Onze vrienden van Markteffect doen hun jaarlijkse Scholierenonderzoek. Geef jouw mening over het onderwijs en maak kans op JBL headphones of Bol.com-bonnen van 15 euro.

 

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je PWS of Sectorwerkstuk?

Heeft jouw PWS of Sectorwerkstuk een link met het Rijksmuseum? Stuur je werkstuk dan vanaf december in voor de Junior Fellowship profielwerkstukwedstrijd van het Rijksmuseum. En maak kans op € 1500 en een traineeship! 

-Inhoudsopgaven



• Werkverdeling & planning



• Samenvatting



• Opdrachten



• Karel de Grote



• Eigen Mening



-Samenvatting



Elegast stelt nu voor om bij Eggerik van Eggermonde (die getrouwd is met de zus van Karel) in te breken. Eggerik is volgens Elegast onbetrouwbaar. Hij zou volgens hem zelfs zijn koning het leven ontnemen als hij de kans kreeg.

Op weg naar het kasteel van Eggerik steelt Karel de Grote een Breekijzer. Hiermee maken ze een gat te maken in de muur van Eggeriks kasteel. Elegast begint te twijfelen of Karel wel een goede inbreker is.

Door een toverkruid in te nemen kan Elegast de dieren verstaan en hoort op die manier dat de koning buiten het kasteel staat. Hij gaat terug naar Karel en verteld hem dit. Karel zegt dat je dieren helemaal niet kan verstaan. Hierop geeft Elegast Karel toverkruid en nu hoort Karel het zelf.



Als Karel het kruid aan Elegast terug wil geven, merkt hij dat het kruid verdwenen is. Elegast lacht en zegt dat het een wonder is dat hij nog nooit is opgepakt, want Elegast had het kruid zelf al lang gepakt.

KarelLaat Elegast het Kasteel binnengaan, ondanks dat de koning in de buurt schijnt te zijn. Omdat Elegast sloten open en mensen in slaap kan toveren lukt het om de schat te stelen.

Elegast wil nog een keer terug om het zadel van Eggerik te stelen. Dit mooie zadel met honderd gouden belletjes is in de slaapkamer van Eggerik. Tijdens het stelen schrikt Eggerik wakker door het gerinkel van de belletjes. Zijn vrouw weerhoudt hem er van om op onderzoek uit te gaan, want er was volgens haar toch niets, want niemand kan binnenkomen in het Kasteel.

Vervolgens vraagt zij aan Eggerik wat er toch met hem aan de hand is. Hij slaapt en eet al drie dagen niet. Na lang aandringen bekent Eggerik dat hij een samenzwering heeft beraamd om de volgende dag Karel te doden. Eggerik noemt ook alle handlangers op. Elegast hoort dit alles, omdat hij onder het bed ligt.

De vrouw van Eggerik protesteert heftig op de voorgenomen samenzwering van haar man, waarop Eggerik haar vol in het gezicht slaat. De vrouw begint uit haar mond en neus te bloeden, wat Elegast ongemerkt op weet te vangen in zijn handschoen. Dan spreekt Elegast een toverspreuk en vallen ze weer in slaap. Hij neemt het zwaard en zadel mee en gaat naar buiten.

Buitengekomen verteld Elegast aan Karel wat hij zo juist heeft gehoord. Karel begrijpt nu ook waarom God hem uit stelen heeft gezonden. Hij weet Elegast ervan te weerhouden om terug te gaan en Eggerik te doden. Hij vraagt Elegast om naar de koning te gaan en daar het verhaal van het verraad te vertellen. Elegast wil dit niet omdat hij van de Koning (Karel) heeft gestolen en is verbannen

Nu zegt Karel dat hij de koning kent en dat hij het verhaal wel zal vertellen. Elegast moet met de complete buit naar zijn schuilplaats gaan. Ze spreken af om elkaar de volgende dag te ontmoeten om de buit te verdelen, dat deed hij. En de Koning ging onopgemerkt naar zijn kasteel terug.





-OPDRACHTEN



A42

Boendale ontkende dat Karel een dief is geweest omdat hij nergens in zijn Latijnse bronnen heeft kunnen terugvinden dat Karel dingen gestolen had. Daarnaast twijfelde Boendale aan de morele waarheid. Volgens hem hoorde een koning niet te stelen, en had Karel de Grote dus ook nooit iets gestolen.



A43

-a De adel dacht in termen van eer en schande. Eer was volgens hen belangrijker dan geweten. Het ergste was als je naam besmeurd werd. Daarom leidden sommige edelen een dubbelleven: voor de buitenwereld waren het goeie edelen, maar ondertussen deden ze dingen die niet door de beugel konden. Karel redeneert vanuit dit principe van eer en schande als hij weigert om zomaar antwoord te geven op de vragen van de onbekende zwarte ridder.

-b De geestelijkheid dacht in termen van genade en zonde. De geestelijkheid die sterk geloofde dat God alles zag en dat je je geweten zuiver moest houden redeneerde vanuit zonde en genade. Als je tegen de geboden van God zondigt, ben je van Zijn genade afhankelijk om met hem weer in het reine te komen. Het ging er volgens de geestelijkheid dus niet zozeer om of je bij de mensen in aanzien bent, maar of God je een warm hart toedraagt. Als je het op deze manier bekijkt is het dus niet zo erg als mensen je beschuldigen, want God ziet wel dat je onschuldig bent, wat de mensen vinden is dus onbelangrijk.



B44

De mensen vinden de koning vaak een groot voorbeeld, en als die als steelt van zijn eigen volk. Zou het volk zien dat hun voorbeeld slechte dingen doet, en ze het zelf dus eigenlijk ook best kunnen doen, want als zelf de koning het doet waarom hun dan niet.



B45

De meeste historische romans hebben meestal een fictief personage als hoofdpersoon, die zich in de buurt van een froot historisch figuur bevindt om te voorkomen dat ze op historische onjuistheden betrapt worden. Zo’n fictieve hoofdfiguur kan un je immers makkelijk naar je hand zetten dan de ‘echte’ historische personen.



C48

Kenau; de Vries,Teun.

-a Kenau Simonsdochter Hasselaar staat centraal in het boek. Dit is een historisch personage.



-b Kenau Simonsdochter Hasselaar is ook de hoofdpersoon.



- Er is inderdaad onderzoek gedaan naar Kenau, dat is wel te merken als je het boek doorleest omdat er veel feiten in zijn verwerkt. Maar veel van de bijpersonen zijn net als op bladzijde 67 word vermeld gewoon fictief en hebben nooit echt bestaan. Toch worden er volgens mij geen daden van anderen uit andere tijden aan de hoofdpersoon toegewezen.



-Karel De grote



Karel de Grote en zijn broer Karloman volgden in 768 samen zijn vader Pepijn de Korte op. Omdat Karloman in 771 stierf was Karel de Grote vanaf die tijd alleen de baas. Karel heeft door zijn buitenlandse veroveringen, zijn keizerschap en door zijn persoonlijkheid de bijnaam de Grote gekregen, maar dat kan ook komen omdat hij voor die tijd aardig groot was.

Hij was zeker niet geniaal, maar door zijn kracht en plichtsbesef als Keizer en leger aanvoerder zeker de belangrijkste middeleeuwse koning. Zijn verdediging van het christendom, zijn stichting en uitbreiding van het keizerrijk, zijn uitstekende staatsorganisatie en zijn zorg voor het behoud van de Germaanse cultuur hebben veel betekend voor het moderne Europa.



(De informatie is van verschillende sites afgehaald en heeft dus ook verschillende redacteurs, de informatie is allemaal opgezocht met (google) google www.google.nl revisie datum staat niet vermeld op de site. (02-06-2004)



-Eigen mening



Wij vonden dit een erg interessant Project om aan te werken, we weten nu veel meer over hoe de mensen over dingen dachten en hoe ze zich gedroegen in de Middeleeuwen.

Vooral het lezen van informatie over Karel de Grote was erg interessant.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.