Irak

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Spreekbeurt door een scholier
  • Klas onbekend | 2694 woorden
  • 22 september 2003
  • 24 keer beoordeeld
  • Cijfer 6
  • 24 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Irak Kwestie

Assertief of agressief? Laks of diplomatisch?
De tegenstellende houdingen in de strijd tegen het terrorisme.
Onmiddellijk na 11 september, verklaarde president Bush de oorlog aan het terrorisme. De Navo besloot dat de aanslagen aanvallen waren op alle lidstaten, en vele landen zegden medewerking toe. En toch, als men de mediaberichten over de zaak Irak mag geloven, overspoelt een golf van anti-Amerikanisme het Europese continent. De oorzaak wordt bij boeman Bush gelegd. Niet onbegrijpelijk als men bedenkt dat Bush en enkele topministers verklaarden dat ‘niet de coalitie de oorlog zou dicteren, maar dat de oorlog de coalitie zou dicteren’. Hiermee werd bedoeld dat de VS geen toegevingen zouden doen over de doelstellingen van hun acties om een bredere coalitie te bekomen Zij zouden hun doelen en methoden zelf bepalen en op basis daarvan onderhandelen met afzonderlijke landen.
Eén van de verklaringen voor deze radicale optie, kan terug gevonden in het Irak van de jaren ’90. In resolutie 687 van de Veiligheidsraad (1991) werden door de internationale gemeenschap aan Irak harde ‘vredesvoorwaarden’ opgelegd. De vergelijking met het verdrag van Versailles uit 1919 is door velen gemaakt: de verantwoordelijkheid voor de oorlog werd bij de verliezer gelegd, er werden wapenbeperkingen en schadeloosstellingen voorzien. Het belangrijkste punt van overeenkomst is wel dat noch Duitsland in 1919, noch Irak in 1991 zich bij deze ‘vrede’ hebben neergelegd. Het was meteen duidelijk dat deze resolutie over een lange periode zou moeten worden afgedwongen. De internationale gemeenschap besloot toe te zien op de naleving van de vrede. Maar toen Irak moeilijkheden veroorzaakte over de wapeninspecties, nam de internationale controle snel af. Tegen 1998, toen Saddam verdere wapeninspecties afwees, waren enkel VS en Groot-Brittannië overgebleven. De andere landen, zoals Frankrijk, Duitsland of Japan, bleken - nu de oliebelangen in Koeweit en de Golf waren veilig gesteld - niet langer geïnteresseerd in de naleving van de resolutie.

Blaffende Unie bijt niet.
Nu nog wordt de politiek van de Europese Unie gekenmerkt door een tweeslachtigheid. Men bewijst lippendienst (= niet gemeende steun) aan de internationale gemeenschap bij de handhaving van vrede en veiligheid, maar neemt geen verantwoordelijkheid om deze vrede te bewaken en waar nodig af te dwingen. Als het er op aan komt tanden te geven aan de internationale gemeenschap, laat Europa het werk over aan Washington en Londen. Vandaar dat de regering Bush zich niet langer laat afremmen door de bondgenoten. Wil Europa iets aan de houding van de VS veranderen, moet het iets aan de eigen houding doen.
Het falen van Europa kan verklaard worden door het gebrek aan een gemeenschappelijk buitenlands beleid. Er zijn nog twee pijnpunten. Ten eerste heeft Europa weinig politieke geloofwaardigheid, omdat het weinig militaire geloofwaardigheid heeft. Dit is een gevolg van een gebrek aan middelen, maar ook van de pacifistische grondhouding van Europa. In een strategie van afschrikking, is de deelname van Europa vaak een verzwakkend element. Zoals Louis Michel onlangs zei, vergroot dit pacifisme jammer genoeg het gevaar tot oorlog.
Ten tweede is de houding van Europa moreel bedenkelijk. Niet alleen de Unie, maar ook de individuele Europese landen zijn bijzonder traag als hun directe belangen niet in het geding zijn. Tot het einde van Koude Oorlog waren de Atlantische banden sterk. Europa was voor zijn veiligheid van de Amerikaanse militaire macht afhankelijk. Nu het belang daarvan kleiner lijkt, is het cement tussen de oude bondgenoten zoek. Voor Europa is het gezamenlijk ontwikkelen van een wereldwijde strategie voor vrede en veiligheid na 1991 op geen enkel moment een agendapunt geweest. We hebben ons beperkt tot de – tot 2001 terechte - kritiek dat de VS die evenmin hadden.

De Irak Kwestie in vraag en antwoord
Irak is al verslagen in de Golfoorlog. Waarom een tweede aanval?
Saddam Hussein politieke positie was verzwakt en het was een kwestie van tijd voordat de binnenlandse oppositie met hem zou afrekenen, zo dacht president Bush senior destijds. Mis. De oppositie was en is hopeloos verdeeld en Saddam taaier dan verwacht.

De VS hoopte Irak te kunnen isoleren. VN-wapeninspecteurs moesten erop toezien dat het land geen massavernietigingswapens ontwikkelde en opnieuw een militaire bedreiging zou vormen. Maar Saddam schopte de VN-ers het land uit en begon met de herbewapening. Irak was niet vleugellam en bleef een gevaar voor de regio. De 'containmentpolitiek' van president Clinton had gefaald.

Waarom wil de VS juist nu afrekenen met Saddam Hussein?
Met de verkiezing van Bush junior werd alles anders. Deze liet direct blijken dat hij het onvoltooide werk van zijn vader wilde afmaken. Met vice-president Cheney, minister van Buitenlandse zaken Powell en minister van Defensie Rumsfeld verzamelde hij mensen om zich heen die in de Golfoorlog ook al een belangrijke rol speelden en die ook nog een appeltje met Saddam te schillen hadden.


De aanslagen van 11 september brachten de zaak in een stroomversnelling. De Amerikaanse buitenlandse politiek werd assertiever. In de strijd tegen de terreur werden gevaarlijke mondiale ontwikkelingen niet meer op hun beloop gelaten, maar bij de horens gevat. Met Iran en Noord-Korea behoort Irak volgens Bush tot de 'as van het kwaad', en dat kwaad dient volgens de nieuwe Amerikaanse doctrine bestreden te worden.

Hoe past een aanval op Irak in de strijd tegen de terreur?
Bush en zijn medewerkers weten het zeker. Het regime in Bagdad onderhoudt nauwe banden met het al-Qaeda-netwerk van Osama bin Laden. Een probleem is echter dat hij daarvoor geen sluitende bewijzen op tafel kan leggen. Niet dat de VS vindt dat die nodig zijn. Alleen al het risico dat regimes als die van Saddam in de toekomst massavernietigingswapens toespelen aan terroristen, is voor Washington reden genoeg om nu in te grijpen. Zo niet, dan zal de wereld dat op den duur berouwen, aldus Bush.

Maar de strijd tegen terreur en gevaarlijke regimes is niet het enige motief. Vooraanstaande leden van de Amerikaanse regering hopen dat de val van Saddam als breekijzer werkt in het hele Midden-Oosten, dat nu nog gebukt gaat onder dictoriale regimes. Bovendien, maar dat wordt niet met zoveel woorden toegegeven, biedt een nieuw democratisch bewind in Bagdad Amerikaanse oliebedrijven uitzicht op lucratieve contracten in Irak.

Waarom valt de VS Irak aan zonder toestemming van de Veiligheidsraad?
Het liefst was de VS, zoals in de Golfoorlog en recentelijk in Afghanistan, met een nieuw mandaat van de VN ten strijde getrokken. Uiteindelijk bracht Washington een tweede resolutie voor internationale steun voor een aanval op Irak niet in stemming, omdat die geen meerderheid zou krijgen. Maar voor Bush bood resolutie 1441, die Irak verplicht zijn massavernietigingswapens te ontmantelen, al voldoende legitimatie voor een aanval.

Dat de VN-wapeninspecteurs er niet in zijn geslaagd die wapens ook boven water te krijgen, bewijst volgens Washington juist het leugenachtige karakter van Saddam. Die heeft alles gedaan om Blix en ElBaradei om de tuin te leiden, aldus de VS. Meer inspecties zou alleen tot meer bedrog hebben geleid.

VN-Resolutie 1441. Het begin of het einde?
Deze Resolutie werd op 9 november, na twee maanden van onderhandelingen, unaniem goedgekeurd door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Hierin krijgt de Iraakse leider Saddam Hussein "een laatste kans" om de wapeninspecteurs in zijn land toe te laten, die vast moeten stellen of Irak verboden wapens heeft ontwikkeld, en zo ja, welke. Het niet nakomen van de afspraken heeft voor Irak "ernstige gevolgen", zo staat in de resolutie.
De permanente leden van de VN-veiligheidsraad China, Frankrijk en Rusland zijn echter niet overtuigd van de noodzaak van een militaire aanval op Irak. Daarom past Bush zijn ontwerpresolutie keer op keer aan, tot eerst China en later ook Frankrijk en Rusland de tekst aanvaardbaar vinden. Dat is opmerkelijk, omdat hij zich sinds zijn aantreden, met uitzondering van een korte periode na 11 september 2001, zich nauwelijks zorgen maakt over de mening van andere landen. Volgens waarnemers zijn de Verenigde Staten er op dat moment al van overtuigd dat Irak de resolutie zal schenden, waarop Bush met volledige internationale steun militair kan ingrijpen.
Irak levert, zoals afgesproken in de resolutie, op 8 december een 12.000 pagina's tellend rapport in over zijn wapenprogramma, dat door de VN kritisch wordt bekeken. Ruim anderhalve maand later, op 27 januari brengen Hans Blix, hoofd van het VN-wapeninspectieteam in Irak, en Mohammed ElBaradei, hoofd van het Internationale Atoomenergie Agentschap IAEA, verslag uit aan de VN-Veiligheidsraad over het verloop van de inspecties. Blix meldt dat Irak goed meewerkt, maar hij is ontevreden over de inhoudelijke medewerking. Het Iraakse rapport bevat volgens Blix oud materiaal en vele vragen blijven daarin nog onbeantwoord.
5 februari is de dag waarop de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, zijn 'bewijs tegen Irak' presenteert voor de Veiligheidsraad. Hij laat afgeluisterde telefoongesprekken tussen Iraakse militairen horen en toont satellietfoto's, waaruit moet blijken dat Irak over mobiele militaire laboratoria voor chemische en biologische wapens beschikt. Powell zegt ook dat Irak banden onderhoudt met het terroristennetwerk al-Qaeda en dat Irak over een geheim kernwapenprogramma beschikt. Irak doet het verhaal van Powell af als "leugens en verzinsels" en "een poging om een oorlog te rechtvaardigen".
Op 24 februari dienden de VS, Groot-Brittannië en Spanje een ontwerptekst van een nieuwe resolutie in die het ontwapenen van Irak met geweld rechtvaardigt. Hierin staat dat Irak sinds 1990 meer dan tien VN-resoluties heeft geschonden, inclusief resolutie 1441. Irak heeft daarmee zijn laatste kans voor een vreedzame oplossing verspeeld, zo luidt de tekst.
Op 7 maart brachten Hans Blix en Mohammed ElBaradei opnieuw verslag uit over hun bevindingen in Irak. Blix zegt in zijn toespraak dat het regime in Bagdad Irak beter meewerkt dan vorige maand. Hij suggereert dat de coöperatieve houding van Saddam Hussein mede het gevolg is van de toenemende militaire druk. Volgens Blix zijn er - zelfs als Irak volledig meewerkt - nog maanden nodig om de inspecties goed uit te voeren. De VS en Groot-Brittannië hebben inmiddels meer dan 200.000 militairen in de regio gestationeerd. Het anti-oorlogskamp ziet in de rapportage extra munitie om te pleiten voor meer tijd voor de wapeninspecteurs. Frankrijk en Rusland dreigen zelfs de Brits-Amerikaanse resolutie te blokkeren met een veto.
Onder druk van het groeiende verzet in de Veiligheidsraad besluiten de VS, Groot-Brittannië en Spanje op 7 maart de 'oorlogsresolutie' aan te passen. De nieuwe tekst geeft Saddam Hussein nog tot 17 maart de tijd om zich te schikken naar de wensen van de internationale gemeenschap. Doet hij dat niet, dan volgt automatisch gewapend ingrijpen.
Op de top die zondag 16 maart op de Azoren wordt gehouden en waarbij Bush, Blair en Aznar over de kwestie-Irak praten, concludeert de Amerikaanse president dat "morgen het moment van de waarheid is." Bush en zijn collega's vragen de overige leden van de Veiligheidsraad om maandag 17 maart een hard ultimatum te stellen aan Irak. "De internationale gemeenschap moet laten zien dat ze belang hecht aan vrede en veiligheid, door steun te geven aan de onmiddellijke en onvoorwaardelijke ontwapening van Saddam Hussein", aldus Bush.
Maandagnacht 17 maart stelt Bush Saddam Hussein en zijn zonen een ultimatum. Ze moeten binnen 48 uur Irak verlaten. Anders zullen de Verenigde Staten het land aanvallen op een moment naar hun keuze. Later verklaarden Amerikaanse zegslieden dat het ultimatum donderdag 20 maart exact om 2.15 uur Nederlandse tijd afloopt. Volgens Bush bestaat er geen twijfel over dat Irak massavernietigings-wapens heeft. Hij waarschuwde dat er duizenden doden kunnen vallen als die wapens in handen komen van terroristen.
Kort nadat het ultimatum van de VS is afgelopen, in de nacht van donderdag 20 maart, begint de oorlog tegen Irak. President Bush kondigt in een speech aan zijn landgenoten aan dat de oorlog wel eens langer zou kunnen duren dan menigeen verwacht. Hij zegt dat het Amerikaanse leger de levens van burgers zo veel mogelijk zal sparen.

Om ongeveer half vier (Belgische tijd) komen de eerste berichten dat het luchtafweergeschut bij Bagdad actief is. Korte tijd later komen er meldingen van explosies, die volgens Amerikaanse deskundigen zouden zijn veroorzaakt door kruisraketten. De Amerikaanse vliegtuigen die de eerste aanvallen op Bagdad uitvoeren, proberen met precisiebombardementen hoge functionarissen van het Iraakse regime uit te schakelen.
Een oorlog om de olie?
Irak en Noord-Korea. Beide landen genieten de twijfelachtige eer deel uit te maken van de 'As van het Kwaad' van president Bush. Maar de één lijkt 'kwader' dan de ander. Waar de VS Saddam Hussein met geweld een lesje wil leren, zet het Witte Huis alleen diplomatieke middelen in om Noord-Korea weer in het gareel te krijgen. En dat terwijl Noord-Korea al openlijk werkt aan een nieuw kernwapenprogramma. “Meten met twee maten”, smalen Bush-criticasters. Het zou de VS vooral te doen zijn om de Iraakse olievoorraad. "Geen bloed voor olie", riepen honderduizenden betogers in februari tijdens wereldwijde demonstraties tegen een aanval op Irak. Maar welke rol speelt de olie in dit conflict?

De VS is inderdaad voor haar olievoorziening grotendeels afhankelijk van het buitenland. Het land heeft dagelijks 20 miljoen vaten (van 159 liter) ruwe olie nodig om in de energiebehoefte te voorzien en die behoefte zal in de toekomst alleen maar toenemen. De meeste olie importeert de VS uit Saudi-Arabië, maar sinds de aanslagen van 11 september waarbij Saudische terroristen betrokken waren, zijn de relaties vertroebeld. Mede daarom is de blik gericht op Irak, dat met 112 miljard vaten over 11 procent van de oliereserves ter wereld beschikt, en volgens experts mogelijk zelfs het dubbele. Ter vergelijking: de VS heeft zelf een oliereserve van 22 miljard vaten.

Generaal Zinni, destijds bevelhebber van de Amerikaanse troepen in het Midden-Oosten, erkende in 1999 voor het eerst dat de Golfregio met zijn enorme oliereserves voor de VS van "cruciaal belang" zijn. De VS zou daarom "vrije toegang" moeten afdwingen tot de bronnen in de regio. Ook de huidige Amerikaanse vice-president Dick Cheney - die voordat hij de politiek inging rijk is geworden in de olie- sprak in 2001 in een energierapport zijn zorg uit over de toenemende Amerikaanse afhankelijkheid van olie- en gasimport. Hij meende dat voorkomen moest worden dat 'vijanden' van de VS "een overdreven invloed" krijgen op de energiemarkt. Het omverwerpen van de Iraakse leider Saddam Hussein en het in het zadel helpen van een pro-Amerikaanse regering in Irak zou dus een vitaal economisch belang van de Amerikanen dienen.

Irak leverde voor de oorlog maar een minimale bijdrage aan de oliehandel in de wereld. Sinds Saddam Hussein de Golfoorlog in 1991 verloor, raakte hij de zeggenschap over de olie-export kwijt. Hij mag onder dreiging van strenge sancties slechts mondjesmaat olie uitvoeren (het olie-voor-voedsel-programma) tegen een door de VN vastgestelde prijs. Hussein heeft intussen wel voor miljarden dollars exploitatiecontracten gesloten met een aantal landen (de VS uitgezonderd) die ook azen op de Iraakse olie. Zodra de VN-sancties tot het verleden behoren, hopen oliemaatschappijen uit onder andere Frankrijk, Rusland en China snel te kunnen beginnen met de exploitatie van de Iraakse olievelden. Voorwaarde is natuurlijk wel dat een nieuw regime de contracten niet ongeldig verklaart. Met name Frankrijk en Rusland vrezen dat hun oliebelangen in Irak geschaad worden als het regime in Bagdad door de VS omvergeworpen wordt. Dat is deels ook de verklaring voor de terughoudendheid van deze landen om de Amerikaanse aanval op Irak te steunen.
De gedachte dat de VS Irak alleen wilde aanvallen om de olie is volgens sommige deskundigen echter te simpel. "Ik verzet mij tegen het idee dat het de Amerikanen alleen om de olie te doen is", zegt prof. dr. Coby van der Linde, energiedeskundige van het instituut Clingendael. "De dreiging die van Saddam uitgaat is reëel, met name voor de buurlanden. Maar ik kan en wil niet ontkennen dat olie in dit conflict wel een belangrijke rol speelt."

De econoom Sweder van Wijnbergen gelooft ook niet in "een oorlog om de olie". De voornaamste reden voor een oorlog is volgens de econoom toch "het gevaar dat Saddam is voor de wereldvrede". Het is bovendien geen koloniale oorlog, waarbij de VS Irak bezet en zeggenschap krijgt over het land en zijn bronnen, meent Van Wijnbergen. "De oliebronnen behoren toe aan Irak. Een nieuwe regering zal daarover beslissen. Als die regering de VS gunstig gezind is, kunnen Amerikaanse bedrijven meedoen op de Iraakse oliemarkt." Van Wijnbergen ziet ook een verschil met het conflict met Noord-Korea dat niets met olie te maken heeft. "Noord-Korea hield zich tot voor kort wél aan de overeenkomst over het stopzetten van het nucleaire wapenprogramma, terwijl Irak al ruim tien jaar de zaak saboteert." Van Wijnbergen meent dat het conflict met Noord-Korea, in tegenstelling tot dat met Irak, in een stadium verkeert dat er nog veel ruimte tot onderhandelen is.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

nice kom uit irak :)

6 jaar geleden