Mest

Beoordeling 5.3
Foto van een scholier
  • Spreekbeurt door een scholier
  • Klas onbekend | 1596 woorden
  • 25 maart 2002
  • 26 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.3
  • 26 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
Nederland is het dichtstbevolkte land van Europa. Niet alleen als het gaat om inwoners, maar ook als het gaat om de veestapel. Nederlanders weten de ruimte optiemaal te gebruiken, maar deze intensieve werkwijze heeft een keerzijde, zoals het mestoverschot, Nederland heeft jarenlang niet naar dit probleem omgekeken, omdat de landbouw zo’n profijtelijke sector is. Maar sinds 1990 voert men een strenger milieubeleid om de nadelige keerzijde van de intensieve land en tuinbouw ongedaan te maken. Binnen een paar jaar wil men dat de boeren en tuinders deze doelstellingen halen.

De politiek slaat op tilt als je het woord mestoverschot noemt. Het is een groot probleem in Nederland. We hebben meer varkens en koeien in Nederland dan inwoners. Al die varkens en koeien produceren bergen met mest waar we niet van af kunnen komen. Vroeger gooide de boeren de kraan naar de sloot nog wel eens open om zo van hun overtollige mest af te komen. Dankzij de strengere milieu wetten is dat en nog veel meer andere zaken strafbaar geworden. De boeren hebben jaren met de handen in het haar gezeten. Nu beginnen er initiatieven van de grond te komen om de mest op een andere manier te gaan verwerken.


Hoe is het mestprobleem ontstaan


Het mestprobleem is ontstaan door zowel dierlijke als kunstmest.
Dierlijke mest is afkomstig van de veehouderij waar met name runderen, varkens en kippen worden gehouden voor menselijke consumptie in binnen en buitenland.
Dierlijk mest is en blijft een natuurlijke bron van voedingsstoffen voor planten. Bij de juiste wijze van toepassing kan daarmee aan de behoefte van de planten worden voldaan.
Er is een dierlijk mest overschot omdat de landbouw in Nederland intensief is, er zijn dus veel dieren per hectare, dit is mogelijk door importeren van veevoer. Zo wordt er vaak meer dierlijk mest geproduceerd als eigenlijk noodzakelijk is voor gewassen. Het gevolg hiervan is overbemesting. Vooral in het oosten zuiden van Nederland is er een te hoge veebezetting. Het grootste probleem is de varkensveehouderij, omdat deze vaak geen grond bezitten om de mest op de te gebruiken en omdat varkensmest niet in trek is bij distributie, in tegenstelling tot kippenmest.

Een kenmerk van dierlijk mest is de onaangename geur die in gebieden met een hoge veedichtheid kan leiden tot aanhoudende klachten van omwonenden .

In de andere landen van europa komt de overbemesting veelal in mindere mate voor. Dit komt omdat deze landen minder toegespitst zijn op de landbouw dan Nederland of wordt de landbouw op kleiner bedrijven bedreven. Dit neemt niet weg dat er regionaal in sommige landen van West Europa zich problemen met dierlijk mest voortdoen die vergelijkbaar zijn met de situatie waarin Nederland verkeert bijvoorbeeld Bretagne en de Po-vlakte.

Kunstmest is relatief goedkoop en nauwkeurig te doceren. Overmatig gebruik van kunstmest komt vooral voor in de bollenteelt. In de akkerbouw is het gebruik minder, omdat een hoge kunstmestgift leidt tot een slechtere kwaliteit van het product. Het gebruik van kunstmest kan worden teruggedrongen als er efficiënter mee omgegaan wordt.

De uitwerking van schadelijke stoffen uit mest op het milieu

Dierlijke mest bevatten zware metalen en er kunnen ziektekiemen in de mest voorkomen.
In dierlijk mest komt onder andere fosfor in verschillende chemische vormen voor en stikstof ook wel nutriënten genoemd. Naast nutriënten kan dierlijke mest ook een bron zijn van ziekteverwekkende kiemen. Vooral de mest van zieke dieren kan veel bacteriën virussen en parasieten bevatten. Ook bevat dierlijk mest verschillende zware metalen zoals cadmium chroom koper kwik lood nikkel en zink.

