Metamorfosen: VIII, 183-235

Beoordeling 7.4
Foto van een scholier
  • Vertaling door een scholier
  • Klas onbekend | 643 woorden
  • 18 oktober 2003
  • 24 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.4
  • 24 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Daedalus en Icarus: Metamorphoses VIII, 183-235 :

Ontsnapt. Maar hoe?
Intussen was Daedalus, die zijn lange ballingschap op Kreta hartgrondig beu was en geraakt door heimwee naar zijn geboortestad, ingesloten door de wijde zee.
”Al verspert hij land en zee,” zei hij, “in elk geval staat de hemel open”. “Daarlangs zullen we gaan!” Minos mag dan wel alles bezitten, de lucht bezit hij niet. Dit zei hij en hij liet zijn geest dwalen over ongekende technieken. En op die manier hernieuwde hij de natuurwet.
Want hij legde veren op een rijtje, beginnend bij de kleinste, terwijl een kortere volgde op een lange. Zodat men zou denken dat ze op een helling waren gegroeid. Zo ook groeit een herdersfluit dikwijls geleidelijk met ongelijke rietstengels. Dan verbond hij het midden van de veren met een touwtje en onderaan streek hij was. En deze verenconstructie boog hij met een lichte welving, om echte vogels na te bootsen. Zijn zoontje Icarus stond naast hem, onwetend dat hij met zijn eigen leven speelde.

Nu eens greep hij met een stralend gezichtje pluimpjes die een zacht briesje hadden doen opwaaien. Dan weer maakte hij met zijn duimpje de goudgele was zacht. Al spelend hinderde hij het wonderlijke werk van zijn vader. Nadat hij de laatste hand had gelegd aan het werkstuk, bracht de ontwerper zelf zijn eigen lichaam in evenwicht tussen de twee vleugels en klapwiekend hing hij in de lucht.

Raadgevingen van de vader:
Hij onderrichtte ook zijn zoon en zei: “Icarus, ik waarschuw je om in het midden van de weg te vliegen opdat je vleugels niet zouden verzwaard worden door de opspattende golven van de zee wanneer je al te laag vliegt en de zon hen niet zou doen smelten als je al te hoog vliegt.
Vlieg tussen elk van beiden en ik vraag je niet naar de Ossendrijver , de Grote Beer of het Getrokken zwaard van Orion de Jager te kijken. Leg onder mijn leiding de weg af. Tegelijk deelde hij de vliegvoorschriften mee en bevestigde de ongekende vleugels aan zijn schouders. Tijdens het werk en de waarschuwing werden de wangen van de oude man vochtig en de vaderlijke handen trilden.
Hij overlaadde zijn zoon met kussen die hij niet opnieuw zou kunnen terugvragen. Hij verhief zich op zijn vleugels en vloog voorop, vol angst voor zijn metgezel, zoals een vogel die vanuit het hoge nest zijn kwetsbare kroost voorgaat in de lucht. Hij spoorde aan hem te volgen en onderrichtte hem de verlvloekte vliegkunsten. Zelf bewoog hij zijn vleugels en keek om naar die van zijn zoon.

De vlucht:

Terwijl iemand met een trillende hengel vis ving, een herder leunend op zijn stok en een landbouwer steunend op zijn ploeg, zagen ze hen en stonden ze verstomd. En ze geloofden dat zij die in de lucht konden vliegen, goden waren.

Aan de linkerkant lag reeds het eiland gewijd aan Juno en waren ze Delos en Paros al voorbijgevlogen. Rechts lag het honingrijke Calymne. Toen vond de jongen plots plezier het roekeloze vliegen. Hij liet zijn leidsman in de steek , verleid door een verlangen naar de hoge hemel, volgde hij een hogere koers.
De nabijheid van de verzengende zon maakte de geurende was, het bindmiddel van de veren, zacht. De was was gesmolten. Hij sloeg zijn vleugelloze armen in het rond en bij gebrek aan een roeiriem had hij geen enkele vat meer op de lucht.
Zijn kreten die de naam “vader” uitschreeuwden werden gesmoord door de donkerblauwe zee, die de naam van hem ontleende.
Maar de ongelukkige vader, die reeds geen vader meer was schreeuwde: “Icarus, Icarus!!” “waar ben je?”. In welk gebied moet ik je zoeken? Hij bleef maar roepen “Icarus!”. Hij bemerkte veren op de golven en vervloekte zijn uitvindingen. En hij bergde het lichaam op in een graf. Die aarde is genoemd naar de naam van de diegene die er begraven is.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.