Hoofdstuk 2

Beoordeling 5.9
Foto van daan
  • Vertaling door daan
  • 3e klas havo | 624 woorden
  • 12 december 2014
  • 5 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.9
  • 5 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

1.die Technik de techniek 



2.Wie schreibt man das? Hoe schrijf je dat? 



3.Was sollen wir für die nächste Stunde machen? Wat moeten we voor de volgende les doen? 



4.Ich bin schon fertig! Ik ben al klaar! 



5.Ich bin zu spät, weil... Ik ben te laat, omdat 



6.in Ordnung sein in orde zijn 



7.funktionieren – funktioniert functioneren - gefunctioneerd 



8.zeimlich tamelijk 



9.die Verbiendung de verbinding 



10.langsam langzaam 



11.schnell snel 



12.fast bijna 



13.Waron liegt es? waaraan ligt dat? 



14.verursachen – verursacht veroorzaken - veroorzaakt 



15.das Problem het probleem 



16.die Festplatte de harde schijf 



17.Tut mir leid! Het spijt me! 



18.umtauschen – umgetauscht ruilen - geruild 



19.die Garantie de garantie 



20.das Geld zurückbekommen het geld terugkrijgen 



21.überprüfen – überpruft controleren - gecontroleerd 



22.der Stecker de stekker 



23.die Steckdose het stpocontact 



24.der Strom de stroom 



25.die Fernbedienung de afstandsbediening 



26.Ich wechsle die Batterien ik stop er nieuwe batterijen in 



27.Das Problem ist gelöst Het probleem is opgelost 



28.Ich werde es versuchen ik zal het proberen 



29.Womit kann ich behilflich sein? Waarmee kan ik u helpen? 



30.Das Auto warr kaputt de auto was kapot 



31.die Panne de pech 



32.Was ist los? wat is er aan de hand 



33.das Geräusch het geluid 



34.komisch vreemd 



35.der Rechner de computer 



36.das Netzeil de voeding 



37.Mutig moedig 



38.das Mädchen het meisje 



39.die Automechanikerin de automonteur 



40.die Unterstützung de ondersteuning 



41.die Wahl de keuze 



42.der Anspitzer de puntenslijper 



43.die Ohrstöpsel de oordopjes 



44.der Gegenstand het voorwerp 



45.das Ding het voorwerp 



46.viereckig vierkant 



47.rund rond 



48.was kann man damit machen? wat kan je daarmee doen? 



49.was meinst du? Hoe bedoel je? 



50.Wie heißt das? hoe heet dat? 



51.aus Metall van metaal 



52.kunststoff kunststof 



53.das Holz het hout 



54.Wie sagt man das auf Deutsch? Hoe zeg je het in het Duits? 



55.das Gerät het apparaat 



56.Ich bin stolz auf meine Erfindung ik ben trots op mijn uitvinding 



57.der Schlüssel de sleutel 



58.die Sachen de spullen 



59.die Taste de toets, de knop 



60.Können Sie mir helfen? kunt u mij helpen? 



61.ich weiß nicht, was ich tun soll ik weet niet, wat ik moet doen 



62.ich bin damit nicht zufrieden daarmee ben ik het niet tevreden 



63.Dieser Tisch ist aus Holz Deze tafel is van hout 



64.Fast jedes Haus hat internet bijna elk huis heeft internet 



65.der mp3-Spieler de mp3-speler 



66.Welchen MP3-speler meinst du? welke mp3-speler bedoel je? 



67.eine Mengee en heleboel                                                                            



68.die Differenz het verschil 



69.der Sturz de val 



70.das Ziel het doel, de eindstreep 



71.die Muskeln de spieren 



72.den Start erwischen starten 



73.hinschauen ernaar kijken



74.die lösung de oplossing 



75.forschen onderzoeken 



76.wählen kiezen 



77.wechseln wisselen 



78.die Führung de rondleiding 



79.wachsender groeiende 




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door daan