Koerikoeloem

Beoordeling 7.6
Foto van Bas
  • Verslag door Bas
  • 5e klas havo | 4185 woorden
  • 24 februari 2016
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.6
  • 3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!



  1. Administratief

    :Naam:

    :Naam docent:

    15 januari 2016

    31 januari 2016

     

  2. Primaire gegevens

    Tjitske Jansen

    Koerikoeloem

    Niet aanwezig

    2007

    54 bladzijden

    De gedichten in Koerikoeloem hebben geen eigen titels, het is een lopend verhaal in gedichten.

     

  3. Secundair materiaal



    -Bron voor biografische gegevens:

    Auteur onbekend (jaartal publicatie onbekend) “Tjitske Jansen” https://nl.wikipedia.org/wiki/Tjitske_Jansen (Geraadpleegd op 26 januari)

    Recensie 1:

    ‘Vreemd, ik ben zacht gebleven’



Tjitske Jansen over haar tweede dichtbundel en de weg naar haar hart



Vrijdag 23 november 2007 door Ron Rijghard



‘Koerikoeloem’ heet de tweede bundel van Tjitske Jansen. Haar debuut, ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’, was het best verkochte poëziedebuut in decennia. ‘‘Het moest anders. Ik wilde ernstig en naïef zijn.’’



Tjitske Jansen: Koerikoeloem. Podium, 56 blz. €15,– De dichteres is zondag 25 november samen met Bas Haring en Remco Campert te gast bij Lezen &cetera Live in Theater Donner Rotterdam. Ziewww.nrc.nl/webshop.



Tjitske Jansen spreekt snel. Gejaagd. Van de hak op de tak. Ze lacht ook makkelijk, bijna voortdurend. Tijdens het interview huilt ze ook één keer, kort. Het is de emotie die haar nieuwe boek oproept: Koerikoeloem is autobiografisch en gaat over haar moeilijke jeugd, die ze deels doorbracht in pleegezinnen, en over haar leven als jonge vrouw. Jansen noemt haar boek een lang gedicht, al is het opgebouwd uit korte prozafragmenten; van soms één, soms een handvol per pagina. Tezamen vormen die situatieschetsen en anekdotes een chronologisch verhaal – op een manier die lijkt op hoe ze praat over haar boek.



‘‘Alle schrijven is therapeutisch. Als schrijven niet therapeutisch zou zijn, dan zou je verlicht moeten zijn. Ik denk niet dat er een verlichte schrijver rondloopt in Nederland. Schrijven kan je helpen als je ergens nog niet klaar mee bent. Het kan je bevrijden van iets dat je in zijn greep houdt en troosten bij een bepaald gevoel van paniek.



Dit nieuwe boek is heel persoonlijk. Maar ik heb het niet geschreven om exhibitionistisch te zijn. Het is eerder ‘inhibitionistisch’, als dat woord zou bestaan. Ik ben schaamteloos naar binnen. Dit ben ik, zonder masker. Dit is mijn leven zoals ik het beleefd heb. Het kan zijn dat het anderen pijn doet, maar dat is niet de bedoeling. Ik heb het voor mezelf geschreven. Dat het nu wordt gepubliceerd, interesseert me minder.



Bij veel boeken die nu verschijnen, zijn ironie en cynisme stijlmiddelen. Ik denk dat het tijd is voor iets anders. Cynisme is vaak intellectueel vertoon. Je moet er voorbij. Ik koester een sterk verlangen weer ernstig en onschuldig te zijn. Op de binnenkant van mijn deur hangt een bordje: Just have a good heart.



Dit boek is ook archetypisch. Ik hoop dat er bij jou luikjes opengaan, dat er een film in je hoofd gaat spelen van de mensen die er in jouw leven waren. Wat er in mijn leven is gebeurd is minder belangrijk dan de manier waarop ik ernaar kijk. Het lijkt logisch dat je een bepaald iemand wordt door wat je hebt meegemaakt, maar daar geloof ik niet in. Gezien wat ik heb meegemaakt, is het onlogisch dat ik ben wie ik ben geworden. Het is vreemd dat ik zacht ben gebleven. Met mijn achtergrond zou het logischer zijn geweest dat ik in een crimineel circuit terecht zou zijn gekomen. Gelukkig heb ik schrijftalent.



