De maatregelen tegen het broeikaseffect
Doordat mensen zich vervoeren in auto’s die brandstof gebruiken, ontstaat het broeikaseffect. Om deze veroorzaking tegen te gaan zullen de auto’s dus milieuvriendelijker moeten worden.
- Dit kan door de auto’s zuiniger te laten rijden. Hierdoor neemt de verbranding van fossiele brandstoffen af. Maar het probleem is dan nog niet opgelost, want er komen nog steeds broeikasgassen vrij.
- Je kunt de auto’s ook op een brandstofcel laten rijden. Dit is veel beter voor het milieu, omdat er dan alleen maar energie vrijkomt en heel weinig brandstoffen. Je kunt hierbij de auto ook op water laten. Dat is ten eerste goedkoper dan fossiele brandstoffen en ten tweede niet schadelijk voor het milieu, omdat het water dan alleen maar verdampt. Als je het water dan opvangt, kun je het weer opnieuw gebruiken.

Ook veel van de stroom die wordt opgewekt voor het gebruik van elektrische apparaten, wordt met fossiele brandstoffen opgewekt. Maar energie kan ook op een andere manier opgewekt worden. In de plaats van fossiel brandstoffen kun je
- Kernenergie
- Zonne-energie
- Waterkracht
- Verbranding van biomassa
- En windenergie gaan gebruiken

Kernenergie heeft een positieve en negatieve kant. Aan de ene kant heb je de radioactieve bijwerkingen die giftig zijn voor alle organismen, maar aan de andere kant komt energie vrij met een lage milieubelasting.

Windenergie is de schoonste manier om energie op te wekken. moderne windmolens produceren per jaar 1 tot 1,5 miljoen kWh. Dat is genoeg voor 300 tot 500 huishoudens. Het enige nadeel van een windmolen is dat als het windstil is, er geen energie geproduceerd kan worden. Daarom worden veel windmolens aan de kant van het water neergezet, omdat daar altijd genoeg wind is.

Zonne-energie is ook een van de opties. Maar om een gemiddeld huishouden van energie te voorzien, zijn er 20 tot 40 zonnepanelen nodig. Niet zo’n heel goed idee dus.

Bijna 20% van de elektriciteit wordt door waterkracht opgewekt. Er moeten wel verschillen in waterniveau in het landschap zitten om de energie op te kunnen wekken. Je hebt twee vormen van waterkracht: grootschalige en kleinschalige.
Bij grootschalige waterkracht heb je een dam nodig in een rivier. Doordat het water wordt tegengehouden door de dam, ontstaat aan de andere kant van de dam een reservoir met water. Door het water door turbines onderin de dam te laten stromen, wordt veel elektrische stroom geleverd. Een nadeel hiervan is dat grote gebieden onder water komen te staan. Hierdoor moeten soms hele dorpen worden verplaatst en kan de natuur aangetast worden.
Bij kleinschalige waterkracht wordt er in de rivier een stromingcentrale neergezet. Hierbij wordt het water direct gebruikt.

Bij de verbranding van biomassa worden biologische producten verbrandt. Hiervoor kun je houtafval uit de bosbouw, plantaardig afval uit de landbouw en landbouwverwerkende industrie en speciaal geteelde energie gewassen gebruiken. Bij het verbranden van bijvoorbeeld bomen zetten ze weer evenveel bomen terug die evenveel CO2 uit de lucht halen als dat er bij de verbranding ervan vrijkomt. Het is dus erger dan het lijkt.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

B.

B.

hee,,
erg handig verslag, heel veel aan gehad!

11 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

dank je wel

13 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast