Kaas door Willem Elsschot

Beoordeling 4.3
Foto van een scholier
  • Verslag door een scholier
  • 3e klas havo | 4215 woorden
  • 6 juni 2016
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.3
  • 4 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Methode
Eerste uitgave
1933
Pagina's
114
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
1 uit 5
Verfilmd als

Boekcover Kaas
Shadow

Frans Laarmans is een beetje uitgekeken op zijn saaie ambtenarenbaantje. Als zich de kans voordoet om in ‘de handel’ te gaan, grijpt hij die met beide handen aan en zo wordt hij ‘algemeen en officieel vertegenwoordiger voor België en het Groot-Hertogdom Luxemburg’ van een Amsterdamse kaasfirma.

Meteen al krijgt hij een ‘proefzendi…

Frans Laarmans is een beetje uitgekeken op zijn saaie ambtenarenbaantje. Als zich de kans voordoet om in ‘de handel’ te gaan, grijpt hij die met beide handen aan en zo …

Frans Laarmans is een beetje uitgekeken op zijn saaie ambtenarenbaantje. Als zich de kans voordoet om in ‘de handel’ te gaan, grijpt hij die met beide handen aan en zo wordt hij ‘algemeen en officieel vertegenwoordiger voor België en het Groot-Hertogdom Luxemburg’ van een Amsterdamse kaasfirma.

Meteen al krijgt hij een ‘proefzending’van tienduizend volvette Edammers in zijn maag gesplitst, waar hij een geschikte opslagruimte voor moet zien te vinden. Het opzetten van een eigen kantoor en het werven van goede verkopers blijkt ook al niet zo makkelijk. Kortom: het wordt een – alleen voor de lezers hilarisch - drama. Een illusie armer keert Laarmans terug naar zijn oude nederige bestaan.

Kaas door Willem Elsschot
Shadow

Kaas



Image1.jpg





 



 



 



 



 



 



 



 



 



Willem Elsschot







 

































H5B





 



Formele gegevens











Hij is geboren als zoon van een bakker. Hij ging naar de middelbare school in Antwerpen en kreeg daar les van een Vlaamse schrijver. Door deze lessen kreeg hij veel interesse in literatuur, het gevolg was dat hij zijn VWO niet afmaakte.



Hij werd handelscorrespondent in Schiedam op het kantoor van Werf Gusto. Hij vertelde daar veel verhalen, een collega adviseerde hem deze verhalen op papier te stellen.



Hij heeft verschillende prijzen gewonnen, zoals de Vijfjaarlijkse Staatsprijs van België voor verhalend proza, Constantijn Huygensprijs en de Staatsprijs ter bekroning van een schrijversloopbaan.







Frans Laarmans gaat handelen in kaas, dit zet zijn leven totaal op z’n kop.















Ik luister zwijgend naar die stem

Die hijgt en hees is, maar vol klem

Die in mineur zingt bij ’t verwensen

Van ’t alledaagse in de mensen.



Ik volg de hoeken van die mond

Een kwalijk toegegroeide wond

Die alles uitdrukt, als hij lacht,

Wat hij zo fel in woorden bracht.



Hij heeft een vrouw en kroost en vrinden

Hij heeft een hele hoop beminden

Waar hij plezier aan heeft als geen

Toch staat Jan Greshoff heel alleen



Hij zoekt en hij kijkt, hij hoopt en wacht

Van d’ene nacht tot d’andere nacht.

Hij hoort iets en komt overeind:

Hij wacht in Brussel op zijn eind



Vooruit Janlief, hanteer de riem,

En geef die rotzooi striem op striem!

Vaag al dat vee van uwe baan

Zo lang uw hart nog mee wil gaan



Jan Greshoff is een Nederlandse journalist en schrijver. Hij heeft Elsschot ertoe aangespoord om het boek "Kaas" te schrijven.













Inhoud









Frans Laarmans werkt als klerk op het kantoor van de General Marine and Shipbuilding Company. Zijn moeder is dement en ze gaat steeds verder achteruit. Op een nacht komt zijn zwager aan de deur om te vertellen dat zijn moeder stervende is. Hij gaat met hem mee en is erbij als zijn moeder overlijdt. Als hij eind van die nacht thuis komt, zegt hij tegen zijn vrouw dat de situatie van zijn moeder niet veranderd is. Op de begrafenis komt hij Van Schoonbeke tegen, een bekende van zijn broer. Zijn broer is dokter. Van Schoonbeke nodigt hem uit om een keer op bezoek te komen.





De vrienden van Van Schoonbeke zijn rechters, advocaten, kooplieden en bezitten allen auto's. Laarmans voelt zich daar niet thuis: ze praten daar over zaken waar hij niet over kan meepraten. Van Schoonbeke vraagt hem op zekere dag om vertegenwoordiger in België van een grote Nederlandse firma te worden, die handelt in volvette Edammers. Hij gaat naar Amsterdam en krijgt een brief mee van Van Schoonbeke die hij aan Hornstra moet geven. Hornstra is een kaashandelaar. Tijdens het gesprek met Hornstra is Hornstra vooral gefixeerd op de aanbeveling van Van Schoonbeke. Deze heeft veel indruk gemaakt op Hornstra en zo krijgt Laarmans een contract.





Terwijl hij in de tram naar huis zit, voelt hij zich al een heel ander mens. Hij denkt na over het lot van klerken, die altijd nederig moeten zijn. Thuis gekomen probeert hij zo gewoon mogelijk te doen, maar zijn vrouw en zoon merken dat er iets aan de hand is. ’s Avonds als de kinderen er niet bij zijn, vertelt hij het nieuws aan zijn vrouw. Laarmans wil zijn baan bij de General Marine and Shipbuilding Company al opzeggen, maar zijn vrouw raadt hem dat af, ook leest zij zijn contract nauwkeurig door. Laarmans heeft niet nagedacht over de zin dat hij elk moment ontslagen kan worden, als hij zijn werk niet goed doet.



Zijn vrouw vindt het fijner als hij zijn contract bij de General Marine and Shipbuilding Company niet opzegt, maar het contract behoudt. Dus zijn broer schrijft een brief dat hij aan zenuwen lijdt en hierdoor niet meer kan werken.



Laarmans vindt dit erg spannend om te melden op zijn werk, er wordt afgesproken dat hij zijn loon niet doorbetaald krijgt.





Laarmans wordt voor de firma Hornstra algemeen vertegenwoordiger voor België en het Groothertogdom Luxemburg. Hornstra zal hem om te beginnen twintig ton volvette Edammer sturen. Laarmans krijgt vijf procent van de verkoopprijs, een vast salaris van driehonderd gulden per maand en reiskostenvergoeding. In Antwerpen aangekomen, gaat hij naar de wekelijkse bijeenkomst bij Van Schoonbeke. Deze stelt hem nu voor als 'mijnheer Laarmans, groothandel in voedingswaren'. Laarmans gedraagt zich veel zelfbewuster dan voorheen en de gasten nemen nu ook een andere houding aan. Wanneer van Schoonbeke Laarmans uitlaat, wenst hij hem veel succes met de kaas.





Laarmans begint nu met het inrichten van zijn kantoor. Dit blijkt een moeilijke klus: zijn vrouw wil niet dat hij een gloednieuw bureau koopt, dus gaat hij naar veel tweedehands winkels. Hij vindt het vervelend om dan niets te kopen, dit resulteert erin dat hij allerlei rare spullen koopt. Ook is hij bang om collega’s tegen te komen, want hij weet helemaal niet hoe je je moet gedragen als je zenuwen hebt.



Het kantoor komt in een kamertje in het huis naast de badkamer. Hij wil een firmanaam hebben voor op zijn briefpapier. Hij begint met de naam 'Kaashandel' en komt uiteindelijk uit op 'General Antwerp Feeding Products Association', afgekort GAFPA. De familie Laarmans krijgt ook telefoon. 





Thuis hoort hij dat de kaas aangekomen is. Iemand heeft gebeld, maar niemand weet waar de kaas is. Ida, zijn dochter, is de naam vergeten. Er heerst een geprikkelde stemming. 

De volgende morgen belt iemand van het Blauwhoedenveem om te vragen waar de kaas heen moet. Laarmans vraagt wat er gewoonlijk met Edammers gebeurt en de man zegt dat hij een lijst met kopers nodig heeft. Laarmans gaat naar de opslagplaats en laat de 10.000 kazen, verpakt in 370 kisten, opslaan in de kelders. Ze merken daar aan hem dat hij erg onervaren is. Eén kist laat de man thuis bezorgen, omdat de eigenaar van het Blauwhoedenveem meent dat hij monsters nodig zal hebben. 

Thuis wil iedereen van de kaas proeven. Zijn broer komt langs en vraagt of er al veel kaas verkocht is. Dat blijkt niet het geval te zijn en hij adviseert op te schieten met de verkoop. 's Avonds schrijft Laarmans een brief op Van Schoonbeke zijn schrijfmachine aan Hornstra. Hij neemt gelijk een halve kaas mee. Op de bijeenkomst bewondert iedereen de kaas van Laarmans, want Van Schoonbeke heeft de kaas bewaard voor de bijeenkomst. Laarmans belooft de kaas te leveren tegen de prijs van de groothandel. 

Laarmans bezorgt de kazen zelf. Het zijn er zeven en een half. Zijn broer rekent uit dat als dit in zo'n tempo voortgaat hij de kazen pas over dertig jaar verkocht heeft. Laarmans plaatst dan een advertentie om agenten aan te stellen over delen van België en Groothertogdom Luxemburg. Hij krijgt ruim tweehonderd sollicitatiebrieven binnen, maar geen enkele uit Groothertogdom Luxemburg.



Op een middag staan er drie collega's van de scheepswerven op de stoep. Ze brengen een tric-trac spel met een zilveren plaatje met inscriptie erop. 

Laarmans stelt dertig agenten aan, die werken op commissiebasis. Hij drukt fraaie bestelbonnen, maar er komen geen bestellingen. Hij besluit twee agenten te bezoeken. De ene man blijkt onbekend te zijn op het opgegeven adres en de andere man zegt dat de kaaszaken hem niet interesseren.



Op de volgende bijeenkomst zegt Van Schoonbeke dat hij plaatsvervangend voorzitter wordt van de Vakbond van Belgische kaashandelaren. Hij moet verschijnen op het Departement van Handel met een deputatie onder zijn voorzitterschap. Men wil de verhoging van de invoerrechten ongedaan krijgen of verlagen. Laarmans wil niet op de voorgrond treden, want hij is bang voor publiciteit. Als Laarmans daar zit met vier andere mensen in kaas, nemen zij het woord. Op een gegeven staat Laarmans op en zegt met luide stem 'ik heb er genoeg van'. De directeur-generaal, geschrokken, verlaagt de invoerrechten met vijf procent en hetzelfde voor het volgend jaar. Daarna treedt Laarmans af. 



Hornstra belt dat hij langs zal komen om de verkochte kaaspartijen af te rekenen. Laarmans krijgt het benauwd, omdat er nog geen orders binnen zijn en gaat zelf op pad. Eerst neemt hij een korte les voor verkopers die moeite hebben met hun verkoop, waarover hij in de krant had gelezen. Met deze informatie gaat hij naar een winkel waar ze zuivelproducten verkopen, na zich moed te hebben ingedronken in een café. Hij wordt ontvangen door de eigenaar die zegt dat hij ook bij Hornstra in dienst is geweest. Thuis hoort hij dat Jan, zijn zoon, een hele kist heeft verkocht aan de vader van een vriendje. Laarmans bezorgt de kaas per taxi. Ida had het ook geprobeerd en wordt nu voor kaasboerin uitgemaakt op school. 





