Het laatste examennieuws, de beste samenvattingen en uitlegvideo's per vak, tips om je optimaal voor te bereiden.

 


Alles over de eindexamens Alles over het CSE


Orgaandonatie
Ik houd mijn spreek beurt over orgaandonatie. Dit sprak me aan toen ik aan het zoeken was naar een goed onderwerp voor mijn spreekbeurt. Ik vind het belangrijk omdat het levens redt en er veel te weinig donors zijn.
Ik ga het hebben over:
De eerste orgaandonatie
Wat houdt orgaandonatie in?
Het tekort aan organen
Hoe word je donor?
De donorprocedure
Donatie bij levende
Toewijzen van donororganen.
Geloof en orgaandonatie
De eerste orgaandonatie.
Orgaantransplantatie is nog een tamelijk nieuwe medische ingreep. De operatietechnieken werden vooral na de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld.
Na veel onderzoek in laboratoria werd uiteindelijk op 23 december 1954, met succes een niertransplantatie tussen twee broers (een eeneiige tweeling) uitgevoerd in Boston door het team van professoren Murray en Merrill. Hiervoor was in Boston al vaker een transplantatie uitgevoerd, maar deze mislukten vaak. Deze niertransplantatie was de eerste succesvolle en Murray heeft hiervoor in 1990 de Nobelprijs gekregen.
In Nederland werd in 1966 in het Academisch Ziekenhuis van Leiden een nier van een moeder naar haar zoon getransplanteerd. In Wenen werd in 1905 al een hoornvliestransplantatie uitgevoerd. De eerste Nederlandse harttransplantatie vond in 1984 in Rotterdam plaats. Sinds 1989 worden ook longtransplantaties uitgevoerd in Groningen waar in 1996 de eerste hartlongtransplantatie verricht werd. In de toekomst zal het aantal orgaandonaties steeds groter worden. De laatste jaren is het ook mogelijk om de dunne darm te transplanteren en in Amerika is voor het eerst een strottenhoofd van een donor gebruikt.
Wat houdt orgaandonatie in?
Als je orgaandonor bent houdt dit in dat nadat je overlijdt je organen en/of weefsel worden geïmplanteerd bij iemand die dat nodig heeft. Het gaat om de vitale organen: hart, nieren, lever, longen alvleesklier en dunne darm. Zonder deze organen kan een mens absoluut niet leven. Onder weefsels die bruikbaar zijn na de dood vallen: huid, botweefsel ,hoornvliezen, hartkleppen en bloedvaten. Het is echter moeilijk om aan deze organen te komen. Organen of weefsels zijn niet zomaar in een fabriek te maken, zelfs niet met de huidige wetenschap en technologie. Organen uit dieren zijn ook niet te gebruiken. Ze worden vrijwel onmiddellijk afgestoten door het lichaam. De enige optie die overblijft, is dus bestaande organen te transplanteren naar de zieke patiënt. Helaas is de vraag naar organen erg groot, en er is maar een zeer gering aanbod.
De meeste getransplanteerden hebben nu een goede kans om vijf jaar met het nieuwe orgaan in leven te blijven. Veel orgaanontvangers kunnen weer aan het werk. Maar iedere getransplanteerde blijft een leven lang patiënt, met regelmatige controles door specialisten.
Het tekort aan organen
In 1995 doneerden in Nederland 228 overledenen hun organen, terwijl er 136.154 mensen stierven. Er zijn zo weinig donoren omdat organen alleen bruikbaar zijn uit donoren die niet te oud zijn en die op een zeldzame manier overlijden: de hersenen moeten dood zijn, maar de rest van het lichaam moet functioneren. Ook gaan organen verloren doordat artsen op het beslissende moment niet naar een codicil informeren of aan de familie vragen of de overledene donor mag zijn. Na uitname gaan bovendien nog organen verloren doordat de implantatie niet tijdig kan worden georganiseerd, bijvoorbeeld door gebrek aan operatieteams of -ruimten. Nierpatiënten wachten in Nederland gemiddeld viereneenhalf jaar op een nieuwe nier. De helft van de patiënten vallen in die tijd af omdat het lichaam inmiddels zo achteruit is gegaan dat ze niet meer in aanmerking komen voor een nieuwe nier.Aan alle organen zijn momenteel veel behoefte maar de wachtlijst voor nieren is het langste.Momenteel staan er 1500 mensen op de wachtlijst voor een orgaan, dus er zijn veel te weinig donors, als iedereen zijn keuze zou registreren zouden er veel meer mensen gered kunnen worden.
Hoe word je donor?
Vanaf 12 jaar mag iedereen donor worden. Tot 16 jaar kunnen je ouders de donatie laten annuleren, ook al heb jij jezelf opgegeven als donor. De donatie gaat dan niet door. Als je hebt laten vastleggen dat jij géén donor wilt zijn, dan kunnen je ouders dit niet veranderen. Je bent geen donor. Als je onder de 18 jaar nog niet als donor geregistreerd staat, dan ontvang je een jaar nadat je 18 bent geworden automatisch een donorcodicil, dit is een formulier waar je je keuze over orgaandonatie op in kunt vullen. Zo wil de overheid proberen zoveel mogelijk mensen een donorcodicil te laten invullen.
Je kunt geen organen doneren als je bloedvergifiging hebt of minder dan 6 maanden voor je overlijden een tatoeage of piercing hebt laten zetten.
Er zijn 4 mogelijkheden:
Keuze 1: Je stelt je organen en weefsels na je overlijden beschikbaar voor transplantatie. Als je deze keuze maakt kun je op de achterkant van het formulier invullen als je bezwaar maakt tegen het doneren van bepaalde organen en weefsels.
Keuze 2: je stelt je organen en weefsels na je overlijden niet beschikbaar voor transplantatie.
Keuze 3: je laat de beslissing over aan je nabestaanden. Zij beslissen na je overlijden of je organen en weefsels wel of niet beschikbaar worden gesteld voor transplantatie.
Keuze 4: je laat de beslissing over aan een specifiek persoon. Hij of zij beslist na je overlijden of je organen en weefsels wel of niet beschikbaar worden gesteld voor transplantatie. Als je deze keuze maakt moet je op de achterkant van het formulier de gegevens invullen van de betreffende persoon.
In Nederland werken we met een systeem waarin Nederlanders zich mogen laten registreren. Dit wordt centraal geregeld in het Donorregister dat gevestigd is in Kerkrade. Als je je niet registreert wordt er automatisch gezegd dat je geen donor bent. In principe kan iedereen tot 81 jaar donor zijn. Als je ziek bent kun je misschien niet alle organen en weefsels afstaan, maar meestal wel een aantal. In België zit het systeem anders in elkaar, daar ben je altijd donor, tenzij je aangeeft dit niet te willen zijn.
Het nadeel van ons systeem is, dat slechts ongeveer 40 procent van de personen die een brief hebben ontvangen, deze ook terugzenden. Het aantal dat de brief heeft teruggezonden en ook daadwerkelijk “ja” aangetekend heeft is slechts 55 procent. 35 procent zegt “nee” en 10 procent laat het liever over aan nabestaanden. Zo’n 60 procent van de Nederlandse bevolking reageert dus al helemaal niet. Het komt er dus op neer dat er nog steeds veel te weinig organen ter beschikking worden gesteld want van de 22 procent van de Nederlanders van wie een orgaan gebruikt mag worden is een groot deel al niet bruikbaar door een verkeerde bloedgroep, aantasting door een ziekte, of het orgaan kan niet tijdig uit het lichaam verwijderd worden en is om die reden niet bruikbaar meer.
De donorprocedure.
De donorprocedure wordt in gang gezet als de hersendood is vastgesteld.
Het betekent dat de patiënt zelf geen adem meer haalt, het lichaam de bloeddruk en temperatuur niet meer zelf op peil kan houden en er geen reacties zijn op toegediende pijnprikkels. Door kunstmatige beademing blijft het hart kloppen en wordt het bloed door het lichaam uitgepompt. De vitale organen worden zo voorzien van zuurstof waardoor deze ten behoeve van de transplantatie nog enige tijd in een goede conditie kunnen worden gehouden.
Na vaststelling van de hersendood zal een arts het donorregister raadplegen om te controleren of de overleden patiënt staat ingeschreven als donor. Als dat zo is wordt gekeken bij wie het orgaan het beste past dus bij wie de kans op afstoting het kleinst is. Vervolgens worden de betreffende organen snel vervoerd voor de transplantatie, want de organen blijven maar kort goed.
De nabestaande van de overledenen kunnen voor en na de operatie bij de overledenen blijven, tijdens de operatie mag dit niet. Als de operatie klaar is kan de overledene gewoon opgebaard worden en hoeft de begrafenis of crematie niet uitgesteld te worden.
Donatie bij levende
Met name door het tekort aan donororganen van overleden personen komt donatie bij leven steeds vaker voor. Wanneer een levend een orgaan afstaat, kan dat risico's voor zijn gezondheid met zich meebrengen. Er moet er een duidelijke relatie met de ontvanger zijn zoals een familieband.
Iemand die doneert bij leven kan uiteraard niet dezelfde organen en weefsels doneren als bij donatie bij overlijden. In aanmerking kunnen komen: nieren, lever, longen, beenmerg en bloed. Als je een lever of long afstaat, sta je er maar een deel van af. De rest groeit weer aan. Vaak accepteert het lichaam de nier van een levend persoon beter dan de nier van een overleden persoon.
Toewijzing van donororganen.
Het zoeken naar de best passende ontvanger voor een donororgaan heet ‘matchen’. Een transplantatie van bijvoorbeeld nier heeft de meeste kans op succes wanneer de bloedgroep en de weefselkenmerken van de donor en ontvanger zoveel mogelijk met elkaar overeenkomen. Bij hart, lever en longen spelen vooral de bloedgroep, de lengte en het gewicht van de donor en ontvanger een rol. Voor hartkleppen en botten bijvoorbeeld zijn de afmetingen heel belangrijk.
Geloof en orgaandonatie
• Rooms-katholieken en protestanten
De rooms-katholieke en protestantse kerk staan positief tegenover orgaandonatie en leggen de nadruk op vrijwilligheid. Ze vinden dat iedereen zelf mag weten of hij donor wil worden of niet.
• Islam
Binnen de Islam zijn de meningen verdeeld, sommige stromingen zijn positief over orgaandonatie en vinden dat dat een echt teken is van naastenliefde.
Andere stromingen vinden orgaandonatie het ontheiligen van het lichaam.
Volgens de Koran is een leven redden een belangrijke handeling in de Islam. Volgens de koran mag je ook niet je eigen lichaam verminken. Dit staat in tegenstrijd
Argumenten voor
Mensen die voor orgaandonatie kiezen doen dit vaak omdat ze vinden dat ze toch niks meer aan hun organen hebben als ze dood gaan en het daarom goed is om ze af te staan als je er een leven mee kunt redden. Mensen vinden het fijn dat ze nog wat kunnen betekenen voor iemand nadat ze dood gaan.
Argumenten tegen
Mensen die tegen een orgaandonatie kiezen doen dit vaak omdat ze het eng vinden dat mensen na hun dood hun organen eruit zouden halen en vinden het eng om over de dood na te denken. Ze vinden dat hun organen alleen van hun zijn en van niemand anders. Ook zijn ze vaak bang dat een dokter hen eerder hersendood zal verklaren dan nodig is. Veel mensen willen ook geen donor worden omdat ze denken dat ze niet geschikt zijn. In principe kan iedereen donor worden, ongeacht leeftijd en gezondheid.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Angelique van Bree

