Memo 1+2

Beoordeling 4.7
Foto van een scholier
  • Stelling door een scholier
  • 4e klas vwo | 6656 woorden
  • 29 oktober 2001
  • 145 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.7
  • 145 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Hoofdvraag:
Waarom werd de Eerste Wereldoorlog gevoerd en welke gevolgen had deze oorlog voor het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog?

Deelvraag hoofdstuk 1:
Wat zijn de oorzaken voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog?

Deelvraag hoofdstuk 2:
Welke gevolgen had de Eerste Wereldoorlog voor de internationale verhoudingen?

Deelvraag hoofdstuk 3:
Wat zijn de oorzaken van de Tweede Wereldoorlog?


Hoofdstuk 1

In de zomer van 1914 werd de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije, Franz Ferdinand in Sarajevo vermoordt door de Servische nationalist genaamd Princip. De moordenaar was een voorstander van Groot-Servië. Servië werd politiek gesteund door Rusland, omdat Servië, evenals Rusland, een Slavisch sprekend land was. Daarom zocht Wenen contact met de Duitse keizer Wilhelm II. Wilhelm II gaf Wenen een ‘blanco cheque’. Oostenrijk-Hongarije zegde Servië de wacht aan. Rusland zocht hulp bij Frankrijk. Parijs gaf de Russen ook een blanco cheque. Daarop mobiliseerde tsaar Nicolaas II zijn leger. Daar schrokken de Duitsers van en sommeerden Rusland hiermee op te houden. De tsaar weigerde dit en toen verklaarde Wilhelm II de oorlog aan Rusland en ook aan Frankrijk. Oostenrijk-Hongarije en Duitsland, de centralen, voerden oorlog met Servië, Frankrijk en Rusland, de geallieerden. De Duitsers namen een onverwachte route naar Frankrijk en vielen België binnen. België had van Engeland de garantie gekregen dat het geholpen zou worden bij een vijandige aanval. Londen verklaarde Berlijn de oorlog. Er werd nu op meerdere fronten strijd geleverd. De Russen drongen vanuit het oosten Oost-Pruisen binnen. In het westen vochten Duitse troepen met het Belgische en Franse leger en de Engelsen. Er was een Europese oorlog uitgebroken. Lange tijd heette deze oorlog de Grote Oorlog, later de Eerste Wereldoorlog. Wat zijn de mogelijke oorzaken van dit oorlogsgeweld?

Duitsland was eeuwenlang een politiek versplinterd land. Het viel uiteen in tientallen vorstendommen en speelde in die tijd geen rol van betekenis op het Europese toneel. In de tweede helft van de negentiende eeuw veranderde dit. In 1870 begon Pruisen een oorlog tegen Frankrijk. Een jaar later was Frankrijk verslagen en werd in Versailles de vrede getekend. De oorlog had de andere Duitse staatjes ertoe gebracht zich aan te sluiten bij Pruisen. De koning van Pruisen, Wilhelm I, werd uitgeroepen tot Kaiser van het Deutsche Reich. Frankrijk moest in Versailles vernederingen ondergaan, maar het moeilijkste was het verlies van Elzas-Lotharingen, waar ook kolen en ijzermijnen lagen. De Fransen vergaten dit niet, ooit zouden ze wraak nemen.
In de jaren na de eenwording bouwde het nieuwe Duitse keizerrijk aan industrie, vloot en leger. In 1865 was de staalproductie van Duitsland de helft van die van Frankrijk. In 1900 produceerde Duitsland al twee keer zoveel staal als Frankrijk en Engeland samen. Bismarck de kanselier van Wilhelm I wilde Duitsland opbouwen. Daarom vormde hij bondgenootschappen. Zo kwam in 1882 de Triple Alliantie, het drievoudig verbond met Oostenrijk-Hongarije en Italië, tot stand. Nu Duitsland economisch ook machtiger werd, eiste de keizer ook een plaatsje op in de wereldpolitiek. In 1894 sloten de Fransen een verbond met de Russen. Groot-Brittannië was erop gebrand in Europa een machtsevenwicht, een balance of powers te laten bestaan. Zolang dat het geval was hield Engeland vast aan hun splendid isolation. In 1907 ontstond de tegenhanger van de Triple Alliantie, de Triple Entente tussen Frankrijk, Rusland en Engeland. De nationale tegenstellingen werden groter vanwege de race om koloniën. De tegenstellingen wakkerden een wapenwedloop aan. Zo werd de tweede helft van de 19de eeuw die van het nationalisme en het militarisme.
De Eerste Wereldoorlog mag dan verklaarbaar worden uit deze lange voorgeschiedenis, hij begon met een schot op de Balkan. Welke oorzaken zijn hier te vinden? De Balkan werd aan het begin van de 20ste eeuw beheerst door het Russische tsarenrijk, het Ottomaanse of Turkse rijk en Oostenrijk-Hongarije. Het waren veelvolkerenstaten. Deze staten wilden groeien. Turkije en Oostenrijk-Hongarije kampten dus met een nationaliteitenprobleem. Volkeren in beide rijken wilden onafhankelijkheid. De sterkste groep was die van de Slavische nationalisten: Serviërs, Bosniërs en Kroaten. De grote mogendheden bemoeiden zich met de Balkancrisis. In 1914 brak het laatste en fatale conflict uit. Na de moord was Oostenrijk-Hongarije van plan om Servië de les te lezen. Omdat Rusland de bondgenoot van Servië was, vroeg Oostenrijk-Hongarije Duitsland van tevoren om steun. Binnen enkele weken na de aanslag in Sarajevo was de Eerste Wereldoorlog uitgebroken.
In de nacht van 4 op 5 augustus vielen Duitse legers België binnen, op weg naar Frankrijk. Volgens het Von Schlieffen-plan zou Duitsland eerst afrekenen met Frankrijk en dan met Rusland. Vanwege de snelle opmars van Rusland gingen de Duitsers toch eerst tegen Rusland vechten. In 1915 werd de opmars voortgezet, met hulp van Oostenrijk-Hongarije. Het Turkse rijk had zich bij de centralen aangesloten, uit angst voor de Russen.
Joffre, Franse legercommandant, had intussen gewerkt aan een tegenoffensief aan de Marne (N.Fr.) en de IJzer (Zw Vlaanderen). Hij bracht de Duitsers tot staan. De legers waaierden uit over een breed front dat liep van de Elzas tot in Zuid-Vlaanderen.
Aan beide zijden van de frontlinie groeven de militairen een uitgebreid stelsel van loopgraven en stelden kanonnen en mortieren op om het slagveld schoon te kunnen vegen. De mitrailleur zorgde ervoor dat er, elke keer als de soldaten een aanval ondernamen, onnoemelijk veel slachtoffers vielen.
In 1916 probeerden beide partijen een doorbraak in N.Fr. te forceren. De Duitsers leverden zes maanden lang slag om de vestingstad Verdun. Kort daarna brak de slag aan de Somme los. Van de Engelse soldaten sneuvelden er op die dag al 60.000. De slag aan de Somme heeft bijna vier maanden geduurd en kostte 1.100.000 mensen het leven en leverde geen van beide partijen enige terreinwinst op.

De Britten zetten nu hun oorlogsvloot in om Duitse havens te blokkeren. De Duitsers beantwoorden hierop door aanvallen op Engelse schepen en hun onderzeeërs omsingelden de Britse eilanden. Toen het Engelse passagiersschip Lusitania werd getorpedeerd, het had o.a. Amerikaanse passagiers aan boord, waarschuwde de Amerikaanse regering de Duitsers, dat ze de onderzeebootoorlog tot januari 1917 op een laag pitje zetten. De Engelse vloot wist de Duitse marine in de eigen havens vast te houden. Zo ontstond er ook een patstelling op zee.
Italië was wel lid van de Triple Entente, maar had zich tot nu neutraal opgesteld. In mei 1915 opende Italië een nieuw front in het zuiden tegen de Oostenrijkers.
Door de gezamenlijke inspanning van geallieerden en opstandelingen werden Turkije en Oostenrijk-Hongarije flink in het nauw gebracht.
In 1917 brak in Rusland een revolutie uit en tsaar Nicolaas II werd afgezet. In het door de Duitsers bezette westen van Rusland verklaarden Polen, Oekraïners, Bessarabiërs, Esten, Letten, Litouwers en Finnen zich onafhankelijk. Lenin sloot in maart 1918 de vrede van Brest-Litovsk. Rusland (de Sovjetunie) trok zich terug uit de Eerste Wereldoorlog.
Begin 1917 kondigden de Duitsers een onbeperkte duikbotenoorlog af. De onderzeeërs gingen nu ook Amerikaanse schepen torpederen. De dood van vele Amerikaanse schepelingen leidde tot omslag en het Congres besloot in maart 1917 tot oorlog.
De Duitsers konden niet op tegen de overmacht van Fransen, Belgen, Engelsen en Amerikanen. In november 1918 kwam er een einde aan de oorlog. De Duitse keizer trad af en de nieuw gevormde Duitse regering gaf zich vervolgens over.
Nu nog wijzen de vele monumenten en erevelden met hun eindeloze rijen graven op die oorlog die aan het begin van de 20e eeuw zoveel dood en verdriet heeft gebracht.