De zoon van de notaris zegt dat zijn vader bereid is de Gafpa-onderneming te 'commanditeren'. De zoon heeft een plan waarmee hij zijn vader kan oplichten. Laarmans geeft aan dat hij via Van Schoonbeke antwoord op dit aanbod zal geven. Laarmans spijkert de kisten met kaas dicht die in de kelder stonden en brengt die per taxi terug naar Blauwhoedenveem. Hij denkt terug aan hoe hij die hele kaashandel heeft kunnen aannemen. Hij denkt dat hij te meegaand is, hij had de moed niet de aanbieding van Van Schoonbeke af te slaan. 

Laarmans wacht op de komst van Hornstra, maar besluit de deur niet open te doen. Hij stuurt het geld per brief en de kazen liggen veilig opgeborgen. Als Hornstra komt doet hij of hij niet thuis is. 



Laarmans wordt hartelijk ontvangen bij de General Marine. Hij beseft nu dat hij het daar eigenlijk best naar z'n zin had. 

Laarmans schrijft aan Hornstra dat hij niet door kon werken wegens gezondheidsredenen. Drie dagen later ontvangt hij alsnog een bestelbon voor vierduizend tweehonderd kilo van een ijverige agent uit Brugge. Van Schoonbeke belt Laarmans om te vragen waar hij blijft. Van Schoonbeke heeft Hornstra aan de telefoon gehad en Hornstra zei dat het hem speet dat Laarmans stopt. Hij gaat woensdag weer, de notariszoon is ook aanwezig. Deze is niet sympathiek. Laarmans bezoekt het graf van zijn ouders met een bos chrysanten, die hij zich liet aanpraten. 

Over kaas wordt thuis niet meer gesproken. Mevrouw Laarmans is zo verstandig de komende tijd geen kaas meer op tafel te zetten.







Het gezin van Frans blijft een beetje op de achtergrond, maar is een heel belangrijke factor in het verhaal. Het is zijn gezin dat hem steunt in zijn onderneming, al zien ze aankomen dat de kaasonderneming waarschijnlijk gaat mislukken.





Toekomstproblematiek



De hoofdpersoon is een doodgewone man met een doodgewone baan. Hij komt echter in aanraking met mensen uit een wat hogere klasse (of die zich zo voordoen) en voelt zich door hen niet serieus genomen. Doordat hij bij hen wil horen, verliest hij zichzelf en wat echt belangrijk is uit het oog.





Maatschappijkritiek



Laarmans voelt de druk van de maatschappij om meer te zijn dan hij eigenlijk is. Om aan die druk te voldoen, gaat hij zichzelf totaal voorbij. Hij stort zich in een overmoedig zakenavontuur waar hij helemaal niets van af weet en totaal geen interesse in heeft. Door de wil om iets - of iemand - te zijn die hij niet is, verliest hij de realiteitszin: hij gaat op in de waan dat hij zomaar zijn baan op wil zeggen om een carrièreswitch te maken die hem totaal niet ligt.







Het boek beschrijft hoe Frans Laarmans van een niemand een iemand probeert te worden omdat hij geen mislukkeling wil zijn. Hij wil voldoen aan een maatschappelijk wenselijk beeld. Frans Laarmans probeert iets te zijn wat hij niet is en komt er al doende achter dat hij daar helemaal niet gelukkig van wordt.







Frans is een vrij simpele man die een beetje last lijkt te hebben van een midlife-cisis. Hij is behoorlijk naïef en overmoedig en zijn onderneming is gedoemd te mislukken. Hij is ongeveer vijftig jaar oud en werkt als klerk.





