Wat voor mensen zaten er in de kampen en waarom zaten ze daar?
Tijdens de Tweede wereldoorlog heeft Japan vele gebieden in Azië veroverd Japan maakte tijdens de oorlog veel krijgsgevangen, dat kwam doordat ze erg veel gebieden veroverden. Al die krijgsgevangen moesten ergens vastgehouden worden. De Japanners hadden hier speciale kampen voor ingericht. De kampen waren volgens bepaalde reglementen opgezet. Daarin bevonden zich ook de regels voor de behandeling van de gevangen, zoals het rantsoen en het te verrichten werk.

Van de Europese militairen in Indië zijn er 42 233 militairen in krijgsgevangenschap geraakt. Van deze krijgsgevangen is ongeveer 20% omgekomen in de kampen. Van de rest heeft waarschijnlijk het grootste deel ernstig psychisch letsel opgelopen.
De Japanners hebben op Java de meeste Nederlanders krijgsgevangenen gemaakt. Namelijk 56 800 militairen van de Koninklijke Marine en van het KNIL. Hierbij zijn inheemse militairen meegeteld, deze werden bijna meteen weer vrijgelaten.

Voor de kampen had de regering een speciaal beleid opgesteld. In eerste instantie was dit niet volgens opgestelde regels van de conventie van Genève. In augustus ’42 veranderde Moerikami het beleid, zodat het meer volgens de regels van het conventie van Genève was. Op het Nanjo-gebied had de regering weinig grip, de commandanten in dat gebied bepaalden zelf het beleid voor de kampen. Ook duurde het lang voordat rapporten aankwamen in Tokio, hierdoor was het erg lastig om controle uit te voeren op de kampen.

Wat deden die mensen in de kampen?
Het werk wat de gevangenen moesten verrichten bestond meestal uit grote klussen die te maken hadden met het bevorderen van de infrastructuur. Dit was onder andere nodig voor een goed verloop van de oorlog aan Japanse kant. De krijgsgevangenen moesten vooral wegen, spoorlijnen en vliegvelden aanleggen.

16 500 militairen van deze groep zijn getransporteerd naar Thailand om daar de Birma-spoorweg aan te leggen. Toen deze klaar was bleef een deel in Thailand om de spoorweg te onderhouden en andere dingen te maken. De rest werd overgeplaatst naar andere landen voor de aanleg van onder andere vliegvelden.
Al deze krijgsgevangen kwamen in kampen terecht. In deze kampen stierf een groot gedeelte.

Waarom en wanneer zijn de kampen opgericht en wanneer zijn ze afgeschaft?
De Japanse regering heeft kampen laten oprichten om simpelweg de gevangenen naar toe te brengen.
Nog voor dat de kampen werden afgeschaft gebeurde er iets raars. Toen de Nederlanders hun kolonie probeerde terug te veroveren gingen de Japanners die eerst als hun vijanden werden gezien, de kampen verdedigen. Hierdoor hadden de gevangenen weinig last van de oorlog.
Door met een vliegtuig met onder de vleugels rood, wit, blauw geschilderd over de kampen te vliegen wisten de gevangenen dat ze bevrijd waren. Sommige Nederlanders werden beschermt door de Japanners tegen rebelse Indonesiërs. Sommige gevangenen werden naar Australië gebracht en sommige kregen een huis en van de RAPWI ( Relief, Army, Prisoners, of War and Internees) In 1945 werden de kampen afgeschaft.

Hoe zag het leven in de kampen eruit?
Aan het begin van de oorlog waren de omstandigheden in deze kampen redelijk. Er waren kleine akkertjes waar voedsel werd verbouwd door de gevangen. In de barakken was ook nog genoeg ruimte. Al snel hadden de Japanners veel meer krijgsgevangen dan de kampen eigenlijk aan konden. Hierdoor raakten de kampen al snel overvol. In een barak had een gevangenen nog maar een slaapplaats van 50 cm breed. Ook de akkertjes bij de kampen konden al die mensen niet voeden waardoor er een voedseltekort ontstond.
De rantsoenen voor de krijgsgevangenen 420 gram rijst en bij zwaar werk 640 gram, in juli ´44 werd dit verlaagd naar 390 gram en 610 gram voor zwaar werk.