Hoofdstuk 2
Voor de Fransen en Belgen was het duidelijk: de Duitsers waren schuldig aan het leed dat was aangericht. Er was van alles veranderd in Europa: Rusland was communistisch geworden, Oostenrijk-Hongarije was uit elkaar gevallen en Duitsland was vernietigend verslagen. Een groeiend aantal mensen werd pacifist. Zij streefden naar een wereld zonder oorlog en weigerden militaire dienst.
De Fransen en Engelsen kozen voor een verdedigende strategie. De Fransen legden aan hun oostgrens de Maginot-linie aan. Engelands politiek werd er een van toegeven, van appeasement.
In India kwamen meer mensen in opstand tegen de Engelse overheersing. Ghandi begon zijn geweldloze acties voor zelfbestuur. In Indo-China (tegenwoordig Vietnam), Laos en Cambodja kwam men in verzet tegen de Fransen kolonisator. De WO1 stimuleerde het nationalisme in Afrika en Azië. In januari 1919 kwam de idealistische Amerikaanse president Wilson aan in Versailles, behalve hem waren daar ook de ervaren politicus David Lloyd George, premier van Engeland, en de
felle Franse minister Georges Clemenceau. Frankrijk wilde Duitsland zo verslappen dat het decennia
lang geen bedreiging meer kon vormen. Wilson meende dat als elk land maar democratisch werd, als het recht op zelfbeschikking van elk volk maar erkend werd, als alle Europese landen onderlinge verdragen afsloten en als er een volkenbond werd gesticht die kon optreden als scheidsrechter, dat dan de oorlog voorgoed kon worden uitgebannen.
Wilson werd door Clemenceau als een te grote idealist gezien. Ook werd hij gedwarsboomd door zijn eigen Congres. Amerika werd geen lid van de Volkenbond, die er wel kwam, en trok zich voor jaren vrijwel terug uit de Europese politiek. Ze hielden nog lang vast aan de politiek van het isolationisme.
Duitsland raakte in Versailles belangrijke gebieden kwijt. Elzas-Lotharingen ging terug naar Frankrijk. Het herrezen Polen werd met een smalle strook land dwars door Pruisen (Poolse corridor) met de Oostzee verbonden. De havenstad Danzig werd als een vrijhaven losgemaakt uit Duitsland. Het hoger gelegen, daardoor militair-strategisch belangrijkste, gedeelte van de Belgische Ardennen tussen Eupen en Malmédy kwam België toe. Het Rijnland moest gedemilitariseerd worden. Duitsland moest nog jarenlang goud betalen, een herstelbetaling voor de aangerichte verwoestingen. Het werd verboden voor de Duitsers er een leger op na te houden van meer dan 100.000 man. Duitsland mocht zich niet bij Oostenrijk aansluiten. En Duitsland kreeg de schuld van de Eerste Wereldoorlog. Niemand in Duitsland kon deze bepalingen accepteren, maar ze moesten wel, ze hadden zich overgegeven en stonden alleen in de internationale politiek.
Ook met de andere verliezers werd vrede gesloten. Er kwam een einde aan beide veelvolkerenstaten: Oostenrijk-Hongarije en Turkije. Dat leidde tot een serie nieuwe landen zoals Hongarije, Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië. Turkije raakte alle gebieden in het Midden-Oosten kwijt. Er bleef een kleine Turkse republiek over. Zij kregen een nieuwe grondwet van Kemal Atatürk, vader des vaderlands. Turkije werd de eerste staat waar geloof en staat gescheiden zijn. Ze werden een seculiere staat.
Langs de Oostzee waren Estland, Letland en Litouwen ontstaan. Ook Polen werd wedergeboren. Zij vormde evenals Tsjecho-Slowakije, als het ware een buffer, een cordon sanitaire, een gordel van landen die de bacil van het communisme binnen de Sovjetunie moest houden.
Zo had de WO1 voor een grondige herschikking van landen en grenzen gezorgd. De grootste verliezer in Versailles was Duitsland.
In 1922 sloten de USSR en de republiek van Weimar het Verdrag van Rapollo. In deze Italiaanse stad spraken ze af dat Rusland Duitse goederen kon kopen en dat hield arbeiders en ondernemers in Duitsland aan het werk. In het geheim verhuurde Duitsland legerofficieren en technici om het Rode Leger te helpen opbouwen. Dankzij dit trainingswerk in Rusland kon Duitsland meer van zijn leger overeind houden dan Versailles toestond. Maar de overwinnaars hielden Dl goed in de gaten, dat blijkt uit de Franse bezetting van het Ruhrgebied in 1923. Dl verrichte volgens Fr niet genoeg herstelbetalingen. Een jaar lang verdwenen alle Duitse kolen naar Fr. Uiteindelijk kwam hierdoor een financiële crisis waardoor Dl helemaal niet meer kon betalen. De VS greep in en stelde een Dawes-plan op waarin een spreiding van betaling van oorlogsschulden door Dl was opgenomen.
De Republiek van Weimar ging over op de Erfüllungspolitik. Hierin past het verdrag van Locarno dat in 1925 werd gesloten. Dl mocht nu een volwaardig lid van de Volkenbond worden in 1926.
Het werd nog eens bezegeld door een ander verdrag: het briand-kellogg-pact.
Het leek erop of alle problemen opgelost waren en of Europa een vredige toekomst tegemoet ging, tot het jaar 1933 aanbrak.
De beurscrisis van 1929 bracht grote werkloosheid met zich mee. De economische ontwrichting schiep in Dl een klimaat waarin de nazi’s konden gedijen. In 1933 kwam Hitler aan de macht en veranderde Dl in een totalitaire staat. De machtsovername betekende ook een radicale ommekeer in de Duitse buitenlandse politiek. Hitler wilde immers afreken met Versailles. Hij brak met de Erfüllungspolitik. Hij wenste zich ook niet te houden aan Locarno. Zijn doel was herstel en uitbreiding van de vroegere grenzen van het keizerrijk. Vanaf 1933 zette Dl een politiek in van chantage en oorlogsdreiging.
In de jaren twintig was ook in Italië een dictator aan de macht gekomen, die geweld en oorlog niet schuwde: Benito Mussolini. Hij wilde van Italië een grote mogendheid maken door het veroveren van gebieden buiten Europa. Hij liet zijn oog vallen op een stukje in Afrika wat nog niet gekoloniseerd was: Ethiopië. Probleem was dat zij lid was van de Volkenbond. Toch waagde Mussolini in 1935 een kansje. Er werd niks gedaan door Eng en Fr behalve het uitroepen van een economische boycot van
Italië.
Tijdens deze crisis vielen Duitse troepen het eigen Rijnland binnen. Na protesten van Eng en Fr bood hij aan een nieuw akkoord te sluiten over de grensgebieden. Hij wilde aan beide kanten van de grens een gedemilitariseerde zone. Dat was voor Fr onaanvaardbaar, dan zou de Maginot-linie ontmanteld moeten worden. Voor de Engelsen was het logisch dat Hitler recht had op het legeren van troepen in het Rijnland. Die vonden de bepalingen van Versailles toch wel erg hard. Daarmee was de kous af en had Hitler een belangrijke les geleerd over de waarde van chantage en bluf in de politiek.
Het aanzien van Italië was sterk gedaald door het Ethiopische avontuur, dus Mussolini had wel oren naar een verbond met Duitsland. Hitler kon dat wel gebruiken. Zo ontstond de as Rome-Berlijn. In 1936 breidden ze het verbond uit met Japan. De overeenkomst van deze 3 landen heette anti-kominternpact. Een overeenkomst gericht tegen de Communistische Internationale, een serie communistische partijen o.l.v. de USSR. Japan wilde zijn macht uitbreiden. Dat betekende een botsing met de koloniale mogendheden in Azië. Japan was zelf al begonnen met een invasie in China.

Hoofdstuk 3
De Spaanse burgeroorlog begon in 1936 en duurde tot 1940. Achteraf is dit een voorproefje van de WO2. Duitse en Italiaanse nationaal-socialisten steunden de opstandelingen van generaal Franco tegen de linkse democratisch regering van Spanje.
Vijf maanden na de bezetting van het Rijnland en de brute verovering van Ethiopië door Italiaanse troepen kwam het tot een nieuwe vuurproef voor de democratische landen. In Spanje werd de regering afgezet door generaal Franco en ontstond er een bloedige burgeroorlog. Mussolini gaf politieke steun aan de nieuwe dictator en Hitler volgde weldra en stuurde troepen en vliegtuigen. Vrijwilligers uit vele landen stroomden toe om de regering van de republiek Spanje te helpen. Ze vormden de internationale brigade. Stalin koos ook partij en steunde de republikeinen. Het werd een strijd waarin talloze vrijwilligers uit heel Europa hun leven gaven, terwijl hun regeringen werkloos toekeken.
Hitler had ook nu weer geleerd dat het mogelijk was om zonder dat het echt tot oorlog kwam van alles gedaan te krijgen in Europa. Misschien zouden Fr en Eng ook wel niet ingrijpen als hij Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije en Polen zou aanpakken? Oostenrijk was vrijwel geheel Duitstalig, in Tsjecho-Slowakije leefde een grote Duitse minderheid: de Sudeten-Duitsers. Ook Polen kende een Duitse minderheid. Het werd Hitlers politiek om deze gebieden aan zijn rijk toe te voegen zonder dat het tot een oorlog kwam. Dat het uiteindelijk op oorlog zou uitlopen, stond voor Hitler allang vast.
In 1934 schoten door Hitler opgestookte nazi’s de dictator Dolfuss van Oostenrijk dood. Een staatsgreep van de nazi’s mislukte, dat was te danken aan Mussolini. Hij gaf toen nog de voorkeur aan een buffer tussen Dl en It. Enkele jaren later, in 1938 kon hij echter de steun van Hitler goed gebruiken. Hij gaf Schuschnigg (Oostenrijkse premier) dan ook te kennen dat Hitler vrij was in zijn politiek ten opzichte van Oostenrijk. Op 12 februari 1938 werd Schuschnigg uitgenodigd in Berchtesgaden voor een bespreking met Hitler. Hitler imiteerde hem zo, dat hij de Oostenrijkse nazi Seyss-Inquart tot minister van Binnenlandse Zaken benoemde. Schuschnigg werd vervolgens afgezet en de Oostenrijkse nazi’s grepen de macht. Op verzoek van Seyss-Inquart overschreden Duitse troepen de grens en in maart 1938 hield Hitler een triomfantelijke intocht in het land.
Eng en Fr protesteerden formeel, maar hadden deze anschluss allang verwacht. Wel waren door de Anschluss velen voor het eerst de ogen geopend voor de ware aard van Hitlers politiek. Dreigen, afpersen, chanteren, onder druk zetten, politieke moord, leugens en bedrog: dat waren beangstigende strijdmiddelen.
In de randgebieden in het westen van Tsjecho-Slowakije woonden 3 miljoen Sudeten-Duitsers. Ze waren sinds 1918 nooit tevreden geweest als Duitssprekende minderheid en klaagden over discriminatie. Tsjecho-Slowakije had een goed getraind leger, belangrijke wapenindustrieën en in het westen waren sterke fortificaties tegen de Duitsers gebouwd, maar die lagen uitgerekend in Sudeten-Duits gebied.
In mei 1938 mobiliseerden de Tsjechen en gaven de USSR, Frankrijk en Engeland waarschuwingen af. De Tsjechen gaven onder druk van Engeland en Frankrijk regionale autonomie aan de Sudeten-Duitsers.
In september 1938 nodigde Hitler Daladier, Chamberlain en Mussolini voor de conferentie van München uit. De USSR en Tsjecho-Slowakije werden niet uitgenodigd.
Duitsland mocht Bohemen hebben. Alle fortificaties in dit gebied kwamen in Duitse handen. In maart
1939 marcheerde Hitler Tsjechië binnen en maakte er een Duits protectoraat van. Slowakije verklaarde zich onafhankelijk. Het was afgelopen met het enige democratische land in Oost-Europa.
In 1939 eiste Hitler dat de onafhankelijke stad Danzig weer bij Duitsland kwam en dat de Poolse corridor zou worden opgeheven. Hitler kon niet tevreden gesteld worden. Groot-Brittannië gaf garanties aan Polen en probeerde vergeefs een anti-Duits verbond te vormen met de USSR.
Stalin hoopte dat Duitsland Frankrijk en Engeland zou verslaan en dat hij dan met Hitler kon afrekenen. Daarom besloot Stalin tot een radicale ommezwaai in zijn buitenlandse politiek. Op 23 augustus 1939 sloten Rusland en Duitsland het niet-aanvalsverdrag, het Molotov-Von Ribbentrop-pact. Polen zou verdeeld worden onder Duitsland en de USSR, en de USSR zou een behoorlijke invloed in Estland, Letland en Litouwen krijgen. De Russen zouden zich buiten oorlogen houden, die Duitsland zou aangaan, zowel met Polen als met Fr en Eng.
Op 1 september 1939 overschreden Duitse troepen de Poolse grens. Twee dagen later verklaarden Fr en Eng Dl de oorlog. De Tweede Wereldoorlog was uitgebroken, de tweede van de 20e eeuw.
Het was een heel andere oorlog dan de WO1. De snelheid van de gemotoriseerde brigades en het overwicht in de lucht waren de beslissende factoren voor het snelle succes van de Duitsers tegen de Polen. Deze strategie wordt blitzkrieg genoemd.
Op 17 september vielen de Russen van de andere kant Polen binnen. Enkele dagen later trok Hitler onder grote belangstelling de stad Danzig binnen. Danzig vormde de enige toegang van Poolse exporteurs tot de Oostzee.
Behalve de oorlogsverklaringen gebeurde er vanuit Fr en Eng weinig. In de winter van 1939-1940 was er sprake van een spookoorlog. Alleen de Russen vochten een slag uit met de Finnen in de winterse kou. Toen in het voorjaar van 1940 Dl een onverhoedse aanval opende op Denemarken, Noorwegen, NL, België, Luxemburg en Fr, raakte West-Europa werkelijk betrokken in de WO II.

Hoofdvraag:

Waardoor veranderden Rusland en Duitsland wel in totalitaire staten en Nederland niet?

Deelvraag hoofdstuk 1:
Welke omstandigheden hebben de opkomst van communisme en fascisme bevorderd? Wat was de reactie van de boeren op de collectivisatie van de landbouw? Hoe betrouwbaar zijn de gegevens hierover? Op welke manier pasten de strafkampen in de opbouw van de Sovjetunie? Wie waren eigenlijk de aanhangers van de NSDAP? Uit welke lagen van de bevolking kwamen zij?

Deelvraag hoofdstuk 2:
In hoeverre veranderde de samenleving na de machtsovername door communisten en nationaal-socialisten? Wie was werkelijk verantwoordelijk voor de brand en de gevolgen ervan? Wat is er waar van de rol die Hitler gespeeld zou hebben? Waartoe leidde het antisemitisme van de nazi’s?

Deelvraag hoofdstuk 3:
Waarom kregen nationaal-socialisme en communisme zo weinig kans in Nederland in de jaren dertig? Hoe kwam het dat Troelstra de plank zo mis kon slaan? In hoeverre is de Nederlandse overheid bereid nazi-Duitsland tegemoet te treden? Welke gevolgen heeft dat voor de meningsuiting? Welke verdiensten had Colijn voor de democratie in Nederland?