Meneer Van Schoonbeke



Meneer Van Schoonbeke is een rijke, oudere man die Frans Laarmans probeert te helpen hogerop te komen.





Fine Laarmans



Fine is de vrouw van Frans en ze fungeert als zowel ondersteunende als remmende factor. Ze wil hem behoeden voor mislukking, maar wil hem daarbij geen gezichtsverlies laten lijden.











Verteltechniek











De vertelde tijd is dus ruim drie maanden.





















Literaire achtergronden

















Bron: Trouw



Een droom versneden tot toiletpapier



Jaap Goedegebuure − 01/10/05, 00:00



RECENSIE In Elsschots beroemde 'Kaas' probeert een muizerige klerkHollandse kaas aan de man te brengen. Wat jammerlijk mislukt. Elsschots dochter meende dat haar vader zichzelf hierportretteerde. Maar het fascinerende van 'Kaas' is dat het zichtegen interpretatie verzet.



Elsschot verzekerde anderen altijd dat hij nooit iets verzon.De vraag is dus of hij een magneet was voor uitzonderlijkesituaties of dat er iets anders aan de hand was. Zijn jongstedochter Ida had daar zo haar eigen mening over. In het boekje datze over haar vader schreef, levert ze een eigenzinnigeinterpretatie van 'Kaas' waarmee Elsschot, na jarenlang wrokkenover 'miskenning', zijn comeback maakte. We moeten hettragikomische 'Kaas' lezen als een sleutelroman, luidt haaradvies. De onverkoopbare kaas (Hollandse kaas!) waarmeeAntwerpenaar Frans Laarmans zit opgescheept, staat voor hetwansucces van de vier titels ('Villa des Roses', 'Eenontgoocheling', 'De verlossing' en 'Lijmen') die Elsschot voor1930 had gepubliceerd. Meneer Van Schoonbeke, de patriciër diezich als mentor over onze antiheld ontfermt, is eigenlijk deliterator Jan Greshoff. Die had er immers met succes bij Elsschotop aangedrongen de pen opnieuw ter hand te nemen. Ook de zinwaarmee 'Kaas' opent: (,,Eindelijk schrijf ik je weer omdat ergrote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheerVan Schoonbeke''), krijgt in dit verband een speciale betekenis.



Ida's oplossing van het Kaas-cryptogram is ingenieus, maarzeker niet de enige ingang tot het raadsel Elsschot. Om maar wattegenwerpingen te maken: Elsschot mocht dan lang teleurgesteldblijven over het uitblijven van waardering en succes, in zakenging het hem voor de wind. Dus waarom zich spiegelen in eenschlemielige kantoorklerk? En dan die Van Schoonbeke, toch minof meer de Mefistofeles die Laarmans op het spoor van deonverkoopbare kaas zet. Hem met Greshoff in verband brengen isvloeken in de kerk, want Greshoff had Elsschots vastgelopenschrijverschap juist vlotgetrokken.



Veel aanlokkelijker is het om de mysteries en mystificatiesrondom Elsschot zoveel mogelijk intact te laten. En dedubbelzinnigheden zoveel mogelijk in het volle licht te zetten.In 'Kaas' richt de geslaagde sjacheraar en sjoemelaar De Ridder(zeg maar de Boorman in hem) zijn spot op zijn schaduwzijde, dezwakkeling Laarmans. De burgerman die zich ertoe laat verleidende wereld van de grote jongens te betreden, is een angsthaas entegelijk een huistiran. Binnen de muren van zijn woning pocht hijover de successen die hij nog moet behalen, maar intussen is hijbang voor de spiedende blikken van de buurvrouw. Uiteindelijkdruipt hij als een geslagen hond af naar het kantoor waar hij metzoveel aplomb drie maanden onbetaald ziekteverlof heeft genomen,als voorschot op zijn triomfantelijke ontslagaanvraag.