De behandeling van gevangenen was over het algemeen niet erg goed, toch verschilde die behandeling zeer veel per kamp, dit kwam doordat elk krijgsgevangenkamp zijn eigen officier had. De behandeling van de gevangen hing voor een groot deel af van die officier. Sommigen officiers hebben dan ook een gunstige indruk gemaakt op de krijgsgevangen. Anderen officiers traden op als beul, dit was bijvoorbeeld het geval in het zogenaamde nieuwe kamp in Tjilatjap. Deze officier werd ‘Alva’ genoemd. In Medan kregen de krijgsgevangenen te maken met een officier die zich juist precies aan de regels hield en opkwam voor de belangen van de gevangenen.

Er waren kampinspecties, hierbij werden alle goederen die volgens de Japanners overbodig waren afgenomen. Bijvoorbeeld: een 2e set kleren af schoenen, schrijfgerei, sieraden, horloges. Tijdens de inspecties moest het hele kamp op het appèlveld staan, hier stonden ze twee keer per dag om in het Japans hun nummer op te noemen en te buigen voor de Japanners. Wanneer de inspecties klaar waren konden ze terug naar hun barakken om te kijken welke bezittingen ze nu weer kwijt waren.

De Japanners maakten gebruik van straffen dit waren vooral martelingen. Vaak was de reden voor het straffen de slechte communicatie tussen gevangenen en Japanner. De gevangenen moesten vaak uren lang staan, waarbij de Japanners graag wilden slaan als de gevangenen niet goed genoeg stonden. Ook moesten de gevangenen speciale handelingen uitvoeren, het liefst zo zwaar mogelijk, waarbij de Japanners weer klaar stonden om te slaan voor het geval dat het niet goed ging, een voorbeeld hiervan: enkele gevangenen hadden extra rijst gekocht op hun weg naar het kamp, om zo hun magere rantsoen aan te kunnen vullen. Tijdens het fouilleren bij het kamp werd de rijst ontdekt. De negen mannen bij wie het ontdekt was moesten eerst naar de barak toe lopen. Om de zoveel meter stond er een Koreaan, gewapend met een rotan. De mannen moesten de hele serie afwerken, door elke Koreaan werden ze afgeranseld. Voor de barak lagen 3 grote blokken hout, na eerst nog even afgedroogd te zijn moesten 3 van hen 15 minuten lang het blok van ongeveer 50 kg met gestrekte armen boven hun hoofd houden. Dit hield niemand natuurlijk vol en zodra de armen niet meer gestrekt waren begonnen ze te slaan met de rotan. Na een kwartiertje mochten ze bij de anderen in de houding gaan staan. Als iedereen geweest was mocht je de marteling nog een keer ondergaan. Op een gegeven moment lieten de gevangenen het blok natuurlijk vallen, ze kregen een trap na en moesten weer in de houding gaan staan. Dit lukte ze nauwelijks. Ze wisten dat het nog niet over was, want commandant ‘babyface’ was er nog niet. Toen hij later aangekomen was moesten ze weer in de houding gaan staan. Hij werkte de hele rij af; hij gaf iedereen harde stompen in het gezicht en hij vloerde iedereen, om daarna nog wat trappen te kunnen geven.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

ivan

ivan

goede uitleg

8 maanden geleden

Antwoorden

gast

gast

Marlon

Marlon

interessant

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

Best goed

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

E.

E.

ik vind dit een heel goede spreekbeurt

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

veel fouten

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

heel goed handig voor mijn verslag

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

ik vond het echt leuk om te lezen!!! en heel interessant :)

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

K.

K.

EGT TOF!

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

GOED!

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

Ik vind het echt heel goed ;)

11 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast