Spelling

Beoordeling 9.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1350 woorden
  • 26 maart 2018
  • 15 keer beoordeeld
  • Cijfer 9.1
  • 15 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!


































onderwerp



pvtt



pvvt



ik



stam



stam + de/te



je/jij achter pv



stam



stam + de/te



je/jij voor pv



stam +t



stam + de/te



rest



stam +t



stam + de/te



meervoud



hele ww



stam + den/ten




Persoonsvorm




  • Sterk werkwoord (verandert van klank) -->  Zo simpel mogelijk;

  • Zwak werkwoord (verandert niet van klank) --> staat medeklinker in XTC-KOFFIESHOP, dan: +te(n) in verleden tijd;

  • Bij klinker altijd +de(n).



Voltooid deelwoord




  • Wordt gebruikt als een handeling is afgerond;

  • Staat altijd bij de hulpwerkwoorden zijn/worden/hebben.



Onvoltooid deelwoord




  • Wordt gebruikt als een handeling nog niet is afgerond;

  • Heeft een vaste vorm --> hele werkwoord + d(e).



Gebiedende wijs




  • Is een opdracht of bevel;

  • Vaak staat er geen onderwerp bij in de zin.



Infinitief




  • Hele werkwoord;

  • Zin verandert van tijd --> persoonsvorm verandert en het infinitief niet;

  • Achter 'te' komt altijd een infinitief.



Bijvoeglijk naamwoord




  • Afgeleid van een werkwoord;

  • Zo kort mogelijk, behalve bij uitspraakproblemen;

  • Als Voltooid deelwoord op -en, dan bijvoegelijk naamwoord ook op -en.



Punt




  • Eind van een zin;

  • Bij afkortingen;

  • Afkortingen die als woorden worden uitgesproken zonder punt;

  • Maten en gewichten zonder punt.



Komma




  • Tussen de onderdelen van opsommingen, maar niet voor -en;

  • Tussen twee persoonsvormen;

  • Voor of na een aanspreking of tussenwerpsel;

  • Voor en na een bijstelling;

  • Voor een voegwoord waarmee de bijzin begint.



Puntkomma




  • Tussen de zinnen die sterk samenhangen;

  • Tussen delen van opsommingen, zeker als het om zinnen gaat.



Dubbele punt




  • Om een opsomming aan te kondigen;

  • Om de directe rede aan te kondigen;

  • Om een verklaring af te leggen.



Aanhalingtekens




  • Bij een citaat;

  • Bij een directe rede;

  • Om aan te geven dat een woord een andere betekenis heeft dan normaal;

  • Als je het woord zelf bedoelt en niet de betekenis.



Vraagteken




  • Aan het eind van een letterlijk gestelde vraag.



Uitroepteken




  • Aan het eind van een zin met een bevel of uitroep.



Haakjes




  • Informatie die je geeft als toelichting, uitleg of voorbeeld;

  • Kun je beter zo min mogelijk gebruiken.



Beletselteken




  • Aan het eind van een zin die niet af is; de puntjes sugeren iets;

  • Om onvolledige citatien aan te duiden, zet er dan haakjes om: (…).



Hoofdletter




  • Bij persoonsnamen;

  • Bij namen van verenigingen, instellingen, bedrijven en diensten;

  • Bij aardrijkskundige namen, namen van historische gebeurtenissen, straten, hemellichamen, gebouwen, feestdagen en bij titels van boeken en films.



Kleine letter:




  • Soorten;

  • Historische periodes;

  • Afleidingen van feestdagen;

  • Maanden;

  • Dagen;

  • Seizoenen;

  • Windstreken;

  • Religies en afleidingen hiervan.



Meervoud op -s




  • Schrijf de -s aan een woord vast als de uitspraak correct blijft;

  • Schrijf om uitspraakproblemen te voorkomen '‘s';

  • Bij afkortingen;

  • In woorden die eindigen op a, i, o, u en y;

  • Uitzonderingen: etuis, cadeaus, diskjockeys, playboys, displays.



Meervoud op -en




  • Schrijf -en aan het woord vast;

  • Let op:

    - Klinkerweglating;

    - Medeklinkerverandering;

    - Medeklinkerverdubbeling;

    - Als een woord eindigt op een onbeklemtoonde -ik, -es of -et, verdubbelt de laatste medeklinker niet: monniken, bangeriken, luiwammesen, lemmeten;

    - Klemtoon op -ie --> Meervoud met -ën;

    - Klemtoon niet op -ie --> Meervoud met -n en trema op de -e die er al staat.



Meervoud op -s of -en




  • Woorden die eindigen op -ee;

  • Meervoud op -s: Gewoon de -s eraan plakken;

  • Meervoud op -en: trema op de -e van de uitgang -en.



Meervoud op -s en -en:




  • Er zijn heel wat woorden met twee meervouden, met -s en met -en.



Vreemde meervouden




  • Oorspronkelijke Latijnse woorden hebben soms twee meervoudsvormen:

    - Dosis à doses of dosissen;

    - Museum à musea of museums, maar geen musea’s;

    - Datum à Data of datums, maar geen data’s.



Tussen-s




  • Als je hem hoort;

  • Tweede deel van de samenstelling begint met een s-klank --> vervangen door vergelijkbaar woord;

  • Soms zijn ook twee manieren goed.



Tussen-e of tussen-(e)n




  • Tussen -en als het eerste woord een zelfstandig naamwoord is dat alleen meervoud op -en heeft;

  • Geen tussen -en maar zo nodig -e:

    - Het eerste deel heeft alleen maar een meervoud op -s;

    - Het eerste deel heeft twee meervouden, op -s en op -en;

    - Het eerste deel heeft geen meervoud;

    - Het eerste deel verwijst naar een uniek exemplaar;

    - Het eerste deel versterkt een bijvoeglijk naamwoord;

    - Het eerst deel is geen zelfstandig naamwoord;

    - Het woord wordt niet meer als een samenstelling gezien.



Verkleinwoorden




  • Maak verkleinwoorden door -je, -kje, -pje, -tje of -etje achter het zelfstandig naamwoord te zette;

  • Korte klanken worden in het verkleinwoord soms lang;

  • Let op bij woorden die op een klinker eindigen;

  • Afkortingen krijgen een apostrof.



Aan elkaar of los




  • Samenstelling van twee of drie woorden;

  • Getallen tot duizend en samenstellingen met honderd en duizend;

  • Voornaamwoordelijke bijwoorden; die bestaan uit er, hier, daar, waar + een voorzetsel;

  • De regel geldt niet voor voorzetsels die deel uitmaken van een samengesteld werkwoord of bij een zelfstandig naamwoord horen.



Koppelteken




  • Om uitspraakproblemen te voorkomen;

  • In de naam van getrouwde vrouwen;

  • In woorden met de voorvoegsels adjunct-, aspirant-, collega-, ex-, interim-, niet-, non- en oud-;

  • Voor een hoofdletter;

  • In combinaties van titels en beroepen;

  • Bij aardrijkskundige namen, of woorden die daarvan afgeleid zijn.

  • Bij letters, cijfers, andere tekens en St. of Sint/sint;

  • In woorden die anders onoverzichtelijk worden.



Weglatingsteken




  • Zet een streepje op de plek waar een deel van een woord is weggelaten;

  • Je mag een woorddeel alleen als het in het andere woord dezelfde betekenis heeft.



Afbreekstreepje




  • Breek samenstellingen bij voorkeur af tussen de delen;

  • Breek af tussen het grondwoord en een voor- of achtervoegsel;

  • Breek bij één alleenstaande medeklinker af vóór die medeklinker;

  • Breek bij twee tussenmedeklinkers af tussen die twee medeklinkers;

  • Breek bij drie of meer tussenmedeklinkers zo af dat er geen combinaties van Nederlandse woorden voorkomen;

  • Breek zo af dat er geen uitspraakproblemen ontstaan;

  • Als je een woord afbreekt voor een trema, dan verdwijnt de trema.



Trema




  • Plaats het trema altijd op de eerste letter van de volgende lettergreep;

  • Let op bij -eum, -iing, -cien en -ieus;

  • Let op bij bea-, gea-, beo- en geo-.



Apostrof




  • Op plaats van een weggelaten letter;

  • Op plaats van een weggelaten bezits-s;

  • Om uitspraakproblemen bij het meervoud en bezitsaanduidingen te voorkomen;

  • In afleidingen van letter- en cijferwoorden;

  • Bij verkleinwoorden op -y.



Accenten




  • Accenttekens komen vooral voor op de letter 'e';

  • Slechts in enkele woorden komen ze ook voor op andere letters;

  • Om de klemtoon aan te geven wordt het accent aigu (‘) gebruikt. Als een klinker of tweeklank met twee of meer letters geschreven wordt, krijgen de eerste twee een klemtoonteken;

  • De cedille onder aan de c (ç) zorgt ervoor dat de c als s klinkt wanneer die voor een a, o of u staat.



Cijfers




  • Bij getallen boven de twintig, uitgezonderd de ronde getallen;

  • Voor maten, gewichten, bedragen, data, adressen en rekeningnummers;

  • Let op: Schrijf breuken los, behalve in een samenstelling.



Letters




  • Voor getallen tot en met twintig en voor tientallen;

  • Voor getallen als honderd, duizend, miljoen, miljard en biljard.



Woorden als sommige, vele, enkele, beide en andere schrijf je met een -e als:




  • Ze bijvoegelijk gebruikt worden;

  • Als ze betrekking hebben op zaken of dieren.



Woorden als sommige, vele, enkele, beide en andere schrijf je met een -en als:




  • Ze zelfstandig worden gebruikt en betrekking hebben op personen.







































































































































































abonnees



caissière



financieel



kopiëren



professor



weliswaar



accommodatie



chagrijnig



financiële



legitimatie



puberteit



yoghurt



achttien



cheque



financiën



liniaal



publicatie





acuut



comité



geenszins



litteken



pyjama





adellijk



commissaris



gefascineerd



luxueze



racisme





adolescent



consequent



gerechtelijk



manoeuvreren



recensie





agressie



daarentegen



gewelddadig



millimeter



rechterlijk





alinea



debacle



gezamenlijk



namelijk



reëel





alleszins



decennium



hardnekkig



niettemin



reële





allochtoon



dichtstbijzijnde



hartstikke



nochtans



represailles





althans



discipline



hiërarchie



onmiddellijk



sowieso





apparaat



diskette



hopelijk



onverbiddelijk



staatsieportet





baby’tje



eigenlijk



hygiënisch



opticien



toentertijd





barbecueën



eczeem



identiteit



oeuvre



toernooi





baseren



excuus



illusie



parallelen



tournee





begrafenis



enigszins



insect



penicilline



twijfelen





begroeiing



enthousiast



interessant



per se



uittreksel





burgemeester



enquête



interview



practicum



vacuüm





burgerlijk



faillissement



juffrouw



procedé



wederrechtelijk





carrière



fascisme



klerezooi



product



weifelen





REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

batsbal

batsbal

ja dit is top, dankje

4 maanden geleden