Par. 1: Nieuwe stoffen, nieuwe materialen

  • Natuurlijke materialen: Materialen die men in de omgeving aantreft (hout, steen, leem etc)
  • Grondstoffen: Heb je nodig voor het maken van materialen of andere stoffen.

Kunststof wordt een plastic genoemd

Voor identificatie van een stof heb je stofeigenschappen nodig.

Voorbeelden stofeigenschap

  • Kookpunt
  • Smeltpunt
  • Kleur
  • Geur
  • Smaak
  • Dichtheid

Chemische reactie kan je weergeven in een reactieschema.

Een reactie schema ziet er als volg uit. Beginstoffen – reactieschema

Par. 2: Zuivere stoffen en mengsels

  • Zuivere stoffen: één stof
  • Mengsels: verschillende stoffen

Heterogene mengsels: Mengsels waarin je verschillende stoffen kunt zien.

Homogene mengsels: mengsels waarin je de verschillende stoffen niet kunt onderscheiden.

MAC waarde: Maximaal Aanvaardbare Concentratie.

De MAC waarde drukken we uit in mg/m3 lucht

-----------------------------------------------------------------------------------------------------

Een voorbeeld opgave:

Er valt in een klaslokaal van 7x5.5x3 een Thermometer met 1ml kwik. Hoeveel mg/m3 kwik?

7x5.5x3 = 115.5 m3 lucht

M=?

 V= 1ml (1cm3)

 P= 13.5 g/cm3

Formule: M = PxV

M = 13.5g (135000mg) in 115.5 m3 lucht

Mac waarde = 135000mg / 115.5 m3 = 117mg / m3

-------------------------------------------------------------------------------------------------------

Par. 3: Soorten mengsels

  • Oplossing: Heldere vloeistof waarin stoffen zijn opgelost
  • Suspensie: Een troebele vloeistof waarin kleine stukjes van een vaste stof zweven

Bezinken: Na het rustte van een suspensie zakken de vaste deeltjes langzaam naar de bodem

  • Emulsie: ondoorzichtige, troebele vloeistof waarin druppels van een andere vloeistof zweven

Emulgator: Zorgt ervoor dat een emulsie niet gaat ontmengen

  • Rook: Vaste deeltjes die in een gas zweven
  • Nevel: Kleine vloeistofdruppels die in gas zweven

 

Hoe weet je of dat iets een zuivere stof of een mengsel is?
Een zuivere stof heeft een kookpunt en smeltpunt.

Een mengsel heeft een kooktraject en een smelttraject.

  • Kookpunt/smeltpunt: tempratuur verandert niet tijdens koken/smelten
  • Kooktraject/smelttraject: Tempratuur verandert tijdens koken/smelten

Je kunt de hoeveelheid van een stof in een mengsel berekenen doormiddel van:

Massapercentage = massa stof (g) / massa mengsel (g) x 100%

Je kunt de hoeveelheid van een vloeistof in een vloeistofmengsel berekenen doormiddel van:

Volumepercentage = volume vloeistof (L) / volumevloeistofmengsel (L) x 100%

Par. 4: Mengsels scheiden

Doormiddel van scheiden kan je het verschil in stofeigenschappen zien.

  • Filtreren (=zeven): scheidingsmethode
  • Residu: wat er achterblijft in het filter
  • Filtraat: blijft achter na het filtreren
  • Indampen: verdampen van stoffen
  • Destilleren: doormiddel van verdamping twee of meer stoffen scheiden
  • Destillaat: opgevangen vloeistof in een destillatieopstelling
  • Extraheren: de ene stof lost wel op maar de andere stof niet
  • Adsorptie: een stof die zich hecht aan het oppervlak van een andere stof
  • Absorberen: hechten aan een absorptiemiddel

 

Tips en tops zijn welkom!

 

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

Mogen het ook alleen maar tips zijn

3 jaar geleden

N.

N.

Natuurlijk mogen het alleen maar tips zijn! Dit was toch een kut samenvatting. Oja ik ben geil hahahahahhahaha! Jullie zijn homo's ;)

3 jaar geleden

E.

E.

Ik vind het een goede samenvatting, alleen je bent centrifugeren vergeten. En je schrijft het als "temperatuur" en niet tempratuur. verder alles top.

2 jaar geleden