Ik noem de fragmenten in het boek maar gedichten. Eigenlijk is het één lang gedicht. Dat zit in de manier waarop het ingedikt is en waarop het gecomponeerd is. Ik hoop dat harten ervan open gaan. Het is bijna geschreven voor iemand waarvan ik hoop dat het een vriend wordt. Een vriend moet dit weten.



In een eerdere versie waren de fragmenten door elkaar gehusseld. Later heb ik ze thematisch geordend: school, vader, broer, pleeggezinnen, geliefden, psychiater. Er zit nu meer ontwikkeling in het verhaal. Dat losse maakte de gebeurtenissen lichter. Ik vind dit stoerder, want minder ontwijkend. Waarom ik in pleeggezinnen terecht ben gekomen, doet er niet toe. Als ik te veel uitleg, kun je je als lezer niet meer identificeren.



‘Koerikoeloem’ is een fonetische vorm van ‘curriculum’, waardoor het ook een toverspreuk wordt. Dat elk fragment begint met ‘Er was...’ is eigenlijk verzonnen door een leraar die een praatje hield bij mijn diploma-uitreiking voor theaterdocent. Hij had dertig Tjitske-momenten voor me opgesteld, in deze vorm.



Vind jij het meisje ongelukkig? Ik heb een brief van mijn vader die hij in 1976 schreef aan zijn schoonmoeder. Ik was vijf. Hij schreef: ‘Onze Tjitske is een geboren actrice. Ze zingt ‘ik ben een eenzaam paardje in de wei’, met een brok in haar keel, tranen in haar ogen en ontzettend veel plezier.’



In een fragment schrijf ik: ‘Er was iemand aan wie ik vroeg: hoe kan het dat wanneer ik me van binnen zo aan flarden voel, mensen er gelukkig van worden als ik mijn gedichten voordraag?’ Dat was zo in 2004 en 2005. Dat is veranderd. Ik ben nu gelukkiger dan ik me twee jaar geleden kon voorstellen dat ik kon worden.



Het is nieuw voor mij om te horen dat het boek naar het deel over de pleeggezinnen toe werkt. Ik bennooit echt geadopteerd, ik woonde bij andere gezinnen, soms een paar weken, soms een paar jaar. Maar ik weet niet goed wat ik daar van vind. Ik weet wel dat ik tot nu toe bij het voorlezen altijd ben gestopt waar het echt spannend wordt: bij de fragmenten waar mijn broer mij in elkaar slaat.



O jee, mensen gaan dat boek lezen en er iets over denken! Ik ga emigreren.



Het is belangrijk om ontdekkingen te doen. In taal, opdat je wakker blijft of wakker wordt. Of, zoals ik beschrijf, de ontdekking dat iemand heel erg boos op je kan zijn en dat dat niet betekent dat je dan weg moet.



Het verdrietige van adopteren is dat goede bedoelingen niet altijd genoeg zijn. Ik weet niet waarom je ergens geboren wordt. Ik weet wel dat mijn moeder en vader niet de allerbeste basis hadden om voor kinderen te zorgen. Maar als ze het niet hadden gedaan, was ik er niet geweest, dus ik ben ze dankbaar.



Wat ik heb moeten leren is dat je niet afgewezen kunt worden. Als ik een goed hart heb, en iemand gaat bij mij weg, dan is dat niet mijn probleem. Het is moeilijk om uit te leggen, juist omdat het zo belangrijk is, maar als ik oprecht ben, kan niemand me iets maken. Het is moeilijk als vrienden me niet begrijpen en ik kan echt wel dingen verkeerd zien, maar ik wil oprecht zijn, ik probeer dicht bij mijn hart te zijn en van daaruit te leven.



Kunnen schrijven is een reddend talent. Dat je niet weet waar je heen moet met jezelf en dat je de neiging hebt om dingen in elkaar te trappen en dat er dan een andere manier is. Schrijven is ook een manier om mezelf zichtbaar te maken.



Door op een podium te gaan staan, werd ik iemand anders. Veel krachtiger. Ik transformeerde. Ik voelde dat ik het kon, omdat die woorden al geschreven waren. Dat ik dus kwetsbaar kon zijn, wat ik buiten het podium niet kan. Ik ben nog altijd beter in op het podium staan dan in echt leven.



