Bucolica I (§ 1- § 84)

Beoordeling 4.3
Foto van een scholier
  • Vertaling door een scholier
  • Klas onbekend | 829 woorden
  • 10 mei 2006
  • 7 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.3
  • 7 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
T., jij ligt achterover onder de kruin van een breedgetakte beuk,
jij speelt op je tengere rietfluit landelijke liederen;
wij verlaten ons vaderlijk gebied en onze geliefde akkers,
wij ontvluchten ons vaderland; jij, T., ligt lui in de schaduw
en leert de mooie naam A. door het bos weerklinken.
Ach M., een god schonk ons dit vredig bestaan:
want hij zal voor mij altijd een god zijn;
vaak zal een tenger lam va onze schaapskooi zijn altaar bevochtigen.
Hij stond toe dat de runderen ongestoord rondzwerven, zoals je ziet, ikzelf speel

wat ik wil op mijn landelijke rietfluit
Ik ben niet jaloers, eerder verwonderd, overal op alle akkers
in alle streken heerst er al zolang verwarring. En ikzelf, ziek van verdriet
drijf mijn geitjes vooruit, zelfs deze, T., kan ik met moeite
achter mij aan slepen, ze liet hier een tweeling, de hoop van
de kudde, geboren tussen dichte hazelaars op een
barre rots achter. Dikwijls werd dit onheil voorspeld,
door eikenbomen, die vanuit de hemel getroffen werden.
Als onze geest maar niet blind geweest. Kom,
zeg ons wie die god is, T.
M., ik dwaas, dacht, dat de stad die ze Rome noemen,
waarheen wij herders gewoon zijn vaak hun tengere jonge schapen
te drijven, gelijk was aan de onze.

Zo wist ik dat puppy’s gelijk zijn aan honden, kleine schaapjes aan
hun moeder en was ik gewoon het kleine te vergelijken met het grote.
Maar deze stad verheft het hoofd tussen de andere steden als wat cupressi
gewoonlijk doen tussen laaggroeiende struikjes.
En wat was voor jou zulk een gewichtige reden om de stad Rome te zien?
De vrijheid die laat mar uiteindelijk toch naar mij luierik omkeek,
nadat mijn steeds witter wordende baard neerviel tijdens het scheren
toch keek ze om en kwam ze na lange tijd
nadat A. mijn hart had veroverd en G. mij had verlaten
want ik beken, zolang ik in de greep van G. was,
was er noch hoop op vrijheid, noch zorg voor spaargeld.
Hoewel veel slachtdieren mijn schaapskooi verlieten
en vette kaas werd geperst voor de ondankbare stad,
kwam ik nooit naar huis terug met een hand vol geld.
Ik verwonder mij waarom jij A. bedroefd de goden aanriep,
en voor wie jij de vruchten aan de bomen liet hangen:
T. was hier weg. Zelfs de pijnboom, zelfs de bron, zelfs deze
struiken riepen jou T.
Wat kon ik doen? Nergens anders kon ik aan de slavernij ontsnappen,
nergens anders kon ik kennis maken met zulke machtige goden.
Daar zag ik deze jongeling, M.,
voorwie mijn altaar jaarlijks 12 maal rookt.
Hier gaf hij als eerste antwoord op mijn vraag:
“Jonge man, weid zoals voorheen je runderen en fok stieren”.
Gelukkige grijsaard! Jij mag op je landerij blijven!
En voor jou is dat voldoende, alhoewel al je landerijen bedekt met barre rotsen,
en poelen met slijkerig riet.
Jouw jonge drachtige dieren zullen niet getroffen worden door ongewoon voedsel of gekwetst worden
door een besmettelijke ziekte van naburig vee.
Gelukkige grijsaard! Hier tussen de bekende stromen
en heilige bronnen, zal je kunnen genieten van de koele schaduw!
Hier bij de naburige grens zal zoals gewoonlijk, de wilgenhaag, de bloemen door de
H. bijen leeggezogen met zacht gezoem
je doen overhalen in slaap te vallen.
Hier aan de voet van deze hoge rots zal de snoeier naar de hemel zingen
En ondertussen zullen noch de schorre houtduiven, noch de tortelduiven
stoppen met kirren vanuit de hoge olm.eerder zullen ranke herten weiden in de lucht,
en zal de zee visjes op de droge kust leggen,
en nog eerder zal een verbannen Parth, die door beide grondgebieden heeft gezworven, drinken uit
de Ara en een Germaan uit de Tigris,
dan dat het gelaat van hem in onze geest verzwakt.
Maar wij zullen van hier naar het droge Afrika gaan,
een deel van ons naar S., naar de O. die het leem meesleurt
of naar het geheel van de wereld afgesloten B.
ach zal ik ooit na lange tijd mijn vaderland terugzien,
in men armzalige en nederige woning met een dak beladen met graszoden,
zal ik dan tot mijn verwondering nog korenaren aantreffen?
Zal een goddeloze soldaat deze zo verzorgd bebouwde
velden hebben, een barbaar deze korenvelden?
Kijk, hoe tweedracht de beklagenswaardige burgers vooruit
leid! Wij bezaaiden voor hen onze akkers! Plant nu, M.
perenbomen. Plaats wijnstokken in een rechte lijn!
Ga mijn geitjes, mijn vroeger zo gelukkige kudde, ga,
ik zal jullie voortaan niet meer zien, hangen in de verte aan een rots, liggend in een grot
die met groen struikgewas is begroeid.geitjes, ik zal geen liedjes meer zingen, jullie
zullen niet meer grazen van het bittere witloof en van het bloeiend klaver onder mijn hoede.
Je kan deze nacht hier bij mij uitrusten op groen
gebladerte. Onze vruchten zijn zacht, de kastanjes
ook en wij hebben een overvloed aan kaas. In de verte
branden reeds de hoogste toppen van de boerderijen en
worden de schaduwen vanuit de bergen als maar groter.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.