Alleen maar nette mensen door Robert Vuijsje

Beoordeling 6.5
Foto van een scholier
  • Verslag door een scholier
  • 5e klas havo | 28746 woorden
  • 6 maart 2016
  • 21 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.5
  • 21 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2008
Pagina's
286
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Verfilmd als
Prijzen
Gouden Uil (2009 Winnaar) , Libris Literatuur Prijs (2009 Genomineerd) , De Inktaap (2010 Winnaar)

Boekcover Alleen maar nette mensen
Shadow

Op het Amsterdamse Barlaeus Gymnasium had David Samuels verkering met Naomi, een meisje dat precies zo was als hij: verantwoorde conversatie op de champagne-tuinfeesten van de elite in Oud-Zuid. Alleen maar nette mensen.
Nu is David Samuels 21 en op zoek.
Hij zoekt naar wie hij is. David is joods maar door zijn zwarte haren ziet hij eruit als een Marokkaan. …

Op het Amsterdamse Barlaeus Gymnasium had David Samuels verkering met Naomi, een meisje dat precies zo was als hij: verantwoorde conversatie op de champagne-tuinfeesten van de elit…

Op het Amsterdamse Barlaeus Gymnasium had David Samuels verkering met Naomi, een meisje dat precies zo was als hij: verantwoorde conversatie op de champagne-tuinfeesten van de elite in Oud-Zuid. Alleen maar nette mensen.
Nu is David Samuels 21 en op zoek.
Hij zoekt naar wie hij is. David is joods maar door zijn zwarte haren ziet hij eruit als een Marokkaan. Hoort hij bij de witte Hollanders of bij de mensen die ze allochtonen noemen?
Hij zoekt naar wat hij later moet worden. Hoe kan David het respect winnen van zijn vader, de baas van het enige fatsoenlijke programma op de vaderlandse televisie?
En hij zoekt de intellectuele negerin. Wordt David gelukkig van Rowanda, de Bijlmer-queen die met twee gouden tanden bijna zijn oor eraf bijt? Of moet hij met Naomi zijn?
Het is een zoektocht die even komisch wordt als tragisch, dwars door het hart van de multiculturele samenleving.

Alleen maar nette mensen door Robert Vuijsje
Shadow

Door: Lieke den Toom



Literatuurlijst 3








  1. Titelbeschrijving:



Robert Vuijsje, alleen maar nette mensen. Uitgegeven in 2008. Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam. Het boek telt 227 bladzijdes, verdeeld over drie grote delen Februari, Maart en April. Deze delen worden onderverdeeld in veel kleine in hoog tempo vertelde hoofdstukken van ongeveer 3 à 4 bladzijden. Deze hoofdstukken hebben alle een titel, die vaak in de tekst van het hoofdstuk terugkeert. ‘Alleen maar nette mensen’ is een psychologische roman.






  1. Samenvatting:



Proloog

In de proloog wordt een dialoog gegeven van een ontmoeting tussen David en Rowanda. Haar naam staat afgebeeld op haar gouden tanden in haar gebit en het is een flitsende kennismaking. David valt voor negerinnen met grote borsten en dikke billen. Het volgende hoofdstukje is een bladzijde uit het dagboek van David waarin hij zijn opvatting geeft over de multiculturele samenvatting. Daarin wordt beweerd dat de ene bevolkingsgroep zich steeds afzet tegen de andere bevolkingsgroep en dat de eigenaardigheden van die bevolkingsgroepen afhankelijk zijn van wie er naar hen kijkt.



David Samuels is een 21-jarige joodse jongen uit Oud-Zuid. Hij wordt vaak als Marokkaan aangezien door zijn zwarte haar. David, zijn vriendin Naomi en zijn beste vrienden Bas en Daan hebben een paar jaar geleden hun gymnasiumdiploma gehaald. Iedereen is netjes gaan studeren behalve David, hij weet niet goed wat hij met zijn leven en toekomst wil. 



Zijn ouders vinden het na drie jaar genoeg en sturen hem naar een psychiater. Daar vertelt David dat hij zijn vriendin niet spannend genoeg vindt; hij valt op grote donkere vrouwen. Hij op zoek is naar de ‘intellectuele negerin’.



Hij spreekt af met een jongen uit de Bijlmer die hij van school kent om samen naar een disco te gaan, zodat hij een negerin kan ontmoeten. Al snel valt zijn oog op Rowanda, een heel donkere vrouw met groot achterwerk, flinke boezem en twee gouden tanden. Ze hebben een aantal keren seks en zijn dan ook een stel. Later overtuigt Rowanda’s neef Ryan David om mee te gaan een avondje te stappen. David twijfelt of Rowanda dit goed vindt, waarop Ryan hem uitlacht. Hij vertelt dat het heel normaal is om meerdere vrouwen te hebben. David geloof hem en gaat mee. In de club flirt David met een andere vrouw, en precies op dat moment komt Rowanda met een nicht binnen; ze ziet hem met de andere vrouw en maakt het uit met hem. Later probeert David het nog een keer met een andere negerin, maar hij raakt niet opgewonden meer.



David vertelt zijn ouders en Naomi dat hij naar Memphis gaat om daar tot bezinning te komen. Tegen Bas vertelt hij dat hij op seksvakantie gaat. Hij heeft namelijk gehoord dat er in Memphis veel zwarte vrouwen zijn, en dat de kans daar groter is ook een intellectuele negerin te vinden. Hij moet vaak geld neerleggen om met een vrouw naar bed te gaan. Later gaat hij naar een soort bordeel waar hij een blanke man met allemaal vrouwen om hem heen ziet, David schaamt zich ervoor; hij heeft namelijk ook betaald voor seks.



David vertelt op MSN tegen Bas wat hij allemaal heeft meegemaakt, tot zijn computer het opeens begeeft. Een donkere vrouw naast hem, Rosalyn, vraagt of ze kan helpen. Zij is lerares op de universiteit en dus intellectueel. Ze spreken een aantal keer af en gaan naar allerlei musea en praten over literatuur en het leven. Ze vraagt hem wat hij wil met zijn leven. Hij begint erover na te denken, en komt erachter dat de zwarte intellectuele negerin hetzelfde is als de blanke intellectueel. Hij vindt dat hij dan net zo goed bij Naomi kan blijven. Hij ontdekt dus dat hij niet bij de negers hoort.  David besluit terug te gaan naar Nederland.



Tijdens zijn vlucht zit hij naast een Nederlands stel, ze vroegen of hij Nederlands was. Hij had geen zin in een gesprek, dus schudt hij zijn hoofd. Ze vinden hem verdacht door zijn uiterlijk en denken dan ook gelijk dat hij een terrorist is. David wil ook niet bij dit soort mensen horen.



Eenmaal thuis hoort hij via MSN van Bas dat Naomi met Daan gaat. David belt Ryan, maar hoort van hem dat ook Rowanda een nieuwe vriend heeft. Hij is door iedereen in de steek gelaten.



Op Koninginnedag bezoekt de Koninklijke familie Amsterdam, op het Museumplein ziet David de 40-jarige kroonprins over het plein zaklopen, en beseft zich dat hij ook niet bij dit land wil horen. Op de terugweg komt hij Naima tegen, een Marokkaans meisje dat hij een keer ontmoet had in de Albert Heijn. Hij spreekt haar aan en ze vertelt dat ze uit Casablanca komt, ze is dus ontwikkeld en multicultureel. Aangezien hij bij niemand anders wil horen en vaak aangezien wordt als Marokkaan, probeert hij het maar met Naima.






  1. Verhaalanalyse:




  1. Vertelsituatie



Er is sprake van een ik-vertelsituatie, de lezer bekijkt alles vanuit David.




  1. Tijd



Het verhaal is niet in chronologische volgorde en gaandeweg kom je steeds meer achter het verleden van David, hoe zijn leven vroeger heeft uitgezien. Een voorbeeld van een flashback is op pagina 153, een lichtblauwe bubbelbad. Een flashback over een situatie die hij meemaakt met zijn vroegere vriendinnetje Naomi.




  1. Ruimte



De plaats van handeling is Amsterdam. Deel 1 en 2 spelen zich daar geheel af en in deel 3 gaat de verteller voor een seksvakantie naar Tenessee (VS) Hij keert aan het einde van het boek terug naar Amsterdam. De handeling speelt zich vooral af in de wijk Oud-Zuid waar immers “alleen maar nette mensen wonen.”




  1. Personages



-  David Samuels: is een 21-jarige zoon van een programmamaker bij de Nederlandse televisie. Ze wonen in Oud-Zuid in Amsterdam. Ze wonen in een buurt waar ‘alleen maar nette mensen’ wonen, volgens de moeder van David.

David heeft tot nu toe voldaan aan de verwachtingen van Oud-Zuid. Hij heeft het Barlaeus afgemaakt en hij gaat al sinds z’n twaalfde met Naomi – een ambitieus meisje van vergelijkbare komaf.

Hij gaat, anders dan Naomi en zijn vrienden, na het gymnasium niet naar de universiteit, maar neemt een tijdje vrijaf om over zijn studiekeuze na te denken.

David bezoekt ook dokter Bornstein, een vriend van de familie, om over zijn onzekerheden te praten. Zijn ouders zien hem graag een studie volgen of een verantwoorde baan. Maar dat is David niet van plan. Hij heeft andere interesses: zwarte vrouwen. Via-via betreedt hij het zwarte Amsterdamse stadsdeel: de Bijlmer. Daar maakt hij kennis met jonge, alleenstaande moeders. Met één van hen, Rowanda, begint hij iets. Hij komt bij haar thuis en komt erachter dat zwarte vrouwen heel anders zijn dan witte. Ze houden bijvoorbeeld graag hun hand op, waarvoor ze als tegenprestatie op elk moment dat hun zwarte mannen dat willen hun benen uit elkaar moeten doen.



-Naomi: Een meisje waar David vanaf z’n 12e al verkering mee heeft. Ze is perfect voor hem en past goed in het plaatje. In de periode waarin David onzeker was over zijn studie en toekomst bleef Naomi trouw sms’en en msn’en.

In de tijd dat David naar Amerika is krijgt Naomi iets met Daan, een vriend van David. Als David terugkomt uit Amerika is hij woedend en wil hij er niks meer mee temaken hebben.

- Rowanda: Rowanda is de eerste negerin uit de Bijlmer waar David iets mee krijgt.

Ze is heel donker en heeft een breed achterwerk. Ook heeft ze maat 95 F van haar BH-cup.

David is veel geld kwijt aan shoppen met Rowanda en het begon erop te lijken dat Rowanda profiteerde van het rijkeluiszoontje David.

- Ryan: ‘Wis de foto’s en berichten meteen zodat ze er niet achterkomt’. Dat is het advies dat Ryan gaf toen hij en David uit gingen stappen.

Ryan en z’n vrienden playeren erop los, hoe meer vrouwen hoe meer status. Ryan heeft ook een slechte invloed op David aangezien David dingen doet waar hij later spijt van heeft.

- Daan en Bas: Daan en Bas zaten bij David in de klas op het gymnasium en zijn alle twee braaf een studie gaan volgen. Daan krijgt een relatie met Naomi terwijl David in Amerika zit. David beëindigde ook de vriendschap tussen hem en Daan toen hij daar achter kwam.

Van Bas hoort David dat er ook in Memphis Tennessee grote negerinnen lopen die misschien wel intelligent zijn. Voor de rest heeft Bas een niet echt belangrijke opvallende rol in het verhaal.



-  Ouders van David: Vinden dat David zich moet gedragen als ‘alleen maar nette mensen’. Zijn het er niet mee eens dat David nog niet aan een nieuwe studie is begonnen. David moet van zijn ouders naar dokter Bornstein. Snappen niet hoe het kan dat David deze kant op gaat.




  1. Thematiek



Het thema is cultuurverschillen. David is op een zoektocht naar zichzelf, hierbij krijgt hij heel veel cultuurverschillen te zien.




  1. Stijl



Er is een proloog waarin David kennismaakt met de Queen van de Bijlmeer, Rowanda. Daarna vertelt hij in een dagboekaantekening wat hij vindt van de multiculturele samenleving.

Vervolgens wordt de roman onderverdeeld in drie grote delen. Deze worden aangeduid met de maanden Februari, Maart en April. Deze delen worden onderverdeeld in veel kleine in hoog tempo vertelde hoofdstukken van ongeveer 3 à 4 bladzijden. Deze hoofdstukken hebben alle een titel, die vaak in de tekst van het hoofdstuk terugkeert. Het is makkelijk geschreven, doordat er veel woorden van deze tijd in voorkomen.




  1. Literatuurgeschiedenis



Robert Vuijsje (Amsterdam, 1970) studeerde Amerikanistiek aan de Universiteit van Amsterdam en de University of Memphis. Daarna werkte hij als journalist voor Nieuwe Revu en De Pers. In 2008 verscheen zijn literaire debuut Alleen maar nette mensen. Daarvoor won hij de Gouden Uil en stond op de shortlist voor de Libris Literatuurprijs en de Selexyz Debuutprijs. Het boek wordt verfilmd door producent IDTV met regisseur Lodewijk Crijns. Momenteel werkt Robert Vuijsje aan een tweede roman en schrijft hij een wekelijkse column voor Het Parool. Ook recenseert hij Amerikaanse literatuur voor Vrij Nederland.




  1. Secundaire literatuur



http://www.librisliteratuurprijs.nl/2009/vuijsje    



De recensent vind dat dit onderwerp gevoelig is, doordat het soms racistisch over kan komen. Maar het is juist de bedoeling dat mensen gaan nadenken. En niet altijd gelijk een conclusie trekken dat negers per definitie dommer zijn. Want er zijn ook intellectuele negers. De recensent vind het een mooi boek omdat het een goed onderwerp heeft. En ook goed bijpassend uitgevoerd qua stijl.




  1. Eigen mening



Ik vond het een leuk boek, waar je snel doorheen kwam.



Dat komt niet door het aantal bladzijdes maar dat komt door de verhaallijn, er is geen een saai moment. Zijn verhaal heeft vaart, is goed geschreven en geeft een inkijkje in een wereld waarvan je het bestaan wel kent maar tegelijkertijd erg ver weg is.

Vuijsje heeft een actueel onderwerp gekozen en ook een onderwerp dat nogal gevoelig ligt bij sommige mensen. Je moet dit boek nuchter bekijken en je moet je niet snel aangesproken voelen. De humor zit er deels in dat hij elke cultuur afgaat en elk volk eigenlijk afkraakt, dit kan je beledigend vinden maar ook ongelofelijk grappig. De waarheid zit achter de humor verscholen.

Ik denk ook dat het boek herkenbaar en soms confronterend voor zowel blanke als zwarte inwoners van Amsterdam.

Je zou het stereotypering kunnen noemen. Ik denk dat de meeste mensen deze kenmerken wel herkennen in iemand in hun omgeving. Vuijsje brengt deze alleen maar onder de aandacht. Er waren ook heel wat momenten waar ik een ongemakkelijk gevoel kreeg van het boek. Bijvoorbeeld op pagina 68 waar David omschrijft hoe asociaal en discriminerend de Nederlandse samenleving eigenlijk is tegen een negerin en een Marokkaan in de P.C. Hoofdstraat. Op sommige momenten kreeg ik ook wel een gevoel van schaamte voor ‘de Nederlander’ op het moment dat de ouders van David op bezoek gaan bij Rowanda. Hier wordt precies getoond hoe ver leefwerelden uit elkaar kunnen liggen. Zijn ouders zijn gewend aan Chablis, rijk gedekte tafel, designmeubels etc. Haar familie werkt voor de tv hun eten naar binnen en gaan gewoon door met waar ze mee bezig waren. Het klinkt voor sommige mensen heel apart en voor andere mensen is het doodnormaal. Dat is een typisch voorbeeld van een cultuurverschil.



Ik had voordat ik het boek gelezen had, de film al gezien, dus ongeveer wist ik al hoe het verhaal zou  verlopen. Het enige verschil is, dat hij nu op vakantie ging. In de film vond ik het een leuker einde. Dat hij iets kreeg met een negerin die werkt bij zijn vader. Maar dat is mijn eigen mening.





Opdracht 8: Verzamel informatie over de kenmerken van de literaire stroming waartoe de schrijver van het door jou gelezen werk behoort, en geef voorbeelden uit het werk van die kenmerken.



Het jaar van de eerste uitgave is vaak van belang voor de stijl waarin het boek geschreven is, dit boek is in 2008 voor het eerst uitgegeven. In het boek worden veel moderne attributen gebruikt zoals mobiele telefoons, iPod’s en MSN. Door MSN zie je wel dat het boek niet helemaal van nu is. Toch is het een actueel boek met veel herkenbare elementen. 



Ook door het taalgebruik kan je zien dat het van deze tijd is. ‘bakra’ en ‘bounty’ bijvoorbeeld.



Het boek is een psychologische roman: de hoofdpersoon David gaat op zoek naar mensen waar hij bijhoort de Nederlanders, de joden, de Marokkanen of de zwarten? Robert Vuijsje ziet er zelf ook uit als een Marokkaan, maar net als David is hij Joods. Enkele passages uit het boek zijn autobiografisch maar het overgrote deel van het boek is verzonnen. Het boek is geschreven in de stijl Nieuwe Zakelijkheid. 



Het is een psychologische roman waarin de hoofdpersoon David op zoek gaat naar de zin van het bestaan: bij wie hoor ik echt: bij de Nederlanders, bij de joden, bij de Marokkanen of bij de zwarten? Alles wat hij denkt wordt uitgebreid beschreven in dit boek, wat het een psychologische roman maakt. Maar het gaat in de roman ook om de ontwikkeling van David en om die reden zou je “Alleen maar nette mensen “ook een Bildingsroman/ontwikkelingsroman kunnen noemen.





LIJST VAN GELEZEN WERKEN





Naam: Lieke den Toom       klas: 4F


























KLAS



AUTEUR, TITEL



 PARAAF





4 havo










  1. Hella S. Haasse



     Oeroeg






  1. Simone van der Vlugt



     De reünie






  1. Robert Vuijsje



Alleen maar nette mensen





4.









5 havo



1.







2.







3.







4.










Door: Lieke den Toom



Literatuurlijst 1






  1. Titelbeschrijving:



Simone van der Vlugt, de reünie. Oktober 2004. Anthos Amsterdam (1e druk).



Het boek telt 335 bladzijdes, verdeeld over 43 hoofdstukken, die aangegeven zijn met hoofdstuknummers. ‘De reünie’ is een literaire thriller.






  1. Samenvatting:



In de proloog is er een meisje dat op vrijdagmiddag 8 mei 1995 uit school op weg gaat naar een afspraak in de Donkere Duinen. Een bestelbusje rijdt achter haar aan.



Sabine Kroese keert na een jaar niet gewerkt te hebben, door een burn-out, weer terug naar haar werk. Ze vind het er niet leuk, omdat Renee haar promotieplek heeft ingepikt doordat ze er een tijd uit lag. Renee stookt iedereen tegen Sabine op.



Dan ontmoet ze Olaf, de systeembeheerder. Hij is een oude schoolvriend van haar broer Robin. Het klikt tussen hun en ze krijgen een relatie.



Sabine krijgt een uitnodiging voor een reunie van haar oude school in Den Helder.



Herhaaldelijk komen er nu herinneringen van haar schooltijd naar boven.



Er komen herinneringen boven over haar vroegere, voor de middelbare school, beste vriendin Isabel.



Isabel leed aan epileptische aanvallen, en Sabine wist als enige wat je moest doen om Isabelle te helpen. Terwijl dat ze geen echte vriendinnen meer waren. Isabel verdween 9 jaar geleden spoorloos.



Sabine ontdekt dat er grote gaten in haar geheugen zitten wat betreft de verdwijning van Isabel.



Haar psychologe vertelt dat het bij een heftige emotionele belevenis kan zijn dat iemand zijn geheugen wist om zich zelf emotioneel te beschermen.



Sabine besluit terug te gaan naar Den Helder te gaan, naar de plaats van het delict. Ze zoekt mensen op en praat hiermee over de verdwijning van Isabel. Langzaam komen allerlei herinneringen terug en worden de gaten opgevuld.



Sabine komt steeds meer te weten en trekt conclusies; er zijn twee verdachten.



De eerste is meneer Groesbeek, de conciërge van haar middelbare school. Hij was soms handtastelijk naar leerlingen en hij bezat een groen bestelbusje.



Als Sabine hem na negen jaar weer opzoekt in Den Helder komt ze er achter dat hij zes katten heeft, met namen die verdacht veel lijken op de namen van zes meisjes die in de jaren ’80 en ’90 waren verdwenen…



De tweede verdachte is Olaf, ze ontdekt dat hij op de dag dat Isabel verdween een afspraak met haar had in de Donkere Duinen. Isabel was van plan het uit te maken met hem.



Sabine komt erachter dat Olaf zeer agressief wordt als hij zijn zin niet krijgt.



Als Sabine haar verzamelde informatie bij de politie komt melden, wordt haar verteld dat ze hier niet veel mee kunnen.



Als de reünie geweest is komen er nog meer herinneringen naar boven, Sabine weet opeens waar Isabel vermoord is. Ze gaat naar de politie en verteld hen dat ze moeten graven op een plek in de Donkere Duinen. De politie doet dit, en het lijk van Isabel word gevonden, waaruit blijkt dat ze gewurgd is.



Olaf wordt gearresteerd, maar hij ontkent. ’s Middags is hij alweer vrij wegens gebrek aan bewijzen, hij gaat naar Sabine en wordt zo woest dat hij Sabine bij haar keel grijpt. Op dat moment komt bij Sabine een herinnering boven. Ze ziet opeens wie Isabel vermoord heeft.



Ze gaat naar het politiebureau en kan de dader aanwijzen op een foto. Het is Sjaak van Vliet, een moordenaar die twee jaar geleden in zijn cel zelfmoord heeft gepleegd.



In de epiloog gaat Sabine nog voordat ze naar Spanje vertrekt, naar Den Helder, en keert nog een keer naar de bewuste plek. Ze ziet alles als een film voor zich; Isabel die ruzie krijgt met Olaf, wegrent, een epileptische aanval krijgt. Ze ziet zichzelf die naar Isabel toe gaat om haar te helpen, ze hoort hoe Isabel haar treitert met de woorden dat Robin haar wel ziet zitten. Ze ziet hoe ze woedend wordt, ze ziet hoe ze Isabel, die te zwak is om tegen te stribbelen, bij haar keel grijpt en wurgt.






  1. Verhaalanalyse:


    1. Vertelsituatie





Bij de proloog is er een personale verteller (Isabel), in de rest van het boek wordt verteld in de ik-vorm door Sabine. 




  1. Tijd



Voor het grootste deel wordt de roman chronologisch verteld door Sabine. Een aantal herinneringen door middel van flash backs laten zien wat er negen jaar geleden is gebeurd.



Het verhaal speelt zich af in 2004. Dat weet ik doordat de euro al is ingevoerd en er is internet en e-mail. De verdwijning van Isabel is dan in in 1995, dat weet ik omdat het heel de tijd flasbacks van 9 jaar waren.




  1. Ruimte



Het verleden speelt zich af in Den Helder, de plaats waar de middelbare school van Sabine Kroese staat. Zelf woonde ze in die tijd vlakbij Den Helder in het dorpje Julianadorp. Ze woont en werkt in het verhaal in Amsterdam. Ze is arbeidzaam op het secretariaat van De Bank (ABN-AMRO) waar ze moet opboksen tegen een vervelende collega Renee, die de andere werknemers tegen haar op probeert te stoken.




  1. Personages



Sabine Kroeze : Sabine is een vrijgezelle vrouw van 23. Ze was vroeger het pispaaltje van haar klas en werd erg gepest. Ze heeft dus geen goede jeugdherinneringen. Ze werkt nu op het secretariaat van de bank. Sabine heeft in het verleden iets beleefd dat ze ooit verdrongen heeft, waardoor ze een burn-out heeft gehad en nu bij een psycholoog loopt om te onderzoeken wat dat is geweest. Eigenschappen van haar zijn: nieuwsgierigheid (naar de verdwijning van Isabel), weinig vertrouwen hebben in mensen en in het begin van het boek erg onzeker, maar naarmate het verhaal vordert, wordt ze zekerder en leert ze voor zichzelf opkomen.

Isabel Hartman : een meisje dat op 15 jarige leeftijd vermoord is. Zij was op de basisschool een vriendin van Sabine, maar op de middelbare school liet zij haar vallen als een baksteen.



Olaf van Oirschot : Heeft een tijdje in het boek een relatie met Sabine. Verzorgd ook veel problemen. Sabine heeft hem verdacht van de moord op Isabel, dat blijkt hij niet gedaan te hebben. De relatie is dan dus over.

Bart : Ontmoeten elkaar later weer op de reünie en Sabine is meteen weer verliefd op hem.

Jeanine : Jeanine is de beste vriendin van Sabine. Steunt en helpt Sabine.

Renee : Renee is een vrouw die bij Sabine op de bank werkt. Sabine heeft een hekel aan haar maar dat is wederzijds.




  1. Thematiek



Het thema is ‘verdwijning’. Het boek gaat niet alleen over de verdwijning van Isabel, maar ook over de verdwijning van de herinneringen van Sabine. Dit speelt het hele verhaal ‘de hoofdrol’ van de verhaallijn. Alles draait om die verdwijningen.

Er verschijnen ook verdachten als het verhaal zich vordert maar al die verdachten verdwijnen omdat ze die kan wegstrepen.




  1. Stijl



Het is makkelijk geschreven. Je komt er goed doorheen en het is zo geschreven dat iedere bladzijde weer een raadsel is over wie het gedaan heeft. Er zijn geen moeilijke woorden gebruikt wat het lezen helemaal leuk maakt.




  1. Literatuurgeschiedenis



Simone van der Vlugt werd op 15 december 1966 in Hoorn geboren. Al op jonge leeftijd wist ze dat ze schrijfster wilde worden en op haar dertiende stuurde ze voor het eerst een manuscript op naar een uitgever. Ze bleef proberen een uitgever voor haar werk te interesseren, tot ze Nederlands en Frans ging studeren aan de lerarenopleiding in Amsterdam.



Tijdens haar studie kwam ze in aanraking met jeugdliteratuur en zodra ze haar diploma had behaald, schreef ze een historisch jeugdboek dat in 1995 onder de titel De amulet verscheen bij uitgeverij Lemniscaat. Dat was het eerste boek in een lange reeks historische jeugdboeken waar ze verschillende prijzen mee won en die ook in Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Spanje en Denemarken verschenen.

De reünie is haar eerste boek voor volwassenen en verschijnt bij uitgeverij AmboAnthos in 2004. Simone van der Vlugt is getrouwd, heeft twee kinderen en woont in Alkmaar.



Het boek behoort tot de literaire literatuur




  1. Secundaire literatuur



http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/archief/article/detail/1744311/2004/12/11/Sabine-werd-gepest-Isabel-vermoord.dhtml



De persoon die deze recensie heeft geschreven vond het een zwak boek. Omdat ze niet        terugkwam op de dingen die er gebeurt waren, want ze heeft niks meer gezegd over de conciërge die Sabine eerst verdacht.. 



Hij vind ook dat ze het een te voorspelbaar boek heeft gemaakt, want je kan aan het begin van het boek al weten dat Sabine het gedaan had. Het is wel heel toevallig dat Sabine erbij was.. Iedereen kan gelijk denken dat ze lijdt aan een trauma. En het daardoor heel ver weg heeft gestopt.



Ik had daar zelf geen last van. Ik vind dat deze recensie het negatief maakt, terwijl ik het een  leuk, vlot, soms spannend boek vond.




  1. Eigen mening



Ik vond het een heel leuk boek, ik heb al meerdere boeken van haar gelezen. Omdat ik van dit soort boeken hou, makkelijk door te lezen en leuk en je bent meteen geboeid.



Ik vond het leuk omdat ik denk dat het echt gebeurt kan zijn.



Ik hou heel erg van dit soort boeken.



Het zet je op een verkeerd spoor, dan denk je dat het Olaf is, en dan  denk je de conciërge, elke keer word je op een andere gedachte gebracht, en dan zelfs op een van de laatste bladzijdes, dat het Sjaak van Vliet is. En op het eind wordt het allemaal duidelijk.



Ik las het eigenlijk bijna op zo’n manier dat ik Sabine was, en dat ik naar steeds meer herinneringen zocht, en elke keer kwam er weer een herinnering op zijn plek. En ik voel precies wat Sabine voelde, over als Olaf bijvoorbeeld een keer boos deed. Ik zou hetzelfde reageren, en hetzelfde doen als zij deed. Ik ben hetzelfde persoon denk ik als Sabine, het enige verschil is dan dat ik dit nooit heb meegemaakt (Ja, trouwens, misschien ben ik het wel vergeten..;) )



Ik vind het eind heel leuk, want alles is nu helemaal compleet, het hele verhaal hoe het gelopen is, met de moord op Isabel, en ook het leven van Sabine nu.



En dat komt allemaal door die ene reünie, heel de moord is voor Sabine opgelost, doordat die reunie kwam, kwamen er weer herinneringen terug.



Ik vind het verhaal juist wel kloppend in tegenstelling tot de recensie!





Opdracht 7: Een fictief interview



Ik doe mijn fictieve interview met Sabine Kroese.



Waarom wilde je niet naar de reünie?



Ik las in het begin van het verhaal in de krant dat er binnenkort een reünie is van mijn oude middelbare school. Ik  had geen zin en geen behoefte om te gaan. Ik had niets met mijn klas. Voelde me er niet fijn bij. En sinds ik er weer aan dacht, blijft mijn hoofd maar bij de moord op Isabelle. Wie heeft dit gedaan. Waarom had ik het gevoel dat ik er meer van af weet. Ik werd gek.



Wat is er gebeurd met Isabel?



“Ik en Isabel waren altijd beste vriendinnen tot we naar de middelbare school gingen. Isabel veranderde toen heel erg en liet mij eigenlijk links liggen. Op 8 mei 1995 verdwijnt Isabel opeens spoorloos en nu 9 jaar later is ze nog steeds niet gevonden. Maar ik weet nu bijna niks meer van die dag. Beetje bij beetje komen er herinneringen boven bij mij.. Dus ik ben benieuwd of ik het mij ga herinneren.”



Wie heeft Isabel vermoord?



Ik kwam erachter dat ik het heb verdrongen dat ik de getuige was van de dood op Isabel. Alleen in mijn herinneringen zie ik niet wie haar vermoord heeft. Ik moet en zal het te weten komen.



Heeft Olaf er iets met de moord op Isabel te maken?



Olaf was vroeger wel een tijdje het vriendje van Isabel totdat ze het uitmaakte op de dag dat ze verdween. Hij was ook een heel goede vriend van mijn broer, Robin. Toen ik en Olaf elkaar weer ontmoeten op de bank waar ze nu allebei werken werden we verliefd en we kregen ook een relatie. Olaf is erg jaloers en slaat mij wel eens. Omdat ik mij alleen herinner dat het een bekende was die Isabel heeft vermoord, denk ik dat Olaf Isabel misschien vermoord heeft, omdat hij ook eigenlijk wel agressief is. Ik hoop het niet, ik voel me niet fijn nu met hem. Ik wil hem kunnen vertrouwen maar nu ik deze gedachten heb, vind ik het moeilijk



Heeft meneer Groesbeek iets met de moord op Isabel te maken?



Meneer Groesbeek was vroeger de conciërge op de middelbare school van mij en Isabel. Op een gegeven moment herinnerde ik mij de dag waarop Isabel verdween. Ik zie mijzelf achter Isabel staan alleen staat er een busje tussen hun in, een groen busje, net zoals het busje van meneer Groesbeek. Hij rijdt in dezelfde richting als Isabel op moet. Toen ik later een keer bij hem op bezoek ging kwam ik erachter dat hij 6 katten heeft met allemaal namen van verdwenen meisjes in hun buurt. Dit vindt Sabine wel verdacht. Waarom zou je al je katten precies zo noemen als de verdwenen meisjes uit deze buurt.



Wat heb je al die tijd verdrongen?



Ik las in de krant dat er binnenkort een reünie is van haar oude middelbare school. Hierdoor kwamen er weer herinneringen van vroeger naar boven. Vroeger is er namelijk een klasgenoot/ vriendin van mij verdwenen en ik kan mij helemaal niks meer herinneren van die tijd. Ik kwam er later pas achter dat ik iets verdrongen heb. Iets belangrijks wat te maken had met de verdwijning van Isabelle. Beetje bij beetje kwamen de herinneringen weer naar boven. Ik kon me steeds beter de dag van de verdwijning herinneren. Toen ik erachter kwam dat ik degene was die Isabelle vermoord had… heb ik tegen de politie gezegd dat het dezelfde moordenaar was van de andere verdwenen meisjes uit de buurt. Ik vind het vreselijk. Ze was dan inderdaad onaardig voor mij, maar alsnog. Ik heb iemand vermoord…





LIJST VAN GELEZEN WERKEN





Naam: Lieke den Toom       klas: 4F


























KLAS



AUTEUR, TITEL



 PARAAF





4 havo










  1. Hella S. Haasse



     Oeroeg






  1. Simone van der Vlugt



     De reünie





3.







4.









5 havo



1.







2.







3.







4.










Door: Lieke den Toom



Literatuurlijst 1




  1. Titelbeschrijving:



Hella S. Haasse, Oeroeg. Amsterdam 1948 (51e druk)



Dit boek is geschreven en gesproken in de vorm van een gewone taal en het is een kort verhaal tussen de 20000 en de 40000 woorden, de genre van dit boek is dus Novelle.



Dit boek heeft 110 bladzijdes. Er zijn in dit boek geen hoofdstukken. Er zitten wel witregels tussen tekstdelen.






  1. Samenvatting:



De proloog van het boek ‘Oeroeg’ is: “Oeroeg was mijn vriend.”



Daarna begint het verhaal van het leven van de ik-persoon en de vriendschap tussen hem en Oeroeg. De ik-figuur is enigs kind en is de zoon van de Nederlandse administrateur en zijn vrouw. Oeroeg is een echte inlandse jongen, zoon van Sidris en Deppoh. Het verhaal speelt zich af in Nederlands-Indie van voor de Tweede wereldoorlog.



Oeroeg en de ik-figuur spelen dagelijks samen met elkaar, het liefste spelen ze kampong bij het huis van Oeroeg. De vader van Oeroeg vind dat hij te weinig Nederlands spreekt, doordat hij te veel met Oeroeg omgaat, waardoor hij de Nederlandse woorden afwisselt met een Soedanees woord. De ouders van de ik-figuur besluiten dus dat de ik-figuur enkele uren in de week privéles moet krijgen. Oeroeg is erg nieuwsgierig naar deze lessen en volgt ze altijd mee via een open raam. De lessen helpen, maar hij blijft een Soendanees accent houden. De vader van de ik-figuur heeft liever niet dat ze bij Oeroeg op de kampong blijven spelen maar gewoon bij de ik-figuur thuis.



De ik-figuur wordt voorbereid voor het eerste schooljaar. Hij krijgt nieuwe kleren, schoenen en een echte schooltas. De ik-figuur reist voortaan elke dag met de trein naar school in Soekaboemi. Oeroeg gaat niet naar dezelfde school, de ik-figuur zijn moeder verklaart dat omdat Oeroeg een inlandse jongen is.. De ik-figuur vind dat niet eerlijk.



Op een dag kwam er visite bij Oeroeg, meneer Bollinger, ze kwamen dineren. Later kwamen ze op het idee om naar het Zwarte meer(=Telaga Hideung) te gaan. De ik-figuur had daar wel zinin want hij had daar veel spannende verhalen over gehoord! Hij mocht met uitzondering mee.



Hij vond het niet zo spannend als hij van verhalen op school gehoord had, dat vond hij wel jammer.



De mannen hadden hun zwemkleding aangedaan en namen een duik, toen ze weer terug op t vloot waren, gingen ze stoeien en jonassen op het vlot. Hierdoor brak het vlot doormidden. Oeroeg viel in het meer. Toen werd hij wakker in zijn bed. Hij dacht dat hij alles gedroomd had, maar dat was niet. Hij was in het water bewusteloos geraakt. Toen Deppoh hem probeerde te redden, is hij verdronken. De ik-figuur voelt zich schuldig dat de vader van Oeroeg is overleden doordat hij gered moest worden.



Oeroeg verhuisd met zijn gezin. Hierdoor kunnen hun samen met de trein naar Soekaboemi. De ik-figuur zijn vader betaalt de schoolopleiding van Oeroeg. Ze gaan nog wel naar verschillende scholen.



Als de ik-figuur in de vierde klas zit, gaat zijn moeder weg.  Volgens zijn vader moet ze voor onbepaalde tijd weg. Hij snapt later pas waarom zijn moeder weg is. Meneer Bollinger wordt vervangen door Gerard Stokman. De jongens kunnen goed met hem overweg en mogen vaak mee op expedities. Op varkensjacht.



De ik-figuur en zijn vader leven als vreemden langs elkaar heen.



De vader van de ik-figuur verteld hem dat hij een paar maanden verlof heeft, en dat hij wilt reizen. Hierdoor moet hij naar Nederland. Hij wilt dat niet en hij mag tot aan zijn toelatingexamen op de HBS blijven in Indië. Hij moet dan wel bij Lida wonen. Dat is verder weg van Oeroeg. De ik-figuur heeft door dat zijn vader hem  weg wilt houden van Oeroeg.



Hij is heel teleurgesteld en boos op zijn vader en wil zo min mogelijk contact hebben met hem.



Oeroeg en de ik-figuur spijbelen vaak om elkaar te zien. Oeroeg verhuist op een gegeven moment ook naar het pension van Lida en Lida is heel erg op hem gesteld. Lida heeft hem verteld wat verpleegkunde is, en Oeroeg wilt dat nu gaan studeren. De vader van de ik-figuur wilt de studie van Oeroeg niet meer betalen omdat hij denkt dat Oeroeg geen beroepskansen heeft.



Als de ik-figuur zijn vader na een jaar weer terugkomt, is hij getrouwd met Eugene. De ik-figuur kan haar niet uitstaan. In de zomervakantie moet hij weer bij zijn vader komen wonen. Hij vind dat niks aan. En ontsnapt vaak om naar Oeroeg te gaan. De ik-figuur gaat in een internaat en studeert in Batavia. Oeroeg studeert aan de MULA. Lida heeft ondertussen een tweede pension geopend en Oeroeg woont daar ook. Oeroeg begint steeds meer op een europese jongen te lijken. Hij praat alleen nog maar Nederlands en wil niet meer herinnerd worden aan vroeger.



Toen de pubertijd begon kreeg de ik-figuur moeite om met meisjes om te gaan, in tegenstelling tot Oeroeg. Lida heeft teveel moeite met het zorgen voor Oeroeg, dus hij gaat naar het internaat waar de ik-figuur ook woont. Oeroeg voelt zich niet thuis daar want hij voelt zich anders dan dat de andere jongens daar zijn. De ik-figuur en Oeroeg groeien uit elkaar. Oeroeg heeft een nieuwe vriend van Arabische afkomst.



De ik-figuur slaagt op zeventienjarige leeftijd voor zijn eindexamen. Hij wilt graag ingenieur worden dus vertrekt datzelfde jaar nog naar Delft om daar te studeren. Hij gaat voor zijn vertrek nog langs Oeroeg en Lida. Maar toen merkte hij dat alles echt anders was.



Tijdens en na de beëindiging van zijn studie vraagt de ik-figuur zich af hoe het gaat met Oeroeg, Lida, zijn vader en het gezin. Na de capitulatie van Japan, hoort hij dat zijn vader is overleden. Hij zoekt contact met Oeroeg en Lida, maar het lukt hem niet.



Hij gaat terug naar zijn geboorteland Nederlands-Indië. Zijn terugkomst is teleurstellend.



Toen  hij de omgeving had bekeken en door het woud liep, stond er opeens iemand naast hem. Hij draait zich om en kijkt recht in de ogen van Oeroeg. Oeroeg draagt een wapen, en dreigde de ik-figuur neer te schieten. De ik-figuur begrijpt dat een gesprek niet mogelijk is. Als hij zich even omkijkt is Oeroeg weer weg. Later twijfelde de ik-figuur of het Oeroeg wel was.






  1. Verhaalanalyse:

  2. Vertelsituatie



Dit verhaal is geschreven uit het ik-perspectief. Dat is omdat de ik-figuur het verhaal verteld over zijn leven met Oeroeg en hoe ze uit elkaar gegroeid zijn. 




  1. Tijd



De gebeurtenissen zijn één grote flash-back, maar worden chronologisch beschreven. Ze spelen zich af in de jaren '40 en '50. De totale vertelde tijd is ongeveer 16 jaar, beginnend bij het vijfde levensjaar van de ik-figuur. De vertelde tijd eindigt als de ik-figuur naar Indië terugkeert, kort na het beëindigen van zijn opleiding in Delft. Hij is dan ongeveer 21 jaar.




  1. Ruimte



Het verhaal speelt zich af in Nederlands-Indië. De jeugd van de ik-figuur speelt zich voornamelijk af op Kebon Djati en de kampong van Oeroegs ouders. Het speelt zich ook af bij het pension van Lida. Daarnaast is er de lagere school in Soekaboemi, het internaat in Batavia en de school in Delft. Doordat het verhaal in de jaren ’40 en ’50 afspeelt en in Nederlands-Indië, heeft het een functie in het verhaal want in die tijd waren de Nederlanders altijd beter dan de inlandse. En daarom was het soms zo moeilijk tussen Oeroeg en de ik-figuur want Oeroeg was een inlandse jongen en de ik-figuur was een Nederlander. De ouders van de ik-figuur vonden dat Oeroeg veel minder waard was.




  1. Personages



De ik-figuur is enigs kind, en heeft als enige echte vriend Oeroeg. Van zijn vader krijgt hij nauwelijks aandacht en als hij dan aandacht krijgt dan gaat het over zijn school of over Oeroeg dat hij minder met hem moet omgaan. Het botst dus best heel erg tussen de ik-figuur en zijn vader. Ze praten op een gegeven moment nauwelijks meer.



De ik-figuur wilt altijd zo vaak mogelijk bij Oeroeg zijn. Als de pubertijd begint bij de jongens, groeien Oeroeg en de ik-figuur uit elkaar.  De ouders van de ik-figuur zijn dus best wel tegen de vriendschap, maar de andere personages in het boek, lijken er geen probleem mee te hebben. Hun moeders zijn tevens goede vriendinnen. De moeder van de ik-figuur krijgt een verhouding met meneer Bollinger. Oeroegs vader is de mandoer van de vader van de ik-figuur. Lida is de pleegmoeder van Oeroeg.




  1. Thematiek



Het thema van dit boek is vriendschap, maar ook cultuurverschil



Vriendschap: De vriendschap tussen Oeroeg en de ik-figuur staan centraal in dit verhaal, ondanks hun achtergrond.



Cultuurverschil:  Oeroeg en de ik-figuur hadden beide een andere achtergrond. En sommige mensen maakten het in dit verhaal ook moeilijk voor hun.



Het motief in dit boek is dat de vader elke keer probeert om Oeroeg en de ik-figuur uit elkaar te krijgen.



Het verband daar tussen is dat de vriendschap uit elkaar gedreven wordt door de vader en dat komt omdat hun vader het cultuurverschil een probleem vind, hij vind dat Oeroeg minder waardig is. Dit boek heeft geen ondertitel.




  1. Stijl



Het verhaal is heel de tijd uit het ik-perspectief verteld. De zinnen zijn best wel lang en ik vind het persoonlijk best wel moeilijk om te lezen omdat het zo uitgebreid is dat ik dan veel minder in het verhaal zit. Soms komt er een oud Nederlands woord tussen of er komt een Indisch woord tussen waarvan je de betekenis niet kan vinden. Maar door het verhaal het wel duidelijk wordt wat het betekend.  Ik vind er niet echt humor in komen. Het is een heel serieus verhaal vanuit de ik-figuur hoe hij het meegemaakt heeft. En in die lange zinnen laat hij merken hoe hij iets ziet zoals: ‘Als ik terugdenk aan mijn kindertijd en mijn jongensjaren, verschijnt zonder uitzondering het beeld van Oeroeg in mij, als was mijn herinnering gelijk aan een van die toverplaatjes die we vroeger plachten te kopen, drie voor een dubbeltje: geelachtig glanzende stukjes met lijm bestreken papier, waarover men een potlood krassen moest, totdat de verborgen voorstelling aan het daglicht kwam. ‘




  1. Literatuurgeschiedenis



Hélèna Serafia van Lelyveld-Haasse wordt op 2 februari 1918 geboren in Batavia. Na een jaar vertrekt het gezin voor een twee jaar durend verlof naar Nederland. Als moeder Haasse op Soerabaja ziek wordt, vertrekt het gezin naar Europa. Hella verblijft bij haar grootmoeder in Heemstede en vervolgens in een kinderpension in Baarn. In 1928 keren ze weer terug naar Batavia. Hella bezoekt het lyceum en maakt kennis met de Nederlandse literatuur. Na haar eindexamen besluit ze naar Amsterdam te gaan en studeert ze Scandinavische Taal- en Letterkunde. In 1941 geeft ze haar studie op om aan de Amsterdamse Toneelschool te gaan studeren. Deze studie wordt in 1943 succesvol afgerond en het jaar daarop trouwt ze met Jan van Leliënveld. Hella debuteert in 1945 met de gedichtenbundel Stroomversnelling. Grote bekendheid krijgt ze met Oeroeg (1948, verfilmd in 1993), dat wordt uitgegeven als boekenweekgeschenk. Naast poëzie en romans schrijft Hella novellen, toneelstukken, essays en reisbeschrijvingen. In 1981 ontvangt ze de Constantijn Huygensprijs voor haar gehele oeuvre. In datzelfde jaar gaat Hella met haar man in Frankrijk wonen. Twee jaar later ontvangt ze de P.C. Hooftprijs, vijf jaar later gevolgd door het Eredoctoraat in de Letteren. In 1994 wordt opnieuw een boek van haar uitgegeven als boekenweekgeschenk, getiteld Transit.



Omdat de hoofdpersoon met z’n problemen probeert om te gaan en omdat het het leven van de alledag laat zien, bevat dit boek elementen van de stroming Realisme. Het geeft een realistische kijk op de Nederlandse bezetting in Indonesie. Verder geeft het een goede indruk van de problemen en gebeurtenissen. Er wordt veel verteld over het leven van Oeroeg. Daarnaast bevat het boek ook kenmerken van de Romantiek. Gevoelens worden uitgebreid besproken zoals wanneer de hoofdpersoon te horen krijgt dat de vader van Oeroeg is dood gegaan. Zie deze zin: "Een grotere ramp had mij niet kunnen treffen. Het meest drukte mij het besef dat Deppoh was omgekomen terwijl hij naar mij zocht. Op alle uren van dag en nacht benauwde mij het verschrikkelijke visioen van zijn lichaam, worstelend tussen taaie, kleverige stengels. Herhaaldelijk werd ik gillend wakker uit mijn slaap."




  1. Secundaire literatuur



http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/archief/article/detail/1614722/2009/10/24/Oeroeg-toont-Indonesiers-hun-ware-ziel.dhtml



'Oeroeg toont Indonesiërs hun ware ziel'



Esther de Jong − 24/10/09, 00:00



De Indonesische vertaling van Hella S. Haasse’s debuut Oeroeg geeft sommige Indonesiërs inzicht in hun eigen geschiedenis. Voor anderen is het boek slechts een mooi ’tempo doeloe’-verhaal.



Oeroeg van Hella S. Haasse ligt voor nog geen tweeënhalve euro in de schappen van de boekhandel. Op de bruingele voorkant staan twee jongetjes in de regen, met de rug naar de lezer toe. De een met schoenen en onder een paraplu, de ander op blote voeten en onder een enorm bananenblad. Van de 5000 exemplaren zijn er sinds september 1305 verkocht.



„Het is een mooi verhaal over de vriendschap tussen een inlander en een Hollandse jongen”, meent de 21-jarige Nina Hadianti. De dubbele bodem over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd ziet zij totaal niet terug in het boek. Zij identificeert zich liever met de blanke hoofdpersoon: „Die is veel moderner dan Oeroeg”, concludeert ze. Haar opa zou het niet met haar eens zijn geweest. „Die haatte de Nederlanders, het beeld bij de oude generatie is nou eenmaal erg negatief”, vertelt de studente Nederlands.



Tijdens geschiedenislessen op Indonesische scholen worden Nederlanders vooral afgeschilderd als dictatoriale boemannen die de Indonesische bevolking volledig uitzogen en mishandelden. Voor enige nuance is nauwelijks ruimte. Het huis waarvoor Soekarno – de eerste president van de Republiek Indonesië – in 1945 de onafhankelijkheid uitriep, ging vlak daarna tegen de grond. Er werden zoveel mogelijk tastbare herinneringen aan de Nederlandse overheersing verwoest.



„Na het lezen van Oeroeg zag ik dat niet alle Nederlanders slecht waren, dat zij ook mensen zijn”, vertelt de 38-jarige Diniarty Pandia. Zij en haar vriendinnen die het boek hebben gelezen, identificeren zich met het personage Oeroeg. Pandia denkt dat Oeroeg symbool staat voor Indonesië. „Indonesië worstelt moedwillig alleen. Toen en eigenlijk nog steeds.”



De campagne Nederland Leest heeft dit jaar Oeroeg uitgekozen om in Nederland een discussie op gang te brengen over het boek. In het kader hiervan is het boek in het Indonesisch vertaald.



Gijs Schunselaar, adjunct-directeur van de Stichting Collectieve Propagande van het Nederlandse Boek (CPNB), noemt de vertaling een ’bijzondere toevoeging’: „Oeroeg is qua thematiek grensoverschrijdend, het is dan ook zeer interessant om de ’andere kant’, oftewel de Indonesische kant, te horen. Wat vinden zij van het verhaal en de thema’s?”



Een discussie op gang brengen over Oeroeg is in Indonesië geen makkelijke opgave. „Lezen zit niet in onze aard”, vertelt Indira Ismail, vertaler van het boek. Oeroeg heeft zij daarom zo simpel mogelijk willen vertalen, zonder op originaliteit in te boeten. „Om de aandacht van de Indonesische lezer vast te houden, mag het niet te moeilijk zijn”, legt Ismail uit. Een aantal van haar vrienden heeft het boek gelezen. „Zij vinden het beeld dat Haasse schetst veel te positief. Ik vind het boek vooral triest.”



Haasse werd geboren in 1918 in Batavia – zoals het huidige Jakarta tijdens de koloniale overheersing heette. Tien jaar na haar vertrek uit Indonesië schreef zij Oeroeg, dat in 1948 verscheen als Boekenweekgeschenk. Op haar website zegt Haasse zelf over haar debuut: „Oeroeg heeft een heel andere functie dan alleen een mededelende; het is, in de vorm van een verbeelding, een ’statement’ van heimwee en genegenheid ten aanzien van het land waar ik ben geboren en opgegroeid.”



Schrijver Radhar Panca Dahana las Oeroeg voor het eerst in de Indonesische vertaling. Oeroeg staat volgens Dahana symbool voor de ziel van de Indonesiër: „Complex, maar tegelijkertijd eenvoudig en traditioneel”. De ik-persoon is een wel heel naïeve man, meent de schrijver. Toch spreekt de thematiek hem aan en heeft deze volgens Dahana zeker ook betekenis voor nu. „Het is niet alleen een verhaal dat zich in het verleden afspeelt, het geeft ons inzicht in twee culturen en hoe die toch kunnen samenleven.”



De schrijver van de recensie heeft citaten van anderen en laat niet goed merken wat zijn eigen mening is.






  1. Eigen mening



Ik  vond het een mooi boek! Hoe de vriendschap beschreven werd, vond ik echt mooi. Je voelde hoe graag de ik-figuur met Oeroeg omging. Ik vond het jammer dat ik niet wist hoe Oeroeg zich voelde dit hele boek. Aan de andere kant hoorde het natuurlijk ook niet echt bij het boek. Want het hele boek werd het al vanuit de ik-persoon verteld. Ik vond het einde te open. Ik had graag willen weten of het nou echt Oeroeg was of niet. Want dan had het verhaal misschien hele andere sfeer als je hem uit gelezen had. Maar natuurlijk heeft dit einde ook iets. Want hoe die laatste zin beschreven is, zette me op een leuke en goede manier aan het denken: “Is het te laat? Ben ik voorgoed een vreemde in het land van mijn geboorte, op de grond vanwaar ik niet verplant wil zijn? De tijd zal het leren.”



Dit eind komt op mij over dat de ik-figuur zicht niet meer welkom voelt in het land waar hij zijn hele jeugd geleefd heeft en waar hij altijd zicht thuis heeft gevoeld. Hij wordt niet geaccepteerd door de inlandse mensen. Hij voelde zich bedreigd.



Ik  was heel nieuwsgierig naar het einde. Maar daarom vond ik hem een beetje tegenvallen. Ik had eigenlijk, misschien wel een te simpel, slot verwacht. Ik hoopte dat ze elkaar zouden zien. En dan had het 2 kanten op kunnen gaan. Of ze zouden zonder klik en/of ruzie uit elkaar gaan. Of ze zouden weer dikke vrienden worden en blij zijn dat de ik-figuur en Oeroeg elkaar weer na lange tijd ontmoet hebben.



Maar dat is te simpel. Dit is juist een einde die je echt aan het denken zet. Wat ik echt wel leuk vind.



Ik vind dat dit boek tot de literatuur behoort omdat het een bijzonder mooi verhaal heeft. Over een vriendschap tussen een Nederlandse en een Indische jongen. De Nederlanders voelden zich in die tijd beter dan de Indonesiërs. Maar bij deze vriendschap niet, deze vriendschap is echt. Maakt niet uit waar je vandaan komt hoe je eruit ziet. Het gaat bij deze vriendschap om de persoon zelf.



In dit verhaal wordt ook voor mij duidelijk wat er aan de hand was in Nederlands-Indie.



Het wordt niet gezegd, maar toch heb je er een idee van hoe het was tussen de culturen.



Door de vader van de ik-persoon werd Oeroeg altijd dommer gevonden. En de ik-persoon moest zo’n hoog mogelijke studie. En Oeroeg kreeg geeneens geld voor een studie. Want hij zou toch geen kans krijgen op een baan. Terwijl het 2 jongetjes zijn van dezelfde leeftijd. Het enige verschil is de afkomst, en het uiterlijk. Een blanke jongen kan het zelfde soort innerlijk hebben als een  getinte jongen. Maar in die tijd moesten de Nederlanders kijken naar de kleur. En zich beter voelen.  Maar stel dat op het eind het Oeroeg echt was, dan was Oeroeg niet goed bezig. En dat maakt mij nou heel de tijd aan het denken.



Opdracht 6: Een ander slot



Vanaf blz 104, de laatste 3 regels komen te vervallen!



Ik liep weer terug naar mijn tochtgenoten, die al verder gelopen waren, en zich vast al afvroegen waar ik bleef.





Ik blijf me maar afvragen of het Oeroeg was. Waarom had ik hem dan niet herkend? Waarom had hij mij dan niet herkend? Wilde hij mij niet herkennen? Of was het Oeroeg echt niet? Als het Oeroeg was waarom bleef hij dan met een geweer op mij gericht staan? Misschien liep hij weg omdat hij mij herkende? Waarom weet ik dit niet? Als ik een echt vriend was had ik hem herkend. Ik ga morgen terug! Ik ga hem zoeken. Misschien heb ik hem al gezien en anders ga ik hem ontmoeten.



Ik lig in mijn bed, ik stel me voor dat ik Oeroeg ga ontmoeten, het blijft eerst een tijd stil voordat we iets zeggen tegen elkaar. Dan vraag ik of hij me nog herkent. En dan…? Vol met vragen vallen mijn ogen dicht.



Ik loop alleen door het oerwoud, ik heb het gevoel dat ik bespied wordt. Ik sta stil, in het   stille, drassige bos, waar een paar zonnestralen doorkomen en waar het voor de rest donker is. Dan zie ik iemand lopen. Hij komt naar mij toe. Ik zie niet goed wie het is. Hij heeft een geweer. Ik loop langzaam achteruit. Dan roept een stem mijn naam. Nu weet ik het zeker! Het is Oeroeg. Dan zie ik Lida op mij afkomen! Ze vraagt of ik het echt ben. Ik ben heel erg opgelucht! Ik heb de mensen wie ik lief had weer terug. Als Lida mij heeft gegroet. Staat Oeroeg voor mij. We kijken elkaar aan. Ik was bang hem niet te hebben herkend gisteren. Dat is maar goed ook! Het was Oeroeg niet! Ik heb mijn beste vriend Oeroeg terug.



Oeroeg en ik omhelzen elkaar, we laten elkaar een lange tijd niet meer los. Lida staat met tranen in haar ogen. Ik ook. Ik hoor opeens heel veel geschreeuw en geschiet.



Ik word wakker. Als ik om me heen kijk zie ik dat het een droom was. Was het maar echt dacht ik. Ik kleedde me snel om. Ik ga Oeroeg zoeken. Ik loop door het oerwoud. Ik kijk om me heen. Ik zie niemand. Dan hoor ik een schot. Ik ren ernaar toe. Ik zie dat een van mijn tochtgenoten een inlandse heeft doodgeschoten. Ik kijk. En dan zie ik Oeroeg. Mijn beste vriend. Hij is weg. Ik kan hem alleen nog maar zien. Ik word razend! Mijn tochtgenoot snapt mij niet.



Ik heb mijn tochtgenoot aangegeven. Hij mocht na een maand alweer naar Nederland. Ik heb gezegd dat ik niet meer mee terug naar Nederland ga. Ik blijf hier. Waar alles begon. Waar de mooiste vriendschap was die er bestond. De vriendschap van Oeroeg en mij. Oeroeg was mijn vriend.





LIJST VAN GELEZEN WERKEN





Naam: Lieke den Toom       klas: 4F


























KLAS



AUTEUR, TITEL



 PARAAF





4 havo








  1. Hella S. Haasse



     Oeroeg





2.







3.







4.









5 havo



1.







2.







3.







4.







5.














Naam: Lieke den Toom



Klas: 5E






  1. Titelbeschrijving:



Van den Vos Reynaerde, Willem, geschreven rond 1250.



Van den Vos Reynaerde heeft 3469 versregels, 103 bladzijdes. Het verhaal is niet verdeeld in hoofdstukken. Het genre is dierenepos.






  1. Samenvatting:



Hofdag in het dierenrijk; bijna alle dieren klagen bij koning Nobel over de streken die Reinaert de vos hun heeft geleverd. Maar hoe krijg je een listige vos zover dat hij zich vrijwillig aan een gerechtelijke procedure onderwerpt? Bruun de beer en Tibeert de kater, die er achtereenvolgens opuit worden gestuurd om de vos te dagvaarden, ondervinden aan den lijve dat dat niet eenvoudig is. Nadat beide meer dood dan levend aan het hof zijn teruggekeerd, slaagt Grimbeert de das er ten slotte in Reinaert mee te krijgen naar het hof. Daar wordt hij in staat van beschuldigingen gesteld en ter dood veroordeeld. Zijn aartsvijanden Bruun, Tibeert en Isengrijn de wolf vertrekken om de galg in orde te maken. Ondertussen weet Reinaert koning Nobel met een prachtig leugenverhaal wijs te maken dat juist deze drie dieren gestraft moeten worden, en dat hij zelf onschuldig is. Als hij dan ook nog terloops een schat ter sprake brengt, is de koning-  en vooral de koningin – snel overtuigd: Reinaert wordt vrijgesproken. In de ontknoping van het verhaal maakt Reinaert enkele slachtoffers. Koning Nobel en zijn hof blijven verslagen en gedesillusioneerd achter.






  1. Verhaalanalyse:

  2. Vertelsituatie



Het verhaal is geschreven vanuit een alwetende vertelsituatie, af en toe spreekt hij de lezer wel aan.




  1. Tijd



De tijd die verloopt van het begin tot het eind van het verhaal is maar één dag; de hofdag van koning Nobel.



De tijd waarin dit verhaal is geschreven is in de periode van 1100 tot 1200. Deze tijd is ook erg belangrijk om de diepere lag in het verhaal te begrijpen. In de Middeleeuwen was er een duidelijke verdeling tussen de adel, geestelijkheid en het volk zelf. In dit boek zijn er vele verwijzingen naar deze bevolkingsgroepen. De schrijver stelt in dit verhaal de adel voor als incompetent, de geestelijkheid als mensen die zich niet aan hun belofte houden en het volk als dom.




  1. Ruimte



Het verhaal speelt zich af in het bos en de omgeving daarvan. Alle dieren uit dat bos komen bij elkaar als koning Nobel een hofdag houdt. Daarnaast zijn er nog een paar belangrijke locaties; waar Reinaert een aantal van de dieren in de val laat lopen.




  1. Personages



Grimbeert



Dit is de neef van Reinaert en denkt hem wel over te kunnen halen. Dit lukt hem ook, maar niet perse omdat hij dat wilt maar omdat Reinaert dat wil. Grimbeert accepteert het als Reinaert zijn zonden belijdt. Ook dit is een fout van hem, want Reinaert is erg vals en weet ook zijn neef te bespelen door te doen alsof hij zich bekeert.



Koning Nobel



In dit verhaal merk je dat de koning erg beinvloedbaar is door wat hem vertelt wordt. Hij luistert te veel naar zijn vrouw en trapt daardoor ook in de val van Reinaert. Hij denkt niet genoeg na om de val van Reinaert te doorzien.



Tybeert de kater



Tybeert is ook een dier dat zich liever laat leiden door zijn eetlust dan door de opdracht die hij heeft gekregen van de koning. Hij trapt hierdoor ook in de val van Reinaert.



Bruun de beer



Bruun is een voorbeeld van kracht maar geen kennis. Hij is een sterk dier maar laat zich makelijk in de val lokken door Reinaert. Hij kan zich niet inhouden als hij hoort van de honing en zet de taak om Reinaert naar het hof te brengen opzij om eerst zijn honger te stillen. Hij denkt niet na over de locatie van de honing en de gevolgen die het zou kunnen hebben als hij  niet eerst zijn taak uitvoert.



Reynaerde



Reinaert de vos is een sluw dier. Hij weet veel van alle dieren af en zet zijn kennis in om hen te misleiden. Hij gebruikt hun eigen zwakheden om die tegen hen in te zetten. Zo weet hij bijvoorbeeld dat de beer van honing houdt en daarvoor wel zal zwichten. Ook weet hij dat Tybeert de kuikentjes niet zal kunnen laten gaan. Reinaert is dus een heel slim dier. Hij weet wat boetedoening voor de bevolking van het dierenrijk betekent en zet ook dit in om te ontkomen aan de dood. Hij is een hele slimme maar doortrapte vos.




  1. Thematiek



List, leugens en bedrog



De leugens en het bedrog van Reinaert is het belangrijkste thema. Reinaert is erg slim en gebruikt dit om alles te doen wat hij wil en ondertussen te ontkomen aan de straffen die hij daarvoor verdient. Daarvoor bedriegt hij iedereen. Hoewel de andere dieren weten dat hij een sluwe vos is, trappen ze er toch elke keer weer in.



Het boek is vernoemd naar de sluwe vos Reinaert.



Er zijn twee motieven in dit boek:



Mens en dier



Binnen het boek worden menselijke eigenschappen toegeschreven aan de dieren. Veel mensen vonden vroeger dierenverhalen leuk, en nog steeds. Mensen kunnen zich in dit verhaal vinden in de dieren doordat ze namen hebben en eigenschappen die net iets sterker zijn uitgedrukt in het boek. Door dieren te gebruiken beledigde de schrijver de bevolkingsgroepen indirect in plaats van direct.



Maatschappijkritiek



Voor de schrijver was dit verhaal een goed middel om zijn kritiek op de maatschappij te uiten. In het verhaal zitten verschillende symbolische verwijzingen naar de adel, de geestelijkheid en het volk.




  1. Stijl



Het verhaal is op rijm geschreven. Er zitten veel metaforen en vergelijkingen in, die meestal een verwijzing zijn naar de werkelijkheid. De woordkeuze is soms wat ouderwets.




  1. Literatuurgeschiedenis



De schrijver van dit verhaal maakt zich meteen in de eerste regel bekent: ‘Willem die Madocke maecte’. We kennen dus zijn voornaam, Willem, en we weten dat hij de Madoc schreef, een boek waarvan geen snipper bewaard is gebleven. Van den Vos Reinaerde is een heel vrije bewerking van Franse verhalen over de vos Renart. Willem heeft dit zo meesterlijk gedaan, dat hij wel een groot schrijver geweest moet zijn. Dit maakt het des te spijtiger dat zijn andere boek verloren is gegaan. Verdere literatuurgeschiedenis: zie extra opdracht.




  1. Secundaire literatuur



De wrede vos is vooral een held



Irene de Pous − 10/03/09, 00:00



Filosoof René ten Bos herlas in de aanloop naar de boekenweek – thema: dieren – Reynaert de Vos. Van het klassieke dierenepos verscheen onlangs een nieuwe vertaling. „Ik ben Reynaert, ondanks zijn wreedheid, vooral gaan bewonderen.”



’Doe quamen tes sconinx hove, alle die diere, groet ende cleene, sonder vos Reynaert alleene, hi hadde te hove so vele mesdaen’.



De middelbare school zal voor velen de laatste keer zijn geweest dat ze de tekst van Reynaert de Vos doorworstelden. Zo ook voor René ten Bos. De auteur van ’Het geniale dier’, een filosofisch relaas over de verhouding tussen mens en dier, herlas de tekst met groot genoegen. In de toegankelijke vertaling op rijm van Ard Posthuma (zie fragmenten hiernaast), onlangs verschenen, wordt het verhaal soms nog eens extra aangezet.



Om aan de galg te ontkomen, luist het ’felle dier’ zijn vijanden er keer op keer in. Met list en bedrog, en dankzij de nodige domheid van de andere dieren, weet de vos de zaken steeds weer in zijn voordeel te veranderen. Ten Bos: „De schaamteloosheid waarmee Reynaert de ene streek na de andere levert, en zo de huichelachtigheid van de hofhouding van koning Nobel blootlegt, wekt stiekem bewondering.”



Hoezo stiekem?



„Reynaert is eigenlijk een schurk. Je kan zeggen: hij haalt de streken uit om aan de galg te ontkomen. Daarmee redt hij niet alleen zichzelf, maar ook zijn familie. Als prototypische familievader beschermt hij zijn vrouw en kleine vosjes, en zorgt voor vlees op de plank. Maar wel ten koste van alles en iedereen. Af en toe sluit hij allianties, maar die laat hij net zo makkelijk weer los. Reynaert geeft hiermee een duidelijk antwoord op de vraag over morele verantwoordelijkheid: je kunt niet voor iedereen verantwoordelijk zijn. Slechts voor je directe familie hoef je goed te doen.



Maar Reynaerts streken zijn meer dan een staaltje overlevingskunst. De vos schept ook genoegen in wreedheid. Aan het eind van het verhaal bijvoorbeeld, wanneer hij de koning aan zijn zijde heeft, wendt hij voor op pelgrimstocht te gaan. Hiervoor laat hij zijn vijanden ’bitter lijden’. De beer wordt levend gestroopt voor een pelgrimstas, de leeuw moet het vel van zijn voeten missen voor schoenen.”



’Je zult niet snel een valk aanschouwen, die zich zó ongestoord liet breeuwen, als je daar Ysengrin (de wolf - red.) zag schreeuwen, nu men hem met geweld ontschoeide, en het bloed uit zijn tenen vloeide’. En dit vinden mensen prettig om te lezen?



„Van nature houden mensen wel van een beetje sadisme, dat zie je goed bij kinderen. Ik ben opgegroeid met dieren om me heen. Als mijn vader een kip slachtte, vonden we het leuk als hij niet helemaal dood was. Of kijk maar naar wat tekenfilmfiguren als Tom en Jerry met elkaar uithalen. Bij liefde voor alles wat leeft, die je vaak ziet bij kinderen, hoort ook het accepteren van wreedheid.



Een van de aanklachten tegen Reynaert is de moord op de kip Coppe. Uitgebreid wordt hierover gejammerd, het slachtoffer krijgt zelfs een staatsbegrafenis. Dat is heerlijk absurd, want als een vos een kip doodbijt, doet hij wat een vos hoort te doen. Reynaert is de enige in het verhaal die zijn wreedheid accepteert, en toegegeven, daar ook met volle teugen van geniet.



Zijn onverdroten kwaadaardigheid heeft charme. Hij zet daarmee alles en iedereen te kakken. Dat maakt hem voor mij tot een held.”



Niet zo’n goede held, op zijn zachtst gezegd.



„Reynaert is geen Hollywoodheld. Hij is een literaire held, met een ambivalente rol. Zoals gezegd kan hij uitgesproken wreed zijn. Maar de vos is ook een verleider. Hij weet de vrouwtjes te charmeren en met zijn welbespraaktheid lokt hij de andere dieren in een vernuftige val. Zijn listen werken alleen maar doordat de andere dieren last hebben van menselijke eigenschappen als hebberigheid, ijdelheid en gulzigheid. Wat aan de oppervlakte goed lijkt, wordt door list en bedrog ontmaskerd.”



Een goede Hollywoodheld zou die hypocrisie niet kunnen ontmaskeren?



„Soms heb je kwaad nodig om kwaad te ontmaskeren. In het verhaal van Reynaert zie je inzichten terug die aan postmoderne ethiek doen denken: goed en kwaad horen intrinsiek bij elkaar. Reynaert vertegenwoordigt niet het zuivere kwaad. Hij is in staat tot liefde voor zijn vrouw en kindertjes. Andersom blijkt achter de ’goede orde’, de hofhouding van koning Nobel, ook kwaad te zitten. De koning is een corrupte vrek zonder ruggengraat die voor een schat de hele orde omgooit.



Het goede op zich bestaat niet, het is altijd verweven met kwaad. Het goede heeft daarom altijd iets onweerstaanbaar hypocriets. Dat is op zich niet erg. Onze beschaving bestaat bij gratie van hypocrisie, de bereidheid om ’verkeerde’ gevoelens en gedachten te verheimelijken. Maar wie denkt er niet eens aan een vrijage buitenshuis, aan het loslaten van alle remmen? Iemand die schaamteloos toegeeft aan kwaadaardigheid en dat doet met flair, spreekt ons daarom aan. De kwade held is altijd uitermate geschikt om de kwaadaardigheid van de hypocrisie aan de kaak te stellen.”



Het verhaal gaat over menselijke zwaktes, maar de spelers zijn dieren. Wat voor een effect heeft dat?



„Het dier wordt gebruikt voor een burlesk verhaal over menselijke zwaktes. De schrijver had daarbij een briljant gevoel voor absurditeit. Menselijke en dierlijke eigenschappen lopen door elkaar heen. Een vos die zijn jachtinstinct volgt wordt aangeklaagd, een kip krijgt een staatsbegrafenis, en de koning die dit recht handhaaft is een leeuw die zelf ook niet vies is van een stukje vlees.



In de Middeleeuwen dacht men in termen van analogie. Wil je iets te weten komen over het reilen en zeilen van mensen, kijk dan naar dieren. Dieren hebben altijd gediend als moreel boegbeeld (de ijverige mier, de trouwe papegaai), maar ook als het omgekeerde (de demonische kat, de wellustige vos, de verblinde mol).



De vos is een wezen dat paden kent die andere niet kennen. Daarmee representeert hij een ketter, iemand van het verkeerde pad. Hij krijgt het regelmatig aan de stok met de pastoor, drijft de spot met het geloof door zich als pelgrim voor te doen en zit ook nog eens vol perverse seks. In tegenstelling tot de meeste kerkelijke literatuur over ketters wordt Reynaert door Willem echter niet eenduidig neergezet: hij staat niet eenvoudig tegenover ’het goede’. Dat maakt het verhaal tot zulke sterke literatuur, die zoveel jaar na dato ons nog steeds aanspreekt.”



http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1131130/2009/03/10/De-wrede-vos-is-vooral-een-held.dhtml



De meningen zijn roodgekleurd.




  1. Eigen mening



Dit boek behoort zeker tot de Nederlandse literatuur. Mede omdat het een van de oudste werken is, het wordt vaak gezien als een hoogtepunt in de middeleeuwse literatuur. Ik vind dit terecht omdat het knap is dat er via vergelijkingen en metaforen zo wordt teruggespeeld op de werkelijkheid. De karakters van echte mensen die in dieren verwerkt zijn is een erg goed idee. Ik was zeker wel benieuwd maar de afloop van het verhaal, ik was benieuwd of de vos zijn verdiende loon zou krijgen of dat hij er weer mee weg zou komen.





Opdracht 8: Literaire stroming



Middeleeuwse literatuur



Kenmerken:




  • God en het hiernamaals staan centraal

  • 1 geloof: katholiscisme

  • Standenmaatschappij: 1. Adel, 2. Geestelijkheid, 3. Burgerij, de boeren tellen niet mee.





Van den Vos Reinaerde:



Van den vos Reinaerde is geschreven in de dertiende eeuw, toen de ridderliteratuur nog volop bloeide. De vos spot met alles en iedereen uit die ridderwereld. De koning is zo begerig naar de niet bestaande schat waarover Reinaert spreekt, dat hij de vos gelooft en zijn trouwe vazallen afvalt. Bruun, die als boodschapper door de koning op pad wordt gestuurd om Reinaert op te halen, vergeet zijn opdracht als de vos over honing praat. De hovelingen worden gedreven door gulzigheid, wellust en honger naar macht en Reinaert maakt daar gebruik van om zijn doel te bereiken. Hij was een doortrapte schurk. De sluwe vos werd door de schrijver van dit verhaal gebruikt om zijn publiek telkens op het verkeerde been te zetten. De ene keer wekt hij bewondering door zijn slimheid. Dan weer roept hij afschuw op door de manier waarop hij anderen te grazen neemt. Dierenromas hadden zoals nagenoeg alle middeleeuwse teksten een moraliserende werking: het gedrag van de dieren hield de mens een spiegel voor.





Talen:



In de middeleeuwen werden de meeste teksten in het Latijn geschreven. De Katholieke kerk vervulde een dominante rol in het intellectuele leven en hanteerde het Latijn als internationale taal. De volkstalen stonden in lager aanzien. De in het Latijn geschreven teksten hadden vaak een administratieve of religieuze lading en waren bedoeld voor een klerikaal publiek. Er waren wel teksten in de volkstaal- men denke aan Beowulf of het Nibelungenlied- maar deze teksten stonden vooral in een voorchristelijke, orale traditie.



Deze situatie verandert in de loop van de middeleeuwen. Gaandeweg neemt het belang van de volkstaal toe. Deze ontwikkeling laat zich verklaren aan de groei van de steden (vooral in Noord-Italie en Vlaanderen) en de toenemende weelde van de adel, die zich steeds meer begon te onderscheiden van de geestelijke stand.  Aan de hoven ontstaat een traditie van voordrachtsliteratuur in de volkstaal. Er verschijnen steeds meer volkstalige teksten, met name in het Oudfrans en Occitaans. De uitstraling van deze eerste volkstalige literatuur is groot en Frankrijk blijft lange tijd toonaangevend.





In het Nederlandse taalgebied verschijnen de eerste volkstalige teksten al in de 12e eeuw, in het Limburgs. Later ontwikkelt zich een bloeiend literair centrum in de Vlaamse en Brabantse steden.





Naam: Lieke den Toom



Klas: 5E




  1. Titelbeschrijving



Het boek Tirza is geschreven door Arnon Grunberg, September 2006. Het boek is uitgegeven door Nijgh & van Ditmar. Tirza bestaat uit 430 pagina’s, het is een psychologische roman. Het is opgedeeld in 3 delen; De huur, het offer, de woestijn. In totaal zijn er 13 hoofdstukken.






  1. Samenvatting



Jörgen Hofmeester, de hoofdpersoon van het verhaal, is een man van middelbare leeftijd en woonachtig in Amsterdam-Zuid. Jörgens echtgenote is vertrokken maar staat op een avond weer op de stoep, zijn oudste dochter woont al enige tijd in Frankrijk en zijn tweede en jongste dochter staat op het punt om het ouderlijk huis te verlaten. Hofmeester is werkzaam als redacteur vertaalde fictie, maar heeft in zijn carrière geen noemenswaardige auteurs ontdekt, op ten duur wordt hij zelfs door zijn werkgever op non-actief gesteld, men heeft ‘hem niet meer nodig’. Al zijn spaargeld is in rook opgegaan, nadat zijn hedgefund is ingestort na de aanslagen op 11 September 2001. Jörgens enige trots en levenslicht is zijn jongste, hoogbegaafde dochter Tirza, wier geluk een obsessie vormt voor Hofmeester. Hij wordt geconfronteerd met Tirza’s eetstoornis, die het gevolg is van de obsessie van Jörgen. Verder voelt Jörgen zich gekwetst bij het zien van Tirza’s vriendje Choukri, een Marokkaanse jongen die Jörgen Hofmeester sterk doet denken aan Mohammed Atta, één van de kapers bij de aanslagen van 11 september. Als Tirza na haar eindexamen samen met Choukri aan een reis door Afrika wilt beginnen, voelt Hofmeester dit als het begin van het einde, de epiloog van zijn overbodige leven. Via zijn ouderlijk huis in de Betuwe brengt Hofmeester Tirza en Choukri naar het vliegveld van Frankfurt. Vanwaar ze met het vliegtuig naar Afrika zullen vertrekken voor hun rondreis. Als Hofmeester en zijn echtgenote enige tijd niets van hen hebben gehoord vertrekt Jörgen naar Namibië om ze te gaan zoeken. Hij ontmoet er het meisje Kaisa en reist met haar steeds verder het land in. Als Jörgen aan het meisje zijn levensverhaal vertelt, blijkt dat hij Tirza en haar vriendje in het huisje in de Betuwe om het leven heeft gebracht en in de Namibische woestijn wil ‘verdwijnen’. Vanwege Kaisa ziet hij daar op het laatste moment vanaf en na nog verder door het land te zijn gereisd, keert hij uiteindelijk terug naar Amsterdam, Kaisa achterlatend in Namibië.






  1. Verhaal analyse

  2. Vertelsituatie



Jörgen Hofmeester is de personale verteller. In het begin van het boek is dit redelijk waarheidsgetrouw maar na de moord word je als lezer op een verkeerd spoort gezet. Jörgen doet namelijk net alsof Tirza zoek is in Namibië, terwijl hij weet dat ze onder de grond ligt.




  1. Tijd



In het boek worden duidelijke aanwijzingen gegeven zodat je kunt reconstrueren wanneer het zich afspeelt. Zo worden de aanslagen van 11 september genoemd. De crisis van 2002, waardoor Jörgen zijn hedge fund is kwijtgeraakt en drie jaar daarna is het feestje van Tirza. Het jaar waarin het zich afspeelt is dus 2005. Het feestje wordt gegeven in juni en Jörgen gaat Tirza achterna in de maand Juli. Het eindigt in augustus. De vertelde tijd is dus ongeveer drie maanden, van juni tot in augustus.



Er wordt veel gebruik gemaakt van flasbackts. Jörgen denkt veel aan vroeger, hoe goed alles toen thuis ging. Er is geen sprake van een chronologische volgorde, hoewel er wel chronologische ontwikkelingen plaatsvinden in de gedachtegang van Jörgen. De meeste hoofdstukken beginnen wel in het heden en daarna komt er een flashback waarin Jörgen terugdenkt aan het verleden.




  1. Ruimte



Deel 1 en deel 2 spelen zich af in de Van Eeghenstraat in Amsterdam. Het laatste deel speelt zich eerst in het vakantiehuisje in de Betuwe af en daarna in de woestijn van Namibië. Aan het einde van het boek gaat Hofmeester weer terug naar Amsterdam, naar het punt waar het boek ook begon.




  1. Personages



Kaisa



Kaisa is een klein meisje uit Namibië. Ze biedt zichzelf aan, ze is een kinderprostituee. Kaisa is bijna de hele tijd dat Jörgen in Namibië is, bij hem. Ze weerhoudt hem zelfs van zelfmoord in de woestijn.



Tirza



Tirza is de dochter waar het allemaal om draait. Ze is mooi, intelligent en verafgoodt haar vader in eerste instantie. Ze begint steeds meer een eigen leven te leiden en bespreek niet meer alles met haar vader zoals vroeger. Daar kan hij niet tegen.



De echtgenote



De echtgenote is de ex-vrouw van Jörgen en tevens de moeder van Ibi en Tirza. Ze krijgt in het boek geen naam. ‘de echtgenote’ heeft ‘Jörgen al vaker verlaten. Ze walgt van Jörgen en benadrukt dat het leven vreselijk is.



Jörgen Hofmeester



Jörgen Hofmeester is een man van middelbare leeftijd. Jörgen heeft een enorme drang om te presteren. Alles moet perfect zijn: hijzelf, maar ook zijn gezin. Zijn eigen leven is momenteel wat minder perfect door het verliezen van zijn baan en hedge fund. In zijn imperfecte leven is Tirza het enige wat nog wel perfect is. Maar dan komen er steeds meer tegenvallers. Deze gebeurtenissen maken het beest in Jörgen los.




  1. Thematiek



Het grootste thema van Tirza is het lolitamotief: een oude(re) man die een jong meisje liefheeft. Op deze twee manieren komt dit terug. Ten eerste is er natuurlijk de alles omvattende liefde van een vader voor zijn  dochter. Je zou dus ook kunnen stellen dat het thema de vader-dochterrelatie is, maar omdat er op meerdere manieren een vorm van een liefde tussen een oudere man en een jong meisje terugkomt heb ik toch gekozen voor een lolitamotief.



Jörgen Hofmeester heeft na een aantal teleurstellingen in zijn leven al zijn hoop gevestigd op zijn achttienjarige dochter Tirza, die hij zijn ‘Zonnekoning’ noemt. Jörgen projecteert al zijn liefde na de dood van zijn dochter op het jonge meisje Kaisa. Daarnaast komt dit thema terug in de relatie van Ibi met de oudere huurder, Andreas.



Het lolitamotief staat ook voor een liefde die enerzijds puur en eerlijk is en anderzijds destructief (Vernietigend), want het is een liefde die té obsessief is en de spuigaten uitloopt. Het is een liefde die vol angst en jaloezie zit om de geliefde te verliezen en hierdoor fataal kan worden.




  1. Motieven



Fantasie en werkelijkheid



 Hofmeester weet in Afrika niet zo goed meer of hij Tirza nu wel of niet vermoord heeft. Hij doet ook vreemde pogingen om- namens haar- in haar notitieboekje te schrijven dat haar vader een sms-je heeft gestuurd en later schrijft hij namens haar en via haar mailadres een bericht naar zichzelf. Hij houdt de schijn dus heel goed in stand. Overigens is ook het motief van de schijnwereld een veel voorkomend motief in de romans van Grunberg. Een andere passage met betrekking tot dit motief is dat hij Choukri, de Marokkaanse vriend van Tirza, steeds Mohammed Atta noemt, omdat hij hem op de Arabische terrorist vindt lijken. Hij ziet in Choukri ook daadwerkelijk Atta.



Desillusie



Een ander motief in deze roman en in veel meer romans van Grunberg is dat van de desillusie. Hofmeester is weer zo’n typisch Grunbergpersonage dat het in dit leven niet heeft getroffen: de loser. Het leven is voor hem een flinke desillusie geworden. Voorbeelden hiervan zijn het feit dat zijn vrouw hem in de steek laat, dat Ibi seks heeft met de veel oudere huurder, dat hij een miljoen verliest, dat Tirza vertrekt, etc.



Zinloos geweld



Wanneer Hofmeester niet op kan tegen de situatie met Ibi en de huurder, slaat hij zijn dochter in het gezicht. Wanneer zijn vrouw hem na haar terugkomst maar blijft sarren en treiteren, slaat hij haar midden in het gezicht. In beide gevallen is Tirza getuige van zijn daad. Wanneer hij wordt geconfronteerd met de seksuele “beurt” die Choukri op de eettafel zijn dochter geeft, wordt hij zo boos dat hij zelfs het liefste met een pook om het leven brengt.



Anorexia



Omdat Hofmeester zich op een bepaald moment heel erg bezig houdt met zijn dochter,en haar veel dingen oplegt met een zekere dwangmatigheid, krijgt deze dochter,die zeer hoogbegaafd is, last van anorexia. Op de manier waarop Hofmeester met zijn dochter omgaat, stimuleer je het verschijnsel van perfect willen zijn. Tirza is alleen maar bezig om de perfecte dochter uit te hangen: ze vereist van zichzelf hoge cijfers, want alleen dan denkt ze dat mensen van haar kunnen houden. Het gevolg is wel dat ze aan anorexia lijdt zonder dat hij dat eerst in de gaten heeft,  want hij wordt op school geroepen, waarbij een leerkracht vertelt dat ze aan anorexia lijdt.



Seksualiteit



Een vrijwel altijd bizarre vorm van seksualiteit, dat in de andere genoemde thema’s steeds een rol speelt.




  1. Stijl



Arnon Grunberg gebruikt korte zinnen in zijn roman Tirza. Dit versterkt het gevoel dat je echt in de gedachtenwereld van Jörgen Hofmeester zit. De dialogen zijn ook kort. Er wordt niet zoveel gezegd in dit boek als er wordt waargenomen en geconstateerd door Jörgen.



Dit onbegrip vloeit voort uit zijn schrijfstijl waardoor je zelfs als lezer soms op het verkeerde been wordt gezet. Hij neemt heen blad voor de mond als het om schrijven gaat. De situaties worden niet mooier gemaakt dan het is en daardoor is de schrijfstijl ook een beetje gewelddadig en heftig.




  1. Literatuurgeschiedenis



Arnon Grunberg is een van Nederlands meest gewaardeerde auteurs, en tegelijk een schrijver die in zijn carrière nogal wat commotie heeft veroorzaakt. Dat begon overigens al voordat hij schrijver was: op 15-jarige leeftijd werd hij weggestuurd van het Vossius Gymnasium in Amsterdam. Vanaf zijn debuut (Blauwe maandagen in 1994) heeft hij het lezerspubliek verdeeld. Zijn personages zijn dikwijls mensen waar je als lezer maar moeilijk van kunt gaan houden, omdat Grunberg vooral hun zwakheden beschrijft. Daarbij schrijft hij nogal expliciet over seks, en doorgaans op een weinig romantische manier. Bovendien is zijn schrijfstijl vaak ironisch, cynisch zelfs, en die stijl wordt lang niet door iedereen begrepen of gewaardeerd. Onder critici en andere mensen die er verstand van zeggen te hebben, is hij echter veel minder omstreden. Zij roemen zijn schrijfstijl en de gedurfdheid waarmee hij de menselijke zwakheden blootlegt: de mens wordt gedreven door driften die hem nare dingen laten doen. Grunberg staat te boek als een moeilijk benaderbaar mens (hij woont in New York, heeft nogal eens ruzie en is bij prijsuitreikingen meestal niet aanwezig) en dus was het best bijzonder nieuws toen in april 2013 bekend werd dat hij zich als ambassadeur van het VMBO actief gaat inzetten voor dit schooltype. Aan de andere kant: Grunberg heeft wel vaker verrassingen in petto voor de wereld: zowel in het leven, als in zijn boeken...  




  1. Secundaire literatuur



Eclips van een overtollig mens



Arjan Peters 22 september 2006, 00:00



De woestijn ligt in Amsterdam-Zuid. Even vóór zijn pensioen, wonend op stand, maakt Jörgen Hofmeester, redacteur vertaalde fictie van een uitgeverij, zich gereed voor het eindexamenfeestje van zijn jongste dochter Tirza....



Hij doet er daarom alles aan op te gaan in de rol van zorgzame vader. Het leed en de mislukking, de rampspoed en misverstanden hebben hem niet overgeslagen, maar omdat hij ooit heeft besloten ‘de liefde af te schaffen’, is hij er niet zichtbaar door geraakt. Zie hem staan kokkerellen in de keuken van zijn kapitale huis. In werkelijkheid is deze Lul Lampekatoen aan het eind van zijn Latijn, en omdat hij is verzonnen door Arnon Grunberg duurt het niet lang of het broze evenwicht dat Hofmeester provisorisch heeft opgebouwd, begint fatale scheuren te vertonen. Er is niets aan de hand, we doen of er niets is gebeurd, denkt hij herhaaldelijk hardop, of hij gooit er een desperate bezweringsformule tegenaan, om de gevreesde dijkdoorbraak te verijdelen: ‘Dingen gebeuren met een reden, en als ze niet gebeuren heeft dat ook een reden.’ Je gaat dood of je blijft leven, zou Gerard Reve zeggen, dus je zit altijd goed. Die laconieke onthechtheid is Hofmeester echter niet gegeven. Uit alle macht heeft hij zichzelf decennia verboden in zijn binnenste te kijken, en zich nerveus op externe omstandigheden geconcentreerd. Had hij zich aan een inspectie gewaagd, dan zou hij een angstwekkende leegte hebben aangetroffen. Eigenlijk is hij een overtollig mens, een brokkenpiloot die met niemand ooit echt aansluiting heeft gevonden, hij is vergroeid met zijn rol en beseft niet dat een spel geen spel meer is als er geen alternatief wenkt. Rollenspel is de grote fascinatie van Arnon Grunberg, die in zijn boeken en in zijn optredens daarbuiten (denk aan de Hollandse relatie-talkshow waarin hij de verloofde van een bejaarde Amerikaanse neerzette, zijn act als ober in een New Yorkse pizzeria, of de boeken die hij schreef als de Weense filosoof Marek van der Jagt) met verbazend gemak van identiteit leek te kunnen wisselen. Behalve vermaak bieden die rollen, elk op een andere manier, zicht op wat hem vanaf zijn debuut Blauwe maandagen (1994) drijft: voordat het leven jou in de tang neemt en in een rol dwingt, moet het doenlijk zijn je leven dusdanig in scène te zetten dat je ongrijpbaar blijft, en ontkomt aan de doem dat er geen ontkomen aan is. Zonder geweld gaat het niet, is de teneur van zijn laatste grote romans (De asielzoeker, Gstaad 95-98, De joodse messias), en met hoeveel Schwung hij zijn personages ook de wereld over stuurt, de donkere vaststelling dat alleen pijn nog een authentiek gevoel oplevert, het besef te leven, overheerst de absurde dialogen en situaties, in de schets waarvan deze auteur uniek en onmiddellijk herkenbaar is. Ook Grunberg is grijpbaar – niet voor niets werd enige jaren geleden aan de hand van een computerprogramma ontdekt dat het ‘handschrift’ van Van der Jagt, zijn zinsbouw en woordkeus, naar één schrijver wees. Maar vastpinnen kunnen we hem nooit. Behalve zichzelf is hij Buster Keaton, Edward Albee en Schopenhauer in één. Jörgen Hofmeester prepareert een feest – maar in feite bereidt hij zich voor op een eclips uit het ogenschijnlijk vredige bestaan in Amsterdam-Zuid. Praktisch blijven, iets ondernemen, dat is zijn reflex op alles wat hem uit balans dreigt te brengen. En dat is nogal wat. Zijn jongste dochter werd op haar vijftiende met haar instemming genomen door de Duitse architect die de bovenverdieping in huize Hofmeester huurde. Jörgen betrapte hen op heterdaad – en kreeg het verwijt, zelfs van zijn eigen vrouw, dat het kind nu eenmaal genegenheid zocht. Die vrouw, in het boek consequent ‘de echtgenote’ geheten, is een schilderes die hem drie jaar geleden heeft verlaten omdat ze hem nooit aantrekkelijk heeft gevonden, en die vlak voor het feestje doodleuk opduikt. Misschien moeten ze maar weer bij elkaar gaan zitten; ze hebben immers niemand anders. Het miljoen dat hij heeft laten beleggen, is door wanbeheer foetsie. Een maand terug is Hofmeester door zijn uitgever bovendien ‘overbodig verklaard’ en naar huis gestuurd, want in buitenlandse fictie zit geen muziek, hooguit in boeken voor mensen die tot dusver nooit lazen en daar ook geen tijd voor hebben, de klant is koning, die zegt zelf wel wat goed voor hem is. Dan dooft het licht. Gelukkig heeft Jörgen al die tijd zijn dochter Tirza in huis gehad, zijn ‘zonnekoningin’, van wier opvoeding hij een heel project heeft gemaakt, zó dwingend dat ze een eetstoornis ontwikkelde en híj van haar problemen de schuld kreeg. Pas heel laat arriveert Tirza op haar eigen feestje, met haar Marokkaanse vriend, als Hofmeester zelf inmiddels duchtig aan de hapjes en drankjes heeft gezeten, en in een lastig parket is geraakt nadat hij zich te onbesuisd heeft ontfermd over de aangespoelde jonge Ester, die zich illusieloos in de schuur heeft teruggetrokken (‘Ik ga mezelf zachtjes aaien’). De woestijn. Die van Namibië. Daar wil Tirza heen, rondtrekken met haar gedienstige vriendje. Dat betekent dat Hofmeester binnenkort niemand meer heeft om zich aan vast te houden. Hij zich moet zich afvragen, of hij ooit zo iemand heeft gehad. Een verwoestend melodrama is het gevolg, want die gedachte kan de man niet aan. Hij moet iets doen, om ervan af te zijn. De pijnlijke fantasmagorie waarin Hofmeester zichzelf ten slotte in Namibië terugvindt, is tegelijk slapstick, schaamteloze driestuiverroman én aangrijpende climax. Hoe Grunberg dat klaarspeelt, vertrekkend vanuit (en terugkerend in) de zo deugdelijke Van Eeghenstraat, is een schouwspel waar je de mond van openvalt.



http://www.volkskrant.nl/recensies/eclips-van-een-overtollig-mens~a785143/



De meningen zijn rood gekleurd.




  1. Eigen mening



Dit boek behoort zeker tot de literatuur. Ik vind het erg goed geschreven, en ik was heel nieuwsgierig naar de afloop van het verhaal, waardoor het spannend bleef. Doordat je het hele boek de gedachten van Jörgen leest, is het soms wel moeilijk te volgen. Zijn gedachtes zijn vaak bijzonder en abormaal. Het boek is in het begin een beetje langdradig, en het duurt lang voordat er echt iets gebeurd. Maar aan het einde van het boek wordt het veel leuker en spannend, waardoor ik dit boek leuk vind.



Opdracht 3: Uitgebreide kijk



Jörgen Hofmeester



Jörgen Hofmeester is een man van middelbare leeftijd. Hij werkte bij een uitgeverij, maar is een soort van ontslagen. Niet officieel, want daarvoor was hij te oud, maar hij is simpelweg niet meer welkom op het kantoor. Jörgen heeft een enorme drang om te presteren. Alles moet perfect zijn: hijzelf, maar ook zijn gezin. Hij wilt dat ze het toonbeeld van perfectie zijn. Hij is dan ook heel trots op zijn cellospelende dochter op het gymnasium, Tirza. Zijn eigen leven is momenteel wat minder perfect door het verliezen van zijn baan en hedge fund. Een leven zonder Tirza vindt hij ondraaglijk. In zijn imperfecte leven is zij het enige wat nog wel perfect is. Maar dan komen er steeds meer tegenvallers. Deze gebeurtenissen maken het beest in Jörgen los. Langzaamaan wordt Jörgen door Tirza afgewezen als persoon. Hij kan dat niet verdragen.





De echtgenote



De echtgenote is de ex-vrouw van Jörgen en tevens de moeder van Ibi en Tirza. Ze krijgt in het boek geen naam. Waarschijnlijk omdat Jörgen haar als een goedkope slet bestempelt en haar niet als onderdeel van zijn leven ziet. ‘De echtgenote’ had Jörgen al vaker verlaten, telkens voor korte periodes, maar de laatste keer duurde jaren. Ze walgt van Jörgen en benadrukt dat het leven vreselijk is, maar dat ze toch bij elkaar moeten blijven, hoewel ze allebei er een potje van hebben gemaakt.





Tirza



Tirza is de dochter waar het allemaal om draait. Ze is mooi, intelligent en verafgoodt haar vader in eerste instantie. Haar opvoeding draait om educatie en ontwikkeling. Zo leert ze cello spelen en leest Jörgen haar voor uit Tolstoj en Sarte. Als Tirza in de puberteit komt ervaart ze dit alles als een enorme druk. Hierdoor ontwikkelt ze een eetstoornis, anorexia. Daarvoor wordt ze behandeld door de beste artsen en komt ze er ook weer bovenop. Toch verandert dit haar perspectief op haar vader. Ze begint steeds meer een eigen leven te leiden en bespreekt niet meer alles met haar vader zoals vroeger. Daar kan hij niet tegen.





Kaisa



Kaisa is een klein meisje uit Namibië. Ze biedt zichzelf aan, aan Jörgen met de zin: “Do you want company, Sir?” Dat is de enige zin die ze telkens zegt. Ze is een kinderprostituee en het wordt in het boek niet duidelijk of Jörgen en Kaisa seks met elkaar hebben. Kaisa is bijna de hele tijd dat Jörgen in Namibië is, bij hem. Ze weerhoudt hem zelfs van zelfmoord in de woestijn.





Ik kan mijzelf met niemand van de bovenstaande personages identificeren.. Jörgen zit in een hele andere levens- en leeftijdsfase dan ik en wordt als een ‘loser’ afgeschilderd in het boek.  Tirza daarentegen is erg succesvol, maar haar dwang tot perfectie heeft haar ook anorexia opgeleverd. De echtgenote wordt in het boek bestempelt als een goedkope slet. Kaisa is een kinderprostituee, zij doet dit werk waarschijnlijk omdat het gezin erg weinig geld heeft, en dit zal dus niet haar echt eigen keuze zijn geweest. Heel misschien uit liefde.





Naam: Lieke den Toom



Klas: 5E






  1. Titelbeschrijving



Bonita Avenue is geschreven door Peter Buwalda en uitgegeven in 2010. Het boek heeft 543 pagina’s en heeft 21 hoofdstukken aangegeven met cijfers. Het is een psychologische roman.






  1. Samenvatting



In het boek zijn 3 hoofdverhalen. Een verhaal in 1982, 2000 en 2008. In het boek is het verhaal niet chronologisch. In de samenvatting is dat wel.



In 1982 woont te familie Sigerius in Amerika, aan Bonita Avenue. Siem Sigerius is hoogleraar wiskunde en ging als judoka bijna naar de Olympische Spelen.



Stiefdochter Joni Sigerius krijgt een relatie met Aaron Bever. Het boek begint met een foto die Aaron heeft gemaakt van Siem, die als rector magnificus een roeiwedstrijd heeft gewonnen en zonder kleren rondrent.



In Enschede is in mei 2000 een vuurwerkramp. Op deze dag krijgt Siem te horen dat zijn echte zoon, Wilbert,vrijkomt uit de gevangenis. Siem ontdekt ook dat Joni een pornosite heeft. Hij gaat op zoek naar bewijzen in Aaron’s huis maar dan komen ze opeens thuis. Siem rent het huis uit, Joni en Aaron gaan uit elkaar. Aaron wordt depressief en Joni vertrekt naar Amerika.



Eind 2000 belt Joni Aaron, hij woont nog steeds in Enschede en is zwaar depressief. Ze gaat naar Nederland en ontmoet Aaron daar erg verward. Als ze naar haar zeiljacht gaat die ze wilt verkopen, treft ze daar haar met vliegen bedekte vader die zelfmoord heeft gepleegd.



In 2008 runt Joni een bedrijf in Amerika, Aaron bezoekt een psychiater voor zijn  problemen. De moeder van het gezin Sigerius, Tineke, is alleen achtergebleven na de zelfmoord van Siem.






  1. Verhaalanalyse

  2. Vertelsituatie



Er zijn 3 verhalenvertellers. Aaron en Siem vertellen in een personaal perspectief en Joni in het ik-perspectief.




  1. Tijd



Het verhaal speelt zich af in 1982, 2000 en 2008. De volgorde van de gebeurtenissen (fabel) is totaal verschillen van de volgorde van de gebeurtenissen in de roman (sujet). Er komen erg veel flashbacks in voor.




  1. Ruimte



Belangrijke plaatsen in het boek zijn Enschede en Los Angeles in Amerika. Aan het einde van het boek speelt ook Zuid-Frankrijk, waar de zeilboot van Joni ligt, een grote rol.




  1. Personages



Aaron Bever, geboren in 1972, is opgegroeid in Venlo. Wanneer hij ongeveer 25 is ontmoet hij Joni. Hij is dan fotograaf voor Tubantia Weekly, de schoolkrant van de Tubantia-universiteit waar Siem rector magnificus is. Het klikt meteen en twee maanden later is hij aan het koffiedrinken bij de familie Sigerius. Siem vraagt of hij dé foto heeft gemaakt. Aaron is inderdaad de fotograaf van de foto waarop Siem naakt met zijn benen wijd en zijn armen in de lucht staat. Even denk je als lezen dat Siem hem het huis uit stuurt, maar dan feliciteert hij Aaron met zijn knappe werk. In 2000 heeft Joni het idee om een pornosite te beginnen. Al snel verdienen ze duizenden dollars per maand. Aaron kan goed overweg met Siem, ze houden beide van jazz en judo, en Aaron ziet hem dan ook als een van zijn beste vrienden. Dit veranderd wanneer Aaron en Joni's geheim wordt ontdekt, Aaron word depressief en sluit zich op in zijn huis. Pas wanneer Joni hem komt opzoeken, gaat hij naar een psychiatrische instelling. Over het uiterlijk van Aaron wordt niets gezegd, behalve dat hij een beetje kaal is.

Siem Sigerius is de biologische vader van Wilbert. Toen hij een jaar of zestien was, judode hij in het geheim. Zijn vader vond judo een 'jappensport' en stond het dan ook niet toe dat zijn zoon deze sport beoefende. Hij deed dit toch en werd er erg goed in. Over zijn uiterlijk staat het volgende:

'Siem Sigerius was een gedrongen, donkerbehaarde vent met een stel oren waarnaar je meteen moest kijken, ze waren kroppig, ze leken gefrituurd, en omdat Aaron gejudood had wist hij dat het bloemkooloren waren.'

Siem trouwde voor het eerst met Margriet, hij was toen een jaar of vijfentwintig. Hij kreeg een zoon, Wilbert, die het verkeerde pad opging, en ging vreemd met zijn onderbuurvrouw, Tineke. Zij had al twee dochters, Joni en Janis.

De judocarrière van Siem bereikt zijn hoogtepunt wanneer hij naar de Olympische Spelen mag. Maar vlak voor zijn kans op goud wordt Siem aangereden en kan niet meedoen. Zes weken moet hij op bed blijven. Tijdens deze zes weken ontdekt hij zijn wiskundetalent. Hij heeft een paar boekjes met opgaven van de Wiskunde Olympiade, die hij met gemak afmaakt.

Een paar jaar later, Siem woont inmiddels met Tineke, Joni en Janis in Florida, is hij hoogleraar wiskunde in Amerika. Alles gaat hier goed. Later gaan ze weer naar Nederland, waar Siem in 2000 gevraagd wordt als minister van Onderwijs. In ditzelfde jaar ontdekt hij de pornosite van zijn dochter en komt zijn zoon vrij. Deze chanteert hem en probeert hem te vermoorden. Uiteindelijk, na de stress, chantage en aanslag van Wilbert besluit Siem er een eind aan te maken.




  1. Thematiek



Identiteitsverlies



Ook wel: moreel verval. Daar gaan in deze roman veel mensen aan ten onder. Siem Sigerius is nota bene rector magnificus aan de Twente Universiteit en later zelfs minister van Onderwijs. Maar hij rijdt een scheve schaats. Er is nogal wat op hem aan te merken. Hij pleegt overspel tijdens zijn eerste huwelijk (hij ruilt Margriet in voor Tineke). In de laatste vrouw verliest hij ook zijn seksuele belangstelling en hij gaat daarna om met de 19-jarige Isabelle, de dochter van een vriendin. Wanneer ze hem afwijst totdat hij een definitieve beslissing over zijn huwelijk heeft genomen, bezoekt hij als troost pornosites op het internet. Ook als hij in het buitenland zit (China). Hij kijkt dan extra goed of het meisje dat hij op de site bezoekt niet al te veel op zijn eigen dochter lijkt. Hij betaalt ervoor om naar haar te kijken. Dat is toch bijna een vorm van incest (Joni is zijn stiefdochter). Later blijkt dat ze miljoenen verdient aan de site. Hij komt erachter wanneer hij de spullen op zolder bij haar vriend Aaron vindt. Vreemd is dan zijn behoefte om haar slipje aan te trekken. Maar hij wordt gestraft, want het jonge stel komt vervroegd terug van vakantie waardoor hij naakt (en bloedend) door een glazen pui van de woning van Aaron moet vluchten.

Een andere behoorlijk zware klap voor hem is zijn biologische zoon Wilbert. Die heeft twee veroordelingen achter de rug: de eerste keer wegens seksueel verkeerde activiteiten, waarbij zijn zusje hem ook nog eens heeft aangeklaagd, daartoe aangezet door haar stiefvader. Siem geeft dus opdracht aan Joni om meineed te plegen. Daarna komt Wilbert helemaal op het slechte pad o.a. door contacten met medegevangenen. Hij zit vol haat naar zijn stiefzusje, maar door een gelukkig toeval weet ze te ontsnappen aan zijn wraak. Wel heeft hij nog een veroordeling achter de rug. Met een hamer heeft hij iemand doodgeslagen en vlak voor de vuurwerkramp in 2000 is hij op vrije voeten gekomen. Joni wil wel met hem praten en ze doet dat in Amsterdam. Daar blijkt dat hij een aan drugs verslaafde wraakzuchtige jongen is. Hij ziet zijn kans schoon wanneer zijn biologische vader minister van onderwijs wordt. Hij gaat hem chanteren en wanneer die eerste actie mislukt, komt hij hem opzoeken om hem te doden. Maar hij heeft buiten de waard gerekend. Siem was in het verleden een befaamd judoka die door een noodlottig ongeval de Olympische Spelen is misgelopen. Hij biedt stevig weerstand en hij weet de elleboog van zijn zoon te breken. De pijn is enorm en Wilbert vlucht. Maar de volgende dag blijkt dat Wilbert in de sneeuw ligt dood te gaan. Siem zou kunnen helpen, maar hij laat hem sterven en dan komt er een triest, eigenlijk ietwat smerig einde aan de roman. Hij zaagt het lichaam van Wilbert aan stukken en hakt de rest er met een bijl vanaf. Hij verbergt de delen van de romp in de bossen in de Belgische Ardennen en rijdt daarna door naar Zuid-Frankrijk. Blijkbaar beseft hij dat hij de waarheid niet kan ontlopen, want in het luxueuze jacht van Joni en Aaron pleegt hij zelfmoord door een strop om zijn nek te leggen. Een paar dagen later treft Joni die naar Europa is gekomen om het jacht te verkopen het lijk van haar vader aan. Het morele verval is compleet.



Er zijn meerdere motieven in dit boek:



Zelfmoord



Siem pleegt uiteindelijk zelfmoord, omdat hij beseft dat hij niet meer wegkomt met al zijn daden.



Wraak



Wilbert wil wraak nemen. Eerst op zijn stiefzus, daarna op zijn biologische vader Siem, die hij wil vermoorden.



Vader-zoonrelatie



Wilbert is de biologische zoon van Siem, maar die heeft meer op met zijn beide stiefdochters Joni en Janis. Dat moet de zoon pijn hebben gedaan. Wanneer zijn vader bovendien Joni aanzet tot meineed om Wilbert de cel in te krijgen, is de verhouding definitief verstoord. Wilbert komt in 2000 wraak nemen, maar Siem is sterk genoeg om zich te verzetten. In feite is hij schuldig aan de dood van zijn zoon, die hij bovendien op lugubere wijze uit de weg ruimt.



Verraad



Siem zet Joni ertoe aan om meineed te plegen. Zij moet onder Siems dwang verklaren dat Wilbert ongepaste handelingen heeft gepleegd met haar, terwijl dat niet zo was. Ze verraad dus Wilbert.



Vader-dochterrelatie



Joni is weliswaar Siems stiefdochter maar hij voedt haar op als ware het zijn eigen dochter. Dat zet de hele kwestie met betrekking tot de pornosite bijna in een incestueus daglicht. Hij betaalt om te kijken naar de seksfoto’s van zijn eigen stiefdochter.



Overspel



Siem heeft overspel met Tineke gepleegd toen hij nog getrouwd was met Margriet. Hij heeft tijdens het huwelijk met Tineke een overspelige relatie met een 19-jarige studente Isabelle.



Geld



Joni en Aaron verdienen bakken met geld met hun pornosite. Ook later werkt Joni in deze business.



Vuurwerkramp



De vuurwerkramp in Enschede speelt op de achtergrond ook een rol.



En wat ook opvallend is, is dat er veel namen met de a en b zijn:



Aaron Bever

Bonita Avenue

Barbara Ann (het zeiljacht dat Joni heeft gekocht met het geld van de foto's die zij en Aaron op internet zetten en waar Siem zichzelf verhangt)

Vooral door het laatste voorbeeld ben ik overtuigd dat dit wel degelijk een motief is, de naam van de boot wordt maar een keer genoemd, de schrijver had deze naam ook weg kunnen laten, maar koos ervoor om het schip toch een naam te geven.



Ook opvallend is dat er bij elke gebeurtenis ondertussen een voetbalwedstrijd bezig is. Op een gegeven moment weet je dat er dan weer iets gaat gebeuren.




  1. Stijl



Veel mensen vinden de stijl van Buwalda heel knap geschreven. Hij schrijft beeldend. Hij geeft een uitvoerige beschrijving van situaties en personen. Ook zit er bepaalde humor in zijn schrijfstijl. Wat verder opvalt is dat Buwalda veel flashbacks gebruikt in zijn verhaal. Hij zet deze op een goede manier in, zodat ze het verhaal versterken.




  1. Literatuurgeschiedenis



Peter Buwalda (Brussel, 30 december 1971) is een Nederlandse journalist, schrijver en redacteur bij diverse uitgeverijen.



De in Blerick opgegroeide schrijver was medeoprichter van het tijdschrift Wah-Wah. Daarnaast schreef hij essays en verhalen voor literaire tijdschriften als Bunker HillDe Gids,Hollands Maandblad en Vrij Nederland. In 1996 brak hij - toentertijd redacteur van het Kafka-Katern - min of meer door met zijn essay "Een omleiding wegens kuilen. Bruno Schulz, Franz Kafka, en Leopold von Sacher-Masoch" in De Gids.



In september 2010 debuteerde hij met de roman Bonita Avenue, uitgegeven door De Bezige Bij. Het boek kreeg nominaties voor onder andere de Libris Literatuur Prijs 2011, deNS Publieksprijs 2011, de 25ste AKO Literatuurprijs voor hetzelfde jaar, en voor de Gouden Strop 2011. Op 22 september 2011 won hij de Academica Debutantenprijs. Op 30 oktober 2011 won hij de Selexyz Debuutprijs. Ook won hij de Tzumprijs 2011 en de Anton Wachterprijs voor de beste debuutroman in 2012.




  1. Secundaire literatuur



Geef ons een groot streven



Door ARJEN FORTUIN, 22 OKTOBER 2010



 ‘Bonita Avenue’ kan met een lange lijst thema’s beschreven worden



Op de mat ben ik een rekenmachine, zei topjudoka Wim Ruska ooit en die uitspraak is een deel van de twee motto’s die Peter Buwalda (1971) meegaf aan zijn debuutroman Bonita Avenue. Het verwijst bovendien naar het belangrijkste personage uit die roman: Siem Sigerius is een talentvol judoka tot zijn been verbrijzeld wordt bij een verkeersongeval. Terwijl zijn been nog in het gips zit, komt zijn andere grote talent tot uitdrukking, waarbij Ruska’s rekenmachine een understatement is. Sigerius blijkt een natuurtalent in de wiskunde. In één vloeiende lijn legt hij de weg van olympiade-opgaven naar de Fields-medaille af, wordt hij rector magnificus van de Twentse universiteit en zelfs even minister van Onderwijs.



In het beginhoofdstuk leert de lezer Sigerius kennen door de ogen van Aaron Bever, de vriend van zijn dochter Joni. Deze jonge fotograaf sluit vriendschap met de door hem verafgode Sigerius – ze judoën samen –, maar houdt er met Joni een geheime onderneming op na. Die zal in de loop van de roman leiden tot de ondergang van de meeste betrokkenen, maar dat is niet de enige verhaallijn. Bonita Avenue is het soort roman dat met een lange lijst thema’s beschreven kan worden: van ouderschap tot waanzin, van porno tot sudoku, van judo tot jazz en dit alles tegen de achtergrond van de Enschedese vuurwerkramp en de (internationale) academische wereld.



Vakmanschap



Het merkwaardige is dat zo’n opsomming Bonita Avenue tegelijkertijd wél en geen recht doet. Er wordt bijvoorbeeld tekortgedaan aan het verbijsterende vakmanschap van Peter Buwalda. Niet alleen heeft deze debutant zijn talloze verhaallijnen 500 bladzijden lang stevig in de hand gehouden, hij heeft ook oog voor de details die een portret verdiepen. Sterk is het moment waarop Sigerius voor het eerst een Sudoku-spelletje onder ogen krijgt, dat dan nog ‘Number Place’ heet. De wiskundige is niet gegrepen door de vraag hoe je het raadsel oplost, maar hoeveel cijfers er vooraf gegeven moeten zijn om de sudoku op te kunnen lossen – een fraaie verheldering van het verschil tussen rekenen en wiskunde. Iets vergelijkbaars uit het judoleven van Sigerius: tegen het eind van de roman komt het tot een worsteling op het moment dat de ex-judoka poedelnaakt is. Dat voelt kwetsbaar, maar Buwalda signaleert ook het voordeel van blootjudo: je bent lastig écht vast te grijpen.



Overigens is het vakmanschap van Buwalda ook weer niet zo heel vreemd. Deze debutant komt niet uit de lucht vallen: hij schreef al veel voor literaire tijdschriften en werkte als journalist en als redacteur voor een uitgeverij.



Duistere zijde



Op een andere manier doet een opsomming als hierboven gegeven de roman wel recht, want hoe knap Buwalda de verschillende thema’s ook vervlecht, nergens komen ze écht samen. Het wordt niet duidelijk wat de schrijver met deze roman nu precies heeft willen uitdrukken. Misschien dat ieder mens een duistere zijde heeft, misschien dat schaamte kan maken dat je jezelf in de hoek schildert, misschien dat gekte bij iedereen op de loer ligt. Wat de personages in Bonita Avenue missen is een groot streven – door Thomas Rosenboom vaak aangevoerd als noodzakelijk ingrediënt van een grote roman.



Daardoor krijgt het boek in de loop van de vertelling iets ongerichts, doen te veel mensen gekke dingen, wordt er ook iets te veel naakt rondgerend. Spannend is het boek tot het eind, maar spanning wordt in het laatste deel ook het hoofdkenmerk van de roman en dat is een tikje mager.



Er is dus nog best het een en ander aan te merken op Buwalda’s debuut, maar dat geldt voor het gros van de romans die jaarlijks het licht zien in Nederland – in die rijen vindt Bonita Avenue met speels gemak zijn plaats.



De meningen zijn roodgekleurd.



http://www.nrc.nl/handelsblad/van/2010/oktober/22/geef-ons-een-groot-streven-11960167




  1. Eigen mening



Ik vond het boek totaal niet fijn om te lezen. Het was heel moeilijk te volgen, en je moest jezelf enorm goed kunnen concentreren om  het verhaal compleet uit te lezen. Ik heb ook heel lang gedaan over dit boek om te lezen. En kon moeilijk de draad van het verhaal blijven volgen. Dat kwam ook door de vele thema’s en motieven die voorkwamen in het boek. Het was van de hak op de tak voor mijn gevoel, ook onder andere door de vele flashbacks, maar het geheel was wel compleet en het klopte. Dat vind ik wel heel knap van dit verhaal. Dat je zoveel informatie zo goed in zo’n groot verhaal kan zetten. Dan ben je wel heel goed lijkt mij.



Dus ik vind het heel knap geschreven en het uiteindelijke verhaal is wel leuk om te hebben gelezen. Maar je aandacht erbij houden en door blijven lezen heb ik bij dit boek totaal niet gehad dat vond ik jammer, daardoor is dit niet mijn soort boek. Ik hou meer van een lekker makkelijk doorlees boek met een dramaverhaaltje en een achterliggende gedachte. Ik heb dit boek pas gesnapt toen ik samenvattingen op internet had gelezen. Daarvoor was het nog steeds een raadsel voor mij wat er allemaal gebeurde. Daarom vond ik dit geen leuk boek.





Opdracht 4: Kies een gedicht of songtekst



Simple plan - Untitled (How Could This Happen To Me?)



I open my eyes

I try to see but I'm blinded by the white light

I can't remember how

I can't remember why

I'm lying here tonight



And I can't stand the pain

And I can't make it go away

No I can't stand the pain



How could this happen to me?

I've made my mistakes

I've got no where to run

The night goes on

As I'm fading away

I'm sick of this life

I just wanna scream

How could this happen to me?



Everybody's screaming

I try to make a sound but no one hears me

I'm slipping off the edge

I'm hanging by a thread

I wanna start this over again



So I try to hold

On to a time when nothing mattered

And I can't explain what happened

And I can't erase the things that I've done

No I can't



How could this happen to me?

I've made my mistakes

I've got no where to run

The night goes on

As I'm fading away

I'm sick of this life

I just wanna scream

How could this happen to me?



I've made my mistakes

I've got no where to run

The night goes on

As I'm fading away

I'm sick of this life

I just wanna scream

How could this happen to me?





Uitleg:



Dit liedje past goed bij het boek van Bonita Avenue. Het beschrijft precies hoe Siem Sigerius zich voelde, voordat hij zelfmoord pleegde. Hij snapte niet wat er met hem was gebeurd. Zijn stiefdochter in de porno-industrie, zijn zoon probeert hem te vermoorden. Hijzelf heeft zijn zoon verraden en daarvoor zijn stiefdochter onder druk gezet. Siem snapt niet hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen. Wanneer hij beseft dat hij met al zijn daden niet meer weg kan komen, pleegt hij zelfmoord.







Naam: Lieke den Toom



Klas: 4 havo








  1. Titelbeschrijving



Simone van der Vlugt, Schaduwzuster, Amsterdam 2005. "Schaduwzuster" is een literaire of psychologische thriller. Het boek heeft 340 pagina’s en 63 genummerde, maar ongetitelde hoofdstukken.






  1. Samenvatting





Het verhaal begint met Marjolein, ze is lerares op een zwarte school waar ze bedreigt wordt door een Marokkaanse jongen, Bilal. Hij trekt een mes in de klas en bedreigd Marjolein daarmee. Ze rent gelijk naar de directeur, die haar beloofd dat de jongen direct weg zal worden gestuurd. Ze twijfelt of ze aangifte moet doen, maar i.v.m. de naam van de school doet ze dit niet. Ze heeft wel het gevoel dat Bilal haar steeds blijft achtervolgen. Mensen om haar heen vinden dat ze zich aanstelt, gelukkig staan haar man Raoul en haar tweelingzus Marlieke volledig achter haar. Raoul heeft een eigen softwarebedrijf en wil eigenlijk dat Marjolein bij hem komt werken, in plaats van op ‘zo’n gevaarlijke zwarte school’. Marjolein wil dit niet, omdat ze gewoon les wil geven en heel veel voldoening krijgt in het onderwijs. Marlieke heeft een eigen fotostudio. Marjolein en Marlieke hebben genoeg geld van hun ouders meegekregen, dus ze zouden niet per sé hoeven werken, maar willen dit allebei wel graag.



Na enige tijd krijgt Marjolein een dreigbrief. Natuurlijk denkt ze dat deze van Bilal is en ze gaat ermee naar de politie. Om Marjolein af te leiden neemt Marlieke haar mee uit eten. Thomas en Sylvie, twee vrienden van Marlieke, gaan ook mee. Later komt ook nog een collega van Marjolein en haar man Raoul. Marjolein kan het niet zo goed vinden met Thomas en Sylvie. Ze vindt ze maar een beetje apart. Ze vindt Thomas een zwijgzame, rare jongen. Ze ziet dat hij Marlieke leuk vindt, en ze probeert Marlieke ervan te overtuigen dat hij echt niet leuk is en dat ze niet meer zoveel met hem om moet gaan. Marlieke vindt hem echter wel heel aardig, en ze ziet hem ook als haar beste vriend. Marjolein vindt Sylvie ook een beetje raar. Ze weet dat Sylvie achter Raoul aan heeft gezeten, maar ze denkt dat Raoul daar niks mee gedaan heeft en dat hij haar ook maar een raar mens vindt.



In hoofdstuk 6 lees je in het begin dat Marjolein opeens is vermoord. Marlieke probeert er achter te komen wie haar vermoordt heeft. Ze verdenkt eerst Bilal, maar dan blijkt dat het pistool waarmee Marjolein is doodgeschoten afkomstig is van ene Hubert Hykema. Hij is agent en heeft een aantal jaren geleden melding gemaakt van vermissing van zijn dienstwapen. Op een gegeven moment komen Marlieke en de moeder van Sylvie elkaar tegen. Sylvie en haar moeder hadden al lang geen contact meer, maar de moeder van Sylvie vindt dit heel jammer en probeert weer contact met haar te krijgen. Marlieke krijgt van beiden 2 verschillende verhalen te horen over hoe het is gegaan vroeger. Dan komt ze tot de ontdekking dat de nieuwe man van de moeder van Sylvia Hubert Hykema heet. Marlieke gaat langs bij Sylvie als deze niet thuis is. Ze vindt niet het pistool, maar een plakboek dat Sylvie heeft bijgehouden van de afspraakjes met Raoul. Er staan foto’s, rekeningen etc. in. Marlieke denkt dan dat ze het begrijpt. Sylvie wou Marjolein vermoorden, zodat ze eindelijk Raoul voor zichzelf had. Op dat moment komt Sylvie thuis en ze gaan aan tafel zitten. Sylvie haalt het wapen gewoon uit de keukentafel en richt het op Marlieke. Die staat doodsangsten uit, totdat Sylvie het wapen weer op tafel legt. Sylvie legt het een en ander uit over het plakboek. Marlieke grist op een gegeven moment het wapen van tafel en rent weg. Ze loopt tegen Thomas op, die net op dat moment naar binnen liep. Hij rent gelijk met haar mee. Marlieke gaat met het wapen naar de politie. Sylvie is ondertussen al verdwenen. Ook had Sylvie Marlieke wijsgemaakt dat zij en Thomas iets met elkaar hadden. Marlieke verhuist tijdelijk naar Raoul (voor wie ze overig ook veel gevoelens heeft). De volgende dag belt Raoul haar op om te vertellen dat zijn dochtertje Valerie is verdwenen op school. Ze bellen Sylvie en uiteindelijk vertelt ze dat ze samen met Valerie op de Euromast staat. Als ze daar aankomen zien ze alleen Valerie, Sylvie is dan al weer weg.



Dan kom je er achter dat de moordenaar van Marjolein de beste vriend van Marlieke is… Thomas.

Daarna gaat Thomas bij Marlieke langs en vertelt haar alles. Hij heeft koffie gemaakt, waar GHB in blijkt te zitten. Marlieke wordt natuurlijk niet goed en raakt bewusteloos. Thomas brengt haar naar boven, belt 112 om een melding te maken van iemand die thuis ligt en GHB heeft genomen. Vervolgens neemt hij zelf een overdosis en gaat naast Marlieke op bed liggen. Thomas gaat dood, maar Marlieke redt het net in het ziekenhuis. Ze is een paar dagen bewusteloos geweest, maar uiteindelijk komt dat helemaal goed. Thomas had Marjolein vermoordt, omdat hij vond dat Marjolein teveel invloed had op Marlieke. Hij vond dat bij alles wat Marlieke besliste, ze rekening hield met Marjolein. Hij vond Marlieke leuk, maar Marjolein vond Thomas niet leuk en probeerde daarom Marlieke te overtuigen dat hij niet leuk was. Echter, Marlieke vond Thomas ook niet leuk, ze zag hem alleen maar als een goeie vriend. Thomas heeft Marjolein dus vermoordt, in de hoop dat Marlieke dan wel naar hem kwam en wat met hem wilde, omdat ze dan geen rekening meer hoefde te houden met wat Marjolein vond.






  1. Verhaalanalyse






  1.  Vertelsituatie



Het wordt geschreven vanuit de ik-persoon van Marjolein en Marlieke.




  1.  Tijd



Aangezien Marjolein in haar klas met de multiculturele leerlingen de dood van Theo van Gogh heeft besproken (2 november 2004) moet het verhaal dus in het voorjaar van 2005 afspelen. Er wordt ook gesproken over de zomervakantie (eerste week juli 2005 ) en het zomercarnaval in Rotterdam (31 juli 2005). De ontknoping is enkele weken later (augustus of begin september 2005)

Het verhaal is niet helemaal chronologisch opgebouwd. In hoofdstuk 6 kun je lezen dat de ik-persoon van Marlieke het heeft over dat Marjolein is overleden. Terwijl je in de stukken van Marjolein nog leest over hoe het met haar gaat nadat ze bedreigt is.




  1. Ruimte



De plaats waar de gebeurtenissen zich afspelen is heel herkenbaar. Marjolein is docente Nederlands aan een middelbare school, het Rotterdams Lyceum. Dat bepaalt meteen de plaats van de handelingen. Ook andere heel herkenbare Rotterdamse elementen worden in de roman genoemd: de Bijenkorf, de Lijnbaan, Blijdorp Zoo, de Euromast, diverse straatnamen en discotheken (Nighttown).




  1.  Personages



De hoofdpersonages zijn Marjolein en Marlieke



De bij personen zijn:



Raoul, de man van Marjolein



Valerie, de dochter van Marjolein en Raoul



Luuk, een goede collega/vriend van Marjolein



Jasmijn, een goede collega/vriendin van Marjolein



Thomas, de beste vriend van Marlieke



Sylvie, een goede vriendin van Marlieke



Ouders van Marjolein en Marlieke



Bilal Assrouti, hij bedreigd Marjolein met een mes



Linda Ykema, de moeder van Sylvie



Hubert Ykema (ook wel Bert genoemd), de stiefvader van Sylvie, zijn pistool wat bij Sylvie in de la lag, was het moordwapen waarmee Marjolein is vermoord.




  1. Thematiek



In een literaire thriller is de vraag niet alleen “wie” de moord gepleegd heeft, maar vooral ook "waarom" iemand tot een moord komt. Dat blijft in deze roman van Simone van der Vlugt natuurlijk ook het thema. En zoals in een goede thriller hoort, valt de verdenking natuurlijk eerst op anderen. Motieven die in deze thriller een rol spelen, zijn: het schoolleven, geweld op school, het dubbelgangersmotief, homoseksualiteit, overspel, en discriminatie.




  1.  Stijl



Simone van der Vlugt schrijft vlotte boeken. Ze zijn makkelijk door te lezen. Er worden niet veel moeilijke woorden gebruikt en ook de zinnen zijn niet te lang, ze sluiten goed op elkaar aan.




  1. Literatuurgeschiedenis



Schaduwzuster is een literaire thriller en komt uit 2005.



Simone van der Vlugt (Hoorn, 1966), studeerde Nederlands en Frans aan de lerarenopleiding in Amsterdam en tegenwoordig woont ze met haar man en kinderen in Alkmaar, is een van Nederlands grootste thrillerschrijfsters. Van haar thrillers werden in totaal twee miljoen exemplaren verkocht. Haar boeken verschijnen over de hele wereld, van Duitsland tot China en van Groot-Brittannië tot Australië.



Haar thrillerdebuut De reünie verscheen in 2004 bij uitgeverij Anthos. Daarna volgden Schaduwzuster, Het laatste offer, Blauw water, Herfstlied, Op klaarlichte dag en In mijn dromen. Voor de Maand van het Spannende Boek 2012 schreef ze het geschenkboekje De ooggetuige.



In 2012 is Simone van der Vlugt een nieuwe weg ingeslagen met de thrillerreeks waarin rechercheur Lois Elzinga de hoofdrol speelt. Hiervan zijn inmiddels drie delen, Aan niemand vertellen, Morgen ben ik weer thuis en Vraag niet waarom, verschenen.




  1. Secundaire literatuur



Griezelen in multicultureel Rotterdam



door Nicole Bauritius, 6 oktober 2005



Geen verlaten schiereiland, statig landhuis of afgelegen boerengehucht; deze literaire thriller staat met beide benen in de realiteit van een VMBO-school in Rotterdam. Op de eerste bladzijde van Schaduwzuster wordt docente Marjolein geconfronteerd met een vlijmscherp mes, dreigend tegen haar opgeheven door een beledigde leerling. Het incident loopt goed af, maar daarna komen de twijfels: had ze dit kunnen voorkomen? Is dit normaal op het soort school waar ze werkt? Moet ze aangifte doen?  Ze is geschrokken en ze voelt zich niet gesteund door haar collega’s.



De opbouw van het boek, de schrijfstijl, de uitwerking van de karakters: alles klopt en dat maakt dat Van der Vlugt de spanning van de eerste tot de laatste pagina vast weet te houden. En wie de schaduwzuster is, blijft een vraag waar je pas ná lezing van het boek een eigen antwoord op kunt geven.




  1. Eigen mening



Ik vond het boek super spannend. Steeds wanneer ik moest stoppen met lezen wilde ik zo snel mogelijk verder. Sommige stukken in het boek waren zo spannend dat je me niet van het boek weg kreeg. Zeker omdat er twee verhalen door elkaar heen gingen, wat ik nog nooit gelezen had, vond ik het zeer interessant om verder te lezen. Het spannendste dee; was dat Marlieke de begrafenis van Marjolein omschreef, terwijl ik zelf nog niks wist over hoe en wat er verder gebeurt was en hoe dat zo is gekomen. Ik vond het vooral erg goed dat je tot het laatste hoofdstuk iedereen als verdachte ging zien. Ik zag ook totaal niet aankomen dat Thomas de dader was. Tot dat hij vertelde waarom hij Marjolein had vermoord… Toen viel alles op zijn plek. Ik heb erg genoten van dit boek!





Opdracht 5: Zoek een kranten- of tijdschriftartikel over het thema in dit boek



Broers, zussen en tweelingen



De verbinding die bestaat tussen de kinderen onderling binnen een gezin is van een andere kwaliteit dan die tussen de kinderen en de ouders. Ouders zijn geen bloedverwanten van elkaar (een enkele uitzondering daargelaten) en hebben min of meer bewust voor elkaar gekozen. Omdat de ouders het leven hebben doorgegeven aan hun kinderen staan ze qua systemische ordening boven hun kinderen. De ouders zijn de grote, de kinderen zijn de kleine. De kinderen hebben niet voor elkaar gekozen, maar het leven heeft ze met elkaar  verbonden doordat ze dezelfde ouders hebben, hetzelfde bloed delen. En dat schept een diepe binding. De liefde tussen broers en zusters is dan ook diep en innig, al ziet het er aan de buitenkant wel eens anders uit. Bijzonder sterk is de band tussen tweelingen (of meerlingen), en het sterkst bij eeneiige tweelingen. Die delen als het ware één ziel. (Wanneer een tweelinghelft trouwt of een relatie aangaat, dienen de partners zich te realiseren dat ze nooit op de eerste plaats kunnen staan, maar altijd op de tweede. De eerste plek is voor de tweelingbroer of zus. Als de partner daar ‘ja’ tegen kan zeggen heeft de relatie een goede kans van slagen).Wanneer een helft van een tweeling ernstig ziek wordt of sterft, is het voor de andere vaak heel erg moeilijk om nog vol in het leven te staan. Het gemis en de pijn kunnen  dan zo groot zijn dat ze innerlijk dicht bij hun zieke broertje of zusje blijven, bijvoorbeeld door niet van het leven te genieten en het zich slecht te laten gaan. Innerlijk zeggen ze dan: “het zal mij niet beter gaan dan jou, lief broertje”. Ook wanneer de een gestorven is, lijkt het leven voor ander niet meer de moeite waard.



Ook komt het voor dat een tweelingbroertje of zusje in een heel vroeg stadium in de baarmoeder sterft.  Soms gebeurt dat zelfs volkomen onopgemerkt. Stel je dat eens voor: twee hartjes die samen kloppen, twee lichaampjes tegen elkaar aan, wellicht één ziel. En dan valt plotseling  het horen en het voelen van het andere hartje weg. Dit is voor het overlevende kind een onbeschrijfelijk trauma. Een deel van de ziel van het kind wil dan bij het dode broertje of zusje blijven. Deze kinderen zullen altijd het gevoel hebben dat er iets in hun leven ontbreekt, dat ze niet compleet zijn, ook wanneer ze volwassen zijn. Wat dan kan helpen is een ritueel waarbij er gerouwd kan worden om het overleden broertje of zusje. Een zin die dan heel helend kan zijn is: “mijn lieve broertje/zusje, je hebt een hele grote plek in mijn hart. Ik zal wat van mijn leven maken, ook om jou te eren. Ik blijf nog even hier, en wanneer mijn tijd gekomen is, kom ik ook”.



Zo is de dode geëerd en mag het leven goed verder gaan.



http://www.systemisch-bekeken.nl/broers-zussen-en-tweelingen/







Marlieke en Marjolein hebben een hele goede relatie. Omdat ze tweeling zijn voelen ze elkaar perfect aan en begrijpen ze elkaar heel goed. 

“Ik kijk er allang niet meer van op dat Marlieke zo weinig uitleg nodig heeft. Één woord, of é;en blik op je gezicht is voor haar genoeg om te weten dat je niet voor de gezelligheid langskomt.” 



Als Marjolein nog in leven is, lijkt Marlieke constant in haar schaduw te staan. Zo voelt Marlieke het zelf ook. Ze is nooit alleen, heeft altijd Marjolein om zich heen die het allemaal net ietsje beter doet en die haar eigenlijk ook overheerst. Dan vermoord Thomas Marjolein, omdat hij vindt dat Marlieke recht heeft op een eigen leven.



“Thomas haalt mijn handen voor mijn gezicht vandaan en kijkt me vol onbegrip aan. Ík heb het voor jóú gedaan, Marlieke. Dat heb ik je toch net uitgelegd! Marjolein moest sterven zodat jij kon leven. Bij embryo’s in de baarmoeder wordt die keuze ook wel eens gemaakt als de een ten koste van de ander leeft. Je moet het zien als een soort natuurwet.”



Als Marjolein dood is, staat Marlieke dus niet meer in haar schaduw, aangezien ze nog als enige van de twee zussen in leven is. Wel heeft ze het gevoel dat Marjoleins geest haar volgt als een schaduw. Aan het eind zijn de rollen dus omgedraaid.



“Marjolein is hier,’ herhaal ik. Ík voel haar steeds achter me, als een schaduw, en als ik omkijk is ze weer weg. Het klinkt misschien een beetje raar, maar ik weet dat ze er is.”











Naam: Lieke den Toom



Klas: 5 havo




  1. Titelbeschrijving



Jan Wolkers, Turks fruit. Uitgegeven in 1969 door Meulenhoff. Amsterdam 1990, 38e druk. Het boek telt 192 bladzijdes. Het boek heeft 19 hoofdstukken. De naam van de hoofdstukken zijn afgeleid uit de tekst. Het boek is opgedragen aan Olga Stabulas. Het is een psychologische liefdesroman. 






  1. Samenvatting



Het verhaal begint bij het moment waarop de ik-persoon terugdenkt aan zijn tijd met Olga. Olga is de liefde van zijn leven. De ik-persoon ontmoette Olga voor de eerste keer toen hij stond te liften en zij voor hem stopte. Tijdens deze lift was er meteen een spanning tussen de ik-persoon en Olga, wat resulteerde in een vrijpartij in de auto. De autorit eindigt uiteindelijk in een ongeluk. Na het ongeluk reist de ik-persoon verschillende keren naar Alkmaar in de hoop om haar tegen te komen. Ook probeert hij haar telefonisch te bereiken, maar de moeder van Olga laat haar niet aan de telefoon komen. Pas na 2 maanden zien ze elkaar weer, waarna ze zich overgeven aan de liefde. Ze gaan samenwonen en trouwen. De ik-persoon beschrijft zijn tijd met Olga uitgebreid. Hij vertelt over de seks die ze hebben, over de keren dat Olga model voor hem stond en over de relatie tussen hem, Olga en de ouders van Olga. Hij beschrijft de vader van Olga als een grappige, vriendelijke, dikke man. Hij moet een dieet volgen, maar zijn vrouw geeft hem te vet eten. Uiteindelijk resulteert dit in zijn dood. De ik-persoon benadrukt in het verhaal dat de moeder van Olga een slecht mens is en dat zij hen al de tijd dat ze samen waren uit elkaar probeerde te drijven. Ook maakt ze Olga bang met verhalen. Zo wil Olga geen kinderen, omdat haar moeder haar verteld heeft dat ze haar borst kwijt is omdat Olga die er als kind had afgebeten terwijl het in werkelijkheid door haar borstkanker kwam.



Olga’s moeder blijft gedurende het huwelijk van Olga en de ik-persoon contact met Olga zoeken om Olga op een indirecte manier duidelijk te maken dat de ik-persoon niet de juiste man voor haar is. De ik-persoon merkt dan ook dat Olga steeds meer ontevreden wordt en wanneer ze door haar moeder gekoppeld wordt aan een zakenrelatie verlaat ze de ik-persoon. 



De ik-persoon komt in een diep dal terecht. Hij lag de hele dag in bed naar naaktfoto’s van Olga te kijken en verlangde terug naar de tijd waarin ze gelukkig waren. Toen hij eindelijk uit bed kwam, nam hij zoveel mogelijk meisjes en vrouwen mee naar huis. Hij had vervolgens seks met ze en zag ze vervolgens nooit meer terug. Op een gegeven moment besluit hij twee studentes in huis te nemen. Hij vertelt hierbij dat hij ze nooit met een vinger heeft aangeraakt, maar dat hij ze op een gegeven moment het huis uit gooide omdat ze parkieten hadden die hem op zijn zenuwen werkten. 



Nadat de ik-persoon en Olga uit elkaar waren gegaan, is de ik-persoon Olga nog een keer gaan opzoeken bij haar moeder in Alkmaar. Hij wil met haar praten, maar ze voeren slechts zinloze discussies. De moeder van Olga kwam tussenbeide en zei tegen de ik-persoon dat het tijd was om naar huis te gaan. Hier was het echter te laat voor. De ik-persoon bleef dan ook in Alkmaar slapen. ’s Ochtends sluipt hij naar de kamer van Olga en heeft seks met haar. Vervolgens wordt hij het huis uitgegooid. 



Na een tijd van rouw gaat de ik-persoon eindelijk weer werken. Dan komt hij Olga tegen in een warenhuis. Hij vindt dat ze er slecht uitziet, de warme blik is uit haar ogen. Ze vertelt dat ze getrouwd is. Als hij thuiskomt zoekt de ik-persoon troost bij de zieke meeuw die hij in huis heeft genomen. Op een gegeven moment is deze meeuw weer beter en vliegt weg. Vanaf dat moment is de ik-persoon weer eenzaam en stort hij zich op zijn werk.



Er ging een jaar voorbij voordat hij weer iets hoorde van Olga. De ik-persoon kreeg te horen dat Olga weer zou trouwen en dat ze van plan was met haar man naar Amerika te vertrekken. Daarom schreef de ik-persoon haar een briefje, waarna Olga bij hem op bezoek komt. Olga vertelt over haar tweede huwelijk en over de plannen die ze heeft. Ook kijken ze samen naar oude foto’s. Dan vertrekt ze met haar man naar het buitenland. Vanuit verschillende landen stuurt ze de ik-persoon brieven. Maanden later staat ze weer ineens voor zijn deur. Ze vertelt dat haar huwelijk voorbij is. Ook vertelt ze dat ze naar Amsterdam was gekomen omdat ze naar een vrouwenarts moest voor de buik- en koppijn die ze had.



Niet lang daarna belt de moeder van Olga de ik-persoon op. Ze vertelt dat Olga een hersentumor heeft en in het ziekenhuis ligt. Dan vraagt ze de ik-persoon of hij Olga van tijd tot tijd op zou willen zoeken. Ze vertelt ook dat Olga al een paar keer naar hem had gevraagd. Al snel komt de ik-persoon te weten dat het geval van Olga hopeloos is. De wortels van de tumor kunnen niet verwijderd worden, waardoor de toestand van Olga snel achteruit gaat. Ze wordt kaal, blind en vertelt steeds meer onsamenhangende verhalen. De ik-persoon blijft haar opzoeken tot het einde. Hij koopt Turks fruit voor haar omdat Olga het gevoel heeft dat haar tanden loszitten en daarom alleen nog maar Turks fruit durft te eten. Ook koopt hij een rode pruik voor haar, waar ze dolgelukkig mee is. Dan sterft Olga. De ik-persoon vraagt de dokter of ze gecremeerd kan worden met haar pruik, omdat ze dat zelf zo gewild zou hebben.






  1. Verhaalanalyse

  2. Vertelsituatie



Het boek heeft een ik-perspectief. Er is in het boek sprake van een ik-figuur die alles vertelt. Hij maakt alles mee. Je ziet alles vanuit zijn ogen en weet alleen zijn ‘beweegredenen’. Het verhaal wordt achteraf met commentaar door een vertellende-ik verteld.




  1. Tijd



Het verhaal is niet chronologisch verteld; het bestaat uit flashbacks naar het verleden. Het verhaal begint met de volgende zin: ‘Ik was aardig in de rotzooi terechtgekomen nadat ze bij me weggegaan was.’ De ik-persoon vertelt dus meteen dat Olga hem verlaten heeft, terwijl hij pas later in het verhaal vertelt hoe hij haar ontmoet heeft, hoe hun relatie was en waarom ze bij hem weggegaan is. De ik-persoon vertelt dus achteraf de dingen die gebeurd zijn sinds hij Olga ontmoet heeft. Hierbij vertelt hij ook over zijn leven nadat de relatie verbroken is. Het verhaal kent een aantal tijdversnellingen; sommige gebeurtenissen worden heel uitgebreid beschreven, terwijl er soms een aantal weken of maanden worden overgeslagen.




  1. Ruimte



De plaats waar de meeste gebeurtenissen plaats vinden is in Amsterdam, in het atelier wat tevens woon-ruimte is. Daar bedrijft de ik-figuur menig maal de liefde met Olga.

Het verhaal speelt zich ook in Alkmaar af, daar woont Olga en daar is de winkel van haar vader.




  1. Personages



-Ik-figuur: Kunstenaar/beeldhouwer, is getrouwd geweest met Olga, dit was een zeer diepgaande relatie. Olga verlaat hem wanneer hij niet weet wat hij moet doen. Hij is radeloos. Hij is vrij eenzaam. Hij heeft wanneer het uit is met haar veel relaties, maar niets kan tippen aan haar. Elke vrouw werd met Olga vergeleken. Hij heeft veel verdriet om haar. Hij was zo verliefd op Olga, hij heeft nooit meer echt van een andere vrouw gehouden. Ze bleef altijd bij hem in gedachten.

Over zijn uiterlijk kom je niets te weten.

-Olga: Een vrouw met rode haren die volgens de ik-figuur het perfecte lichaam heeft. Zij is getrouwd geweest met de ik-figuur en heeft daarna nog twee andere mannen gehad. Die relaties zijn op niets uitgelopen. Ze is toch ook altijd diep van binnen van de ik-figuur blijven houden. Door het gezeur en de drang van haar moeder om een succes-volle man aan de haak te slaan. Ze is vroeg gestorven aan een hersentumor.



-Moeder Olga:De moeder van Olga heeft geen goede band met de ik-persoon. Ze is het er niet mee eens dat haar dochter met een kunstenaar trouwt en blijft zich tegen hun relatie verzetten. Ze probeert Olga dan ook te koppelen aan zakenrelaties, wat uiteindelijk ook lukt. De moeder van Olga zorgt voor de vader van Olga en gedraagt zich als een goede vrouw, terwijl ze eigenlijk constant vreemdgaat.



-Vader Olga: De vader van Olga wordt omschreven als een vriendelijke oude man die steeds dezelfde grappen maakt. Hij weet dat zijn vrouw geregeld vreemdgaat, maar praat hier niet over. De vader van Olga is te dik en moet een suikervrij dieet hebben. Hier houdt hij zich echter niet aan, wat uiteindelijk zijn dood wordt. De ik-persoon heeft een goede relatie met de vader van Olga.




  1. Thematiek



De belangrijkste thema’s in dit boek zijn liefde, dood en verdriet. Ten eerste is liefde een belangrijk thema, omdat de ik-persoon een onvoorwaardelijke liefde voelt voor Olga. Ondanks het feit dat ze hem verlaten heeft en ondanks de ruzies die ze na de beëindiging van hun relatie hebben gehad, steunt de ik-persoon Olga wanneer ze in het ziekenhuis ligt. Hij blijft bij haar tot haar dood en probeert haar op alle mogelijke manieren te helpen.



De ik-figuur was zo verliefd en hield zoveel van Olga dat hij ook intens verdriet had toen ze hem verliet. Hij sloeg alles in zijn atelier kapot en kwam dagen zijn bed niet uit. Hij was verslagen. Hij heeft veel relaties met andere vrouwen gehad na Olga, maar niets was zoals met Olga.




  1. Stijl



Het taalgebruik is vrij gemakkelijk, dit komt voornamelijk door de weinig moeilijke woorden, de makkelijke zinnen en de weinig dialogen die gevoerd worden. Je leest het boek snel en makkelijk uit. Er zit redelijk wat humor in het boek wat het lezen bevorderd.




  1. Literatuurgeschiedenis



Jan Hendrik Wolkers werd geboren op 26 oktober 1925. Hij groeide op in Oegstgeest en stamde uit een streng gereformeerd, groot gezin. Tijdens de oorlog overleed zijn oudste broer als gevolg van een besmettelijke ziekte.



Hij bekwaamde zich als beeldend kunstenaar en ging na de oorlog in Amsterdam aan de Rijksacademie studeren. In de jaren vijftig volgde hij lessen bij enige bekende kunstenaars in het buitenland. In die tijd maakte Wolkers diverse beeldhouwwerken die op tal van plaatsen in de Nederlandse openbare ruimte staan. Hij schreef een groot aantal romans en verhalenbundels. In de zeventiger jaren werd hij het symbool van het doorbreken van seksuele taboes.

Zijn beroemdste roman was “ Turks Fruit” , zeker nadat er een verfilming met Monique van der ven en Rutger Hauer op de markt verscheen. (1972)

Jan Wolkers overleed op 19 oktober 2007. De uitvaart op 24 oktober werd zelfs rechtstreeks op tv uitgezonden. Wolkers zou dit waarschijnlijk wel leuk hebben gevonden.




  1. Secundaire literatuur



'Turks Fruit' (Jan Wolkers)



http://www.demorgen.be/expo/-turks-fruit-jan-wolkers-b1c04613/



13-05-09, 11.04u



Elke week bespreekt Dirk Leyman een boek uit de reeks 'Parels uit de Nederlandstalige literatuur' dat u op zaterdag bij De Morgen aangeboden wordt. Deze week: 'Turks Fruit' van Jan Wolkers.

"Mijn werk is als Shakespeare. Iedereen kan het lezen, de keukenmeid en de intellectueel", zo heeft Jan Wolkers ooit zijn boeken getypeerd. En het moet gezegd: Wolkers hanteerde altijd een onopgesmukte en meeslepende stijl. Samen met Jan Cremer nam Wolkers (1925-2007) in de jaren zestig met verve de rol op zich van seksueel taboedoorbreker, terwijl hij ook fors afrekende met zijn gereformeerde afkomst. Nadat in 1964 Ik Jan Cremer de Nederlandse burgerman de kast op joeg, deed Jan Wolkers er in 1969 nog een schepje bovenop met Turks fruit, een roman die een al even onverbiddelijke bestseller werd. Vanwege de expliciete erotiek werd het boek bij generaties scholieren een must-read. Toen Paul Verhoeven het boek in 1973 succesvol verfilmde met Monique van de Ven en Rutger Hauer in de hoofdrol, was het hek helemaal van de dam. De ook al erg ongegeneerde verfilming schopte het tot Nederlandse speelfilm van de eeuw en stuwde de verkoop van het boek tot ongeziene hoogten. Veertig jaar na datum heeft de roman niets van zijn rauwe intensiteit ingeboet.



Turks fruit vertelt de verzengende liefdesgeschiedenis tussen een beeldhouwer en de voluptueuze Olga. Tegen de zin van haar krengerige moeder trouwen ze met elkaar en beleven een beroezende zomer. Tot Olga zich grillig begint te gedragen, flirt met andere mannen en met hem breekt, mee opgestookt door haar moeder. De ik-verteller ontspoort na de breuk, verslijt een rist meisjes, maar blijft getrokken naar Olga, die ook een tijdlang in het buitenland woont. Het boek loopt over van de uitbundige seks, maar het is de tragiek die de lezer uiteindelijk naar de keel grijpt. Door de kritiek werd Turks fruit een "schrijnende en genadeloze roman" genoemd, maar ook een "passievol verslag van een ontluistering". Conservatief Nederland steigerde over zoveel smeerpijperij. Het naslagwerk Het Literatuurboek vat het boek plastisch samen: "Een tranentrekker op zijn Wolkers, vol seks, kots, poep en pies, en met prachtige karakters zoals Olga's vader die de Radetzkymars altijd meezingt met de woorden: "tieten-kont, tieten-kont, tieten-kont-kont-kont."




  1. Eigen mening



Ik vond het een mooi boek wat ook wel iets had dat me ontroerde. De seksuele beschrijvingen vond ik vaak grappig maar ook wel apart. Ik vind het een echt liefdesverhaal, wat mooi is opgeschreven. Ook vond ik het leuk om de sfeer te proeven van de tijd waarin het boek zich afspeelt. Dit boek gaat over liefde. Dat Olga op het einde dood gaat vond ik verschrikkelijk! Ik vond het zo zielig want ze was juist zo bang om kanker te krijgen en toen kreeg ze het ook nog. Ik vond het heel ontroerend dat de ik-persoon bij haar is als zij doodgaat. Dat ze dan toch weer samen zijn, zeg maar. Het is wel triest dan hun liefde dan voorbij is, maar die liefde is er toch nog, alleen anders. Hij verzorgt haar meer en zorgt dat ze zich veilig voelt. Of zij dan nog van hem houdt vind ik niet duidelijk, maar ik denk het wel. Ik denk dat zij ook wist dat hij de grote liefde van haar leven was geweest. Een erg goed boek.





Opdracht 2: Schrijf een betoog





Dit boek wordt over 50/100 jaar nog steeds gelezen omdat de dingen die in dit boek gebeuren ook dan nog steeds er zullen zijn. Ziekte, relatieproblemen, je seksleven. Al die dingen zul je nog steeds hebben over 50 jaar. Dit zijn blijvende problemen/gebeurtenissen.



Ja het is al een boek van 50 jaar geleden. En waarom lezen wij het nu nog steeds dan?



Het is makkelijk geschreven dat is 1. Maar vooral ook omdat dit boek gaat om dingen die nu nog steeds spelen in iedereen zijn leven.



Iedereen heeft iemand om zich heen, waar die van houdt die ziek is. Leven met een (chronisch) zieke geliefde in je buurt heeft ingrijpende gevolgen. Voor jouw partner/goede kennis betekent het vaak veel pijn en verdriet; maar ook voor jou kan het een enorme ommekeer betekenen. Van de ene op de andere dag ziet het leven er anders uit en moet er van alles worden geregeld. Vooral dat regelen, bijvoorbeeld van zorgverlof op je werk, hulp thuis (thuiszorg), woningaanpassing en aanvragen van hulpmiddelen kan zwaar zijn.



 En al zorg je met veel liefde voor jouw zieke partner, het legt een groot beslag op je. Het vraagt veel energie, veerkracht en uithoudingsvermogen. Daarom is het belangrijk om goed voor jezelf te zorgen, ook al overheerst de ziekte van jouw partner je leven.



Dit zal ook aan de hand zijn over 50 jaar. En was ook al aan de hand 50 jaar geleden. Altijd doet het je iets als er om je heen iemand pijn heeft of ziek is.



Iedereen kent wel iemand of je bent het zelf met relatieproblemen. Dit probleem zal niet over 50 jaar opeens er niet meer zijn. Dit zal altijd blijven. Misschien is het zelfs door de ziekte dat er relatieproblemen zijn. Of door geldproblemen. Er zijn genoeg redenen waardoor die er kunnen zijn. En ze zullen er altijd blijven.



Ook zal dit boek gelezen worden over 50 jaar. Omdat hij vroeger voor zoveel ophef gezorgd heeft. En het boek is nog steeds met bepaalde taboes. Vooral de seksscènes in het boek. De beschrijvingen van alles hoe het eruit zag, voelde en uitgevoerd werd. Dit werd niet gewaardeerd door de mensen van toen. En dit wordt nog steeds door een groep mensen niet gewaardeerd. En juist hierdoor blijft het een boek die nog steeds gelezen zal worden over 50 jaar. Het boek dat voor zoveel ophef zorgde maar toch enorm bekend werd en verfilmd werd. Iedereen wilt weten hoe dat komt. Het zelf ervaren.



Ook zal het gelezen worden over 50 jaar. omdat er een aantal mooie vergelijkingen zijn gemaakt die  je erg nieuwsgierig maken naar het boek.  Bijvoorbeeld:



Wanneer men het verhaal van Turks fruit reduceert tot zijn schema, merkt men dat de intrige eigenlijk erg sentimenteel is, maar het geheel is zo briljant geschreven, zo knap geconstrueerd, getuigt van een meesterlijke opmerkingsgave wat kleine details uit het dagelijkse leven betreft, dat men onwillekeurig terugdenkt aan de grootse eenvoud van G.K. van het Reve.



Ook is het  een schrijnend liefdesverhaal, waarbij de auteur nog suggereert dat het autobiografisch zou zijn.





De conclusie is dus. Dit boek zal over 50 jaar nog steeds gelezen worden, omdat het veel ophef heeft gegeven lang geleden en nog steeds mensen negatief commentaar er op hebben. Maar toch het boek uiteindelijk wel erg gewaardeerd werd. Ook komen in dit boek veel dingen voor zoals relatieproblemen, ziektes en seks. Dit zal over 50 jaar nog steeds er zijn.







Naam: Lieke den Toom



Klas: 5 havo




  1. Titelbeschrijving



Tessa de Loo, de tweeling. Uitgegeven in 1993. De tweeling is een psychologische roman. Het boek heeft 435 bladzijdes. Het verhaal van De Tweeling wordt verteld in drie delen. Het eerste deel, Interbellum, heeft tien hoofdstukken en gaat vooral over de jeugd van Lotte en Anna, maar ook over de drastische veranderingen die ze doormaken wanneer ze bij elkaar worden weggehaald. Het tweede deel, Oorlog, speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog en vertelt ook in tien hoofdstukken hoe Anna en Lotte zich door de verschrikkingen en de ellende heen ploeteren: de een heeft er meer last van dan de ander, maar allebei worden ze erdoor getroffen. Ten slotte gaat het laatste deel, Vrede, over hoe ze hun leven verder hebben ingevuld en draait het ook vooral om de oude Lotte en Anna. In vier hoofdstukken wordt duidelijk wat het nu eigenlijk écht met hen heeft gedaan.






  1. Samenvatting



Deel 1: Interbellum

De op leeftijd zijnde Lotte ontmoet tijdens haar verblijf in een Frans kuuroord een vrouw van haar leeftijd. Ze raken aan de praat en ondanks dat Lotte liever geen contact wil met deze excentrieke dame, komen ze erachter dat ze allebei in dezelfde Keulse straat gewoond gewoond hebben als kinderen. De vrouw blijkt Lottes tweelingzus Anna te zijn.



Anna is compleet lyrisch over de hereniging, maar Lotte heeft het er moeilijk mee. Desondanks wijken ze niet meer van elkaars zijde en halen ze herinneringen op aan hun kindertijd en daarna aan hoe het hen in hun nieuwe levens verging. Het ene moment voelen ze zich echt zussen, maar ze zijn toch erg verschillend, vooral in hun opvattingen over de oorlog.



De twee meisjes groeiden op in Keulen, in een oud casino. Hun moeder overleed toen ze nog erg jong waren en hun vader werd ziek. Om ondanks zijn ziekte voor de tweeling te kunnen blijven zorgen, trouwde hij met tante Käthe, de zus van hun moeder. Maar als hij sterft, worden Lotte en Anna bij haar en bij elkaar weggehaald. Lotte wordt ziek – de ziekte van haar vader – en wordt geadopteerd door een liefdevol Hollands gezin dat al drie dochters heeft. Anna wordt meegenomen door oom Heinrich en tante Liesl, de broer van haar vader en zijn vrouw. Ook haar grootvader woont bij hen.



Terwijl Lotte na een bijna-doodervaring (ze zakte door het ijs en verdronk bijna) haar passie voor zingen ontdekt, begint Anna op de boerderij de ernst van de economische crisis te merken. Grote werkloosheid leidt ertoe dat boeren kinderen van gewone gezinnen in huis nemen om te werken, en Nettchen is zo’n kind, een zwakzinnig meisje. Samen met haar ontdekt Anna dat tante Liesl een affaire heeft met een jongen, maar wanneer hij het uitmaakt gaat ze het klooster in. Nettchen gaat terug naar huis en kort hierna sterft de grootvader.



Terwijl Lottes vader bevlogen raakt door muziek, hertrouwt oom Heinrich met de jonge, tirannieke Martha. Hij houdt er sterke communistische ideeën op na en wanneer Anna bevriend raakt met Bernd Möller, die een aanhanger van Hitler is, slaat oom Heimrich haar in elkaar en laat haar steriliseren, waar ze pas jaren later achter komt. Dankzij de pastoor wordt de inmiddels zestienjarige Anna door de kinderbescherming bij haar oom en stieftante weggehaald en opgevangen in een klooster. Het is begin 1933 en Hitler wint snel aan macht. Na een tijdje gaat Anna terug naar huis en wordt ze lid van Hitlers jeugdbeweging om de katholieke kerk op de hoogte te houden van zijn activiteiten.



Intussen heeft Lotte het moeilijk met haar overheersende vader die, na een depressieve periode van haar moeder, ernstig ziek wordt en bijna sterft.



Anna gaat in Keulen naar de huishoudschool en vindt al snel een baan als dienstmeisjes bij het gezin Stolz. De vrouw neemt Anna mee naar een arts als ze erachter komt dat Anna niet ongesteld wordt: zo komt Anna erachter dat ze gesteriliseerd is. Kort hierna blijkt dat haar oom altijd heeft gedaan alsof ze zwakzinnig was zodat hij haar thuis kon houden om haar te laten werken. Haar menstruatie blijft de rest van haar leven achter en ze kan nooit kinderen krijgen.



Terwijl de oorlog op het punt van uitbreken komt te staan, levert Lottes vader steeds meer kritiek op de Duitsers en daardoor, als vorm van verzet, groeit bij Lotte het verlangen om naar Duitsland terug te gaan. Anna neemt ontslag bij het gezin Stolz en wordt het kamermeisje van gravin Von Garlitz, wier vader Anna's vader had gekend.





Deel 2: Oorlog

De oorlog breekt uit en Lotte gaat naar Anna toe uit angst dat de grenzen dichtgegooid worden. De twee zussen hebben echter helemaal geen band meer, niets te bespreken en ook niets meer gemeen, waardoor het een kil verblijf wordt.  Anna krijgt verkering met de Weense soldaat Martin: hun liefde groeit vooral in een briefwisseling wanneer hij aan het front zit. Ook Lotte wordt verliefd, op de muzikale soldaat David die net als Lotte in zijn jeugd kampte met een erg veeleisende vader.  Wanneer Martin na een verlofperiode- waarin ze zich officieel verloven en de nacht samen doorbrengen -  terug moet naar het front, blijft Anna alleen achter op het landgoed omdat de familie Von Garlitz naar familie in het oosten is gegaan. Na een poosje moet Anna daar ook heen om de zieke zoon en erfgenaam te verzorgen.



 Lotte wordt door David ten huwelijk gevraagd, maar vraagt om bedenktijd. Korte tijd later krijgt se van zijn ouders te horen dat hij is gedeporteerd naar een werkkamp omdat hij aangaf joods te zijn: hij wilde zijn vrienden beschermen bij een plotselinge politie-inval.



Terwijl Lotte de liefde van haar leven kwijt is, komt Martin met verlof om met Anna te trouwen, wat op het laatste moment bijna niet doorgaat deels vanwege zijn tirannieke moeder en deels omdat het een illegaal huwelijk zou zijn. Ze trouwen echter toch. Wanneer hij is teruggekeerd naar het front, vertrekt Anna met het gezin Von Garlitz naar een ander landgoed. Ze krijgt de leiding over het huishouden en raakt, sterk tegen de regels in, bevriend met een Russische gevangene.



Intussen begeven ook Lotte en haar familie zich op glad ijs door joodse onderduikers in huis te nemen.



Na een verblijf in Wenen komt Anna op de terugweg terecht in een bombardement van Berlijn. Intussen is bij Lottes moeder een baarmoedertumor gevonden die operatief verwijderd wordt, wat haar erg verzwakt. Door haar ziekte krijgt ze extra voedselbonnen, die, zo ontdekt Lotte, gebruikt worden door haar vader – puur voor zijn eigen trek.



Heer Von Garlitz overlijdt bij een mysterieus vliegtuigongeluk en Anna komt erachter dat Frau von Garlitz samenzweert met een aantal militairen die een einde willen maken aan de oorlog, maar hun plannen hebben tot dusver geen succes. Kort hierna krijgt Anna bericht dat Martin is gesneuveld en neemt ze ontslag om als Rodekruiszuster te gaan werken. Lotte trouwt met onderduiker Ernst en overleeft de hongerwinter maar nauwelijks: diverse keren komt ze bijna om terwijl ze aardappelen of graan probeert te bemachtigen.





Deel 3: Vrede

De oorlog is voorbij en terwijl Lotte feestviert, wordt Anna samen met collega-verpleegsters en patiënten een tijdje gevangen gehouden door bevrijders. Wanneer ze eenmaal vrijkomt, besluit ze maatschappelijk werkster te worden en gaat ze op zoek naar Martins graf. Ze vindt het en ontmoet bovendien een meisje dat in de laatste dagen van zijn leven bevriend met hem was. Tijdens haar studie sociaal werk komt ze onverwachts weer in contact met haar tante Martha, die een berucht zwarthandelaarster is geworden en doet alsof ze Anna’s studie betaalt. Anna maakt hier eigenhandig een eind aan en zoekt kort daarna haar oom op wanneer deze is teruggekeerd van het Russische front. Ze wil hem vragen waarom hij haar als kind niet naar school liet gaan en haar steriliseerde, maar hij is geestelijk zo verzwakt dat ze besluit het te laten zitten en slechts met hulp van de rechter boeken van haar vader weet te bemachtigen uit het huis van haar oom.



Anna zoekt Lotte op, die inmiddels een kind heeft, maar het botert absoluut niet tussen de twee en dus legt Anna zich uiteindelijk volledig toe op het onderhouden van Martins graf en haar werk bij de kinderbescherming, terwijl Lotte haar geluk vindt in het gezinsleven.



Na twee weken van gesprekken, uitstapjes, conflicten en grote verschillen tussen de twee oude zusters krijgt Anna op een dag een hartaanval en overlijdt. Voor Lotte zal het voorgoed te laat zijn om haar de waarheid te vertellen: dat ze Anna na al die jaren toch weer als een zus is gaan zien.






  1. Verhaalanalyse


    1. Vertelsituatie





Het perspectief wisselt in alle drie de delen tussen Lotte en Anna: in de personale verteller (derde persoon) wordt één van hen gevolgd in haar leven. Ook wordt er regelmatig naar het heden gesprongen, waar de oude Lotte en Anna over alles met elkaar praten. Hier is vooral Lotte degene uit wier oogpunt het wordt bekeken. Het effect van de perspectiefwisseling op de lezer is best krachtig: het gaat namelijk niet zozeer om het oorlogsgeweld, maar veel meer om hoe de beide zussen in hun totaal verschillende situaties de oorlog zien. Hierdoor krijgt de lezer ook steeds een andere visie voorgespiegeld en dat zorgt er voor dat hij gaat twijfelen aan zijn eigen visie en zich gaat realiseren dat er nog veel meer aan de hand was.




  1. Tijd



Het verhaal begint bij de jeugd van de tweeling daarna rond hun twintigste brak de tweede wereldoorlog uit. Dus het verhaal begon rond 1920 en eindigde tegen de jaren 90.