Kwade genius? Heb je het zo gelezen? Dat is helemááál niet de bedoeling. Voor mijn broer is het heel moeilijk dat hij iemand is die die dingen heeft gedaan. Hij zat in hetzelfde parket en hij had zijn manier om af te reageren. Dan moet ik het misschien anders opschrijven. Maar de eerste oplage is nogal groot. Ik kan het pas na zesduizend exemplaren veranderen. O, o.



Dat hij me sloeg was de officiële reden dat ik uit huis ging. Maar voor mij was het niet het enige wat er mis was, thuis.



Ik zei tegen mijn masseuse: mijn ouders waren niet bij elkaar omdat ze van elkaar hielden, maar uit angst. Toen moest ze hard lachen en zei: Tjitske, dat geldt voor de meeste mensen. Dat doet ook iets. Als je weet dat je ouders niet in staat zijn elkaar lief te hebben.



Ik merk dat het me raakt, dat ik het moeilijk vind. Dat het mijn broer pijn kan doen. Het kan mijn pleegouders pijn doen en dat is niet wat ik wil.



Behalve dat het me zorgen baart, heb ik er ook genoegen in. Dan hadden mijn pleegouders me maar geen Etos-tegoedbon voor mijn verjaardag moeten geven. Je kunt het wel vervelend vinden om dat over jezelf te lezen, maar het is een feit. Het enige wat ik heb verzonnen is dat de bon eigenlijk de dag ná mijn verjaardag op mijn ontbijtbord lag, toen ik bij hen langs kwam.



Maar ik heb echt veel van hen gehouden en ze hebben veel voor mij gedaan en ik wil ze geen pijn doen, maar misschien ben ik nog wel heel boos.



Het lullige is dat nooit iemand mij pijn heeft willen doen. Die mensen hebben voor mij gezorgd, ze hebben zich over mij ontfermd. Ik denk dat pleegkinderen dat gevoel herkennen: dat je daarvoor al dankbaar moet zijn, maar dat je daardoor altijd op je tenen loopt en beleefder bent dan als je een eigen kind zou zijn.



Niet dat ik me zo voorbeeldig heb gedragen, juist niet, bij die gezinnen had ik er geen zin meer in en was ik vrijwel onmogelijk, denk ik. Eigenlijk is dit boek een daad van liefde. Het is een verlangen mij te laten kennen en te laten zien hoe ik dingen heb ervaren.



Ik ben nu 36. Ik kan nu dingen begrijpen. Mijn pleegvader deed daar een beroep op: Je kan toch nu bepaalde dingen begrijpen? Maar het is juist belangrijk dat ik kan opschrijven hoe het is geweest. Dit is de weg naar mijn hart. Er kan geen geboorte zijn zonder geschreeuw.







Recensie 2)



De minst saaie dichteres van Nederland



RECENSIE: Tjitske Jansen - Koerikoeloem





woensdag 09 januari 2008 / door: Dafne Jansen 0 Sterren



.



Tjitske Jansen heeft de gedichten uit haar nieuwe bundel al voor verschijning tijdens diverse optredens voorgedragen, bijvoorbeeld tijdens een avond rondom de Amerikaanse dichter Mark Strand. Strand schrijft prachtige poëzie om te lezen, maar de voordracht ervan bleek in een broeierig Academiegebouw in Utrecht slaapverwekkend. Het omgekeerde was het geval bij Jansen. Zij schrijft ogenschijnlijk simpele poëzie die juist tot leven komt als ze voorgedragen wordt. Zo werd die avond een flauw stukje tekst over oesters (de eerste oester die Jansen at was blijkbaar precies goed) ineens een innemende monoloog over het verschil tussen optimisten en pessimisten.



Prinses Tjitske



Eén ding heeft Koerikoeloem in ieder geval gemeen met haar voorganger: de verwijzingen naar sprookjes, waar Jansen vervolgens een geheel eigen draai aan geeft. Niet alleen in de aanhef van de verschillende fragmenten, die zonder uitzondering ‘Er was’ of ‘Er waren’ luidt, klinkt dit door, maar ook vind je Sneeuwwitje, Vrouw Holle en de grote boze wolf terug. In het universum van Jansen runt Vrouw Holle een opvanghuis voor sprookjesfiguren en verzucht Sneeuwwitje dat trouwen met een prins geen garantie is voor geluk. Goed gevonden, maar niet verrassend meer na Het moest maar eens gaan sneeuwen.



Hier houden de overeenkomsten tussen debuut en opvolger niet op. Ook deze bundel is een opeenvolging van jeugdherinneringen, al lijkt de dichteres inKoerikoeloem nog eerlijker en kwetsbaarder:



Er was een Amnesty International-avond waarop ik, als kind, op het podium liedjes zong over vrede. De vrede waarover ik zong, vond ik minder belangrijk dan dat iedereen hoorde hoe mooi ik kon zingen.



Maar als thema’s, motieven en Jansens ontwapenende stijl bijna exact hetzelfde zijn gebleven, waarom heeft deze tweede bundel dan toch vier jaar op zich laten wachten?



Actrice Tjitske



Er is tenminste wel één opvallend verschil tussen Het moest maar eens gaan sneeuwen en Koerikoeloem: de vorm. Jansen heeft een dichtbundel geschreven die eigenlijk geen dichtbundel is. Wat is het dan wel? Het is ook zeker geen proza, maar eerder een theatermonoloog. Volgens de dichteres is het één lang gedicht, precies lang genoeg om in één ruk uit te lezen. En toegegeven, daar heeft ze gelijk in. Herhaalde lezing roept echter meer en meer de gedachte op dat Jansen gebruik maakt van een trucje. Ze legt al haar angsten en onzekerheden op tafel voor de lezer, en als deze een negatief oordeel velt over haar werk, wijst hij daarmee in feite de dichteres zelf af. Illustratief voor deze tactiek is het volgende fragment:



Er was een avond waarop ik wakker lag van de liefde voor mijn pleegmoeder. Toen ik het durfde, ging ik mijn bed uit, de trap af. Ik zat naast haar op de bloemetjesbank en zei: ‘Ik hou van jou. Ik hou zoveel van jou en ben bang dat je niet evenveel van mij houdt.’



Het is een truc waar binnen de literaire wereld misschien niet zo gretig gebruik van wordt gemaakt, maar de gemiddelde acteur bedient zich er graag van. Jansen is een actrice, en is zich daar zelf zeer van bewust. In een interview met het AD zei Jansen: “Mijn vader zei toen ik vijf was over mij: ‘Tjitske is een geboren toneelspeelster, ze loopt in de kamer het liedje Ik ben een klein verdrietig paardje alleen in de wei te zingen met tranen in haar ogen, een brok in haar keel en geweldig veel plezier’.”



Podiumdier Tjitske



Wie op internet naar lezersreacties zoekt op Jansens eerste bundel vindt tegenstrijdige posts op poëzieblogs, die variëren van ‘ontroerend’ tot ‘kinderlijk’ en van ‘authentiek’ tot ‘amateuristisch’. Koerikoeloem zal ongetwijfeld een zelfde dualistische ontvangst ten deel vallen. De ene dag ben ik met de optimisten eens, de andere dag met de pessimisten. Maar uiteindelijk is Tjitske de dichteres voor mij niet los te zien van Tjitske het podiumdier. Alles wat haar poëzie op papier vaak mist, komt tot leven zodra ze voorgedragen wordt. Koerikoeloem zou ik dus pas aanschaffen als er een cd-tje bij de herdruk zit, en tot die tijd moet je vooral in de gaten houden waar Jansen optreedt.







 




  1. De vijf gedichten die me aanspreken

    1) Er waren mijn ouders die ik bewonderde. We waren in een ander land. Zij waren hier net als ik voor her eerst en toch wisten zij de weg. (Blz. 12)



    1. Dat ouders altijd op de meest vreemde dingen alles weten waar je, je als kind altijd over verbaasde.

    2.           A. -

                  B. Het onderwerp van dit gedicht zijn je ouders.

                  C. Het symbool dat is gebruikt om herhaling aan te duiden is het versterken van het gebied dat de ouders er ook voor het eerst waren in dat desbetreffende land.

    3. Voor deze bundel is het een relatief klein gedicht met maar drie kleine korte zinnen.

    4. Het onderwerp van dit gedicht is de ouders en de schrijfster heeft hier bewondering  voor haar ouders. Haar bedoeling is dat aanprijzen. Dat zie je aan het aller begin van het gedicht waarin staat ‘Er waren mijn ouders die ik bewonderde’.

    5. Er is geen duidelijk verband tussen dit gedicht en de titel van de bundel, wel is er een verband met de andere gedichten. Ze heeft bewondering voor degene die haar hebben opgevoed. Dit zie je later ook op de manier hoe ze over haar peetouders praat.

    6. Ik vind het een mooi gedicht en heb hem gekozen omdat ik hem erg herkenbaar vind uit eigen ervaring. Vroeger toen ik met mijn ouders op vakantie waren zijn we redelijk vaak verdwaald en mijn ouders wisten altijd weer terug te komen.















2) Er was mijn broer die mijn liefdesbriefjes voor een dubbeltje per stuk verkocht op het schoolplein. (Blz. 21)



1. Het gaat over het geplaag tussen broer en zus, in dit geval is het weer wat extremer en gebruikt hij haar om geld te verdienen.

2.           A. -

              B. Het onderwerp in dit gedicht is de relatie tussen broer en zus.

              C. Dit  gedicht heeft geen symbool die betrekking heeft tot een herhaling of iets dergelijks.

3.  Het bijzondere van dit gedicht is dat het een apart gedicht is die hoort bij de vorige. Ze zijn samen een maar kunnen toch los van elkaar bekeken worden.

4. Dit gedicht gaat over de relatie tussen broer en zus. De schrijfster geeft een voorbeeld van hoe haar broer haar vroeger soort van gebruikte om geld te verdienen. Er is een schrijfstijl gebruikt waarmee ze kan klagen maar niet klagend maar op een grappige manier overkomt.

5. De overeenkomst met andere gedichten is dat deze doorloopt op het gedicht dat hieraan voorafgaat.

6. Ik heb deze gekozen omdat ik het wel een leuk en origineel stukje uit de bundel vond. Een beetje herkenbaar is het wel, omdat ik vroeger toen ik en vooral mijn broertje nog klein waren ik heb vaak genoeg de schuld heb gegeven om ergens onder uit te komen.



3) Er was de juffrouw die aan ons vroeg wie van ons wel in Jeuzs’ plaats had willen sterven. Ik stak mijn vinger op. Ik zag mezelf al. Op de helling van gras naast de Barnaveldse beek. Aan een groot houten kruis. Ik dacht niet aan de pijn. Wel aan het feit dat ik dan een held was. Het opsteken van mijn vinger was niet het goede antwoord. Het goede antwoord was dat Jezus de enige was die dat zou willen, die dat kon, die dat voor de mensen over had. (Blz. 29)



1. Het gaat over dat zij op een andere en veel positievere manier dacht en overal alleen maar leuke gedeelte in vond.

2.           A. -

              B. Het onderwerp in dit gedicht is het positieve denken van de schrijfster.

              C. Het symbool van herhaling is gebruikt om aan te duiden wat het goede antwoord nou echt          was.

3.  Het bijzondere in dit gedicht is dat het kinderlijk en vrolijk denken erg wordt benadrukt.

4. Het gedicht gaat dus over het vrolijke en kinderlijk denken wat begon met een vrolijk gevoel en wat minder vrolijk eindigde omdat haar blije antwoord zo fout was.

5. Er is geen duidelijk verband met zowel de titel als met de andere gedichten uit deze bundel.

6. Ik heb dit gedicht gekozen omdat ik vind dat er een grappige twist is gegeven aan zoiets simpels als een vraag aan kinderen van de basisschool.

















4) Er was dezelfde iemand met wie ik ruziemaakte omdat hij van mening was dat je op een stoel moet kunnen zitten. Als een kunstenaar een stoel maakt waar je niet op zitten kunt slaat dat nergens op en is die stoel geen stoel. Vond hij.



1. Het gaat over hoe knullig mensen ruzie kunnen maken in een relatie.

2.           A. -

              B. Het onderwerp van dit gedicht is het knullige ruzie maken met iemand waar je veel van             houdt.

              C. Er is hier geen gebruik gemaakt van een symbool en/of een duidelijke herhaling.

3. Dit is een gedicht die wel representatief is met de rest van de bundel als je kijkt naar het aantal regels. Het is na mijn mening wel op een iets andere manier geschreven als de andere gedichten.

4. Het gedicht gaat over onbenullige ruzies die je kan maken en over de manier hoe mensen verschillend over dingen denken. Dat zie je aan de laatste zin/twee woorden, ‘Vond hij’.

5. Dit gedicht heeft geen duidelijke overeenkomst met de titel maar wel met de andere gedichten. Ook dit is een opsomming van het gedicht wat hiervoor stond.

6. Ik heb hem gekozen omdat ik hem wel komisch en herkenbaar vond. Dit is precies de manier zoals ik zal kunnen denken en de manier zoals ik het zal brengen.







5) Er was iemand met ogen in de kleur van chocolade. Puur. (Blz. 51)



1. Het gedicht gaat simpelweg over de kleur ogen van een persoon.

2.           A. -

              B. Het onderwerp van dit gedicht is de kleur ogen van een persoon.

              C. Er zijn geen symbolen en/of bepaalde manier van herhaling gebruikt in dit korte gedicht.

3. In vergelijking met de andere gedichten is dit natuurlijk een hele korte met op het eerste oogopslag niet echt een diepe boodschap. Er is wel gebruik gemaakt van beeldspraak. Met de kleur van chocoladen wordt een hele mooie kleur bruin genoemd.

4. Het gedicht gaat over de mooie bruine ogen van een bepaald persoon dat weet je doordat er wordt genoemd: ‘de kleur van chocolade. Puur’. Hiermee wordt aangeduid dat het mooie ogen zijn.

5. Er is helemaal geen verband met de titel van de bundel en ook niet met de rest van de gedichten. Misschien om aan te duiden dat iedereen zijn mooie kanten heeft.

6. Ik heb deze gekozen omdat toen ik hem las ik meteen aan de mensen in het Afrikaanse land Malawi waar ik vorig jaar twee weken ben geweest. Voor mij zit er dus een heel andere diepere boodschap in dan dat de schrijfster waarschijnlijk bedoeld en wat andere mensen vinden.

 




  1. De analyse van de gedichten

    I. Over de hele bundel




    1. Tjitske is geboren op 3 maart 1971 in het dorpje Barneveld. Vanaf haar 12e is tijdelijk gaan wonen in pleeggezinnen, dit kan je ook lezen in deze bundel. Op school heeft ze VWO afgerond en is studeerde daarna af in beeldende kunst en theater bij de Hogeschool voor kunsten in ons eigen Arnhem, ook heeft ze de opleiding Nederlands gestart bij de Radboud Universiteit. Deze heeft ze niet afgerond. Haar debuutbundel kwam in het jaar 2003 met de titel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’ hiervan werden 15.000 exemplaren van verkocht Koerikoeloem is haar derde en drie na laatste bundel die ze tot nu heeft geschreven.

    2. Deze gedichtenbundel gaat over verschillende gebeurtenissen in het leven van Tjitske Jansen. Het is een lopend verhaal met korte gedichtjes, soms hebben deze maar een regel en andere rond de 6/7. Het meest opvallende van deze bundel is dat elk gedicht van begin tot eind begint met de twee woorden ‘Er was’.

    3. Koerikoeloem is een foute spelling van het woord curriculum wat een synoniem is van het woord leerplan. Elke studie heeft dus een curriculum. Veel van haar gedichten gaan over de tijd op haar school, zowel haar basisschool, middelbare als de vervolgopleiding.

    4. Er was iemand die zei: ‘Kijk, dit is nou tufsteen.

    Dit is het titelgedicht. Het verband is dat ook dit gedicht begint met de woorden ‘Er was’.

    5. De titel heeft geen speciale inleiding na mijn idee. De gedichten hebben ook niet elk een eigen titel. De gezamenlijke kenmerk van het gedicht zoals al erder genoemd zijn de eerste twee woorden van elk gedicht, wat de bundel tot een verhaal maakt maar ook elk gedicht tot een eigen uniek gedicht.

    6. Dit is de eerste dichtbundel die ik ooit gelezen heb en persoonlijk las ik er makkelijk doorheen. Dat komt denk ik omdat elk gedicht een levensgebeurtenis is uit het leven van de schrijfster, sommige dingen herken je hier in en sommige (gelukkig) ook niet zoals het leven in een peetgezin. Ik vond het dus redelijk leuk om te lezen en ging er ook wel redelijk makkelijk en snel doorheen terwijl ik verwachtte dat ik heel veel niet zal snappen en dingen vaak over moest lezen maar dat was dus niet zo, het was een erg makkelijke bundel. Ik zal deze bundel wel aanraden, omdat het een leuke bundel is om te lezen. Het meest leuke eraan is vind ik dat je sommige dingen dus herkent zoals het eerste gedicht dat ik er specifiek heb uitgekozen.



              II

             
Kijk D, gekozen gedichten.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.