Angelique van Bree

Waar is de aandacht voor de donor? Je moet weten dat geen enkele donor echt dood is. Je kunt nl geen levende organen uit een dood persoon halen. De term Hersendood is enkele en alleen bedacht om orgaantransplantatie mogelijk te maken. Vergeet niet dat dit een miljardenhandel is! De informatie die de overheid geeft is eenzijdig en puur gericht op de ontvanger, terwijl er een doodzieke patient ligt die alle zorg en aandacht nodig heeft. Helaas wordt deze doodzieke persoon gezien als een hoopje organen, terwijl deze mens met de juiste behandeling beter kan worden. In Brazilie is een arts die mensen met de diagnose hersendood weer terug kan halen. Hersendood is dus wel omkeerbaar.
Ik adviseer het boek : Wat je over orgaandonatie zou moeten weten van Ger Lodewick. Lees je in over de andere kant van orgaandonatie; het is geen sprookje, en het is ook geen sociale daad. Dit maakt de overheid ervan. Wordt wakker; iedere orgaandonor leeft, maar sterft op de operatietafel door uitname van de organen. Dit moet je weten alvorens je kiest voor orgaandonatie.

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

madeleine

madeleine

we hebben een tien gehad voor onze spreekbeurt topp

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

F.

F.

hoelang duurde je presentatie? want ik vind dit best wel veel tekst

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

J.

J.

leuk en makkelijk kan ik weer gaan gamen

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast