De NPO is bezig met een nieuwe interactieve videoserie voor scholieren, over persoonlijke dilemma's. Om de serie zo herkenbaar mogelijk te maken, hebben ze jouw hulp nodig. Ben je tussen de 15-18 jaar en wil jij meedenken? Vul de vragenlijst in (5 a 10 minuutjes) en maak kans op een Bol.com bon van 10 euro.

 


Meedoen



Beste klasgenoten en geachte leraar,

mijn spreekbeurt zou moeten handelen over doping in de sport. Een heel actueel
onderwerp. Iedereen heeft zeker al eens in het nieuws gehoord over één of andere
beroemde sportvedette die betrapt is op het gebruik van doping. Eerst zal ik wat
uitleg geven over het begrip ‘doping’ zelf en dan zal ik dat fameuze woord integreren
in de hedendaagse, maar ook verleden sportwereld.
De wettelijke definitie van doping luidt als volgt: het gebruik van substanties of het
aanwenden van middelen met het oog op het kunstmatig opvoeren van het
rendement van de atleet die deelneemt aan of zich voorbereidt op een
sportcompetitie, wanneer hierdoor schade kan veroorzaakt worden aan zijn fysieke
of psychische gaafheid. Doping bestaat al heel lang. Het is eigenlijk uitgevonden
door de Grieken, die al heel lang voor de christelijke jaartelling een speciaal dieet
kenden. Het dieet bestaat vooral uit magische kruiden en stimuleerde de
lichaamsconditie. Ook de Romeinen waren al op de hoogte van wat doping was. Ze
gaven namelijk de paarden een mengsel van honing, water en kruiden, waardoor de
paarden een grote uithoudingsvermogen hadden. Later, in de 15de eeuw, kauwden
de Inka’s cocabladeren. Deze bladeren bevatten cofeïne en verlichtte zo hun
vermoeidheid en verhoogde de arbeidsprestaties. In tegenstelling tot wat vele
mensen denken is het woord doping niet afgeleid van het Engelse ‘dope,’ maar van
het Nederlandse woord doop, wat onderdompeling betekent. Dit woord vindt zijn
oorsprong omstreeks 1666. In dit jaar ging namelijk de eerste antidopingwet van
kracht. De Hollandse pioniers die op het eiland Manhattan Nieuw Amsterdam
stichtten, verhoogden hun werkkracht en verjoegen hun vermoeidheid door het
nuttigen van een soepje dat zij uit hun eigen buskruit trokken. Dit drankje noemden
zij doop, maar de doop had een slechte invloed op het menselijk lichaam en daarom
vervaardigden de autoriteiten een wet die de doop verbood.
De heel eerste soort van doping was een soort van papachtig gerecht, bv. een
broodpap, waarbij aan de melk een krachtigere werking werd gegeven door
toevoeging van brokstukken brood. Het woord doping kan ook verstaan worden als
gewoonweg versterker. Het werd soms toegevoegd aan benzine om de motor van
een auto vinniger te maken.
Doping is een uitdrukking die eigenlijk al verouderd is, louter bekeken vanuit het
standpunt van de definitie. In het algemeen wordt het begrip doping in verband
gebracht met de verboden en schadelijke vorm van doping. Er bestaan ook normale,
onschuldige vormen van doping. Zoals bv. het dieet van een sportbeoefenaar. Zo is
het gebruik van suiker in het voedsel van een lange-afstandsloper een vorm van
doping die een te sterke daling van het bloedsuikergehalte moet tegengaan. Nog
een andere vorm van doping, die onder het grote publiek bekend is, is de kauwgom.
Dit komt omdat de kauwgom vroeger gebruikt werd als onderdrukker van een
schadelijke soort van doping, nl. het roken. Enkele van de bekendste soorten van
doping, die bijna iedereen gebruikt zijn: alcohol, tabak, koffie, thee, cacao,
aspirine,...

Maar nu eigenlijk mijn onderwerp: de doping in de sport. De tegenwoordige en
onaangename klank die het woord doping nu kent, is ontstaan in de paardesport,
waarbij men de paarden pepmiddelen gaf. Uiteraard is het normaal dat mens of dier
trainen om in een wedstrijd een topprestatie neer te zetten of om over een bijzonder
goede conditie te beschikken. Dit doen ze dan door een evenwichtige balans van
rust, voeding en beweging te respecteren. Als men dan dopes toevoegt aan de
voeding, heeft dit een gunstigere invloed op de prestaties.
Wat doet die doping nu eigenlijk? Sportprestaties, die voor een belangrijk deel zijn
terug te voeren tot spierprestaties, vereisen in de eerste plaats een in optimale
conditie verkerend spierstelsel, dat op de juiste manier moet worden onderhouden.
Hierbij is er een belangrijk scheikundig proces in het geding. De voeding die de
spieren aan het bloed onttrekken bestaat voor een belangrijk deel uit suikers, met
name druivesuiker, die na de actie tot melkzuur worden verbrand. Dit melkzuur wordt
beschouwd als een soort van vermoeidheidsstof die via de bloedbaan overal in het
lichaam terecht kan komen, ook in de hersenen. Dit vermoeidsverschijnsel dient
echter niet alleen om het wegspoelen van stofwisselingsproducten te bevorderen,
maar ook om rust te geven aan de lichaamscellen. In de sport komt men dan op het
zo gehete dode punt. De sportbeoefenaar, mens of dier, raakt dan volledig uitgeput
en dreigt in elkaar te zakken, maar ervaren sportlieden weten dat dat punt
overwonnen kan worden. Het is een kwestie van reserve-energie vrij te maken. In de
sportfysiologie is het belangrijkste dus eigenlijk om dit punt te kunnen overwinnen.
Maar er blijft altijd een moment wanneer de hersenen een einde stellen aan onze
inspanningen, louter om het lichaam te beschermen en te behoeden voor een te
grote belasting. Nu komen we op het gebied waar doping begint te werken. Doping
schakelt namelijk dat alarmsysteem van de hersenen uit, zodat we kunnen
volhouden. Maar op dat moment wordt het lichaam enorm veel geweld aangedaan
zonder dat er bezwaren gevoeld worden, want bv. pijn, duizeligheid en vermoeidheid
zijn uitgeschakeld. Ook de levensnoodzakelijke lichaamsreserves worden zonder
waarschuwing opgebruikt, wat meestal leidt tot vergiftigingsverschijnselen. De eerste
gevallen van doping waren te vinden vooral in wielrennen en beroepsvoetbal. Het
gebruik ervan werd ontdekt doordat de wielrenners of voetballers opeens morsdood
neervielen, zonder enige doodsoorzaak. Dit komt natuurlijk doordat de eerste doping
nog niet zo gesofistikeerd was en zodoende de sportbeoefenaar zijn volledige
reserves verbrandde. Doping heeft ook heel negatieve psychische effecten, zoals
verslaving of depressie, omdat de sporter beseft dat hij zonder de doping niet goed
genoeg is.
Doping is heel moeilijk op te sporen. Enkel de produkten die effectief aan te tonen,
kan men opsporen. Meestal gebeurt dit door het aantonen van sporen van doping in
de urine. Er zijn dus ook duizenden vormen van doping die men nu nog altijd niet
kan aantonen. Dat zijn dan ook wel de meer zeldzame en minder efficiënte soorten
van doping. Er zijn in de topsport drie soorten doping: a) wekaminen (o.a.
amfetaminen) - b) anabole steroïden (o.a. durabolin, die de aanmaak van
spiereiwitten bevorderen) - c) corticosteroïden. Vandaag de dag vermindert het
gebruik van wekaminen, maar neemt het gebruik van anabole steroïden enorm toe.
Dit komt doordat het gebruik van wekaminen lang na de wedstrijd aan te tonen is en
doordat ze meer dan een uur voor de wedstrijd moeten ingenomen worden. Anabole
steroïden daartegen kunnen ingenomen worden enkele minuten voor de wedstrijd en
dan geen sporen meer nalaat. Zodoende kan het niet ontdekt worden, of alleen als
men een test zou doen midden in de wedstrijd.
Maar het zijn niet alleen medicijnen die gebruikt worden als doping. Het is nu pas
bekend dat men in Oost-Europa rode bloedcellen toedient, waardoor de
sportprestaties beter worden. Heb je er nog nooit op gelet waarom die turnsters uit
het Oostblok altijd zo klein en kinderlijk zijn, alhoewel sommigen ouder zijn dan
twintig? Wel men heeft ook in het vroegere Rusland en Polen groeiremmers
gegeven aan turnsters, waardoor ze een kinderlijke lichaamsbouw kregen, hetgeen
heel gunstig is voor een turnster. Dit kan ook niet aangetoond worden indien het
middel professioneel is toegediend. Ook de zwemmers genieten van doping,
alhoewel genieten. Enkele jaren geleden is er bij Amerikaanse zwemmers ontdekt
dat ze anaal lucht in hun darmen spoten, waardoor hun bekken hoger in het water
kwam te liggen en daardoor soepeler door het wateroppervlak gleden. Bij
gewichtheffers zette men de biceps en andere belangrijke spieren een hele tijd
onder spanning, waardoor de spieren trilden en hierdoor krachtiger werkten.
Sinds de ontdekking van doping zijn er heel wat wetten vervaardigd i.v.m. het
verbieden van dopinggebruik. In België is dopingpraktijk bij sportcompetities
verboden in het jaar 1965, wat in vergelijking met andere Westerse landen heel laat
is. Bij het aantreffen van doping bij een sportman is er een gevangenisstraf van
maximum drie maanden en een geldboete van 40.000 BEF en tenslotte beslist een
rechter over hoe lang de atleet geschorst wordt. Meestal is dit drie jaar, de
minimumduur, maar het kan ook levenslang worden. Vooral op grote en wereldwijde
sportmanifestaties zoals de Olympische spelen, het WK voetbal, Tour de France of
Roland Garros wordt er heel streng gecontroleerd op doping.
De Wereldgezondheidsorganisatie WHO noemt doping een probleem van de eerste
orde. Op de zwarte markt worden er jaarlijks tientallen miljoenen uitgegeven aan
doping. De chemische, medische en farmaceutische voorbereiding maakt integraal
deel uit van de sportprestaties. Maar toch begint men de controle te verliezen over al
deze medische spitstechnologie. Toch wordt er teveel over gezwegen, want ‘the
sports show must go on.’ Omdat de glorie te zoet en de financiële belangen te hoog
zijn, blijft doping in de topsport een taboe.
Ik dank u voor uw aandacht.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

hey, ik vind het een prachtige spreekbeurt maar zou ik mogen vragen welke bronnen je gebruikt hebt???

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

J.

J.

Dit werkstuk vindt ik zeer geslaagd ikzelf studeer sport en heb veel hehad aan dit werkstuk bedankt

12 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

V.

V.

Dag Dries
Ik las dat jij een werkstuk hebt gemaakt over doping in de sport. Ik wou U even vragen in welk kader (schoolopdracht, studierichting,...) jij deze sprekbeurt gemaakt hebt en of je er verder nog iets mee gedaan hebt? Het is namelijk zo dat ik; samen met een aantal medestudenten; in het kader van onze opleiding criminologische wetenschappen; een wetenschappelijk onderzoek voeren over het zelfde onderwerp. Voor ons theoretisch basiskader zijn wij nog steeds op zoek naar goede informatie, tips en dergelijke meer.
Ik vroeg mij af of U ons daar soms mee kon helpen?
Als dat zo is; laat mij dan maar een seintje!
Alvast bedankt.

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

Er staat ergens 'produkten' in. Maar dat moet toch producten zijn?? Met een C?

Gr.

12 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast