuur heel goed alle verschillende lagen gesteenten naar voren komen.

Bronnen: Bosatlas 52e editie, Internet:

6. Zeekleilandschap.

Het zeekleilandschap vinden we langs de Nederlandse kust en in Flevoland. Het is een jong landschap dat in het Holoceen is gevormd en duurt eigenlijk nog steeds voort, kijk maar naar het Waddengebied! Maar wat is een waddengebied eigenlijk? Een waddengebied is een gebied dat bij eb over grote oppervlakten droog valt en bij vloed overstroomt. Tijdens de middeleeuwen zag ongeveer de hele Nederlandse kust er zo uit. Als er een snelle zeespiegelstijging is dan overstroomt het gebied erg vaak. In de zee zitten zand en klei die op de ondergrond worden afgezet. Zo is in het kort het zeekleilandschap ontstaan. Er zijn ook nog menselijke factoren die het zeekleilandschap hebben gebouwd. Doordat in West-Nederland grote gebieden werden ingedijkt ontstonden er polders. In die polders werd en wordt het water weggepompt. Eigenlijk leeft men daar dus op de zeebodem, en dus op de kleigronden.

Bronnen: Internet, grote bosatlas 52e Editie

Inleiding:


Dit is dan ons werkstuk, we hebben er hard aan gewerkt. We zijn er misschien een tikkeltje te laat aan begonnen, namelijk anderhalve week van tevoren, maar we hebben het toch ruim op tijd afgekregen. Onze samenwerking was perfect en we hebben het werk goed verdeelt. We vinden vooral dat het deel Nederlandse Landschappen goed is gelukt.

Veel leesplezier,

Michiel van Gorp & Mark van Roon

Werkverdeling:Vulkanen en aartbevingen: Mark
Eigen onderwerp: Michiel
Nederlandse landschappen: Michiel & Mark

Hebben wij nog hulp gehad van volwassenen:Mark: Nee, ik heb geen hulp gehad bij het maken van dit werkstuk.Michiel: Ik heb een aantal woorden die ik niet snapte gevraagd aan mijn vader/moeder.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

heejj,michiel!
dankjewel voor je verslag.. maar je zegt van:Op onderstaande figuur zie je een doorsnede van een stukje van Zuid-Limburg. Je ziet op deze figuur heel goed alle verschillende lagen gesteenten naar voren komen.
heb je die doorsnede misschien voor mij?

Dankjewel!

18 jaar geleden

Z.

Z.

Hallo Michiel

Ik vind je werkstuk wel goed, alleen je kon aan je ouders vragen of ze het wouden nakijken ofzo. Want soms staan er zinnen in die een beetje raar overkomen. Ik moet dit jaar ( vierde ) ook een werkstuk over Nederland maken, waaronder dus de landschappen. Ik wou je bedanken, want ik heb veel aan die van jou.

zahra taraque

18 jaar geleden

Y.

Y.

hahaha zo gare site ik zit in de eerste en kan het veel beter tjappie

18 jaar geleden

C.

C.

je hebt echt een goeie werkstuk in elkaar gezet en ik heb hem ook wel gebruikt. thanx :-))

18 jaar geleden