  1. Ruimte



Het verhaal speelt zich af in twee landen: Duitsland en Nederland. Duitsland staat misschien wel centraal als het land waar de roots van de tweeling ligt: ze zijn er geboren en opgegroeid en Anna blijft er de rest van haar leven. Allebei de landen worden vooral geportretteerd zoals het eraan toeging tijdens de Tweede Wereldoorlog: er wordt veel gezegd over bombardementen, militaire posten en veilige en minder veilige plekken. In Nederland staan ook de hongerwinter en het onderduikcircuit centraal. Doordat  Nederland vooral als slachtofferland en Duitsland vooral als superieur land wordt voorgesteld (superieur omdat de oorlog de problemen moet oplossen en juist goed is voor Duitsland, omdat de Duitsers juist dapper zijn dat ze het heft in eigen handen nemen) krijgt de lezer twee verschillende visies op de oorlog. Er wordt ook veel sfeer toegevoegd door de beschrijving van couleur locale: de oorlog komt tot leven door de beschrijvingen van tradities en de manier waarop men leefde, bijvoorbeeld op grote landgoederen of in de hongerwinter.




  1. Personages



Pastoor Jacobsmeyer



De man die Anna redt uit de klauwen van tante Martha. Jacobsmeyer is pastoor in het dorp waar Anna opgroeit en mag haar graag. Hij steunt haar en geloofd in haar, en is daardoor een belangrijk personage in haar leven, al is het op de achtergrond.



David



Leider van het koor waar Lotte bij zit. De twee worden verliefd en hij hint op een huwelijk, maar Lotte houdt de boot af omdat ze zichzelf nog wat jong vindt. David wordt tijdens een razzia opgepakt voor ze zich kunnen verloven en sterft.



Lotte Goudriaan-Bamberg



Ene helft van de tweeling. Opgegroeid in Nederland, getrouwd met een Joodse man (Ernst) en zeer wantrouwend tegenover Duitsers en hun excuses “dat ze het niet wisten”. Heeft tijdens de oorlog Joden helpen onderduiken, heeft een Joodse geliefde (David) verloren en wil geen sympathie voor ‘de andere kant’ voelen. Heeft een naar omstandigheden goed leven gehad, hoewel ze als kind nogal ziekelijk was. Lotte is een ‘flat character’ omdat ze zich niet erg ontwikkelt gedurende het verhaal. Ze weigert Anna’s realiteit te accepteren ten opzichte van haar eigen tot Anna onverwachts sterft.



Ernst Goudriaan



Joods vioolbouwer. Duikt tijdens de oorlog met zijn familie bij Lotte’s familie onder. Weet tijdens een inval door de nazi’s de commandant zo in te palmen dat de rest van de familie niet ontdekt wordt, en de nazi’s weer vertrekken. Trouwt met Lotte.





Oom Heinrich



Heinrich is een slap persoon. Hij houdt eigenlijk wel van Anna maar is zo stom geweest met Martha te trouwen en doet niets tegen diens gedrag tegenover Anna. Hij mishandelt Anna in een opwelling zo erg dat ze de rest van haar leven onvruchtbaar blijft.



Anna Grosalie-Bamberg



Andere helft van de tweeling. Opgegroeid in een boerendorp in Duitsland. Fysiek en geestelijk mishandeld, via een klooster en een opleiding tot huishoudster in dienst gekomen bij een adellijke familie. Weduwe van Martin, een nazi. Werkte na de dood van haar man als rode kruis zuster voor de nazi’s. Staat voor de diep droeve wanhoop en pijn van het Duitse volk. Probeert Lotte deze menselijke kant van het verhaal in te laten zien, maar stuit op een muur van wrok en onbegrip. Sterft aan hartfalen. Anna is een ‘round character’ omdat ze zich ontwikkelt gedurende het verhaal. Ze begint als hartwerkend maar wereldvreemd boerenmeisje en slaat zich door het leven tot een vrouw die zo goed als alle slechts van de wereld gezien heeft, verloren heeft wat ze liefhad en ontworteld is, maar de wereld duidelijk kent. Ze is een harde werkster en probeert redelijk te zijn ondanks alle onrecht waar ze getuige van is, maar alle ontberingen hebben haar toch verbitterd gemaakt. Ze komt er op zeker moment achter dat haar oom jarenlang heeft gedaan alsof ze achterlijk was om haar thuis te kunnen houden van school: daarom liet hij haar ook steriliseren, want achterlijken mochten geen kinderen krijgen - deden ze dat wel, dan zou dat het Arische ras verpesten.



Tante Martha



Martha is een geestelijk zieke vrouw die geniet van de geestelijke en fysieke mishandeling van Anna, en zich daar dan ook ten volle voor inzet. Schoolvoorbeeld van de slechte stiefmoeder.




  1. Thematiek



Relatie tussen zussen



Een thema in het boek is onbereikbaarheid tussen zussen; hoe ze ook hun best doen, Anna en Lotte kunnen elkaar niet meer bereiken vanwege de kloof die de geschiedenis tussen hen heeft doen ontstaan.

Anna en Lotte waren een hechte tweeling, doordat ze gescheiden worden hebben ze niet de ontwikkeling doorgemaakt die zussen met elkaar doormaken wanneer ze samen opgroeien. Hierdoor is de relatie verstoort en is er wantrouwen. Ze komen niet meer zo dicht bij elkaar als ze ooit waren.

De relatie van Lotte en Anna speelt zich af tegen de achtergrond van de Tweede Wereldoorlog met alle problematiek van dien. Zoals dat Lotte een relatie heeft met een Joodse man en Anna met een nazi. Lotte krijgt een kind maar Anna is onvruchtbaar. Lotte krijgt een liefdevolle opvoeding en Anna totaal niet. Al deze contrasten leiden tot een enorme afstand tussen de twee zussen. Ze hebben beiden een totaal ander leven geleid en het enige wat hen bindt is de bloedband.

Wanneer ze elkaar weer ontmoeten, hebben ze vrijwel niets om over te praten, behalve hun eigen verhalen - en het begrip voor die verhalen mist. Tussen de zussen in staat niet alleen de Tweede Wereldoorlog, maar ook een koude oorlog: in het Belgische kuuroord is het alsof de oorlog opnieuw wordt uitgevochten, alsof ze opnieuw proberen om in het gelijk te worden gesteld voor hun land. Ze proberen elkaar te overtuigen van de juistheid van hun daden in de oorlog en daarmee symboliseren ze misschien wel de vooroordelen die in de tijd van hun hereniging nog bestonden tussen Duitsland en Nederland, de twee landen die in de oorlog lijnrecht tegenover elkaar stonden en ook jaren daarna nog kampten met grote spanningen.




  1. Motieven



 Jodenvervolging



De vervolging van Joden is erg belangrijk voor het verhaal, voornamelijk voor dat van Lotte. Zij en haar ouders boden namelijk onderdak aan verschillende joden tijdens de oorlog, om hen veilig te houden. Lotte is ook getrouwd met een jood en voor Anna was dat ondenkbaar: zij geloofde het idee dat joden slecht waren voor de samenleving en dat ze er niet thuishoorden. Het is bij haar nooit opgekomen om joden te helpen, terwijl Lotte juist altijd sterk bevlogen is geweest met het onrecht dat joden werd aangedaan.



Coming of Age



Coming of age is een belangrijk onderdeel van het verhaal voor zowel Lotte als Anna. Allebei de zussen beginnen hun leven in kinderlijke naïviteit: ze hebben geen idee van wat er gaande is en het enige belangrijke is dat ze samen zijn. Ook wanneer ze van elkaar gescheiden worden, blijven ze nog een tijdje die naïviteit houden: ze zijn te jong om al vraagtekens te zetten bij wat er gebeurt en gaan hun nieuwe leven al snel als vanzelfsprekend zien. Voor Lotte gaat dit zelfs zo ver dat ze haar Nederlandse ouders als haar enige echte ouders gaat beschouwen. Hoe ouder ze worden - en ze groeien op in de periode dat de Tweede Wereldoorlog steeds dreigender en daarna steeds heviger wordt - komen ze steeds meer te weten over de wreedheid van de mens en de gruwelen van de samenleving. Ze moeten vechten voor hun waarden en de persoon die ze worden, heeft alles te maken met de dingen die ze meemaken onder invloed van de oorlog. Ze maken lief en leed mee en zijn ook steeds meer in staat om vragen te stellen bij alles wat er gebeurt en bij wie ze zelf zijn. Doordat ze echter met een vervormd wereldbeeld - dat van hun ouders - opgroeien, ontstaan er al snel vooroordelen.



WO II: nasleep en verwerking



Belangrijk in het verhaal is de oorlog en hoe mensen daarmee omgaan. Beide zussen hebben een ander uiterste gekozen in hun gedrag tijdens de oorlog maar ook in hun verwerking van de oorlog.



Lotte wil 50 jaar na dato nog een soort van wraak nemen voor haar verloren geliefden en lijkt het er eigenlijk niet over te willen hebben. Anna daarentegen kan er na veel denken nuchter en in zekere zin hard over zijn. Allebei hebben ze heel verschillende dingen meegemaakt die nog steeds een groot deel van hun persoonlijkheid in beslag nemen: het is iets wat ze nooit zullen vergeten en als ze elkaar eenmaal teruggevonden hebben, blijkt dat het een nog lang niet afgesloten hoofdstuk is voor hen allebei.



Vooroordelen



Vooroordelen spelen een heel grote rol in het verhaal: ze komen steeds weer terug en vormen grotendeels de basis van de relatie tussen personages. Al heel snel ontstaat in de oorlog het gevoel bij zowel Duitsers als Nederlanders dat alle leden van de tegenpartij slecht zijn, dus dat alle Duitsers joden dood willen hebben en dat alle Nederlanders verantwoordelijk zijn voor bombardementen. Ook in Nederland ontstaat al snel het idee dat iedereen die niet bij het verzet zit, op welke manier dan ook, bij de SS hoort of de Duitsers steunt. Deze vooroordelen steken bovendien ook weer de kop op bij Anna en Lotte wanneer ze elkaar terugvinden: het zinnetje Wir haben es nicht gewusst dat Anna steeds uitspreekt geeft aan dat er eigenlijk maar heel weinig besef van de waarheid was tijdens de oorlog. De vooroordelen over hoeveel Anna en Lotte eigenlijk te maken hadden met de oorlog zorgen ervoor dat ze steeds stuiten op onbegrip en rancune van de ander.



Geweld



Anna en Lotte zitten allebei midden in de oorlog en daar komt veel geweld bij kijken, in alle vormen. Zo is Anna tijdens haar werk bij de familie Von Garlitz getuige van de manier waarop vluchtelingen en gevangenen behandeld worden, maar is zij in haar jeugd ook zelf mishandeld door haar oom en geestelijk mishandeld door haar tante, waardoor ze een harde, onbevreesde vrouw is geworden. Ook militair geweld komt vaak terug: Lottes vriend David komt om nadat hij bij een razzia is gearresteerd en er wordt veel gesproken over bombardementen en strijd aan het front.




  1. Stijl



De schrijfstijl van Tessa de Loo is er duidelijk op gericht een jong publiek te bereiken. het boek is gepubliceerd in een tijd dat dit jonge publiek absoluut niets goeds kon of wilde zeggen over Duitsland en het Duitse volk. Tessa de Loo heeft deze vooroordelen willen doorbreken door de oorlog ook eens van beide kanten te laten zien: uit het oogpunt van de zogenaamde daders én uit het oogpunt van de zogenaamde slachtoffers, maar zonder zelf partij te trekken. Ze heeft zelf de scherpe grenslijn tussen goed en fout willen doorbreken: haar ouders ontmoetten elkaar dankzij de oorlog (ze waren allebei onderduikers die elkaar in het onderduikhuis ontmoetten) en is kort na de oorlog geboren, waardoor ze nog werd opgevoed met het strikte idee van goede en foute figuren in de oorlog. Dat heeft ze willen doorbreken en dat is goed terug te zien in de stijl van het boek. Het is toegankelijk geschreven, in eenvoudig taalgebruik en met veel levendige beschrijvingen – die af en toe wel wat langdradig zijn – afgewisseld met net zo levendige dialogen en monologen. Er zitten veel Duitse woorden doorheen en de visie van de personages is erg goed uitgewerkt, waardoor het verhaal geloofwaardig wordt.



Haar poging om het taboe van goed en fout in de oorlog te doorbreken stuitte echter ook wel op wat kritiek. Vergelijkbaar met Cynthia McLeods Hoe duur was de suiker werd De tweelingaangewezen als een roman die de gehele oorlog bagatelliseert, juist doordat de Duitsers niet als daders worden geportretteerd maar als mensen die ook maar deden wat hen goed dunkte. Haar stijl zou te vlak zijn voor zo’n onderwerp en de personages te emotioneel instabiel en stuurloos. In de loop der jaren is het boek echter een bestseller geworden en staat het na Het Achterhuis van Anne Frank op de tweede plek in de lijst van bekendste Nederlandse oorlogsromans. Ook in het buitenland is het boek erg goed ontvangen naarmate de jaren vorderde, wat aangeeft dat men inmiddels, nu de oorlog steeds verder in het verleden raakt, ook begrip kan tonen voor hen die we destijds beschouwden als de vijand.




  1. Literatuurgeschiedenis



Tessa de Loo is het pseudoniem van Johana Martina (Tineke) Duyvené de Wit. Zij wordt geboren op 15 oktober 1946 in Bussum (Nederland). Al tijdens haar schooltijd schrijft ze vaak goede opstellen. Na haar eindexamen gaat ze Nederlands studeren in Utrecht.



Op twintigjarige leeftijd trouwt ze en krijgt ze een zoon, in die periode schrijft ze weinig. Het stadsleven benauwt haar en ze verhuist naar Achterhoek waar ze lerares wordt. Ze gaat terug studeren, maar besluit dan toch om schrijfster te worden. Ze verhuist nog een paar keer en in 1980, na haar scheiding, verhuist ze naar Portugal waar ze, naar eigen zeggen, een nieuw werk schrijft.



‘De Tweeling’, de roman die in 1993 verschijnt, wordt dan weer een enorm verkoopsucces. In één jaar worden er meer dan 130.000 exemplaren verkocht van deze roman, waarin de relatie tussen de Nederlanders en Duitsers na de oorlog centraal ligt. De Loo ontvangt hiervoor de Publieksprijs voor het Nederlandse boek en de internationale Otto van der Gablentz-prijs. De eerste is een literatuurprijs en de laatste prijs woordt uitgereikt een mensen die zich verdienstelijk maken met het geven van algemene, objectieve informatie over Duitsland.




  1. Secundaire literatuur



De tweeling als kroniek van emoties



Door Hans Beerekamp



Tessa de Loo's in 1994 verschenen romanDe tweeling is een kroniek van gebeurtenissen, emoties en ideeën. De Loo vertelt de geschiedenis van Duitsland en Nederland in de vorige eeuw aan de hand van twee persoonlijke levensverhalen, die in flashbacks ontrafeld worden.



Op zesjarige leeftijd, na de dood van hun beide ouders, wordt een in 1918 in Keulen geboren tweeling gescheiden. Lotte groeit op als Nederlandse, bij familie in Hilversum, en maakt de Tweede Wereldoorlog mee als lid van een gezin dat onderduikers in huis heeft. Haar grote liefde, een joodse pianist, komt om in Auschwitz. Anna wordt ondergebracht bij een boerenfamilie in Westfalen, werkt als dienstmeisje bij een familie uit de Pruisische landadel, koestert ambivalente gevoelens ten aanzien van het nazisme, trouwt met een Oostenrijker die kort voor het einde van de oorlog sneuvelt als SS-officier, en maakt aanzienlijk meer gruwelen mee dan haar met een schoon geweten, en slechts aan overleversschuldgevoelens lijdende zus. Als oude dames ontmoeten de beide oorlogsweduwen elkaar weer in het kuuroord Spa, en kibbelen over de vraag voor wie de oorlog nu erger was. De al te eenvoudige tegenstelling tussen het Nederlandse en het Duitse perspectief, als van respectievelijk het slachtoffer en de dader, blijkt uiteindelijk niet houdbaar.



De verfilming van De tweeling, door regisseur Ben Sombogaart (Het zakmes, Abeltje) naar een scenario van Marieke van der Pol, is vooral een kroniek van emoties. De gebeurtenissen zijn teruggebracht tot hoogtepunten, zoals je kunt verwachten wanneer een roman van ruim vierhonderd pagina's gereduceerd moet worden tot een lengte van 127 minuten. Bekwaam kiest Van der Pol pregnante details uit, en verzint er hier en daar wat versimpelde samentrekkingen bij, zoals een idyllisch zeiltochtje van Lotte en haar pianist op 10 mei 1940.



Van de ideeën blijft weinig over; de sociale en politieke achtergronden van de personages worden hooguit aangestipt. Dat de tweelingzusjes ook metaforen zijn van twee nauw verwante, elkaar misschien juist daarom zo slecht verdragende broedervolkeren, verdwijnt geheel achter de horizon.



Uit het boek kun je concluderen dat de Nederlandse verontwaardiging een beetje hypocriet aandoet, in vergelijking met het veel zwaarder getroffen, zo men wil: 'gestrafte' Duitse volk. Maar juist de belevenissen van Anna als verpleegster van zwaar verminkte soldaten in de laatste oorlogsmaanden, blijven in de film buiten beeld. Ook het raam van de flashbackstructuur is ernstig versimpeld en gereduceerd tot voornamelijk één lange confrontatie, tussen de oude Anna (Gudrun Okras) en Lotte (Ellen Vogel), aan het slot, als pars pro toto.



Wat resteert is een knap gemaakte publieksfilm, die nog genoeg zinnige betekenis bevat om méér te zijn dan alleen emoties genererend entertainment. Je zou het op één lijn kunnen plaatsen met andere recente publiekslievelingen als Nynke en The Discovery of Heaven. Als de Nederlandse filmindustrie een bloeiend bestaan leidde, zou je blij zijn met een paar van zulke films per jaar. Nu dit soort films nog zeldzaam zijn, kun je je afvragen wat de zin is van het verdunnen van dikke boeken tot illustraties bij de plot van een roman. Want een commentaar op het boek, wat een romanverfilming idealiter zou moeten zijn, heb ik in deze film niet kunnen ontdekken.



http://vorige.nrc.nl//kunst/article1570460.ece/De_tweeling_als_kroniek_van_emoties






  1. Eigen mening



De Tweeling is één van de Nederlandse klassiekers waarvan ik vind dat je ze gelezen moet hebben. Het is een enorm mooi boek dat een heel bijzonder verhaal vertelt over de Tweede Wereldoorlog, een verhaal uit een perspectief waar weinig aandacht aan wordt besteed en dat er juist op die manier voor zorgt dat je als lezer aan het denken wordt gezet. Door de perspectiefwisseling blijft het boeiend en blijf je getriggerd worden om meer te willen weten over Anna en Lotte, en doordat ze zo goed uitgewerkt zijn is het ook heel gemakkelijk om je met ze te identificeren: vrijwel elke lezer zal wel iets van Anna én van Lotte in zichzelf herkennen. Toch is het soms wel wat langdradig, op het saaie af, doordat het tempo laag ligt en de personages af en toe geen raad weten met zichzelf, waardoor het lijkt alsof het verhaal nergens naartoe gaat. Dit neemt echter niet weg dat het boek vlot leest, een mooi beeld schetst van hoe het er echt aan toe ging tijdens de oorlog en je compleet meesleept en tegelijkertijd aan het denken zet over de moralisering van oorlogsthema’s. Het raakt, ontroert, maakt je op sommige momenten aan het glimlachen en zorgt ervoor dat je op een heel andere manier naar de dingen gaat kijken.











Opdracht 1: Maak een goede recensie





Tessa de Loo, geboren in 1946, studeerde taal- en letterkunde, waarna ze aan slag ging als lerares. Ze publiceerde haar eerste verhaal in 1975 in een bijlage van Vrij Nederland. Vele verhalen volgen en vanaf 1983 schrijft ze ook romans. Daarbij horen onder andere Isabelle (1989) en De tweeling (1993). Beide zijn verfilmd en De tweeling die verfilmt is in 2002 en zelfs een Gouden Kalf en Oscarnominatie in de wacht heeft kunnen slepen. Ook heeft het boek meerdere literaire prijzen gewonnen, zoals de Publieksprijs voor het Nederlandse Boek in 1994. Deze verschillende prijzen en prachtige recensies gezien, wordt van deze roman van 435 pagina’s verwacht een aangrijpend beeld te schetsen van de levens van een gescheiden tweeling en wordt er verzoening verwacht tussen de tweeling, die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog elk in een ander land hebben gewoond. Dit thema is zeer herkenbaar vanwege het feit dat de (oudere) Nederlanders soms erg moeite hebben met de Duitsers, die in de oorlog Nederland bezetten.





Twee bejaarde vrouwen ontmoeten elkaar bij toeval in het Belgische Spa. In elkaar herkennen ze hun tweelingzuster. Bijna 70 jaar geleden zijn ze van elkaar gescheiden en opgegroeid in een totaal verschillende wereld. Tijdens hun kuur vertellen ze elkaar hun levensloop. Nadat hun ouders overleden, werd Lotte meegenomen naar Holland vanwege haar tbc. Daar groeit ze op bij een oom en zijn gezin. Anna wordt door haar grootvader meegenomen naar een boerendorp, waar ze hard moet werken en later, als haar grootvader overlijdt en haar oom hertrouwt, ook nog eens te verduren krijgt met een onaardige stiefmoeder. Door de jaren heen verwatert het contact tussen de zusjes en als de oorlog uitbreekt hebben ze helemaal geen contact meer. De Hollandse Lotte vertelt haar verhaal over hoe ze joodse onderduikers hielp en staat wantrouwend tegenover de Duitse Anna, getrouwd met een SS-officier. Toch wordt Lotte aangegrepen en geconfronteerd door het verhaal van haar tweelingzus, die als gewone Duitse net zozeer heeft geleden als Lotte.





De tweeling is een prachtig boek over het toeval van twee zussen die elkaar na vele jaren weer terug zien. De schrijfster neemt je mee in twee verschillende verhalen, die toch sterk met elkaar verbonden staan. Ze schetst van beide zussen een heel goed beeld, omdat je je in allebei zeer goed kunt verplaatsen. Lotte, de Hollandse die onderduikers hielp in de oorlog, staat wantrouwend tegenover de Duitse Anna. Toch weet deze schrijfster je mee te nemen in Anna’s verhaal en medelijden met haar te voelen, omdat zij ook heeft geleden onder de oorlog.





De roman is vlot geschreven en heeft ook duidelijk taalgebruik. Sommige Duitse woorden maken sommige zinnen lastig om te lezen, maar over het algemeen kun je de betekenis uit de context halen. Het hele boek wordt je meegesleept door de twee verschillende verhalen die beide indruk maken op de lezer. Allebei maken ze een geloofwaardige indruk door hun leven duidelijk te schetsen en heb je het gevoel dat dit een waargebeurd verhaal is. Daarbij is ook het verhaal herkenbaar, omdat iedereen meestal meerdere verhalen heeft gehoord over de oorlog. Ook maakt dit boek de verhouding tussen sommige Hollanders en de Duitsers duidelijk, omdat die Hollanders alleen maar verwijt voelen tegen deze Duitsers, omdat ze nu eenmaal de ellende in de oorlog hadden veroorzaakt.





De conclusie is dat De tweeling een aangrijpende roman is met veel ontroering en medelijden en dat het boek zeker aangeraden kan worden aan lezers die erin geïnteresseerd zijn. Het is een redelijk vlot geschreven boek met een niet al te moeilijke stijl, zodat het ook eenvoudig is om door te lezen om te weten hoe het afloopt.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Alleen maar nette mensen door Robert Vuijsje"