Hoofdstuk 1

1914 raakte Rusland betrokken bij de Eerste Wereldoorlog. Het was toen een onderontwikkeld en dictatoriaal geregeerd land. Met straatarme arbeiders.
In februari 1917 was er een volksoproer in de hoofdstad Sint-Petersburg. Doordat het leger alleen maar nederlagen haalde tegen de Duitse strijdkrachten. Er was ook erge honger. Tsaar Nicolaas II trad begin maart af.
In april 1917 keerde Lenin terug uit Zwitserse ballingschap. Hij werd leider van de communistische revolutionairen die op 24 oktober 1917 de macht grepen.
Lenin was een aanhanger van de ideeën van Karl Marx (1818-1883). Marx was ervan overtuigd dat de ellende waarin de meeste mensen leefden werd veroorzaakt door het kapitalisme. De bezitters van de productiemiddelen moesten daarvan beroofd worden; er vond een klassenstrijd plaats. Bij verkiezingen in november 1917 voor een grondwetgevende vergadering bleek dat de bolsjewieken slechts op steun van 25 % van de bevolking konden rekenen. Lenin regeerde als een ‘tsaar’. Tussen 1918 en 1920 woedde er een bloedige burgeroorlog tussen de roden (aanhangers Lenin) en de witten (verzamelnaam tegenstanders Lenin). Trotski, aanvoerder van de roden, wist de zege te behalen. Lenin sloot in 1918 eenzijdig de Vrede van Brest-Litovsk.
Vrede van Versailles werd in 1919 gesloten. De nieuwe regering van de Republiek van Weimar, zoals Duitsland heette, probeerde zo goed mogelijk de verplichtingen van de vrede van Versailles na te komen.
Een vreselijke hongersnood kostte in 1921 miljoenen mensen het leven.
De Nieuwe Economische Politiek (NEP) hield in dat de boeren wat meer vrijheid kregen om hun eigen producten zelf te verhandelen i.p.v. hun hele oogst aan de staat af te staan, en kleine bedrijfjes mochten ook zonder staatsbemoeienis hun gang gaan. In 1921 bepaalde Lenin dat besluiten die door de partij genomen waren niet meer ter discussie stonden. In 1922 kwam Mussolini aan de macht. In 1924 stierf Lenin. Het was enige tijd niet duidelijk wie de leiding zou krijgen: Trotski of Josef Djoegasvili (Stalin). In 1928 werd de machtsstrijd beslist in het voordeel van Stalin.
De industrialisatie zou zich moeten voltrekken volgens een door de staat gecontroleerde planeconomie. De vijfjarenplannen werden volgens de statistieken een enorm succes, dat klopte niet helemaal.
Particulier grondbezit was in strijd met de communistische leer. Stalin stopte met de NEP en dwong de boeren tot een collectivisatie. Het boerenbedrijf werd vanaf nu beoefend in kolchozen, collectieve boerderijen. Naast de kolchozen werden sovchozen gesticht, staatsboerderijen. In 1929 was er een economische crisis uitgebroken in de VS die ook in Europa diepe sporen trok. In enkele jaren verdrievoudigde het aantal werklozen in Duitsland van 1,8 tot 6 miljoen in 1932. In januari 1933 werd Hitler regeringsleider. Hitler was de grote man achter de NSDAP, een fascistische partij. Het fascisme is een agressieve ondemocratische leer, de Duitse variant is het nationaal-socialisme. De Duitsers gingen uit van een rassenleer. Op 27 februari 1933 ging in Berlijn de Rijksdag in vlammen op. Op 5 maart stemden de Duitse kiezers in groten getale op de NSDAP. Het derde rijk begon toen alle politieke partijen, behalve de NSDAP, verboden werden. Er kwam een einde aan de zelfstandige vakbeweging en de media werden onder nazi-controle gesteld.In 1938 waren er nog maar 200.000 mensen werkloos.

Hoofdstuk 2
De machtsovername van de nationaal-socialisten was in 1933. Vanaf 1933 moest iedere Duitser zich volledig in dienst stellen van de nieuwe machthebbers. Tegenstanders werden door de Gestapo opgespoord en naar concentratiekampen gestuurd om heropgevoed te worden. Goebbels’ ministerie maakte uit wat kunst was en wat als entartete kunst moest worden beschouwd. Voor de oudere jeugd waren er de hitlerjugend en de bund deutscher mädel, min of meer verplichte organisaties.
In 1934 werd in Leningrad de populaire plaatselijke partijleider Kirov vermoord. Stalin greep de moord aan om partij en leger
te zuiveren van ‘verraderlijke elementen’. Sommigen werden in schijnprocessen veroordeeld, vele anderen verdwenen
spoorloos nadat de geheime politie (KGB) zich over hen had ontfermd. Het waren de jaren van de grote terreur.
Wat eens begonnen was met zoveel idealisme, om een betere en rechtvaardige samenleving op te bouwen, het was voor niets geweest. In de Sovjetunie zou een nieuwe mens ontstaan volgens de marxistische leer. De SU was bedoeld als een paradijs op aarde; het werd een hel.
Hitler was vóór antisemitisme. Bij de neurenbergerwetten van 1935 werd de joden de burgerrechten ontnomen en werden huwelijken tussen joden en niet-joden verboden.
In de kristalnacht van 1938 werden joden aangevallen en hun synagogen, winkels en huizen in brand gestoken tijdens een ‘spontane’ uitbarsting van woede van het Duitse volk. Deze georganiseerde pogrom was het antwoord op de aanslag die een jood had gepleegd op een lid van de Duitse ambassade in Parijs.
In communistisch Rusland en nationaal-socialistisch Duitsland ontstonden totalitaire staten.
Het marxisme is eigenlijk het tegenovergestelde van de totalitaire dictatuur.
De fascisten voegden nog wat toe aan de ideologie van de totalitaire staat. Van zeer grote betekenis was het nationalisme. Fascisten waren meer tegen denkbeelden en stromingen dan ervóór. Ze verafschuwden het liberalisme. Mussolini noemde de parlementariërs ‘een stelletje mannequins’ en hij had voor socialisten en communisten ook al geen goed woord over. De kwaadaardigste variant van het fascisme, het Duitse nationaal-socialisme, onderscheidde zich door het al eerder beschreven racisme, daar deden ze niet aan mee.
Toen de zuiveringen van Stalin in 1938 gestopt werden, waren tussen de 4 en 8 miljoen mensen het slachtoffer geworden.
In 1941 viel Duitsland de Sovjetunie aan en werden ook de Russen betrokken bij de Tweede Wereldoorlog. In die vreselijke oorlog verloren 20 miljoen Russen het leven. Na de Tweede Wereldoorlog laaide de Koude Oorlog weer op. Stalin ging dood in 1953. Nikita Chroesjtsjov was de opvolger van Stalin. Hij beschuldigde Stalin van machtsmisbruik. Miljoenen mensen kregen meer vrijheid en kritiek werd toegestaan. Maar de afrekening met het stalinistische verleden, de destalinisatie, bleef halverwege steken. Leonid Brezjnev was de opvolger van de in 1964 afgezette Chroesjtsjov. Hij stierf in 1984.
Onder Michail Gorbatsjov veranderde er veel. Hij kondigde glasnost en perestrojka aan. In 1991 werd de Sovjetunie officieel ontbonden en ontstonden er een aantal zelfstandige republieken zoals Rusland, Oekraïne, Armenië, Wit-Rusland, Kazachstan en Georgië. De president van de belangrijkste staat, Rusland, was Boris Jeltsin.

