ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis

Renaissance

Ongeveer 1400 na Christus tot 1530 na Christus

 

Schilderkunst

In de middeleeuwen draaide de kunst voornamelijk om de religie maar aan het einde verandert dat. De rijke burgerij komt op en er ontstaat interesse voor andere voorstellingen. Portretten spelen een grote rol, en als eerste laten mensen zich toevoegen aan religieuze taferelen. Later verandert dit en komen de zelfstandige portretten in opkomst zoals de Mona Lisa van Leonardo Da Vinci. De portretten laten het toegenomen zelfbewustzijn zien van de rijke burgers. Ook komt de interesse naar de klassieke oudheid terug en worden mythologische verhalen vervlochten met Bijbelse verhalen.

In de renaissance komt er een grote vooruitgang in de techniek van de schilderkunst. Om de anatomie onder de knie te krijgen ontleden kunstenaars de lijken van dode mensen. De kerk is daartegen, dus doen ze het in het geheim. Door de ontleding wordt het werk steeds realistischer. De wetten van het perspectief worden toegepast met behulp van wetenschappelijke experimenten die op wiskundige wijze zijn beschreven. Zo ontstaat er lijnperspectief, alle evenwijdige lijnen eindigen op de horizon in een punt. Da Vinci gebruikt atmosferisch perspectief, de kleuren en vormen in de verte zijn fletser, koeler of vager dan de kleuren en vormen dichtbij.

Tijdens de renaissance word er gebruik gemaakt van verschillende technieken. De belangrijkste zijn: olieverf en tempera op paneel en muurschilderingen op natte en droge kalk. Er wordt met name inkt, krijt, metaal of zilverstift gebruikt, en er zijn verschillende druktechnieken uitgevonden waaronder ets, houtgravure en de houtsnede.

 

Beeldhouwkunst

Beeldhouwers halen hun onderwerpen uit de klassieke mythologie en de bijbel. De beeldhouwers van de hoog renaissance laten zich steeds meer inspireren door de Griekse beeldhouwkunst. Ook staan beelden weer vrij. Het is voor het eerst sinds de klassieke oudheid dat beelden weer los van de muur komen staan. Uit de vormgeving blijkt dat de beeldhouwer de geïdealiseerde vormen en verhoudingen van de klassieke beelden bestudeerd heeft en zich hierdoor heeft laten inspireren. Het resultaat is dat beelden hierdoor er perfect uitzien. De plooivallen in kleding en spieren en pezen zijn goed uitgewerkt.

 

 

Architectuur

Doordat men steeds rijker word krijgen architecten meer opdrachten van burgers. Dit is niet gebonden aan het religieuze. In de architectuur werden veel elementen gebruikt uit de klassieke kunst. De Griekse en Romeinse bouwkunst werd herontdekt en bewonderd. Proportie en harmonie waren erg belangrijk, net zoals in de klassieke oudheid. Alleen werden de maatverhoudingen in de oudheid uit de muziektheorie gehaald en in de renaissance gebruikten de architecten vaak het menselijk lichaam als uitgangspunt.

 

Veelvoorkomende dingen

  • Hergeboorte van klassieke idealen
  • Geïdealiseerd mensbeeld
  • Mens als hoofdpunt
  • Harmonie
  • Symmetrie
  • Contrapost houding
  • Nieuwe aandacht voor anatomie en perspectief.

 

Ontwikkelingen

Tegen het einde van de veertiende eeuw verliest de kerk en het geloof steeds meer animo. De burgers worden door de handel steeds rijker en machtiger en het zelfbewustzijn en cultureel besef neemt hierdoor toe. Mensen willen alles onderzoeken en nieuwe terreinen ontdekken. Men streeft ernaar om klassieke kunst te herontdekken. Vandaar de naam renaissance. Het betekent wedergeboorte of vernieuwing.

Naast kerkelijke opdrachtgevers nemen rijke kooplieden een steeds grotere rol als opdrachtgever. Hierdoor zijn kunstenaars steeds minder gebonden aan kerkelijke voorschriften en religieuze voorstellingen.

De Griekse en Romeinse kunst uit de oudheid wordt door grondige bestudering het grote voorbeeld voor de renaissancekunstenaars. Zij laten zich inspireren door de klassieke kunst zonder deze slaafs na te volgen in hun werk. Op alle terreinen in de kunst is sprake van een nauwkeurige, wetenschappelijke observatie van de natuur en een systematisch zoeken naar de realiteit. In de schilderkunst wordt de nabootsing van de natuur, zoals die in de klassieke oudheid plaatsvond, het grote ideaal. In de bouwkunst laten de architecten zich inspireren door de klassieke tempels.

De kunstenaar is niet alleen ambachtsman meer, maar ook wetenschapper met een grote algemene ontwikkeling. Ook worden werken gesigneerd, wat duid op het toegenomen zelfbewustzijn van de kunstenaar. In de romaanse en gotische kunst werd dit niet gedaan, omdat de kunstenaar het ter ere van god deed en niet ter ere van zichzelf.

 

Kunstenaars:

Pisanello (schilder)

Botticelli (schilder)

Leonardo Da Vinci (schilder, beeldhouwer, architect) 1452-1519

Michelangelo (schilder, beeldhouwer, architect) 1475-1564

Giorgi Vasari (schilder, architect) 1511-1574

 

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.