Het Nederlandse bos wordt met de dag zieker en meer dan de helft van het bos is niet meer gezond. De oorzaak hiervan is de verzuringepidemie, die nog steeds uitbreidt De stoffen die deze verzuring vooroorzaken vinden we terug in mest zoals zwaveldioxide, stikstofdioxide en ammoniak. Deze stoffen worden meegevoerd door de wind en belanden na enige tijd weer op aarde. Dat kan in droge vorm door gas of kleine stofdeeltjes of in natte vorm door, opgelost in regenwater

Zwaveldioxide, stikstofdioxide en ammoniak zijn van zichzelf niet zuur maar door de bodem kunnen ze worden omgevormd tot zuur doordat ze een verbinding aangaan met water en of zuurstof. Zo ontstaat van zwaveldioxide zwavelzuur en uit stikstof en ammoniak ontstaat salpeterzuur

Zure regen heeft een aantal vervelende effecten. Ten eerste verzuurt de bodem. Elke plant heeft een eigen zuurgraad nodig om te kunnen groeien. Door de zureregen verandert de zuurgraad, dan verandert de vegetatie ook. Dit betekent vaak dat planten zeldzaam worden of zelfs uitsterven. Daarbij gaan metalen die die aan bodemdeeltjes zijn gebonden oplossen. De concentratie aluminium in het grondwater kan dan toenemen en bij overschrijding van bepaalde concentraties is aluminium giftig voor planten en bomen. Daarbij kan het metaal uitspoelen en zo het grondwater verontreinigen.

Tweederde van het drinkwater in Nederland haalt men uit de bodem. tot voor kort waren hier geen problemen mee. Nu is bij een kwart van de waterputten de waterkwaliteit in gevaar. Doordat de kwaliteit van het drinkwater aardig achteruitgaat, moet men meer betalen voor het schone drinkwater. Hoewel ook industrieel en huishoudelijk afval hierbij een rol spelen zijn het vooral bestrijdingsmiddelen en mest die voor deze kwaliteitsvermindering zorgen. Het stikstof uit de mest in de vorm van nitraat veroorzaakt dit.

Er is ook nog een ander verschijnsel wetenschapper noemen dit eutrofiering, bij milieumensen heet het vermesting. Het komt er in beide gevallen op neer dat het water teveel voedingsstoffen bevat, met name de stoffen stikstof en fosfaat. Hoerdoor krijgen algen en wieren de kans om te groeien. Door algenmassa’s wordt het zuurstofgehalte in het water minder en wordt het water minder doorzichtig, wat ervoor zorgt dat sommige vissen zoals snoek verdwijnen.

Mosselkwekers in kustgebieden zien soms hun opbrengst dalen, omdat schadelijke algen de mosselen ziek en ongeschikt voor consumptie maken. Drinkwater bedrijven ondervinden ook hinder van de algengroei, omdat de zeven en filters verstopt raken met algen en men extra zuiveringsstappen moet toepassen om het drinkwater drinkbaar te maken. Ook de veehouder zelf kan last ondervinden. Sommige algensoorten scheiden giftige stoffen af dat oppervlakte water ongeschikt maakt,
Overmatige algengroei komt vooral ’s zomers voor in stilstaand water. Ook in de Noordzee komt steeds vaker op grote schaal algengroei voor en plaatselijk wordt de visstand zelfs bedreigd.

Het is niet zo dat alleen de landbouw verantwoordelijk is voor deze milieu problemen de industrie produceert ook zwaveldioxide en het verkeer neemt het grootste deel van de stikstofoxidenproductie voor zijn rekening. Maar de landbouw speelt wel een hele belangrijke rol bij de milieuproblemen

Mestproblematiek per sector.
De mestproblematiek wordt door de verschillende veehouderijsectoren veroorzaakt:
-rundveehouderij
-varkenshouderij
-pluimveehouderij
-en de akker en tuinbouw dragen ook een steentje bij

rundveehouderij
het aandeel van de mestoverschot van de rundveehouderij ligt vrij laag ten opzichte van de varkens en pluimveehouderij. Het betekent nog niet dat de rundveehouderijen milieuverantwoord produceren. het komt nog steeds voor dat intensieve bedrijven te weinig grond hebben om hun dierlijke mest te gebruiken. Men kan het mestoverschot op een bedrijf terugdringen door het overschot te vervoeren naar een ander bedrijf wat het hard nodig heeft. Ook kan me grond aankopen of het aantal dieren per hectare terug dringen.

varkenshouderij
er zijn ongeveer 10 duizend varkensbedrijven met hoge veebezetting. Dit overschot ontstaat vaak doordat varkenshouders weinig of geen grond hebben waarop de mest gebruikt kan worden. Men kan deze mest distribueren naar een ander bedrijf of de mest brengen naar een mestverwerkingsbedrijf. Alleen is dit een dure maatregel, waardoor boeren hun mest liever niet laten verwerken. Een varkenshouder kan er wel voor zorgen dat er minder mest hoeft worden afgevoerd door fosfaatarm veevoer en water management. Watermanagement is het water uit de mest halen voordat het vervoerd wordt.


Pluimveehouderij:
De pluimveehouderij bestaat uit 2 duizend bedrijven en heeft net als de varkenshouderij veel dieren op een klein stuk grond. Het verschil met varkensmest bij distributie is dat kippenmest wel gewild is, omdat het minder water bevat en dus kwalitatief beter is dan varkensmest.

Akker en tuinbouw
De akker en tuinbouw omvatten zo’n 38 duizend bedrijven, die zuinig met kunstmest omspringen, waardoor deze sector schoon kan produceren. De voorwaarde hiervoor is wel dat men het aangevoerde mest alleen in het groeiseizoen gebruikt. Maar een aantal bedrijven gebruikt deze mest ook buiten het seizoen. Als het stikstof dan niet opgenomen wordt door de gewassen is de kans groot dat deze uitspoelt naar grond en oppervlakte water verontreinigt.

Oplossingen

Van de totale bebossing is meer dan 50% ziek als er niks aan deze verzuring wordt gedaan zal dit snel oplopen tot 80% er moeten dus oplossingen gevonden worden.

Een voor de hand liggende maatregel ter beperking van de mestoverschotten is inkrimping van de intensieve veehouderij. Gezien het grote belang van de bedrijfstak voor de Nederlandse economie is deze maatregel tot op heden niet bespreekbaar.

Het transporteren van mest uit concentratiegebieden naar zogenaamde mestarme gebieden brengt op de langer termijn ook geen uitkomst, omdat er landelijk gezien sprake is van een overschotsituatie.
Een oplossing waar veel van wordt verwacht is centrale mestverwerking. Dit wil zeggen dat mest op grote schaal fabrieksmatig wordt verwerkt tot een verkoopbaar kunstmest product en een vergaand gezuiverde loosbare mestvloeistof.

De overheid heeft al enkele maatregelen genomen om de ongewenste milieueffecten zoveel mogelijk in te dammen bijvoorbeeld het drie sporenbeleid en het mineralenaangiftesysteem

Een andere oplossing is kippenmest gebruiken voor stroomproductie.
Kippenmest lijkt veel bruikbaarder dan mest van koeien en varkens. Een Zuid-Hollands energie bedrijf heeft enkele proeven gedaan met kippenmest gemend met zaagsel als vervanger voor poederkool. Er is daarbij 200 ton kippenmest verstookt. Als de proef positieve resultaten oplevert zijn ze van plan om zo’n 40 duizend ton kippenmest per jaar te vers

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.