Elsschots humor mag dan misschien wat gedateerd zijn (dat isoverigens het lot van vrijwel alle humor), in het met bijtendeinkt neerzetten van schande en schaamte kent hij nog steeds zijnweerga niet. Zelden kwam hoogmoed zo bespottelijk en tegelijk zotreurig voor de val als in 'Kaas'. Laarmans beleeft hetdieptepunt van zelfinzicht en zelfverachting wanneer hij besluitde kaashandel op te geven en duizend vel briefpapier met deopdruk General Antwerp Feeding Products Association (GAFPA) teversnijden. ,,Het blanco gedeelte heb ik er afgeknipt. Dat kante pas komen voor Jan en Ida. En 't andere stukje is voor dewc.''



Er is in deze roman ook plaats voor deernis, is het niet bijLaarmans zelf, dan wel bij zijn gezin. Zoon Jan doet zijn bestom iets van vaders eer te redden en verkoopt zowaar een kistkaas. Dochter Ida laat zich op school het scheldwoord'kaasboerin' welgevallen. En echtgenote Fine ziet toe dat er nahet debacle voorlopig geen kaas meer op tafel komt. Vandaar deslotzinnen: ,,Brave, beste kinderen. Lieve, lieve vrouw.''



Bron: NRC-boeken



Kunst of kaas?



Vrijdag 25 juli 2003 door Arjen Fortuin



In een serie over heruitgegeven klassieken deze week `Kaas' van Wilem ElsschotHoe weerzinwekkend kan kaas zijn? `Reusachtige Gruyères, als molensteenen, deden dienst als fondament en daar bovenop lagen Chesters, Gouda's, Edammers en talrijke kaassoorten die mij volkomen onbekend waren, een paar van de grootste met opengespalkten buik en blootliggende ingewanden. De Roqueforts en Gorgonzolas pronkten liederlijk met hun groene schimmel en een eskadron Camemberts lieten vrij hun etter loopen.'



(Athenaeum – Polak & Van Gennep, 184 blz. euro 19,95)



Nee, Frans Laarmans hield niet van kaas. Zijn schepper Willem Elsschot (1882-1960) had er ook niet veel mee. `Ik had evengoed vis kunnen nemen', zei hij over de novelle waarmee hij in 1933 meer dan tien jaar literaire stilte doorbrak. Hij wilde in het boek `de pijnlijke gemoedstoestand en de tragiek' uitbeelden van een man die zich vergist in zijn roeping en een vak gaat uitoefenen waarvoor hij volledig ongeschikt is. Die man is Frans Laarmans, klerk van beroep. Hij belandt via een vriend van zijn broer in iets hogere kringen. Hij krijgt het aanbod vertegenwoordiger van een Nederlandse kaasfirma in België en Luxemburg te worden. Niet veel later bezit hij twintig ton volvette Edammer kaas. De verkoop kan beginnen, dat wil zeggen wanneer het kantoor op orde is, de schrijfmachine aangeschaft en de agenten aangesteld. Én als Laarmans een handelaar was geweest, want met de kaasverkoop wordt het niets. De schade valt welbeschouwd nog mee, hij komt financieel relatief ongeschonden uit de mislukking. In het boek staat de kaas-episode ingeklemd tussen ontroerende hoofdstukken over de dood van Laarmans' demente moeder en een bezoek aan haar graf.



Kaas is een van de meest gelezen Nederlandse klassiekers – en het afgelopen jaar werd het boek ook in de Engelstalige wereld regelmatig bejubeld. De waarde van de nu als vijfde deel van het Volledig werk verschenen kritische editie zit niet zozeer in de tekst – al zou je die eenmaal per jaar moeten herlezen – maar in de verantwoording en annotaties van bezorger Peter de Bruijn, die overigens ook het tegelijk verscheen deel, Tsjip/De Leeuwentemmer (300 blz. €22,50), bezorgde. De kritische editie reconstrueert de ontstaansgeschiedenis van Kaas. De ook door Elsschot met graagte verspreide mythe over het boek is dat de dichter Jan Greshoff met één opmerking (,,Dit is tien jaar oud'', bij het inzien van Lijmen) Elsschot ertoe aanzette om in veertien dagen Kaas te schrijven, bij wijze van stijloefening. Toen hij later het boek kwam voorlezen met het oog op publicatie in Forum, zou Elsschot meermalen in snikken zijn uitgebarsten.



Dat het zo mooi niet kon zijn, was al langer duidelijk, maar de rol van Greshoff en de Forum-redactie was niet gering, zo blijkt uit onder meer de correspondentie van Greshoff, aan wie het boek is opgedragen. Die voerde al langer campagne om Elsschot weer aan het schrijven te krijgen. In 1932 hield hij een radiovoordracht die Elsschot volgens zijn vriend Ary Delen tot iets nieuws aanspoorde, `een verhaal in brieven'. Dat Greshoff hem een idee voor de vorm van zijn nieuwe boek bezorgd had, is terug te zien in Elsschots inleiding bij Kaas. Dat traktaatje over het belang van de stijl blijkt duidelijk beïnvloed door Greshoffs radiovoordracht. De vele doorhalingen en verbeteringen in het manuscript tonen bovendien dat Kaas niet zo vloeiend uit Elsschots pen kwam als de snelle productie ervan doet vermoeden.



De invloed van de Forum-redactie op de uiteindelijke vorm blijkt aanzienlijk geweest te zijn. In details als het vervangen van `volle vette' Edammer kaas door `volvette', maar ook in een aanmerking van Ter Braak, die het begin `meesterlijk' vond, maar de rest slechts `heel goed'. Hij spoorde Elsschot aan een nieuw slot te maken. Dat werd het hoofdstuk over het graf van de moeder, zodat `mijn kaas verpakt wordt tusschen twee moeders'.



Ook de op Greshoff geïnspireerde inleiding voegde Elsschot later toe, met daarin de veel geciteerde passage: `In de kunst mag niet geprobeerd worden [...] men kan proberen een brood te bakken, maar men probeert geen schepping. Men probeert ook niet te baren.' Daarin maakt Elsschot een scherp onderscheid tussen kunst en wereldlijke zaken, zoals het verkopen van kaas. In het verleden zijn wel vergelijkingen getrokken tussen de positie van de buitenstaander Laarmans in de handelswereld en die van de Elsschot in literaire kringen. De Bruijn laat zien dat het hooguit een globale overeenkomst kan zijn, maar zijn editie toont ook aan hoe onzeker Elsschot was over zijn eigen kunnen. Met dat in het achterhoofd gaat Kaas óók steeds meer op een angstdroom lijken, een poging van een schrijver om door te dringen in iets dat hijzelf vreesde te zijn of te worden: een man die de verkeerde roeping volgt. Hij heeft in Kaas de onzekere Laarmans in zichzelf eerst bij de lurven gegrepen en vervolgens duidelijk gemaakt dat hij die Laarmans niet was. Een dubbele overwinning.










    • De auteur van dit boek is Willem Elsschot.




    • Willem Elsschot is een pseudoniem voor Alphonsus Josephus de Ridder. Hij is geboren op 7 mei 1882 in Antwerpen en overleed op 31 mei 1960.




    • De titel van het boek is "Kaas".




    • Het niveau van dit boek is: 4




    • In dit boek is geen ondertitel aanwezig.




    • Aan Jan Greshoff




    • Dit boek heeft geen motto.




    • Dit boek is voor het eerst verschenen in 1933.




    • De inleiding is symbolisch, het gaat over de stijl. Elsschot vergelijkt deze met muziek: een blauwe lucht die langzamerhand met wolken wordt bedekt, terwijl gongslagen weerklinken. De schrijver ziet de stijl als de kunst een boek zo te ‘componeren’ dat het de lezer doorlopend boeit: de lezer moet voortdurend in spanning uitzien naar wat komt en de schrijver moet hem telkens weer verrassen met onverwachte dingen.




    • Familieleven




    • Verlangen naar geluk




    • Frans Laarmans(hoofdpersoon)




    • De schrijver wil laten zien dat je moet doen wat je leuk vindt en niet het grote geld of het imago moet volgen. In dit geval interesseert Frans Laarmans het handelen in kaas niets, hij denkt vooral aan het geld dat hij hiermee kan verdienen en het imago wat hij hiermee kan krijgen. Als je ergens geen passie voor hebt, is de kans erg klein dat dit je dan lukt en dat je er energie uit haalt. Ook wil de schrijver laten zien dat geld niet gelukkig maakt, Frans Laarmans is veel gelukkiger als klerk dan als handelaar in kaas.




    • De historische tijd is 1933.




    • De enige datum die in het boek wordt genoemd is 15 februari 1933, de dag waarop de collega’s van de scheepswerf Laarmans bezoeken en hem verrassen met een tric-trac spel. De datum komt voor in het zilveren plaatje op de doos. Dit bezoek vindt plaats enkele weken na het begin van Laarmans ziekteverlof. Ze komen niet meteen langs, dus het boek zou halverwege januari begonnen kunnen zijn. Zijn ziekteverlof zou drie maanden duren, maar hij keert op de werf terug voordat deze periode geheel is verstreken. Ongeveer midden april zal hij dus zijn werkzaamheden bij de General Marine hebben hervat. Hieruit volgt, dat alle gebeurtenissen, van het overlijden van Laarmans’ moeder tot en met zijn bezoek aan het kerkhof na het mislukken van het kaasavontuur, zich hebben afgespeeld tussen begin januari en eind april van het jaar 1933. 




    • Het boek wordt in 120 bladzijdes verteld.




    • Het verhaal is chronologisch. Er wordt verteld van het leven van Frans voordat hij met kaas in aanraking kwam tot het moment dat hij gestopt is met de handel in kaas. In het verhaal komt één flashback voor, namelijk aan het begin van het verhaal als Frans terugkijkt naar de begrafenis van zijn moeder.




    • De verteller is een ik-persoon.




    • Het boek begint met een inleiding, gevolgd door een beschrijving van de personages van het boek, daarna de 24 hoofdstukken, daarna volgen annotaties en het boek eindigt met een colofon.




    • Willem Elsschot is zelf een Belg, net als Laarmans. Laarmans is een klerk bij de ‘General Marine and Ship-building Company’, een firma die lijkt op Werf Gusto in Schiedam waar Elsschot gewerkt heeft. Anna van der Tak is in het echt een collega geweest van Elsschot, zij biedt hem aan het einde van het boek een chocolaatje aan, dit zorgt voor een ontroerende scène.




    • In de tijd dat dit boek uit is gegeven, was het gebruikelijk om een klerk klerk te noemen, tegenwoordig wordt dit in denigrerende zin gebruikt. Ook wordt er gesproken over een schrijfmachine, veel mensen hadden er in die tijd geen beschikking over. Tegenwoordig heeft iedereen een laptop of computer en worden er minder brieven geschreven.




    • Meningen




    • Er zit geen spanning in en het verhaal is complete onzin: het hele verhaal is behoorlijk onrealistisch. Het is een dun boekje dus het sprak mij van tevoren erg aan, maar het was zo’n saai verhaal dat er moeilijk doorheen te komen was.










Ik vond het wel grappig dat dit boek is geschreven door een Belg en dat het verhaal toch met de Nederlandse volvette Edammers te maken heeft. Ook vind ik de boodschap van het boek goed: doe (het werk) wat je leuk vind, ga niet het geld achterna je komt verder als je iets doet waar je passie ligt.




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Kaas door Willem Elsschot"