Hoofdstuk 3

Op 11 november 1918 eiste Troelstra in de Tweede Kamer de macht op voor de arbeidende klasse. Deze blunder zorgde ervoor dat de SDAP tot 1939 buiten de regering zou worden gehouden.
De minister van arbeid, Aalberse, bracht in 1919 de wet op de achturige werkdag in het parlement, ook kwam er in 1919 een ouderdomswet en een invaliditeitswet.
In de jaren twintig leefde de economie weer wat op.
In het interbellum was Nederland sterk verzuild. Het gevolg van deze verzuiling was een gefragmenteerde samenleving. Alleen de ‘elites’ van de zuilen hadden contacten met elkaar, want die regeerden.
Drie op het geloof gebaseerde partijen maakten de dienst uit. De katholieke RKSP en de protestantse partijen: ARP en CHU.
Veel invloed hadden jonkheer Ruys de Beerenbrouck (3x minister-president), Romme, en fractievoorzitter Nolens. De ARP (belangrijkste protestantse partij) beschikte over een formidabele leider: de boerenzoon Hendrik Colijn die 5x minister-president werd. Belangrijkste man van de CHU was jonkheer De Geer, die twee keer een kabinet leidde. Belangrijkste man uit liberale kring was Oud, die van 1933-1937 het ministerie van financiën leidde.
De gelederen van de communisten bleven beperkt. Tot 1935 heette hun partij CPH, daarna CPN.
In 1931 ontstond in Nederland een nieuwe partij: NSB. Anton Mussert richtte haar met enkele anderen op.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog bemoeide de regering zich veel meer met de economie dan gebruikelijk was. Na 1918 schakelde Nederland weer terug op het economisch liberalisme. Na 1920 zakte de economie weg, en ontstond er sociale onrust. De crisis kwam in 1930 aanwaaien, en de werkloosheid liep snel op.
Het beleid van de regering tussen 1930 en 1939 is eigenlijk veel van hetzelfde geweest, en is het best te typeren als liberaal. Het regeringsbeleid was passief tijdens de crisisjaren. Om het plan van de SDAP te realiseren zou de staat zich in de schulden moeten steken, en dat stond haaks op de overtuiging dat de overheid een sluitende begroting moest nastreven. Het kabinet verergerde de zaak, door vast te houden aan de gave gulden. Het is opvallend hoe de Nederlandse bevolking reageerde op de crisisjaren en de aanpak van de regering. Drie keer was er een fel protest wegens loonsverlagingen of steunverlagingen. In het algemeen echter ondergingen de Nederlanders de crisisjaren met gebogen hoofd. Even leek het erop dat de NSB garen zou spinnen bij deze ellende. Maar de regering verbood in 1936 de WA, alsook het dragen van een NSB-uniform. Na 1935 liep de aanhang van de NSB terug. De Nederlander bleef trouw aan de politieke voorkeur. Nederland was een braaf en burgerlijk land met mensen die liever vasthielden aan het bestaande en vertrouwde bestuur. De drie confessionele partijen deelden al die tijd m.b.v. liberalen de lakens uit. Nederland behield zijn parlementaire democratie in de jaren waarin Rusland en Duitsland totalitaire dictaturen werden.

Hoofdstuk 1
Het gewelddadige begin van een nieuwe eeuw
Ten gevolge van de tweede industriële revolutie, die begonnen was in het laatste kwart van de negentiende eeuw, werden er allerlei nieuwe uitvindingen gedaan en producten gemaakt: de auto, telefoon, elektrische verlichting, elektrische tram, metro en later het vliegtuig maakten grote indruk. De industrialisatie zorgde voor een hogere productie van goederen. Hierdoor verbeterde de levensstandaard van veel mensen. Tegen het eind van de 19e eeuw ontdekten geleerden de bacillen die gevaarlijke (dodelijke) ziektes veroorzaakten. Doordat door deze uitvindingen de bestrijding aangepakt kon worden daalde het sterftecijfer en steeg het bevolkingsaantal. In het begin van de 20e eeuw trokken veel mensen van het platteland naar de steden.
De enorme technische vooruitgang en de snel toenemende kennis binnen allerlei takken van de wetenschap leidden tot groot optimisme. Toch bestonden er ook twijfels en spanningen over de gevolgen van de technische vooruitgang. Door de industrialisatie werd het milieu vervuild en vernield. Arbeiders in fabrieken moesten uren achtereen dezelfde handelingen verrichten, en werden zo tot een gemakkelijk vervangbare schakel in het proces gemaakt. De kloof tussen het platteland en de stad werd door de industrialisatie steeds groter. De industriële revolutie bracht niet iedereen in een jubelstemming, maar gaf ook aanleiding tot onzekerheid en soms zelfs pessimisme. Deze mengeling van gevoelens wordt in het Frans ook wel ‘fin-de-siècle’ genoemd.
Door de industriële revolutie ontstond een nieuwe elite van rijke bankiers en industriëlen die een grote invloed kregen op de samenleving. De adel werd door deze groep langzamerhand uit hun positie verdrongen. De persoonlijke prestatie werd steeds belangrijker. Er ontstond in die tijd ook een grote vraag naar administratief en toezichthoudend personeel. Een derde nieuwe groep was de grote massa fabrieksarbeiders.
Deze samenvatting is niet klaar!!!!!!!!!!!

Hoofdstuk 3 Van Grote Alliantie naar Koude Oorlog
3.1 Op 1 september 1939 trokken Hitlers troepen Polen binnen. Engeland en Frankrijk verklaarden Duitsland op 3 september de oorlog, maar gingen niet tot militaire actie over. Rusland viel op 16 september Polen binnen. In het voorjaar van 1940 nam Hitler Denemarken, Noorwegen, België en Nederland in. In de 2e helft van mei viel Hitler Frankrijk aan en in juni gaf Frankrijk zich over. In de loop van 1941 kreeg Engeland als bondgenoten: Rusland en de VS; zij vormden samen de Grote Alliantie. Vanaf eind 1942 werden de Duitsers en de Italianen verslagen in Noord-Afrika bij El-Alamein. In de Sovjetunie liep de strijd om Stalingrad uit op een Duitse nederlaag en in juli 1943 voerden de geallieerden een succesvolle invasie op Sicilië uit. op 7 mei 1945 gaf Duitsland zich onvoorwaardelijk over, Japan bleef doorvechten. In augustus 1945 capituleerde Japan, nadat de VS de steden Nagasaki en Hiroshima gebombardeerd had met atoombommen, hierbij kwamen meer dan 100.000 mensen om.
Duitsland streefde de vernietiging van de gehele joodse bevolking na. Ongeveer 6 miljoen joden kwamen om het leven.
Onder de Nederlandse bevolking heerste een passieve houding. De verplichte tewerkstelling leidde tot een groei van de georganiseerde verzetsbeweging. De bezetter reageerde hierop door duizenden verzetslieden om te brengen. De verzetbeweging bleef in verhouding klein, het deel dat de Duitsers steunde was groter. In de winter van 1944-1945 kwamen 20.000 Nederlanders door honger en kou om het leven.

3.2 De ideologische verschillen tussen de VS en de SU kwamen na de oorlog snel weer boven. De westerse landen waren bang dat de SU van de oorlog gebruik wilde maken om zijn invloed in Oost-Europa te versterken. Stalin vertrouwde de geallieerden niet.
Na de oorlog werden Duitsland en Berlijn in vieren gedeeld en bezet door Engeland, Frankrijk, de VS en de SU. Het westelijk en oostelijk deel van Duitsland groeiden uiteen in 2 afzonderlijke staten: BRD (westen) en DDR (oosten). In 1961 bouwde de SU om zijn zone in Berlijn een muur: oost en west waren nu letterlijk gescheiden.
In 1949 sloten West-Europa, Canada en de VS een militaire alliantie: de NAVO. Als reactie sloten de SU en Oost-Europese landen het Warschaupact. De vijandige houding tussen de VS en SU werd Koude Oorlog genoemd.
In 1949 hadden de Russen ook een atoombom. In 1950 viel Noord-Korea Zuid-Korea binnen. In 1953 werd een wapenstilstand gesloten. In 1962 installeerde de SU kernraketten op Cuba.

3.3 In de VS had WOII een sterke stimulans gegeven aan de oorlogsindustrie. De SU was na de oorlog zwaar verwoest.
De vrijheid van de bevolking werd in de Oost-Europese landen enorm ingeperkt. Om een modern militair apparaat op te bouwen kreeg de zware industrie alle aandacht. Stalin ging dood in 1953. In 1956 leverde Chroestsjov openlijk kritiek op Stalin. Joegoslavië was onafhankelijk gebleven, Tito was daar de leider van de eigen invulling aan het communisme.
China weigerde zich te onderwerpen aan Rusland. In 1949 was China communistisch geworden, Mao Zedong was de leider. In 1960 kwam het tot een openlijke breuk tussen de SU en China.

3.4 De VS bood in 1947 steun aan Europa dmv het Marshallplan. Tussen 1948 en 1951 werd bijna 12 miljard dollar naar West-Europa gezonden. In ruil voor deze hulp moest Europa economisch wel gaan samenwerken. In 1951 werd de EGKS opgericht. Hieruit ontstond in 1957 de EEG. Duitsland en Japan kregen ook economische hulp. Het ging zo goed dat Japan in de jaren ’70 de 2e industriële natie en de 3e handelsnatie ter wereld was. Na de communistische machtsovername in China in 1949 werd Japan van onschatbare strategische waarde.

3.5 Na de oorlog beleefde de VS een onstuimige welvaart. De zwarte bevolkingsgroep was in velerlei opzichten achtergesteld. Organisaties als de NAACP vochten voor gelijkheid van zwarten. In 1954 behaalde de NAACP een belangrijke overwinning op het gebied van onderwijsgelijkheid. In Nederland werd in de jaren ’50 een WW, een AOW en een AWW ingesteld.

3.6 Na WOII werden alle koloniale rijken in sneltreinvaart ontmanteld. De oorzaken hiervan: sterke groei van het nationalisme in de koloniën, de VS keurden het kolonialisme af, de VS en SU hoopten beide bondgenoten te vinden onder de nieuwe zelfstandige staten, de verdeeldheid binnen de Europese landen. Het dekolonisatieproces voltrok zich in twee golven. In de 1e golf (vlak na WOII) verwierven de koloniën in Azië hun onafhankelijkheid. De 2e golf rolde in de jaren ’60 over Afrika. De onafhankelijkheid bracht de nieuwe staten vaak niet de voorspoed en het geluk waarop zij hadden gehoopt. Ze waren politiek onafhankelijk, maar economisch waren ze ondergeschikt aan het Westen.
Ook in het Midden-Oosten verwierven de verschillende landen hun onafhankelijkheid. In 1947 stelden de VN voor om Palestina in tweeën te delen, maar de Arabieren verwierpen dat voorstel. In mei 1948 riepen de joden de staat Israël uit, daarop verklaarden de Arabieren Israël de oorlog. Israël won deze oorlog. In 1987 brak er een opstand uit onder de Palestijnen die in Israël wonen. Begin jaren ’90 kregen de Palestijnen zelfbestuur in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever.

Hoofdstuk 4 Van flowerpower tot perestrojka

4.1 In de jaren ’60 zetten veel jongeren zich af tegen de bestaande maatschappelijke orde. Ze protesteerden tegen grote woningnood, milieuvervuiling, armoede in ontwikkelingslanden en de oorlog in Vietnam. Ze vonden bovendien dat het politieke bestuur wel democratisch werd genoemd, maar in werkelijkheid had de oudere generatie alle macht in handen.
De 2e feministische golf was een belangrijke protestbeweging in de jaren ’60 en ’70. De vrouwenemancipatie was begonnen in de 19e eeuw, en nu werd de draad weer opgepakt. Ze eisten volledige gelijkheid aan mannen op elk terrein.
De protestbewegingen in deze jaren hebben grote invloed gehad op de westerse cultuur. Traditionele normen en waarden werden met een kritische blik bekeken, machtsverhoudingen veranderden, het gezag van de kerk werd sterk aangetast.
De toegenomen welvaart en het hogere opleidingsniveau maakten mensen mondiger en droegen bij tot een snelle secularisering.

4.2 In Vietnam brak halverwege de jaren ’60 een oorlog uit. Door de tv zagen velen de oorlog die zich duizenden kilometers verderop afspeelde. Al direct na WOII waren er conflicten ontstaan in Vietnam. O.l.v. Ho Chi Minh werd de Democratische Republiek Vietnam uitgeroepen. Frankrijk (koloniale mogendheid in Indo-China) accepteerde dit niet. Ze stuurden troepen naar Vietnam en hier braken gevechten uit die pas in 1954 beëindigd werden. Er werd een wapenstilstand gesloten. In 1956 zouden hier vrije verkiezingen gehouden worden om Vietnam weer te verenigen. In 1962 stuurden de VS 4000 militairen naar Vietnam. Frankrijk begon zich terug te trekken en waarschuwde Amerika voor een te sterke betrokkenheid. Het Amerikaanse leger groeide geleidelijk uit tot 500.000 manschappen en er werd steeds grover geweld gebruikt. Toch slaagde Amerika er niet in de oorlog te winnen. In 1973 werd een akkoord bereikt en de Amerikaanse troepen verlieten Vietnam. De Vietnamoorlog had het leven gekost aan 2,5 miljoen Vietnamezen en 57.000 Amerikanen. Het was duidelijk geworden dat de macht van de VS niet onbeperkt was. In West-Europa ontstond een anti-Amerikaanse sfeer.

4.3 In de jaren ’60 vond een geweldige technische ontwikkeling plaats. Er was ook sprake van een enorme productiestijging. Nog nooit in de geschiedenis was de welvaart zo snel toegenomen.
In 1973 was er een oliecrisis. In oktober van dat jaar hadden Syrië en Egypte een onverwachte aanval op Israël uitgevoerd. Israël was de winnaar. De strijd werd op politiek niveau voortgezet: Arabische oliestaten kondigden een olieboycot af tegen Amerika en Nederland. De gevolgen van de tijdelijke olieboycot waren niet zo dramatisch als verwacht. Ernstiger waren de productiebeperkingen en prijsverhogingen. In minder dan een jaar steeg de olieprijs met 400 procent. Dit was een klap voor de industrielanden, hun welvaart was voor een groot deel te danken aan de lage energieprijzen. Tot in de jaren ’80 was er een neergang van de hele wereldeconomie.
De EU streefde niet alleen naar volledige economische eenwording, maar ook naar grotere politieke integratie. De economische achteruitgang zorgde in de jaren ’70 voor een stemming van onzekerheid en pessimisme.

4.4 Tijdens de oliecrisis realiseerden de olie-exporterende landen opeens hoeveel macht zij over de westerse staten konden uitoefenen als zij hun krachten bundelden.
De landen in Afrika en Azië, maar ook in Midden- en Zuid-Amerika verkeerden in zo’n slechte economische toestand dat men begon te spreken van een ‘derde wereld’. Het kapitalistische Westen was de ‘eerste wereld’ en het communistische blok de ‘tweede wereld’. Omdat de meeste derdewereldlanden zich op het zuidelijk halfrond bevinden, wordt ook wel gesproken van de Noord-Zuidtegenstelling.
De politieke macht van de ontwikkelingslanden nam in de jaren ’70 enigszins toe. Doordat er steeds meer staten onafhanke-lijk werden, kregen de derdewereldlanden meer stemmen in de VN. In de jaren ’80 was de politieke macht alweer afgezwakt.

4.5 In 1989 kwam er een einde aan de Koude Oorlog. Reagan kwam in 1980 aan de macht en scheen niet bang voor een confrontatie met de Russen. Hij wilde de bewapeningswedloop opvoeren. De VS lanceerde in 1983 een peperduur project, waarmee door een schild in de ruimte vijandige raketten tegengehouden konden worden. In de SU brak paniek uit, want ze waren niet meer in staat de bewapeningswedloop bij te houden. De economie in het Oostblok verkeerde in een hopeloze toestand. In 1985 kwam Gorbatsjov aan de macht, hij streefde naar glasnost en perestrojka. Op 4 december 1989 ontmoetten Gorbatsjov en Bush elkaar in Malta waar zij officieel verklaarden dat de Koude Oorlog voorbij was. Op 3 oktober 1990 werden de twee Duitslanden weer samengevoegd.

4.6 Na de ineenstorting van het communisme in 1989 werd de democratie in een hele reeks landen met enthousiasme binnengehaald. In de jaren ’80 moesten de meeste dictaturen plaatsmaken voor democratische stelsels.
In Zuid-Afrika had jarenlang een kleine blanke minderheid een racistisch bewind gevoerd. In 1990 sloeg De Klerk een nieuwe weg in en begon met de afbraak van het apartheidssysteem. Bij de eerste echte democratische verkiezingen werd Nelson Mandela, die 26 gevangen was geweest, gekozen als hoofd van de staat.
Het einde van de Koude Oorlog heeft geen wereldwijde vrede gebracht. Vooral binnenlandse etnische en religieuze conflicten vormen vaak de oorzaak van bloedige oorlogen. Ook andere problemen van wereldomvang blijven voortgaan, zoals de snelle bevolkingsgroei, milieuvervuiling en ongelijke welvaartsverdeling.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.